Levensloopregeling; feiten en mogelijkheden

Deel dit artikel

,

geen foto beschikbaar
Per 1 januari 2006 geldt de levensloopregeling.
 De levensloopregeling geeft iedere werknemer (de regeling geldt niet voor zelfstandigen) het recht om met fiscaal voordeel te sparen voor verlof. Denkt u bijvoorbeeld aan ouderschaps- en adoptieverlof of onbetaald verlof voorafgaand aan uw pensioen. Als u daarmee binnen de grenzen van de pensioenregeling blijft is het levenslooptegoed ook om te zetten in pensioen. Meedoen aan de levensloopregeling is een recht; uw werkgever moet er dus aan meewerken als u gebruik wilt maken van de levensloopregeling. U moet wel sparen bij een erkende instelling zoals een bank of verzekeringsinstelling, het dochterbedrijf van uw pensioenfonds of een CAO-fonds. U mag dus in het kader van de levensloopregeling niet zelf sparen op uw eigen spaar- of internetrekening. Overigens mag u gelukkig wel zelf de bank of verzekeraar kiezen die u zelf wilt. Als uw werkgever pech heeft, heeft die straks dus te maken met diverse banken en instellingen met elk hun eigen contracten en contactpersonen.

U mag per jaar maximaal 12% van uw bruto jaarsalaris sparen. Het gaat dus om 12% van uw salaris plus vakantietoeslag plus eventuele dertiende maand.Als u geboren bent tussen 31 december 1949 en 1 januari 1955 dan valt u in de overgangsregeling en mag u per jaar meer sparen dan 12% van uw salaris. Bent u op 1 januari 2005 ouder dan 55 jaar dan mag u ook maar 12% van uw salaris sparen omdat voor u de fiscaal gunstige behandeling van een eventuele Vut- en prepensioenregeling is blijven gelden.

Een andere grens, die voor iedereen geldt (dus ook voor werknemers die in de overgangsregeling vallen) is dat u in totaal maximaal 210% van uw laatst verdiende salaris mag sparen. Als u 210% heeft gespaard, mag u dus geen geld meer over laten maken naar de levenslooprekening. Het is echter geen probleem dat het spaarsaldo daarna door rente of rendement op beleggingen boven die 210% uitkomt. Het is ook geen probleem als u boven het maximum van die 210% van uw laatste salaris komt, doordat u in deeltijd gaat werken of werkloos wordt. Maar u mag boven die 210% dus geen geld meer inleggen. Het gaat bij de hiervoor genoemde grenzen om grenzen die gelden per werknemer en dus niet per baan. Als u meerdere banen heeft, mag u dus ook “maar” 12% van uw salaris per jaar sparen en in totaal dus ook “maar” 210% van uw laatste jaarsalaris. Heeft u het maximum gespaard en neemt u dan (verlof en) geld op van de levenslooprekening, dan mag u na afloop van het verlof wel weer verder sparen tot aan het maximum van 210% van uw laatste salaris. Uiteraard mag u ook dan “maar” maximaal 12% van uw salaris per jaar sparen.

Als u erin slaagt 12% van uw salaris per jaar te sparen, kunt u het maximum van 210% bereiken, na 17,5 jaren sparen. Kunt u dit maximum sparen dan heeft u bijvoorbeeld de mogelijkheid om maximaal 3 jaar lang tegen 70% van uw laatste salaris verlof op te nemen. Gaat u met verlof dan betaalt de bank maandelijks het door u gevraagde bedrag aan uw werkgever uit. De werkgever houdt de loonbelasting in en de premies voor de volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet. Het resterende bedrag maakt de werkgever aan u over. Op deze manier heeft u tijdens uw verlof toch inkomsten. De betaling uit uw levenslooptegoed mag niet hoger zijn dan uw gebruikelijke inkomen op dat moment.

Het feit dat u geld heeft gespaard om met verlof te kunnen gaan wil overigens nog niet zeggen dat u dan ook het recht heeft om verlof op te nemen. Of u daadwerkelijk verlof kan opnemen is namelijk een kwestie tussen u en uw werkgever en hangt af van de wettelijke mogelijkheden en afspraken die u daarover samen kunt maken. Zo geeft bijvoorbeeld de Wet arbeid en zorg in diverse situaties het recht op verlof, bijvoorbeeld bij calamiteiten.

Een laatste belangrijke voorwaarde is dat u niet tegelijkertijd gebruik mag maken van de spaarloonregeling. U moet dus kiezen tussen de levensloopregeling en de spaarloonregeling. U kunt ieder jaar opnieuw kiezen. Dus als u voor 2006 kiest voor de levensloopregeling, mag u in 2007 best weer kiezen voor de spaarloonregeling.

Fiscaal voordeel
De levensloopregeling heeft verschillende fiscale voordelen. Op het bedrag dat u spaart moet uw werkgever wel direct de verschuldigde premies voor de werknemersverzekeringen inhouden. Uw werkgever houdt echter nog geen loonbelasting in en ook nog geen premies voor de volksverzekeringen en ook nog niet de (per 1 januari 2006 geldende) inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet. Dit is uw eerste voordeel; het bedrag dat anders zou worden ingehouden aan loonbelasting, premies volksverzekeringen en bijdrage zorgverzekeringswet gaan nu direct voor u aan het werk. U ontvangt hierover rente of dit geld wordt belegd. Pas als u te zijner tijd geld opneemt van de levenslooprekening wordt alsnog de loonbelasting, de premies volksverzekering en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet ingehouden. Dit is de zogenoemde “omkeerregel”. Ook het behaalde rendement wordt dus uiteindelijk in box 1 belast.

Hoe langer u het geld op de levenslooprekening laat staan, des te groter kan dus uw voordeel zijn vanwege het feit dat u de betaling van uw loonbelasting en premies heeft uitgesteld. Overigens is de spaarloonregeling in dit opzicht nog veel gunstiger. Over het spaarloonbedrag dat u laat inhouden wordt namelijk ook geen belasting ingehouden maar worden ook geen sociale premies ingehouden. Bovendien worden bij de spaarloonregeling als het gespaarde bedrag vrijkomt, niet alsnog loonbelasting of sociale premies ingehouden.

Het tweede fiscale voordeel van de levensloopregeling is dat het spaartegoed van de levensloopregeling niet in box 3 valt. U hoeft over het saldo op uw levenslooprekening dus geen 1,2% vermogensrendementsheffing te betalen. De levensloopregeling is dus fiscaal gezien interessant als u het geld anders op een gewone spaar of beleggingsrekening zou zetten en uw vermogen in box 3 hoger is dan de vrijstelling van 19.252 euro (vrijstelling in box 3, per persoon in 2004). Dit tweede voordeel geldt overigens ook al voor de spaarloonregeling. Spaarloontegoeden tot een bedrag van € 17.025 worden namelijk niet belast met de vermogensrendementsheffing van box 3.

Het derde fiscale voordeel van de levensloopregeling is dat u voor elk jaar dat u spaart via de levensloopregeling, u een belastingkorting krijgt van 183 euro. Dit bedrag zal jaarlijks worden ge?ndexeerd. Deze heffingskorting wordt toegepast op het moment dat u geld opneemt van de levenslooprekening. Dit derde voordeel kan tot vreemde uitkomsten leiden; stel u spaart negen jaar 1 euro en in het 10e jaar een bedrag van 1.821 euro. U maakt dan maximaal gebruik van de heffingskorting.

Spaarloon of levensloopregeling?
Het is moeilijk om te zeggen of het verstandiger is om te kiezen voor de levensloopregeling of de spaarloonregeling. Zoals zojuist werd aangegeven heeft de spaarloonregeling ook twee van de drie fiscale voordelen die de levensloopregeling heeft. Bij de spaarloonregeling krijgt u echter niet voor ieder jaar dat u spaart een heffingskorting van 183 euro. Daar staat echter weer tegenover dat over het spaarloon dat u inlegt geen sociale premies worden ingehouden maar bij de levensloopregeling wel.

De bedoeling van de regering is dat uw geld bij de levensloopregeling alleen vrijkomt bij het opnemen van verlof. In dit opzicht lijkt een voordeel van de spaarloonregeling dat u na vier jaar weer de beschikking heeft over uw inleg of u nu verlof opneemt of niet. Bij de levensloopregeling komt uw geld in principe alleen vrij bij het opnemen van verlof. Een ander voordeel van de spaarloonregeling ten opzichte van de levensloopregeling lijkt dus dat u het tussentijds ook voor bepaalde bestedingsdoelen mag gebruiken zoals de aankoop van een huis. Echter…. het blijkt niet verboden om het gespaarde bedrag van de levensloopregeling toch tussentijds op te nemen. Of u die mogelijkheid ook daadwerkelijk heeft, hangt af van het contract met de bank of verzekeraar waar u spaart voor de levensloopregeling. Bij tussentijdse opname (zonder dat u verlof geniet), heeft u echter geen recht op de heffingskorting van 183 euro voor elk jaar dat u heeft gespaard.

Alles afwegende lijkt mij het grootste voordeel van de levensloopregeling dat u veel meer kunt sparen dan bij de spaarloonregeling. Met de spaarloonregeling mag u immers slechts 613 euro per jaar sparen. Zeker als u wilt sparen om eerder met pensioen te kunnen gaan en u bent in staat om meer opzij te leggen dan 613 euro per jaar, is de levensloopregeling gunstig.

Maar er is nog een situatie waarin de levensloopregeling erg interessant kan zijn ook als u het geld eigenlijk niet kan missen. Dat is het geval als u zelf al een spaarpotje heeft waarin u nu al spaart om eerder te stoppen met werken. Zeker wanneer u boven de vrijstelling in box 3 zit, is de volgende constructie interessant. U doet mee aan de levensloopregeling en haalt het bedrag dat u daardoor netto per maand minder aan salaris krijgt, uit uw spaarpotje. Door de omkeerregel is over uw inleg in de levenslooprekening in eerste instantie nog geen belasting, premies voor de volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet verschuldigd. U kunt daardoor minimaal 40% (33,5% inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over de 1e belastingschijf plus 6,5% bijdrage voor de zorgverzekeringswet) meer inleggen in de levensloopregeling dan dat u uit uw spaarpotje hoeft te halen om hetzelfde netto inkomen te houden. Dit verschil wordt nog groter als u in belastingschijf 3 of 4 valt.

Een voorbeeld; uw inkomen valt volledig in de 1e belastingschijf (uw belastbare inkomen is dus maximaal 16.265 euro). U doet mee met de levensloopregeling voor 140 euro per maand. Doordat er over deze inleg nog geen loonbelasting en premies volksverzekeringen verschuldigd zijn, hoeft u maar 100 euro uit uw spaarpotje te halen. Er gaat echter wel 140 euro rendement opleveren op uw levenslooprekening. Een bijkomend voordeel is dat uw spaarpotje dat in box 3 valt, kleiner wordt ten gunste van het saldo op uw levenslooprekening dat buiten box 3 blijft. Zoals gezegd moet u te zijner tijd als u geld opneemt uit uw levenslooptegoed, alsnog belasting, premies volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet afdragen in box1. Tot die tijd heeft u over deze uitgestelde betalingen echter wel het rendement gehad.

U kunt op deze manier ook meer inleggen dan dat u nu bijvoorbeeld zelf spaart op een spaarrekening of spaart in een spaarplan bij een financiële instelling. Het kan daarom lonend zijn uw spaarplan premievrij (kijk in de polis of dit kan) te maken ook al verliest u daardoor de eventuele fiscale vrijstelling voor deze spaarregeling. Premievrij maken wil zeggen dat u stopt met inleggen. En voor het bedrag dat u hiermee bespaart kunt u vervolgens meedoen aan de levensloopregeling. U spaart daardoor iedere maand 40% meer en betaalt pas bij opname van het geld uit uw levenslooptegoed belasting en premies over uw inleg en over het rendement. Ook het behaalde rendement wordt dus uiteindelijk in box 1 belast. Daar staat het langdurig uitstel van de inkomstenbelasting tegenover. Zo is 52% inkomstenbelasting tegen 4% rente na 25 jaar nog maar 20%.

Kunt u niet meer missen dan 613 euro per jaar en heeft u ook geen spaarpotje of premie vrij te maken spaarplan dan is de spaarloonregeling gunstiger omdat over de inleg van het spaarloon helemaal geen premies zijn verschuldigd.

Welke aanbieder?
Kiest u voor de levensloopregeling dan is de volgende vraag met welke aanbieder u in zee moet gaan. Onder voorbehoud van een rentewijziging bieden de banken op dit moment bijvoorbeeld de volgende rentevergoedingen aan. De ING Bank biedt een rente per 1 januari 2006 van 3,5% plus een gegarandeerde bonusrente over 2006 van 0,5%. De Postbank en Rabobank bieden hetzelfde. Loyalis bood eerder voor 2006 een netto rendement van 3%. In november verhoogde Loyalis dit naar 4,25% netto. De ASN bank bied gegarandeerd voor 2006 een rente van minimaal 4%. Bij de SNS Bank betaalt men een rente van minimaal 4%. Wanneer uw werkgever een collectief contract heeft gesloten dan kan het rentepercentage bij de SNS oplopen tot 4,3%. De rente hangt bij de SNS Bank af van het aantal werknemers: bij een collectief contract tot 50 werknemers is de rente 4,1% en bij een collectief contract van 50 of meer werknemers is de rente 4,3%. Al met al aardige rentepercentages maar voor beleggers nog niet echt interessant. Gelukkig bestaat er bij sommige aanbieders ook de mogelijkheid om te beleggen. Zo biedt Loyalis een variant aan waarbij u kunt kiezen voor een mix van aandelen, vastgoed, obligaties en deposito’s. Bij een looptijd van 20 jaar verwacht Loyalis een rendement van 6,5%. Al naar gelang de einddatum in zicht komt wordt steeds iets minder risicovol belegd. Voor de wat voorzichtiger belegger is dit een mooi product. Voor de belegger die op zoek is naar een hoger rendement en bereid is meer risico te lopen, heeft de SNS Bank een paar mooie producten. Zo kunt u bij de SNS Bank kiezen uit vier voorbeeldportefeuilles al naar gelang het type belegger dat u bent; van defensief tot zeer offensief. Via een test op de site van SNS Bank kunt u nagaan welke portefeuille het best bij u past. U kunt er bij de SNS Bank echter ook voor kiezen om zelf uw fondsen te kiezen. U heeft daarbij de keuze uit 24 beleggingsfondsen van de SNS Bank en de ASN Bank. In 2006 betaalt u geen aankoopkosten, vanaf 2007 zullen deze kosten 0,3% bedragen. Voor het switchen tussen de verschillende fondsen en bij verkoop betaalt u 0,3%. Als u de rendementen van bijvoorbeeld het SNS Nederlands Aandelenfonds, het SNS Euro Vastgoedfonds of het SNS Azië Aandelenfonds over 2005 ziet, zult u die kosten echter geen probleem vinden.

Ook bij de ASN Bank kunt u beleggen. U kunt er hier voor kiezen om uw gehele inleg te beleggen of slechts een deel en met het andere deel van uw inleg gewoon te sparen. U kunt bij de ASN Bank beleggen in de eigen ASN fondsen, met uitzondering van het ASN Groenprojectenfonds en het Novib Fonds. De keuze tussen beleggingsfondsen is bij de ASN Bank beperkter dan bij de SNS Bank. Daar staat tegenover dat de ASN Bank geen opnamekosten in rekening brengt en ook het switchen tussen het spaarsaldo en het beleggingstegoed of tussen de beleggingsfondsen is gratis.

Snel kiezen?
Uit mijn enthousiasme zult u begrijpen dat als u kiest voor de levensloopregeling, mijn persoonlijke voorkeur uitgaat naar de SNS Bank of de ASN Bank omdat die ruime mogelijkheid bieden om te beleggen. Ik hoop dat het voorgaande u helpt bij het maken van een keuze. Overigens is het niet meer noodzakelijk om al voor 1 januari 2006 uw keuze te maken. De Tweede Kamer heeft namelijk een overgangsregeling aangenomen. Hierdoor kunt u nog tot 1 juli 2006 kiezen om deel te nemen aan de levensloopregeling. De overgangsregeling geldt voor loon dat voor 1 juli 2006 wordt gespaard via de spaarloonregeling. Een voorwaarde is hierbij wel dat de stortingen in de spaarloonregeling die voor 1 juli 2006 plaatsvonden ongedaan worden gemaakt. U heeft dus nog alle tijd om informatie op te vragen en daarna een keuze te maken.

Kleine lettertjes
Let u bij het maken van uw keuze ook goed op de kleine lettertjes, zeker als u er voor kiest om gebruik te maken van een (collectief) aanbod van uw werkgever. Omdat werkgevers niet zitten te wachten om zaken te moeten doen met meerdere banken en verzekeraars en deze laatste graag klanten binnenhalen (de spaargelden zullen immers vaak lang uitstaan) zie je dat banken en verzekeraars collectieve contracten aanbieden met een hogere rentevergoeding. Juist bij zo’n contract, maar ook als u zelf een aanbieder kiest, moet u goed op de voorwaarden letten. Mag u bijvoorbeeld uw tegoed overhevelen als u straks wilt overstappen naar een gunstiger aanbieder? Wat is de mogelijkheid om het tegoed eventueel tussentijds op te nemen? Wat zijn de kosten bij het switchen tussen aandelenfondsen? Let u op dit soort zaken want dat kan op termijn wel eens belangrijker blijken te zijn dan een hoge rente in het begin.

Overige informatie
Uitvoerige informatie over de levensloopregeling vindt u ook op de sites van de belastingdienst, het Ministerie van Sociale zaken en de sites van de verschillende aanbieders.

Frans Boonstra
Secretaris HCC Gebruikersgroep Beleggen

(deze tekst of delen daarvan mogen worden gebruikt door anderen, mits de bron en de vindplaats worden vermeld)

'Meld je aan voor de nieuwsbrief' van HCC!beleggen

'Abonneer je nu op de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze activiteiten!'

Aanmelden