De Nederlandse economie blijkt sterker te draaien dan aanvankelijk werd aangenomen. Volgens de tweede berekening van het Centraal Bureau voor de Statistiek groeide de economie in het derde kwartaal met 1,8 procent ten opzichte van een jaar eerder. Dat is hoger dan de 1,6 procent die eind oktober werd gemeld in de eerste, snelle raming. De bijstelling laat zien dat de economische dynamiek in Nederland robuuster is dan eerder werd gedacht.
Het CBS baseert deze tweede berekening op een breder en completer databestand. In de weken na de eerste raming zijn meer cijfers beschikbaar gekomen over onder andere handel, consumptie en inkomens. Die extra informatie schetst een positiever beeld van de economische ontwikkeling in de zomermaanden.
Export belangrijke motor onder de groei
De belangrijkste reden voor de opwaartse bijstelling is de export. Nederlandse bedrijven hebben in het derde kwartaal meer uitgevoerd dan aanvankelijk werd geraamd. Dat onderstreept de sterke internationale positie van de Nederlandse economie, ondanks geopolitieke spanningen, handelsonzekerheid en een afkoelende wereldeconomie. Naast de export droegen ook de binnenlandse bestedingen bij aan de groei. Huishoudens gaven meer uit en ook de overheidsconsumptie nam toe. Samen zorgden deze factoren voor een bredere economische basis dan alleen buitenlandse handel. Het bruto binnenlands product, de belangrijkste maatstaf voor economische omvang, werd daardoor sterker omhooggeduwd dan eerder voorzien.
Arbeidsmarkt blijft verrassend sterk
Ook op de arbeidsmarkt waren de ontwikkelingen gunstiger dan eerst gedacht. In het derde kwartaal telde Nederland 41.000 banen meer dan een jaar eerder. Dat is een duidelijke verbetering ten opzichte van de eerder gemelde toename van 33.000 banen. De werkgelegenheid blijft daarmee groeien, zij het in een gematigder tempo dan in de periode direct na de coronapandemie. De banengroei wijst erop dat bedrijven ondanks onzekerheden vertrouwen blijven houden in de economische vooruitzichten. Vooral in sectoren als zorg, overheid en zakelijke dienstverlening blijft de vraag naar personeel groot.
Inkomens stijgen, koopkracht herstelt
Een andere positieve ontwikkeling is de stijging van inkomens. Zowel werknemers als zelfstandigen zagen hun inkomsten toenemen in de afgelopen twaalf maanden. De totale beloning van werknemers lag in het derde kwartaal 6,6 procent hoger dan een jaar eerder. Dat is een stevige groei en weerspiegelt zowel loonstijgingen als een toename van het aantal gewerkte uren. Belangrijk voor huishoudens is dat ook het reëel beschikbare inkomen is gestegen. Dat betekent dat de inkomensgroei sterker was dan de prijsstijgingen. Na correctie voor inflatie lag het reëel beschikbare inkomen in het derde kwartaal 3,5 procent hoger dan een jaar eerder. Voor veel huishoudens betekent dit een voorzichtig herstel van de koopkracht, na jaren waarin inflatie zwaar drukte op de bestedingsruimte.
Wat betekent dit voor beleggers?
Voor beleggers is dit economische beeld overwegend positief. Een bredere economische groei ondersteunt bedrijfswinsten en vermindert de kans op een diepe recessie. Tegelijk blijft het belangrijk om oog te houden voor risico’s, zoals internationale spanningen, renteontwikkelingen en mogelijke vertragingen in 2026. De cijfers laten zien dat de Nederlandse economie veerkrachtig is, met zowel export als binnenlandse bestedingen als steunpilaren. Dat biedt een relatief stabiele basis voor beleggingen, al blijven spreiding en voorzichtigheid ook in dit klimaat essentieel.
Samenvattend: de Nederlandse economie doet het beter dan eerder gedacht, met groei, banen en inkomens die elkaar versterken. Dat is geen garantie voor probleemloze jaren, maar wel een stevig uitgangspunt richting 2026.