..
|
 |
Juni
2016
|
|
|
..
|
|
|
|
|
Het
blijft kwakkelen |
Bron: Ben van den Anker
|

Waarheen leidt de weg……
De relevantie van macro forecasts wordt door Warren Buffet als volgt
omschreven:
“I don’t read economic
forecasts.
I don’t read the funny
papers.” 1)
Ik geloof eveneens vast in intrinsieke waarde en dat het voorspellen van
economische macro-trends niet zo zinvol is. Toch is er wel wat te zeggen over
verwachte toekomstige bedrijvigheid. Wat kunnen wij dit jaar en de komende
jaren nog verwachten aan ontwikkelingen?
In deze column identificeer ik een aantal trends die, wellicht in de komende
jaren, een rol van betekenis gaan spelen in de mondiale
economie.
|
(1) |
Iedere industrie zal
in de toekomst
waarschijnlijk minder arbeidsintensief georganiseerd worden, terwijl onze
gehele westerse maatschappij op arbeid is ingericht. In de US werkt 78% van de
beschikbare arbeidsmarkt tussen 25 en 54 jaar nu terwijl in 2000 nog 82%
hiervan werkzaam was 2). De trend lijkt zich te bewegen naar
minder
werkenden. Er komen suggesties op voor een basisinkomen, dat uiteindelijk
betaald moet worden. Als dit basisinkomen uit belastingen betaald wordt, zal er
een opwaartse druk op de belastingdruk ontstaan en een neerwaartse druk op het
besteedbare inkomen. |
(2) |
Nieuwe technologie
wordt blijvend
geïntegreerd in nieuwe businessmodellen. Daar waar kapitaal en arbeid
vroeger noodzakelijk was als basis voor een businessmodel, zien we steeds meer
start ups die handig hieromheen manoeuvreren. Uber investeert niet in taxis en
personeel; geen vaste assets en personeelslasten maar op oproepbasis
beschikbare assets en personeel. Hetzelfde geldt voor Airbnb. De
afhankelijkheid van kapitaalintensieve assets kan daarom wel eens zeer nadelig
werken voor industrieën die hier in sterke mate van afhankelijk zijn. Dit
is tegelijkertijd een mooie ontwerpopdracht voor startups die echt competitief
voordeel willen behalen. Assets en personeel op afroepbasis….
|
(3) |
De deeleconomie zal
verder toenemen, waardoor
een lagere vraag zal ontstaan naar producten die iedereen vroeger in huis had
staan. Denk aan grasmaaiers en duurder gereedschap wat je nu gewoon in de buurt
kunt lenen. Dit leidt tot minder vraag in de detailhandel en het MKB. |
(4) |
Ben van den Anker (1976) is schrijver / columnist en
lid centrale directie aan het Candea
College |
Hij heeft zijn PhD in Business &
Management tijdens een
negenjarig verblijf in Zuidoost Azië aan de International Graduate School
of Business (University of South Australia) behaald. Hij is auteur van het boek
The perceived role of Host Country Nationals in Expatriate Adjustment (2010,
Ben van den Anker). Zijn onderzoek richt zich met name op de rol van
cross-culturele interactie in het functioneren van expatriates. Daarnaast is
hij voor de International Business Review revisor voor wetenschappelijke
artikelen op het snijvlak business en management. |
Meer en meer klanten shoppen mobiel.
Zo heeft 70% van de klanten van Amazon tijdens het afgelopen topjaar mobiel
ingekocht. 3)
Hetzelfde valt te zeggen voor facebook en Zalando; het mobiele gebruik van
websites neemt exponentieel toe. Tijdens een gesprek met een Nederlandse start
up viel mij op dat een bedrijf de keuze maakte de mobiele applicatie
‘later’ te
ontwikkelen. Een cruciale
fout….
Toenemend gebruik van mobiele applicaties en online verkoopkanalen
versterkt de druk op winkels die nog in ‘stenen’ gehuisvest
zijn.
Het concurrentienadeel wordt gewoonweg te groot.
Daar waar een auto vroeger echt in een showroom gekocht moest worden;
‘klanten willen de auto voelen en ruiken!’, verkocht Tesla in een
weekend 325.000 nieuwe modellen online voor rond de 14 miljard dollar (voor de
volledigheid; klanten betaalden een ‘reserveringsfee’ van $1000 per
auto4).
Businessmodellen veranderen razendsnel en technologie blijkt de spin in het web
van deze toekomstige bedrijvigheid.
De scherpe koersdalingen van een aantal techreuzen zijn dan ook een goed
instapmoment in plaats van een voorteken van verval.
|
(5) |
Grondstoffen hebben
het zwaar te verduren
gehad in de afgelopen anderhalf jaar.
Er schijnt echter licht op de horizon. De olieprijzen herstellen zich langzaam,
de hoogste prijs dit jaar voor een vat olie werd een paar weken geleden
aangetikt.
Ik verwacht dat, met een groeiende wereldbevolking, de kwantiteit grondstoffen
eerder af- dan toe zal nemen. Volgens de wet van vraag en aanbod zullen de
prijzen dan uiteindelijk hogere niveaus moeten gaan bereiken. |
(6) |
De ultra lage rentes
leiden tot zoektochten
naar meer rendement. Dit leidt tot een prijsopdrijvend effect op o.a. de
beurzen. Haaks hierop staan de winsten; die vertonen (naar industrie
geaggregeerd) eerder een dalende trend. Lagere winsten en hogere koersen zijn
uiteindelijk een recept voor problemen.
Kortom, de komende jaren ligt er het een en ander in het verschiet, waarbij
ontwikkelingen rond technologie en mobiel winkelen / zaken doen veelbelovend
lijken. Het extra geld dat in de markten wordt gepompt heeft een
prijsopdrijvend effect; terwijl het maar zeer de vraag is of de relatie met de
fundamentals een rol speelt in de hogere P/E ratio’s.
Ik ga er dan ook van uit dat het gezegde ‘what goes up, must come
down!’ ook hier richtinggevend voor de toekomst kan zijn. Desalniettemin
biedt deze ‘low growth’ tijd ook kansen voor bedrijven die handig
in weten te spelen op behoeftes en marktvraag, waarvan wij het bestaan
waarschijnlijk nog niet eens vermoeden…. |
|
|
1) https://25iq.com/2013/11/03/a-dozen-investors-talk-about-the-folly-of-macroeconomic-forecasting-and-the-
importance-on-focusing-on-valuationmargin-of-safety-today/
2) https://www.janus.com/bill-gross-investment-outlook
3) http://www.eweek.com/small-business/amazon-posts-record-year-as-users-go-mobile.html
4) http://www.computerworld.com/article/3053553/car-tech/teslas-model-3-now-has-325k-pre-orders-and-145b-in-
potential-sales.html
|
|
|
|
|
|
|
Beleggen
voor beginners- hoe beleggingsfondsen te selecteren |
Bron: Jeffrey Schumacher, CFA,
Morningstar
|

Het grote dilemma van iedere fondsbelegger: welk fonds moet ik kiezen?
Een moeilijke vraag, vergelijkbaar met de situatie van een klein kind in een
snoepwinkel dat maar 1 snoepje mag uitzoeken.
Het grote probleem in beleggingsfondsenland is alleen dat de meeste snoepjes
niet lekker zijn.
Maar dat is van de buitenkant lastig te zien.
Alleen door de fondsen binnenstebuiten te keren en grondig te analyseren,
vergroot je de kans op het selecteren van een goed beleggingsfonds.
De vraag is alleen: waar moet je als fondsbelegger dan op letten?
Morningstar heeft een wereldwijd team van fondsanalisten die beleggingsfondsen
via een diepgaande kwalitatieve analyse aan een grondig onderzoek onderwerpen.
De fondsen worden op vijf elementen beoordeeld die cruciaal zijn voor de mate
van toekomstig succes:
- People (beleggingsteam),
- Process (beleggingsproces),
- Parent (fondshuis),
- Performance (prestaties) en
- Price (kosten).
Deze vijf elementen, ofwel pilaren, worden niet alleen afzonderlijk
geëvalueerd, maar ook de interactie tussen deze elementen. Het oordeel van
de vijf pilaren resulteert uiteindelijk in de Morningstar Analyst Rating. De
schaal van deze ratings loopt van Negative en Neutral tot een positief oordeel,
bestaande uit Bronze, Silver en Gold. Van fondsen met een positief oordeel
verwachten de analisten van Morningstar dat deze fondsen over een volledige
economische cyclus beter presteren dan het categoriegemiddelde en/of de
benchmark.
Omdat deze vijf pilaren zoals ze hierboven staan wat abstract zijn, geven we
hierna een uitgebreidere omschrijving over de verschillende aspecten waar we
bij iedere pilaar naar kijken.
People (beleggingsteam)
De kwaliteit van het beleggingsteam van een fonds is van significant belang om
superieure prestaties te kunnen leveren. Bij het beoordelen van het
beleggingsteam bekijken de analisten van Morningstar meerdere aspecten. Zo
kijken we naar de ervaring van een fondsbeheerder en ook de relevantie van die
ervaring. We kijken in welke mate hij ondersteund wordt door andere beheerders
en analisten, hoe zij samenwerken en hoe de omvang van het team zich verhoudt
tot het beleggingsuniversum dat wordt gemonitord. Stabiliteit binnen dit
beleggingsteam vinden wij belangrijk, omdat bij een stabiel team iedereen goed
op elkaar is ingespeeld en volgens dezelfde mind-set werkt.
Werkdruk is een ander element dat we bekijken, waarbij we willen weten hoeveel
tijd de beheerder van het fonds nu echt aan het fonds kan besteden, of dat hij
zijn tijd moet verdelen over andere fondsen, organisatieverantwoordelijkheden
of commerciële taken. Vanzelfsprekend hebben wij een sterke voorkeur voor
toegewijde beheerders die hun tijd grotendeels kunnen besteden aan hetgeen
waarvoor de belegger ze betaalt: het beheren van het fonds. Als laatste vinden
wij het belangrijk dat een fondsbeheerder belegt in zijn eigen fonds. Hiermee
stelt hij zijn belangen gelijk aan die van beleggers.
Process (beleggingsproces)
De analisten van Morningstar hebben geen voorkeur voor beleggingsstijl of
beleggingsaanpak. We zoeken naar fondsen die een duidelijke
beleggingsdoelstelling hebben en een beleggingsproces hanteren dat helder
gedefinieerd, doordacht en herhaalbaar is. We willen een proces zien dat blijk
geeft van een gestructureerde aanpak en waarvan de uitvoering effectief is. We
willen begrijpen hoe een fondsbeheerder het risico in zijn portefeuille
beheerst en wat de kaders van zijn mandaat zijn wat betreft de
portefeuilleconstructie.
De Morningstar analisten bekijken ook individuele posities in de portefeuille
en analyseren portefeuillekarakteristieken om zo de risico’s, de
mogelijkheden voor waarde creatie en het unieke karakter van een strategie in
te schatten. De uiteindelijke portefeuille moet zo geconstrueerd zijn dat deze
overeenkomt met het beleggingsproces en de beleggingsdoelstelling van het
fonds.

Jeffrey Schumacher CFA,
Senior Fondsanalist
bij Morningstar Benelux |
na zijn opleiding aan de VU Amsterdam en
het behalen van het
certificaat Chartered Financial Analyst (CFA) aan het CFA Institute is hij
vanaf juni 2011 als Senior Fund Analyst werkzaam bij Morningstar. Daavoor
was hij van 2006 tot 2009 werkzaam bij Theodoor Gilissen Bankiers als
Equity/Commodity Analyst en aansluitend tot juni 2011 werkzaam als
Vermogensbeheerder Services / Fund Trading bij SNS
Securities. |
Parent (fondshuis)
Hoewel misschien niet direct van invloed, geloven de analisten van Morningstar
dat de kwaliteit van het fondshuis uitermate belangrijk is voor het
langetermijnsucces van een beleggingsfonds.
Het management van een fondshuis bepaalt de randvoorwaarden waarin het fonds
kan opereren met betrekking tot capaciteitsmanagement, risicomanagement,
aantrekken en behouden van beleggingstalent en de beloningsstructuur.
Buiten deze operationele gebieden prefereren we fondshuizen die een sterke
beleggingscultuur hebben en beleggers op de eerste plaats stellen in plaats van
fondshuizen die meer oog hebben voor commercieel gewin.
Het eerste type fondshuis voert strategieën op basis van de eigen
competenties, brengt belangen van beheerders in lijn met die van beleggers,
rekent redelijke kosten, communiceert helder en volledig naar beleggers en
acteert als een rentmeester over het vermogen van beleggers.
Het andere type fondshuis ziet beleggers meer als verkoopkans voor producten,
biedt een waaier aan vaak middelmatige producten aan waarbij nieuwe hypes als
mogelijkheid worden aangegrepen om de verkoop te stuwen.
Ook kennen deze fondshuizenhogere kostenniveaus, meer verloop in het
personeelsbestand en zijn de belangen van beheerders niet overeenkomstig met
die van beleggers.
Hoewel fondshuizen zelden helemaal in een van deze extremen vallen, is het de
taak van de fondsanalisten van Morningstar om in te schatten waar een fondshuis
zich binnen dit spectrum bevindt.
Performance (prestaties)
We geloven niet dat prestaties uit het verleden maatgevend zijn voor
toekomstige prestaties. Daarom hechten we minder waarde aan het opgebouwde
track record, zeker het track record van de korte termijn. Desalniettemin
geloven we dat een grondige evaluatie van het langetermijn rendement en risico
van vitaal belang is om te bepalen of een fonds in lijn presteert met de
verwachtingen.
Hierbij kijken we niet alleen naar kalenderjaarrendementen, maar ook naar
voortschrijdende rendementen over een langere periode. We bekijken de
prestaties zowel versus categoriegenoten als een relevante benchmark.
Niet alleen qua rendement, maar ook het genomen risico, waarbij we specifiek
inzoomen op het neerwaartse risico. Ook analyseren we gedetailleerde
prestatie-attributies waarmee we de bronnen van het rendement kunnen
achterhalen en kunnen bepalen in hoeverre dit in lijn is met hoe het
beleggingsproces is ingericht.
Price (kosten)
Onderzoek van Morningstar alsook andere onafhankelijke academische studies
tonen aan dat kosten en rendement een negatieve relatie hebben.
Uit de studies blijkt dat fondsen met hogere kosten achterblijven bij fondsen
met lagere kosten. Het kostenniveau is daarmee een belangrijke voorspeller van
toekomstig succes.
Dat betekent dat een belegger de kostprijs van een fonds niet mag negeren.
We bekijken hoe de lopende kosten zoals deze gerapporteerd staan in de
Essentiële Beleggersinformatie (EBi) zich verhouden tot het kostenniveau
van categoriegenoten. Ook beoordelen we de structuur van een eventuele
prestatievergoeding.
Het resultaat van de
fondsanalyse
Door fondsen door te lichten op deze vijf pilaren, komen de fondsanalisten tot
een kwalitatief oordeel over een beleggingsfonds: de Morningstar Analyst
Rating.
Wanneer zij positief zijn en verwachten dat een fonds op lange termijn beter
kan presteren dan categoriegenoten en/of de benchmark, dan kennen zij een van
de positieve ratings toe: Bronze, Silver of Gold.
Het verschil wordt gemaakt door de mate van overtuiging van de analist in de
kwaliteiten van een beleggingsfonds. Hebben de analisten weinig overtuiging in
een fonds, dan zal het een Neutral rating krijgen.
Scoort een fonds onvoldoende, dan is Negative het oordeel.
De analisten bepalen zelf welke fondsen worden beoordeeld en worden niet door
fondshuizen betaald om een rapport te schrijven. Hierdoor is de
onafhankelijkheid en objectiviteit die Morningstar kenmerkt gewaarborgd.
Voor veel beleggers is het haast ondoenlijk om een gedetailleerde fondsanalyse
uit te voeren. De fondsanalyses en de uiteindelijke Morningstar Analyst Rating
zijn echter gratis via de website van Morningstar te raadplegen. Dit geeft
beleggers een mogelijkheid om een beter geïnformeerde keuze te maken voor
een beleggingsfonds.
Dit is het zesde deel in
de serie Beleggen
voor beginners, waarin Morningstar u kennis laat maken met de basisbegripen van
beleggen. Lees ook de andere delen in deze serie:
- Deel 1: Beleggingsfondsen in een notendop
- Deel 2: Op zoek naar alpha
- Deel 3: De risico's van beleggen
- Deel 4: De verhouding tussen rendement & risico
- Deel 5: De voor- en nadelen van beleggingsfondsen
|
|
|
|
|
|
|
Hcc Beleggen interessegroep CoSA
|
 |
CoSA, Computerondersteunde Selectie van Aandelen,
gebaseerd op fundamentele analyse van bedrijven. Er wordt primair gekeken naar
omzet, nettowinst, eigen vermogen, dividenden en winst per aandeel om de
kwaliteit van een bedrijf te bepalen. Pas als het bedrijf kwalitatief aan
minimum eisen voldoet wordt er naar de koersen gekeken. |
Indien u
meer wilt
weten over de activiteiten van CoSA, kunt u de voorlopige CoSA-webpagina
(klik hier), raadplegen of contact opnemen met de
voorzitter: Jan van der Meulen via CoSA-L@beleggersonline.nl
U kunt zich met hetzelfde mailadres aanmelden voor het ontvangen van
informatie, zoals de wekelijks verschijnende CoSA-nieuwsbrief en voor het
verkrijgen van toegang tot de voor CoSA-leden beschikbare Europese
CoSA/SSG-verzameling. |
|
|
|
|
|
|
Value
8 - Boterzacht |
Bron: Willem Okkerse, OK-Score
Institute
|

Professor Henk Langendijk, hoogleraar verslagleggingen UVA en Nyenrode, met wie
ik begin deze eeuw in contact stond over de uitkomsten van het OK-Score
onderzoek, noemde in het DFT van 12 mei de waarderingen van het
beursfonds Value8 “boterzacht”.
Henk staat (niet alleen bij mij) bekend voor zijn gevoel voor
understatements.
Wij zouden er op willen aanvullen: “zoals een pakje boter na 12 uur
Cypriotische zon.”.
Doelstellingen te ambitieus
Nou ben ik al sinds 2007, toen PP de Vries (zonder verbindingsstreepje)
uiteraard zonder wederhoor, groteske leugens over de OK-Score
tentoonspreidde, geen fan van hem. Dit staat een zakelijke beoordeling van het
jaarverslag 2016 niet in de weg.
Ik denk namelijk – na lezing van het jaarverslag 2015 – dat de IFRS
voorschriften inderdaad zijn gevolgd, eigenlijk meer onder de verbeterde
toevoeging van: “ze
zijn bewust benut”.
In het jaarverslag staat het streven de AEX te outperformen, met als ondergrens
een jaarlijks rendement van 15%. Dit is een ambitieus voornemen, zeker als in
hetzelfde 2015 jaarverslag al een daling van 9% wordt genoteerd en er nog wel
het een ander te wachten staat.
Maar daarover later meer. Er blijken dus wel degelijk zeker
ex-aandeelhouders met inzicht te bestaan.
Feiten zijn: een Raad van
Commissarissen die zich afvraagt of zij nog wel “competent genoeg zijn om
de lappendeken van deelnemingen als gevolg van de focusstrategie(?) te kunnen
overzien. (blz. 10).
Jaarrekening opgeleukt
Onweerlegbaar is ook het feit dat al – zeer correct – door
onafhankelijk analist Roel Gooskens – werd neergelegd dat de netto
operationele kasstroom (blz. 24) zonder de herwaardering over beide jaren
negatief zou zijn. Ruim 6,5 miljoen negatief in 2014 en 3,7 miljoen negatief in
2015.
Op de balans is er ook sprake van een herwaardering. Die toename is beperkt tot
5,8 miljoen.
M.a.w. uit de winst- en verliesrekening wordt de balans in twee jaar opgeleukt
met 5,8 miljoen uit de met 10,2 miljoen opgeleukte winst- en
verliesrekening).
Het verschil van 4,4 miljoen wordt niet als herwaardering benoemd, maar als
operationele winst. Dit lijkt mij binnen IFRS echter nou weer niet correct.
Een verschil van 35 miljoen
Wel wordt volgens IFRS het recent gekochte belang in Source opgevoerd met een
goodwill van 13,3 miljoen (zonder de balans daarvan te verstrekken zoals bij de
andere deelnemingen).
En dat terwijl dit bedrijf met een negatief eigen vermogen van 2,7 miljoen in
feite technisch failliet is.
Willem D. Okkerse
(1946)
is CEO van het OK-Score Institute in Rotterdam
en Brussel. |
Hij begon in 1995 na in 1989 cum laude
zijn MBA te hebben behaald
aan een PhD onderzoek dat in 2000 de OK-Score ® opleverde. Voordien was hij
voorzittend partner van een adviesgroep gespecialiseerd in strategie en
corporate finance en bekleedde gedurende 1995-2000 o.a. de functie van CFO van
de milieu organisatie Green Cross van Mikhail Gorbachov. Tevens was hij
gastdocent aan de Universiteiten van Delft en Leuven alsmede de Hogeschool van
Arnhem en lid van de Raad van Advies van de Hogeschool van
Amsterdam |
Er wordt daarbij verwezen naar het bestaande aandelenbelang en de toekomstige
cash-flow van Source, die nog wel even 50
miljoen schuld aan derden moet voldoen.
In mijn vocabulaire is dat dan een 44%-belang in 50 miljoen schuld, maar vooral
géén 13,3 miljoen bezit.
Laten wij die transactie maar afronden op 22 miljoen latente schuld voor Value
8 i.p.v. 13,3 miljoen aandelenbezit; een verschil van 35 miljoen: de opleuking
van IFRS kent geen grenzen.
Het biedt Value 8 daarmee wél de publicitaire mogelijkheid om de show te
stelen met een héél snel stijgende omzet door de consolidatie van
de omzet van Source.
Die omzet stijgt in 2015 met ruim 150 miljoen. Wel grotendeels Source omzet met
0,0% netto bijdrage.
Maar ja, het staat leuk op de Value 8 winst- en verliesrekening.
Toen ik ook nog vaststelde, dat de door Value 8 aan Source verstrekte lening
van 3,3 miljoen eeuwigdurend,
overigens
direct opeisbaar bij een faillissement van Source - die volgens IFRS dan
wél tot het eigen vermogen gerekend wordt, reeds de volgende dag -
waarschijnlijk uit “voorzichtigheid” - was terug geleend aan
Value 8, ben ik maar gestopt.
Een stap terug naar Vilenzo
Ik kon mij beperken tot een analyse die elke redelijke analist kan maken. De
OK-Score zou hierin geen verbetering kunnen brengen. Het deed mij wel denken
aan Vilenzo.
Een bedrijf waarop PP de Vries ná het faillissement erg boos was, hoewel
de OK-Score het voor PP de Vries toen nog onbekende faillissement al in 2000
zag aankomen.
Ook hier werd door een lock-up de reguliere handel in aandelen onmogelijk
gemaakt, waardoor de beurskoers manipuleerbaar werd.
Overnames werden betaald met eigen (veel te hoog gewaardeerde aandelen) die
daarna als gevolg van een lock-up beding al evenmin verhandelbaar waren. In het
geval Vilenzo waren destijds zowel de kopende partij (Vilenzo) als de gekochte
partij (van Gils) in feite technisch failliet. Inmiddels hebben de bestuurders
via de curator een uitbundige bijdrage aan de boedel mogen leveren.
Resteert de vraag over een koersdoel. Ik wil die vraag maar schuldig blijven.
Mijn opgave is om als analist met een trackrecord van 98,6% betrouwbaarheid u
enig inzicht te verschaffen hoe in ieder geval wij er naar kijken. En wij niet
alleen, een hele roedel analisten heeft inmiddels een dankbare prooi in het
oog. Om met een andere Drs. P. te spreken : Ik vrees dat de weg van 100 werst naar Omsk te lang zal
zijn.
*Dit artikel is een bewerking van de gastcolumn van W.D. Okkerse in DFT van 17
mei jl.
|
|
|
|
|
|
|
Lakonishok
screener verslaat indices al een tijdje |
Bron: analist.be
|

Het beleggingsmodel van Josef Lakonishok klinkt als een vrij standaard
selectiemodel maar laat toch al lange tijd vrij sterke rendementen zien. Over
de afgelopen leverde dit selectiesysteem voor de Amerikaanse aandelenbeurzen
een rendement op van gemiddeld 11 procent per jaar.
De rode draad van deze screener is de harde eis voor aandelen met lage
koers/winst-verhoudingen in combinatie met een positief momentum. Tijd om een
korte blik op deze screener te werpen.
Josef Lakonishok, Ph D., thans betrokken bij het Amerikaanse LSV Asset
Management, is zeer bekend van de diverse aandelenonderzoeken met Andrei
Shleifer Ph. D en Robert Vishny Ph. D. Veel van hun werk (ruim 200 publicaties)
was op het gebied van gedragswetenschappen voor de financiële markten
(behavorial finance) en tevens publiceerden ze veel over value beleggen.
Bekende titels hiervan zijn o.a. “ Momentum Strategies”, Contrarian
Investment, Extrapolation and Risk” en “Earnings Quality and Stock
Returns; The Evidence from Accruals”.
Criteria
Net als de meeste andere value beleggen goeroes zoals Warren Buffett , Joel
Greenblatt en Josef Piotroski hanteert Lakonishok ook een relatief vaststaand
filtermodel. De belangrijkste criteria van Lakonishok zijn in een notendop
samen te vatten: de aandelen moeten in een positieve trend zitten en diverse
waarderingsvariabelen moeten relatief laag staan.
- Marktkapitalisatie minimaal 500 miljoen dollar
- Financiële bedrijven en vastgoedbedrijven worden
uitgesloten
- De variabelen: koers/winst-verhouding,
koers/boekwaarde, koers/kasstroom
per aandeel en koers/omzet per aandeel moeten lager dan het gemiddelde van de
sector zijn
- Positief momentum: afgelopen 26 weken
- Geen downgrades voor het aandeel afgelopen 4 weken
- Minimaal 1 winsttaxatie upgrade afgelopen 4 weken
- Consensus winst per aandeel omhoog afgelopen 4 weken
De reden om ook momentum mee te nemen als variabele is een bekende: een aandeel
kan nog zo goedkoop en aantrekkelijk zijn maar als de hele markt het negeert
dan blijft het goedkoop of wordt nog goedkoper. Er moet volgens Lakonishok wat
beweging omhoog in het aandeel zijn zodat het wat meer op de radar van de
beleggers komt.
Behoorlijk veeleisend model
Qua hoeveelheid variabelen is het model van Lakonishok dus vrij streng. U kunt
dit zien als een jaarlijkse keuring voor een auto: ook hier moet er aan veel
variabelen voldaan worden alvorens de auto goedgekeurd kan worden. Het
Lakonishok-model is daarom ook te vergelijken met het F-Score model van Josef
Piotroski dat ook behoorlijk veel eisen stelt aan een aandeel.
Het resultaat hiervan is natuurlijk wel dat de uiteindelijke selectie van
aandelen heel beperkt kan zijn. Het kan zelfs zijn dat er überhaupt geen
aandelen na de filtering overblijven. Dit zagen we bijvoorbeeld vaak in 2015
bij het F-Score model van Piotroski.
Het feit dat er behoorlijk vaak maar een vrij laag aantal aandelen na de
filteringen overblijft is echter wel zorgwekkend. We weten echter maar al te
goed dat er geen enkel aandelenselectiemodel continu goede resultaten op kan
leveren. Risicospreiding blijft dan ook essentieel. Maar als de filtering maar
een beperkt aantal aandelen oplevert dan levert dit dus ook een zeer hoog
risico op (hoe meer aandelen hoe meer spreiding hoe lager het risico).
We zien bijvoorbeeld dat het Lakonishok model dit jaar een nipte plus heeft van
1,8 procent terwijl het gemiddelde Amerikaanse aandeel ruim 8 procent hoger
staat. Dito underperformance zagen we vorig jaar ook bij het F-Score model van
Piotroski dat ook met een enorme min van ruim 20 procent zelfs noteerde. Over
de afgelopen 5 jaar won het Lakonishok model circa 7,6 procent per jaar.
Gemiddelde jaarrendementen
3, 5 en 10
jaar
Jaarrendementen exclusief
dividenden
De bovenstaande grafiek toont de gemiddelde jaarrendementen van het model van
Lakonishok (blauw), F-Score Piotroski (rood) en het gemiddelde Amerikaanse en
Europese aandeel over de diverse periodes. Zo zien we dat het gemiddelde
Amerikaanse en Europese aandeel over de afgelopen jaar circa 2,5 procent op
jaarbasis opleverde. De screeners van Lakonishok en Piotroski deden het met
winsten van dus 11 en 14 procent fors beter. Ook op de kortere termijn, over de
periode mei 2011 tot en met mei 2016, zien we dat de beide valuescreeners het
behoorlijk beter hebben gedaan dan het gemiddelde aandeel.
Over de afgelopen3 jaar zien we dat het selectiemodel van Piotroski met een
behoorlijke min van bijna 5 procent noteren. Dit komt deels natuurlijk ook
doordat het model, net als die van Lakonishok, vaak maar met een kleine
selectie van aandelen werkt.
Hiermee willen we dus nog maar weer eens benadrukken dat er absoluut geen
‘werkende’ modellen bestaan. Ons inziens moet de belegger te allen
tijde zijn aandelenportefeuille fors spreiden over een hoog aantal (zeker 30)
aandelen. Zo vertelde 1 van Amerika’s bekendste aandelengoeroes, James
O’Shaughnessy ondergetekende zelfs dat ook bij het aandeel Enron in zijn
aandelenselectie had zitten en we weten allemaal hoe dat afliep.
Analist.nl Nieuwsdienst: +31
084-0032-842 nieuws@analist.nl
Copyright analist.be B.V.
|
|
|
|
|
|
|
High
frequency handelsstrategieën onderzocht |
Bron: AFM
|

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft vorig jaar een verdiepend
onderzoek gedaan naar de handelsstrategieën van high frequency traders
(HFT) en naar hun wisselwerking met de handelsinfrastructuur. De kritieken op
high frequency trading zijn nu geïnventariseerd en er is onderzoek
verricht naar twee bekritiseerde handelsstrategieën.
De conclusie is, dat de gevonden handelsstrategieën zijn te herleiden tot
traditionele verdienmodellen, zoals market making en arbitrage. Wel zien ze dat
het huidige gefragmenteerde beurzenlandschap en de vergaande technologisering
van de handel vooral voor grote beleggers een praktische uitdaging vormt om
goed zicht op liquiditeit te krijgen. Dit maakt het bijvoorbeeld voor pensioen-
en beleggingsfondsen lastiger om bij de uitvoering van grote orders de
prijsimpact zoveel mogelijk te beperken.
Door literatuurstudies en gesprekken met stakeholders is het ‘fenomeen
van schijnliquiditeit door HFT’ geanalyseerd. Verder werd mede door data
analyse beoordeeld of HFT kunnen voorspellen waar liquiditeit van andere
marktpartijen terecht zal gaan komen, waardoor de handelsmogelijkheden voor
overige marktpartijen belemmerd zouden kunnen worden.
Onderzoek
‘schijnliquiditeit’
Door nieuwe toepassingen van technologie in de marktinfrastructuur en bij
marktpartijen kunnen orderboeken tegenwoordig snel veranderen. Een belegger
denkt te kunnen handelen, maar slaagt hier niet in omdat plotseling orders
lijken te verdwijnen. Beleggers percipiëren dit als schijnliquiditeit en
wijten dit aan het handelsgedrag van high frequency traders. Het is typerend
handelsgedrag van sommige high frequency traders om veelvuldig orders aan te
passen of in te trekken. Deze 'vluchtige' orders kunnen beleggers op het
verkeerde been zetten. Het snel en veelvuldig aanpassen of intrekken van
orders is een essentieel onderdeel van een veel voorkomend verdienmodel,
namelijk market making, zo stelt de AFM.
Figure
1a (left) and 1b (right): Visualization of order books over time for one
instrument. The image on the left
represents orders for all market participants, whereas the image on the right
only shows orders for one selected
HFT. The horizontal axis denotes time, whereas the vertical axis shows the
price of the instrument. The
green/red
bars represent buy/sell orders from entry (left‐hand side) to their
disappearance (right‐hand side).
Orders may disappear because of cancellations, modifications or
executions.
Onderzoek ‘opsporen van
liquiditeit’
Een ander veel gehoord kritiekpunt is de handelsstrategie waarbij high
frequency traders op basis van deeluitvoeringen van veelal grote beleggers
zouden kunnen voorspellen waar liquiditeit terecht gaat komen. HFT kopen of
verkopen dan liquiditeit op andere handelsplatformen voor de beleggers uit, zo
luidt de kritiek. Vervolgens zouden HFT de ingekomen positie kunnen sluiten op
een gunstiger prijs, weer met de belegger als tegenpartij. Door toedoen van HFT
zouden beleggers dus meer betalen bij een aankoop of minder ontvangen bij een
verkoop.
De AFM heeft het handelsgedrag van HFT geanalyseerd rondom de uitvoering van
een vijftal grote orders op Nederlandse en Engelse handelsplatformen. Binnen de
reikwijdte van de Nederlandse jurisdictie werd in deze cases niet aangetoond
dat HFT liquiditeit konden ‘opsporen’.
Verantwoording onderzoek
Als onderdeel van het onderzoek is gesproken met verschillende high frequency
traders en vertegenwoordigers van pensioenfondsen en handelsplatformen en is
een data-analyse uitgevoerd om mogelijke gevallen van bekritiseerde
handelsgedragingen in toezichtdata op te sporen. De resultaten van het
onderzoek zijn met de betreffende marktpartijen gedeeld en aangescherpt als
daar aanleiding toe was.
De AFM hoopt met dit
onderzoek een bijdrage te leveren aan de discussie over high frequency traders
en de huidige marktstructuur en werkt daarbij samen met academici, andere
toezichthouders, waaronder ESMA en de marktpartijen.
Download Rapport (pdf 1,88MB): A case analysis of critiques on high-frequentie
trading
|
|
|
|
|
|
|
Hcc
Beleggen interessegroep Computerbeleggersgroep-ZH
|
Computerbeleggersgroep-ZH
|
Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons
bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt
daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van
handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en
statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan
ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere
vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van
het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op
objectieve grondslagen.
|
Wij komen 9 keer per jaar
bijeen. Afwisselend
in Berkel & Rodenrijs en Delft. |
Klik hier voor meer info Contactadres:
janroozenburg@kpnplanet.nl |
|
|
|
|
|
|
Hefboomproducten
- deel2 Keuren, warrants en opties |
Bron: Jan Kolkman
|

Een ieder weet dat je aandelen kunt kopen en verkopen, maar er zijn mensen die
een grotere hoeveelheid willen aanschaffen dan hun financiële middelen
toestaan. Je kunt stellen dan leen je toch gewoon een bedrag bij de bank of een
rijke oom.
Maar een bank is een instelling die je alleen maar geld wil lenen als je kunt
aantonen dat het niet nodig hebt. En niet iedereen heeft iemand met centen in
de familie of kennissenkring.
Je kan echter ook gebruik maken van hefboom-producten Jan Kolkman beschrijft in
dit deel 2 de Keuren, warrants en opties.
Keuren
Naast de premie-affaires à la hausse, als je een stijgende koers
verwacht, of à la baisse, wanneer je een daling verwacht, waren er tot
in de jaren 70 ook nog keuren. Een koperskeur is in feite een combinatie van
een contante aankoop en een hausse-premie.
Je kocht een aantal aandelen en sprak tegelijkertijd af dat je nog een
willekeurig aantal, bij voorbeeld het drievoudige voor dezelfde prijs mocht
bijkopen. In zo’n geval was de koers van de contante aankoop en de
mogelijke aankoop op termijn wel wat hoger dan de marktprijs op dat moment.
Warrants
Eind jaren 70 en in de jaren 80 was er ook veel handel in warrants. Een warrant
was in veel gevallen een deel van een converteerbare obligatielening. Bij
zo’n warrantlening werd het deel waarmee je kon inschrijven op een
aandeel los gekoppeld van het leningdeel en werden beide delen los van elkaar
verhandeld. Warrants waren daarmee ook een typisch voorbeeld van een
maatwerkproduct.
Interessante warrants waren destijds die van Nationale Nederlanden, de
Westland-Utrecht Hypotheekbank, Randstad, Albert Heijn en Borsumij-Wehry. Over
deze laatste heb ik al eens geschreven in het artikel over Galapagos van 3
april 2015. Maar in die jaren kwamen ook talloze Japanse concerns met warrants
op de markt.
Toen de Japanse beurs eind december 1989 een all-time-high bereikte van 38.915
punten en daarna in een bearmarket terecht kwam, was de handel in warrants niet
meer interessant en liepen heel veel warrants waardeloos af. We hebben toen aan
een broker gevraagd een stapeltje waardeloze warrants uit te leveren, puur als
curiositeit. Daar heb ik er nog wat van, dus wie er een paar zou willen hebben,
moet me dat even laten weten.
Momenteel zie je nog wel eens berichten dat het aantal uitstaande aandelen van
een bedrijf is toegenomen door de uitoefening van warrants. Dit zijn dan geen
algemeen verhandelbare warrants, maar warrants die het bedrijf heeft verstrekt
aan de directie en/of personeel.
Opties
In 1973 ging in Chicago de optiebeurs voor het eerst open. Zo werd de call
optie de opvolger van de hausse-premie, terwijl de put optie in de plaats kwam
van de baisse-premie.
Terwijl bij de premiën, keuren en warrants echt sprake was van maatwerk,
werd bij opties alles gestandaardiseerd. Zo gaat de optiehandel altijd per 100
aandelen of een veelvoud daarvan. En de beroepshandel bepaalde op welke
aandelen opties werden verhandeld. Dat waren, zoals begrijpelijk, de meest
verhandelde aandelen.
Houd
bij het
kopen van een hefboomproduct als een call
steeds
in
gedachten, dat je overtuigd moet zijn
-
zeker
weten doe je ‘t nooit !! – dat de
koers
makkelijk moet kunnen verdubbelen gedurende
de
looptijd.
Dus beslist niet denken: met een beetje
geluk
zit ik
zo op een verdrievoudiging van de koers.
Call optie
Als het goed is word je eerst enthousiast voor een aandeel en pas daarna ga je
kijken of je misschien beter een call optie kunt kopen. Waar doe je goed aan om
op te letten bij de beoordeling van de aantrekkelijkheid van een call
optie.
Kies een looptijd – dat is de periode van nu tot aan de afloopdatum
– van minstens een half jaar. De afloopdatum, ook wel expiratiedatum
genoemd, is steeds de derde vrijdag van de maand.
Waarom is de looptijd belangrijk ?
Dat leg ik uit aan de hand van een paar praktijkvoorbeelden met koersen van
maandag 4 april 2016. Ik geef daarbij de formule en de uitkomst.

Jan Kolkman,
oprichter van Stockpicker-signaal |
heeft tientallen jaren ervaring opgedaan
met de belegging in
aandelen bij een grote beleggingsmaatschappij en hij heeft zich daarna, via
cursussen, symposia en heel veel lezen, gespecialiseerd in technische analyse.
Hij hanteert diverse algemeen gebruikte indicatoren en daarnaast ook signalen
uit eigen koker. |
Maar eerst nog even een paar begrippen uit de optiewereld.
De uitoefeningsprijzen – de exercise prices – van calls liggen rond
de beurskoers van het aandeel.
Een call met een exercise price beneden de beurskoers is een in-the-money (ITM) call en een call
met
een exercise price boven de beurskoers is een out-of-the-money (OTM) call.
Is de uitoegeningsprijs ongeveer gelijk aan de beurskoers dan hebben te maken
met een at-the-money (ATM)
call.
Premie van een call
Het woord premie levert nogal eens verwarring op omdat belegger A er de koers
van de call mee bedoelt, terwijl belegger B daarmee het percentage bedoelt dat
het aandeel moet stijgen om de prijs van de call goed te maken, dus geen
verlies te lijden met de call.
Daarom hanteer ik het woord premie niet als ik het over opties heb. De prijs
van de call noem ik de CALL.
En het percentage dat een aandeel moet stijgen om met de call quitte te spelen
noem ik AGIO.
KOERS AANDEEL PHILIPS |
=
|
24.28, alle koersen
per 4 april |
CALL MEI 2016 / 20 |
=
|
4.38 korte looptijd,
lage exercise price |
CALL MEI 2016 / 28 |
=
|
0.07 korte looptijd,
hoge exercise price |
CALL DECEMBER 2018 / 20 |
=
|
5.15 lange looptijd,
lage exercise price |
CALL DECEMBER 2018 / 28 |
=
|
1.71 lange looptijd,
hoge exercise price |
Berekening
agio |
|
|
AGIO
korte looptijd, lage
exercise price = |
|
|
{
( EXERCISE PRICE +
CALL) / AANDEEL } * 100 – 100
|
|
{
( 20
+ 4.38 ) / 24.28 } *100-100 |
|
=
0.41 % |
AGIO
korte looptijd, hoge exercise
price
=
|
|
|
{
( EXERCISE PRICE +
CALL) / AANDEEL } * 100 – 100 |
|
{
( 28 + 0.07 )
/ 24.28 } * 100 –100 |
|
=
15.61 % |
AGIO
lange looptijd,
lage exercise
price = |
|
|
{
( EXERCISE PRICE +
CALL) / AANDEEL } * 100 – 100 |
|
{
( 20 + 5.15
) / 24.28 ) } * 100 –100 |
|
=
3.58 % |
AGIO
lange looptijd,
hoge
exercise price = |
|
|
{
( EXERCISE PRICE +
CALL) / AANDEEL } * 100 – 100 |
|
{
( 28 + 1.71
) / 24.28 ) } * 100 –100 |
|
=
22.36 % |
Bij een oppervlakkige
berekening zou je kiezen
voor de call met de laagste agio,
maar wanneer we letten op de resterende looptijd, dan komen we anders uit
:
|
TOTALE AGIO |
LOOPTID |
AGIO OP JAARBASIS |
CALL MEI 2016 /20 |
0.41 % |
0.126 JAAR |
3.32 % |
CALL DEC 15 / 27
|
15.61 % |
0.126 JAAR |
216.19 % |
CALL DEC 18 / 20
|
3.58 %
|
2.701 JAAR |
1.31 % |
CALL DEC 18 / 28 |
22.36 % |
2.701 JAAR |
7.76 % |
Het is dus een goede zaak om bij opties te kiezen voor een lange looptijd en
een lage
exercise price en ga niet voor dat lekker
lage
prijsje van 7 cent. Ook in dit geval is goedkoop duurkoop. Het is
zelfs zo dat de hoogst geprijsde call het goedkoopste blijkt te zijn.
Een soortgelijke berekening is te maken voor de agio van een put optie.
AGIO = { ( EXERCISE
PRICE – PUT )
/ AANDEEL } * 100 –100
Dus laat je niet verleiden door zo’n lekker laag prijsje. Bij het
beoordelen van prijzen in het algemeen is het heel verleidelijk enthousiast te
worden door het aantrekkelijk lage prijsje dat je soms ziet. Maar als je goed
kijkt kom je er achter dat goedkoop vaak duurkoop is.
Het gaat er om wat je voor je geld krijgt. Als jij me zegt dat je net 40 euro
iets hebt gekocht bij de HEMA, kan ik je niet vertellen of dat duur of goedkoop
was. Als het een kinderfiets voor je kleinzoon was, dan is het goedkoop, maar
kocht je een blocnote voor dat bedrag dan is het bijzonder duur.
Maar we willen niet alleen quitte spelen met die call, want dan hadden we net
zo goed niet kunnen gaan beleggen. We willen winst maken en wel meer winst dan
met de belegging in het aandeel.
De formule die we daarvoor hanteren is in 1970 ontwikkeld door Daniel Turov,
blijkens een artikel in het Amerikaanse zakenweekblad BARRON’S en ik noem
‘m dan ook de TUROV en die luidt voor de call:
|
TUROV = { exercise price / ( aandeel – call ) } * 100 –100 |
of |
uitgebreider: |
|
TUROV PER JAAR { exercise price / (aandeel – call) } ^ (1/ looptijd in
jaren) * 100 –100. |
Denk niet in de geest
van: Als
ik nou een beetje geluk heb en
het
aandeel gaat
stijgen, dan maak ik een leuke winst, maar …..
Koop
pas een call
als je er van overtuigd bent dat de call
kan
verdubbelen
binnen de looptijd van de call.
Dus
geef het aandeel
de tijd om zijn werk te doen.
|
|
|
|
|
|
|
Hcc Beleggen interessegroep
Noordbeleggen
|
groep Noordbeleggen
is
gestart in maart 2006 rond het beleggingsprogramma Vestics.
Inmiddelszijn wij verder gegaan in de boeiende wereld van het beleggen.
Zo doen we onze beleggingen op individuele basis en komen zo'n vijf keer per
jaar bijeen. Het zijn 'interactieve' bijeenkomsten waarin nieuwtjes en
ervaringen onder het genot van een kopje koffie worden uitgewisseld.
Naast het bespreken van het vaste onderwerp: de 'echte' portefeuille, komen ook
onderwerpen als: ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren,
werking van opties/turbo's enz aan bod.
Met als rode
draad:
|
- Selecteren van Aandelen.
- Selecteren van Opties.
|
- Werking en selectie van Turbo's
- Selecteren van Beleggingsfondsen
|
Benieuwd? Kom kom gerust een keer kijken of het iets voor je is. Mail voor meer
info naar Ben
Rietveld
|
|
|
|
|
|
|
Professor
Siegel is enthousiast over dividendaandelen |
Bron: Hendrik Oude Nijhuis
|
Jeremy James Siegel,
14 nov 1945, is
de Russell E. Palmer hoogleraar Finance aan de Wharton School van de University
of Pennsylvania.
De Siegel's
paradox is naar hem vernoemd.
|
Jeremy Siegel (1945), de bekende economieprofessor aan business school Wharton,
stelde onlangs in dit acht minuten durende videofragment erg enthousiast over
dividendaandelen te zijn. Volgens Siegel is een grote toeloop naar deze
aandelencategorie nog maar net op gang gekomen: "Ik denk dat we aan het begin
staan van een stormloop richting dividendaandelen", aldus professor
Siegel.
Siegel: "Zelfs al wordt de rente in de
Verenigde Staten dit jaar verhoogd dan nog zullen meer en meer beleggers zich
realiseren dat ze wat inkomen betreft niet op obligaties of een spaarrekening
hoeven te rekenen om vervolgens tot de conclusie te komen dat aandelen een
beter alternatief zijn."
Nu het dividendrendement dikwijls 3% tot 4% bedraagt terwijl de obligatierente
veelal minder dan 2% is stelt Siegel dat we misschien een herhaling krijgen van
de jaren '50 en '60 toen aandelen werden gekocht vanwege het dividendinkomen
wat toen voor veel extra vraag naar aandelen zorgde.
Verschillende scenario's
Vanuit het perspectief van inkomsten bezien valt er voor dividendaandelen
momenteel veel te zeggen. Want blijft de rente voorlopig laag dan blijven
dividendaandelen een heel aantrekkelijk alternatief.
En stijgt de rente vanwege een aantrekkende economie dan zullen de
bedrijfswinsten waarschijnlijkheid ook stijgen. En trekt de inflatie enigszins
aan dan zijn aandelen vermoedelijk al eveneens een goed alternatief omdat
bedrijven hogere kosten aan hun eigen klanten zullen proberen door te
berekenen.

Hendrik Oude Nijhuis
Auteur, oud bestuurslid HCC Beleggen en BSC Duitenberger.
Oprichter Warrenbuffet.nl |
Hendrik Oude Nijhuis heeft Management,
Economics & Law aan de Universiteit Twente gestudeerd en
heeft zich jarenlang verdiept in de
strategieën van ‘s werelds beste beleggers. Zijn bestseller over
Warren Buffett is via de website http://www.warrenbuffett.nl/ gratis beschikbaar. Deze
column is
niet bedoeld als individueel advies tot het doen van
beleggingen. |
Een ongunstig scenario
Met bovenstaande scenario's in het achterhoofd verbaast het niet dat professor
Siegel vooral het scenario vreest waarbij de inflatie wel stevig stijgt maar er
van economisch herstel geen sprake is: "Het grootste risico is dat de inflatie
stijgt zonder dat sprake is van toenemende vraag." Op dit moment stijgt de
inflatie weliswaar "maar dat komt omdat de wereldeconomie herstelt". Siegel
vreest voor een scenario waarbij de inflatie sterk oploopt en waarbij de rente
in reactie daarop fors verhoogd wordt. Maar zo'n scenario voorziet hij
niet.
Groter plaatje
Vanuit macroperspectief had Siegel eigenlijk liever gezien dat bedrijven niet
zoveel winst als dividend zouden uitkeren. Hij merkt op dat veel bedrijven
echter geen aanleiding zien tot investeren vanwege een zwakke vraag en lage
productiviteitsgroei. Vandaar de keuze voor dividenduitkeringen en inkoop van
eigen aandelen. Maar zo gaat het geld tenminste nog gewoon terug naar de
aandeelhouders. "Het had slechter gekund...", aldus Siegel.
|
|
|
|
|
|
|
Indexhugging
schaadt belang belegger |
Bron: AFM
|

De praktijk van indexhugging (ook wel bekend onder de term ‘closet
indexing’) bestaat wanneer een beleggingsfonds wordt gepresenteerd als
een actief beheerd fonds terwijl het fonds in werkelijkheid de benchmark (te)
nauwgezet volgt en daarbij de kosten van een daadwerkelijk actief beheerd fonds
in rekening brengt.
Het blijkt dat indexhugging op langere termijn geen toegevoegde waarde biedt om
de hogere kosten te verantwoorden.
De Autoriteit Financiële Markten (AFM)
heeft in 2015 onderzocht hoeveel in Nederland gevestigde
beleggingsfondsen kwalificeren als indexhuggers. Wanneer een fonds te dicht bij
de benchmark blijft, dan is de potentie om op lange termijn toegevoegde waarde
te bieden te klein om de hogere kosten te verantwoorden. De AFM vindt daarom
dat fondsen die kwalificeren als indexhugger het klantbelang onvoldoende
centraal stellen.
Van de in Nederland gevestigde aandelenfondsen is 8% aan te merken als
potentiële indexhugger. Daarnaast zijn er ook veel buitenlandse aanbieders
op de Nederlandse markt actief. Indexhugging (ook wel bekend onder als
‘closet indexing’) bestaat wanneer een beleggingsfonds wordt
gepresenteerd als een actief beheerd fonds terwijl het in werkelijkheid de
benchmark nauwgezet volgt en daarbij de kosten van een daadwerkelijk actief
beheerd fonds in rekening brengt.
De AFM vindt dat beleggingsfondsen die kwalificeren als indexhugger het
klantbelang onvoldoende centraal stellen. Het streven moet zijn dat de fondsen
die in Nederland worden aangeboden, niet kwalificeren als indexhuggers.
Toezicht AFM
Het rapport van de AFM is in lijn met de Public Statement van de European
Securities and Markets Authority (ESMA) van 2 februari 2016 waarin ESMA
nationale toezichthouders oproept om stappen te ondernemen tegen indexhugging.
Uit het onderzoek van de AFM blijkt dat 7 van de 85 onderzochte Nederlandse
fondsen als potentiële indexhuggers zijn aan te merken. Deze fondsen
hadden in 2014 bijna een half miljard euro retailvermogen onder beheer (2% van
het vermogen van de 85 fondsen).
De AFM wil dat indexhuggers de informatieverstrekking en kosten laten
aansluiten bij de mate van actief beheer dan wel actiever gaan beleggen.
De slotsom kan ook zijn dat het fonds geen bestaansrecht meer heeft.
De AFM heeft de beheerders van de betreffende fondsen hierop aangesproken.
Download Rapport (pdf 425KB): Rapport verkenning potentiële indexhuggers
|
|
|
|
|
|
|
Actief zijn binnen onze vereniging -
Redactieleden
gezocht -
|
Bron: Redactie
HCC
Beleggen |
De HCC Beleggen
organiseert een aantal
activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de
beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen
en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen. En dat
Kan.
Voor de organisatie van onze symposia
zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de
totstandkoming hiervan.
Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is
ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante
contacten.
--
Redactieleden gezocht --
Voor de nieuwsbrief en de website zijn wij dringend op zoek naar mensen die de nieuwsbrief en
website
willen beheren en/of het aandurven een column, een artikel
of recensie te schrijven.
Zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook
meedoen
aan
één van de Regio- of Belangstellingsgroepen.
Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met
anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of
gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort
tot de mogelijkheden.
Bestuursleden worden
telkens voor een
vaste periode benoemd met een maximum van 2 periodes en om die reden zijn wij
altijd op zoek naar mensen die bereid zijn de kar te trekken.
Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf
geschreven is, neem dan per email contact op met het HCC Beleggen bestuur of met
de
redactie
|
|
|
|
|
|
|
|
Disclaimer: Deze
publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van
de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde
scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen
weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen,
kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in
deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden
beschouwd als beleggingsadvies. De
schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de
Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele
verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit
het verleden geven geen garantie voor de toekomst. |
|
|
|
|
|
|