...

Nieuwsbrief20160701

.. Juli 2016 Hefboomproducten - deel3    Turbo's Paniek op de beurs? Volg deze stappen. Actief zijn binnen onze vereniging - Redactieleden gezocht Nieuwe PD regel zegt : “als belegger wegblijven bij banken” Monetaire en financiële statistieken Nederland DNB-conjunctuurindicator Waarom uw geld op een spaarrekening laten staan tegen 0,5%?  .. Hefboomproducten - deel3    Turbo's Bron:  Jan Kolkman Turbo's Bij een turbo long koop je eigenlijk gewoon een aandeel, je betaalt echter maar een klein stukje, terwijl je de rest leent van de uitgevende bank. Daarbij is niet erg zichtbaar dat je de bank rente betaalt, maar dat doe je wel doordat de bank telkens het financieringsniveau een fractie verhoogt. In geval van short verlaagt de bank het telkens een fractie. Berekening theoretische waarde turbo long Waarde = (koers onderliggende aandeel MINUS financieringsniveau) Voorbeeld Philips turbo long €21.20 Fin.niveau €19.67   Koers aandeel U betaald Hefboom €24.28 24.28 – 19.67 = €4.61 24.28 / 4.61 = 5.27               Maar staat het aandeel in dollars genoteerd dan wordt de formule : Waarde = (koers onderliggende aandeel MINUS financieringsniveau) / ( ratio MAAL euro in dollars ) Voorbeeld Apple  turbo long 127.60 Fin.niveau 85.82  Koers aandeel U betaald Hefboom $111.32 ( 111.32– 85.82 ) /  ( 1.1383 * 10 ) » 25.50 / 11.383 = €2.24 (111.32 / 1.1383)/(2.24*10) = 4.36 Vaak is de ratio 1, maar om de verhandelbaarheid te vergroten wordt die wel eens op 10 gesteld. In dat geval heb je dus 10 turbo’s nodig voor één aandeel. Wanneer het aandeel in euro’s noteert is de valutakoers 1, maar in andere gevallen wordt de valutakoers bij voorbeeld euro in US Dollar gehanteerd. Berekening theoretische waarde turbo short Waarde = (financieringsniveau MINUS koers onderliggende aandeel) Voorbeeld Philips turbo short €27.20 Fin.niveau €29.41  Koers aandeel U betaald Hefboom €24.28 29.41 – 24.28 = €5.13 24.28 / 5.13 = 4.73 En staat het aandeel in dollars genoteerd dan wordt de formule : Waarde = (financieringsniveau MINUS koers onderliggende aandeel) / ( ratio MAAL euro in dollar) Voorbeeld Apple  turbo short 127.60 Fin.niveau 141.68  Koers aandeel U betaald Hefboom $111.32 ( 141.68–111.32 ) / ( 1.1383*10 ) » 30.36/11.383= €2.67 (111.32/1.1383) / (2.67*10) = 3.66 Bij het kiezen van een turbo kom je al gauw in de verleiding een hoge hefboom te kiezen, want dat vergroot je winstkansen. Maar wees er wel op bedacht dat het niet alleen je winstkansen vergroot, maar ook je verlieskansen. Namelijk in verband met het grote risico op ‘uitstoppen’, dat wil zeggen het raken of passeren van het stoploss-niveau, waardoor je turbo-positie met verlies wordt afgesloten en – als er een herstel optreedt – je daar niet meer in deelneemt, want je bent uitgestopt. Om toch te profiteren van een herstel zul je opnieuw een positie moeten innemen. Verder is het goed om er op te letten dat er diverse soorten turbo’s long en short bestaan. Bij de één is het financieringsniveau en het stoploss-niveau gelijk. Dan krijg je dus in geval je turbo het stoploos-niveau raakt niets terugbetaald, terwijl je bij andere turbo’s nog een restwaarde krijgt terugbetaald. Weerstand tegen turbo’s Jan Kolkman,  oprichter van Stockpicker-signaal heeft tientallen jaren ervaring opgedaan met de belegging in aandelen bij een grote beleggingsmaatschappij en hij heeft zich daarna, via cursussen, symposia en heel veel lezen, gespecialiseerd in technische analyse. Hij hanteert diverse algemeen gebruikte indicatoren en daarnaast ook signalen uit eigen koker. Er zijn beleggers die wel eens wat hebben geprobeerd met het beleggen in turbo’s, gelokt door de aanmerkelijk hogere winsten die je er mee kunt maken dan met de onderliggende aandelen. Dat geldt trouwens ook voor call opties en put opties. Maar zeggen ze achteraf: ‘Het resultaat viel me toch tegen. Daarom houd ik het toch maar gewoon op aandelen.’ Het is jammer dat nu de turbo de schuld krijgt van die tegenvallende belegging, want in feite was het toch het aandeel dat een andere kant op ging dan gedacht, waardoor de turbo versneld mee ging. We moeten ons als beleggers goed realiseren dat een turbo geen zelfstandig bestaan leidt, maar dat de koersvorming van de turbo slechts een afgeleide is van de koers van het aandeel en daarbij ook nog in versterkte mate. Wanneer je in de toekomst toch nog eens naar een turbo wilt kijken, kies er dan één waar je niet zo gauw wordt uitgestopt. Dat wil zeggen kies een stoploss niveau dat niet heel dichtbij de koers van het aandeel van dit moment ligt. Ga niet voor een hefboom van 20 of 30, want een hefboom van 5 of 7 is ook interessant !! Het gaat er om dat je de richting van de onderliggende waarde goed inschat. Want dan zou je het met een aandeel ook goed hebben gedaan, terwijl je met een turbo een versnelling had ingebouwd. Bedenk wel dat je, toen je net je rijbewijs had je ook niet hebt ingeschreven voor de Rallye van Monte Carlo of de Tulpenrallye. Ga daarom eerst eens droogzwemmen. Niet gelijk in het diepe. Dus wanneer je een aandeel ziet met een mooie upside potential, zoek daarbij dan eens twee turbo’s long. Eén met een stoploss die 5 procent onder de koers van het aandeel van dat moment ligt en één waarvan de stoploss 30 procent onder de koers ligt. Schrijf dan eens dagelijks de koers van het aandeel op en daarnaast de prijs van de beide turbo’s long. Zodra dan blijkt dat je de koersrichting van het aandeel goed hebt ingeschat, de beide turbo’s een grotere stijging laten zien dan het aandeel. Terwijl je met turbo met de hoge hefboom veel meer risico hebt gelopen uitgestopt te worden. En als je meer achtergrond-informatie wilt lezen over turbo’s, ga dan eens googelen op turbo binck, turbo bnp en turbo commerzbank. Daar zie je een heel scala aan mogelijkheden. Sommige sites hebben ook een heel heldere video ter verduidelijking, gewoon in het Nederlands !! Klik eens een paar van die sites aan en je ziet een schat aan informatie staan, waarbij je denkt : Ooh, zit dat zo ? !! ^  Inhoud Actief zijn binnen onze vereniging  - Redactieleden gezocht - Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen. En dat Kan. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. -- Redactieleden gezocht -- Voor de nieuwsbrief en de website zijn wij dringend op zoek naar mensen die de nieuwsbrief en/of website redactioneel willen beheren en/of het aandurven een column, een  artikel of  recensie te schrijven. -- Webmaster gezocht -- Voor de website zijn wij dringend op zoek naar een of meerdere die de website willen beheren . Zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing,  met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Bestuursleden worden telkens voor een vaste periode benoemd met een maximum van 2 periodes en om die reden zijn wij altijd op zoek naar mensen die bereid zijn de kar te trekken. Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan per email contact op met het HCC Beleggen bestuur  of met de redactie  ^  Inhoud Hcc Beleggen interessegroep CoSA CoSA, Computerondersteunde Selectie van Aandelen, gebaseerd op fundamentele analyse van bedrijven. Er wordt primair gekeken naar omzet, nettowinst, eigen vermogen, dividenden en winst per aandeel om de kwaliteit van een bedrijf te bepalen. Pas als het bedrijf kwalitatief aan minimum eisen voldoet wordt er naar de koersen gekeken. Indien u meer wilt weten over de activiteiten van CoSA, kunt u de voorlopige CoSA-webpagina (klik hier), raadplegen of contact opnemen met de voorzitter: Jan van der Meulen via CoSA-L@beleggersonline.nl U kunt zich met hetzelfde mailadres aanmelden voor het ontvangen van informatie, zoals de wekelijks verschijnende CoSA-nieuwsbrief en voor het verkrijgen van toegang tot de voor CoSA-leden beschikbare Europese CoSA/SSG-verzameling. ^  Inhoud Paniek op de beurs? Volg deze 5 stappen. Bron:  Robert van den Oever, 24 juni 2016, Morningstar De wereldwijde stevige correctie na de keuze van de Britten om de Europese Unie te verlaten is niet de eerste klap die de financiële markten in een jaar tijd moeten incasseren. Voor beleggers die zich afvragen wat te doen in tijden van beurspaniek, geeft Morningstar 5 stappen als handvat. Toen na het sluiten van de stembussen donderdagavond laat duidelijk werd dat het een Brexit zou worden, trapten de markten in Azië de vrijdagochtend af met bloedrode cijfers. De Europese markten volgden later op de ochtend met dalingen tussen de 5 en 10%. Ook de valutakoersen vielen ten prooi aan de paniek, met een fikse duikeling van het Britse pond voorop. Zulke volatiliteit kan kansen bieden vanuit het perspectief van waardering. Maar in tijden waarin de beurzen onderuit gaan, is Morningstar van mening dat het voor beleggers het belangrijkst is om het hoofd koel te houden. Reageren vanuit paniek is zelden een goede strategie. Dat zeiden we bij eerdere marktcorrecties ook. Maar wat moet ik dan wel doen, zal de bezorgde belegger zich afvragen? Denk daar eerst goed over na, met het oog op de lange termijn, voordat u actie onderneemt. Morningstar heeft 5 stappen geformuleerd om te volgen in tijden van paniek op de beurs. Naar aanleiding van de Brexit bieden we die nogmaals: 1. Controleer uw asset allocatie en cash reserves Als u afhankelijk bent van uw portefeuille voor uw dagelijkse geld, dan zult u willen zorgen voor voldoende liquide reserves om uw uitgaven voor de korte en middellange termijn te kunnen doen. Als u uw portefeuille moet herbalanceren om voldoende liquiditeit voorhanden te krijgen, wees daar dan voorzichtig mee en doe dat gedisciplineerd. Verkoop posities die buiten uw allocatiedoelen zijn komen te liggen en koop posities die nog onder die doelen liggen. Dat is beter dan blindelings aandelen verkopen die nu klappen hebben gekregen. 2. Denk na over uw meerjarenplan Als u niet gepensioneerd bent en geen liquide reserves nodig heeft, kan de beste reactie zijn om niets te doen, tenzij uw asset allocatie doelen te ver buiten bereik zijn komen te liggen. Want vergeet niet dat wanneer u de asset allocatie van uw portefeuille drastisch gaat wijzigen, u ook het meerjarenplan van uw beleggingen drastisch gaat wijzigen. Voordat u zoiets doet, denk dan eerst na over de strategie voor deze nieuwe portefeuille, en vraag je af of die je zal brengen wat je beoogt voor over 10, 20 of 30 jaar. Vergeet niet dat de meeste mensen - ook gepensioneerden – afhankelijk zijn van het lange termijn winstpotentieel van aandelen om te voldoen aan hun financiële doelstellingen. Ja, het is soms pijnlijk om aandelen aan te houden op de korte termijn als je ziet dat ze slecht presteren, maar dat is de prijs die je betaalt voor een strategie die op lange termijn een hoger rendement via een goed gespreide aandelenportefeuille kan bieden. Als aandelen deel uitmaken van je langetermijnstrategie, dan moet een marktcorrectie dat niet veranderen voor de korte termijn. En als u denkt dat u nu aandelen kunt verkopen om ze later goedkoper weer terug te kopen, denk dan nog maar eens goed na. Want hoe vaak leek het er na 2008 op dat de markt weer over de kop zou gaan? Een aandelenrally begint niet doordat er ergens een belletje gaat rinkelen. Wie in de tussentijd langs de zijlijn blijft staan, loopt het risico dat hij een groot deel van het herstelpotentieel aan zijn neus voorbij ziet gaan – en daarmee een belangijk element van een lange termijn aandelenstrategie. 3. Hou onderwaardering in de gaten Na een sell-off zoals op de vrijdag na het Brexit-besluit is de aandelenmarkt als geheel waarschijnlijk procenten ondergewaardeerd. Dat is gebaseerd op de gemiddelde geschatte fair value volgens de Morningstar methodiek in vergelijking met marktwaardering niveaus. Als de verkoopgolf aanhoudt, zal deze korting alleen maar toenemen. Denk na over eventuele tastbaar vermogen in je bezit: een huis of een kunstvoorwerp. Dat verkoop je alleen als een koper een eerlijek prijs biedt. Hetzelfde geldt voor uw aandelen. Als u dat vermogen niet nu in cash nodig heeft, waarom dan verkopen als ze tegen een lage prijs noteren? Verkoop alleen als het nodig is. Maar als er geen nodzaak toe is, ga dan niet papieren verliezen omzetten in reëele verliezen. Het kan ook helpen om prestaties op langere termijn in het achterhoofd te houden. Ja, de afgelopen dagen zijn pijnlijk, maar vergeet niet dat de S&P 500 ongeveer 15% rendement per jaar heeft gemaakt over de laatste vijf jaar. Als de waarde van een belegging stijgt tot beduidend boven de normale range van historische rendementen gedurende een langere periode, dan mag een moment van correctie niet als een verrassing komen. 4. Klaar voor koopjesjacht Als er na een verkoopgolf sprake is van onderwaardering in de markt ten opzichte van Morningstar’s fair value schatting, dan kunnen sommige individuele aandelen aantrekkelijke koopkansen worden. Ook sterke bedrijven met een groot concurrentievoordeel (wide moat in de terminologie van Morningstar) kunnen aantrekkeloijk geprijsd zijn geworden door de correctie. Dat kan kansen opleveren voor beleggers die tegen interessante prijzen willen instappen in bepaalde aandelen. Maar voordat u dat doet, hou dan wel het perspectief in de agten. Niet iedere correctie wordt automatisch gevolgd door herstel. Er kan nog een correctie volgen die de markten nog lager zet. Kijken we een paar jaar terug in de tijd, dan zagen we in 2011 een markt fair value van 0,8 en in 2008-2009 was dat 0,55. Dat wijst erop dat markten die zijn gevallen verder kunnen dalen - soms veel verder. De beste waarde beleggers zijn er vaak vroeg bij, en soms zien zijn hun koopjes eerst nog wat verder in waarde dalen alvorens het herstel inzet. Koopjesjagers moeten bedacht zijn op de mogelijkheid dat zoiets gebeurt en daarom moeten ze op zoek gaan naar de sterkste bedrijven die moeilijke tijden kunnen weerstaan en zelfs kunnen profiteren van zwakte onder hun concurrenten. Bedrijven die van Morningstar een wide moat rating hebben gekregen in combinatie met een lage onzekerheid zijn een goede categorie om te beginnen met zoeken naar kansen. Als deze bedrijven dan ook nog eens een Morningstar Rating van 4 of 5 sterren hebben, dan zijn ze helemaal de moeite waard om onder de loep te nemen 5. Nog steeds stress? Dan stoom afblazen Wanneer de bodem onder de markt uit valt, dan heb je soms gewoon behoefte aan een uitlaatklep. Als het dan helpt om een klein deel van uw aandelenportefuille te verkopen – en dan bedoel ik een procent of 5 – en om te zetten in contanten, zodat het voorkomt dat u alle aandelen van de hand doet en daarmee uw langetermijnplan om zeep helpt, dan doe dat om wat stoom af te blazen. Dat kan de druk wat verminderen. Maar stop op een gegeven moment met constant het nieuws te volgen, kom achter je computerscherm vandaan en haal eens diep adem. Denk aan uw langetermijnplan en aan welke beleggingen u daarmbij nodig heeft. Realiseer u hoe de financiële markten door eerdere, vergelijkbare situaties heen zijn gekomen – vaak was het toen nog veel erger. Bedenk dat de volatiliteit die voorkomt uit gestresste beleggingsbeslissingen juist zorgt voor het rendement dat aandelen wel kunnen bieden en andere beleggingscategorieën niet. Als ze een stabiele en niet van hun stuk te brengen koers zouden volgen, zouden ze nooit het rendementspotentieel hebben dat ze nu hebben. En dan zou uw langetermijnportefeuille daar ook niet van kunnen profiteren. ^  Inhoud Nieuwe PD regel zegt : “als belegger wegblijven bij banken” Bron:  W.D. Okkerse Op 20 juni 2016 schrijft het FD : “Banken moeten interne capaciteit vrijmaken voor een van de grootste wijzigingen van de boekhoudregels in lange tijd.” Accountantskantoren maken zich zorgen over de invoering van ‘IFRS 9’, Dat blijkt uit een brief die zes accountantskantoren gestuurd hebben aan het audit comité van alle systeembanken in de hele wereld. Oorzaak Politici en toezichthouders stellen dat de bestaande regel dat banken geen stroppenpot mogen aanleggen TENZIJ er een concrete aanleiding is, niet werkt. Tijdens de kredietcrisis in 2008 kwamen de politici er achter dat de banken geen stroppenpot hadden. “De concrete aanleiding was er zeker niet”. Nou, dan heb je weinig kaas gegeten van krediet beoordeling. Willem D. Okkerse  (1946) is CEO van het OK-Score Institute in Rotterdam en Brussel. Hij begon in 1995 na in 1989 cum laude zijn MBA te hebben behaald aan een PhD onderzoek dat in 2000 de OK-Score ® opleverde. Voordien was hij voorzittend partner van een adviesgroep gespecialiseerd in strategie en corporate finance en bekleedde gedurende 1995-2000 o.a. de functie van CFO van de milieu organisatie Green Cross van Mikhail Gorbachov. Tevens was hij gastdocent aan de Universiteiten van Delft en Leuven alsmede de Hogeschool van Arnhem en lid van de Raad van Advies van de Hogeschool van Amsterdam Per 2018 gaat die nieuwe IFRS regel in. De banken worden dan verplicht - in het vervolg op Basel II een voorspelling te maken van het verlies op kredieten in de komende twaalf maanden. Nou kunnen banken - blijkens het gestelde in de vorige alinea - al in het geheel  geen inschatting maken, maar het wordt nog bonter door deze regelgeving. Zodra een debiteur b.v. een keer achterblijft met betalen valt het krediet al in een andere “PD”. Een Probability of Default voor de niet kenners en zal er een voorziening in de stroppenpot moeten worden opgenomen. Aangezien dat voor de hele kredietportefeuille geldt, kan gevoeglijk worden aangenomen dat de bankenwinst in de komende jaren als sneeuw voor de zon verdwijnt. Dat er later dan een mogelijke vrijval van die voorzieningen kan ontstaan is alsdan pas interessant. Maar vooralsnog - is de bankensector - geen interessante beleggingsgroep. Nou waren zij dat al niet sinds 2003, maar gegeven deze komende structurele verliesvoorzieningen zullen zij dat ook in de komende jaren niet zijn. Oplossing Een oplossing voor die banken zou natuurlijk kunnen zijn om met de zekerheid van de OK-Score methode van meer dan 98% hun krediet portefeuille door te lichten. PD’s worden dan al vanaf drie jaar vooraf zichtbaar. Jammer dat onze beschikbare productietijd, die volledig voor de beleggers in de OK-Score fondsen wordt ingezet, dit niet toelaat. ^  Inhoud Hcc Beleggen interessegroep Computerbeleggersgroep-ZH   Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: janroozenburg@kpnplanet.nl ^  Inhoud Monetaire en financiële statistieken Nederland Bron:  DNB.nl De onderstaand mozaïek van grafieken - bestrijken een groot aantal deelgebieden. “Financiële markten” bijvoorbeeld is onderverdeeld naar rentes, wisselkoersen, aandelenkoersen en de emissiemarkt, “Financiële instellingen” naar banken, pensioenfondsen etc. Veel deeltabellen zijn er ook over de betalingsbalans. Verder zijn kerngegevens bijeengebracht over financiële stabiliteit en de Nederlandse economie (o.a. in een macro-economisch scorebord). De mini tabellen zijn voorzien van links naar door u zelf aan te passen grafieken op de website van DNB.nl. Rente jongste 10-jarige staatslening  ( In procenten ) Balans huishoudens  ( In miljarden euro's ) Nieuwe woning hypotheken mfi's  ( In miljarden euro's ) Uitstaande leningen banken ( In procenten ) Beleidsdekkingsgr. pensioenfondsen  ( In procenten ) Beleggings-instellingen Saldo lopende rekening 4kw.som, ( In miljarden euro's ) Euro-dollar wisselkoers Extern vermogen ( In miljarden euro's ) Solvabiliteit verz. onder toezicht ( In procenten ) Goudprijs per kg ( In duizenden euro's ) Spaardeposito's met opzegtermijn ( In procenten ) Bruto emissies lang schuldpapier ( In miljarden euro's ) ^  Inhoud DNB-conjunctuurindicator Bron:  DNB De DNB-conjunctuurindicator blikt momenteel vooruit tot en met november 2016 en indiceert aan het einde van deze periode een lichte afkoeling van de Nederlandse conjunctuur. De DNB-conjunctuurindicator geeft inzicht in de conjuncturele vooruitzichten op de korte termijn. Anders dan de DELFI-ramingen, die de economische ontwikkelingen op de middellange termijn (2 tot 3 jaar vooruit) voorspelt, heeft de DNB-conjunctuurindicator tot doel omslagen in de Nederlandse conjunctuur te signaleren. Daarbij kan maximaal zeven maanden vooruit worden gekeken. Realisatie en voorspelling De DNB-conjunctuurindicator bestaat uit twee reeksen: de realisatie van de conjunctuur en de verwachte ontwikkeling daarvan in de nabije toekomst. De realisatie van de conjunctuur is gebaseerd op de maandelijkse cijfers van de industriële productie. Door zijn internationale oriëntatie is de industrie een belangrijke graadmeter voor de Nederlandse conjunctuur, die in grote mate wordt beïnvloed door de internationale omgeving. De indicator van de toekomstige conjunctuur is samengesteld op basis van consumenten- en producentenenquêtes, financiële indicatoren en indicatoren voor de uitvoer (voor een technische beschrijving van de laatste herziening van de DNB-conjunctuurindicator, zie link naar de ESB-site). Conjunctuurfases De DNB-conjunctuurindicator onderscheidt vier conjunctuurfases. Na een conjuncturele piek volgt een fase van afkoeling. In deze fase verslechtert de economie, maar ligt de economische activiteit nog wel boven zijn trendmatige niveau. Zodra de indicator onder dit trendmatige niveau komt, begint de fase van laagconjunctuur, waarin de economie aanvankelijk verder afkoelt. Dit eindigt in een conjunctureel dal waarna de economie in de herstelfase komt. Tijdens de herstelfase blijft de economische activiteit onder het trendmatige niveau liggen. Zodra de economie hier weer boven komt, begint de fase van hoogconjunctuur. Deze fase eindigt in een conjuncturele piek, waarna de cyclus weer van voren af aan begint. DNB-conjunctuurindicator  -  Gestandaardiseerde afwijking van de trend  Download (PPTX, 3,5 MB) ^  Inhoud Hcc Beleggen interessegroep Noordbeleggen groep Noordbeleggen is gestart in maart 2006 rond het beleggingsprogramma Vestics. Inmiddelszijn wij verder gegaan in de boeiende wereld van het beleggen. Zo doen we onze beleggingen op individuele basis en komen zo'n vijf keer per jaar bijeen. Het zijn 'interactieve' bijeenkomsten waarin nieuwtjes en ervaringen onder het genot van een kopje koffie worden uitgewisseld. Naast het bespreken van het vaste onderwerp: de 'echte' portefeuille, komen ook onderwerpen als: ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz aan bod. Met als rode draad: Selecteren van Aandelen. Selecteren van Opties. Werking en selectie van Turbo's Selecteren van Beleggingsfondsen Benieuwd? Kom kom gerust een keer kijken of het iets voor je is. Mail voor meer info naar Ben Rietveld ^  Inhoud Waarom uw geld op een spaarrekening laten staan tegen 0,5%? Bron:  Voordegroei Waarom uw geld op een spaarrekening laten staan tegen 0,5%? Door te investeren in de juiste MKB-bedrijven kunt u veel meer rendement behalen en tegelijkertijd ondernemers helpen hun groeiambities waar te maken. Dat is het idee achter Voordegroei. Een interview met mede-oprichter Vera van Kesteren. “Er staat 300 miljard euro aan spaargeld in Nederland stil”, weet Vera van Kesteren. Daarom besloot ze, samen met Bart Vemer en Ivo Feeke, het crowdfundingplatform Voordegroei op te richten. “Wij komen vanuit de beleggingswereld: de wereld van private banking en vermogensbeheer. We zagen nieuwe kansen in deze markt. Veel beleggers zijn op zoek naar rendement, maar hebben geen toegang tot het midden- en kleinbedrijf. Wij geven particuliere beleggers nu de mogelijkheid te investeren in goed gescreende MKB-bedrijven.” Geld én ambassadeurs Via Voordegroei zijn inmiddels al plannen van drie groeibedrijven gefinancierd en er staan enkele nieuwe projecten op de website. “Waar we veel energie van krijgen is bedrijven helpen die volgende stap te zetten en groeiplannen waar te maken. Ik vind het fantastisch om met ondernemers te praten. Het zijn allemaal bevlogen vakmensen met passie voor hun vak.” “Maar ze hebben vaak minder kennis van financiering. Daar kunnen wij dan bij helpen. Wij voorzien in de noodzakelijke brandstof voor groei.” Volgens Van Kesteren is crowdfunding een heel interessante vorm van financiering. “Bedrijven krijgen namelijk niet alleen het benodigde geld bij een geslaagde crowdfundingcampagne, maar ze hebben er direct een aantal goede ambassadeurs bij. Investeerders worden enthousiast over de plannen en gaan dat delen.” Nauwkeurige kredietanalyse De markt van financiering is al flink aan het veranderen. Veel grote bedrijven passeren banken al bij hun zoektocht naar geld. Toch stoppen veel middelgrote en kleine bedrijven na een nee van de bank al met zoeken naar financiering voor hun groeiplannen. “Zonde, er staat genoeg kapitaal te wachten.” We werken samen met veel oud-bankiers en financieel specialisten die het financieringsvak van A tot Z kennen. Zij helpen ondernemers met het verkrijgen van de juiste financiering.” Toch krijgen bedrijven niet zomaar geld via Voordegroei. “Onze kredietanalyse voor bedrijven is wel heel nauwkeurig. Wat dat betreft doen we niet onder voor een bank. We willen investeerders alleen koppelen aan bedrijven die écht kunnen groeien en naar verwachting het geleende geld terug zullen betalen. Qua snelheid en flexibiliteit scoren we natuurlijk wel weer beter dan banken.” “Ook kijken we bij onze analyses niet alleen naar het verleden, maar focussen we ons meer op de toekomst; de haalbaarheid van de plannen.” Spreiding! Voordegroei maakt inmiddels door heel Nederland beleggers warm om te investeren in groeibedrijven. “Naast particuliere beleggers zijn er ook veel professionele partijen die een uitbreiding zoeken voor hun beleggingsmix. De aantrekkelijke verhouding tussen risico en rendement speelt voor hun hierbij een belangrijke rol. Bij ons is de rente meestal tussen de 6 en 8% per jaar." "Voordegroei wil de risico’s voor de investeerder zoveel mogelijk inzichtelijk maken en beperken. Naast de uitgebreide screening van de door ons aangeboden leningen adviseren wij investeerders om voldoende spreiding aan te brengen in hun portefeuille.” Investeerders kunnen via Voordegroei kosteloos een account aanmaken en alle proposities en gegevens van bedrijven inzien. Ondernemers die op zoek zijn naar financiering kunnen op Voordegroei een quickscan doen, waarbij ze enkele gegevens invullen en op basis daarvan al kunnen zien of ze in aanmerking komen voor groeifinanciering. "Maar geen enkele financiering komt op de site voordat we bij het bedrijf op bezoek zijn geweest en een grondige financiële analyse heeft plaatsgevonden. Sinds we gestart zijn hebben we al meer dan zestig aanvragen gehad. Dat is boven verwachting. We verwachten snel nog veel meer groeibedrijven te koppelen aan personen die hun vermogen willen laten groeien.” Dit artikel dient enkel ter informatie en als voorbeeld voor dit soort nieuwe initiatieven en is geen voorstel of aanbod tot het aankopen of verhandelen van de beschreven financiële instrumenten via Voordegroei ook is  het geen beleggingsadvies. Er zijn meer en soortgelijke financiering initiatieven. [red.] ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. ^  Inhoud

5 juli 2016

...

Nieuwsbrief20160601

.. Juni 2016 Het blijft  kwakkelen Hoe beleggingsfondsen te selecteren Value 8 - Boterzacht Lakonishok verslaat indices al een tijdje High frequency handelsstrategieën onderzocht Hefboomproducten  -  deel2 Siegel enthousiast over dividendaandelen Indexhugging schaadt belang belegger Actief zijn binnen onze vereniging                          - Redactieleden gezocht - .. Het blijft  kwakkelen Bron:  Ben van den Anker Waarheen leidt de weg…… De relevantie van macro forecasts wordt door Warren Buffet als volgt omschreven:        “I don’t read economic forecasts.          I don’t read the funny papers.”  1) Ik geloof eveneens vast in intrinsieke waarde en dat het voorspellen van economische macro-trends niet zo zinvol is. Toch is er wel wat te zeggen over verwachte toekomstige bedrijvigheid. Wat kunnen wij dit jaar en de komende jaren nog verwachten aan ontwikkelingen? In deze column identificeer ik een aantal trends die, wellicht in de komende jaren, een rol van betekenis gaan spelen in de mondiale economie. (1) Iedere industrie zal in de toekomst waarschijnlijk minder arbeidsintensief georganiseerd worden, terwijl onze gehele westerse maatschappij op arbeid is ingericht. In de US werkt 78% van de beschikbare arbeidsmarkt tussen 25 en 54 jaar nu terwijl in 2000 nog 82% hiervan werkzaam was 2). De trend lijkt zich te bewegen naar minder werkenden. Er komen suggesties op voor een basisinkomen, dat uiteindelijk betaald moet worden. Als dit basisinkomen uit belastingen betaald wordt, zal er een opwaartse druk op de belastingdruk ontstaan en een neerwaartse druk op het besteedbare inkomen. (2) Nieuwe technologie wordt blijvend geïntegreerd in nieuwe businessmodellen. Daar waar kapitaal en arbeid vroeger noodzakelijk was als basis voor een businessmodel, zien we steeds meer start ups die handig hieromheen manoeuvreren. Uber investeert niet in taxis en personeel; geen vaste assets en personeelslasten maar op oproepbasis beschikbare assets en personeel. Hetzelfde geldt voor Airbnb. De afhankelijkheid van kapitaalintensieve assets kan daarom wel eens zeer nadelig werken voor industrieën die hier in sterke mate van afhankelijk zijn. Dit is tegelijkertijd een mooie ontwerpopdracht voor startups die echt competitief voordeel willen behalen. Assets en personeel op afroepbasis…. (3) De deeleconomie zal verder toenemen, waardoor een lagere vraag zal ontstaan naar producten die iedereen vroeger in huis had staan. Denk aan grasmaaiers en duurder gereedschap wat je nu gewoon in de buurt kunt lenen. Dit leidt tot minder vraag in de detailhandel en het MKB. (4) Ben van den Anker (1976) is schrijver / columnist en lid centrale directie aan het Candea College Hij heeft zijn PhD in Business & Management tijdens een negenjarig verblijf in Zuidoost Azië aan de International Graduate School of Business (University of South Australia) behaald. Hij is auteur van het boek The perceived role of Host Country Nationals in Expatriate Adjustment (2010, Ben van den Anker). Zijn onderzoek richt zich met name op de rol van cross-culturele interactie in het functioneren van expatriates. Daarnaast is hij voor de International Business Review revisor voor wetenschappelijke artikelen op het snijvlak business en management. Meer en meer klanten shoppen mobiel. Zo heeft 70% van de klanten van Amazon tijdens het afgelopen topjaar mobiel ingekocht. 3) Hetzelfde valt te zeggen voor facebook en Zalando; het mobiele gebruik van websites neemt exponentieel toe. Tijdens een gesprek met een Nederlandse start up viel mij op dat een bedrijf de keuze maakte de mobiele applicatie ‘later’ te ontwikkelen.          Een cruciale fout…. Toenemend gebruik van mobiele applicaties en online  verkoopkanalen versterkt de druk op winkels die nog in ‘stenen’ gehuisvest zijn. Het concurrentienadeel wordt gewoonweg te groot. Daar waar een auto vroeger echt in een showroom gekocht moest worden; ‘klanten willen de auto voelen en ruiken!’, verkocht Tesla in een weekend 325.000 nieuwe modellen online voor rond de 14 miljard dollar (voor de volledigheid; klanten betaalden een ‘reserveringsfee’ van $1000 per auto4). Businessmodellen veranderen razendsnel en technologie blijkt de spin in het web van deze toekomstige bedrijvigheid. De scherpe koersdalingen van een aantal techreuzen zijn dan ook een goed instapmoment in plaats van een voorteken van verval.  (5) Grondstoffen hebben het zwaar te verduren gehad in de afgelopen anderhalf jaar. Er schijnt echter licht op de horizon. De olieprijzen herstellen zich langzaam, de hoogste prijs dit jaar voor een vat olie werd een paar weken geleden aangetikt. Ik verwacht dat, met een groeiende wereldbevolking, de kwantiteit grondstoffen eerder af- dan toe zal nemen. Volgens de wet van vraag en aanbod zullen de prijzen dan uiteindelijk hogere niveaus moeten gaan bereiken. (6) De ultra lage rentes leiden tot zoektochten naar meer rendement. Dit leidt tot een prijsopdrijvend effect op o.a. de beurzen. Haaks hierop staan de winsten; die vertonen (naar industrie geaggregeerd) eerder een dalende trend. Lagere winsten en hogere koersen zijn uiteindelijk een recept voor problemen. Kortom, de komende jaren ligt er het een en ander in het verschiet, waarbij ontwikkelingen rond technologie en mobiel winkelen / zaken doen veelbelovend lijken. Het extra geld dat in de markten wordt gepompt heeft een prijsopdrijvend effect; terwijl het maar zeer de vraag is of de relatie met de fundamentals een rol speelt in de hogere P/E ratio’s. Ik ga er dan ook van uit dat het gezegde ‘what goes up, must come down!’ ook hier richtinggevend voor de toekomst kan zijn. Desalniettemin biedt deze ‘low growth’ tijd ook kansen voor bedrijven die handig in weten te spelen op behoeftes en marktvraag, waarvan wij het bestaan waarschijnlijk nog niet eens vermoeden…. 1) https://25iq.com/2013/11/03/a-dozen-investors-talk-about-the-folly-of-macroeconomic-forecasting-and-the- importance-on-focusing-on-valuationmargin-of-safety-today/ 2) https://www.janus.com/bill-gross-investment-outlook 3) http://www.eweek.com/small-business/amazon-posts-record-year-as-users-go-mobile.html 4) http://www.computerworld.com/article/3053553/car-tech/teslas-model-3-now-has-325k-pre-orders-and-145b-in- potential-sales.html ^  Inhoud Beleggen voor beginners- hoe beleggingsfondsen te selecteren Bron:  Jeffrey Schumacher, CFA,  Morningstar Het grote dilemma van iedere fondsbelegger: welk fonds moet ik kiezen? Een moeilijke vraag, vergelijkbaar met de situatie van een klein kind in een snoepwinkel dat maar 1 snoepje mag uitzoeken. Het grote probleem in beleggingsfondsenland is alleen dat de meeste snoepjes niet lekker zijn. Maar dat is van de buitenkant lastig te zien. Alleen door de fondsen binnenstebuiten te keren en grondig te analyseren, vergroot je de kans op het selecteren van een goed beleggingsfonds. De vraag is alleen: waar moet je als fondsbelegger dan op letten? Morningstar heeft een wereldwijd team van fondsanalisten die beleggingsfondsen via een diepgaande kwalitatieve analyse aan een grondig onderzoek onderwerpen. De fondsen worden op vijf elementen beoordeeld die cruciaal zijn voor de mate van toekomstig succes: People (beleggingsteam), Process (beleggingsproces), Parent (fondshuis), Performance (prestaties) en Price (kosten). Deze vijf elementen, ofwel pilaren, worden niet alleen afzonderlijk geëvalueerd, maar ook de interactie tussen deze elementen. Het oordeel van de vijf pilaren resulteert uiteindelijk in de Morningstar Analyst Rating. De schaal van deze ratings loopt van Negative en Neutral tot een positief oordeel, bestaande uit Bronze, Silver en Gold. Van fondsen met een positief oordeel verwachten de analisten van Morningstar dat deze fondsen over een volledige economische cyclus beter presteren dan het categoriegemiddelde en/of de benchmark. Omdat deze vijf pilaren zoals ze hierboven staan wat abstract zijn, geven we hierna een uitgebreidere omschrijving over de verschillende aspecten waar we bij iedere pilaar naar kijken. People (beleggingsteam) De kwaliteit van het beleggingsteam van een fonds is van significant belang om superieure prestaties te kunnen leveren. Bij het beoordelen van het beleggingsteam bekijken de analisten van Morningstar meerdere aspecten. Zo kijken we naar de ervaring van een fondsbeheerder en ook de relevantie van die ervaring. We kijken in welke mate hij ondersteund wordt door andere beheerders en analisten, hoe zij samenwerken en hoe de omvang van het team zich verhoudt tot het beleggingsuniversum dat wordt gemonitord. Stabiliteit binnen dit beleggingsteam vinden wij belangrijk, omdat bij een stabiel team iedereen goed op elkaar is ingespeeld en volgens dezelfde mind-set werkt. Werkdruk is een ander element dat we bekijken, waarbij we willen weten hoeveel tijd de beheerder van het fonds nu echt aan het fonds kan besteden, of dat hij zijn tijd moet verdelen over andere fondsen, organisatieverantwoordelijkheden of commerciële taken. Vanzelfsprekend hebben wij een sterke voorkeur voor toegewijde beheerders die hun tijd grotendeels kunnen besteden aan hetgeen waarvoor de belegger ze betaalt: het beheren van het fonds. Als laatste vinden wij het belangrijk dat een fondsbeheerder belegt in zijn eigen fonds. Hiermee stelt hij zijn belangen gelijk aan die van beleggers. Process (beleggingsproces) De analisten van Morningstar hebben geen voorkeur voor beleggingsstijl of beleggingsaanpak. We zoeken naar fondsen die een duidelijke beleggingsdoelstelling hebben en een beleggingsproces hanteren dat helder gedefinieerd, doordacht en herhaalbaar is. We willen een proces zien dat blijk geeft van een gestructureerde aanpak en waarvan de uitvoering effectief is. We willen begrijpen hoe een fondsbeheerder het risico in zijn portefeuille beheerst en wat de kaders van zijn mandaat zijn wat betreft de portefeuilleconstructie. De Morningstar analisten bekijken ook individuele posities in de portefeuille en analyseren portefeuillekarakteristieken om zo de risico’s, de mogelijkheden voor waarde creatie en het unieke karakter van een strategie in te schatten. De uiteindelijke portefeuille moet zo geconstrueerd zijn dat deze overeenkomt met het beleggingsproces en de beleggingsdoelstelling van het fonds. Jeffrey Schumacher CFA, Senior Fondsanalist bij Morningstar Benelux na zijn opleiding aan de VU Amsterdam en het behalen van het certificaat Chartered Financial Analyst (CFA) aan het CFA Institute is hij vanaf juni 2011 als Senior Fund Analyst werkzaam bij Morningstar. Daavoor  was hij van 2006 tot 2009 werkzaam bij Theodoor Gilissen Bankiers als Equity/Commodity Analyst en aansluitend tot juni 2011 werkzaam als Vermogensbeheerder Services / Fund Trading bij SNS Securities. Parent (fondshuis) Hoewel misschien niet direct van invloed, geloven de analisten van Morningstar dat de kwaliteit van het fondshuis uitermate belangrijk is voor het langetermijnsucces van een beleggingsfonds. Het management van een fondshuis bepaalt de randvoorwaarden waarin het fonds kan opereren met betrekking tot capaciteitsmanagement, risicomanagement, aantrekken en behouden van beleggingstalent en de beloningsstructuur. Buiten deze operationele gebieden prefereren we fondshuizen die een sterke beleggingscultuur hebben en beleggers op de eerste plaats stellen in plaats van fondshuizen die meer oog hebben voor commercieel gewin. Het eerste type fondshuis voert strategieën op basis van de eigen competenties, brengt belangen van beheerders in lijn met die van beleggers, rekent redelijke kosten, communiceert helder en volledig naar beleggers en acteert als een rentmeester over het vermogen van beleggers. Het andere type fondshuis ziet beleggers meer als verkoopkans voor producten, biedt een waaier aan vaak middelmatige producten aan waarbij nieuwe hypes als mogelijkheid worden aangegrepen om de verkoop te stuwen. Ook kennen deze fondshuizenhogere kostenniveaus, meer verloop in het personeelsbestand en zijn de belangen van beheerders niet overeenkomstig met die van beleggers. Hoewel fondshuizen zelden helemaal in een van deze extremen vallen, is het de taak van de fondsanalisten van Morningstar om in te schatten waar een fondshuis zich binnen dit spectrum bevindt. Performance (prestaties) We geloven niet dat prestaties uit het verleden maatgevend zijn voor toekomstige prestaties. Daarom hechten we minder waarde aan het opgebouwde track record, zeker het track record van de korte termijn. Desalniettemin geloven we dat een grondige evaluatie van het langetermijn rendement en risico van vitaal belang is om te bepalen of een fonds in lijn presteert met de verwachtingen. Hierbij kijken we niet alleen naar kalenderjaarrendementen, maar ook naar voortschrijdende rendementen over een langere periode. We bekijken de prestaties zowel versus categoriegenoten als een relevante benchmark. Niet alleen qua rendement, maar ook het genomen risico, waarbij we specifiek inzoomen op het neerwaartse risico. Ook analyseren we gedetailleerde prestatie-attributies waarmee we de bronnen van het rendement kunnen achterhalen en kunnen bepalen in hoeverre dit in lijn is met hoe het beleggingsproces is ingericht. Price (kosten) Onderzoek van Morningstar alsook andere onafhankelijke academische studies tonen aan dat kosten en rendement een negatieve relatie hebben. Uit de studies blijkt dat fondsen met hogere kosten achterblijven bij fondsen met lagere kosten. Het kostenniveau is daarmee een belangrijke voorspeller van toekomstig succes. Dat betekent dat een belegger de kostprijs van een fonds niet mag negeren. We bekijken hoe de lopende kosten zoals deze gerapporteerd staan in de Essentiële Beleggersinformatie (EBi) zich verhouden tot het kostenniveau van categoriegenoten. Ook beoordelen we de structuur van een eventuele prestatievergoeding. Het resultaat van de fondsanalyse Door fondsen door te lichten op deze vijf pilaren, komen de fondsanalisten tot een kwalitatief oordeel over een beleggingsfonds: de Morningstar Analyst Rating. Wanneer zij positief zijn en verwachten dat een fonds op lange termijn beter kan presteren dan categoriegenoten en/of de benchmark, dan kennen zij een van de positieve ratings toe: Bronze, Silver of Gold. Het verschil wordt gemaakt door de mate van overtuiging van de analist in de kwaliteiten van een beleggingsfonds. Hebben de analisten weinig overtuiging in een fonds, dan zal het een Neutral rating krijgen. Scoort een fonds onvoldoende, dan is Negative het oordeel. De analisten bepalen zelf welke fondsen worden beoordeeld en worden niet door fondshuizen betaald om een rapport te schrijven. Hierdoor is de onafhankelijkheid en objectiviteit die Morningstar kenmerkt gewaarborgd. Voor veel beleggers is het haast ondoenlijk om een gedetailleerde fondsanalyse uit te voeren. De fondsanalyses en de uiteindelijke Morningstar Analyst Rating zijn echter gratis via de website van Morningstar te raadplegen. Dit geeft beleggers een mogelijkheid om een beter geïnformeerde keuze te maken voor een beleggingsfonds. Dit is het zesde deel in de serie Beleggen voor beginners, waarin Morningstar u kennis laat maken met de basisbegripen van beleggen. Lees ook de andere delen in deze serie: - Deel 1: Beleggingsfondsen in een notendop - Deel 2: Op zoek naar alpha - Deel 3: De risico's van beleggen - Deel 4: De verhouding tussen rendement & risico - Deel 5: De voor- en nadelen van beleggingsfondsen ^  Inhoud Hcc Beleggen interessegroep CoSA CoSA, Computerondersteunde Selectie van Aandelen, gebaseerd op fundamentele analyse van bedrijven. Er wordt primair gekeken naar omzet, nettowinst, eigen vermogen, dividenden en winst per aandeel om de kwaliteit van een bedrijf te bepalen. Pas als het bedrijf kwalitatief aan minimum eisen voldoet wordt er naar de koersen gekeken. Indien u meer wilt weten over de activiteiten van CoSA, kunt u de voorlopige CoSA-webpagina (klik hier), raadplegen of contact opnemen met de voorzitter: Jan van der Meulen via CoSA-L@beleggersonline.nl U kunt zich met hetzelfde mailadres aanmelden voor het ontvangen van informatie, zoals de wekelijks verschijnende CoSA-nieuwsbrief en voor het verkrijgen van toegang tot de voor CoSA-leden beschikbare Europese CoSA/SSG-verzameling. ^  Inhoud Value 8 - Boterzacht Bron:  Willem Okkerse, OK-Score Institute Professor Henk Langendijk, hoogleraar verslagleggingen UVA en Nyenrode, met wie ik begin deze eeuw in contact stond over de uitkomsten van het OK-Score onderzoek, noemde  in het DFT van 12 mei de waarderingen van het beursfonds Value8 “boterzacht”.  Henk staat (niet alleen bij mij) bekend voor zijn gevoel voor understatements. Wij zouden er op willen aan­vullen: “zoals een pakje boter na 12 uur Cypriotische zon.”. Doelstellingen te ambitieus Nou ben ik al sinds 2007, toen PP de Vries (zonder verbindingsstreepje) uiteraard zonder weder­hoor, groteske leugens over de OK-Score tentoonspreidde, geen fan van hem. Dit staat een zakelijke beoordeling van het jaarverslag 2016 niet in de weg. Ik denk namelijk – na lezing van het jaarverslag 2015 – dat de IFRS voorschriften inderdaad zijn gevolgd, eigenlijk meer onder de verbeterde toevoeging van: “ze zijn bewust benut”. In het jaarverslag staat het streven de AEX te outperformen, met als ondergrens een jaarlijks rendement van 15%. Dit is een ambitieus voornemen, zeker als in hetzelfde 2015 jaarverslag al een daling van 9% wordt genoteerd en er nog wel het een ander te wachten staat. Maar daar­over later meer. Er blijken dus wel degelijk zeker ex-aandeelhouders met inzicht te bestaan. Feiten zijn: een Raad van Commissarissen die zich afvraagt of zij nog wel “competent genoeg zijn om de lappendeken van deelnemingen als gevolg van de focusstrategie(?) te kunnen overzien. (blz. 10). Jaarrekening opgeleukt Onweerlegbaar is ook het feit dat al – zeer correct – door onafhankelijk analist Roel Gooskens – werd neergelegd dat de netto operationele kasstroom (blz. 24) zonder de herwaardering over beide jaren negatief zou zijn. Ruim 6,5 miljoen negatief in 2014 en 3,7 miljoen negatief in 2015. Op de balans is er ook sprake van een herwaardering. Die toename is beperkt tot 5,8 miljoen. M.a.w. uit de winst- en verliesrekening wordt de balans in twee jaar opgeleukt met 5,8 miljoen uit de met 10,2 miljoen opgeleukte winst- en verliesrekening). Het verschil van 4,4 miljoen wordt niet als herwaardering benoemd, maar als operationele winst. Dit lijkt mij binnen IFRS echter nou weer niet correct. Een verschil van 35 miljoen Wel wordt volgens IFRS het recent gekochte belang in Source opgevoerd met een goodwill van 13,3 miljoen (zonder de balans daarvan te verstrekken zoals bij de andere deel­nemingen). En dat terwijl dit bedrijf met een negatief eigen vermogen van 2,7 miljoen in feite technisch failliet is. Willem D. Okkerse  (1946) is CEO van het OK-Score Institute in Rotterdam en Brussel. Hij begon in 1995 na in 1989 cum laude zijn MBA te hebben behaald aan een PhD onderzoek dat in 2000 de OK-Score ® opleverde. Voordien was hij voorzittend partner van een adviesgroep gespecialiseerd in strategie en corporate finance en bekleedde gedurende 1995-2000 o.a. de functie van CFO van de milieu organisatie Green Cross van Mikhail Gorbachov. Tevens was hij gastdocent aan de Universiteiten van Delft en Leuven alsmede de Hogeschool van Arnhem en lid van de Raad van Advies van de Hogeschool van Amsterdam Er wordt daarbij verwezen naar het bestaande aandelenbelang en de toekomstige cash-flow van Source, die nog wel even 50 miljoen schuld aan derden moet voldoen. In mijn vocabulaire is dat dan een 44%-belang in 50 miljoen schuld, maar vooral géén 13,3 miljoen bezit. Laten wij die transactie maar afronden op 22 miljoen latente schuld voor Value 8 i.p.v. 13,3 miljoen aandelenbezit; een verschil van 35 miljoen: de opleuking van IFRS kent geen grenzen. Het biedt Value 8 daarmee wél de publicitaire mogelijkheid om de show te stelen met een héél snel stijgende omzet door de consolidatie van de omzet van Source. Die omzet stijgt in 2015 met ruim 150 miljoen. Wel grotendeels Source omzet met 0,0% netto bijdrage. Maar ja, het staat leuk op de Value 8 winst- en verliesrekening. Toen ik ook nog vaststelde, dat de door Value 8 aan Source verstrekte lening van 3,3 miljoen eeuwigdurend, overigens direct opeisbaar bij een faillissement van Source - die volgens IFRS dan wél tot het eigen vermogen gerekend wordt, reeds de volgende dag - waarschijnlijk uit “voorzichtigheid” -  was terug geleend aan Value 8, ben ik maar gestopt. Een stap terug naar Vilenzo Ik kon mij beperken tot een analyse die elke redelijke analist kan maken. De OK-Score zou hierin geen verbetering kunnen brengen. Het deed mij wel denken aan Vilenzo. Een bedrijf waarop PP de Vries ná het faillissement erg boos was, hoewel de OK-Score het voor PP de Vries toen nog onbekende faillissement al in 2000 zag aankomen. Ook hier werd door een lock-up de reguliere handel in aandelen onmogelijk gemaakt, waardoor de beurskoers manipuleerbaar werd. Overnames werden betaald met eigen (veel te hoog gewaardeerde aandelen) die daarna als gevolg van een lock-up beding al evenmin verhandelbaar waren. In het geval Vilenzo waren destijds zowel de kopende partij (Vilenzo) als de gekochte partij (van Gils) in feite technisch failliet. Inmiddels hebben de bestuurders via de curator een uitbun­dige bijdrage aan de boedel mogen leveren. Resteert de vraag over een koersdoel. Ik wil die vraag maar schuldig blijven. Mijn opgave is om als analist met een trackrecord van 98,6% betrouwbaarheid u enig inzicht te verschaffen hoe in ieder geval wij er naar kijken. En wij niet alleen, een hele roedel analisten heeft inmiddels een dankbare prooi in het oog. Om met een andere Drs. P. te spreken : Ik vrees dat de weg van 100 werst naar Omsk te lang zal zijn.  *Dit artikel is een bewerking van de gastcolumn van W.D. Okkerse in DFT van 17 mei jl. ^  Inhoud Lakonishok screener verslaat indices al een tijdje Bron:  analist.be Het beleggingsmodel van Josef Lakonishok klinkt als een vrij standaard selectiemodel maar laat toch al lange tijd vrij sterke rendementen zien. Over de afgelopen leverde dit selectiesysteem voor de Amerikaanse aandelenbeurzen een rendement op van gemiddeld 11 procent per jaar. De rode draad van deze screener is de harde eis voor aandelen met lage koers/winst-verhoudingen in combinatie met een positief momentum. Tijd om een korte blik op deze screener te werpen. Josef Lakonishok, Ph D., thans betrokken bij het Amerikaanse LSV Asset Management, is zeer bekend van de diverse aandelenonderzoeken met Andrei Shleifer Ph. D en Robert Vishny Ph. D. Veel van hun werk (ruim 200 publicaties) was op het gebied van gedragswetenschappen voor de financiële markten (behavorial finance) en tevens publiceerden ze veel over value beleggen. Bekende titels hiervan zijn o.a. “ Momentum Strategies”, Contrarian Investment, Extrapolation and Risk” en “Earnings Quality and Stock Returns; The Evidence from Accruals”. Criteria Net als de meeste andere value beleggen goeroes zoals Warren Buffett , Joel Greenblatt en Josef Piotroski hanteert Lakonishok ook een relatief vaststaand filtermodel. De belangrijkste criteria van Lakonishok zijn in een notendop samen te vatten: de aandelen moeten in een positieve trend zitten en diverse waarderingsvariabelen moeten relatief laag staan. Marktkapitalisatie minimaal 500 miljoen dollar Financiële bedrijven en vastgoedbedrijven worden uitgesloten De variabelen: koers/winst-verhouding, koers/boekwaarde, koers/kasstroom per aandeel en koers/omzet per aandeel moeten lager dan het gemiddelde van de sector zijn Positief momentum: afgelopen 26 weken Geen downgrades voor het aandeel afgelopen 4 weken Minimaal 1 winsttaxatie upgrade afgelopen 4 weken Consensus winst per aandeel omhoog afgelopen 4 weken De reden om ook momentum mee te nemen als variabele is een bekende: een aandeel kan nog zo goedkoop en aantrekkelijk zijn maar als de hele markt het negeert dan blijft het goedkoop of wordt nog goedkoper. Er moet volgens Lakonishok wat beweging omhoog in het aandeel zijn zodat het wat meer op de radar van de beleggers komt. Behoorlijk veeleisend model Qua hoeveelheid variabelen is het model van Lakonishok dus vrij streng. U kunt dit zien als een jaarlijkse keuring voor een auto: ook hier moet er aan veel variabelen voldaan worden alvorens de auto goedgekeurd kan worden. Het Lakonishok-model is daarom ook te vergelijken met het F-Score model van Josef Piotroski dat ook behoorlijk veel eisen stelt aan een aandeel. Het resultaat hiervan is natuurlijk wel dat de uiteindelijke selectie van aandelen heel beperkt kan zijn. Het kan zelfs zijn dat er überhaupt geen aandelen na de filtering overblijven. Dit zagen we bijvoorbeeld vaak in 2015 bij het F-Score model van Piotroski. Het feit dat er behoorlijk vaak maar een vrij laag aantal aandelen na de filteringen overblijft is echter wel zorgwekkend. We weten echter maar al te goed dat er geen enkel aandelenselectiemodel continu goede resultaten op kan leveren. Risicospreiding blijft dan ook essentieel. Maar als de filtering maar een beperkt aantal aandelen oplevert dan levert dit dus ook een zeer hoog risico op (hoe meer aandelen hoe meer spreiding hoe lager het risico). We zien bijvoorbeeld dat het Lakonishok model dit jaar een nipte plus heeft van 1,8 procent terwijl het gemiddelde Amerikaanse aandeel ruim 8 procent hoger staat. Dito underperformance zagen we vorig jaar ook bij het F-Score model van Piotroski dat ook met een enorme min van ruim 20 procent zelfs noteerde. Over de afgelopen 5 jaar won het Lakonishok model circa 7,6 procent per jaar. Gemiddelde jaarrendementen 3, 5 en 10 jaar Jaarrendementen exclusief dividenden De bovenstaande grafiek toont de gemiddelde jaarrendementen van het model van Lakonishok (blauw), F-Score Piotroski (rood) en het gemiddelde Amerikaanse en Europese aandeel over de diverse periodes. Zo zien we dat het gemiddelde Amerikaanse en Europese aandeel over de afgelopen jaar circa 2,5 procent op jaarbasis opleverde. De screeners van Lakonishok en Piotroski deden het met winsten van dus 11 en 14 procent fors beter. Ook op de kortere termijn, over de periode mei 2011 tot en met mei 2016, zien we dat de beide valuescreeners het behoorlijk beter hebben gedaan dan het gemiddelde aandeel. Over de afgelopen3 jaar zien we dat het selectiemodel van Piotroski met een behoorlijke min van bijna 5 procent noteren. Dit komt deels natuurlijk ook doordat het model, net als die van Lakonishok, vaak maar met een kleine selectie van aandelen werkt. Hiermee willen we dus nog maar weer eens benadrukken dat er absoluut geen ‘werkende’ modellen bestaan. Ons inziens moet de belegger te allen tijde zijn aandelenportefeuille fors spreiden over een hoog aantal (zeker 30) aandelen. Zo vertelde 1 van Amerika’s bekendste aandelengoeroes, James O’Shaughnessy ondergetekende zelfs dat ook bij het aandeel Enron in zijn aandelenselectie had zitten en we weten allemaal hoe dat afliep. Analist.nl Nieuwsdienst: +31 084-0032-842 nieuws@analist.nl  Copyright analist.be B.V. ^  Inhoud High frequency handelsstrategieën onderzocht Bron:  AFM De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft vorig jaar een verdiepend onderzoek gedaan naar de handelsstrategieën van high frequency traders (HFT) en naar hun wisselwerking met de handelsinfrastructuur. De kritieken op high frequency trading zijn nu geïnventariseerd en er is onderzoek verricht naar twee bekritiseerde handelsstrategieën. De conclusie is, dat de gevonden handelsstrategieën zijn te herleiden tot traditionele verdienmodellen, zoals market making en arbitrage. Wel zien ze dat het huidige gefragmenteerde beurzenlandschap en de vergaande technologisering van de handel vooral voor grote beleggers een praktische uitdaging vormt om goed zicht op liquiditeit te krijgen. Dit maakt het bijvoorbeeld voor pensioen- en beleggingsfondsen lastiger om bij de uitvoering van grote orders de prijsimpact zoveel mogelijk te beperken. Door literatuurstudies en gesprekken met stakeholders is het ‘fenomeen van schijnliquiditeit door HFT’ geanalyseerd. Verder werd mede door data analyse beoordeeld of HFT kunnen voorspellen waar liquiditeit van andere marktpartijen terecht zal gaan komen, waardoor de handelsmogelijkheden voor overige marktpartijen belemmerd zouden kunnen worden. Onderzoek ‘schijnliquiditeit’ Door nieuwe toepassingen van technologie in de marktinfrastructuur en bij marktpartijen kunnen orderboeken tegenwoordig snel veranderen. Een belegger denkt te kunnen handelen, maar slaagt hier niet in omdat plotseling orders lijken te verdwijnen. Beleggers percipiëren dit als schijnliquiditeit en wijten dit aan het handelsgedrag van high frequency traders. Het is typerend handelsgedrag van sommige high frequency traders om veelvuldig orders aan te passen of in te trekken. Deze 'vluchtige' orders kunnen beleggers op het verkeerde been zetten. Het  snel en veelvuldig aanpassen of intrekken van orders is een essentieel onderdeel van een veel voorkomend verdienmodel, namelijk market making, zo stelt de AFM. Figure 1a (left) and 1b (right): Visualization of order books over time for one instrument. The image on the left represents orders for all market participants, whereas the image on the right only shows orders for one selected HFT. The horizontal axis denotes time, whereas the vertical axis shows the price of the instrument. The green/red bars represent buy/sell orders from entry (left‐hand side) to their disappearance (right‐hand side). Orders may disappear because of cancellations, modifications or executions. Onderzoek ‘opsporen van liquiditeit’ Een ander veel gehoord kritiekpunt is de handelsstrategie waarbij high frequency traders op basis van deeluitvoeringen van veelal grote beleggers zouden kunnen voorspellen waar liquiditeit terecht gaat komen. HFT kopen of verkopen dan liquiditeit op andere handelsplatformen voor de beleggers uit, zo luidt de kritiek. Vervolgens zouden HFT de ingekomen positie kunnen sluiten op een gunstiger prijs, weer met de belegger als tegenpartij. Door toedoen van HFT zouden beleggers dus meer betalen bij een aankoop of minder ontvangen bij een verkoop. De AFM heeft het handelsgedrag van HFT geanalyseerd rondom de uitvoering van een vijftal grote orders op Nederlandse en Engelse handelsplatformen. Binnen de reikwijdte van de Nederlandse jurisdictie werd in deze cases niet aangetoond dat HFT liquiditeit konden ‘opsporen’. Verantwoording onderzoek Als onderdeel van het onderzoek is gesproken met verschillende high frequency traders en vertegenwoordigers van pensioenfondsen en handelsplatformen en is een data-analyse uitgevoerd om mogelijke gevallen van bekritiseerde handelsgedragingen in toezichtdata op te sporen. De resultaten van het onderzoek zijn met de betreffende marktpartijen gedeeld en aangescherpt als daar aanleiding toe was. De AFM hoopt met dit onderzoek een bijdrage te leveren aan de discussie over high frequency traders en de huidige marktstructuur en werkt daarbij samen met academici, andere toezichthouders, waaronder ESMA en de marktpartijen. Download Rapport (pdf 1,88MB): A case analysis of critiques on high-frequentie trading ^  Inhoud Hcc Beleggen interessegroep Computerbeleggersgroep-ZH   Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: janroozenburg@kpnplanet.nl ^  Inhoud Hefboomproducten  -  deel2    Keuren,  warrants  en opties Bron:  Jan Kolkman Een ieder weet dat je aandelen kunt kopen en verkopen, maar er zijn mensen die een grotere hoeveelheid willen aanschaffen dan hun financiële middelen toestaan. Je kunt stellen dan leen je toch gewoon een bedrag bij de bank of een rijke oom. Maar een bank is een instelling die je alleen maar geld wil lenen als je kunt aantonen dat het niet nodig hebt. En niet iedereen heeft iemand met centen in de familie of kennissenkring.  Je kan echter ook gebruik maken van hefboom-producten Jan Kolkman beschrijft in dit deel 2 de Keuren, warrants en opties. Keuren Naast de premie-affaires à la hausse, als je een stijgende koers verwacht, of à la baisse, wanneer je een daling verwacht, waren er tot in de jaren 70 ook nog keuren. Een koperskeur is in feite een combinatie van een contante aankoop en een hausse-premie. Je kocht een aantal aandelen en sprak tegelijkertijd af dat je nog een willekeurig aantal, bij voorbeeld het drievoudige voor dezelfde prijs mocht bijkopen. In zo’n geval was de koers van de contante aankoop en de mogelijke aankoop op termijn wel wat hoger dan de marktprijs op dat moment. Warrants Eind jaren 70 en in de jaren 80 was er ook veel handel in warrants. Een warrant was in veel gevallen een deel van een converteerbare obligatielening. Bij zo’n warrantlening werd het deel waarmee je kon inschrijven op een aandeel los gekoppeld van het leningdeel en werden beide delen los van elkaar verhandeld. Warrants waren daarmee ook een typisch voorbeeld van een maatwerkproduct. Interessante warrants waren destijds die van Nationale Nederlanden, de Westland-Utrecht Hypotheekbank, Randstad, Albert Heijn en Borsumij-Wehry. Over deze laatste heb ik al eens geschreven in het artikel over Galapagos van 3 april 2015. Maar in die jaren kwamen ook talloze Japanse concerns met warrants op de markt. Toen de Japanse beurs eind december 1989 een all-time-high bereikte van 38.915 punten en daarna in een bearmarket terecht kwam, was de handel in warrants niet meer interessant en liepen heel veel warrants waardeloos af. We hebben toen aan een broker gevraagd een stapeltje waardeloze warrants uit te leveren, puur als curiositeit. Daar heb ik er nog wat van, dus wie er een paar zou willen hebben, moet me dat even laten weten. Momenteel zie je nog wel eens berichten dat het aantal uitstaande aandelen van een bedrijf is toegenomen door de uitoefening van warrants. Dit zijn dan geen algemeen verhandelbare warrants, maar warrants die het bedrijf heeft verstrekt aan de directie en/of personeel. Opties In 1973 ging in Chicago de optiebeurs voor het eerst open. Zo werd de call optie de opvolger van de hausse-premie, terwijl de put optie in de plaats kwam van de baisse-premie. Terwijl bij de premiën, keuren en warrants echt sprake was van maatwerk, werd bij opties alles gestandaardiseerd. Zo gaat de optiehandel altijd per 100 aandelen of een veelvoud daarvan. En de beroepshandel bepaalde op welke aandelen opties werden verhandeld. Dat waren, zoals begrijpelijk, de meest verhandelde aandelen. Houd bij het kopen van een hefboomproduct als een call steeds in gedachten, dat je overtuigd moet zijn - zeker weten doe je ‘t nooit !! – dat de koers makkelijk moet kunnen verdubbelen gedurende de looptijd. Dus beslist niet denken: met een beetje geluk zit ik zo op een verdrievoudiging van de koers. Call optie Als het goed is word je eerst enthousiast voor een aandeel en pas daarna ga je kijken of je misschien beter een call optie kunt kopen. Waar doe je goed aan om op te letten bij de beoordeling van de aantrekkelijkheid van een call optie. Kies een looptijd – dat is de periode van nu tot aan de afloopdatum – van minstens een half jaar. De afloopdatum, ook wel expiratiedatum genoemd, is steeds de derde vrijdag van de maand. Waarom is de looptijd belangrijk ? Dat leg ik uit aan de hand van een paar praktijkvoorbeelden met koersen van maandag 4 april 2016. Ik geef daarbij de formule en de uitkomst. Jan Kolkman,  oprichter van Stockpicker-signaal heeft tientallen jaren ervaring opgedaan met de belegging in aandelen bij een grote beleggingsmaatschappij en hij heeft zich daarna, via cursussen, symposia en heel veel lezen, gespecialiseerd in technische analyse. Hij hanteert diverse algemeen gebruikte indicatoren en daarnaast ook signalen uit eigen koker. Maar eerst nog even een paar begrippen uit de optiewereld. De uitoefeningsprijzen – de exercise prices – van calls liggen rond de beurskoers van het aandeel. Een call met een exercise price beneden de beurskoers is een in-the-money (ITM) call en een call met een exercise price boven de beurskoers is een out-of-the-money (OTM) call. Is de uitoegeningsprijs ongeveer gelijk aan de beurskoers dan hebben te maken met een at-the-money (ATM) call. Premie van een call Het woord premie levert nogal eens verwarring op omdat belegger A er de koers van de call mee bedoelt, terwijl belegger B daarmee het percentage bedoelt dat het aandeel moet stijgen om de prijs van de call goed te maken, dus geen verlies te lijden met de call. Daarom hanteer ik het woord premie niet als ik het over opties heb. De prijs van de call noem ik de CALL. En het percentage dat een aandeel moet stijgen om met de call quitte te spelen noem ik AGIO. KOERS AANDEEL PHILIPS = 24.28, alle koersen per 4 april CALL MEI 2016 / 20 = 4.38 korte looptijd, lage exercise price CALL MEI 2016 / 28 = 0.07 korte looptijd, hoge exercise price CALL DECEMBER 2018 / 20 = 5.15 lange looptijd, lage exercise price CALL DECEMBER 2018 / 28 = 1.71 lange looptijd, hoge exercise price     Berekening agio AGIO korte looptijd, lage exercise price    = { ( EXERCISE PRICE + CALL)     / AANDEEL } * 100 – 100 { ( 20     + 4.38 ) / 24.28 } *100-100 = 0.41 % AGIO korte looptijd, hoge exercise price    =  { ( EXERCISE PRICE + CALL)     / AANDEEL } * 100 – 100 { (  28 + 0.07 ) / 24.28   } * 100 –100 = 15.61 % AGIO lange looptijd, lage exercise price    = { ( EXERCISE PRICE + CALL)     / AANDEEL } * 100 – 100 { (  20 + 5.15 )  / 24.28 )   } * 100 –100 = 3.58 % AGIO lange looptijd, hoge exercise price    = { ( EXERCISE PRICE + CALL)     / AANDEEL } * 100 – 100 { (  28 + 1.71 )   / 24.28 )   } * 100 –100 = 22.36 % Bij een oppervlakkige berekening zou je kiezen voor de call met de laagste agio, maar wanneer we letten op de resterende looptijd, dan komen we anders uit : TOTALE AGIO LOOPTID AGIO OP JAARBASIS CALL MEI 2016 /20 0.41 % 0.126 JAAR 3.32 % CALL DEC 15 / 27 15.61 % 0.126 JAAR 216.19 % CALL DEC 18 / 20 3.58 % 2.701 JAAR 1.31 % CALL DEC 18 / 28 22.36 % 2.701 JAAR 7.76 %                             Het is dus een goede zaak om bij opties te kiezen voor een lange looptijd en een lage exercise price en ga niet voor dat lekker lage prijsje van 7 cent.  Ook in dit geval is goedkoop duurkoop. Het is zelfs zo dat de hoogst geprijsde call het goedkoopste blijkt te zijn. Een soortgelijke berekening is te maken voor de agio van een put optie. AGIO =  { ( EXERCISE PRICE – PUT ) / AANDEEL } * 100 –100 Dus laat je niet verleiden door zo’n lekker laag prijsje. Bij het beoordelen van prijzen in het algemeen is het heel verleidelijk enthousiast te worden door het aantrekkelijk lage prijsje dat je soms ziet. Maar als je goed kijkt kom je er achter dat goedkoop vaak duurkoop is. Het gaat er om wat je voor je geld krijgt. Als jij me zegt dat je net 40 euro iets hebt gekocht bij de HEMA, kan ik je niet vertellen of dat duur of goedkoop was. Als het een kinderfiets voor je kleinzoon was, dan is het goedkoop, maar kocht je een blocnote voor dat bedrag dan is het bijzonder duur. Maar we willen niet alleen quitte spelen met die call, want dan hadden we net zo goed niet kunnen gaan beleggen. We willen winst maken en wel meer winst dan met de belegging in het aandeel. De formule die we daarvoor hanteren is in 1970 ontwikkeld door Daniel Turov, blijkens een artikel in het Amerikaanse zakenweekblad BARRON’S en ik noem ‘m dan ook de TUROV en die luidt voor de call:     TUROV = { exercise price / ( aandeel – call ) } * 100 –100 of uitgebreider:     TUROV PER JAAR { exercise price / (aandeel – call) } ^ (1/ looptijd in jaren) * 100 –100. Denk niet in de geest van: Als ik nou een beetje geluk heb en het aandeel gaat stijgen, dan maak ik een leuke winst, maar ….. Koop pas een call als je er van overtuigd bent dat de call kan verdubbelen binnen de looptijd van de call. Dus geef het aandeel de tijd om zijn werk te doen. ^  Inhoud Hcc Beleggen interessegroep Noordbeleggen groep Noordbeleggen is gestart in maart 2006 rond het beleggingsprogramma Vestics. Inmiddelszijn wij verder gegaan in de boeiende wereld van het beleggen. Zo doen we onze beleggingen op individuele basis en komen zo'n vijf keer per jaar bijeen. Het zijn 'interactieve' bijeenkomsten waarin nieuwtjes en ervaringen onder het genot van een kopje koffie worden uitgewisseld. Naast het bespreken van het vaste onderwerp: de 'echte' portefeuille, komen ook onderwerpen als: ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz aan bod. Met als rode draad: Selecteren van Aandelen. Selecteren van Opties. Werking en selectie van Turbo's Selecteren van Beleggingsfondsen Benieuwd? Kom kom gerust een keer kijken of het iets voor je is. Mail voor meer info naar Ben Rietveld ^  Inhoud Professor Siegel is enthousiast over dividendaandelen Bron:  Hendrik Oude Nijhuis Jeremy James Siegel, 14 nov 1945,  is de Russell E. Palmer hoogleraar Finance aan de Wharton School van de University of Pennsylvania. De Siegel's paradox is naar hem vernoemd. Jeremy Siegel (1945), de bekende economieprofessor aan business school Wharton, stelde onlangs in dit acht minuten durende videofragment erg enthousiast over dividendaandelen te zijn. Volgens Siegel is een grote toeloop naar deze aandelencategorie nog maar net op gang gekomen: "Ik denk dat we aan het begin staan van een stormloop richting dividendaandelen", aldus professor Siegel. Siegel: "Zelfs al wordt de rente in de Verenigde Staten dit jaar verhoogd dan nog zullen meer en meer beleggers zich realiseren dat ze wat inkomen betreft niet op obligaties of een spaarrekening hoeven te rekenen om vervolgens tot de conclusie te komen dat aandelen een beter alternatief zijn." Nu het dividendrendement dikwijls 3% tot 4% bedraagt terwijl de obligatierente veelal minder dan 2% is stelt Siegel dat we misschien een herhaling krijgen van de jaren '50 en '60 toen aandelen werden gekocht vanwege het dividendinkomen wat toen voor veel extra vraag naar aandelen zorgde. Verschillende scenario's Vanuit het perspectief van inkomsten bezien valt er voor dividendaandelen momenteel veel te zeggen. Want blijft de rente voorlopig laag dan blijven dividendaandelen een heel aantrekkelijk alternatief. En stijgt de rente vanwege een aantrekkende economie dan zullen de bedrijfswinsten waarschijnlijkheid ook stijgen. En trekt de inflatie enigszins aan dan zijn aandelen vermoedelijk al eveneens een goed alternatief omdat bedrijven hogere kosten aan hun eigen klanten zullen proberen door te berekenen. Hendrik Oude Nijhuis Auteur, oud bestuurslid HCC Beleggen en BSC Duitenberger. Oprichter Warrenbuffet.nl Hendrik Oude Nijhuis heeft Management, Economics & Law aan de Universiteit Twente gestudeerd en heeft zich jarenlang verdiept in de strategieën van ‘s werelds beste beleggers. Zijn bestseller over Warren Buffett is via de website http://www.warrenbuffett.nl/ gratis beschikbaar. Deze column is niet bedoeld als individueel advies tot het doen van beleggingen. Een ongunstig scenario Met bovenstaande scenario's in het achterhoofd verbaast het niet dat professor Siegel vooral het scenario vreest waarbij de inflatie wel stevig stijgt maar er van economisch herstel geen sprake is: "Het grootste risico is dat de inflatie stijgt zonder dat sprake is van toenemende vraag." Op dit moment stijgt de inflatie weliswaar "maar dat komt omdat de wereldeconomie herstelt". Siegel vreest voor een scenario waarbij de inflatie sterk oploopt en waarbij de rente in reactie daarop fors verhoogd wordt. Maar zo'n scenario voorziet hij niet. Groter plaatje Vanuit macroperspectief had Siegel eigenlijk liever gezien dat bedrijven niet zoveel winst als dividend zouden uitkeren. Hij merkt op dat veel bedrijven echter geen aanleiding zien tot investeren vanwege een zwakke vraag en lage productiviteitsgroei. Vandaar de keuze voor dividenduitkeringen en inkoop van eigen aandelen. Maar zo gaat het geld tenminste nog gewoon terug naar de aandeelhouders. "Het had slechter gekund...", aldus Siegel. ^  Inhoud Indexhugging schaadt belang belegger Bron:  AFM De praktijk van indexhugging (ook wel bekend onder de term ‘closet indexing’) bestaat wanneer een beleggingsfonds wordt gepresenteerd als een actief beheerd fonds terwijl het fonds in werkelijkheid de benchmark (te) nauwgezet volgt en daarbij de kosten van een daadwerkelijk actief beheerd fonds in rekening brengt. Het blijkt dat indexhugging op langere termijn geen toegevoegde waarde biedt om de hogere kosten te verantwoorden. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft in 2015 onderzocht hoeveel in Nederland gevestigde beleggingsfondsen kwalificeren als indexhuggers. Wanneer een fonds te dicht bij de benchmark blijft, dan is de potentie om op lange termijn toegevoegde waarde te bieden te klein om de hogere kosten te verantwoorden. De AFM vindt daarom dat fondsen die kwalificeren als indexhugger het klantbelang onvoldoende centraal stellen. Van de in Nederland gevestigde aandelenfondsen is 8% aan te merken als potentiële indexhugger. Daarnaast zijn er ook veel buitenlandse aanbieders op de Nederlandse markt actief. Indexhugging (ook wel bekend onder als ‘closet indexing’) bestaat wanneer een beleggingsfonds wordt gepresenteerd als een actief beheerd fonds terwijl het in werkelijkheid de benchmark nauwgezet volgt en daarbij de kosten van een daadwerkelijk actief beheerd fonds in rekening brengt. De AFM vindt dat beleggingsfondsen die kwalificeren als indexhugger het klantbelang onvoldoende centraal stellen. Het streven moet zijn dat de fondsen die in Nederland worden aangeboden, niet kwalificeren als indexhuggers. Toezicht AFM Het rapport van de AFM is in lijn met de Public Statement van de European Securities and Markets Authority (ESMA) van 2 februari 2016 waarin ESMA nationale toezichthouders oproept om stappen te ondernemen tegen indexhugging. Uit het onderzoek van de AFM blijkt dat 7 van de 85 onderzochte Nederlandse fondsen als potentiële indexhuggers zijn aan te merken. Deze fondsen hadden in 2014 bijna een half miljard euro retailvermogen onder beheer (2% van het vermogen van de 85 fondsen). De AFM wil dat indexhuggers de informatieverstrekking en kosten laten aansluiten bij de mate van actief beheer dan wel actiever gaan beleggen. De slotsom kan ook zijn dat het fonds geen bestaansrecht meer heeft. De AFM heeft de beheerders van de betreffende fondsen hierop aangesproken. Download Rapport (pdf 425KB):  Rapport verkenning potentiële indexhuggers ^  Inhoud Actief zijn binnen onze vereniging  - Redactieleden gezocht - Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen. En dat Kan. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. -- Redactieleden gezocht -- Voor de nieuwsbrief en de website zijn wij dringend op zoek naar mensen die de nieuwsbrief en website willen beheren en/of het aandurven een column, een  artikel of  recensie te schrijven. Zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing,  met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Bestuursleden worden telkens voor een vaste periode benoemd met een maximum van 2 periodes en om die reden zijn wij altijd op zoek naar mensen die bereid zijn de kar te trekken. Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan per email contact op met het HCC Beleggen bestuur  of met de redactie  ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. ^  Inhoud

4 juni 2016

...

Nieuwsbrief20160501

.. Mei 2016 Geslaagd symposium Structuur op de weg naar rendement…. CoSA en Beginnen met Beleggen Beleggen voor beginners: beleggingsfondsen in een notendop Berkshire Hathaway, Een belegging en de inflatie Hefboomproducten  -  deel1 Hoeveel is genoeg? Actief worden binnen onze vereniging             - Redactieleden gezocht - .. Geslaagd symposium Bron:  HCC Beleggen symposiumorganisatie We kunnen terug kijken op een geslaagd symposium.  Niet alleen inhoudelijk was het een geslaagde dag maar ook de sfeer was prima. De bezoekers hebben een inspirerende dag gehad waarbij ze inspiratie opgedaan hebben in hun benadering van en mbt hun inzicht in beleggen. Op de website http://www.beleggersonline.nl/ is het programma terug te zien Klik Hier. De presentaties zijn terug te vinden in de sectie Downloads op onze website Klik Hier. Bij het schrijven van deze nieuwsbrief staan er inmiddels een aantal video's op youtube (https://hcc.nl/youtube) en wordt er nog hard gewerkt aan het klaar maken van de resterende. De bezoekers hebben, naast interactie met standhouders en medebezoekers, inhoudelijk een divers aantal onderwerpen tot zich kunnen nemen komen. Een willekeurige greep: Crowdfunding, handelstechnieken en fonds selectiemethode zijn de onderwerpen die aan de orde gekomen zijn. Willem Okkerse heeft uitgelegd hoe hij met de OK score geld verdient. Ruud Smets deed hetzelfde over hoe je dat, met een beurs genoteerde fonds van hedgefunds, kan doen Aat Schornagel heeft veel over het handelen in opties verteld en een aantal systemen hiervoor laten zien. standhouders oa: Foxware met een optie analysepakket, Lynx (broker), Analist en Morningstar met focus op fondsenselectie, Theta Capital met info over hedgefunds, VoordeGroei met crowdfunding voor MKB en particuliere beleggers. Wilt u er de volgende keer (weer) bij zijn?           --  Noteer zaterdag 8 oktober in uw agenda!  -- Met vriendelijke groet en tot 8 oktober, Jos van den Berkmortel, symposiumorganisator. ^  Inhoud Structuur op de weg naar rendement…. Bron:  Ben van den Anker Alle begin is moeilijk, maar daarmee is niet gezegd dat beleggen moeilijk is! In deze column geef ik een aantal tips die beginnende beleggers wellicht verder kunnen helpen in de zoektocht naar rendement. Er zijn veel tips beschikbaar in de literatuur die allemaal hun merites hebben.  Deze vijf gouden regels doen het voor mij: 1. Vind het wiel niet zelf uit 2. Doe je huiswerk 3. Gebruik een margin of safety 4. Diversificatie 5. Weet wanneer te verkopen Een keer per kwartaal melden beleggersguru’s hun posities aan de Securities and Exchange Commision (SEC). In de U.S. bestaan websites als bijvoorbeeld secfilings.com, waar u een gratis alert kunt creëren voor wijzigingen in de formele documentatie van beursgenoteerde bedrijven. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor inside buys / sells. Met een aandeleninkoop van een insider is over het algemeen vertrouwen in de toekomst van het bedrijf gemoeid. Het plaatsen van een alert geeft u redelijk snel inzage in deze nieuwe feiten. Als het nieuws jou bereikt, weet een ander het al Over het algemeen moet je echter als belegger aannemen dat, als het nieuws jou bereikt, het anderen al veel eerder heeft bereikt. Er zijn guru’s die het kopiëren van andere guru’s tot hun businessmodel maken. Mohnish Parbrai bijvoorbeeld heeft zijn strategie voornamelijk gebaseerd op value investing in de stijl van Warren Buffet. Ook hierbij geldt overigens, dat rendementen in het verleden behaald  geen garantie voor de toekomst bieden. Het klakkeloos kopiëren van de keuzes die guru’s maken kan u slecht opbreken; zie bijvoorbeeld de recente rendementen van Bill Ackman met zijn Pershing Square. Fondsen en ETFs geven vaak inzage in de opbouw van het fonds. Van kleine fondsen kunt u de selectie aanschaffen, maar u kunt natuurlijk uit de fondsopbouw ook een beperktere keuze maken. Hiermee bespaart u de fondsfee. Veel bekende fondsen, waaronder redelijk presterende Nederlandse fondsen, hebben een alleszins beperkt aantal bedrijven in portefeuille. Aan indexhuggers heeft de belegger hier overigens niets. Dit soort fondsen verdienen hun fee letterlijk gewoonweg niet (kies dan een ETF!). Het meerjarengemiddelde van de fondsperformance geeft u zicht op het onderscheidend vermogen van het fonds. Ben van den Anker (1976) is schrijver / columnist en lid centrale directie aan het Candea College Hij heeft zijn PhD in Business & Management tijdens een negenjarig verblijf in Zuidoost Azië aan de International Graduate School of Business (University of South Australia) behaald. Hij is auteur van het boek The perceived role of Host Country Nationals in Expatriate Adjustment (2010, Ben van den Anker). Zijn onderzoek richt zich met name op de rol van cross-culturele interactie in het functioneren van expatriates. Daarnaast is hij voor de International Business Review revisor voor wetenschappelijke artikelen op het snijvlak business en management. Margin of safety Een goede voorbereiding is bij dit alles belangrijk. Diverse sites leveren gedetailleerde informatie over de langetermijn ratio’s van bedrijven. Screeners kunnen u de bedrijven op een presenteerblaadje leveren waarbij u de criteria vaststelt. Finviz.com heeft bijvoorbeeld een sterke gratis screener, maar cruciaal is dat u weet waar u naar zoekt. Adviezen van analisten zijn daarnaast interessant; hierbij moet wel meegenomen worden dat veel adviezen uiteindelijk niet het rendement behalen wat de analist heeft ingeschat. Een wijziging in een analistenreport vormt vaak wel een katalysator voor koersbewegingen op de zeer korte termijn. Seekingalpha.com en 4-traders.com zijn aanraders voor diegenen die baat hebben bij  analyse en datafilters.  De margin of safety refereert naar een veiligheidsbuffer waardoor u geen kostbare fouten maakt. Aandelen gekocht op hun hoogste koers kunnen hoger, maar er is ook een gerede kans dat ze lager gaan. Een bedrijf heeft tenslotte niet iedere dag een hoogste koers ooit en ‘what goes up must come down’ heeft altijd nog zo gewerkt. Kopen wanneer ‘het bloed door de straten stroomt’ kan echter wel een margin of safety bieden. Diegenen die  in januari 2016 op een dieptepunt in de markt hebben ingekocht kunnen nu redelijke rendementen tegemoet zien. Het aloude value investing principe om onder boekwaarde te kopen moet kritisch bezien worden. Banken en verzekeraars noteren nu flink lager dan boekwaarde. De rendementen zijn ook beperkt door negatieve rente en regelgeving rond het aanhouden van reserves. De korting is dus als het ware al ingeprijsd. Slechts al de markt ten goede keert zal de weg terug naar boekwaarde misschien mogelijk zijn. Hetzelfde is voor oliebedrijven te zeggen; diegenen die niet omvallen zullen de weg terug naar boven gaan maken in een aantal jaren tijd. Kopen als ‘het bloed door de straten stroomt’ is dus enkel zinvol als de vooruitzichten op lange termijn positief zijn; een onderliggende analyse van het bedrijf is dus ook hier noodzakelijk.  De eigenschap van data om uiteindelijk terug naar het gemiddelde te bewegen levert hiermee waarde op. In het begin van dit jaar zijn waren veel beleggers druk aan het ‘bodemvissen.’ Van een bodem kan de koers uiteindelijk alleen maar omhoog gaan. De vraag of de bodem bereikt is blijft dan cruciaal. Wie het antwoord op deze vraag weet hoeft zich geen zorgen meer te maken over de te behalen rendementen! Methodisch te werk gaan Het is wijs niet alle eieren in één mand te plaatsen. Verdeel uw beleggingen over verschillende categorieën; bijvoorbeeld real estate, metalen, aandelen, ETFs, obligaties en cash. Een twintig tot dertigtal aandelen /obligaties wordt over het algemeen als voldoende spreiding gezien, waarbij binnen categorieën ook nog gekozen kan worden voor een verdeling in binnen- en buitenlandse items. Een te grote portefeuille heeft als nadeel dat u de ontwikkelingen al snel niet meer bij kunt houden en beleggingen misschien te lang in portefeuille houdt. Bij verkopen loont het een strategie te hanteren; of dit nu een koersstijging of daling van 10% of iets anders is. Het gaat erom dat u methodisch te werk gaat en dat uw rendement op basis van een methode tot stand komt en niet een toevalstreffer is. Hierbij is het onvermijdelijk dat er soms verkeerde beslissingen genomen worden. Had ik nog maar wat langer gewacht dan had ik wel ……% rendement kunnen behalen. We kennen het allemaal wel…. In beleggen kijken we naar de toekomst, niet naar beslissingen die we in het verleden anders hadden moeten maken. De hoop het verleden te kunnen veranderen moeten we maar opgeven! Hoewel alle begin moeilijk is, is dit einde zeker niet gemakkelijk. Het bovenstaande is slechts een beknopte poging tot methodisch handelen en hopelijk een aanleiding tot verdere studie!   ^  Inhoud CoSA en Beginnen met Beleggen Bron:  HCC Beleggen CoSA-werkgroep In dit artikel gaan we in op de betekenis die fundamentele analyse van aandelen en de methoden die CoSA hiervoor heeft ontwikkeld, kunnen hebben voor de beginnende belegger. Ook iemand die zijn geld op een spaarrekening heeft staan, is een belegger. En het kan gegeven zijn persoonlijke omstandigheden heel verstandig zijn om alleen geld op een spaarrekening aan te houden. Ook in deze tijden waar de rente voor de spaarrekening erg laag is. De (beginnende) belegger waarvoor wij dit artikel hebben geschreven is iemand die het verantwoord acht om zijn kapitaal te verdelen over bijvoorbeeld een spaarrekening, obligaties en aandelen. Hij is zich bewust van de verschillende risico’s die aan deze assets verbonden zijn. En weet ook dat een investering in aandelen er een voor de lange termijn dient te zijn. Denk daarbij aan een periode van minstens 5 jaar. Dit artikel richt zich dus niet op de ‘trader’ die wil profiteren van korte termijnbewegingen van de aandelenkoers. Welke aandelen? Verstandig beleggen in aandelen doe je niet door af te gaan op het advies van de buurman die zegt zoveel verdient te hebben met beleggen of een aandeel te kopen omdat het wordt aanbevolen in de media. Onderzoek wijst uit dat beleggen op deze manier voor de meeste beleggers slechts tot verlies leidt. Wij vinden het evenmin verstandig om je te beperken tot aandelen genoteerd in Amsterdam. Die vijver is klein. Verstandig beleggen in aandelen betekent dat je op zoek gaat naar aandelen van bedrijven die hoge kwaliteit bieden. Die zoektocht geschiedt op basis van een objectieve, gestructureerde aanpak waarbij aandelen worden geselecteerd aan de hand van kengetallen en grenzen voor die kengetallen die het onderscheid tussen Koopwaardig, Houden en Verkopen kunnen bepalen. We adviseren daarbij te streven naar het vormen van een portefeuille van aandelen met aandacht voor spreiding over diverse sectoren. Het is gebruikelijk om geleidelijk een portefeuille met uiteindelijk bijvoorbeeld 15 of 20 aandelen in de portefeuille op te bouwen. Hierdoor beperken we het risico dat we lopen: Als één aandeel een tegenvallend resultaat oplevert, weegt dat minder zwaar in de totale opbrengst aan koerswinsten en dividenduitkeringen. De CoSA-werkgroep heeft methoden ontwikkeld die de belegger kunnen helpen bij het op deze wijze selecteren van kwaliteitsaandelen. Deze methoden zijn gebaseerd op de NAIC-methode die circa 60 jaar geleden in de VS is ontstaan. De NAIC-methode heeft een goed trackrecord. Het gemiddeld rendement bedraagt 13,9% per jaar. We volgen ongeveer 500 aandelen: 125 genoteerd in Europa en 375 in de VS. Daarbij onderscheiden we op dit moment twee categorieën aandelen: KoersGroei-aandelen en DividendGroei-aandelen. Verschillen tussen KoersGroei(KG) en Dividendgroei(DG) aandelen We merkten eerder op dat wij het kopen van aandelen beschouwen als een investering voor de lange termijn. In die periode moet je opgaande en dalende markten verwachten, maar de geschiedenis leert dat kwaliteitsaandelen op de lange duur een aantrekkelijk rendement bieden Uitgaande van de doelstelling die de belegger heeft geformuleerd, wordt bepaald welk deel van het te beleggen kapitaal geïnvesteerd zal worden in aandelen. Vervolgens is het verstandig nader te bepalen hoe de investeringen verdeeld zullen worden over KG- en DG-aandelen. KG-aandelen zijn gevoeliger voor koersvariaties, maar daar staat tegenover dat deze aandelen op de (middel)lange termijn gemiddeld een hoger rendement leveren. Het rendement van een investering in KG-aandeel wordt bepaald door de actuele koers te vergelijken met de aankoopkoers. KG-aandelen zijn vooral geschikt om vermogen of kapitaal te doen toenemen ten behoeve van latere grotere aankopen of een ten behoeve van aanvullend pensioen. DG-aandelen hebben een andere karakteristiek. Zij zijn minder gevoelig voor koersfluctuaties en indirect risicomijdend daar de uitkerende bedrijven door hun dividendbeleid de aandeelhouders beter en langer aan zich binden. Bovendien is het uitkeren van periodieke dividenden voor aandeelhouders het meest betrouwbare signaal over het welzijn van een bedrijf en het gevoerde beleid, betrouwbaarder dan de winst per aandeel(WpA) bijvoorbeeld. Het rendement van DG-aandelen wordt bepaald door de netto dividendopbrengsten daar deze uitsluitend worden gerelateerd aan de aankoopkoers en derhalve niet afhankelijk zijn van later negatief of positief koersverloop. Een belangrijk verschil tussen KG-en DG-beleggen is, dat bij koop van DG-aandelen ten behoeve van het verkrijgen van extra inkomsten door dividenduitkeringen, primair gelet wordt op dividendgroei en minder op koersgroei, terwijl bij KG-aandelen primair  gelet wordt op koersgroei en minder op dividenduitkeringen. Het maakt daarom DG-aandelen minder kwetsbaar in turbulente tijden. DG-aandelen zijn vooral geschikt om regelmatig extra inkomsten te ontvangen door de dividenden die veelal per kwartaal worden uitgekeerd. Wat door velen wordt gedaan, is eerst met KG-aandelen kapitaal/vermogen gedurende lange of middellange tijd op te bouwen en daarna over te gaan op DG-aandelen voor het benutten van het verworven vermogen voor regelmatige extra inkomsten. Veel Amerikanen zorgen op deze wijze voor hun eigen (aanvullend) pensioen. Hoe kan CoSA de Belegger helpen De CoSA-werkgroep vergroot de kennis van de fundamentele analyse bij beleggers door het publiceren van artikelen over dit onderwerp. Daarnaast stelt de werkgroep instrumenten beschikbaar waarmee de belegger zich een oordeel kan vormen over de kwaliteit en dus koopwaardigheid van een aandeel. We volgen een verzameling van aandelen die in potentie in aanmerking komen voor opname in de eigen portefeuille. Elke week verschijnt onze Nieuwsbrief waarin we artikelen opnemen die meer inzicht geven in onze werkwijze. Ook stellen we daarbij een wekelijkse Rangtabel beschikbaar met alle gevolgde aandelen met de waarden van de berekende kengetallen. Deze Rangtabel is een goed hulpmiddel voor de selectie van aandelen. Beleggers kunnen desgewenst de eisen die we aan de kengetallen stellen nog naar eigen voorkeur wijzigen. Verder kan een Excel-programma met hulpbestanden van de Europese aandelen gedownload worden waarmee de belegger een analyse van een aandeel kan maken. Daardoor krijgt hij meer inzicht in de wijze waarop de beoordeling van een aandeel tot stand komt. Werkgroep CoSA Indien u meer wilt weten over de activiteiten van CoSA, kunt u de voorlopige CoSA-webpagina (klik hier), raadplegen of contact opnemen met de voorzitter: Jan van der Meulen via CoSA-L@beleggersonline.nl  U kunt zich met hetzelfde mailadres aanmelden voor het ontvangen van informatie, zoals de wekelijks verschijnende CoSA-nieuwsbrief en voor het verkrijgen van toegang tot de voor CoSA-leden beschikbare Europese CoSA/SSG-verzameling. Voor HCC-leden is deze service gratis! ^  Inhoud Hcc Beleggen interessegroep Computerbeleggersgroep-ZH   Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: janroozenburg@kpnplanet.nl ^  Inhoud Berkshire Hathaway, Een belegging en de inflatie Bron:  Jan Kolkman met een reactie van Hendrik Oude Nijhuis Begin april heb ik een presentatie bijgewoond over het fenomeen Warren Buffett waarbij iemand uit de zaal vroeg: Kun je ons nu ook vertellen hoe de grafiek er uit zou zien met inflatiecorrectie ? Het antwoord was: dat maakt niets uit.... Ik was van plan die vragensteller na de presentatie nog even aan te spreken, maar kon hem helaas niet meer vinden. Daarom wil ik zijn vraag op deze manier beantwoorden. De inflatie is het percentage dat de Consumer Price Index is gestegen in een periode van 12 maanden. De CPI geeft aan wat een bepaald pakket consumentengoederen kost, waarbij de beginperiode op 100 wordt gesteld. Een belegging die je voor inflatie wilt corrigeren stel je op de begindatum op 100, net als de CPI op die datum. Om nu het voor inflatie gecorrigeerde beleggingsresultaat te berekenen deel je de reeks van de belegging door de reeks van de CPI. In de Berkshire tabellen*) zie je de ontwikkeling van de Market Value van Berkshire Hathaway, de CPI en de Market Value reeks gedeeld door de CPI reeks. Rente-op-rente effect Jaar 0 100 1e jaar + 20 % = 120 2e jaar + 20 % = 144 3e jaar + 20 % = 172.8 4e jaar + 20 % = 207.36 5e jaar + 20 % = 248.83 En verder de vergelijking met de Standard & Poor’s 500 Composite Index op de zelfde manier. De spreker had helemaal gelijk dat je deze reeks als het ACHTSTE WERELDWONDER zou kunnen zien, want het effect van de rente-op-rente, vooral met grote groeipercentages is fenomenaal. Dat rente-op-rente effect is goed zichtbaar als je bij voorbeeld iets 20 procent per jaar laat groeien gedurende vijf jaar. Jan Kolkman Reactie Hendrik Oude Nijhuis: Beste Jan, Leuk idee het rendement van Berkshire Hathaway eens te bekijken gecorrigeerd voor inflatie. Met mijn punt dat inflatie (en bijvoorbeeld de hoogte van de vermogensrendementsheffing eveneens) ‘niet uit maakt’ bedoel ik dat inflatie sowieso speelt, voor welke investering dan ook gekozen worden. Ongeacht de inflatie en vermogensrendementsheffing blijft het streven voor beleggers beleggingen te vinden met een zo aantrekkelijk mogelijke rendement- / risicoverhouding. Vriendelijke groeten, Hendrik Oude Nijhuis *)Berkshire Tabellen Download: Zie beleggersonline.nl Klik Hier ^  Inhoud Beleggen voor beginners: beleggingsfondsen in een notendop Bron:  Jeffrey Schumacher, Morningstar Benelux Spreiden Een van de belangrijkste regels van beleggen is het spreiden van risico’s. Niet alle eieren in één mandje, maar risico’s tegen elkaar wegstrepen. Met een mooi woord noemen we dat diversificatie. Als particuliere belegger met een kleiner belegbaar vermogen is dat niet altijd makkelijk te bewerkstelligen. U kunt wel een portefeuille samenstellen van 50 verschillende aandelen, maar als dat betekent dat u van ieder bedrijf maar 1 aandeel kunt kopen, dan gaat dat gepaard met relatief hoge transactiekosten. Beleggers die tegen dit dilemma aanlopen, kunnen ervoor kiezen om te beleggen via beleggingsfondsen. Gezamenlijk beleggen Een beleggingsfonds is een investeringsvehikel dat beleggers samenbrengt. Een fonds verzamelt vermogen van individuen om deze vervolgens namens de groep te beleggen in een portefeuille van effecten, zoals obligaties en aandelen. Wanneer een belegger geld stort in een fonds, wordt hij aandeelhouder in het fonds. Hoeveel aandelen een belegger in het fonds krijgt, hangt af van de koers van het beleggingsfonds. De som van de waarde van alle aandelen van beleggers in het fonds is het fondsvermogen (of Assets under Management). De fondsbeheerder Het beheer van een beleggingsfonds is in handen van een fondsbeheerder (in het Engels aangeduid als portfolio manager of “PM”) die in dienst is bij een fondshuis (asset manager). Dat kan een enkele beheerder of een team zijn, eventueel ondersteund door analisten. Deze professionele beheerder beschikt over kennis van financiële markten en houdt zich fulltime met het beheer van het fonds bezig. Hij belegt het fondsvermogen volgens vooraf gestelde regels in het prospectus (mandaat), met als doel een bepaalde index (benchmark) te verslaan. Bijvoorbeeld een wereldwijd aandelenfonds dat zich tot doel stelt om de MSCI World Index te verslaan. De fondsbeheerder kan binnen de gestelde grenzen zelf bepalen waarin hij het geld van beleggers investeert. Beleggers geven dus de controle uit handen, maar krijgen daar wel expertise voor terug. Voor het beheer betaalt de belegger een vergoeding aan het fondshuis: de lopende kosten, of in het Engels Ongoing Charge. Jeffrey Schumacher CFA, Senior Fondsanalist bij Morningstar Benelux na zijn opleiding aan de VU Amsterdam en het behalen van het certificaat Chartered Financial Analyst (CFA) aan het CFA Institute is hij vanaf juni 2011 als Senior Fund Analyst werkzaam bij Morningstar. Daavoor  was hij van 2006 tot 2009 werkzaam bij Theodoor Gilissen Bankiers als Equity/Commodity Analyst en aansluitend tot juni 2011 werkzaam als Vermogensbeheerder Services / Fund Trading bij SNS Securities. De hoogte van deze kosten kunt u terugvinden in het Key Investor Information Document (KIID), een document dat fondshuizen verplicht zijn te verstrekken aan (potentiële) beleggers en dat op de website van de fondsbeheerder kan worden gedownload. De beheervergoeding is doorgaans lager dan de kosten die een belegger zou maken indien hij alle transacties zelf zou doen. De beleggingsportefeuille De fondsbeheerder koopt verschillende effecten. Dus niet 1 of 2, maar hij zal het fondsvermogen beleggen in tientallen tot soms honderden effecten om diversificatie tot stand te brengen. Het aantal beleggingen en het soort effecten, dus aandelen of obligaties, verschilt per strategie, mandaat en de overtuiging van de beheerder. Alle effecten tezamen noemen we de beleggingsportefeuille. De individuele aandelen of obligaties worden ook wel aangeduid als “posities” of “holdings”. Een belegger die een beleggingsfonds koopt krijgt dus eigenlijk een dwarsdoorsnede op kleine schaal van het fonds. De portefeuille van een fonds kan uit verschillende componenten bestaan. Er zijn fondsen die enkel in aandelen of obligaties beleggen en daarbinnen zijn er ook nog diverse stromingen. Er zijn ook fondsen die in vastgoed beleggen. Of in een combinatie van aandelen, obligaties en vastgoed. Dit noemen we mixfondsen. Daarnaast keren sommige fondsen ontvangen dividenden (=winstuitkering) of coupons (=rente) uit aan beleggers. Dat noemen we distributie-klasse. Of ze houden deze uitbetalingen aan om deze weer te herinvesteren in het fonds. Dat heet kapitalisatie-klasse. Ook is er een verschil tussen fondsen die valutarisico’s afdekken (hedgen) of juist niet. Rendement De beleggingsportefeuille die de fondsbeheerder samenstelt bestaat dus uit meerdere effecten. De effecten in de portefeuille stijgen en dalen in waarde, wat uiteindelijk het rendement van de portefeuille bepaalt. Het netto rendement (rendement na kosten) kan worden afgezet tegenover een benchmark. Pas op: sommige fondsaanbieders laten echter bruto rendementen (rendement voor kosten) zien wanneer ze de prestaties van het fonds vergelijken met de benchmark! Het hele beleggingsproces ziet er dan als volgt uit: Het selecteren van een beleggingsfonds Beleggingsfondsen bieden beleggers dus de mogelijkheid voor eenvoudige en efficiënte diversificatie, toegang tot diverse markten en beleggingsstijlen, expertise en schaalvoordelen in de vorm van lagere kosten . Er is echter ook een nadeel voor fondsbeleggers. Het kiezen van het juiste beleggingsfonds is geen sinecure. Er zijn zeer veel fondsen beschikbaar, maar diverse onderzoeken hebben aangetoond dat gemiddeld genomen 80% van de actief beheerde beleggingsfondsen achter blijft bij de benchmark. Dat zijn teleurstellende cijfers, maar het betekent ook dat er fondsen zijn die wel waarde toevoegen. Voor het selecteren van beleggingsfondsen kijken beleggers vaak naar historische rendementen (track record). De Morningstar Rating (de “sterren”) is ook gebaseerd op historische, voor risico gecorrigeerde rendementen. De schaalverdeling loopt van 1 ster voor de slechtst presterende fondsen tot 5 sterren voor de beste fondsen. Dit kan een interessant vertrekpunt zijn, maar het is absoluut niet het eindstation. Een fonds kan 5 sterren hebben op basis van zijn goede prestaties uit het verleden, maar er kunnen belangrijke zaken zijn veranderd. Is de fondsbeheerder nog wel dezelfde? Is het proces gewijzigd? Zijn de kosten verhoogd? Allemaal factoren die het track record minder relevant maken voor de huidige situatie en die negatief kunnen uitpakken voor de toekomst. Dit kunt u echter niet uit het aantal sterren aflezen, die kijken alleen maar naar het verleden. En rendementen uit het verleden… Kwalitatieve analyse De Morningstar Analyst Rating is een kwalitatieve beoordeling die wordt uitgevoerd door de fondsanalisten van Morningstar, waarbij het beleggingsteam, proces, fondshuis, rendement & risico en kosten uitgebreid geanalyseerd worden. Deze beoordeling resulteert in een rating. Die kan positief of negatief uitvallen, of neutraal. Morningstar hanteert de ratings Negative, Neutral en, aan de positieve zijde, Bronze, Silver en Gold. Deze kwalitatieve beoordeling gaat dus veel verder dan een analyse van historische rendementen. Beleggen in beleggingsfondsen kan zorgen voor gemak, maar u moet wel eerst gedegen uw huiswerk doen om het juiste beleggingsfonds te selecteren. Dit is het eerste artikel uit een vierdelige reeks waarin Morningstar de basisbegrippen van beleggen uitlegt voor de beginnende belegger. Lees ook de andere delen uit deze serie: Op zoek naar alpha ^  Inhoud Hcc Beleggen interessegroep Noordbeleggen groep Noordbeleggen is gestart in maart 2006 rond het beleggingsprogramma Vestics. Inmiddelszijn wij verder gegaan in de boeiende wereld van het beleggen. Zo doen we onze beleggingen op individuele basis en komen zo'n vijf keer per jaar bijeen. Het zijn 'interactieve' bijeenkomsten waarin nieuwtjes en ervaringen onder het genot van een kopje koffie worden uitgewisseld. Naast het bespreken van het vaste onderwerp: de 'echte' portefeuille, komen ook onderwerpen als: ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz aan bod. Met als rode draad: Selecteren van Aandelen. Selecteren van Opties. Werking en selectie van Turbo's Selecteren van Beleggingsfondsen Benieuwd? Kom kom gerust een keer kijken of het iets voor je is. Mail voor meer info naar Ben Rietveld ^  Inhoud Hefboomproducten  -  deel1 Bron:  Jan Kolkman Een ieder weet dat je aandelen kunt kopen en verkopen, maar er zijn mensen die een grotere hoeveelheid willen aanschaffen dan hun financiële middelen toestaan. Je kunt stellen dan leen je toch gewoon een bedrag bij de bank of een rijke oom. Maar een bank is een instelling die je alleen maar geld wil lenen als je kunt aantonen dat het niet nodig hebt. En niet iedereen heeft iemand met centen in de familie of kennissenkring. Daar heeft de effectenhandel wat voor bedacht, namelijk hefboomproducten. Die zijn er in de loop van de jaren in allerlei variëteiten bedacht, zoals premie-affaires in de vorm van hausse-premies en baisse-premies keuren in de vorm van koperskeur en verkoperskeur warrants, een niet-gestandaardiseerde voorloper van de opties opties in de vorm van call opties en put opties turbo’s in de vorm van turbo’s long en turbo’s short, deze laatste categorie wordt ook in de handel gebracht onder naam Sprinters en Speeders. Turbo’s waren ontwikkeld door de ABN-Amrobank, daarna waren ook andere banken die dit product op de markt brachten, maar ABN-Amrobank ging niet akkoord dat zij de naam turbo zouden gebruiken. Hausse-premie Stel je wilt 1000 aandelen Philips kopen op 24 gulden – ja inderdaad guldens want we zitten nog midden in de jaren 70, toen de euro nog niet was bedacht - maar je hebt daarvoor niet voldoende middelen beschikbaar. Dan kon je, wat toen heel gebruikelijk was, een hausse-premie afsluiten met een uitoefeningsprijs van bij voorbeeld 26 gulden en een expiratie-datum, dat is de laatste dag dat je dat recht kunt uitoefenen, van 1 februari volgend jaar. Jan Kolkman,  oprichter van Stockpicker-signaal heeft tientallen jaren ervaring opgedaan met de belegging in aandelen bij een grote beleggingsmaatschappij en hij heeft zich daarna, via cursussen, symposia en heel veel lezen, gespecialiseerd in technische analyse. Hij hanteert diverse algemeen gebruikte indicatoren en daarnaast ook signalen uit eigen koker. Jouw bank ging dan met die order naar de specialist op dat gebied in Amsterdam, Van Kollem & Zoon. Dit was de specialist in Premiën en Keuren. Daar betaalde je zeg 1,50 gulden voor. Daarmee had je het recht om 1000 aandelen Philips te kopen voor 26 gulden, onafhankelijk wat de koers van het aandeel zou doen. Stel dat de koers was gestegen tot 32 gulden. Dan was de waarde van je hausse-premie (32 – 26 =) 6 gulden waard. Dat is dus een rendement van 300 %. Had je aandelen gekocht dan was je winst (32 – 24 =) 8 gulden, wat een rendement van slechts 33 procent inhield. Was de koers echter gedaald van 24 naar 21 gulden en je had aandelen gekocht, dan was het verlies dus (24 – 21 =) 3 gulden maal 1000 aandelen is 3000 gulden. Had je in plaats daarvan gekozen voor de hausse premie, dan was die waardeloos afgelopen, maar je verlies was beperkt tot je inleg van 1500 euro. In dit laatste geval ging je dus je recht om te kopen niet uitoefenen, want dan zou je 26 gulden moeten neertellen, terwijl je ze op dat moment op de beurs voor 21 gulden op de kop kon tikken. Premie-affaires konden voor elk willekeurig aantal aandelen worden gesloten. Wilde je bij voorbeeld een hausse premie op 83 aandelen, dan kon dat. Het was dus echt maatwerk. Een hausse-premie, en ook een baisse-premie, is dus een recht om te kopen respectievelijk te verkopen, en geen plicht. Je tegenpartij heeft de plicht de aandelen te leveren respectievelijk af te nemen en heeft in ruil daarvoor een vergoeding ontvangen. Dit in tegenstelling tot een termijntransactie, of future. Een future is dus geen hefboomproduct. Het is een contract voor de levering van goederen, waarbij de koper de plicht heeft de goederen af te nemen en de afgesproken prijs te betalen, terwijl de verkoper de plicht heeft de goederen te leveren en de afgesproken prijs te accepteren. Dat is dus onafhankelijk van de prijs op het moment van levering. Hier hebben dus beide partijen een verplichting aangegaan. Dit soort transacties zie je veel bij land- en tuinbouwproducten. Dit doet me denken aan…(om even de legendarische uitspraak van Posthumus Meijes te gebruiken): 15 ton aardappelen Naast warrants – waarover later meer - hadden wij als collega’s het ook wel eens over de handel in commodities. Op een dag kwam het gesprek om op termijn aardappelen te kopen. Zo’n contract houdt in dat er 15.000 kilo aardappelen worden geleverd. O ja, er moest ook nog een leveringsdatum worden bepaald. Over een half jaar, dat lijkt ons een redelijke termijn om winst te maken. Wij waren namelijk niet van plan die aardappelen echt te laten leveren, wij wilden ze in een later stadium met winst doorverkopen. We denken er nog even over na, want we weten helemaal niets van die hele aardappelhandel. Dan besluiten we met ons tweeën dat we niet iets in de aardappelhandel gaan doen. Punt. Uit. En wat zie ik als ’s avonds thuis kom ?  Pal voor mijn huis staan drie levensgrote aanhangwagens met elk 5 ton aardappelen. Mijn eerste gedachte was : Verdorie, hebben we dan toch die aardappelen gekocht en nog voor directe levering ook !! Wat was het geval ? We hebben geen contract om aardappelen te kopen, niet over zes maanden en niet nu. En die drie aanhangwagens vol aardappelen heeft de aardappelgroothandelaar van een paar straten verderop even in het parkeerhaventje bij ons voor de deur neer gezet. Wat een opluchting !! ^  Inhoud Hcc Beleggen interessegroep CoSA CoSA, Computerondersteunde Selectie van Aandelen, gebaseerd op fundamentele analyse van bedrijven. Er wordt primair gekeken naar omzet, nettowinst, eigen vermogen, dividenden en winst per aandeel om de kwaliteit van een bedrijf te bepalen. Pas als het bedrijf kwalitatief aan minimum eisen voldoet wordt er naar de koersen gekeken. Indien u meer wilt weten over de activiteiten van CoSA, kunt u de voorlopige CoSA-webpagina (klik hier), raadplegen of contact opnemen met de voorzitter: Jan van der Meulen via CoSA-L@beleggersonline.nl U kunt zich met hetzelfde mailadres aanmelden voor het ontvangen van informatie, zoals de wekelijks verschijnende CoSA-nieuwsbrief en voor het verkrijgen van toegang tot de voor CoSA-leden beschikbare Europese CoSA/SSG-verzameling. ^  Inhoud Hoeveel is genoeg? Bron:  Hendrik Oude Nijhuis Hoeveel geld is genoeg om de rest van uw leven iedere dag helemaal zelf te kunnen bepalen hoe u de dag invult, ook al is de pensioengerechtigde leeftijd nog (lang) niet bereikt? Aan het einde van dit artikel kunt u eenvoudig zelf bepalen hoeveel voor u genoeg is... Duizendjarige hypotheek Veel van de hypotheken die tegenwoordig afgesloten worden hebben een looptijd van dertig jaar. Een jong persoon is daarmee - mits alles goed gaat - rond het bereiken van zijn pensioengerechtigde leeftijd van zijn hypotheek verlost. Tegenwoordig wordt er vaak voor gekozen om gedurende de hele looptijd hetzelfde maandbedrag te betalen. De netto maandlast is dan in het begin lager aangezien vooral dan geprofiteerd wordt van de hypotheekrenteaftrek. In de beginperiode bestaat de maandlast grotendeels uit rente en maar voor een heel klein deel uit aflossing. Aan het einde van de looptijd is dat exact andersom. Wie erin slaagt elke maand enkele honderden euro's extra af te lossen kan de looptijd van zijn of haar hypotheek fors inkorten. Andersom geldt ook. Want betaalt u maandelijks ook maar iets minder dan neemt de totale duur van afbetalen extreem snel toe. Een paar honderd euro minder betalen iedere maand volstaat om van een dertigjarige hypotheek een eeuwigdurende hypotheek te maken, omdat in het begin maar zo weinig echt wordt afgelost. Zoiets kan een duizendjarige hypotheek genoemd worden. Of een aflossingsvrije hypotheek. Oneindig inkomen Het verhaal van de duizendjarige hypotheek heeft met rente en schulden te maken. Voor bezit geldt omgekeerd overigens hetzelfde. Zolang aan vermogen niet meer onttrokken wordt dan het reële rendement (dus gecorrigeerd voor inflatie!) kan oneindig lang van opbrengsten genoten worden. Hendrik Oude Nijhuis Auteur, oud bestuurslid HCC Beleggen en BSC Duitenberger. Oprichter Warrenbuffet.nl Hendrik Oude Nijhuis heeft Management, Economics & Law aan de Universiteit Twente gestudeerd en heeft zich jarenlang verdiept in de strategieën van ‘s werelds beste beleggers. Zijn bestseller over Warren Buffett is via de website http://www.warrenbuffett.nl/ gratis beschikbaar. Deze column is niet bedoeld als individueel advies tot het doen van beleggingen. Om een idee te krijgen van het bedrag dat nodig is om financieel gezien oneindig verder te kunnen dient u een schatting te maken van uw uitgaven op jaarbasis. Dit bedrag moet vervolgens worden vermenigvuldigd met een factor 20 tot 50. De factor 20 impliceert een (reëel) rendement van 5% terwijl de factor 50 een rendement van 2% impliceert. Uitgaande van 4% heeft u een bedrag gelijk aan 25 keer uw totale jaarlijkse uitgaven nodig om financieel gezien oneindig verder te kunnen. Waarom 4% best redelijk is Bij de veronderstelling van 4% zijn uiteraard vraagtekens te plaatsen, zeker vanwege de huidige lage rente. Zelf menen we echter dat 4% een heel redelijk aanname is en 5% eigenlijk eveneens nog wel. Daar hebben we twee verschillende redenen voor... De eerste reden is dat met het gespreid beleggen in aandelen een gemiddeld rendement van 4% prima haalbaar zou moeten zijn (Wharton-professor Jeremy Siegel toonde in zijn onderzoeken aan dat aandelen over langere periodes een reëel rendement van ongeveer 6,5% opleveren). De tweede reden die de aanname van 4% redelijk maakt is dat we voorbij zijn gegaan aan alle mogelijke extra inkomsten in de toekomst alsook eventuele besparingsmogelijkheden. Denk wat mogelijke extra inkomsten betreft bijvoorbeeld aan het te gelde maken van een hobby, bijverdiensten uit arbeid of ondernemerschap, eventuele erfenissen en pensioenen (inclusief AOW). Kortom, rekenen met 4% is best redelijk. Daarmee volstaat een bedrag van 25 keer uw jaaruitgaven om oneindige verder te kunnen ook al ligt de pensioengerechtigde leeftijd nog vele decennia in de toekomst. Het is het idee van de duizendjarig hypotheek maar dan omgekeerd en in uw voordeel... ^  Inhoud Actief worden binnen onze vereniging  - Redactieleden gezocht - Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen. En dat Kan. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. -- Redactieleden gezocht -- Voor de nieuwsbrief en de website zijn wij dringend op zoek naar mensen die het aandurven een column, een  artikel of een recensie te schrijven en/of mede de nieuwsbrief en website willen beheren. Zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing,  met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan per email contact op met het HCC Beleggen bestuur  of met de redactie  ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. ^  Inhoud

4 mei 2016

...

Nieuwsbrief20160401

.. april 2016 Aanstaande zaterdag: 66ste HCC Beleggen Symposium Wijziging in het programma symposium + uitbreiding standhouders Lage olieprijs plusje op de korte termijn Charlie Munger over koersfluctuaties Hoge active share: pas op met waar je op hoopt Kopen als ‘het bloed door de straten loopt’ 8% op obligatiebelegging met aanvaardbaar risico. Actief worden binnen onze vereniging                   - Redactieleden gezocht - .. Aanstaande zaterdag: 66ste HCC Beleggen Symposium "Hoe te beleggen in turbulente tijden?" Dit beleggingsjaar kenmerkt zich door een turbulente start. Op het komende 66ste symposium op 2 april 2016  zal deze turbulentie de rode draad zijn. Wilt u, zoals een van de bekende beleggingsadviseurs recent aanbeval, alles in cash stoppen of moet u juist vasthouden aan uw beleggingsplan? Of wilt u iets geheel nieuws toevoegen aan u beleggingen zodat u een grotere diversificatie krijgt? As zaterdag is er, al weer voor de 66e keer, het bekende beleggingssymposium. Ondanks dat we op de valreep nog een wijziging in het programma moesten maken zijn we er weer ingeslaagd om een gedegen veld aan sprekers uit te nodigen, met interessante, direct toepasbare, presentaties. Daarnaast zijn er natuurlijk de standhouders en is er gelegenheid om medebeleggers en leveranciers te ontmoeten. Klik Hier voor het programma boekje Inschrijven (verplicht) Bent u HCC Lid      klik hier                 -              Bent u geen HCC Lid     klik hier  ^  Inhoud Wijziging in het programma symposium + uitbreiding standhouders Bron:  Symposium-organisatie We zijn in de gelukkige omstandigheid geweest Bart Vemer van Voordegroei bereid te vinden om in de Collenbergh zaal de eerste lezing te laten verzorgen over Crowdfunding als serieuze beleggingsvorm. Ook zijn er stands bijgekomen van Theta Capital Management en Voordegroei. Zie onder: spreker Crowdfunding als serieuze beleggingsvorm Crowdfunding heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een serieus financieringsinstrument. Veel beleggers hebben dit alternatief nog niet in het vizier als aanvullende investeringsvorm. Terwijl dit, vooral in deze turbulente tijden, zeer interessant kan zijn. Rendementen van 8% zijn geen uitzondering. Tijdens deze presentatie vertelt Bart Vemer van Voordegroei over de verschillende vormen van Crowdfunding, welke mogelijkheden dit fenomeen biedt en ook de risico’s worden besproken. Volgens Bart heeft deze vorm van financieren de toekomst en is de groei van de afgelopen jaren slechts het begin van een nieuw hoofdstuk binnen de financiële markten. Bart Vemer is al twintig jaar werkzaam in de beleggingswereld. Na zijn studie Bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam werkt hij achtereenvolgens bij Van Lanschot Bankiers, Fortis Investments en BNP Paribas Investment Partners. In zijn laatste functie was hij verantwoordelijk voor de marketing en sales van beleggingsfondsen in de BeNeLux. Uit ervaring weet hij dat de financiële wereld snel verandert en dat leidt volgens hem tot veel nieuwe kansen. Hij ziet Voordegroei als het antwoord op deze verandering. Voordegroei is een online platform, dat groeiondernemers en investeerders samenbrengt. Voordegroei biedt ondernemers de mogelijkheid om buiten de banken om aan financiering te komen. Daarnaast biedt Voordegroei Investeerders de mogelijkheid om direct te investeren in Nederlandse groeibedrijven, gecombineerd met een aantrekkelijk rentepercentage Website: https://www.voordegroei.nl/ Standhouders: standhouder Theta Capital Management:  de hedge fund specialist en beheerder van het Legends Fund Er zijn in de wereld een handvol uitzonderlijke fondsbeheerders die hebben bewezen op de lange termijn consistent goede beleggingsresultaten te kunnen halen. Deze fondsen opereren veelal in de luwte en het is lastig toegang tot ze te krijgen. Bij Theta Capital richten we ons op het vinden van deze topbeleggers. Binnen het Legends Fund investeren we in een portefeuille van 11 fondsen die tot de meest afzonderlijke beleggers ter wereld behoren. Het unieke aan het Legends Fund is dat het door haar beursnotering voor iedereen toegankelijk is. Meer informatie vindt u op www.legendsfund.nl. Theta Capital Management is de grootste onafhankelijke hedge fund specialist van Nederland. Sinds onze oprichting in 2001 beheren wij hedge fund portefeuilles voor een aantal van Nederlands’ grootste family offices, stichtingen en instituten. In 2010 zijn we gestart met het Legends Fund. Wij zien uw graag bij onze stand waar portefeuillebeheerder Ruud Smets u alles over het Legends Fund kan vertellen. U kunt hier Legends Fund materialen verkrijgen en u aanmelden voor onze maandelijkse nieuwsbrief. Kijk voor meer informatie op onze website: www.legendsfund.nl standhouder Voordegroei Voordegroei is een online platform, dat groeiondernemers en investeerders samenbrengt. Voordegroei biedt ondernemers de mogelijkheid om buiten de banken om aan financiering te komen. Daarnaast biedt Voordegroei Investeerders de mogelijkheid om direct te investeren in Nederlandse groeibedrijven, gecombineerd met een aantrekkelijk rentepercentage!   Voor beleggers bieden wij: Gemiddeld rendement van  8% Maandelijkse uitkering Zorgvuldige screening Op onze stand kunt u informatie krijgen over deze nieuwe vorm van beleggen, antwoord krijgen op al uw vragen over crowdunding en kennis maken met de mensen achter Voordegroei! Voordegroei is een online platform, dat groeiondernemers en investeerders samenbrengt. Voordegroei biedt ondernemers de mogelijkheid om buiten de banken om aan financiering te komen. Daarnaast biedt Voordegroei Investeerders de mogelijkheid om direct te investeren in Nederlandse groeibedrijven, gecombineerd met een aantrekkelijk rentepercentage Website: https://www.voordegroei.nl/ ^  Inhoud Hcc Beleggen interessegroep Computerbeleggersgroep-ZH   Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: janroozenburg@kpnplanet.nl ^  Inhoud Lage olieprijs plusje op de korte termijn Bron:  DNB, 17 maart 2016 De olieprijs is de afgelopen anderhalf jaar sterk gedaald: van $114 per vat Brent olie in juni 2014 tot $40 begin maart 2016. Daarbij schommelt de olieprijs sterk en bestaat de kans dat deze ook op middellange termijn relatief laag blijft. Het effect van de lagere olieprijs op de groei van de Nederlandse economie is op korte termijn positief, maar bescheiden. Op de lange termijn ontmoedigt een langdurig lage olieprijs de investeringen die nodig zijn om de klimaatambities te verwezenlijken. Er is een aantal factoren dat een drukkend effect heeft op de olieprijs. Zo is de marktmacht van de OPEC door de opkomst van de schalieolieproductie in de VS sterk verminderd. Ook staat de olieprijs onder druk door de transitie naar een minder grondstoffenintensief groeipad in China en de terugkeer van Iran op de oliemarkt. Uit een illustratieve doorrekening met DELFI, het macro-economische model van DNB, volgt dat de lagere olieprijs een bescheiden positief effect op de Nederlandse economie heeft. Bij een permanente daling van de olieprijs met $25 per vat (c.a. 50% ten opzichte van het basispad), valt het bbp-volume in de eerste drie jaar na de olieschok gemiddeld 0,2%per jaar hoger uit (zie tabel). Het positieve effect van een lagere olieprijs is kleiner dan in de jaren zeventig en tachtig, omdat de energie-intensiteit van de Nederlandse economie sindsdien bijna gehalveerd is. Dit komt mede door een groter aandeel van de dienstensector in het nationaal inkomen, een hogere energie-efficiëntie en een lager gebruik van olie als energiebron. Effect op de Nederlandse economie van een$25 lagere olieprijs Gecumuleerede afwijking van het basispad  in procenten/procentenpunten* jaar 1 jaar 2 jaar 3 BBP (volume) 0,2 0,3 0,2 Particuliere consumptie (volume) 0,3 0,8 1,4 Bedrijfsinvesteringen (volume) 0,1 1,4 2,8 Import (volume) -0,1 0,4 1,0 Consumentenprijzen (HICP) -0,8 -1,4 -1,5 Contractlonen private sector -0,1 -0,6 -1,1 Overheidssaldo (%van BBP)* -0,1 -0,8 -1,3 Werkloosheidspercentage* 0,0 0,1 -0,1 Tabel 1: Effect op de Nederlandse economie van een$25 lagere olieprijs. De lage olieprijs beïnvloedt de Nederlandse economie langs verschillende kanalen. Allereerst drukt de lagere olieprijs de consumentenprijzen via energieproducten, zoals benzine. Deze komen hierdoor in het eerste en tweede jaar na de olieschok ongeveer 0,7% per jaar lager uit. In het derde jaar is het effect op de inflatie nagenoeg uitgewerkt. Door de lagere prijzen neemt de koopkracht toe en stijgt de consumptie. Dit effect wordt enigszins getemperd doordat de lonen door de lagere inflatie ook afnemen. Het volume van de particuliere consumptie ligt na drie jaar 1,4% hoger. Daarnaast nemen de bedrijfsinvesteringen onder invloed van de toegenomen economische activiteit en hogere winstmarges toe. In een kleine open economie als de Nederlandse komt een relatief groot deel van de extra consumptie en investeringen uit het buitenland. Door deze hogere invoer blijft het effect op het Nederlandse bbp-volume beperkt. Ten slotte daalt het overheidssaldo doordat de gasprijs en daarmee de gasbaten voor de overheid deels met de olieprijs mee dalen.   Deze berekening houdt geen rekening met een eventueel hogere wereldhandel als gevolg van een toename van de koopkracht in olie-importerende landen. In de huidige situatie is het effect op de wereldhandel waarschijnlijk beduidend kleiner dan bij eerdere olieprijsdalingen het geval was. De VS is intussen een belangrijke olieproducent geworden. De Amerikaanse economie, die op mondiaal niveau vaak de rol van locomotief vervult, ondervindt hierdoor nu minder voordeel van de lage olieprijs. Lagere investeringen in de schalieolie-industrie hebben in combinatie met hoge schulden van diverse schalieolie- bedrijven een drukkend effect op de Amerikaanse economische groei. Daarnaast is de lagere olieprijs zelf voor een deel het gevolg van de tegenvallende mondiale groei, vooral in de opkomende economieën. Verder is de relatie tussen de wereldhandel en de mondiale groei sinds de crisis zwakker dan in de periode daarvoor. Voor zover de wereldhandel zich door de lagere olieprijs wel gunstiger zou ontwikkelen, gaat hiervan via de export een extra positieve impuls uit op de Nederlandse economie ten opzichte van de resultaten in tabel 1. Een belangrijk risico op lange termijn – waar deze analyse geen rekening mee houdt – is dat een langdurig lage olieprijs de investeringen in duurzame energie, die nodig zijn om de Nederlandse klimaatambities te verwezenlijken, ontmoedigt. ^  Inhoud Charlie Munger over koersfluctuaties Bron:  Hendrik Oude Nijhuis Mogelijk wist u al wel dat Warren Buffett een heel succesvol partnership voor beleggers runde voordat Berkshire Hathaway z'n investeringsvehikel werd. Met zijn partnership behaalde Buffett voor zowel hemzelf als een kleine groep beleggers een bijzonder goed rendement. Wat minder bekend is dat ook Buffett's zakenpartner Charlie Munger een soortgelijk partnerschap runde, tussen 1962 en 1975. Hieronder treft u het rendement van Munger's partnership per jaar aan en tussen Hendrik Oude Nijhuis Auteur, oud bestuurslid HCC Beleggen en BSC Duitenberger. Oprichter Warrenbuffet.nl Hendrik Oude Nijhuis heeft Management, Economics & Law aan de Universiteit Twente gestudeerd en heeft zich jarenlang verdiept in de strategieën van ‘s werelds beste beleggers. Zijn bestseller over Warren Buffett is via de website http://www.warrenbuffett.nl/ gratis beschikbaar. Deze column is niet bedoeld als individueel advies tot het doen van beleggingen. haakjes het rendement van de Dow Jones: 1962 30,1% [-7,6%] 1963 71,7% [20,6%] 1964 49,7% [18,7%] 1965 8,4% [14,2%] 1966 12,4% [-15,8%] 1967 56,2% [19,0%] 1968 40,4% [7,7%] 1969 28,3% [-11,6%] 1970 -0,1% [8,7%] 1971 25,4% [9,8%] 1972 8,3% [18,2%] 1973 -31,9% [-13,1%] 1974 -31,5% [-23,1%] 1975 73,2% [44,4%] Het gemiddelde rendement van Munger's partnership over de volledige periode komt uit op 24,3% per jaar. De Dow Jones steeg tussen 1962 en 1975 gemiddeld 6,4% per jaar. Ondanks het erg goede resultaat van het partnership over de gehele periode bedroeg het verlies in de berenmarkt van 1973 - 1974 maar liefst 53%. De Dow Jones daalde toen met 33%. In het boek 'Damn Right: Behind the Scenes with Berkshire Hathaway Billionaire Charlie Munger' van Janet Lowe stelt Charlie Munger over koersdalingen het volgende: "Ik heb al een aantal keer te maken gehad met een periode van dalingen. Wie lang genoeg leeft zal zijn beleggingsstijl onvermijdelijk zo nu en dan uit de gratie zien." Sterke schommelingen De beweeglijkheid (volatiliteit) van Munger's partnership was bijna het dubbele van de beweeglijkheid van de Dow Jones. Moeten beleggers daarvan wakker liggen wanneer het rendement op lange termijn superieur is?  Volgens Munger niet: "De grote nadruk die veel universiteiten op volatiliteit leggen beschouw ik als nonsens. Laat ik het zo zeggen: wanneer de kansen in ons voordeel zijn en we met een bepaalde investering niet alles wat we hebben op het spel zetten doet volatiliteit wat ons betreft niet ter zake. Wat we willen zijn kansen in ons voordeel." In deze video van circa 11 minuten legt Charlie Munger uit waarom hij zich geen enkele zorgen maakt over de koersschommelingen van Berkshire Hathaway.  Aardig om te weten: de koers van Berkshire Hathaway halveerde al drie keer (!) sinds Buffett en Munger aan het roer staan. Volgens Munger nemen beleggers met een solide strategie en een voldoende lange beleggingshorizon tussentijdse koersfluctuaties het best gewoon voor lief. Zelf denk ik er precies zo over. ^  Inhoud Hcc Beleggen interessegroep Noordbeleggen groep Noordbeleggen is gestart in maart 2006 rond het beleggingsprogramma Vestics. Inmiddelszijn wij verder gegaan in de boeiende wereld van het beleggen. Zo doen we onze beleggingen op individuele basis en komen zo'n vijf keer per jaar bijeen. Het zijn 'interactieve' bijeenkomsten waarin nieuwtjes en ervaringen onder het genot van een kopje koffie worden uitgewisseld. Naast het bespreken van het vaste onderwerp: de 'echte' portefeuille, komen ook onderwerpen als: ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz aan bod. Met als rode draad: Selecteren van Aandelen. Selecteren van Opties. Werking en selectie van Turbo's Selecteren van Beleggingsfondsen Benieuwd? Kom kom gerust een keer kijken of het iets voor je is. Mail voor meer info naar Ben Rietveld ^  Inhoud Fondsen met een hoge active share: pas op met waar je op hoopt Bron: Jeffrey Schumacher cfa, Morningstar, Jeffrey Schumacher CFA, Senior Fondsanalist bij Morningstar Benelux na zijn opleiding aan de VU Amsterdam en het behalen van het certificaat Chartered Financial Analyst (CFA) aan het CFA Institute is hij vanaf juni 2011 als Senior Fund Analyst werkzaam bij Morningstar. Daavoor  was hij van 2006 tot 2009 werkzaam bij Theodoor Gilissen Bankiers als Equity/Commodity Analyst en aansluitend tot juni 2011 werkzaam als Vermogensbeheerder Services / Fund Trading bij SNS Securities. Een hoge active share duidt op een actief beleggingsfonds. Maar da's nog geen garantie voor een hoog rendement. De meest actieve fondsen kennen zowel hele goede als hele slechte rendementen. In dit tweede artikel in de serie over het thema active share leggen we dit nader uit. Anders beleggen dan de benchmark is een voorwaarde om die benchmark te kunnen verslaan. Maar onze studie Active Share in European Equity Funds toont aan dat fondsen die sterk afwijken van hun benchmark niet per se betere rendementen behaalden dan fondsen die dichter op hun benchmark zitten. Verder vonden we sterk bewijs voor toenemend risico naarmate de active share steeg. In het bijzonder bij fondsen met een zeer hoge active share zagen we een hogere volatiliteit (standaarddeviatie) en veel grotere drawdowns. Een hoge active share kan dus fantastische resultaten opleveren, maar het kan ook uitlopen op een nachtmerrie. Onze analyse richt zich op long-only niet-indexfondsen binnen de drie Europese large-cap Morningstar categorieën: Europe Large-Cap Value Equity, Europe Large-Cap Blend Equity en Europe Large-Cap Growth Equity. Om het verband tussen active share en rendements- en risicomaatstaven te kunnen onderzoeken, hebben we uit deze categorieën fondsen geselecteerd die zijn opgericht vóór 1 januari 2010, en daardoor allemaal over een track record van ten minste vijf jaar beschikken. Verder moesten de fondsen portefeuilledata aan Morningstar verstrekken, zodat wij active shares per kwartaaleinde konden berekenen. Active Share: bron van positief en negatief extra rendement De puntenwolk in de grafiek hieronder combineert vijfjaars gemiddelde active shares van fondsen met hun geannualiseerde rendement ten opzichte van de Morningstar categorie benchmark over de vijfjaarsperiode die eindigt per juni 2015. Naarmate de active share groeit, nemen de verschillen in rendement bijna exponentieel toe. De best en de slechtst presterende fondsen zitten bij de meest actieve fondsen. Voor fondsen met een active share van minder dan 60% is de spreiding in jaarlijks rendement 9%, variërend van 4% positief tot 5% negatief geannualiseerd rendement in vergelijking met hun respectievelijke benchmarks. Echter, de overgrote meerderheid van de fondsen komen dicht bij elkaar uit en zijn ook zo afgebeeld in de grafiek. In sterk contrast daarmee staan de fondsen met een active share van meer dan 60%, waar de rendementen varieerden van 6,7% positief tot 11% negatief. De resultaten brengen ons in herinnering dat het niet de mate van afwijking is die het niveau van outperformance bepaalt, maar de kwaliteit van de actieve posities in de portefeuille. Geen rendement zonder risico Zoals alle beleggers weten, gaan rendementen hand-in-hand met risico’s. Hoe beïnvloeden deze grote rendementsverschillen de risiconiveaus van de fondsen? De meest gebruikte risicomaatstaf is standaarddeviatie, die we meten op basis van maandelijkse rendementscijfers over de vijfjaarsperiode die eindig per juni 2015. De puntenwolk hieronder laat zien dat er geen duidelijk verband bestaat tussen active share en standaarddeviatie. Alleen de meest actieve fondsen, met een active share tussen 90% en 100% hadden gemiddeld een duidelijk hogere standaarddeviatie. Beleggers moeten zich bewust zijn van het mogelijk hogere risico als zij beleggen in fondsen die sterk afwijken van hun benchmark. Maximale drawdown Standaarddeviatie is een definitie van risico, maar het maakt geen onderscheid tussen positieve en negatieve afwijkingen. De maximale drawdowns in ogenschouw nemen, werpt ook meer licht op het risico dat beleggers nemen als ze investeren in fondsen met een hoge active share. De onderzochte fondsen in kenden gemiddeld een maximale drawdown van 20,8% negatief over de geanalyseerde vijfjaarsperiode. Net zoals bij de buitengewone rendementen was de reikwijdte van de uitkomsten in termen van drawdowns zeer groot. De kleinste maximale drawdown was 5,1% negatief, terwijl het fonds met de sterkste neergang 38,5% negatief moest slikken tussen piek en dal. De puntenwolk hieronder toont een patroon van toenemende maximale drawdowns naarmate de active share groeit. Voor beleggers betekent dit dat zij door een fonds met een hogere active share te kiezen, de kans lopen op een groter verlies. Let op stijlafwijkingen Ons onderzoek toont aan dat fondsen met een hogere active share verschillende blootstelling naar stijlfactoren laten zien dan hun respectievelijke Morningstar Categorie benchmarks. Dat kan zijn in termen van sector-, stijl- of marktkapitalisatie blootstellingen. We vonden bijvoorbeeld dat fondsen met een hoge active share veel ruimer gebruik maakten van small caps dan fondsen met een lage active share (zie grafiek onder). Dat kan deels de hogere risiconiveaus verklaren die we eerder zagen voor zeer actieve fondsen. Hoewel dit niet per definitie verkeerd is, moeten beleggers zich wel bewust zijn van dergelijke afwijkingen en ze moeten ervoor zorgen dat er geen onbedoelde stijlafwijkingen worden genomen. Dankzij hun sterke afwijking van de benchmark, kunnen beleggers die zeer actieve fondsen kiezen, uitkomen bij fondsen die anders beleggen dan zij verwacht hadden. Het is daarom cruciaal dat beleggers onderzoeken welke factoren er achter de active share van een fonds zitten, en welke implicaties dat kan hebben voor het verwachte rendement en het risiconiveau. Dit is het tweede artikel in een serie van vier waarin we het thema Active Share behandelen. We leggen uit wat het is, waar u op moet letten en hoe u het kunt gebruiken bij uw beleggingsbeslissingen. Lees ook de eerdere delen uit deze serie:     - Deel 1: Het concept active share     - Thema: alles over active share ^  Inhoud Kopen als ‘het bloed door de straten loopt’ Bron:  Ruud Smets, Theta Capital Management B.V.  Ruud Smets  Portfolio manager, Theta Capital Management B.V.  Ruud is sinds 2005 werkzaam bij Theta als portfolio manager van de hedge fund mandaten. Ruud heeft een brede beleggingsachtergrond met een specialisatie in hedge funds. Voordat Ruud de overstap naar Theta maakte, werkte hij bij NIBC en FundPartners.Ruud heeft Master diploma’s in Investment Theory en Information Technology, beide van Tilburg University. Ruud is sinds 2002 een Chartered Alternative Investment Analyst (CAIA).              http://www.legendsfund.nl/  Er zijn de wereld een handvol uitzonderlijke fondsbeheerders die hebben bewezen op de lange termijn consistent goede beleggingsresultaten te kunnen halen. Ze opereren meestal in de luwte en het is lastig toegang tot ze te krijgen. Het Legends Fund van Theta Capital Management richt zich op het vinden van deze topbeleggers en heeft een portefeuille van 11 fondsen samengesteld die tot de meest afzonderlijke beleggers ter wereld behoren. Het unieke aan het Legends Fund is dat het door haar beursnotering voor iedereen toegankelijk is. Op het HCC Symposium van 2 april in De Bilt zullen we de verschillende Legends de revue laten passeren en laten zien hoe zij tot hun uitzonderlijke resultaten komen. In dit artikel pikken we er vast één uit:  VR Global van Richard Deitz. Deitz richtte het fonds op in 1999 en heeft over zijn meer dan 16 jarige bestaan een gemiddeld netto jaarrendement van zo’n 23% behaald. Over de zelfde periode was het jaarlijks rendement van de MSCI wereldwijde aandelen index nog geen 4% per jaar! Het fonds heeft zo’n USD 3 miljard aan beheerd vermogen waarvan 60% geld is van Deitz zelf. Zijn belangen zijn op deze manier gelijkgeschakeld aan zijn beleggers, een belangrijk criterium voor opname in het Legends Fund. VR Global belegt volgens het adagium dat door Warren Buffett zo goed verwoord werd: “Be fearful when others are greedy. Be greedy when others are fearful”. Als we de resultaten van VR Global afzetten tegen het beleggingsvehikel van Buffett, Berkshire Hathaway, dan blijken de resultaten van Deitz echter opvallend hoog te zijn. Een belangrijke verklaring voor dit verschil zit ‘m in de grootte van de fondsen. Buffett’s Berkshire Hathaway is met USD 255 miljard aan beheerd vermogen meer dan 80x zo groot als VR Global. Dat kan niet anders dan ten koste gaan van de rendementen. Daarbij is de benadering van Deitz nog veel meer contrair dan die van Buffett. Hij zoekt de brandhaarden in de wereld actief op om na diepe analyse en veel tijd ter plaatse zijn posities op te bouwen. Zo haalde hij zijn beste rendementen na financiële crises, hieronder een greep uit zijn track record: 170% in de 20 maanden na het Russisch bankroet in 1998 190% in de 36 maanden na de Argentijns bankroet in 2001 96% in de 14 maanden na de liquiditeitscrisis van 2008 Ook de laatste jaren weet Deitz gebieden te vinden waar het sentiment zo negatief is dat het door de meeste beleggers wordt gemeden. Meer hierover hoort u zaterdag 2 april in onze presentatie op het HCC Symposium in De Bilt.   Tot zaterdag! ^  Inhoud Hcc Beleggen interessegroep CoSA CoSA, Computerondersteunde Selectie van Aandelen, gebaseerd op fundamentele analyse van bedrijven. Er wordt primair gekeken naar omzet, nettowinst, eigen vermogen, dividenden en winst per aandeel om de kwaliteit van een bedrijf te bepalen. Pas als het bedrijf kwalitatief aan minimum eisen voldoet wordt er naar de koersen gekeken. Indien u meer wilt weten over de activiteiten van CoSA, kunt u de voorlopige CoSA-webpagina (klik hier), raadplegen of contact opnemen met de voorzitter: Jan van der Meulen via CoSA-L@beleggersonline.nl U kunt zich met hetzelfde mailadres aanmelden voor het ontvangen van informatie, zoals de wekelijks verschijnende CoSA-nieuwsbrief en voor het verkrijgen van toegang tot de voor CoSA-leden beschikbare Europese CoSA/SSG-verzameling. ^  Inhoud Genereer 8% op een gespreide obligatiebelegging bij een aanvaardbaar risico. Bron:  Gerard Jager / AdvanceBeleggen.nl “Rente daalt en dividenden stijgen, dus beleg maar in aandelen” is een veel gehoord gezegde. Helemaal mee eens. Echter, veel beleggers wensen nu eenmaal geen 100% aandelenkoersrisico. Dus zal er ook een deel moeten worden belegd in obligaties. “Veilig” zijn obligaties al lang niet meer. Dan heb ik het niet over het debiteurenrisico van de Nederlandse staat, maar de kans dat vroeg of laat de lange rente stijgt. Vorig jaar was er zo’n moment. Toen steeg in het voorjaar de 10-jaars rente in Nederland onverwacht met een vol procent. Gevolg: een koersdaling van liefst 14%punten op langlopende Nederlandse staatsleningen. Als voorbeeld de 5,5% Nederland per 2028) Perpetuele leningen van financials met een achtergesteld karakter bieden vaak nog wel een behoorlijk rendement. Nadeel is dat men de financiële zaken in de wereld dan wel zal moeten volgen en deze obligaties tijdig zal moeten verkopen, indien noodzakelijk. Gelukkig ziet de solvabiliteitspositie van financials er aanzienlijk gezonder uit dan in de laatste jaren vóór het uitbreken van de bankencrisis. Voor wat betreft het risico van debiteuren van de overige beursfondsen, die niet het etiket Topkwaliteit opgeplakt hebben gekregen, is het noodzakelijk de gang van zaken bij dit soort bedrijven te blijven volgen, indien men daar obligaties van in bezit heeft. Overigens blijken nagenoeg alle debiteuren met een S&P rating van CCC t/m BB in de praktijk netjes hun rente en aflossing te betalen. Bedrijven in de sector schaliegas uitgezonderd. Minder bekend zijn als belegging preferente aandelen met een vast dividendpercentage. Ongeacht de hoogte van de winst van de betreffende onderneming wordt telkens hetzelfde percentage uitgekeerd. Daardoor plegen dit soort preferente aandelen zich in de praktijk te gedragen op de beurs als achtergestelde perpetuele obligaties. Voorbeelden zijn de 7,125% Aareal Bank (een grote Duitse hypotheekbank) en de 6,75% British Airways. Beide prefs bieden al jaren een rendement van 6,75 tot 7,125% rendement bij een saai doch degelijk koerspatroon op de beurs. Tenslotte is spreiden van het debiteurenrisico is een belangrijk onderdeel van de samenstelling van een obligatieportefeuille. Onderstaand een voorbeeld van een “obligatie”portefeuille Samenstelling Advance portefeuille  “Obligaties en overige defensieve beleggingsproducten” Gemiddeld basisrendement 8% (Blauwe tekst = goede debiteur / rode tekst = redelijke debiteur) Naam / omschrijving Basisrendement RABO certificaten / perpetueel / achtergesteld / Rentevergoeding gelijk aan het effectieve rendement op de meest recente 10-jarige staatsleningen + 1,5% opslag met een minimum van 6,5%. Kwartaaluitkering. Stijgt de 10-jaarsrente tot boven de 5% (thans 0,3%) dan gaat de rentevergoeding op de certificaten 1:1 mee omhoog. Sinds 27-1-2014  beursnotering Amsterdam. ISINcode XS1002121454. Bij een huidige koers van 111% bedraagt het couponrendement 5,9%. Velen denken dat hier sprake is van een vaste rentevergoeding van 6,5% op jaarbasis. Nee dus. Het gaat hier om een zogenaamde “Floater”. Een variabele rentevergoeding die mee schommelt met de rentestand op de kapitaalmarkt, met een minimum van 6,5%. Extra aantrekkelijk in jaren dat de rente op de kapitaalmarkt flink stijgt. Wanneer? Bedenk  dat de bank het recht heeft om elk kwartaal  de stukken af te lossen tegen 100%, mits de bank over voldoende ander vermogen beschikt. Vanwege de turbulentie rondom de RABO certificaten in het najaar van 2014 verwachten wij op zijn vroegst  aflossing in 2019. Daarmee rekening houdend komt het effectieve rendement uit op ca. 4% plus extra rentevergoeding bij een forse algemene rentestijging zoals hierboven beschreven. 5,8% zonder aflossing 2% bij aflossing in 2019 Extra rente- vergoeding bij een flinke algemene rentestijging in de komende jaren Preferente aandelen Aareal Bank Capital Fund Trust. Debiteur is een grote Duitse hypotheekbank in Frankfurt . In beginsel een vast dividend van 7,125%. Preferente aandelen met een vast dividend hebben op de beurs onder normale omstandigheden het karakter van obligaties (perpetuals). Uitkering vier maal per jaar. Bij een koers van € 26,00 en een nominale waarde van € 25,-  komt dat neer op 7,0% “coupon” -rendement. Beursnotering Amsterdam en Frankfurt. Beursnotering per stuk. ISINcode XS0138973010. Sinds ultimo 2006 mag de bank elk kwartaal de prefs vervroegd aflossen tegen € 25,- met 30 dagen opzegtermijn. 7,0% 4,75% Adler 2015-2020. Koers 97%. Notering beurs Frankfurt. ISINcode XS1211417362 Adler is een Duits vastgoedfonds met 50.000 woningen in portefeuille, verspreid over heel Duitsland. In Duitsland laten woningen, in tegenstelling tot Nederland, al 20 jaar een matige prijsstijging zien. 5,5% 6,75% cumulatief preferente aandelen British Airways (BA Finance Jersey). Grootste Europese luchtvaartmij. S&P rating “B”. Qatar Airlines heeft in 2015 een 9,99% belang genomen in moedermaatschappij IAG. BA profiteert van gedaalde brandstofprijzen. Terwijl AirFrance-KLM op de pijnbank ligt, gedijt BA samen met het Spaanse  Iberia zeer goed. Prefs met een vast dividendpercentage gedragen zich op de beurs onder normale omstandigheden als obligaties (perpetuals). Nominale waarde  € 25,- ; Koers € 25,- . Beursnotering per stuk. ISINcode GB0056794497 6,7% Nieuw: 6% Achmea 2006 achtergestelde perpetuals. Rentevergoeding 6% per jaar. Coupures € 1.000,- ISIN code NL0000168714 . Beursnotering Amsterdam. Jaarlijks heeft  Achmea heeft het recht om de lening vervroegd af te lossen tegen 100%. 6,1% 5,5% RBS 2004 / perpetuals. ISIN code XS0205935470 / koers 97%.. Lening mag elk kwartaal  vervroegd worden afgelost tegen 100%. Beursnotering Amsterdam 5,7% (coupon-rendement) 9% SR Leven 2011/ perpetual. Het gaat hier om de verzeke-ringspoot van het voormalige SNS Reaal dat nu Vivat heet en door de Nederlandse staat onlangs is verkocht aan de grote Chinese verzekeraar Anbang. Vivat maakt na een roerige periode weer winst. Bij de rendementsberekening is uitgegaan van vervroegde aflossing in 2021. Koers 104%. Coupures € 1000,- ISINcode XS0616936372 7,5% 6,625% RWE(Duitsland) 2015-2075 luidende in US Dollars Een van de grootste Europese nutsbedrijven. Vaste rente, 1 x per jaar van 6,625% tot 30-3-2026. Daarna rentevergoeding gelijk aan 5 jaars staatslening VS + 4,523%, Na 30-3-2046 rente gelijk aan 5 jarige staatslening VS + 5,273%. Vervroegde aflossing à 100% is jaarlijks mogelijk vanaf 30-3-2026. Coupures $ 2.000,- . Koers 87% ISINcode XS1254119750 7,6% (coupon- rendement) Nieuw: Treadneedle European High Yield Bond Fund Met name obligatiebeleggingsfondsen met veel obligaties uit de oliesector (schaliegas) hebben het afgelopen jaar last gehad van koersdalingen. Dit fund bezit nagenoeg geen obligaties uit de oliesector. In februari j.l. is de risicopremie (lees: rendementseis van beleggers) omhoog gegaan als gevolg van toegenomen volatiliteit op de obligatiemarkten. Deze aspecten versterken de uitgangspositie van nieuwe beleggers in dit Treadneedle fund, nu de rust op de kaptaalmarkten terugkeert. Koers € 1,55 per stuk. ISIN code GB00B5M7TV77 10% 8,75% Metalcorp (Duitsland) 2013-2018 Middelgrote Duitse handelsonderneming in non ferro metalen ten behoeve van de Duitse bouw. Koers  91% ISINcode DE000A1HLTD2 (N.B.: matige beursomzetten leiden tot koersschommelingen van 2 tot 5%) 14,5% 7% Homann Holzwerkstoff (Duitsland) 2012-2017 Duitse fabrikant van spaanplaten met fabrieken in Duitsland en Polen. 1100 werknemers. Koers 88% Coupures € 1.000,- . Koers 91% ISINcode DE000A1R04D4 (N.B.: matige beursomzetten leiden  tot koersschommelingen van 2 tot 5%) 17% De Advance Obligatieportefeuille bevat onder meer obligaties met een langere looptijd en/of een achtergesteld karakter. Gemiddeld rendement 8%. Aanzienlijk meer dan op een 10-jarige staatslening (thans 0,3%). Tegenover een hoger rendement staat een hoger, maar naar onze mening verantwoord debiteurenrisico, tegen de achtergrond van de huidige marktomstandigheden. Voorts koersrisico zodra de algemene rentestand flink oploopt. Obligaties met bovengenoemde risico aspecten vergen extra aandacht en prompt reageren zodra de marktomstandigheden verslechteren. Ook tijdig winstnemen na een koersrally verdient aanbeveling, afhankelijk van de kwaliteit van debiteur en het marktvolume op de beurs. NB: Als gevolg van verschraling van de dienstverlening van de banken kan mogelijk niet elke obligatie of obligatiebeleggingsfonds uit dit overzicht via uw bank worden gekocht. Kiest u voor vermogensbeheer conform de aanpak van Advance via Onafhankelijk Vermogensbeheer ’s-Gravenhage BV. (OVG) met de heer G Jager als uw vermogensbeheerder en Binck als depotbank, dan kunnen alle bovengenoemde beleggingen voor u worden aangeschaft. Voor disclaimer zie www.advancebeleggen.nl ^  Inhoud Actief worden binnen onze vereniging  - Redactieleden gezocht - Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen. En dat Kan. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. -- Redactieleden gezocht -- Voor de nieuwsbrief en de website zijn wij dringend op zoek naar mensen die het aandurven een column, een  artikel of een recensie te schrijven en/of mede de nieuwsbrief en website willen beheren. Zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing,  met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan per email contact op met het HCC Beleggen bestuur  of met de redactie  ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. ^  Inhoud

30 maart 2016

...

Nieuwsbrief20160316 symp66-1

.. "Hoe te beleggen in turbulente tijden?" Inhoud Hoe te beleggen in turbulente tijden? Lezingen schema  Standhouders Toegangsbewijzen Locatie .. Hoe te beleggen in turbulente tijden? Dit beleggingsjaar kenmerkt zich door een turbulente start. Op het komende 66ste symposium op 2 april 2016  zal deze turbulentie de rode draad zijn. Wilt u, zoals een van de bekende beleggingsadviseurs recent aanbeval, alles in cash stoppen of moet u juist vasthouden aan uw beleggingsplan? Of wilt u iets geheel nieuws toevoegen aan u beleggingen zodat u een grotere diversificatie krijgt? Op deze en andere zaken zullen de sprekers, elk vanuit hun eigen invalshoek, ingaan. Ze spreken over de markt turbulentie en op manieren hoe daar mee om te gaan. Door een  diversiteit van sprekers zult u met een groot aantal, vaak van elkaar verschillende, ideeën naar huis gaan. U kunt deze dan zelf direct, afhankelijk van uw eigen situatie, inpassen en toepassen in uw beleggingen. Ook zijn er zoals altijd weer een groot aantal leveranciers aanwezig die u graag wegwijs maken in de door hun geboden diensten. Als altijd is het HCC Beleggen symposium in De Bilt bij uitstek geschikt, mede door de locatie, om de door u in de loop van de jaren opgedane contacten aan te halen en nieuwe contacten te leggen. Inschrijven Bent u HCC Lid      klik hier                 -              Bent u geen HCC Lid     klik hier  ^  Inhoud Lezingen schema "Hoe te beleggen in turbulente tijden?"      Collenbergh zaal StatenKamer 10:00 - 10:45 Bart Vemer (Voordegroei) Crowdfunding als serieuze beleggingsvorm HCC Beleggen ALV PAUZE 10:45 - 11:05 11:05 - 11:50 Willem Okkerse (Ok Score institute) Verder kijken dan de jaarrekening Mark Tijms, Ton Straver (Lynx) Uw portefeuille verzekeren in turbulente tijden PAUZE 11:50 - 12:10 12:10 - 12:55 Ruud Smets (Theta capital) Gaat het hedge funds lukken te profiteren van de onrust? Ronald Kok (Analist.nl) Voor beleggen is Fundamentele Analyse(FA) een must! PAUZE 12:55 - 13:30 13:30 - 14:15 Niels Faassen  (Morningstar, Inc.) Duurzaam beleggen: waar moet u op letten? Hendrik Oude Nijhuis (Kingfisher Capital) Value investing: theorie, actualiteit en concrete selecties PAUZE 14:15 - 14:35 14:35 - 15:20 Aat Schornagel Handelsalgoritmen voor (dag) opties: verrassende conclusies over de keuze van opties bij het systematisch handelen en onverwacht krachtige patronen voor handels- strategieën met opties. Klik op de naam van de spreker om meer over hem en zijn voordracht te lezen *Onder de naam van de spreker staat de titel van zijn presentatie.  ^  Lezingen schema        ^  Inhoud Bart Vemer 10:00 - 10:45 - Collenbergh zaal Crowdfunding als serieuze beleggingsvorm Crowdfunding heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een serieus financieringsinstrument. Veel beleggers hebben dit alternatief nog niet in het vizier als aanvullende investeringsvorm. Terwijl dit, vooral in deze turbulente tijden, zeer interessant kan zijn. Rendementen van 8% zijn geen uitzondering. Tijdens deze presentatie vertelt Bart Vemer van Voordegroei over de verschillende vormen van Crowdfunding, welke mogelijkheden dit fenomeen biedt en ook de risico’s worden besproken. Volgens Bart heeft deze vorm van financieren de toekomst en is de groei van de afgelopen jaren slechts het begin van een nieuw hoofdstuk binnen de financiële markten. Bart Vemer is al twintig jaar werkzaam in de beleggingswereld. Na zijn studie Bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam werkt hij achtereenvolgens bij Van Lanschot Bankiers, Fortis Investments en BNP Paribas Investment Partners. In zijn laatste functie was hij verantwoordelijk voor de marketing en sales van beleggingsfondsen in de BeNeLux. Uit ervaring weet hij dat de financiële wereld snel verandert en dat leidt volgens hem tot veel nieuwe kansen. Hij ziet Voordegroei als het antwoord op deze verandering. Voordegroei is een online platform, dat groeiondernemers en investeerders samenbrengt. Voordegroei biedt ondernemers de mogelijkheid om buiten de banken om aan financiering te komen. Daarnaast biedt Voordegroei Investeerders de mogelijkheid om direct te investeren in Nederlandse groeibedrijven, gecombineerd met een aantrekkelijk rentepercentage Website: https://www.voordegroei.nl/  ^  Lezingen schema        ^  Inhoud Willem Okkerse 11:05 - 11:50 - Collenbergh zaal Verder kijken dan de jaarrekening. Willem Okkerse zal in zijn presentatie ingaan op de achtergronden van zijn wetenschappelijk onderzoek in 1995-2000 alsmede het aanvullende onder­zoek tussen 2000-2003 in relatie tot de AEX. Tevens zal er een link worden gelegd met dezelfde uitkomsten van het onderzoek van Dr. Walkshäusl van de Universiteit van Regensburg uit 2013. Willem D. Okkerse (1946) begon in 1995 na in 1989 cum laude zijn MBA te hebben behaald aan een PhD onderzoek dat in 2000 de OK-Score ® opleverde. Voordien was hij voorzittend partner van een adviesgroep gespecialiseerd in strategie en corporate finance en bekleedde gedurende 1995-2000 o.a. de functie van CFO van de milieu organisatie Green Cross van Mikhail Gorbachov. Willem Okkerse is CEO van het OK-Score Institute in Rotterdam en Brussel, alsmede vennoot partner en Chairman Rating Committee van het European Rating House in Brussel. Zie : www.ok-score.eu en www.europeanratinghouse.eu/index.php/en/ Voor een samenvatting van de kwaliteiten van de OK-Score wordt verwezen naar het officiële door externe compliance opgemaakte assessment rapport. Accuracy_Of_The_OK-Score_Mode_2000-2015_30092015.pdf  ^  Lezingen schema        ^  Inhoud Mark Tijms en Tom Straver 11:05 - 11:50 - StatenKamer Uw portefeuille verzekeren in turbulente tijden Het zijn onrustige tijden op de beurs. Het platform van LYNX biedt uitgebreide mogelijkheden u hier tegen te beschermen. In deze presentatie laten wij u kort zien hoe u zelf op een eenvoudige wijze uw portefeuille kunt beschermen tegen plotselinge of langdurige koersdalingen. Daarnaast biedt LYNX Vermogensbeheer u de mogelijkheid het handelen helemaal uit handen te nemen. Mark Tijms, Msc Finance. Sinds 2010  ben ik werkzaam voor LYNX. Vanaf dag één ben ik de beurs nauwlettend gaan volgen en heb ik zowel volatiele als rustige tijden op de beurs meegemaakt. Naast de dagelijkse werkzaamheden bij LYNX schrijf ik maandelijks artikelen over ’s werelds grootste beleggers en geef ik zo nu en dan presentaties op verschillende evenementen. Momenteel probeer ik mij vooral te ontwikkelen als lange termijnbelegger, maar doordat ik dagelijks de beurs in de gaten kan houden, verlies ik ook de korte termijn bewegingen niet uit het oog. Tom Straver, sinds 2014 ben ik werkzaam voor LYNX. In deze tijd heb ik veel contact gehad met onze klanten en heb ik meerdere seminars over het handelssysteem van LYNX gegeven. Sinds januari heb ik de overstap gemaakt naar LYNX Vermogensbeheer. Zelf ben ik van mening dat menselijke emoties de slechtste raadgever is in uw beleggingskeuzes. De geautomatiseerde handelssystemen van LYNX schakelen deze emoties volledig uit en dat komt ten goede van het rendement. Ik zal u vertellen waarom kwantitatief beleggen interessant kan zijn als diversificatie van uw beleggingsportefeuille.  Welke online broker kunt u het beste kiezen? In 2006 stonden Jeroen Kramer en Rogier Groen als particuliere belegger voor diezelfde keuze. Zij kwamen na grondig onderzoek tot de conclusie dat geen enkele Nederlandse aanbieder het totaalpakket kon bieden dat zij dachten nodig te hebben om succes te hebben op de beurs. In juli 2007 startte de eerste belegger bij LYNX met handelen. Binnen twee jaar wist LYNX ook naar België en Duitsland uit te breiden met in beide landen een eigen kantoor. Inmiddels is LYNX ook actief in Tsjechië, Finland en Frankrijk. Vorig jaar hebben we de 35.000ste rekening weten te openen en nog steeds komen er maandelijks steeds meer nieuwe klanten bij. LYNX blijft haar services en product uitbreiden, zo is begin dit jaar een nieuwe webtrader (LYNX Basic)  beschikbaar gesteld. Naast de zeer scherpe tarieven bij LYNX kunt u een uitgebreide en persoonlijke service verwachten. Onze beleggingsexperts nemen voor al uw vragen graag uitgebreid de tijd. Met gebruik van onze hulp op afstand verbinding nemen wij het gehele handelssysteem persoonlijk met u door. Hierdoor kunt u zo snel mogelijk aan de slag. Wij zijn er zowel voor de belegger die op zoek is naar een betrouwbaar platform met uitgebreide analyse- en handelsmogelijkheden als voor de belegger die op zoek is naar eenvoud en overzicht bij het handelen. Vooral in turbulente tijden biedt LYNX u uitgebreide handelsmogelijkheden om u te beschermen tegen de gevaren van volatiele tijden.  ^  Lezingen schema        ^  Inhoud Ruud Smets 12:10 - 12:55 - Collenbergh zaal Hoe de grote namen in de hedge fund industrie omgaan met de turbulentie in de markten Ruud zal in zijn presentatie bespreken hoe hedge funds binnen hun verschillende strategieën de huidige markten benaderen. Aan de hand van actuele voorbeelden zal hij laten zien hoe een aantal van de meest vooraanstaande hedge funds de afweging maken tussen kapitaalbehoud en het inspringen op beleggingskansen. Ruud zal uitleggen hoe hij en zijn team deze fondsen selecteren en beoordelen en hoe zij middels de innovatieve fondsstructuur van het Legends Fund hun beleggers toegang kunnen bieden tot hedge funds die zeer selectief zijn in het toelaten van externe investeerders.. Ruud Smets voltooide zijn opleidingen Informatietechnologie en Beleggingstheorie aan Tilburg University. Hij is tevens een Chartered Alternative Investment Analyst. Ruud was werzkaam bij NIBC en FundPartners.  Sinds 2005 is Ruud werkzaam bij Theta Capital Management B.V. en als portfolio manager verantwoordelijk voor het beheer van zowel individuele maatportefeuilles als van het Legends Fund. Theta Capital Management is de oudste en grootste onafhankelijke hedge fund specialist in Nederland. Het bedrijf is in 2001 opgericht met het doel portefeuilles van hedge funds te beheren. Naast het Legends Fund, beheren wij ook individuele maatportefeuilles voor grote professionele partijen. Voor meer informatie: www.legendsfund.nl  ^  Lezingen schema        ^  Inhoud Ronald Kok 12:10 - 12:55 - StatenKamer Versla de ETF's en de beleggingsfondsen met aandelenscreeners. Door het gebruik van aandelenscreeners wordt het voor de belegger eindelijk mogelijk om het hele beleggingspectrum binnen een paar seconden te screenen op de belangrijkste variabelen. Ronald Kok van Analist.nl zal de eenvoudige werking, de voordelen en de historische rendementen van de meest rendabele aandelenscreeners aan u voorleggen. Een aandelenscreener is niets anders dan een filtering van aandelen op bepaalde criteria zoals de koers/winst-verhouding, het dividendrendement, de schuldgraad, omzetgroei etcetera. Historisch gezien zijn er grosso modo een tiental van dergelijke criteria die aandelenrendementen konden verklaren. Daarom focussen wij ons puur op deze criteria en raden wij beleggers aan alle andere zaken te negeren. Ronald Kok, studeerde onder andere aan de HEAO's in Utrecht en Arnhem, aan de University of the Western Cape in Kaapstad, aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en rondde in 2008 zijn VBA opleiding af. Ronald Kok publiceert geregeld onderzoeken over beleggingen en schrijft o.a. voor De Standaard en de VFB. Specialismen van Ronald zijn value beleggen en het uitvoeren van de 'covered call' strategieën. Daarnaast is Ronald lid van de VBA redactie. Analist.nl is het beleggingsplatform van Nederland dat zich richt op professionele beleggingsinformatie. Het bedrijf is medio 2005 opgericht en is nu uitgegroeid tot de enige aanbieder van aandeleninformatie van bijna heel beursgenoteerd Amerika, Europa en Rusland.  ^  Lezingen schema        ^  Inhoud Niels Faassen 13:30 - 14:15  -  Collenbergh zaal Duurzaam beleggen: waar moet u op letten? Duurzaam beleggen is in Nederland relatief populair onder beleggers. Er zijn echter vele tinten groen voor duurzame beleggingen. Tijdens deze presentatie zal Niels Faassen, fondsanalist bij Morningstar dieper ingaan op de Morningstar Sustainability Rating en hoe deze duurzaamheid rating beleggers kan helpen bij hun keuze voor een duurzaam beleggingsfonds. Verder heeft Morningstar de portefeuilles onderzocht van een aantal duurzame wereldwijde aandelenfondsen. Wij laten u zien hoe de integratie van duurzaamheid in de praktijk sterk blijkt te verschillen. Beleggers doen er dan ook goed aan om te kijken hoe en waarin wordt belegd.   Niels Faassen is ruim tien jaar werkzaam in de beleggingsindustrie en werkt sinds 2012 als fondsanalist bij Morningstar. Voor Morningstar beoordeelt hij beleggingsfondsen op kwalitatieve criteria en voorziet ze van een Morningstar Analyst Rating. Hij houdt zich voornamelijk bezig met obligatiefondsen. Hiervoor heeft hij onder andere voor SNS REAAL en ABN AMRO gewerkt. Morningstar, Inc. is een toonaangevende leverancier van onafhankelijk beleggingsonderzoek. Onze missie bestaat erin goede producten te creëren die beleggers helpen hun financiële doelstellingen te verwezenlijken. Morningstar Nederland werd in 2000 in Amsterdam opgericht en heeft zijn beleggingswebsite, morningstar.nl, in 2001 geïntroduceerd. De website biedt toegang tot en objectieve informatie over fondsen die beschikbaar zijn voor verkoop aan particuliere beleggers in Nederland.  ^  Lezingen schema        ^  Inhoud Hendrik Oude Nijhuis 13:30 - 14:15 - StatenKamer Value investing: theorie, actualiteit en concrete selecties Aandelen presteren de laatste tijd slecht. En value-aandelen nog slechter. Werkt ‘value investing’ eigenlijk nog wel? Aanwezig zijn drs. Hendrik Oude Nijhuis en ir. Björn Kijl, de oprichters van Beterinbeleggen.nl en auteurs van de bestseller ’Leer beleggen als Warren Buffett’. Tijdens deze sessie wordt ingegaan op de filosofie achter ‘value investing’. Wat te denken van de recente jaren van underperformance? Ter sprake komen ook concrete selecties van value-aandelen en uiteraard is er gelegenheid voor vragen en discussie. Hendrik Oude Nijhuis is een expert op het gebied van value investing en medeoprichter van Kingfisher Capital. Hij heeft uitgebreid onderzoek verricht naar de investeringsstrategieën van value investors als Warren Buffett en is als bestuurslid actief geweest voor onder andere de beleggingsstudieclubs HCC Beleggen en B.S.C. Duitenberg. Hendrik heeft Management, Economics & Law aan de Universiteit Twente gestudeerd en is auteur van de Nederlandstalige bestseller over Warren Buffett: "Leer beleggen als Warren Buffett - zijn beleggingsstrategie in theorie & praktijk". Kingfisher Capital houdt zich bezig met business model & investment research. Via Beterinbeleggen.nl, het platform voor beleggers van Kingfisher Capital, worden beleggers  op een toegankelijke maar inhoudelijk gedegen wijze geïnformeerd over value-investing. . De term ‘value-investing’ verwijst naar het beleggen in aandelen die op de beurs - ten onrechte - laag gewaardeerd zijn. Deze (te) laag gewaardeerde aandelen leveren gemiddeld een bovengemiddeld rendement op. Door gespreid in zulke aandelen te beleggen valt nog meer te profiteren van een extreem krachtig wiskundig verschijnsel: het ‘rente op rente’-effect oftewel exponentiële groei.  http://www.beterinbeleggen.nl/  ^  Lezingen schema        ^  Inhoud Aat Schornagel 14:35 - 15:20 - Collenbergh zaal Handelsalgorithmen voor (dag) opties: verrassende conclusies over de keuze van opties bij het systematisch handelen en onverwacht krachtige patronen voor handelsstrategieën met opties. Tradingsystemen die gebruik maken van algorithmen op basis van koerspatronen zijn gemeen goed geworden bij gebruik van aandelen , ETF’s, futures etc. Zo is het bijvoorbeeld gemakkelijk aan te tonen dat systematisch long gaan na 3 dagen van koersdaling en weer sluiten na positief doorkruisen van een voortschrijdend gemiddelde, of het raken van een stop-loss, tot goede resultaten leidt  wanneer gebruik gemaakt wordt van futures, ETF’s etc. in termen van rendement/risico. Maar hoe zou het uitpakken als bij de koop en verkoopsignalen opties gebruikt worden ? Of combinaties van opties zoals (debit) spreads, butterflies of condors ? In een eerdere voordracht lag de focus op handelsalgorithmen waarbij opties gekocht worden. In deze nieuwe voordracht worden ook algorithmen en koerspatronen besproken waarbij opties geschreven worden en optiecombinaties gebruikt worden.   In de voordracht komen de volgende onderwerpen aan bod:     Waaromhandelsalgorithmen met opties vaak meer rendement per eenheid risico opleveren dan handelsalgorithmen met futures, ETF’s of aandelen.     Waarom opties kopen bijna altijd meer rendement per eenheid risico oplevert dan opties schrijven (verkopen)     Waarom kortlopende (dag) opties bijna altijd meer rendement per eenheid risico opleveren dan langer lopende opties     Vaak wordt beweerd: koop in-the-money opties met lange looptijd, en verkoop out-of-the money opties met korte looptijd. Maar klopt dat wel ?     Een kijkje in een groot domein van interessante nieuwe koerspatronen en handelsstrategieën waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een stop-loss. Bij gebruik van futures zijn dit soort strategieën niet interessant, maar bij opties des te meer ! Aat Schornagel is wiskundige en heeft 23 jaar lang voor Shell over de wereld gezworven.  In Londen was hij o.a. verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een geautomatiseerd beleggingssysteem voor het Shell Pensioenfonds.  Aat heeft ruim 20 jaar ervaring als ontwikkelaar van trading systemen met een focus op (dag)opties  ^  Lezingen schema        ^  Inhoud HCC Beleggen ALV 10:00 tot 10:45 - StatenKamer De Algemene Ledenvergadering van i.g. HCC Beleggen d.d. 2 april 2016 Agenda: Opening en vaststellen agenda Mededelingen en ingekomen stukken Notulen Algemene Ledenvergadering  maart 2015 Jaarverslag over 2015 Verslag kascommissie over 2015 Plannen voor 2016 Rondvraag Sluiting *Stukken vind u binnenkort terug in de download sectie van de HCC Beleggen website  ^  Lezingen schema        ^  Inhoud Standhouders Analist.nl - Het beleggingsplatform met essentiële beleggingsinformatie Foxware - Beleggingssoftware LYNX - Beleggen met een voorsprong Morningstar - Geen beleggingsbeslissing zonder Morningstar Voordegroei - Online platform Theta Capital Management:  de hedge fund specialist en beheerder van het Legends Fund HCC - De vereniging  ^  Standhouders                ^  Inhoud Analist.nl - Het beleggingsplatform met essentiële beleggingsinformatie standhouder Analist.nl is het beleggingsplatform dat beleggers essentiële beleggingsinformatie gratis aanbiedt. Wij coveren bijna alle beursgenoteerde bedrijven in de VS, Europa en Rusland. Op ons platform treft u naast historische koers- en financiële informatie ook waarderingen, rendementen, adviezen en veel achtergrondinformatie. Bij de stand treft u o.a. presentaties van ons platform, het maandblad Analist Journaal en onze researchdienst AnalistPro. Via AnalistPro kunt u eindelijk op het niveau van een professionele belegger acteren. AnalistPro analyseert  de Amerikaanse en Europese aandelen door middel van de beste aandelenscreeners. Daarnaast biedt AnalistPro ook optie-analyses om heel eenvoudig de meest interessante 'covered-call' strategieën te hanteren. Analist.nl is in 2005 opgericht en is Nederland's enige professionele beleggingswebsite met toegang tot alles op het gebied van aandelen- en opties. Analist.nl genereert haar inkomsten o.m. via advertenties die worden geplaatst op de website en in de nieuwsbrieven. Heeft u interesse om te adverteren, dan neemt u contact op met sales@analist.nl.  Tot ziens op onze stand!  ^  Standhouders        ^  Inhoud Foxware - Beleggingssoftware standhouder Foxware Beleggingssoftware is gespecialiseerd in de ontwikkeling van geavanceerde software voor beleggers die handelen in opties en futures. Optiemaat Wij demonstreren ons optieanalyse-programma OPTIEMAAT. Dit pakket ondersteunt al bijna 25 jaar vele (optie)beleggers bij het onderbouwen van hun beleggingsbeslissingen.   Het programma beschikt over een uitgebreide functionaliteit en u kunt elke positie, bestaande uit opties en/of futures en/of onderliggende waarden, moeiteloos opbouwen en beoordelen op rendement, risico en gevoeligheid voor alle (optie)prijsbepalende factoren.   Adviezen De module “Adviezen” stelt u in staat om, gebaseerd op uw visie op toekomstige onderliggende koersontwikkelingen, de meest winstgevende optiestrategieën te genereren. Back Track De module “BackTrack(e-o-d)” beschikt over een database met ruim 7+ jaar end-of-day optiehistorie van alle Euronext optiefondsen. Op basis hiervan kunt u “terug in de tijd” en uw posities uit het verleden naspelen en/of overdoen, maar ook “nieuwe” posities opzetten en de resultaatontwikkeling hiervan door de tijd heen volgen (backtest). Hiermee kunt u lering trekken uit het handelen op basis van “echte” beursgegevens zonder dat daarbij ook “echt” geld op het spel staat. De module “BackTrack(intra-day)” gaat nog een stap verder. Deze biedt u de unieke mogelijkheid de historische optiedatabase uit te breiden met intra-day optienoteringen met een instelbaar interval van (minimaal) 30 minuten! Ook de noteringen op uw handelsmomenten worden hierin vastgelegd.   Realtime Het pakket werkt met realtime beurskoersen, maar kan desgewenst ook functioneren met end-of-day noteringen. In elk beursklimaat, óók in het huidige, bieden opties uitstekende mogelijkheden voor het behalen van een positief beleggingsresultaat. OPTIEMAAT, als betrouwbaar en geavanceerd “gereedschap”, vormt hiervoor de basis  ^  Standhouders                ^  Inhoud LYNX - Beleggen met een voorsprong standhouder LYNX Beleggen met een voorsprong Met LYNX als uw broker heeft u toegang tot het meest geavanceerde handelsplatform van Nederland. Gecombineerd met ons persoonlijke service en educatie heeft u alle tools om succesvol te beleggen. Kom langs bij onze stand en wij geven u graag een demonstratie van ons platform. Ons handelsplatform is zeer flexibel en eenvoudig in te richten naar uw persoonlijke handelsinteresses. De aanwezige medewerkers hebben een breed kennisniveau over alles wat de beurs te bieden heeft en vertellen u graag wat LYNX speciaal voor u kan betekenen. Actie LYNX zelf beleggen Iedereen die naar de LYNX stand komt en daar ter plekke zijn rekening opent ontvangt €200 transactietegoed die de eerste drie maanden na het openen van de rekening te besteden is. LYNX Vermogensbeheer biedt u de mogelijkheid om zeer gemakkelijk en zonder technische knowhow deel te nemen aan professionele automatische handelssystemen. Een computer die via algoritmes automatisch op de beurs belegt? Beleggen zonder dat er een vinger aan te pas komt? Waarschijnlijk heeft u recent weleens over de nieuwe trend op de beurs gehoord: beleggen via automatische handelssystemen. LYNX Vermogensbeheer geeft u de mogelijkheid om mee te doen met kwalitatief hoogwaardige automatische handelssystemen vanaf € 15.000. Op onze stand vertellen wij u hier graag meer over. Welke online broker kunt u het beste kiezen? In 2006 stonden Jeroen Kramer en Rogier Groen als particuliere belegger voor diezelfde keuze. Zij kwamen na grondig onderzoek tot de conclusie dat geen enkele Nederlandse aanbieder het totaalpakket kon bieden dat zij dachten nodig te hebben om succes te hebben op de beurs. In juli 2007 startte de eerste belegger bij LYNX met handelen. Binnen twee jaar wist LYNX ook naar België en Duitsland uit te breiden met in beide landen een eigen kantoor. Inmiddels is LYNX ook actief in Tsjechië, Finland en Frankrijk. Vorig jaar hebben we de 35.000ste rekening weten te openen en nog steeds komen er maandelijks steeds meer nieuwe klanten bij. LYNX blijft haar services en product uitbreiden, zo is begin dit jaar een nieuwe webtrader (LYNX Basic)  beschikbaar gesteld.  Kijk ook op onze website lynx.nl  ^  Standhouders                ^  Inhoud Morningstar - Geen beleggingsbeslissing zonder Morningstar standhouder Morningstar, Inc. is een toonaangevende leverancier van onafhankelijk beleggingsonderzoek. Onze missie bestaat erin goede producten te creëren die beleggers helpen hun financiële doelstellingen te verwezenlijken. Producten en diensten Wij bieden een uitgebreide waaier van internetproducten, software en producten in drukvorm voor particuliere beleggers, financieel adviseurs en institutionele cliënten over de hele wereld. Morningstar is een vertrouwde bron voor inzichtelijke informatie in een waaier van beleggingsdisciplines. Met activiteiten in 27 landen bieden wij momenteel gegevens over ongeveer 500.000 beleggingsproducten. Morningstar Nederland werd in 2000 in Amsterdam geopend en heeft zijn beleggingswebsite, morningstar.nl, in 2001 geïntroduceerd. Website De website www.morningstar.nl biedt toegang tot en objectieve informatie over fondsen die beschikbaar zijn voor verkoop aan particuliere beleggers in Nederland. Ook biedt de site onafhankelijke redactionele informatie van analisten en journalisten van Morningstar in Amsterdam en over de hele wereld.  ^  Standhouders                ^  Inhoud Voordegroei - Online platform standhouder Voordegroei is een online platform, dat groeiondernemers en investeerders samenbrengt. Voordegroei biedt ondernemers de mogelijkheid om buiten de banken om aan financiering te komen. Daarnaast biedt Voordegroei Investeerders de mogelijkheid om direct te investeren in Nederlandse groeibedrijven, gecombineerd met een aantrekkelijk rentepercentage!   Voor beleggers bieden wij: Gemiddeld rendement van  8% Maandelijkse uitkering Zorgvuldige screening Op onze stand kunt u informatie krijgen over deze nieuwe vorm van beleggen, antwoord krijgen op al uw vragen over crowdunding en kennis maken met de mensen achter Voordegroei! Voordegroei is een online platform, dat groeiondernemers en investeerders samenbrengt. Voordegroei biedt ondernemers de mogelijkheid om buiten de banken om aan financiering te komen. Daarnaast biedt Voordegroei Investeerders de mogelijkheid om direct te investeren in Nederlandse groeibedrijven, gecombineerd met een aantrekkelijk rentepercentage Website: https://www.voordegroei.nl/  ^  Standhouders                ^  Inhoud Theta Capital Management:  de hedge fund specialist en beheerder van het Legends Fund standhouder Er zijn in de wereld een handvol uitzonderlijke fondsbeheerders die hebben bewezen op de lange termijn consistent goede beleggingsresultaten te kunnen halen. Deze fondsen opereren veelal in de luwte en het is lastig toegang tot ze te krijgen. Bij Theta Capital richten we ons op het vinden van deze topbeleggers. Binnen het Legends Fund investeren we in een portefeuille van 11 fondsen die tot de meest afzonderlijke beleggers ter wereld behoren. Het unieke aan het Legends Fund is dat het door haar beursnotering voor iedereen toegankelijk is. Meer informatie vindt u op www.legendsfund.nl. Theta Capital Management is de grootste onafhankelijke hedge fund specialist van Nederland. Sinds onze oprichting in 2001 beheren wij hedge fund portefeuilles voor een aantal van Nederlands’ grootste family offices, stichtingen en instituten. In 2010 zijn we gestart met het Legends Fund. Wij zien uw graag bij onze stand waar portefeuillebeheerder Ruud Smets u alles over het Legends Fund kan vertellen. U kunt hier Legends Fund materialen verkrijgen en u aanmelden voor onze maandelijkse nieuwsbrief. Kijk voor meer informatie op onze website: www.legendsfund.nl  ^  Standhouders                ^  Inhoud HCC de vereniging standhouder Gezellig communiceren over uw hobby met andere liefhebbers! HCC brengt u in contact met mensen met dezelfde interesses, via een van onze vele groepen van enthousiaste hobbyisten. Als HCC-lid kunt u gratis bij een van deze groepen aansluiten (een paar groepen vragen een aanvullend bedrag), voor aansluiting bij meerdere groepen wordt een kleine vergoeding gevraagd. Daarnaast is er het HCC-webforum en zijn er vele activiteiten, met uiteenlopende onderwerpen, die door het hele land worden georganiseerd. Hulp! Problemen bij het computergebruik? HCC levert u de oplossing! Voor ondersteuning bij computerproblemen is er HCC!forums, een groot aantal cursussen op onze website en de telefonische helpdesk van HCC!hulp. Daarnaast zijn er nog tal van leden die andere leden helpen bij vragen over de digitale wereld. Informatie! HCC vertelt u alles over de digitale wereld! Via onze website en digitale nieuwsbrieven blijft u op de hoogte van alle ontwikkelingen in de computerwereld. Het Internetblad blad HCC! Webzine informeert en adviseert over digitale producten en diensten. PC-Active is het HCC verenigingsblad. PC-Active is exclusief voor leden van HCC, er kan geen los abonnement op PC-Active worden afgesloten. Wel is PC-Active verkrijgbaar in de losse verkoop. Snel uw lidmaatschap terugverdiend! Word nu lid en profiteer van veel voordeel! Profiteer van onderstaande voordelen en diensten en actuele aanbiedingen die het HCC-lidmaatschap biedt. De contributie voor het HCC-lidmaatschap heb je snel terugverdiend, het ledenvoordeel kan oplopen tot € 400,-! Vind alle voordelen, diensten en verdere informatie via de Lidmaatschappagina op de HCC site Deze info is van 15 maart 2016 voor meest recente informatie kijk op: http://www.hcc.nl  ^  Standhouders                ^  Inhoud Toegangsbewijzen Toegangsbewijs tot 66ste HCC Beleggen symposium Hoe te beleggen in turbulente tijden? HCC Leden Niet HCC Leden U kunt een ticket aanschaffen. Kosten: €15,- HCC leden hebben gratis toegang LET OP: Je kunt ook van onze aanbieding gebruik maken. Word nu lid van HCC!beleggen en betaal tot 1 april 2016 slechts €27,75, daarna €37,75  Naast alle info over beleggen krijg je als lid o.a. ook: 6x per jaar PC-Active magazine Heel veel voordeel: maandelijks wisselende superdeals + vast (collectief) voordeel Presentaties & workshops door het hele land Webinars: volg de presentaties vanuit huis! Hulp & advies : via de HCC!hulp helpdesk en het forum Verdieping via de Interessegroep HCC!beleggen Klik hier om uw ticket aan te vragen Klik hier om uw ticket aan te schaffen ^  Inhoud Locatie Het HCC Beleggen symposium wordt gehouden in Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4 3731 CL  De Bilt Bekijk ligging >> Laat de route zien in een nieuw venster Voer je postcode in: ^  Inhoud * Informatie is bijgewerkt tot 15 maart 2016 - voor meest recente info kijk op onze website http://www.beleggersonline.nl | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. ^  Inhoud

25 maart 2016

...

Nieuwsbrief20160301

.. Maart 2016 66ste HCC Beleggen symposium                  "Hoe te beleggen in turbulente tijden?" Wel begrijpelijk, niet verstandig CoSA en Beleggen in turbulente tijden Honkvaste beheerders met een sterk track record bestaan Gaat het hedge funds lukken te profiteren van de onrust? Beleggers moeten over de grens gaan beleggen Technische of fundamentele analyse in turbulente tijden? Beleg in aandelen die profiteren van de huidige turbulentie op de oliemarkten Actief worden binnen onze vereniging .. 66ste HCC Beleggen symposium "Hoe te beleggen in turbulente tijden?" Bron:  HCC Beleggen Inschrijving geopend We kennen een turbulente start van het beleggingsjaar. Op het komende 66ste symposium zal deze turbulentie de rode draad zijn. Moet u, zoals een van de bekende beleggingsadviseurs recent aanbeval, alles in cash stoppen of moet u juist vasthouden aan u beleggingsplan? Moet u iets geheel nieuws toevoegen aan u beleggingen zodat u een grotere diversificatie krijgt? Op deze en andere zaken zullen de sprekers, elk vanuit hun eigen invalshoek, ingaan. Ze spreken over de markt turbulentie en op manieren hoe daar mee om te gaan. Door een  diversiteit van sprekers zult u met een groot aantal, vaak van elkaar verschillende, ideeën naar huis gaan. U kunt deze dan zelf direct, afhankelijk van u eigen situatie, inpassen en toepassen in u beleggingen. Daarnaast zijn er zoals altijd ook weer een groot aantal leveranciers aanwezig die u graag wegwijs maken in de door hun geboden diensten. De locatie is verder goed geschikt om de door u in de loop van de jaren opgedane contacten aan te halen en nieuwe contacten te leggen. Kortom, zorg dat je er op 2 april bij bent; het belooft een leuke dag te worden! Sprekers o.a.: Kevin Heerema  Ishares Nederland over het bouwen van een portfolio met ETFs Ruud Smets Theta Capital over hoe hedgefunds in een portefeuille passen Johan Biesjos Milestone crowdfunding fonds over de mogelijkheden van een beleggingsfonds in crowdfunding voor uw portfeuille Niels Faassen Morningstar over hoe een nieuwe rating u kan helpen in uw fonds selectie Aat Schornagel   over hoe het gebruik van opties u kan helpen in het verbeteren van uw risico profiel Hendrik Oude Nijhuis Kingfisher Capital over hoe vaule investing een belangrijk onderdeel van uw portfolio kan zijn Mark Thijms/ Ton Straver Lynx vermogensbeheer over hoe hun vermogensbeheer optie een element van de portefeuille kan uitmaken HCC beleggen Tevens is er een algemene leden vergadering van HCC Beleggen Inschrijven Bent u HCC Lid klik hier  Bent u nog geen HCC Lid klik hier ^  Inhoud Wel begrijpelijk, niet verstandig Bron:  Hendrik Oude Nijhuis In een eerdere ‘HCC Beleggen’-nieuwsbrief heb ik er al eens op gewezen: value-aandelen presteren al een hele tijd relatief slecht. Het jaar 2015 vormde daarop zeker geen uitzondering... Een beperkt aantal aan het begin van 2015 al dure aandelen werd afgelopen jaar nog fors duurder. Dat geldt met name voor de zogeheten 'FANG'-aandelen. FANG staat voor Facebook, Amazon, Netflix en Google (tegenwoordig heet dit laatste bedrijf overigens Alphabet). Hieronder treft u het rendement in 2015 van deze vier aandelen aan. En tussen haakjes de huidige koers/winst-verhouding: Facebook +34% [81] Amazon +118% [428] Netflix +134% [319] Google +47% [30] Wat presteerde niet goed? Grondstofaandelen in het algemeen en olieaandelen in het bijzonder presteerden afgelopen jaar erg slecht. Opvallend aan het afgelopen jaar was ook dat veel bekende value-beleggers qua rendement sterk achterbleven bij de S&P 500. Dat is des te opmerkelijker wanneer u weet dat deze value-beleggers veelal niet of nauwelijks in grondstof- en olieaandelen hadden belegd. Hieronder treft u het rendement in 2015 aan van verschillende bekende value-beleggers: Bill Ackman (Pershing Square Holdings) -20,5% Bruce Berkowitz (Fairholme) -11,5% Carl Icahn (Icahn Enterprises) -15,1% David Einhorn (Greenlight Reinsurance) -20,1% Joel Greenblatt (Gotham Enhanced Return) -11,4% Mario Gabelli (Gabelli Value) -9,5% Warren Buffett (Berkshire Hathaway) -12,1% Hendrik Oude Nijhuis Auteur, oud bestuurslid HCC Beleggen en BSC Duitenberger. Oprichter Warrenbuffet.nl Hendrik Oude Nijhuis heeft Management, Economics & Law aan de Universiteit Twente gestudeerd en heeft zich jarenlang verdiept in de strategieën van ‘s werelds beste beleggers. Zijn bestseller over Warren Buffett is via de website http://www.warrenbuffett.nl/ gratis beschikbaar. Deze column is niet bedoeld als individueel advies tot het doen van beleggingen. Al deze bekende value-beleggers behaalden de voorbije decennia een meer dan uitstekend rendement. Maar afgelopen jaar dus niet. Allemaal bleven ze 10% tot 20% achter bij de S&P 500 (deze brede beursindex steeg afgelopen jaar 1,4%). Is verbetering in zicht? Van het gespreid in value-aandelen beleggen mag zoals u waarschijnlijk wel bekend is op termijn een bovengemiddeld rendement verwacht worden. Maar niet ieder jaar levert deze strategie een bovengemiddeld rendement op. Afgelopen jaar was daarvan een voorbeeld. Ook in 1973, 1980, 1991, 1999, 2003 en 2009 waren value-aandelen sterk achtergebleven. Maar telkens volgde een herstel waarbij value-aandelen in de 24 maanden die volgden heel sterk presteerden, zowel absoluut als relatief gezien. Voor meer inzicht in eerdere periodes waarin value-aandelen slecht presteerden en het erop volgende sterke herstel van value-aandelen verwijs ik graag naar een recente studie van John Alberg and Michael Seckler hieromtrent: http://www.advisorperspectives.com/articles/2016/02/01/now-is-the-time-for-value-to-outperform-growth Een belangrijke reden voor het feit dat value-beleggen op langere termijn zo goed werkt is dat deze strategie juist niet ieder jaar werkt. Een strategie die 'altijd' werkt gaat op de beurs al heel snel aan eigen succes ten onder. Bij een strategie die soms werkt en soms niet is de kans veel groter dat beleggers tussentijds gedesillusioneerd raken en afhaken. Dat is begrijpelijk, maar niet verstandig. ^  Inhoud CoSA en Beleggen in turbulente tijden Bron:  Hcc Beleggen CoSA-werkgroep In eerdere artikelen hebben we besproken dat onze werkgroep zich ten doel stelt op basis van een brede set van criteria aandelen te selecteren die interessant zijn voor de belegger. Daarbij onderscheiden we op dit moment twee categorieën aandelen: KoersGroei-aandelen en DividendGroei-aandelen. Later zullen we nog een derde categorie nl. DividendHerbeleggen toevoegen. Op dit moment volgen we 106 Europese aandelen en 376 aandelen genoteerd in de VS. We streven naar een uitbreiding van dit bestand met minstens 50 Europese dividendaandelen. Welke rol kan onze advisering spelen in de turbulente tijden die we nu op de beurzen meemaken? We merken daarover allereerst op – waarschijnlijk voor de lezer van deze Nieuwsbrief ten overvloede - dat goed beleggen meer inhoudt dan het kiezen van aantrekkelijke aandelen. Zaken als AssetAllocatie, Moneymanagement en Risico beheersing zijn eveneens essentieel voor het behalen van goede resultaten. Wij zijn echter van mening dat het buiten onze specifieke deskundigheden valt om diepgaand op deze onderwerpen in te gaan. We nemen aan dat in deze Nieuwsbrief andere schrijvers deze onderwerpen zullen behandelen. We merken echter wel op dat het verkeerd is om bijvoorbeeld pas te gaan nadenken over risicobeheersing op het moment dat je met turbulenties wordt geconfronteerd. Juist als de beurzen zich rustig en schijnbaar voorspelbaar gedragen is het zaak om te bepalen welke risico’s je kunt (ver)dragen. Je bereidt je dan goed voor op koersdalingen die zich op enig moment zullen voordoen. Verschillen tussen KoersGroei(KG) en Dividendgroei(DG) aandelen Allereerst merken we op dat wij het kopen van aandelen beschouwen als een investering voor de lange termijn. Denk daarbij aan een periode van tenminste 5 jaar. In die periode moet je opgaande en dalende markten verwachten, maar de geschiedenis leert dat kwaliteitsaandelen op de lange duur een aantrekkelijk rendement bieden. De NAIC-methode wordt reeds 60 jaar toegepast en heeft een goed trackrecord. Uitgaande van wat het doel is van het beleggen, wordt bepaald welk deel van het te beleggen kapitaal geïnvesteerd zal worden in aandelen en is het verstandig nader te bepalen hoe de investeringen verdeeld zullen worden over KG- en DG-aandelen. KG-aandelen zijn gevoeliger voor koersvariaties, maar daar staat tegenover dat deze aandelen op de (middel)lange termijn gemiddeld een hoger rendement leveren. Het rendement van een investering in KG-aandeel wordt bepaald door de actuele koers te vergelijken met de aankoopkoers. DG-aandelen hebben een andere karakteristiek. Zij zijn minder gevoelig voor koersfluctuaties en indirect risicomijdend daar de uitkerende bedrijven door hun dividendbeleid de aandeelhouders beter en langer aan zich binden. Bovendien is het uitkeren van periodieke dividenden voor aandeelhouders het meest betrouwbare signaal over het welzijn van een bedrijf en het gevoerde beleid, betrouwbaarder dan de winst per aandeel(WpA) bijvoorbeeld. Het rendement van DG-aandelen wordt bepaald door de netto dividendopbrengsten daar deze uitsluitend worden gerelateerd aan de aankoopkoers en derhalve niet afhankelijk zijn van later negatief of positief koersverloop. Een belangrijk verschil tussen KG-en DG-beleggen is, dat bij koop van DG-aandelen ten behoeve van het verkrijgen van extra inkomsten door dividenduitkeringen, primair gelet wordt op dividendgroei en minder op koersgroei, terwijl bij KG-aandelen primair  gelet wordt op koersgroei en minder op dividenduitkeringen. Het maakt daarom DG-aandelen minder kwetsbaar in turbulente tijden. Afhankelijk van de eigen risico gevoeligheid is het raadzaam om te bepalen welke verdeling over KG- en DG-aandelen acceptabel is. Maar daarbij spelen natuurlijk meer factoren mee: Hoe ver ligt je beleggingshorizon, wil je extra inkomsten uit de belegging in aandelen e.d. Kansen voor Langetermijn belegger tijdens recessieachtige perioden De analyses van CoSA zijn voor wat betreft KG-aandelen gebaseerd op de NAIC-methode, besproken in een eerder artikel. Een van de ratio’s die aangeeft of een aandeel koopwaardig is, is de Winst/Verlies-verhouding(W/V). Deze ratio moet groter dan 3 zijn, wil een KG-aandeel koopwaardig zijn. Dan is de winstverwachting dus 3 keer groter dan de ‘kans’ op verlies. In recessieachtige perioden kan de Langetermijnbelegger hiervan profiteren door de lage instapkoersen die dan voorkomen. M.a.w. de NAIC-methode verhoogt de koopwaardigheid middels de W/V-verhouding. Samenvatting Wat in turbulente tijden de beste wijze van beleggen is, is bij lange termijn beleggen vooral een kwestie van hoe risicobestendig of risicomijdend een belegger persoonlijk is. Omdat het bij DG-beleggen vooral gaat om dividenduitkeringen die niet worden beïnvloed door positieve en negatieve koersen zolang het bedrijf kwalitatief goed is, is dat de beste manier vanwege de hiervoor aangegeven impliciete risicobeperking. Risicobestendige beleggers die de tijd hebben om de storm uit te zitten kunnen KG-aandelen aanhouden vanwege de hogere netto opbrengst. Werkgroep CoSA Onze werkgroep telt op dit moment drie leden. Dat is strikt genomen te weinig om de reguliere werkzaamheden uit te voeren en de ambities voor uitbreiding van onze advisering en service waar te maken. We zijn dan ook op zoek naar enthousiaste mensen die de werkgroep mee willen versterken. Indien u overweegt een bijdrage te leveren dan verzoeken we u contact op te nemen met onze voorzitter. Hij geeft graag een nadere toelichting. Zie zijn email genoemd in de volgende alinea. Indien u meer wilt weten over de activiteiten van CoSA, kunt u de voorlopige CoSA-webpagina (klik hier), raadplegen of contact opnemen met de voorzitter: Jan van der Meulen via CoSA-L@beleggersonline.nl U kunt zich met hetzelfde mailadres aanmelden voor het ontvangen van informatie, zoals de wekelijks verschijnende CoSA-nieuwsbrief en voor het verkrijgen van toegang tot de voor CoSA-leden beschikbare Europese CoSA/SSG-verzameling. ^  Inhoud Honkvaste beheerders met een sterk track record bestaan Bron:  Jeffrey Schumacher cfa, Morningstar, Jeffrey Schumacher CFA, Senior Fondsanalist bij Morningstar Benelux na zijn opleiding aan de VU Amsterdam en het behalen van het certificaat Chartered Financial Analyst (CFA) aan het CFA Institute is hij vanaf juni 2011 als Senior Fund Analyst werkzaam bij Morningstar. Daavoor  was hij van 2006 tot 2009 werkzaam bij Theodoor Gilissen Bankiers als Equity/Commodity Analyst en aansluitend tot juni 2011 werkzaam als Vermogensbeheerder Services / Fund Trading bij SNS Securities. Beleggen is een zaak van de lange termijn, maar fondsmanagers zitten gemiddeld slechts vier jaar op hun plek. Toch zijn er fondsen met beheerders die een lange staat van dienst hebben. En dat loont, blijkt uit enkele voorbeelden. Beleggen is voor de lange termijn. Dat betekent dat u uw beleggingsfonds selecteert met de verwachting dat het fonds over een volledige marktcyclus (5-10 jaar) beter presteert dan concurrenten en/of de benchmark. U rekent uw fondsbeheerder dan ook af op de gerealiseerde langetermijnprestaties. Uit data van Morningstar blijkt echter dat de gemiddelde fondsbeheerder slechts 4 jaar op zijn plek zit. Dat geeft een beheerder relatief weinig tijd om zijn strategie te laten werken en zijn kwaliteiten aan te tonen. Managerwissel leidt tot kortetermijnhandelen Daarnaast werkt het ook bij beleggers kortetermijnhandelen in de hand, want iedere managerwissel is een reden om het fonds grondig te analyseren en te kijken wie de nieuwe beheerder wordt en in hoeverre het beleggingsproces onder de nieuwe manager verandert. Het zou goed kunnen dat u minder vertrouwen heeft in de nieuwe beheerder of dat het fonds zodanig van strategie verandert, dat het niet meer in uw portefeuille past. Het verkopen van de positie is dan een logisch gevolg, waarmee de langetermijngedachte van beleggen eveneens overboord gaat. Meerwaarde door lange staat van dienst Er zijn echter ook beleggingsfondsen waarbij de beheerder een lange staat van dienst kan overleggen, en die tevens zijn meerwaarde op de lange termijn heeft aangetoond. Wanneer we in de Morningstar database de fondsen eruit filteren waarvan de langstzittende beheerder minimaal 10 jaar aan het roer van het fonds staat, waarbij het fonds op zowel 5- als 10-jaars rendementen tot de beste 20 procent van zijn categorie behoort en een positieve Morningstar Analyst Rating heeft, dan komen er een aantal interessante fondsen naar boven. Deze fondsen bewijzen dat het loont om voor een langdurige periode dezelfde fondsmanager te hebben die een langetermijnaanpak hanteert: Invesco Invesco Pan European Structured Equities beschikt over een Silver rating en vijf sterren. Het fonds verslaat over 5 jaar gemeten 98 procent van zijn concurrenten en over 10 jaar 99 procent. Michael Fraikin is sinds juni 2002 de beheerder en wordt sinds 2007 bijgestaan door Thorsten Paarmann. Het systematische proces en de beperkte volatiliteit zijn volgens Morningstar de grootste kracht van het fonds. Het fonds is dankzij de uitstekende prestaties een van de finalisten voor de Morningstar Award 2015 in de categorie Aandelen Europa. Vontobel Vontobel Emerging Markets is al jaren een van Morningstar’s favoriete beleggingsfondsen voor opkomende markten. Ook dit fonds combineert een Silver rating met vijf sterren. Sinds 1997 staat dit fonds onder leiding van Rajiv Jain. Over vijf jaar gemeten laat het 99% van zijn concurrenten achter zich en in de afgelopen 10 jaar 96 procent. In de moeilijke jaren voor opkomende landen (2008, 2011-2015 m.u.v. 2013) heeft dit fonds zijn toegevoegde waarde bewezen. De focus op degelijke, stabiel groeiende bedrijven en een voorkeur voor defensieve namen heeft dit fonds geen windeieren gelegd. Comgest Comgest Growth Europe is ook een voorbeeld van een fonds dat dankzij een ervaren en stabiel team uitstekende langetermijnresultaten heeft behaald. Laurent Dobler, Arnaud Cosserat en Franz Weis hebben meer dan 25 jaar ervaring en werken meer dan 10 jaar samen. De gedisciplineerde zoektocht naar kwaliteitsgroei aandelen die uitmondt in een geconcentreerde, met overtuiging beheerde portefeuille, heeft over 5 jaar gemeten 98 procent van de categoriegenoten verslagen en 93 procent op een 10-jaars horizon. Het fonds is volgens Morningstar een van de beste in zijn categorie en heeft een Gold rating en vijf sterren. Templeton Als er een fonds is waarvoor beleggers een langere horizon moeten hanteren, dan is het wel Templeton Global Bond. Dit door Michael Hasenstab beheerde obligatiefonds deinst er niet voor terug om significante tegendraadse posities in te nemen. Ierse en Hongaarse obligaties tijdens het dieptepunt van de eurocrisis en Oekraïense obligaties in 2014 zijn voorbeelden van risicovolle posities die het fonds aangaat. Dit kan betekenen dat het fonds op korte termijn achterblijft, maar op de langetermijn heeft Hasenstab met zijn gedurfde positionering veel waarde gecreëerd. Over vijf jaar gemeten verslaat het 87 procent van zijn categoriegenoten, tegenover 96 procent over een 10-jaars horizon. Het fonds heeft een Silver rating en vijf sterren. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de fondsen die aan de gestelde criteria voldoen: ^  Inhoud Gaat het hedge funds lukken te profiteren van de onrust? Bron:  Ruud Smets, Theta Capital Management  Ruud Smets Portfolio manager, Theta Capital Management B.V. Ruud is sinds 2005 werkzaam bij Theta als portfolio manager van de hedge fund mandaten. Ruud heeft een brede beleggingsachtergrond met een specialisatie in hedge funds. Voordat Ruud de overstap naar Theta maakte, werkte hij bij NIBC en FundPartners. Ruud heeft Master diploma’s in Investment Theory en Information Technology, beide van Tilburg University. Ruud is sinds 2002 een Chartered Alternative Investment Analyst (CAIA).              http://www.legendsfund.nl/ 2014-2015 was niet de periode voor hedge funds om zich te onderscheiden Het is de laatste jaren niet gemakkelijk geweest voor hedge funds om onderscheidende rendementen te behalen. De liquiditeit die centrale banken in het systeem pompten vond zijn weg in steeds speculatievere beleggingen op zoek naar dat kleine beetje extra rendement. Voor beleggers met een goed oog voor waarderingen niet interessant, maar shorten was tegelijkertijd een gevecht tegen de centrale banken en daardoor een pijnlijke strategie. In de periode 2014-2015 behaalde het Legends Fund, dat investeert in een selectie van de meest vooraanstaande hedge funds, dan ook slechts een totaal rendement van 4.20%. Dit was weliswaar wat beter dan de 2.78% voor wereldwijde aandelenmarkten, maar bleef verre van de hoge rendementen die deze sterbeleggers in het verleden wisten te behalen. Een periode om ongelukken te voorkomen Met het afbouwen van de monetaire verruimingsoperaties in de Verenigde Staten en de sterke dalingen van grondstoffenprijzen sijpelt de liquiditeit nu weer langzaam uit het systeem (zie plaatje beneden) en dat laat een spoor van vernieling achter. Zo hebben inmiddels de verliezen in kredietmarkten ertoe geleid dat een aantal fondsen hun deuren moesten sluiten omdat ze niet konden voldoen aan de onttrekkingsaanvragen van hun beleggers die met dagelijkse ‘liquiditeit’ participeerden. Waar zagen we dit eerder… En de pijn blijft niet beperkt tot de kredietmarkten. We hebben in deze periode ook een enorme daling gezien in olie en andere grondstoffenprijzen, in de aandelenprijzen van daaraan gerelateerde bedrijven, in de valuta en aandelenmarkten van opkomende landen, in value aandelen en segmenten van de markt waar twijfel is ontstaan over de groeimogelijkheden zonder de beschikbaarheid van goedkope leningen. Figure 1 wereldwijd FX reserves piekten in 2014 toen de US Fed begon met ‘tapering’ en grondstoffenprijzen daalden Hedge Funds kunnen hiervan profiteren Het zijn dit soort bewegingen en de beleggerspaniek die ze veroorzaken die de toekomstige rendementen in zich dragen voor de geduldige belegger met een gedisciplineerd beleggingsproces. En de meest succesvolle onder dit soort beleggers werken typisch vanuit een hedge fund structuur. Met hun vrije mandaten hebben hedge funds niet dezelfde beleggingsdruk als long-only beleggers die een benchmark volgen en zijn ze in een positie om juist contrair beleggen. Wel is het goed zoeken naar de selecte groep hedge funds die de forse vergoedingen daadwerkelijk verdienen. Het Legends Fund investeert in 11 van de meest vooraanstaande hedge funds. Zoals de naam doet vermoeden bestaan deze fondsen al lang (gemiddeld 18 jaar) en hebben ze zich lange tijd onderscheiden (gemiddeld 2x het rendement van aandelen met de helft van de volatiliteit). Ze beheren in de eerste plaats hun eigen geld, en laten slechts selectief externe beleggers toe, meestal vanaf minimumbedragen van USD 5-10miljoen. Het Legends Fund heeft toegang tot deze fondsen en stelt middels haar beursnotering kleinenere beleggers in staat mee te beleggen in deze interessante beleggingscategorie. ^  Inhoud Beleggers moeten over de grens gaan beleggen Bron:  Ronald Kok, Analist.nl Ronald Kok (RBA)  Financieel analist, entrepeneur en uitgever van o.a. Analist.nl Na zijn economie opleiding aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, VBA aan de VU  Universiteit van Amsterdam bleef hij zich verder specialiseren w.o. EFFAS , en  focust hij zich nu vooral op financiële analyse en de praktische toepasbaarheid van beleggingsstrategieën. Zijn aandachtsgebieden zijn vooral de Amerikaanse en Europese aandelen. Daarnaast focust Ronald zich ook op derivatenstrategieën, asset-allocatie en risicomanagement. Helaas zien wij nogal altijd een enorme ‘home-bias’ bij onze lezers. Het zijn nog maar al te vaak de Nederlandse aandelen zoals TomTom, ING en Shell die het populairste zijn bij de Nederlandse beleggers. Bij onze Belgische site Analist.be zien we dat uiteraard de Belgische hoofdfondsen zoals KBC en AB Inbev veel bekeken worden maar toch ook dat de Belgische beleggers meer naar de internationale aandelen kijken dan wij. Hogere risico’s en minder kansen Anno 2016 is het in onze ogen eigenlijk al jaren krankzinnig dat de Nederlandse belegger voornamelijk naar de aandelen van het Damrak blijft kijken. De Nederlandse belegger dupeert hiermee direct zijn portefeuille door zo een hoger risico te krijgen; want hij spreidt immers minder door vooral aandelen van 1 beurs te kopen. Maar daarnaast beperkt hij zijn beleggingsuniversum enorm en mist hij dus veel ondergewaardeerde aandelen. U kunt dit zien als de voetbalmarkt: Nederlandse clubs kopen ook niet alleen Nederlandse voetballers en kijken ook over de grenzen. Het is onze ogen bizar dat de Nederlandse beleggers hier nog zo schuw/kortzichtig mee zijn. 10 jaars rendementen Europese en Amerikaanse aandelen (excl. dividenden) De bovenstaande grafiek toont de rendementen van bijna alle Amerikaanse, Europese en Russische aandelen per land gelijk gewogen over de afgelopen 10 jaar. Via het gelijk wegen van de rendementen tellen alle aandelen dus evenveel mee. Kleinere aandelen wegen dus even zwaar als hele grote. Dit is natuurlijk enigszins arbitrair maar anderzijds biedt een kapitaalsgewogen index zoals de AEX-index of de S&P 500 ook een zeer krom beeld. Zo wegen bij de AEX-index de 3 aandelen Shell, ING en Unilever enorm zwaar en de overige 22 een stuk minder. Dito geldt voor de S&P 500 waarbij 20 aandelen de hele index domineren. Nederlandse aandelen afgelopen 10 jaar slechter dan bankrekening Door het gelijk te wegen van de aandelen zijn we in onze ogen wat realistischer bezig. We zien in de grafiek dat de Nederlandse aandelen over de afgelopen 10 jaar gemiddeld 2,05 procent in totaal hebben opgeleverd. Op jaarbasis is dit dus een fractioneel rendement dat nog veel minder is dan wanneer u uw geld op de bank had gezet. Wij moeten onderkennen dat dit in het beleggingswereldje ‘not done’ is om te zeggen maar het is wel de waarheid. Het gemiddelde rendement van het internationale aandeel lag over de afgelopen 10 jaar op een plus van 22,4 procent. Sterke plussen zien we vooral in Scandinavië en in het bijzonder Rusland. Uiteraard moeten we vermelden dat dit de rendementen zijn voor valuta-correcties. Maar aangezien valutaschommelingen uiteraard ook in uw voordeel kunnen zijn hebben we hier niet voor gecorrigeerd. Forse verliezen zien we bij de Griekse, Oekraïense, Spaanse en Italiaanse aandelen. Om beleggers minder schuw te maken en meer bekend te maken met de voordelen van het over de grens beleggen organiseren wij diverse seminars in het land. Wij houden de seminars op maandagavond 7 maart in De Bilt, donderdagavond 17 maart in Assen en donderdagavond 31 maart in Best. Wij behandelen dan vooral het gebruik van aandelen- en optiescreeners, de ins- en outs van indexbeleggen het schrijven van gedekte callopties. Zie voor meer informatie op onze seminar pagina op Analist.nl U kunt zich voor de seminars aanmelden door te mailen naar seminars@analist.nl. ^  Inhoud Technische of fundamentele analyse in turbulente tijden? Bron:  Ben van den Anker De strijd tussen fundamentele en technische analyse heeft voor- en tegenstanders diep ingegraven in de stellingen. Kort en simpel gezegd; technische analyse onderzoekt bewegingen van de prijs van een onderliggende waarde en gebruikt deze data om toekomstige bewegingen te ‘voorspellen’. Fundamentele analyse onderzoekt economische indicatoren gerelateerd aan de onderliggende waarde. De ravage die we in de laatste maanden meemaken kent zijn gelijke niet en zowel fundamentele als technische analisten worstelen met de interpretatie. Aandelen van Deutsche Bank bijvoorbeeld noteerden op vrijdag 5 februari €15.46 euro; dinsdag 9 februari 13.09. Een daling van ruim 15% op de meest ongunstige ‘spread’. De volgende dag steeg de koers ruim 18%. Op 10 februari werd €15.43 bereikt, waarna op 11 februari de €13.14 aangeraakt werd. Een daling van ruim 14%. Nu geloof ik veel, maar niet dat er binnen een vijftal handelsdagen zoveel fundamenteels veranderd dat het een waardestijging en waardedaling en waardestijging ….van een bedrijf van meerdere miljarden verklaart…. Dat het aandeel zich gedurende deze vijf handelsdagen uiteindelijke weer rond de beginwaarde stond helpt het geloof in de fundamentals ook niet. Ben van den Anker (1976) is schrijver / columnist en lid centrale directie aan het Candea College Hij heeft zijn PhD in Business & Management tijdens een negenjarig verblijf in Zuidoost Azië aan de International Graduate School of Business (University of South Australia) behaald. Hij is auteur van het boek The perceived role of Host Country Nationals in Expatriate Adjustment (2010, Ben van den Anker). Zijn onderzoek richt zich met name op de rol van cross-culturele interactie in het functioneren van expatriates. Daarnaast is hij voor de International Business Review revisor voor wetenschappelijke artikelen op het snijvlak business en management. Nu zijn er redenen te vinden waarom de koers plotseling steeg (aangekondigde aankoop eigen obligaties onder par), maar veel onrust (het ‘jo jo-en’) blijft onverklaarbaar. De markt blijft veel onzekerheid zien, ondanks gematigd positieve macro-economische signalen. De groei in de Eurozone houdt volgens het CBS aan en rechtvaardigt de chaos op de beurzen niet. Hetzelfde kan voor de groei in de U.S. en U.K. gezegd worden1). De arbeidsmarkt bevindt zich aan onze en de andere kant van de oceaan nog niet aan de grenzen van het mogelijke en groeit jaarlijks. Kortom, alhoewel het allemaal wat minder met de groeivooruitzichten gaat, zie ik een recessie nog niet aankomen. Als een ‘fundamentalist’ zijn er in deze turbulente tijden een aantal technische indicatoren die mogelijk van waarde kunnen zijn voor korte termijn trades. Een tweetal indicatoren laat ik hier kort de revue passeren. De On Balance Volume indicator registreert momentum en gebruikt volume om wijzigingen in de prijs te voorspellen. In 1963 werd de theorie ontwikkeld door Joe Granville in zijn boek ‘Granville’s New Key to Stock Market Profits’. Het idee erachter is simpel; wijzigingen in volume zijn een voorbode voor prijswijzigingen (conform de economische wet van vraag en aanbod). De OBV is gelijk aan de vorige dag als de koers niet wijzigt t.o.v. voorgaande dag. Bij stijgende koersen wordt het OBV van de vorige dag plus dagvolume gebruikt. Hetzelfde geldt bij dalende koersen. Bij stijgende koersen (accumulatie) stijgt de OBV, bij dalende koersen (distributie) daalt de OBV. Het kunstje zit er dan in divergentie tussen OBV en de prijs te observeren om hiermee prijsbewegingen te voorspellen. Nu zal dit voor de lange termijn belegger niet zo relevant zijn, maar OBV in combinatie met andere technische indicatoren kunnen een duidelijke indruk geven van koop- en verkoopdruk. Een tweede interessante momentum indicator is de Relatieve Sterkte Index. De slotkoers van iedere dag wordt vergeleken met de slotkoers van de vorige dag. Het verschil tussen de koersen wordt opgeteld en de som van deze stijgingen gedeeld door het aantal dagen van de berekening2). De RSI wordt op een schaal van 0 – 100 afgebeeld, waarbij banden geplaatst worden op 30 en 70. Als de RSI boven de 70 staat wordt aangenomen dat het aandeel overgewaardeerd is (overbought) met kans dat het aandeel gaat dalen. Dit geldt omgekeerd voor waarden onder de 30. Onderstaande grafiek demonstreert dit principe (in rood) bij het valutapaar GBP/USD. Bron: http://www.markets.com/nl/education/technical-analysis/math-indicators.html    Nadelen zijn dat volumes geen rol in de berekening spelen, net zoals de spread. De werkelijkheid is dus ook bij dit model complexer. De Money Flow Index kan hier wellicht uitkomst bieden; zowel prijs als volume worden ingezet om koop- en verkoopdruk te bepalen. Een combinatie van RSI en OBV biedt echter ook meer ‘diepte’. Moraal van het verhaal; het kan interessant zijn te onderzoeken welke waarde een ‘mariage’ van technische en fundamentele indicatoren heeft om deze complexe wereld (op kortere termijn..) te begrijpen. Alhoewel 2016 de slechtste beursstart ooit wordt genoemd3), biedt deze turbulentie tegelijk kansen om meer aandelen voor minder geld aan te schaffen. Misschien is deze jaarstart dan zo slecht nog niet…. 1) http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/macro-economie/publicaties/artikelen/archief/2016/groei-economie-eurozone-q4.htm 2) RSI: 100 – (100 / 1+RS) 3) http://www.rtlnieuws.nl/economie/home/slechtste-start-van-de-beurs-ooit ^  Inhoud Beleg in aandelen die profiteren van de huidige turbulentie op de oliemarkten Bron:  Gerard Jager / AdvanceBeleggen.nl Vopak (gunstige jaarcijfers 2015 en vooruitzichten in 2016) Euronav (idem plus 14,3% dividend rendement) Investeren in oliefondsen is geen defensieve aandelenbelegging meer bij de huidige lage olieprijs. Dat geldt ook voor de meeste oliegerelateerde fondsen. De oorzaken zijn bekend. Positieve uitzonderingen zijn er ook. Waarom en voor welke fondsen precies? De tankersector doet op dit moment aan “slow steaming”. Dat gebeurde ook al in de jaren 2011 tot 2014 toen er een forse overcapaciteit was. Twee voordelen. Langzamer varen leverde brandstofbesparing op. Bovendien was er daardoor minder overcapaciteit. Op dit moment gebeurt dat weer maar om een andere reden. Deze keer op verzoek van hun klanten – de grote oliemaatschappijen -  die de schepen gebruiken om hun enorme hoeveelheden aangeboorde olie zo lang mogelijk op te slaan bij de huidige lage olieprijs, in de verwachting om bij latere aflevering er meer geld voor te ontvangen. De WTI oliefutures  doen op dit moment “contango”. Dat wil zeggen, de prijzen voor levering later dit jaar zijn hoger dan de leveringen op korte termijn. Zo doen de april futures $ 32,84 , de mei futures  34,65 , november: $ 39,04 en de februari 2017: $ 40,38 Opslag van olie speelt ook Vopak, met haar vele opslagterminals wereldwijd, in de kaart. De vorige week gepubliceerde resultaten over 2015 overtroffen de verwachtingen van analisten. Vooral de goede bezetting in Azië en Zuid Amerika was een verrassing. Ook voor 2016 is Vopak positief gestemd. Zo verwacht zij onder meer een bezettingsgraad die hoger is dan 90%. (in 2014 en 2015 resp. 88 en 92%). Het dividend over 2015 wordt verhoogd van € 0,90 naar € 1,- . Vopak hoopt ook te profiteren van het in december opgeheven exportverbod op Amerikaanse olie. Over 2015 steeg de omzet van Vopak met 5% tot 1,386 mrd euro. De nettowinst nam met 11% toe tot 325,2 mln euro dankzij krachtig winstherstel in het vierde kwartaal. Na een periode van teleurstellingen in de jaren  2014 en 2015 als gevolg van opgetreden verzadiging in tankopslag in Europa en Azië, zouden beleggers vanaf heden wel eens de nodige  fantasie kunnen zien in het aandeel Vopak. Naar mijn oordeel zou de koers bij een beetje vraag naar het aandeel in de loop van dit jaar  terug kunnen keren naar de vorige top van 55 euro van begin 2015. Dat is een plus van 33%. Euronav: 80% van de winst wordt uitgekeerd; dividendrendement 14,3% Op 16 februari kopte Het Financieele Dagblad:  “Europa wil af van dominantie Gazprom bij import van gas”. EU-lidstaten zouden elkaar moeten gaan helpen bij grote schommelingen in vraag en aanbod van gas. Natuurlijk is daar veel voor te zeggen. Sterker nog, eigenlijk wil Europa niet meer afhankelijk zijn van de grillen van president Poetin. Eerder geplande aanleg van pijpleidingen van Rusland naar Europa staan voor een groot deel op de tocht. Turkije is al helemaal geen vriend meer van Rusland. Alternatief: import van olie en gas uit andere landen in de wereld. Daar heb je dan wel veel tankers voor nodig. Het Belgische Euronav bezit liefst  56 grote schepen, waarvan twee (VLCC giganten) in aanbouw. Ook Euronav doet op dit moment aan “slow steaming”, zoals hierboven beschreven. Gunstig voor de inkomsten voor deze rederij. Evenals Vopak publiceerde Euronav goede vierde kwartaalcijfers (op 28/1). De rederij voorziet ook in 2016 flinke fluctuaties in de tarieven van olietankers, maar per saldo zeer winstgevend. Als gevolg van de aankoop van nieuwe schepen steeg de omzet van Euronav van 474 mln dollar over 2014 naar 846 mln  over 2015.  De nettowinst kwam uit op 350 mln dollar over 2015 versus 46 mln verlies in 2014. Op 26 januari heeft Euronav 500.000 eigen aandelen ingekocht tegen een koers van € 9,53 en sluit de kans niet uit hiermee door te gaan in de toekomst. Advies: kopen zodra de koers uitgebodemd is. Wel met de kanttekening dat het hier om een speculatiever aandeel gaat dan Vopak. ^  Inhoud Actief worden binnen onze vereniging Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen. En dat Kan. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. -- Redactieleden gezocht -- Voor de nieuwsbrief en de website zijn wij dringend op zoek naar mensen die het aandurven een column, een  artikel of een recensie te schrijven en/of mede de nieuwsbrief en website willen beheren. Zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing,  met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan per email contact op met het HCC Beleggen bestuur  of met de redactie  ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. ^  Inhoud

29 februari 2016

...

Nieuwsbrief20160201

.. Februari 2016 66ste HCC Beleggen symposium Afzetprijzen industrie lager maar producenten blijven positief 2016 wederom jaar van small- en midcaps? Enkele actuele quotes van Warren Buffett Groen licht voor een sterker IMF Kansen na harde koersdalingen Azie Te weinig informatie over fondsbeheerders Wat wilt u doen binnen onze vereniging? .. Hoe te beleggen in turbulente tijden? Dit beleggingsjaar kenmerkt zich door een turbulente start. Op het komende 66ste symposium zal deze turbulentie de rode draad zijn. Wilt u, zoals een van de bekende beleggingsadviseurs recent aanbeval, alles in cash stoppen of moet u juist vasthouden aan uw beleggingsplan? Of wilt u iets geheel nieuws toevoegen aan u beleggingen zodat u een grotere diversificatie krijgt? Op deze en andere zaken zullen de sprekers, elk vanuit hun eigen invalshoek, ingaan. Ze spreken over de markt turbulentie en op manieren hoe daar mee om te gaan. Door een  diversiteit van sprekers zult u met een groot aantal, vaak van elkaar verschillende, ideeën naar huis gaan. U kunt deze dan zelf direct, afhankelijk van uw eigen situatie, inpassen en toepassen in uw beleggingen. Ook zijn er zoals altijd weer een groot aantal leveranciers aanwezig die u graag wegwijs maken in de door hun geboden diensten. Als altijd is het HCC Beleggen symposium in De Bilt bij uitstek geschikt, mede door de locatie, om de door u in de loop van de jaren opgedane contacten aan te halen en nieuwe contacten te leggen. Zet alvast in uw agenda:   2 april 2016 66 ste HCC Beleggensymposium ^  Inhoud Afzetprijzen industrie lager maar producenten blijven positief Bron:  CBS De afzetprijzen van de Nederlandse industrie waren in december 5 procent lager dan in december 2014.  De prijsdaling van olie op jaarbasis was in december wat kleiner dan in november. Het vertrouwen van de industriële ondernemers is in januari licht toegenomen. Sinds oktober 2014 hebben positief gestemde ondernemers de overhand. Afzetprijzen industrie lager In november 2015 waren de prijzen bijna 7 procent lager dan een jaar eerder. Opnieuw waren vooral de olieprijs en de prijzen in de aardolie-industrie sterk gedaald, aldus CBS. Lagere olieprijzen, lagere afzetprijzen De olieprijs is sinds 2013 bijna onafgebroken lager dan een jaar eerder. In december kostte North Sea Brent olie bijna 36 euro per vat. Dat is 30 procent minder dan in december 2014. In november kostte een vat olie bijna 43 euro, 33 procent minder dan een jaar eerder. Producten van de aardolie-industrie waren in december 24,4 procent goedkoper dan in december 2014. Een maand eerder was de prijsdaling 28 procent. Het prijsverloop in deze sector is sterk gecorreleerd aan de prijsontwikkeling van ruwe aardolie. Exclusief de aardolie-industrie komt de prijsdaling in de industrie uit op 2,4 procent. De prijzen van de producten van de chemische industrie waren 9,4 procent lager dan een jaar eerder. Producten van de voedingsmiddelenindustrie waren ruim 1 procent goedkoper dan een jaar eerder. Verder waren de prijzen van de producten van de basismetaalindustrie bijna 5 procent lager. Ook metaalproducten waren in december wat goedkoper dan een jaar eerder. Daarentegen waren producten van de machine-, de auto- en de kunststof- en rubberindustrie iets duurder dan een jaar eerder. De acht genoemde bedrijfsklassen in de grafiek zijn samen goed voor 80 procent van de industrie. Producten industrie in december goedkoper dan in november Bezien van maand op maand daalden de afzetprijzen van de industrie. In december waren producten van de industrie gemiddeld 2,2 procent goedkoper dan in november. De prijzen op de buitenlandse markt daalden met 2,6 procent wat sterker dan de prijzen op de binnenlandse markt (-1,9 procent). De olieprijzen daalden in december aanzienlijk ten opzichte van november. Producenten blijven positief Ze waren vooral positiever over de voorraden en de orderportefeuille. De indicator van het producentenvertrouwen ging van 3,0 in december naar 3,2 in januari. De producenten in de hout- en bouwmaterialenindustrie zijn het meest positief. Het vertrouwen van de industriële producenten ligt nog steeds ruim boven het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar (0,4). Het vertrouwen van de ondernemers bereikte in januari 2008 de hoogste waarde (9,4) en ruim een jaar later de laagste waarde (-23,5). Industrie positiever over voorraden en orderportefeuille Producenten in de industrie waren in januari positiever over hun voorraden gereed product en de orderportefeuille. Daarentegen waren ze minder positief over de productie in de komende drie maanden. De drie deelindicatoren van het producentenvertrouwen blijven positief. Zo zijn er meer ondernemers die verwachten dat hun productie de komende drie maanden zal toenemen dan ondernemers die een afname van de productie voorzien. Het aantal ondernemers dat de orderpositie groot vindt, heeft de overhand op het aantal ondernemers dat de orderportefeuille klein acht, gelet op de tijd van het jaar. Het aantal ondernemers dat hun voorraad eindproduct als te klein beschouwt ten slotte is nog steeds groter dan het aantal dat de voorraden te groot vindt. Producenten hout- en bouwmaterialenindustrie meest positief Producenten uit de hout- en bouwmaterialenindustrie zijn het meest positief, gevolgd door de ondernemers in de papier- en grafische industrie. Ondernemers in de hout- en bouwmaterialenbranche zijn vooral positief over de verwachte productie. Daarentegen zijn ondernemers in de transportmiddelenindustrie negatiever dan in december. Industrie positiever over voorraden en orderportefeuille Producenten in de industrie waren in januari positiever over hun voorraden gereed product en de orderportefeuille. Daarentegen waren ze minder positief over de productie in de komende drie maanden. De drie deelindicatoren van het producentenvertrouwen blijven positief. Zo zijn er meer ondernemers die verwachten dat hun productie de komende drie maanden zal toenemen dan ondernemers die een afname van de productie voorzien. Het aantal ondernemers dat de orderpositie groot vindt, heeft de overhand op het aantal ondernemers dat de orderportefeuille klein acht, gelet op de tijd van het jaar. Het aantal ondernemers dat hun voorraad eindproduct als te klein beschouwt ten slotte is nog steeds groter dan het aantal dat de voorraden te groot vindt. Producenten hout- en bouwmaterialenindustrie meest positief Producenten uit de hout- en bouwmaterialenindustrie zijn het meest positief, gevolgd door de ondernemers in de papier- en grafische industrie. Ondernemers in de hout- en bouwmaterialenbranche zijn vooral positief over de verwachte productie. Daarentegen zijn ondernemers in de transportmiddelenindustrie negatiever dan in december. Industrie produceerde in november meer dan jaar eerder Een paar weken geleden meldde CBS dat de gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie in november 2,3 procent hoger lag dan in november 2014. Vooral de aardolie-, chemische, rubber- en kunststofindustrie produceerden aanzienlijk meer. ^  Inhoud 2016 wederom het jaar van de small- en midcaps? Bron:  Gerard Jager Het jaar 2015 is vrij teleurstellend verlopen voor beleggers die gekozen hebben voor aandelenindex- trackers of een mandje hoofdfondsen. Met name degenen die zijn blijven zitten in fondsen als Arcelor Mittal, Delta Lloyd, Shell, Fagron en Altice. Ik heb begin 2015 gekozen voor Nederlandse small- en midcaps. Waarom? Deze plegen op langere termijn aanzienlijk beter te presteren dan de hoofdfondsen. Met name Hoog Dividend aandelen in dat segment. Slechts in tijden van krachtig beursherstel na een flinke beursdip plegen Fallen Angels onder de hoofdfondsen meer dan gemiddeld te presteren. Tijdelijk dus. Beleg in Small value Kijk eens naar onderstaande grafiek. Uit een brokerrapport gehaald in 2013. De grafiek zelf behelst de Londense beursindex over een periode van 50 jaar en eindigend in 2001. Wat zien wij hier precies? De rode lijn in de Londense hoofdindex. Start = 1. Stand na 50 jaar 444. “Best netjes” zult u misschien zeggen. De zwarte stippellijn daaronder betreft de grotere “groei aandelen”. Dus zeg maar DSM, Heineken, ASML, enz. Maar ook Imtech en Arcadis. Fondsen waar beleggers in de goede jaren zelfs verliefd op konden worden. Dus relatief dure aandelen bij een laag dividendrendement. In de vijftiger jaren is naast Robeco, zusterfonds Rolinco opgericht met een tweeledig doel; A: beleggen in groeifondsen en B: beter presteren dan Robeco. Robeco was toen een Waardefonds. In de jaren daarna bleek, dat Rolinco gemiddeld slechter presteerde dan Robeco. Van Rolinco horen wij dan ook niets meer…. Waarom presteren Groei aandelen gemiddeld ondermaats? In goede jaren betalen beleggers hiervoor een relatief hoge koers. Op zeker moment gaat er iets mis, bijvoorbeeld bij Arcadis. Niets rampzaligs, maar de koers kan wel gevoelig omlaag gaan. Er is niets op tegen om in groeiaandelen te beleggen voor de kortere termijn. Op langere termijn zal een mandje groeifondsen de index niet bijhouden is de conclusie van bovengenoemde grafiek. De blauwe lijn betreft de kleinere groeifondsen. Die houden de index wel bij. De groene lijn heeft betrekking op de grote Hoog Dividend aandelen. In dit plaatje over 50 jaar scoren zij vijf maal zo veel als de index. Tenslotte de gele lijn. Dat zijn Hoog Dividend aandelen in de sfeer van small- en midcaps. Stand na 50 jaar liefst 8000! Bij dit soort getallen zou men niet meer tevreden moeten zijn met het mogelijk te behalen rendement op aandelenindextrackers. Behaalde resultaten in het verleden bieden natuurlijk geen garantie voor de toekomst. Het enige wat ik met dit plaatje heb willen aantonen is dat u op langere termijn het beste af bent met small- en midcaps. Niet zo verwonderlijk. Immers kleine- tot middelgrote ondernemingen groeien op langere termijn nu eenmaal sneller dan de meeste hoofdfondsen. Hoe dit doel te bereiken? A: door zelf te beleggen in small- en midcaps. Met name fondsen die veel dividend uitkeren én bovendien dividendgroei laten zien. Enige namen: Beter Bed, Acomo, KasBank en TKH Group. Wilt u meer weten, neem een gratis proefabonnement op de nieuwsbrieven van AdvanceBeleggen.nl . B: via een gespecialiseerd beleggingsfonds. Eén van de meest succesvolle in de afgelopen vijf jaar was Standard Life European Smaller Companies Fund. Behaald rendement over de laatste vijf jaar 96%. Samensteller: Gerard Jager. Zijn achtergronden zijn vermogensbeheerder bij de ING, resp. Hoofd Beleggingsvoorlichting van Fortis NL. In 2003 heeft hij AdvanceBeleggen.nl. opgericht. Voorts is hij goeroe van De Telegraaf (www.dft.nl) en vermogensbeheerder bij Onafhankelijk Vermogensbeheer ’s-Gravenhage b.v.  ( www.ovgbeheer.nl ). Jager schrijft zijn columns op persoonlijke titel. Vermogensbeheerrelaties van Jager hebben in beginsel een longpositie in beleggingen die hij aanbeveelt. De informatie in deze column is niet bedoeld als persoonlijk beleggingsadvies of als aanbeveling aan de lezer tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie is welkom  op jager@ovgbeheer.nl ^  Inhoud Enkele (altijd) actuele quotes van Warren Buffett Bron: Hendrik Oude Nijhuis Van echte paniek is misschien nog net geen sprake maar heel veel scheelt het onderhand niet meer. De AEX is meer dan 20% gedaald vergeleken met de piek van vorig jaar. Olie werd in minder dan twee jaar ruim 70% goedkoper, de Chinese beurs keldert aldaar verder en de Amerikaanse Dow Jones kreeg een recordslechte start van het jaar te verduren. Wanneer aandelenmarkten alsmaar dalen lijkt het op een gegeven moment verstandig aandelen in de uitverkoop te doen en te wachten op betere tijden. Maar is dat eigenlijk wel zo verstandig? Ik selecteerde een aantal aansprekende quotes van Warren Buffett die beleggers beter ter harte nemen… Focus altijd op de lange termijn "If you aren't willing to own a stock for ten years, don't even think about owning it for ten minutes. Put together a portfolio of companies whose aggregate earnings march upward over the years, and so also will the portfolio's market value." "Over the long term, the stock market news will be good. In the 20th century, the United States endured two world wars and other traumatic and expensive military conflicts; the Depression; a dozen or so recessions and financial panics; oil shocks; a flu epidemic; and the resignation of a disgraced president. Yet the Dow rose from 66 to 11,497." Hendrik Oude Nijhuis Auteur, oud bestuurslid HCC Beleggen en BSC Duitenberger. Oprichter Warrenbuffet.nl Hendrik Oude Nijhuis heeft Management, Economics & Law aan de Universiteit Twente gestudeerd en heeft zich jarenlang verdiept in de strategieën van ‘s werelds beste beleggers. Zijn bestseller over Warren Buffett is via de website http://www.warrenbuffett.nl/ gratis beschikbaar. Deze column is niet bedoeld als individueel advies tot het doen van beleggingen. Prijs is wat anders dan waarde "Long ago, Ben Graham taught me that 'Price is what you pay; value is what you get.' Whether we are talking about socks or stocks, I like buying quality merchandise when it is marked down." "For some reason, people take their cues from price action rather than from values. What doesn't work is when you start doing things that you don't understand or because they worked last week for somebody else. The dumbest reason in the world to buy a stock is because it's going up." Laat u niet meeslepen door emoties "Look at market fluctuations as your friend rather than your enemy; profit from folly rather than participate in it." "The most important quality for an investor is temperament, not intellect. You need a temperament that neither derives great pleasure from being with the crowd or against the crowd." "Unless you can watch your stock holding decline by 50% without becoming panic-stricken, you should not be in the stock market." "We simply attempt to be fearful when others are greedy and to be greedy only when others are fearful." ^  Inhoud Groen licht voor een sterker IMF Bron:  DNB.nl 28 jan 2016 Het IMF staat aan de vooravond van een historische verdubbeling van zijn eigen middelen tot meer dan EUR 600 miljard. Ook krijgen opkomende landen meer invloed binnen het Fonds. Tegelijkertijd worden de regels waaronder het IMF hulp mag bieden aan landen in betalingsproblemen flexibeler en veiliger. Dit totaalpakket, dat na de recente ratificatie door de VS definitief is, maakt het IMF representatiever en effectiever. Patstelling in de VS doorbroken De definitieve goedkeuring van de IMF-hervormingen heeft een aantal jaren op zich laten wachten, omdat het Amerikaanse Congres er lange tijd niet over eens kon worden. Het stemaandeel van de VS binnen het IMF geeft haar een veto bij belangrijke beslissingen. Instemming door de VS is daarom een vereiste om de al in 2010 overeengekomen hervormingen van het IMF ook daadwerkelijk door te voeren. Hoewel de Amerikaanse regering het akkoord onophoudelijk heeft gesteund was de complexe verhouding tussen Democraten en Republieken een obstakel. Het Amerikaans Congres kon pas in december 2015 instemmen. Volgend op formele ratificatie door de VS eind vorige week heeft het IMF op 26 januari vastgesteld dat zijn grote moderniseringsslag in werking kan treden.  Slagkracht van het IMF verdubbelt Kern van de hervormingen is een verdubbeling van de eigen middelen van het IMF, zogenoemde quota, die de leden gezamenlijk inbrengen. Figuur 1 laat zien dat de eigen middelen als percentage van het mondiale BBP waren afgenomen van ongeveer 1% naar minder dan 0,5% in 2014. De quota-verdubbeling die nu in werking treedt zorgt ervoor dat de eigen middelen weer op een niveau van 0,9% terechtkomen. Dit is vergelijkbaar met de omvang na eerdere substantiële quota-ophogingen in 1978, 1990 en 1999.  De quota-ophoging maakt het IMF minder afhankelijk van geleende middelen. Een kleine groep van ongeveer 40 landen, waaronder Nederland, heeft in de nasleep van de financiële crisis grote leningen verstrekt aan het IMF om de geloofwaardigheid van het IMF als mondiaal vangnet te waarborgen. Deze leningen zijn echter geen vanzelfsprekendheid en doen bovendien afbreuk aan het quota-gebaseerde karakter van de besluitvorming en risicodeling binnen het IMF. Als onderdeel van de hervormingen worden de geleende middelen daarom verminderd met het bedrag waarmee de quota toenemen.  Grafiek 1: Omvang Eigen middelen van het IMF (1960 - heden) Als percentage van het mondiale BBP Meer invloed voor opkomende economieën De quota-verdubbeling maakt ook een verschuiving in quota-aandelen richting opkomende economieën mogelijk. Het quotum dat een land bij het IMF moet inleggen bepaalt namelijk het stemgewicht. Opkomende economieën zijn in de afgelopen decennia snel gegroeid en spelen een grotere rol in de wereldeconomie. Dit kwam echter onvoldoende tot uiting in de verhoudingen binnen het IMF, waar de VS en Europese landen dominant zijn. De hervormingen brengen de stemverdeling beter in balans. China ziet bijvoorbeeld zijn stemgewicht toenemen van 4 naar 6,4 procent en wordt daarmee het op twee-na-grootste lid van het Fonds. Hoewel het Nederlandse stemgewicht iets afneemt, behoort het nog altijd tot de invloedrijkste landen binnen het IMF.  Flexibelere maar ook veiligere leenvoorwaarden De VS heeft bereikt dat de hervormingen van het IMF gepaard gaan met een wijziging van de regels waaronder wordt besloten over leningen aan landen in financiële problemen. Nederland steunt deze aanpassingen.  Tijdens de crisis is gebleken dat niet altijd met grote zekerheid kan worden vastgesteld of sprake is van houdbare overheidsfinanciën. Tot 2010 mocht het IMF alleen omvangrijke leningen verstrekken aan landen waar met grote zekerheid sprake was van schuldhoudbaarheid. Was dit niet het geval, dan moest eerst de houdbaarheid volledig hersteld worden, bijvoorbeeld via een schuldherstructering waarmee de hoofdsom of de rente op uitstaande schuld met een bepaald percentage wordt verlaagd. In 2010 concludeerde het IMF dat dit beleid te star was voor landen waar de schuldhoudbaarheid een twijfelpunt is. Een herstructurering heeft namelijk grote consequenties en moet niet onnodig toegepast worden. Er kwam daarom een uitzondering voor situaties waarbij een herstructurering tot systeemrisico’s leidt. Dit nieuwe beleid had echter als nadeel dat de uitzondering neerkwam op  een voorkeursbehandeling van landen van wie de staatsschuld zo groot is dat herstructurering tot systeemrisico’s leidt. Daarnaast bevatte de uitzondering geen bijkomende voorwaarden ter bescherming van het IMF en creëerde deze een ontsnappingsroute voor private crediteuren.  De uitzonderingsregel is nu vervangen door een algemene mogelijkheid om IMF-financiering te verstrekken in het geval een land zich in het grijze gebied bevindt. Dit mag echter alleen gebeuren indien private crediteuren aan boord blijven – bijvoorbeeld via looptijdverlenging van obligaties – of andere officiële crediteuren steun bieden. De schuldhoudbaarheid kan zodoende te allen tijde verbeterd worden. Het raamwerk is eerlijker omdat het van toepassing is op alle landen en beleggers in overheidsschuld de dans niet zomaar meer kunnen ontspringen. Voor het IMF zijn de leenvoorwaarden veiliger omdat vooraf zeker wordt gesteld dat andere partijen financiering blijven verstrekken en de risico’s kunnen opvangen.  Meer aanpassingen in het vooruitzicht De moderniseringsslag van het IMF is echter nog niet klaar. Zo heeft Europa eerder toegezegd twee zetels in het IMF- bestuur in te leveren om plaats te maken voor opkomende economieën. Nederland en België hebben in 2012 al een grote stap gezet door hun stoelen te laten fuseren. Ook de Scandinavische landen en Zwitserland hebben binnen hun kiesgroepen een bijdrage geleverd. Andere Europese landen moeten nu het resterende deel van de stoelenreductie leveren. Verder gaat het IMF de komende tijd opnieuw beoordelen of de fondsomvang en quota-verdeling toereikend is. Het IMF blijft zodoende werken aan een toekomstbestendig vangnet dat een weerspiegeling vormt van mondiale economische krachtsverhoudingen. ^  Inhoud Schroders ziet kansen na harde koersdalingen Azie Bron:  Analist.nl Behalve de volatiliteit op de markten is er niet veel veranderd in China. Maar de onrust schept wel kansen in deze regio, stelt Robin Parbrook, Hoofd Aandelen Azië ex-Japan bij Schroders. Het groeiend aantal slechte leningen, ineenstortende aandelenmarkten in Azië en onrust in China, bieden een koopkans nu eindelijk de economische cyclus in beweging komt en ’creatieve vernieling’ optreedt. De Chinese munt is verantwoordelijk voor de recente opleving van de crisisstemming rond China. De vrees neemt toe dat de autoriteiten de controle verliezen over de valutakoers en als gevolg daarvan de kapitaalvlucht toeneemt. Afgelopen december is 108 miljard US dollar weggevloeid. De Chinese vreemde valutareserves nemen verder af en naderen nu de kritische grens van 3000 miljard US dollar. Alle langetermijnbelggers weten dat het onmogelijk is om een onafhankelijk monetair beleid te voeren én een gekoppelde wisselkoers tegelijk te hebben. Uit angst voor kapitaalvlucht tracht de Chinese centrale bank de renminbi stevig overeind te houden door volop te interveniëren: US dollars worden verkocht en renminbi's aangekocht. Gevolg is een sterke daling van de valutareserves. Desondanks daalt de renminbi gestaag. Dat is niet bevorderlijk, zeker niet als China zich probeert te ontworstelen aan een reusachtige kredietbubbel. Dat wekt twijfel over het fragiele financiële systeem en leidt tot een forse uitverkoop van risicovolle activa. Wat nu? Als de kapitaalvlucht aanhoudt, kunnen de gevolgen zeer ingrijpend zijn. Welke opties hebben de autoriteiten nog tot hun beschikking? Een ding is zeker, de dalende aandelenkoersen nemen de valse overtuiging weg, dat de beleidsmakers alle problemen wel zullen oplossen. Parbrook verwacht een verdere daling van de renminbi, slechte leningen komen aan het licht en de nominale economische groei zakt onder de 5%. Verdere dalingen op de aandelenmarkten en volatiliteit op de obligatiemarkt in China valt te verwachten. Nog altijd acht Parbrook een grote financiële crisis in China onwaarschijnlijk, tenzij er grove beleidsfouten en er geen duidelijke keuzes worden gemaakt. Kansen gloren temidden van de paniek Nu de markten de doemscenario’s voor China inprijzen en de paniek om zich heen grijpt, is de tijd rijp om de blootsteling aan aandelen uit de regio in de portfolio te verhogen, aldus Parbrook. De vooruitzichten voor de regio mogen er dan wel slecht uitzien, maar een nieuwe financiële crisis verwacht hij niet. Uiteindelijk hebben de Aziatische economieën baat bij lagere prijzen voor grondstoffen en zijn de Aziatische aandelenmarkten op het niveau van 2011 teruggekeerd. Een verdere daling van de Aziatische aandelenmarkten wil Parbrook gebruiken om te beleggen in kwalitatieve bedrijven. Blue chips in Taiwan en Hong Kong - veelal in Azië genoteerde wereldwijd vooroplopende bedrijven op het gebied van productie en technologie – zijn aantrekkelijk. De situatie is niet rooskleurig en China is echt in een lastige positie, maar de beleggers moeten zich realiseren dat er in Azië geen verband is tussen de groei van het BBP en het aandelenrendement. ^  Inhoud Te weinig informatie over fondsbeheerders Bron: Morningstar De stormachtige opkomst van ETF’s dwingt actief beheerde beleggingsfondsen om hun meerwaarde duidelijker zichtbaar te maken aan beleggers. Uit onderzoek van de VEB en Morningstar blijkt dat er op het gebied van informatie over fondsmanagers nog een wereld te winnen valt. Niels Faassen, Analist Beleggingsfondsen bij Morningstar  Na zijn studie Financial Economics aan de Radboud universiteit Nijmegen is hij inmiddels ruim negen jaar werkzaam in de  beleggingsindustrie onder andere voor SNS REAAL en ABN AMRO. Sinds 2012 werkt Niels als fondsanalist bij Morningstar. Voor Morningstar beoordeelt hij beleggingsfondsen op kwalitatieve criteria en voorziet ze van een Morningstar Analyst Rating. Waarom zou je als belegger een actief beheerd beleggingsfonds verkiezen boven een goedkoper indexvolgend fonds (ETF)? Het antwoord op die vraag is eenvoudig: omdat je denkt dat een gerenommeerd team van beleggingsprofessionals in staat is om succesvoller te beleggen dan de markt. Het rendement van een indextracker is immers in theorie gelijk aan dat van een bepaalde markt (index) min de kosten die in rekening worden gebracht. Logischerwijs weten lang niet alle actieve beleggingsfondsen de markt te verslaan. Het is de uitdaging voor een fondsmanager om beleggers ervan te overtuigen dat zijn kennis, kunde en ervaring de kans op een bovengemiddeld rendement vergroot, waardoor het voor diezelfde beleggers loont om hogere kosten te betalen. Toevalstreffers Inmiddels is de meeste beleggers wel duidelijk dat de in het verleden behaalde rendementen maar een deel van het verhaal vertellen. Fondsaanbieders moeten beleggers uitleggen waarom eerdere successen geen toevalstreffers waren of benedengemiddelde prestaties juist wel. Uitgebreide en gemakkelijk vindbare informatie over de fondsmanager zelf, zijn ervaring en betrokkenheid en de manier waarop hij het hem toevertrouwde geld investeert, is wel het minste wat beleggers mogen verwachten. Beterschap? Uit een onderzoek dat de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) in 2013 deed in samenwerking met Morningstar, bleek dat de informatievoorziening over beheerteams bij veel fondsaanbieders onvoldoende was. Een aantal fondshuizen beloofden toen hun leven te beteren en transparanter te worden. Om te zien of die woorden in daden zijn omgezet, heeft de VEB, in samenwerking met Morningstar, tientallen websites, factsheets en jaarverslagen uitgeplozen, op zoek naar informatie. Deze keer keken we naar de twintig meest relevante fondshuizen in Nederland en onderzochten, indien mogelijk, minimaal twee fondsen per aanbieder. Daarbij kwamen acht onderwerpen aan bod: De naam van de fondsmanager Ondersteuning door analisten De achtergrond van de fondsmanager Het moment van aantreden Andere taken binnen de organisatie Verantwoordelijkheden binnen het fonds Beslissingsstructuur binnen het fonds Beleggingen van fondsmanagers in het eigen fonds De informatie werd gezocht op de website van de fondsaanbieder, de factsheet (het maandelijkse rapportagebericht) en in het jaarverslag (over 2014). Ondermaats Ten opzichte van het vorige onderzoek heeft een aantal partijen serieus werk gemaakt als het om transparantie ten aanzien van het beheerteam gaat. Vooral bij Kempen is de informatievoorziening flink verbeterd. In het vorig onderzoek bungelde het prestigieuze fondshuis behoorlijk onderaan, nu scoort het als beste met een positieve score op zeven van de acht onderzochte onderwerpen. De website van Kempen is flink verbeterd en geeft meer inzicht in de beheerders, hun achtergrond en ervaring. Ook bij Delta Lloyd is werk verzet de afgelopen jaren. De fondsaanbieder is nu een stuk transparanter dan in 2013, toen op maar twee onderwerpen informatie werd verschaft tegen vier nu. Daarbij dient te worden opgemerkt dat niet alle informatie even accuraat is. Zo voert het Delta Lloyd Deelnemingen-fonds beheerders op die niet direct betrokken zijn bij het fonds. Robeco scoort eveneens hoog, vooral dankzij de tekst en uitleg die te vinden is over het Robeco High Yield Bonds van fondsmanager Sander Bus. Opmerkelijk genoeg is de informatie bij vlaggenschip-fonds Robeco N.V. een stuk beperkter. Blijkbaar zijn er binnen het fondshuis geen generieke afspraken over de informatie die aan beleggers wordt verstrekt. Het Add Value Fund van Optimix blijft solide presteren op het gebied van transparantie. Het fondshuis is transparant op vijf van de acht onderwerpen, evenveel als in het vorige onderzoek toen het beleggingsfonds van Willem Burgers en Hilco Wiersma nog opereerde onder de vlag van Keijser Capital. Tegenwoordig vormt het Add Value Fund onderdeel van Optimix dat opvallend genoeg met haar fondsen aanmerkelijk minder goed scoort. Tot zover het goede nieuws, want fondsaanbieders die een dikke onvoldoende scoren zijn ook ruimschoots aanwezig. Zo is bij Allianz alleen de naam van de fondsbeheerder te achterhalen verdere informatie is niet beschikbaar. Aegon neemt zelfs die moeite niet. De verzekeraar scoort negatief op alle onderdelen. Eind vorig jaar werd de beursgenoteerde onderneming Aegon nog geroemd vanwege haar transparante jaarverslag, maar aan het jaarverslag beleggingsfondsen en de overige informatie op fondsengebied valt daar bijzonder weinig van te merken. Meer naam dan proces Over de hele linie valt op hoe weinig aandacht wordt gegeven aan de manier waarop de verantwoordelijkheden en de beslissingsstructuur binnen een beheerteam zijn vormgegeven. Alleen Kempen en (deels) Robeco besteden aandacht aan beide punten. Bijna even slecht is het gesteld met gegevens of een fondsmanager al dan niet in het eigen fonds belegt. Alleen Add Value, DoubleDividend en Juno geven hierover informatie. En dat is jammer, want een fondsmanager die in het eigen fonds belegt straalt vertrouwen uit en is bereid zijn belangen en die van zijn beleggers openlijk gelijk te stellen. In de Verenigde Staten zijn fondshuizen verplicht inzage te geven in hoeverre fondsbeheerders in het eigen fonds beleggen. Er zijn diverse onderzoeken bekend waaruit blijkt dat er een positief verband is tussen persoonlijk belegd zijn in het eigen fonds en het fondsrendement. Positief verband Dat positieve verband is er ook als fondsmanagers langer een specifiek fonds beheren. Onderzoek van Morningstar in de Verenigde Staten leert dat naarmate een fondsbeheerder langer een fonds beheert, zijn kosten laag weet te houden en ook nog eens substantieel in zijn eigen fonds belegt, de kans op een beter dan gemiddeld rendement significant toeneemt. Dat maakt informatie over de achtergronden van fondsbeheerders tot meer dan een vrijblijvende oefening. Voor beleggers kan het een signaal zijn over de kansen die een fonds biedt op een bovengemiddeld rendement. En juist dat zou de kracht moeten zijn van actief beheerde beleggingsfondsen. Dat maakt het des te onbegrijpelijker dat veel fondshuizen nalaten om beleggers gedegen informatie te verschaffen over de mensen waar beleggers hun geld aan toevertrouwen. ^  Inhoud Wat wilt u doen binnen onze vereniging? Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die het aandurven een column, een  artikel of een recensie te schrijven. Zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing,  met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan per email contact op met het HCC Beleggen bestuur  of met de redactie  ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. ^  Inhoud

2 februari 2016

...

Nieuwsbrief20160101

.. Januari 2016 2016 kan nog wel eens spannend worden Beoordeling Aandeel als DividendGroeier Topprestaties Wat is er mis, Hendrik? Gedrag zelfstandige beleggers Emerging markets de kans van 2016? Machinaal beleggen met Sven Sterckx: F-score model Piotroski kan beter Financiële statistieken Nederland Wat wilt U doen binnen onze vereniging? .. Zet alvast in uw agenda:   2 april 2016 66 ste HCC Beleggensymposium 2016 kan nog wel eens spannend worden! Beste Beleggers, Allereerst wil ik u, als voorzitter van de groep Hcc-Beleggen, namens alle vrijwilligers en mijzelf, een gezond en voorspoedig 2016 wensen. Beleggen is belangrijk, maar de waarde van gezondheid is niet in geld uit te drukken en belangrijker dan het rendement op onze investeringen. Echter wij zijn geen yoga club, noch praten we met bomen. Wij proberen met onze collega clubleden, met behulp van internet, computer software en/of grafieken een goed rendement te maken en in elk geval de AEX te verslaan. Dit kan op verschillende manieren: aandelen, opties, futures, turbo’s, valuta, vastgoed, etc., de  mogelijkheden zijn eindeloos. Dat geeft aan de ene kant een uitdaging aan de belegger, aan de andere kant is er een gevaar dat hij door de bomen het bos niet meer ziet. Keep it simple Dus één van de belangrijkste regels in beleggers land is: keep it simple! Dat betekent dat strategieën op de achterkant van een sigarendoos (bestaan deze trouwens nog?) uit te leggen moeten zijn. Als dat niet kan of de adviseur heeft uren nodig om u duidelijk te maken, hoe het werkt, hoedt u dan voor dit  soort modellen. Niet dat de adviseur het niet goed bedoeld of berekend heeft, maar niemand kan in de toekomst kijken en hoe gecompliceerder het model,  des te groter het aantal factoren, en des te moeilijker wordt het voor het model de toekomst te voorspellen, daar er altijd wel een factor is, die verkeerd is ingeschat. Flexibel Een andere belangrijke regel is: wees flexibel! De markt is de baas en bepaalt, mijn of uw mening is niet belangrijk. Als de meeste markten omhoog gaan, ga dan niet short. En andersom, als de meeste markten dalen, koop dan geen aandelen, maar wacht totdat de markt is uitgebodemd of ga short. Blijf niet passief in een ETF zitten, omdat deze zo goedkoop is. Trend Hoe moet u dat dan in de praktijk doen? De lijstjes van de banken volgen, de tips van een goeroe kopen? Onderzoek heeft meerdere malen aangetoond, dat dit soort dingen niet werken, althans niet voor de koper van de lijstjes. Eén ding werkt al meer dan 100 jaar en over dit onderwerp zijn talloze publicaties verschenen, namelijk de trend of het momentum. Het kopen van assets of aandelen met de hoogste momentum geeft gemiddeld een beter rendement, dan passief in een index beleggen. Je maakt weliswaar hogere kosten, maar deze worden meer dan goed gemaakt door het hogere rendement. Spannend jaar Hoe lijken de markten dit jaar? Hoe staan de momenta dit jaar? Nou, dat kan nog wel spannend worden! Zowel in Europa, Amerika, China en zuid-Amerika draaien de momentums naar beneden en zijn (bijna) negatief. Dat betekent dat het wel eens een moeilijk aandelenjaar kan worden. Tenzij Draghi nogmaals een extra geldpers aanzet, kan het wel eens zijn, dat u aan uw short posities meer geld gaat verdienen dan aan long zitten. Als u dat niet kan of wilt, zoek dan een adviseur of fonds, die dat wel doet voor u. Want het kopen van ETF’s – het passief volgen – van een index is inderdaad goedkoop qua kosten, maar kan duurkoop zijn qua rendement. Ik wens u veel wijsheid en een gezond 2016 ! Frans Schreiber, voorzitter HCC Beleggen. ^  Inhoud Beoordeling Aandeel als DividendGroeier Bron:  HCC Beleggen CoSA-werkgroep In ons vorige artikel hebben we de methode DividendGroeiBeleggen besproken. Deze is bijvoorbeeld geschikt voor beleggers die geïnteresseerd zijn in aandelen die door de uitkering van dividenden extra inkomsten genereren en waarvan daarnaast koersgroei, dus ook vermogensgroei verwacht kan worden. Bij de selectie van dividendgroeiers vervullen het dividendrendement, de groei van het dividend per aandeel en de stabiliteit en de continuïteit van deze groei een primaire rol. Voor het opbouwen van een portefeuille van dergelijke dividendgroeiers maken we gebruik van een Tabel met aandelen die we volgen. In die Tabel staan de aandelen op volgorde van geschiktheid als dividendgroeier. De Tabel is in een eerder artikel toegelicht en telt nu ruim 400 aandelen uit zowel Europa als de VS. De Tabel biedt o.a. de mogelijkheid te selecteren op DividendGroeiers. In dit artikel geven we een voorbeeld van de bespreking van een aandeel dat hoog in de Tabel staat. Deze bespreking beoordeelt de koopwaardigheid van het aandeel. Commentaar Op de tweede plaats in de Tabel met ranglijst van 2015wk46 staat, volgens de CoSA-voorwaarden voor dividendgroeiers t.b.v. extra inkomsten, Omega Healthcare. We gaan daarom het aandeel nader bekijken om te bezien in hoeverre het die tweede plaats verdient. Mensen willen bij ziekte of letsel graag herstellen, maar beseffen inmiddels steeds meer het belang van het voorkomen van ziektes door het verbeteren van de wijze van leven. Het zijn bedrijven als Omega Healthcare die zich daar met hun producten op richten. Hoewel we bij dividendgroeiers geen hoge eisen stellen aan de groei van de nettowinst en de omzet, zijn de respectievelijke groeicijfers van 9,3%/jr en 17,6%/jr welkom. Met de K/W-verhouding = 8,2 en de groei van het eigen vermogen (EVpA) die gelijk oploopt met de netto winst per aandeel (WpA) zitten we in veilig vaarwater. Zie onderstaand grafiekje. (Klik hier voor de uitgebreide grafiek) Belangrijker voor de dividendgroeibelegger is op het moment van kopen het dividendrendement, want dat bepaalt voor de komende jaren het verder oplopende dividendrendement. Gelet op de actuele koers, zouden we bij nu kopen een dividendrendement (DpA/K), behalen van 6,5%/jr. Jaarlijks is de groei van het rendement vervolgens 9,9%, hetgeen betekent, dat we gedurende vijf jaren gemiddeld 8,4%/jr dividendrendement kunnen verwachten. Een rendement dat ruim boven de inflatie- en vermogensbelastinggroei uitkomt. Tot slot, als we bijvoorbeeld na vijf jaren het aandeel zouden verkopen, dan ontvangen we ook nog de koerswinst van gemiddeld 9,3%/jr, mits het bedrijf even succesvol blijft. Conclusie Omega Healthcare staat terecht hoog in de ranglijst als dividendgroeier met, als extra, redelijke koersgroei. Indien u meer wilt weten over de activiteiten van CoSA, kunt u de voorlopige CoSA-webpagina (klik hier), raadplegen of contact opnemen met de voorzitter: Jan van der Meulen via CoSA-L@beleggersonline.nl U kunt zich met hetzelfde mailadres aanmelden voor het ontvangen van informatie, zoals de wekelijks verschijnende CoSA-nieuwsbrief en voor het verkrijgen van toegang tot de voor CoSA-leden beschikbare Europese CoSA/SSG-verzameling. ^  Inhoud Topprestaties onder de alternatieve beleggingen  Advertentie:  Alphafondsen.nl ^  Inhoud Wat is er mis, Hendrik? Bron:  Hendrik Oude Nijhuis "What's wrong, Warren?" Dat was de titel van een artikel in december 1999 in het financiële magazine Barron's. Gesuggereerd werd dat Buffett's aanpak niet langer werkte. Binnen drie maanden zette de crash van de Nasdaq in. En in de eerste vijf jaar na de eeuwwisseling presteerden value-aandelen haast ongekend veel beter dan zogeheten groeiaandelen. Wereld op z'n kop De voorbije twaalf maanden rendeerden value-aandelen een min van 9,3%. Groeiaandelen rendeerden -0,8%. De afgelopen vijf jaar leverden value-aandelen wel een positief rendement op (7% per jaar) maar presteerden desondanks minder dan de 9,5% per jaar van groeiaandelen.Eigenlijk al sinds eind 2006 presteert 'groei' beter dan 'value'. In veel value-indices zijn bankaandelen overwogen vanwege de vaak lage koers/boekwaarde- en koers/winst-verhoudingen. En bankaandelen presteerden tijdens de kredietcrisis zoals bekend niet goed. Ook olieaandelen (en nutsbedrijven) zijn in value-indices overwogen en ook veel van deze aandelen presteren al langere tijd behoorlijk slecht. Aandelen van bedrijven met hoge waarderingen presteren dit jaar juist wel goed. De zogeheten momentumaandelen eveneens en opvallend genoeg presteren ook aandelen van bedrijven die verlies maken dit jaar goed. Vier scenario's Dat value-aandelen zo sterk achterblijven bij groeiaandelen doet herinneren aan eind jaren '90 hoewel aandelen dit keer lang niet zo duur zijn als toen. Wat de prestaties van aandelen en value-aandelen betreft zijn er vier scenario's denkbaar: Hendrik Oude Nijhuis Auteur, oud bestuurslid HCC Beleggen en BSC Duitenberger. Oprichter Warrenbuffet.nl Hendrik Oude Nijhuis heeft Management, Economics & Law aan de Universiteit Twente gestudeerd en heeft zich jarenlang verdiept in de strategieën van ‘s werelds beste beleggers. Zijn bestseller over Warren Buffett is via de website http://www.warrenbuffett.nl/ gratis beschikbaar. Deze column is niet bedoeld als individueel advies tot het doen van beleggingen. A) Aandelen dalen, value-aandelen dalen nog meer B) Aandelen dalen, value-aandelen presteren beter C) Aandelen stijgen, value-aandelen presteren slechter D) Aandelen stijgen, value-aandelen stijgen nog meer Op korte termijn heeft elk van bovenstaande scenario's een vrijwel gelijke kans van ongeveer 25%. Op langere termijn echter zijn de kansen heel anders verdeeld: de kans op scenario D is zelfs bijna 100% indien de periode maar lang genoeg is. Houd stand Gezien het goede presteren van groeiaandelen de laatste jaren lijkt het misschien aantrekkelijk om maar afscheid te nemen van value-aandelen. Rationeel zou dat niet zijn: over langere periodes bezien zijn het telkens juist de value-aandelen die het best renderen, onderbroken zo nu en dan door een periode waarin groei beter presteert. Voor iedere belegger met een gespreide portefeuille bestaande uit value-aandelen en een voldoende lange beleggingshorizon is mijn devies in deze donkere dagen voor value-beleggers dan ook eigenlijk heel simpel: houd stand! ^  Inhoud Gedrag zelfstandige beleggers vlgs onderzoek AFM. Bron:  AFM.nl De AFM heeft een rapport  over haar onderzoek naar het gedrag en de prestaties van zelfstandige beleggers gepubliceerd.  *) Dit onderzoek voerde de AFM uit omdat veel beleggers zelfstandig beleggen zonder professioneel advies of een vermogensbeheerder.   Actieve beleggingsstrategie slechter dan passieve beleggingsstrategie De prestaties van zelfstandige beleggers met een actieve beleggingsstrategie blijken gemiddeld genomen slechter dan die van een passieve beleggingsstrategie zoals index-beleggen. De AFM hoopt dat aanbieders van execution only beleggingsdienstverlening de uitkomsten van het onderzoek gaan toepassen in hun dienstverlening zodat zelfstandige beleggers goede beslissingen kunnen nemen. Ook roept de AFM deze partijen op om te experimenteren met inzichten uit de gedragswetenschappen en dit te delen met de AFM. Ten slotte hoopt de AFM dat dit rapport een startpunt vormt voor een goede discussie in binnen- en buitenland over effectieve manieren om beleggers te ondersteunen. Veranderingen Inzicht in beleggersgedrag is belangrijk, vooral nu de markt zich ontwikkelt. Door technologische innovatie en wettelijke eisen voor adviesdienstverlening gaan beleggingsondernemingen op zoek naar nieuwe manieren om beleggers aan zich te binden. Ze zoeken naar betaalbare mogelijkheden om beleggers te ondersteunen, bijvoorbeeld door online hulp te bieden bij het spreiden van beleggingsportefeuilles of door risicovolle producten uit het assortiment te verwijderen. Een belangrijke uitdaging voor wetgevers en beleidsmakers is om gelijktijdig innovatie die in het belang van de klant is te faciliteren en opkomende risico’s te vermijden.  Inzicht in consumentengedrag Het onderzoek naar het gedrag van zelfstandige beleggers is een van de onderwerpen waarbij gebruik wordt gemaakt van inzichten uit de gedragswetenschappen. In verschillende landen en sectoren ziet de AFM dat gedragswetenschappen worden ingezet om consumenten te helpen. Ook de financiële sector in Nederland biedt deze mogelijkheden. In de agenda van de AFM voor 2016-2018 is de doelgroep consumenten één van de prioriteiten. Door de kennis over het gedrag van consumenten te vergroten, wordt ook de effectiviteit van het toezicht versterkt. Deze kennis zorgt er namelijk voor dat de AFM beter begrijpt hoe consumenten beslissingen nemen, hoe aanbieders hierop reageren en hoe de AFM effectieve interventies kan ontwikkelen. *) Download rapport: Inzichten-zelfstandige-beleggers.pdf (702kB) ^  Inhoud Emerging markets de kans van 2016? Bron:  Jeffrey Schumacher, CFA,  Morningstar Opkomende landen staan al langere tijd onder druk. Toch zijn er beleggers die in opkomende markten de positieve verassing van 2016 zien. Morningstar bespreekt waar u op moet letten bij beleggen in opkomende markten en presenteert haar favoriete beleggingsfondsen in dit segment. Van de magie van opkomende markten is weinig meer over. De eens zo vitale Chinese draak lijkt uitgeblust en het recent opheffen van het BRIC fonds (Brazilië, India, China en Rusland) door Goldman Sachs is misschien wel illustratief voor de malaise waarin de opkomende markten zich momenteel bevinden. Over de afgelopen vijf jaar blijft de MSCI EM index ver achter bij de MSCI World index, die uitsluitend bestaat uit aandelen uit ontwikkelde landen. Beleggers in de MSCI World Index zagen hun vermogen in euro’s met 78 procent toenemen terwijl de MSCI EM index na vijf jaar drie procent in het rood noteert. Slechtnieuwsshow werkt een negatieve spiraal in de hand Redenen voor het achterblijven van de eens zo mateloos populaire nieuwe economieën zijn er in overvloed. Een belangrijke factor is de tanende economische groei in China. Volgens de officiële cijfers groeide de economie nog met 6,9 procent in het derde kwartaal van 2015. Hoewel dit fors hoger is dan de gemiddelde wereldwijde groei van ongeveer 3 procent voor 2015, is dit getal wel het laagst gerapporteerde groeipercentage sinds de economische crisis van 2008. Daarbij komt nog dat veel beleggers de juistheid van de officiële cijfers sterk in twijfel trekken, waarbij de werkelijke economische groei in China volgens analisten eerder uitkomt op 5-6%. Grondstofafhankelijkheid De groeivertraging in China en de transitie van een investerings-en export gedreven economische groei naar een door binnenlandse consumptie gedreven groei hebben een stevige impact gehad op de grondstoffenmarkt. De prijzen van basismaterialen stegen in het kielzog van het Chinese groeiwonder naar historische hoogtepunten, maar staan nu mede door de afnemende vraag stevig onder druk. De scherpe prijsdaling van grondstoffen heeft een grote impact op opkomende economieën die voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van de grondstoffenhandel. Overheidsbegrotingen van landen zoals Nigeria, Rusland en Brazilië staan onder druk, wat de economische groei negatief beïnvloedt. Braziliaanse puinhoop Met Brazilië treffen we een land dat kampt met meer grote problemen. Hoewel gedacht werd dat het WK voetbal van 2014 de Braziliaanse economie een slinger kon geven, is de samba duidelijk uit de economie verdwenen. Brazilië staat in brand, en niet om de minste redenen: minder export naar China, oliebedrijf Jeffrey Schumacher CFA, Senior Fondsanalist bij Morningstar Benelux na zijn opleiding aan de VU Amsterdam en het behalen van het certificaat Chartered Financial Analyst (CFA) aan het CFA Institute is hij vanaf juni 2011 als Senior Fund Analyst werkzaam bij Morningstar. Daavoor  was hij van 2006 tot 2009 werkzaam bij Theodoor Gilissen Bankiers als Equity/Commodity Analyst en aansluitend tot juni 2011 werkzaam als Vermogensbeheerder Services / Fund Trading bij SNS Securities. Petrobras, staatseigendom, is verwikkeld in een omvangrijk corruptieschandaal dat zowel zakelijk als politiek Brazilië raakt, president Dilma Rousseff staat zwaar onder druk en wordt onderworpen aan een afzettingsprocedure en kerngrondstoffen zoals ijzererts, olie en koffie zijn hard in prijs gedaald. Dit alles gecombineerd met een werkloosheid van 7,9 procent, een inflatie van meer dan 10 procent en een economische krimp van 4,5 procent in het derde kwartaal en het wordt duidelijk waarom de Braziliaanse beursindex Bovespa in het lopende jaar 8,75 procent in de min staat. Dit is echter in lokale valuta, waardoor het verlies door een zwakker wordende real voor een eurobelegger oploopt tot -28,85 procent. Kapitaalvlucht Een andere factor die opkomende markten parten speelt is de aanstaande renteverhoging van de Fed. Bij de aankondiging van het afbouwen van de steunmaatregelen in 2013, de zogenaamde taper tantrum,  volgde al een schokgolf door emerging markets en nu lijkt de historische renteverhoging weer een startsignaal te zijn voor turbulentie in opkomende landen. Een stijgende Amerikaanse rente kan zorgen voor uitstroom van kapitaal uit opkomende landen en het aantrekken van de waarde van de Amerikaanse dollar. Opkomende landen zijn de afgelopen jaren veel dollarschulden aangegaan, wat druk kan zetten op de mogelijkheid om de leningen terug te betalen. Morgan Stanley’s Fragile 5 (Indonesië, Zuid-Afrika, Turkije, India en Brazilië) kunnen het wat dat betreft zwaar krijgen, net als de valuta’s van opkomende landen. Lage waardering De impopulariteit van opkomende markten is duidelijk merkbaar. Beleggers onttrokken miljarden uit opkomende landen, wat de koersen onder druk zette. Hierdoor zijn de waarderingen van opkomende markten echter veel lager dan die van ontwikkelde landen, wat een mogelijk interessant instapmoment kan zijn. De onderstaande grafiek laat het verschil in waardering zien op basis van koers/winst verhouding tussen de MSCI World Index en de MSCI EM Index over de laatste vijf jaar. Contrair positief Ondanks, of misschien juist vanwege het achterblijven van emerging markets, zijn er beleggers die het voor 2016 wel in deze landen zien zitten. Zo verwachten bijvoorbeeld Mr. Emerging Markets Mark Mobius, East Capital, Schroders en Goldman Sachs herstel van de economische groei en zien daarmee 2016 positief tegemoet voor opkomende landen. De risico’s van emerging markets Beleggen in opkomende landen is echter niet zonder risico’s en beleggers doen er goed aan om zich hierin te verdiepen en deze risico’s in ogenschouw te nemen bij hun beleggingsbeslissing. Een aantal typische emerging market risico’s op een rij: Politiek risico: regeringen in opkomende landen zijn niet zo stabiel als in ontwikkelde landen en sommige regeringen hebben in het verleden bewezen om er niet voor terug te deinzen om private bezittingen te nationaliseren. Daarnaast kan politiek beleid de stabiliteit in de regio schaden, in het ergste geval met sociale onrust en oorlog tot gevolg. Illiquiditeit: aandelen van ontwikkelde landen kunnen binnen een mum van tijd tegen een goede prijs met lage kosten verhandeld worden, maar de liquiditeit van aandelenmarkten van opkomende landen kan flink lager zijn. Dat kan zorgen voor prijsinefficiëntie, vertraging van de uitvoering van orders en hogere handelskosten. Corporate governance: aandeelhouders zijn de eigenaar van een bedrijf, maar ze zijn niet de baas. Dat is het management. Hoewel het management in theorie het belang dient van de aandeelhouders blijkt dit niveau van corporate governance niet in iedere organisatie en in ieder land op hetzelfde niveau te liggen. Het blijkt soms dat in opkomende landen het management of zelfs de overheid de touwtjes stevig in handen hebben en de aandeelhouders daarmee buitenspel zetten. Valutarisico: beleggen in niet-euro landen brengt een extra risico- en rendementsbron met zich mee in de vorm van wisselkoersveranderingen. Hierdoor kan een koerswinst van 10 procent in rook opgaan wanneer de lokale valuta waarin het aandeel is aangekocht met 10 procent verzwakt ten opzichte van de euro. Daarbij kan de volatiliteit van valuta’s van opkomende landen soms hevig zijn. Dit wisselkoersrisico kan een belegger indammen door te kiezen voor een naar euro’s gehedgde fondsklasse, waarbij het valutarisico via derivaten wordt afgedekt. Afhankelijkheid van grondstoffen: landen als Nigeria, Zuid-Afrika, Ghana, Brazilië en Venezuela zijn in belangrijke mate afhankelijk van de grondstofprijzen. In tijden van economische hoogconjunctuur groeien de bomen tot in de hemel, maar wanneer het tij keert, dan komen overheidsbegrotingen onder druk te staan, zoals nu het geval is. De afhankelijkheid van de grillige grondstoffenmarkt is een risico waar beleggers in opkomende landen rekening mee moeten houden. Morningstar’s favoriete emerging market beleggingsfondsen Er zijn een aantal interessante beleggingsfondsen waar een belegger uit kan kiezen wanneer hij zijn blootstelling aan deze regio wil vergroten. Dit kan zowel via aandelenfondsen als obligatiefondsen (emerging market debt). Onze favorieten op een rij: Beleggingsfondsen met een Gold, Silver of Bronze Morningstar Analyst Rating in de categorie Aandelen Emerging Markets, gerangschikt op YTD rendement: Beleggingsfondsen met een Gold, Silver of Bronze Morningstar Analyst Rating in de categorie Obligaties Emerging Markets Hard Currency, gerangschikt op YTD rendement: ^  Inhoud Machinaal beleggen met Sven Sterckx: F-score model Piotroski kan beter Bron:  Analist.nl Sven Stercx Binnen het valuebeleggen zijn er in principe maar een handjevol variabelen die de revue passeren: de winstgevendheid, schuldratio’s en kasstromen. Uiteraard zijn hier diverse afgeleides van maar de rode draad bij veel valuescreeners zijn meestal deze 3 variabelen. Eén van de bekendste valuebeleggers uit de VS: Joseph Piotroski scoort al jaren fenomenale cijfers met zijn F-score model. Volgens onze collega’s van de American Association of Individual Investors (AAII) is zijn model met afstand het beste model voor de Amerikaanse aandelen. Toch heeft Sven Sterckx van effectenhuis Dierickx, Leys en Cie (die Paul Huybrechts als topman van de VFB gaat opvolgen) hier kritiek op. We spreken hem hiervoor in Antwerpen. De beste aandelenscreeners voor de Amerikaanse aandelen. Het F-score model van Piotroski laat alleen het winstrevisiemodel voor zich. Bron AAII.com. Joseph D. Piotroski, Stanford University Graduate School of Business De resultaten van het Joseph Piotroski’s F-score model zijn toch fenomenaal, wat zou er daarom beter kunnen? “Ten eerste heb ik zeer veel bewondering voor het werk van Piotroski. Zijn werk was baanbrekend. Het was Piotroski die verder dacht dan enkel value investing en naast de destijds gebruikte value parameter (boekwaarde) ook een kwalitatieve parameter gebruikte.”   Het F-score model kan in de ogen van de econoom verbeteren door een net iets andere methodiek te hanteren. Over de afgelopen jaren zijn de rendementen van het F-score model zeer indrukwekkend maar het perfecte model bestaat niet. Zo noteert het F-score model van begin januari tot en eind september met een min van ruim 28 procent. Huidige methodiek F-score model Piotroski: Piotroski pakt van deze eerste filteren op koers/boekwaarde simpelweg de 20 procent met de laagste waarden. Daarna gebruikt hij de volgende kwalitatieve filtercriteria: Rendement op de activa over het afgelopen fiscale jaar is positief Operationele kasstroom over het afgelopen fiscale jaar is positief Stijgend rendement op de activa (afgelopen fiscale jaar vergeleken met het voorgaande) Operationele kasstroom hoger dan de nettowinst van het voorgaande fiscale jaar Verbeterende schuldratio Current ratio verbeterend Minder uitstaande aandelen (dus aandeleninkoop) Stijgende brutomarge Stijgende omzetten Net als veel andere Amerikaanse aandelenscreeners worden hier ook bij voorbaat alle financials en pennystocks verwijderd. Het gros van de Amerikaanse beleggingsgoeroes stelt dat financiële gegevens van financials extreem onduidelijk en doorgaans onbetrouwbaar zijn zodat hier niet op te bouwen is. Eerste filter op boekwaarden te kort door de bocht Sterckx stelt dat Piotroski’s F-score model beter zou kunnen omdat de eerste filtering eigenlijk te kort door bocht is. De kwalitatieve filter ( of ook wel fundamentele momentumindicator genoemd) kwam er juist omdat de screening op lage koers/boekwaarde op zich niet voldeed. Dit komt tot uiting in de bijgevoegde tabel. Het screenen van aandelen op lage koersboekwaardeverhouding gaf historisch het laagste resultaat. Aandelen met de relatief lagere koers/boekwaarden hebben dit al vaak om een reden. “Het zou beter zijn om deze voorfiltering niet te doen en gewoon de markt te scannen op alle variabelen (value en kwalitatief) direct. ” aldus Sterckx. De econoom pleit dan dus voor een model zonder voorfiltering maar voor een model waar de waardering en de kwaliteit gelijk worden gewogen. Hierdoor zouden de aandelen die ondanks een relatief lage boekwaarde maar wel veel kwaliteit hebben toch in de selectie kunnen komen. Dit biedt niet alleen meer potentieel maar dempt volgens hem het risico omdat de filtering zo minder eenzijdig wordt. Net als diverse andere valuebeleggingsgoeroe’s raadt Sterckx ook aan geen limiet te zetten op beleggingen in een bepaalde sector. “Als een model stelt dat veel olieaandelen nu eenmaal goedkoop zijn dan moeten we in ons beleid hier niet van af gaan wijken”  aldus Sterckx. Voorkeur bedrijfswaarde/EBITDA Sterckx noemt als beste screener de bedrijfswaarde / EBITDA. De bedrijfswaarde is de som van de marktkapitalisatie, de schulden minus de cash. Dit cijfer delen we door de EBITDA. Volgens Sterckx worden via deze screener bijna alle relevante aandelenvariabelen meegenomen. Sterckx staat in zijn pleidooi voor deze screener zeker niet alleen want in een recent onderzoek van Wesley Gray en Jack Vogel van de universiteit van Philadelphia wordt deze screener tevens zeer geroemd. Volgens Gray en Vogel die in hun paper ‘A Performance Horse-Race over the past 40 Years’ (2012) naar een hele reeks aandelenscreeners gekeken hebben behoort deze ratio consistent tot de besten. Lange termijn rendementen EBITDA/TEV De bovenstaande tabel uit het onderzoek van Gray en Vogel toont de rendementen van diverse screeners verwerkt op de Amerikaanse beurs (CRSP database) over de periode van 1971 tot en met 2010. Ook hier zijn de financials en nutsbedrijven op voorhand verwijderd. Tevens worden de aandelen met de 10 procent laagste marktkapitalisatie buiten beschouwing gelaten. Er wordt alleen gewerkt met aandelen van bedrijven die minimaal 8 jaar actief zijn. De aandelen worden hier per groepen van 20% verdeeld op basis van hun positie in de screener. Per juni ieder jaar wordt de portefeuille opnieuw ingesteld (voor juni hebben de meeste bedrijven doorgaans hun jaarcijfers gepubliceerd). Panel A toont de rendementen van de 20 procents-groepen per E/M, EBITDA/TEV, FCF/TEV, GP/TEV en B/M. Deze groepen worden zowel gelijkgewogen (links) als value-gewogen (rechts). De eerste groep (1) bestaat vooral uit groeiaandelen en groep 5 betreft de valueaandelen. We zien dat bij alle groepen de jaarrendementen voor de valueaandelen hoger zijn dan voor de groeiaandelen. Dit zowel voor de groep die gelijkgewogen is als voor de valuegewogen groep. Panel B toont de Fama & French variabelen (met tussen haakjes de T-waarden). Maar als er goede screeners op de markt zijn, wordt dit dan niet direct weg gearbitreerd? Sterckx stelt dat dit zeker niet het geval is want voor veel markten is er amper goede en complete data. “Het gebrek aan goede research, vooral voor de Europese landen, is zeker een kans voor de belegger”  aldus Sterckx. Verder benadrukt hij dat het gebruik van screeners juist de emotionele valkuilen, waar beleggers continu en masse instappen, juist uitsluit. Maar beleggers moeten te allen tijde een helicopterview houden en waken voor valuetraps zoals te hoge dividendrendementen, te lage koers/winst-verhoudingen etcetera zo besluit Sterckx. Dit artikel verscheen eerder in het Analist Journaal van oktober. ^  Inhoud Monetaire en financiële statistieken Nederland Bron:  DNB.nl De onderstaand mozaïek van grafieken - bestrijkt een groot aantal deelgebieden. “Financiële markten” bijvoorbeeld is onderverdeeld naar rentes, wisselkoersen, aandelenkoersen en de emissiemarkt, “Financiële instellingen” naar banken, pensioenfondsen etc. Veel deeltabellen zijn er ook over de betalingsbalans. Verder zijn kerngegevens bijeengebracht over financiële stabiliteit en de Nederlandse economie (o.a. in een macro-economisch scorebord). De mini tabellen zijn voorzien van links naar door u zelf aan te passen grafieken op de website van DNB.nl. Rente jongste 10-jarige staatslening  ( In procenten ) Balans huishoudens  ( In miljarden euro's ) Nieuwe woning hypotheken mfi's  ( In miljarden euro's ) Uitstaande leningen banken ( In procenten ) Beleidsdekkingsgr. pensioenfondsen  ( In procenten ) Beleggings-instellingen Saldo lopende rekening 4kw.som, ( In miljarden euro's ) Euro-dollar wisselkoers Extern vermogen ( In miljarden euro's ) Solvabiliteit verz. onder toezicht ( In procenten ) Goudprijs per kg ( In duizenden euro's ) Spaardeposito's met opzegtermijn ( In procenten ) Bruto emissies lang schuldpapier ( In miljarden euro's ) ^  Inhoud Wat wilt u doen binnen onze vereniging? Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die het aandurven een column, een  artikel of een recensie te schrijven. Zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing,  met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan per email contact op met het HCC Beleggen bestuur  of met de redactie  ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. ^  Inhoud

6 januari 2016

...

Nieuwsbrief20151201

.. December 2015 ABN AMRO: opvallend goedkoop terug Topprestaties (adv.) Leentjebuur en leergeld….  Wat is een ETF? Een korte inleiding Voedingssector al jaren lucratief Nederlandse producent positiever De Big Reset Wat wilt u doen binnen onze vereniging? .. ABN AMRO: opvallend goedkoop terug op de beurs Bron: Hendrik Oude Nijhuis Sinds afgelopen maand staat ABN AMRO weer genoteerd aan de Amsterdamse beurs. Maar is dit ABN AMRO nog wel vergelijkbaar met het bankbedrijf van voor de crisis? Welke risico's zijn er? En hoe zit het met de waardering? Pluspunten In het persbericht waarin onder meer op het prospectus (beschikbaar via  abnamro.com/beursgang) gewezen werd stonden de nodige positieve zaken over ABN AMRO opgesomd. U treft ze hieronder puntsgewijs aan: Leidende posities in Nederland op het gebied van retail, private en corporate banking. Gematigd risicoprofiel op basis van sterke kapitalisatie en een schone balans. Goed gepositioneerd ten opzichte van de Nederlandse economie, die wordt gekenmerkt door sterke fundamenten en een periode van cyclische groei. Internationale activiteiten op basis van bestaande capaciteiten, die geografische diversificatie en groeimogelijkheden bieden. Aantrekkelijk rendement voor aandeelhouders, met duidelijk ruimte voor verdere efficiëntieverbeteringen. Capaciteit om dividend uit te keren wordt ondersteund door sterke groei van het eigen vermogen en discipline. Ervaren managementteam met een bewezen staat van dienst. Ook risico's Het sinds kort weer beursgenoteerde ABN AMRO is totaal onvergelijkbaar met het bedrijf dat in 2007 werd overgenomen en toen gelijk in drieën werd gehakt. Voor de overname was ABN AMRO een internationale speler van formaat met meer dan 100.000 medewerkers. Het ABN AMRO van nu is vooral nationaal gericht en telt zo'n 22.000 medewerkers. Hendrik Oude Nijhuis Auteur, oud bestuurslid HCC Beleggen en BSC Duitenberger. Oprichter Warrenbuffet.nl Hendrik Oude Nijhuis heeft Management, Economics & Law aan de Universiteit Twente gestudeerd en heeft zich jarenlang verdiept in de strategieën van ‘s werelds beste beleggers. Zijn bestseller over Warren Buffett is via de website http://www.warrenbuffett.nl/ gratis beschikbaar. Deze column is niet bedoeld als individueel advies tot het doen van beleggingen. Nederland is goed voor iets meer dan 80% van de winst. Gaat het kortom met Nederland goed dan profiteert ABN AMRO eveneens. Gaat het met Nederland slecht - om wat voor reden dan ook - dan lijdt ABN AMRO daar eveneens onder. Opvallend is dat de helft van de klanten nooit een kantoor bezoekt. En de andere helft gemiddeld slechts eens in de twee jaar. Structureel lagere winstgevendheid Een risico voor ABN AMRO (en andere grootbanken) met tienduizenden medewerkers en een groot en vooral duur kantorennetwerk is ingehaald te worden door de technologie. Denk allereerst aan de vele, innovatieve fintech startups die zich richten op het snijvlak van bankieren en technologie. En ten tweede aan kapitaalkrachtige technologiebedrijven die zich steeds meer op het terrein van banken beginnen te begeven. Denk hierbij onder meer aan bedrijven als Google (Google Wallet en Android Pay), Apple (Apple Pay), Samsung (Samsung Pay), Facebook en PayPal. Verder is het uitlenen van geld eigenlijk meestal helemaal niet zo winstgevend. Dat veel banken dat voor de kredietcrisis wel degelijk waren wordt verklaard door leverage (lees: heel veel vreemd vermogen in verhouding tot het eigen vermogen). Maar wat dat trucje betreft drukken toezichthouders tegenwoordig aardig op de rem. De hoge winstgevendheid van banken ten tijde van voor de crisis hoeft om die reden voorlopig niet meer terug te worden verwacht.  Waardering ABN AMRO is in 2008 genationaliseerd en de kosten daarvan bedroegen circa EUR 21,7 miljard. Uitgaande van de introductiekoers van EUR 17,75 valt het verlies voor de belastingbetaler zo bezien te becijferen op EUR 5 miljard (uit de introductiekoers volgt een bedrijfswaarde van ABN AMRO van EUR 16,7 miljard).  De hierboven genoemde bedrijfswaarde impliceert dat van een premie ten opzichte van het eigen vermogen (boekwaarde) van ABN AMRO niet of nauwelijks sprake is. Per 30 september 2015 bedraagt het eigen vermogen van ABN AMRO namelijk EUR 16,1 miljard (per aandeel is dat EUR 17,12). Wij menen dat de strategische doelstelling van ABN AMRO om de komende jaren een rendement op eigen vermogen te behalen van 10% tot 13% reëel is. Het beoogde dividenduitkeringspercentage bedraagt 50% vanaf en over boekjaar 2017 (dit jaar is dat nog 40%). Uitgaande van bovenstaande gegevens, eigen aannames en een discontovoet van 8% menen wij dat een premie op het eigen vermogen van ongeveer 60% terecht zou zijn. De geschatte beurswaarde van ABN AMRO bedraagt in dat geval EUR 26,7 miljard, de bijbehorende koers EUR 28,-. Bij het waarderen van aandelen moet altijd een slag om de arm worden gehouden. Maar in dit geval overheerst bij ons toch vooral de overtuiging dat ABN AMRO eerder te goedkoop dan te duur naar de beurs is gegaan. Gelukkig voor iedere Nederlander is zo bezien nog wel dat de Nederlandse overheid voorlopig eigenaar blijft van ruim driekwart van alle aandelen van ABN AMRO. ^  Inhoud Topprestaties onder de alternatieve beleggingen  Advertentie:  Alphafondsen.nl ^  Inhoud Leentjebuur en leergeld….  Bron:  Ben van den Anker Met P2P-lending wordt verwezen naar het zonder tussenkomst van een traditionele tussenschakel als bank uitlenen van geld aan individuen, die over het algemeen niet tot de bekenden- of familiekring behoren. De transactie wordt online afgewikkeld. P2P-lending is in de US pas sinds 2006 ontwikkeld vanuit de start-up stad San Francisco. De grootste problemen bij de start waren het wanbetalersrisico en het gebrek aan liquiditeit. Een lening heeft een looptijd en gedurende de looptijd is de lening niet liquide te maken. De SEC verplicht P2P-bedrijven hun aanbod inmiddels als securities aan te bieden. Het voordeel voor de lener bij het uitlenen van middelen van individu tot individu is een beter (= lager) rentepercentage dan bij een persoonlijke lening via de bank. De spaarder die een momenteel zeer laag rendement ontvangt op een spaarrekening kan door in P2P-lending te participeren een hoger rendement behalen. Dit lijkt op een win – win  relatie zou je zeggen. Het gebruik van technologie is in verhouding tot de reguliere banken een groot kostenvoordeel voor de P2P bedrijven, dat ook aan de klanten doorgegeven wordt. Sinds 2009 wordt het jaarlijkse rendement in de platforms Lending Club en Prosper geschat tussen 5 – 9%, afhankelijk van de kredietwaardigheid van de ontvanger van de lening1) Ben van den Anker (1976) is schrijver / columnist en lid centrale directie aan het Candea College Hij heeft zijn PhD in Business & Management tijdens een negenjarig verblijf in Zuidoost Azië aan de International Graduate School of Business (University of South Australia) behaald. Hij is auteur van het boek The perceived role of Host Country Nationals in Expatriate Adjustment (2010, Ben van den Anker). Zijn onderzoek richt zich met name op de rol van cross-culturele interactie in het functioneren van expatriates. Daarnaast is hij voor de International Business Review revisor voor wetenschappelijke artikelen op het snijvlak business en management. Zopa, de twee na grootste in de industrie, geeft eigenlijk in 2014 aan dat het wanbetalersrisico beheersbaar is door een 0.5% default rate2) te publiceren. De keuze van platform is echter belangrijk naast de mate van regulering die hierbij een rol speelt. Regulering zorgt er in bepaalde landen voor dat informatie helder aangeboden moet worden en er een planning aanwezig moet zijn voor het geval dat zaken niet zo lopen als verwacht. Door het relatief jonge bestaan van deze P2P platforms is regelgeving ook aan verandering onderhevig. Kortom; harde garanties lijken er nog niet te zijn. Ook zal helderheid over het risico geboden moeten worden. Terwijl uw geld wacht om uitgeleend te worden ontvangt u hierop bij de meeste P2P platforms geen rente. Ook is uw geld niet veilig zoals een spaarrekening die gekoppeld is aan het depositogarantiestelsel. Indien het P2P-platform failliet gaat, is het maar de vraag wie er voor zal zorgen dat u uw uitgeleende geld weer terug ontvangt. Het P2P platform ontvangt in de regel een fee van 1% van de loonwaarde voor geleverde diensten en een extra 0.25% als u de lening weer doorverkoopt. Deze 1% wordt betaald als de uitgever geld retour ontvangt en bij het missen van een betaling of wanbetaling vervalt deze fee (bij enkele grote spelers).  De meerwaarde van het P2P-concept zit wellicht niet in het gegeven dat consumenten aan andere consumenten uit kunnen lenen, maar meer in de snelheid van de transactie door slim gebruik van ICT waar banken in de verste verte niet aan kunnen tippen. Het P2P-concept spreekt door zijn eenvoud aan en grote spelers blijken P2P-lending nu ook te ontdekken. Nederlandse bedrijven gebruiken subtiele wijzigingen in de naamgeving als ‘crowdlending’ en beginnen het concept te omarmen. Er lijken inmiddels ook hybride producten te ontstaan als mandjes met diverse leningen gekoppeld aan een risicocategorie. Uit oogpunt van diversificatie is dit natuurlijk een slimme beweging. De grotere spelers op de markt bieden tools aan om de kredietwaardigheid van deelnemers objectiever te kunnen beoordelen. Het BKR pakt op de Nederlandse markt hierin een rol. Het is waarschijnlijk dat toekomstige rentetarieven vaker door de markt worden vastgesteld, dan door het leenplatform. De grote groei van platforms zorgt voor concurrentie, waar de consument uiteindelijk de vruchten van zal kunnen plukken. PWC voorspelt dat P2P-lending van een waarde van $5.5 miljard in 2014 zal groeien tot 150 miljard in 2025 3).  Kortom, voor de speculatief ingestelde belegger die potentie aan een duidelijk risico durft te koppelen biedt P2P zeker mogelijkheden om een hoger rendement te behalen. 1) http://www.cnbc.com/2015/08/28/more-investors-turn-to-p2p-lenders-for-high-yield.html 2) http://www.forbes.com/sites/groupthink/2014/10/14/the-disappearance-of-peer-to-peer-lending/ 3) https://www.pwc.com/us/en/consumer-finance/publications/assets/peer-to-peer-lending.pdf ^  Inhoud Wat is een ETF? Een korte inleiding op exchange traded funds  Bron:  Morningstar Benelux 23 november 2015 Een exchange-traded fund (afgekort  ETF) is een mandje beleggingen dat net als een aandeel wordt verhandeld aan de beurs. Een ETF wordt in het algemeen gebruikt om een specifieke marktindex te volgen. Vandaar dat ze ook wel indextrackers worden genoemd. Er zijn ook traditionele beleggingsfondsen die zich op een bepaalde index richten en deze proberen te verslaan. Het verschil met een ETF is, dat deze fondsen actief worden beheerd met een manager aan het roer waar een ETF passief beheerd wordt. AEX-index Wie bijvoorbeeld in de AEX-index wil beleggen kan een ETF kopen die de Amsterdamse beursgraadmeter repliceert. Wanneer de AEX stijgt, neemt de ETF in waarde toe en wanneer de AEX daalt daalt ook de waarde van de ETF. De belegger heeft keus uit tal van indices zoals de S&P 500 Index, de MSCI World Index en kleinere specifieke indices. Grondstoffen en Valuta Een ETF kan ook worden gebruikt om grondstoffen of andere activa zoals valuta te tracken. Wie in goud wil beleggen maar niet fysiek een staaf goud wil aanschaffen kan een ETF kopen die de goudkoers volgt (technisch gezien wordt een grondstof ETF een exchange traded commodity (ETC) en een valuta-ETF een exchange traded currency). De eerste ETFs zagen het levenslicht in de Verenigde Staten in de jaren tachtig en begin jaren negentig en hun populariteit in beleggingsland is sindsdien geëxplodeerd. Institutionele en particuliere beleggers investeren inmiddels miljarden euro’s in ETFs. ETFS zijn hetzelfde als aandelen in die zin dat ze gemakkelijk ge- en verkocht kunnen worden op de beurs en hun koers fluctueert gedurende de handelsdag. Beleggers kunnen short gaan op ETFs, een stop-loss order gebruiken en ze verkopen. In het kort geldt dat alles wat met aandelen kan ook met ETFs kan. Net als bij aandelen betalen beleggers en commissie bij het kopen en verkopen van ETFs. Voor ETFs Als het aankomt op vergoedingen/kosten zijn ETFs bekend om hun zeer lage kosten. Zelfs lager dan traditionele fondsen. ETFs zijn in het algemeen goedkoper omdat er geen fondsmanager actief bij betrokken is die ook betaald moet worden. ETFs bieden beleggers een ultiem diversificatiemiddel: je kunt direct beleggen in een volledige markt in plaats van individuele aandelen te selecteren en kopen. ETFs bieden beleggers een ultiem specialisatiemiddel: je kunt direct beleggen in de meest vreemde en wonderlijke sectoren zoals een ETF die een smartphone-index volgt tot een ETF die een index van levend vee volgt. Een belegger kan veel of weinig kopen: ETFs stellen geen eisen aan de inleg wat betekent dat beleggers van een bepaald ETF één aandeel kunnen kopen of heel veel. ETFs bieden toegang tot een breed scala aan effecten inclusief obligaties, buitenlandsmarktindices, grondstoffen en valuta. ETFs worden verhandeld als aandelen: ze kunnen de hele handelsdag worden gekocht en verkocht. Tegen ETFs In het algemeen kunnen ETFs geen hoger rendement halen dan de markt die ze volgen. In tegenstelling tot actief beheerde indexbeleggingsfondsen waarbij de beheerder de markt wil verslaan noteren ETFs het rendement van de markt (omdat ze de marktindex exact repliceren). Er zijn zeer veel verschillende ETFs en sommige zijn minder geschikt voor particuliere beleggers.  ETFs gebruiken verschillende manieren om de gekozen index te repliceren en sommige methoden bieden juist extra risico voor beleggers. Hou altijd in gedachten: beleg niet in wat je niet begrijpt. Omdat ETFs dezelfde handelseigenschappen hebben als aandelen is het verleidelijk om er frequent in te handelen, vooral als de markten volatiel zijn. Maar beleggers kunnen aanzienlijke kosten genereren als ze vaak ETFs kopen en verkopen. Deze kosten eten een aanzienlijk deel uit het rendement. Het is dan ook belangrijk om een gedisciplineerde houdingen aan te nemen ten opzichte van ETF-beleggingen. Meer over ETF's via de website van Morningstar: Wat is het verschil tussen een ETP en een ETF? Een artikel over ETFs, ETPs, ETNs, ETCs en andere exchange-traded products waarvan de naam kan leiden tot exchange-traded verwarring Zon- en schaduwkanten van ETF's Steeds vaker worden in Europa actief beheerde aandelenfondsen afgestoten, terwijl indexfondsen ook in dalende markten profiteren. ETF's zijn echter niet altijd de beste keus voor de belegger. Wij bekijken de track-record van indexfondsen in de grootste Europese aandelenfondscategorieën Wereldwijd beleggen zonder risico in opkomende markten te lopen De wereldwijde groei en het monetaire beleid lopen flink uiteen. Vooral de beurzen in opkomende landen ogen zeer nerveus. Beleggers die daar niet aan blootgesteld willen worden, kunnen wellicht beter uitwijken naar aandelenbeurzen van ontwikkelde economieën Een afweging tussen diversificatie en kennis En wanneer het de moeite loont om groot in te zetten ETFs-Liquiditeit en transactiekosten van ETFs Door de lage kostenratio's zijn ETFs duidelijk interessant voor een 'goedkope', lange termijn kernportefeuille, maar hoe zit het met de transactiekosten? Actief versus passief fondsbeheer: waarom niet een actieve ETF Actief beheerde ETFs lijken een fantastische oplossing voor beleggers. Het beste van twee werelden. Maar waarom is hun marktaandeel dan nog zo klein? Waarom teleurstellingen waarschijnlijk zijn bij conventionele grondstoffenindexen Als we naar echte bepalende factoren voor het rendement op grondstoffenfutures kijken, dan zien we dat populaire indexen zoals de GSCI tekortschieten Morningstar ontwikkelt classificatiesysteem voor strategic beta ETFs Een nieuw model om strategic beta – ook wel smart beta – ETFs te categoriseren helpt beleggers om dit nieuw type beleggingsfondsen beter te kunnen identificeren, vergelijken en analyseren Waarom zijn er zo weinig strategic bèta ETF's voor obligaties? Waar het strategic bèta betreft, bieden aandelen meer voor de hand liggende mogelijkheden dan vastrentende waarden. Maar ETF-aanbieders ontwikkelen inmiddels ook 'smart bèta' obligatieproducten Waarom worden 'low volatility' ETF's zo populair? Zoals uit de marktontwikkelingen afgelopen zomer weer eens bleek, hoort volatiliteit gewoon bij beleggingen ^  Inhoud Voedingssector al jaren lucratief, Unilever in top 20 Bron:  Analist.be Ronald Kok (RBA)  Financieel analist, entrepeneur en uitgever van o.a. Analist.nl en het beleggingsblad: Analist Journaal Na zijn economie opleiding aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, VBA aan de VU  Universiteit van Amsterdam bleef hij zich verder specialiseren w.o. EFFAS , en  focust hij zich nu vooral op financiële analyse en de praktische toepasbaarheid van beleggingsstrategieën. Zijn aandachtsgebieden zijn vooral de Amerikaanse en Europese aandelen. Daarnaast focust Ronald zich ook op derivatenstrategieën, asset-allocatie en risicomanagement. Waar veel analisten en beleggers de voedingssector saai noemen zijn haar rendementen dit echter niet. De voedingssector behoort de afgelopen 10 jaar steevast tot de beste sectoren en had over meerdere periodes gemiddeld gesproken zelfs geen verliezen. Het Belgische Lotus Bakeries is met enorme afstand het beste aandeel uit de voedingssector. Over de afgelopen 10 jaar won het aandeel een eclatante 1100 procent (exclusief dividenden). Een dergelijke winst zien we eigenlijk alleen maar bij de internetaandelen zoals Baidu en Netflix. Nestlé en Unilever hand in hand qua rendement Bij de andere 10-jaarswinnaars zien we een mix van mid- en largecaps. De bekendste namen zijn uiteraard Unileveren Nestlé . Beiden wonnen de nipt boven de 100 procent over de afgelopen 10 jaar. Bij de verliezers zien we weliswaar een paar grote uitslagen zoals die van Natra en Evolva maar het gros van de voedingsaandelen leverde de belegger toch forse winsten op. Over de afgelopen 10 jaar won het gemiddelde voedingsaandeel circa 81 procent. Ook over de kortere perioden zien we behoorlijke winsten. In tegenstelling tot de meeste andere sectoren zien we dat ook over de afgelopen 3 maanden ook deze sector wederom in de plus noteren. Historische rendementen voedingssector ^  Inhoud CBS:  Nederlandse producent positiever dan veel EU-collega’s  Bron: CBS Nederlandse ondernemers in de industrie zijn positiever dan veel van hun Europese collega’s. Dit meldt CBS op basis van statistieken van de Europese Commissie. De Europese indicator van het producentenvertrouwen, die iets afwijkt van de Nederlandse, stond in november voor Nederland op 2. Het gemiddelde producentenvertrouwen in de Europese Unie (EU) was negatief (-3,5). Ondernemers in Slovenië, Hongarije en Zweden waren het meest optimistisch. Griekse en Poolse producenten het negatiefst Europese ondernemers in de industrie zijn gemiddeld negatief gestemd. Slechts in een aantal landen, waaronder Nederland, hebben positief gestemde ondernemers de overhand. Producenten in Griekenland en Polen waren in november 2015 het negatiefst met scores van respectievelijk -16,6 en -11,5. Nederlandse producent ook op lange termijn optimistischer dan EU-gemiddelde Met 2 ligt het Nederlandse producentenvertrouwen ruim boven het tienjarig gemiddelde. Het Nederlandse tienjarig gemiddelde is met -3,1 minder negatief dan het Europees gemiddelde (-5,9). De enige landen met een positief saldo zijn Tsjechië en Slowakije. Poolse en Griekse producenten zijn gemiddeld het negatiefst gestemd met scores van respectievelijk -12,6 en -11,9. Europees producentenvertrouwen sinds oktober 2014 stabiel In januari 2008 bereikte het producentenvertrouwen in Nederland het hoogste punt in de afgelopen acht jaar (5,1). Het dieptepunt (-25,4) werd bereikt in februari 2009. Vanaf maart 2013 is de trend stijgend. Het Europees gemiddelde is daarentegen sinds oktober 2014 niet of nauwelijks veranderd. Sinds april 2015 hebben positief gestemde ondernemers in Nederland de overhand. Met een waarde van 2 is het producentenvertrouwen echter nog een stuk verwijderd van het niveau van voor de crisis. Nederlandse producent positiever over verwachte bedrijvigheid Het producentenvertrouwen is opgebouwd uit drie deelindicatoren. Deze indicatoren zijn een weergave van de mening van de producent over de orderportefeuille, de voorraad gereed product en de verwachte bedrijvigheid voor de komende drie maanden. De Nederlandse producent was in november 2015 vooral positiever over de verwachte bedrijvigheid dan gemiddeld in Europa. Daarnaast was de Nederlandse producent minder negatief over de orderpositie en de voorraad gereed product. ^  Inhoud De Big Reset  Bron: Willem Middelkoop Veertig jaar nadat de Verenigde Staten de dollar loskoppelden van goud, moet de VS nog steeds vechten om de dollar als we­reldreservemunt in stand te houden. Aan de positie van de dollar ontleent de VS voor een groot deel haar status als wereldwijde supermacht. Voor de Eerste Wereldoorlog werden bijna alle grote valuta gedekt door goud. Dit was het tijdperk van de goudstandaard. De geldtoename werd beperkt tot de groei van de goudvoorraad. Toen veel Europese landen geld moesten creëren om de oorlog te financieren, werden ze ook gedwongen om de goudstandaard los te laten. De goudstandaard 1)  werd in de meeste landen vervangen door een ongedekt (fiat) geldsysteem, hoewel zilveren munten tot in de jaren tachtig nog in veel landen gebruikt werden. In tegenstelling tot ongedekt geld heeft goud altijd zijn koopkracht behouden. Daarom wordt goud telkens weer gebruikt wordt om ongedekte geldsystemen te stabiliseren. Een stijgende goudprijs fungeert als een waarschuwing dat er iets aan de hand is met de waardeontwikkeling van valuta. Vaak is het een teken dat bankiers te veel geld creëren. Sinds de VS de dollar loskoppelde van de goudstandaard in 1971 is goud de grootste financiële vijand van Wall Street en het Witte Huis. Deze War on Gold vindt al plaats sinds de jaren zestig, toen het dollarsysteem voor het eerst sinds zijn oprichting in 1944 onder druk kwam te staan. De geschiedenis toont vele honderden voor­beelden van mislukte en verdwenen ongedekte geldsystemen. Soms met mogelijk zeer grote gevolgen. Na de devaluatie van de Romeinse Denarius en de daarop volgende val van het Romeinse Rijk duurde het ruim 500 jaar voor er weer een ontwikkelde samenleving ontstond in Europa. In de jaren ’80 bleven de leiders van de Sovjet Unie tot het bittere eind zwaaien vanaf hun balkon op het Rode Plein. Ze waren ervan overtuigd dat hun commu­nistische regime op basis van zelf gedrukte Roebels voor altijd stand zou houden. Na de val van de Sovjet Unie bleven spaarders en pensioengerechtigden achter in diepe armoede. Willem Middelkoop  Willem Middelkoop is oud beurscommentator van RTLZ en oprichter van het Commodity Discovery Fonds Willem, geboren in Genève in 1962, is een succesvol investeerder, ondernemer en publicist. In 2008 richtte Willem Middelkoop Amsterdamgold.com op voor mensen, die wilden beleggen in fysiek goud. Toen het bedrijf drie jaar later werd verkocht, was de jaaromzet tot boven 100 miljoen euro gestegen. In 2008 richtte hij ook het Commodity Discovery Fund op. Dit fonds heeft een nadrukkelijke focus op nieuwe grondstofontdekkingen en edelmetaal- beleggingen. Willem is auteur van diverse boeken over de economie en de geschiedenis van de financiële markten. Hij publiceerde oa:  "De Big Reset", "Goud en het geheim van geld " en "Als de dollar valt". website: willem-middelkoop.nl Wij Westerlingen concludeerden dat ons kapitalistische sys­teem, gebaseerd op vrije markten, superieur was omdat de commu­nistische landen zich onmiddellijk tot het kapitalisme bekeerden. Maar eind 2008 crashte ons systeem. Net als de communistische leiders toen pretenderen ook onze leiders dat alles goed gaat komen. Ze gebruiken dezelfde methoden die we zo verachtten in het communistische systeem. Economische cijfers worden steeds vaker gemanipuleerd en ‘aangepast’ om zo een betere indruk te wekken. Goed nieuws is vaak het werk van propaganda en het werk van spin-docters. De economie en haar financiële markten worden steeds centraler bestuurd. Er zijn steeds minder echte vrije markten te ontdekken. Rentes worden gemanipuleerd, goud be­streden, het ‘plunge protection team’ koopt (bijna in het openbaar) de Amerikaanse beurs omhoog en overal zien we de geldpersen ronken. Welkom in het tijdperk van het Staatskapitalisme. China is een perfect voorbeeld. Net als Rusland en de VS, de EU, de Arabische wereld, het VK en Japan. De economieën van West en Oost zijn meer dan ooit met elkaar vervlochten. Sinds de val van Lehman Brothers 2) proberen centrale bankiers en overheden wanhopig het financiële systeem overeind te houden. Ze weten dat het hele economische systeem in elkaar zal storten als de geldpers stokt. Dit betekent dat het mondiale QE-programma van steeds meer geld creëren door moet gaan. Hierdoor zal steeds meer van het ‘slimme geld’ gaan vluchten naar wat niet bijgeprint kan worden. Ja zelfs naar het virtuele goud, de bitcoin. Deze virtuele munt maakt het namelijk mogelijk je vermogen locatie-onafhankelijk op te slaan. We moeten helaas concluderen dat we alleen maar tijd hebben gekocht in plaats van te proberen met wezenlijke oplossingen voor de kredietcrisis te komen. Het creëren van extra schulden is natuurlijk geen oplossing voor een schuldencrisis. Als gevolg hiervan hebben we de totale schulden sinds de start van de kredietcrisis met 50.000 miljard zien stijgen en zijn centrale bankenbalansen wereldwijd met $10.000 miljard toegenomen. Met al dit nieuw gecreëerde geld, hebben de centrale banken voornamelijk eigen staatsobligaties opgekocht, waardoor de rente en obligatierendementen richting nul zijn gedaald. Niet vreemd dus dat steeds meer spaarders zich gedwongen voelen om hun heil te zoeken in vastgoed of op de beurs. Omdat er geen grenzen aan de grootte van de centrale bank­balansen zijn, kan er in theorie een eindeloze hoeveelheid geld worden gecreëerd en kunnen centrale bankbalansen onbeperkt stijgen. Maar omdat te grote geldcreatie onvermijdelijk zal leiden tot grote geldontwaarding, zullen te grote (overheids)schulden moeten worden geherstructureerd voordat het grote publiek het vertrouwen in de waarde van de munt begint te verliezen. Het ‘parkeren’ van staatsschulden op centrale bankbalansen is daarom geen structurele oplossing. Het idee dat we de schul­denberg door economische groei op tijd weg kunnen werken is naïef. De geschiedenis leert ons dat dit alleen mogelijk is in een situatie van sterke en duurzame economische groei.  In een recente studie van het IMF, met de titel ‘Financial and Sovereign Debt Crises: Some Lessons Learned and Those Forgotten’ 3), wijzen de economen Reinhart en Rogoff op het huidige ‘ontkenningsprobleem’. Volgens hen zal de toekomstige economische groei ‘niet voldoende zijn om om te gaan met de enorme omvang van de publieke en private schulden. Vooral door de sterk vergrijzende babyboomersgeneratie zullen hogere pensioenen en medische kosten de totale schuldsituatie alleen maar verder verslechteren ten opzichte van eerdere periodes met grote schulden.’ Ze concluderen dat door de enorme omvang van de schuldenberg een toekomstige schuldsanering nodig zal zijn op een veel grootschaligere manier ‘dan wat nu in het openbaar besproken wordt’. Volgens het rapport vereist ‘het eindspel van de globale financiële crisis’ een combinatie van financiële repressie (bijvoorbeeld belasting op spaargeld), her­structurering van schulden (onder meer door hogere inflatie), en kapitaalrestricties. Het gebrek aan economisch gezond verstand kan mede worden verklaard omdat universiteiten wereldwijd nog steeds de ideeën van de Chicago School of Economics promoten. Deze ideeën hebben de creatie van ongedekt geld door centrale banken in samenwerking met particuliere banken als kerntheorie. Stu­denten op universiteiten en hogescholen krijgen zelfs na de crisis nog steeds les uit dezelfde economische boeken met verouderde modellen op basis van de efficiënte markttheorie. Dat is de reden waarom een meerderheid van de economen, journalisten en managers nog steeds de rol van geld in onze economie niet goed begrijpt. Zelf heb ik geen economie gestudeerd en altijd vooral mijn gezonde verstand gebruikt om de principes van markten en geld te begrijpen. Ik heb al lang geleden geleerd dat het beter is om te vertrouwen op boeken over geld en financiële crises geschreven door historici. Het ontstaan van de huidige crisis, gesteund door ongeveer zesduizend jaar gedocumenteerde geschiedenis van geld, weerspreekt de keynesiaanse doctrine van geld creëren uit het niets. Ongedekte geldsystemen zijn ruim tweehonderd keer getest, en uiteindelijk faalden ze allemaal. De kans op een instorting van een ongedekt geldsysteem zou moeten worden beschouwd als een statistische zekerheid in plaats van een ‘theoretische onwaarschijnlijkheid’. Op een gegeven moment zullen de politici begrijpen dat alleen een grote systeemwijziging onze systemen kan resetten. Waar­schijnlijk zal dit pas gebeuren op het moment dat ze niet langer in staat zijn om hun staatsschulden te herfinancieren. Tot dat moment lijkt elke prijs aanvaardbaar om het bijkomende weg­zakken in een diepe wereldwijde depressie te voorkomen – zelfs met het risico op hyperinflatie. Het systeem wordt opgeblazen om deflatie te voorkomen. We proberen een kredietcrisis op te lossen door meer schulden te maken. Maar beleidsmakers verkiezen een mogelijke economische dood in de toekomst boven een vrijwel zekere economische dood nu. Het toont het onvermogen van ons systeem, waarin de behandeling van de symptomen prioriteit heeft en zo lang mogelijk wordt gewacht de werkelijke ziekte te bestrijden. Het systeem is als een terminaal zieke patiënt die alleen maar kan hopen op een paar extra jaar. Alleen door het toedienen van een mix van de sterkste medicijnen kan de patiënt in leven blijven. Centrale bankiers en politici hopen het eindspel van dit financiële systeem zo lang mogelijk te verlengen. Maar in het diepste geheim is onder meer het IMF al begonnen plannen uit te werken die nodig zijn om dit financiële systeem naar een volgende fase te brengen. Net zoals dat gebeurde met de loskop­peling van goud en de dollar door president Nixon in 1971, de start van het dollarsysteem in 1944 of de ‘staatsgreep’ in 1913 door de Wall Street bankiers waarmee de Fed werd opgericht. Het is mijn mening dat voor 2020 het wereldwijde financiële systeem opnieuw ‘herstart’ zal moeten worden voor een nieuw paradigma, waarin goud een grotere rol zal spelen, de dollar zijn status als enige reservevaluta zal verliezen en andere valuta hun belang zullen zien toenemen. Voor de eerste keer in de geschiedenis is er mondiale monetaire crisis ontstaan die kan eindigen in een wereldwijd wantrouwen van alle ‘paper assets’. Centrale bankiers zijn zich er zeer van bewust dat het essenti­eel is om met een reset plan te komen voordat dit onheilsscenario zich kan voltrekken. De autoriteiten zullen al het mogelijke doen om het financiële systeem op tijd aan te passen om ervoor te zorgen dat een werkelijke systeemcrash niet zal plaatsvinden. Ons financiële systeem kan bijna in elke vorm veranderd worden zolang de grootste spelers in de wereldmarkt daarmee akkoord gaan. In het verleden zijn we getuige geweest van twee soorten herstarts. Sommige ver van tevoren gepland, zoals de grote ver­anderingen in 1944, die van invloed waren op het hele mondiale monetaire systeem en kleinere vaak nationale aanpassingen als gevolg van plotselinge monetaire ontwikkelingen. Goede voorbeelden hiervan waren de introductie van de door goud gedekte D-mark, na de hyperinflatie in de Weimarrepubliek in 1923, of de diefstal van de spaartegoeden (bail-in) tijdens de redding van het banksysteem in Cyprus in 2013. Twee grote problemen binnen het huidige financiële systeem moeten op relatief korte termijn worden aangepakt: de vervan­ging van de dollar als wereldreservemunt en het ‘wegwerken’ van een deel van de enorme schuldenberg, vooral die op de centrale bankbalansen. Tot dusver hebben de centrale banken slechts tijd gekocht, hopend dat een plotselinge opleving van de economie de problemen als sneeuw voor de zon zou laten verdwijnen. Maar we hebben steeds minder monetaire speelruimte en binnen een paar jaar zullen we hoogstwaarschijnlijk getuige zijn van veel meer onorthodoxe monetaire acties. Eind 2013 verkondigden de Chinezen dat de tijd was gekomen om de wereld te ‘de-Amerikaniseren’. Ze riepen zelfs op tot de introductie van een nieuwe internationale reservemunt die gecreëerd zou moeten worden om de dollar te vervangen. Verschillende onderzoeken tonen aan dat deze wijzigingen al sinds het uitbreken van de crisis worden onderzocht. Maar aangezien het uitlekken van dergelijke plannen extreem grote gevolgen hebben kan voor financiële markten, kan hierover niets openbaar worden gemaakt. Elk bericht over een ‘plan B’ zal leiden tot grote onrust op financiële markten. De planners van het nieuwe systeem weten dat een systeem­wijziging volledig in het geheim zal moeten worden voorbereid. Toen ik tijdens een besloten diner in 2013 een IMF-topman vroeg of we niet over moesten gaan tot een mondiale schuldsanering, meldde hij dat dit onderwerp zo gevoelig lag dat hij daar echt niet op kon reageren. Het systeem van Bretton Woods was een financieel-economisch akkoord dat in 1944 tussen 44 landen werd gesloten en dat in Bretton Woods in het Amerikaanse New Hampshire getekend werd. Het systeem van Bretton Woods voorzag in de invoering van een stelsel van vaste wisselkoersen. Bijzonder was dat alleen de dollar tegen een vaste hoeveelheid goud kon worden ingewisseld bij de Amerikaanse Centrale Bank. Voor alle andere valuta werd wel een vaste wisselkoers met de dollar bepaald, maar zij waren echter niet direct inwisselbaar tegen goud. Indirect betekende het systeem van Bretton Woods de herinvoering van de goudstandaard. Daarnaast voorzag het systeem in de oprichting van het IMF en de Wereldbank. Bron: Wikipedia Beleggers weten dat ze moeten kijken naar wat centrale bankiers doen, niet naar wat ze zeggen. Vrijwel alle monetaire hervormingen worden tijdens een weekend doorge­voerd als de financiële markten gesloten zijn. In veel gevallen zijn er geen duidelijke waarschuwingssignalen. In bijna alle monetaire crises en hervormingen bleken edelmetalen bescherming te bieden. Het feit dat China en Rusland, kort na het uitbreken van de kredietcrisis, stopten met het opkopen van Amerikaanse staatsobligaties en begonnen aan de opbouw van grote goudvoorraden is wat dat betreft veelzeggend. Sommige schulden zullen worden kwijtgescholden tijdens een monetaire herziening en sommige delen van het financiële systeem zullen worden genationaliseerd, zoals we feitelijk al hebben gezien bij banken en andere financiële instel­lingen tijdens en na 2008.  Maar een echt grote herstart zou het wereldwijde financiële systeem naar een volgende fase kunnen brengen. Alle betrokken partijen (VS, EU, BRICS-landen, Japan, Midden-Oosten) hebben zoveel te verliezen als ze te lang wachten met het maken van de juiste keuzes. De VS nog het meest. Ze begrijpen heel goed dat ze opnieuw het initiatief zullen moeten nemen, net als in 1944 (Bretton Woods). Lees meer Red.: 1) De gouden Standaard lees meer op Wikipedia 2) Lehman Brothers was tot aan zijn faillissement in september 2008 een Amerikaanse financiële dienstverlener. Wikipedia 3) "Financial and Sovereign Debt Crises: Some Lessons Learned and Those Forgotten"  (pdf 655kB Download) ^  Inhoud Wat wilt u doen binnen onze vereniging? Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die het aandurven een column, een  artikel of een recensie te schrijven. Zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing,  met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan per email contact op met het HCC Beleggen bestuur  of met de redactie  ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. ^  Inhoud

3 december 2015

...

Nieuwsbrief20151101

.. November 2015 Nawoord 65ste Beleggerssymposium 50% korting op "The Big Reset" Business Development Company vs REIT Methode DividendGroeiBeleggen - CoSA Vooruitzichten wereld economie 2015-2016 Value-aandelen blijven achter  Vertrek Vincent Strauss niet van invloed Koersdoelen Heineken liggen ver uiteen Video's en interviews 65ste Symposium Actief zijn binnen onze vereniging .. ^  Inhoud Nawoord 65ste HCC Beleggerssymposium “Je bent nooit te oud om te leren”  Bron:  Frans Schreiber, Voorzitter HCC Beleggen De afgelopen beleggersdag was weer een dag om niet direct te vergeten. Gerenommeerde sprekers lieten de bezoekers ademloos luisteren naar hun inzichten over hoe en wanneer te beleggen. De organisatie had het goed begrepen, je bent inderdaad nooit te oud om te leren. Barbara Kos deed de aftrap met Pictet Asset Management. Deze organisatie probeert in te spelen op nieuwe ontwikkelingen in de wereld en zo te profiteren van megatrends. In de voorbeelden bleek dat Pictet inderdaad op tijd nieuwe bewegingen herkent en daar dan op inspeelt om de beste fondsen in die sector te zoeken. Arthur Hopstaken van HJCO Capital Partners gaf een college over hoe alternatieven de risico-rendementsverhouding sterk kunnen verbeteren. Hij reikte verschillende middelen aan om dit in de praktijk te brengen. Daarna kwam Royce Tostrams, die het publiek openbaarde dat we waarschijnlijk in een super cycle zitten en er een megamarkt kan ontstaan. De grafieken waren overtuigend, de zaal zat vol en de toehoorders zaten veel aantekeningen te maken. Bovendien gaf Royce cadeautjes aan diegenen die zijn vraag goed wisten te beantwoorden, zodat iedereen op het puntje van zijn stoel zat. Niels Faassen van Morningstar legde de beleggers uit wat nu exact het verschil is tussen actief en passief beleggen. Beide methoden hebben voor- en nadelen; de belegger moet zelf kiezen wat het beste bij hem past. Tenslotte eindigde Willem Middenkoop de dag met “The Big Reset”. Willem liet zien hoe het goud ( en andere grondstoffen) vanuit de jaren 90 sterk steeg en de afgelopen tijd weer een deel van die stijging teruggaf. Maar volgens hem is dat laatste niet belangrijk, alleen maar tijdelijk. Belangrijker is dat het geld printen doorgaat (nu China ook al) en daardoor minder waard gaat worden en spullen die niet “bijgeprint” kunnen worden worden veel duurder. De toehoorders zaten vastgeplakt aan hun stoelen, het college liep uit van 50 minuten, naar bijna twee uur. Niemand verliet de zaal. Ondertussen was de opnameploeg druk bezit om alle presentaties op te nemen en live te streamen. Dat streamen lukte helaas niet bij alle lezingen maar de mannen zijn druk bezig geweest om de video’s te redigeren, zodat ze alsnog op de site en via deze nieuwsbrief te zien zijn. Daarnaast zijn ook de standhouders geïnterviewd, zodat ook zij hun producten en diensten aan het beleggende publiek kunnen tonen. Resumerend, was het een zeer leerzame dag, waarbij gelukkig weer veel bezoekers op afkwamen en die zeker een vervolg verdient ! Tot het volgende HCC Beleggensymposium op 2 april 2016 Frans Schreiber ^  Inhoud Symposiumaanbieding 50% korting op "The Big Reset" van Willem Middelkoop Aanbieding door Willem Middelkoop gedaan tijdens 65ste HCC Beleggen symposium geldig tot 15 november 2015 Symposium aanbieding geldig tot 15 november 2015 Tijdens het 65ste HCC Beleggen symposium bood Willem Middelkoop zijn boek De Big reset ons aan voor de helft van de prijs, van €20,- voor   €10,-.  Wij geven deze aanbieding graag aan u door. Bestellen U kunt het boek "De Big Reset"  tot 15 november 2015 via onze HCC webshop bestellen en met Ideal betalen. Willem Middelkoop stuurt vervolgens de bestelde boeken naar ons en wij distribueren deze dan vervolgens. Over "De Big Reset" In 2007 schreef Willem Middelkoop in 'Als de dollar valt' dat het niet de vraag was óf ons financiële systeem zou instorten, maar wanneer. Het bleken profetische woorden. Eind 2008 waren we slechts een paar uur verwijderd van de complete ineenstorting van ons wereldwijde kredietkaartenhuis. In zijn nieuwste boek 'De Big Reset: Gold Wars en het financiële eindspel' beschrijft Middelkoop de historie en problemen van ons huidige financiële systeem en onthult hoe we voor 2020 zullen overgaan naar een nieuw systeem. Goud heeft als enige valuta de afgelopen eeuwen haar koopkracht behouden. Bankiers proberen de vlucht naar goud al tientallen jaren af te remmen maar lijken deze War on Gold nu te verliezen. Auteur:    Willem Middelkoop ISBN10: 908964654X   -   ISBN13: 9789089646545   Prijs: € 10,- (excl. € 3,95 administratie en verzendkosten)  Bestellen: ga naar https://www.hcc.nl/big-reset Klik Hier om naar de HCC Webwinkel pagina te gaan ^  Inhoud Business Development Company vs REIT  Bron:  Ben van den Anker In magere tijden zoeken investeerders naar een hoger rendement. De Real Estate Investment Trusts staan hierbij bekend als trouwe en hoge dividendbetalers. Dit is mede ingegeven door wet en regelgeving, die bepaald dat REITS in de meeste landen gehouden zijn meer dan 90% van hun belastbare inkomen uit te keren aan aandeelhouders om hierdoor geen of minder vennootschapsbelasting te hoeven betalen. REITS zijn dus als het ware sterke cash cows. Er bestaat echter nog een categorie bedrijven met soortgelijke regelgeving en vergelijkbare dividend rendementen; de Business Development Companies (BCD). Deze Amerikaanse categorie bedrijven worden tot de high yield asset class gerekend en investeren sinds 1980 in credit en equity in kleine en middelgrote bedrijven die geen toegang tot goedkopere financieringsmogelijkheden kunnen verkrijgen. In  het laatste decennium hebben BDC’s een enorme groei gekend; in 2015 zijn er ongeveer 51 publicly traded BDC’s met een marktkapitalisatie van 32 miljard dollar1) geregistreerd.  De volgende grafiek uit de Economist 2) visualiseert de groei in grofweg 20 jaar. . Bedrijven die voor financiering via BDC’s kiezen kunnen over het algemeen geen goedkopere financiering krijgen door hun hogere risicoprofiel. Hierdoor is het bedrijfsrisico voor BDC’s tevens hoger, wat zich uiteraard vertaalt naar hogere rentetarieven die door BDC’s verlangd worden (het rentetarief dat zij hun klanten in rekening brengen is over het algemeen hoger dan 10%). In combinatie met een zorgvuldige selectie van bedrijven waarin geïnvesteerd wordt, is een aantal BDC’s er al jaren in geslaagd zeer bovengemiddelde rendementen te realiseren. Een karakteristiek voor een categorie BDC’s is dat het management ingehuurd wordt; dit resulteert over het algemeen in een lagere NAV dan bij vergelijkbare bedrijven met ‘in house’ management. Dezelfde 90% van belastbaar inkomen als bij REITS moet gedistribueerd worden en maar liefst 98% van het belastbaar inkomen als de BDC ervoor kiest überhaupt geen belasting te betalen. Ben van den Anker (1976) is schrijver / columnist en lid centrale directie aan het Candea College Hij heeft zijn PhD in Business & Management tijdens een negenjarig verblijf in Zuidoost Azië aan de International Graduate School of Business (University of South Australia) behaald. Hij is auteur van het boek The perceived role of Host Country Nationals in Expatriate Adjustment (2010, Ben van den Anker). Zijn onderzoek richt zich met name op de rol van cross-culturele interactie in het functioneren van expatriates. Daarnaast is hij voor de International Business Review revisor voor wetenschappelijke artikelen op het snijvlak business en management. De zorgvuldige investeerder zal zich al snel bedenken dat als iets als te goed klinkt om waar te zijn, het ook waarschijnlijk zo is. De risico’s bij BDC’s zijn o.a. gerelateerd aan het credit risico van bedrijven in portefeuille bij de desbetreffende BDC; het rente risico, het leverage risico (de meeste BDC’s gebruiken een hefboom waarbij zij verdienen aan de spread); het markt en liquiditeitsrisico. De hefboom verwijst hierbij naar de verhouding geleend geld en equity, die zeer beperkt moet zijn bij BDC’s (verhouding maximaal 1 : 1). De spread verwijst naar het rentetarief waarvoor BDC’s lenen en de naar verhouding hoge tarieven die klanten betaling om voor financiering in aanmerking te komen. Bij faillissement van klanten van BDC’s wordt ook meteen het risico van leverage duidelijk; de BDC zal de lening terug moeten betalen. Bij een lening met variabele rente aan de BDC ontstaat een rente risico bij het verlengen van leningen. Bij een verhoging van de rente zouden bedrijven aan wie geleend wordt weleens minder winst kunnen gaan maken, omdat de kosten van kapitaal toegenomen zijn. Hierdoor blijven minder middelen beschikbaar om in het bedrijf te investeren. Doordat de bedrijven waar aan geleend wordt niet beursgenoteerd zijn, is er geen liquiditeit. Pas bij de exit strategie van de portefeuille ontstaat er weer liquiditeit voor de BDC. De koers van BDC’s is o.a. door bovenstaande variabelen gevoelig voor ontwikkelingen en kan sterk fluctueren. Gerealiseerde dividenden variëren in de regel tussen 7 – 14% per jaar. Het credit risico is naar mijn inschatting een groot risico. In tijden van recessie en toenemende faillissementen zullen BDC’s hard geraakt worden. In een langere bull markt met groeivooruitzichten op de langere termijn kan ook de BDC-sector meegroeien. Het is echter onvermijdelijk dat er ooit mindere tijden voor de sector gaan komen. De grootste in de sector is Ares Capital. Trouwe investeerders in Ares hebben tussen eind 2004 en 2012 een rendement van 203% mogen ontvangen tegen ongeveer 50% voor de S&P index3). Inmiddels zijn er ook een aantal ETFs op de markt gespecialiseerd in BDCs, waarmee individuele risico’s aanzienlijk beperkt worden. Het voordeel voor investeerders is de toegang tot de equity markt, die normaal niet ontsloten is voor de niet institutionele belegger. Deze column is informatief van aard en geen aanbeveling om te investeren in deze asset class. Op moment van schrijven bezit de schrijver geen positie in genoemd effect. 1) https://www.cliffwater.com/documents/1788389   (pdf 170kb) 2) Bron afbeelding: economist 3) http://www.barrons.com/articles/SB50001424052748703318404578424903487654618 ^  Inhoud Methode DividendGroeiBeleggen door CoSA  Bron: HCC Beleggen CoSA-werkgroep De werkgroep CoSA richtte zich tot voor kort alleen op de methode KoersGroeiBeleggen. In ons artikel in de Nieuwsbrief van HCC Beleggen van augustus jl. hebben we uitleg gegeven bij deze methode. De afgelopen maanden hebben we onderzocht hoe de methode DividendGroeiBeleggen kan worden toegevoegd. Deze methode beoogt vooral extra inkomsten te genereren uit dividenduitkeringen die liefst bestand zijn tegen inflatie en belastingtoename. We hebben drie kengetallen toegevoegd: het dividendrendement, de groei van het dividend per aandeel en de R^2 van deze groei. Deze groei wordt berekend m.b.v. lineaire regressie en de R^2 is daarbij een maat voor de grootte van de correlatie tussen het berekende groeipercentage en de groeicijfers van het dividend/aandeel voor de gehanteerde periode. Idealiter betreft deze periode de laatste 10 jaar, maar niet altijd zijn deze cijfers beschikbaar en soms moeten zgn. uitschieters – afwijkend hoge of lage dividenduitkeringen - worden weggelaten. Aan de hand van de berekende dividendgroei wordt met historische gegevens een prognose opgesteld voor de hoogte van het gemiddelde dividend in de komende 5 jaren, waarmee een vierde kengetal is bepaald. Vervolgens hebben we voor een aantal kengetallen voorwaarden geformuleerd, waaraan een aandeel moet voldoen wil het een Koopadvies krijgen. Tevens zijn eisen bepaald die leiden tot een Verkoopadvies. In de volgende Tabel ziet u een overzicht van deze voorwaarden. Uiteraard is ook de Rangtabel die we wekelijks met de Nieuwsbrief meesturen hierop aangepast. U kunt deze Tabel hier downloaden. De Tabel is besproken in het septembernummer van de Nieuwsbrief van HCC Beleggen. In de Tabel kunt u nu kiezen voor de methode KoersGroeiBeleggen of DividendGroeiBeleggen door KG of DG in te vullen in cel Z1 en daarna te sorteren met de knop in de cellen Q1 – T1. U kunt de grenzen voor de kengetallen getoond in bovenstaand overzicht naar eigen voorkeur aanpassen, waarna u door op de Sorteerknop te klikken een rangorde krijgt op basis van deze keuzes. Onze volgende stap wordt het toevoegen van aandelen in de lijst met aandelen die primair geschikt zijn als dividendgroeiers. Daarna gaan we de methode DividendHerBeleggen ontwikkelen. Deze methode berekent het rendement als wordt gekozen voor het Herbeleggen van uitgekeerd dividend. Dat is met name interessant voor de dividendbelegger die (op dit moment) niet geïnteresseerd is in extra inkomsten, maar die zijn aandelen wil laten groeien, bijvoorbeeld in het kader van zijn pensioenopbouw. Het herbeleggen kan plaatsvinden door de dividenduitkeringen per aandeel of op portefeuilleniveau aan te wenden. Indien u meer wilt weten over de activiteiten van CoSA, kunt u de voorlopige CoSA-webpagina(klik hier), raadplegen of contact opnemen met de voorzitter: Jan van der Meulen via CoSA-L@beleggersonline.nl Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken U kunt zich met hetzelfde mailadres aanmelden voor het ontvangen van informatie, zoals de wekelijks verschijnende CoSA-nieuwsbrief en voor het verkrijgen van toegang tot de voor CoSA-leden beschikbare Europese CoSA/SSG-verzameling. ^  Inhoud Vooruitzichten wereld economie 2015-2016 Bron:  cpb.nl De wereldeconomie en de wereldhandel ondervinden dit jaar een terugslag, maar de groei van de wereldhandel versnelt volgend jaar naar verwachting. Door de recente krimp van de wereldhandel en neerwaartse risico’s, zoals een verdere afkoeling van de Chinese economie, is de onzekerheid rond de groei van de wereldhandel echter groot. Hoewel de groei van de wereldeconomie dit jaar afzwakt naar 3,2% - de laagste groei sinds 2009 – blijft het wereldwijde vooruitzicht voor volgend jaar er één van voortgaand herstel. Voor 2016 wordt een groeiversnelling naar 3,7% verwacht. Hierbij zijn de bbpontwikkelingen ongelijkmatig verdeeld. In veel opkomende economieën vertraagt de groei, terwijl in geavanceerde economieën het groeifront geleidelijk breder en het economisch herstel robuuster wordt. De groeivertraging in opkomende economieën is het gevolg van de overgang naar consumptiegedreven groei in China en van lagere grond- en brandstoffenprijzen en een verslechterende externe financiële positie in Afrika, Latijns-Amerika en olieproducerende landen. Ook de geopolitieke spanningen rond Oekraïne, het Midden-Oosten en Noord-Afrika dragen bij aan de groeivertraging. De groeiversnelling in de geavanceerde economieën, die wordt geleid door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, wordt gaandeweg breder en sterker ondersteund in de meeste lidstaten van de Europese Unie. De lagere groei van de wereldeconomie in 2015 weerspiegelt zich sterk in de wereldhandel. Het volume van de wereldgoederenhandel is onverwacht gedaald in de eerste helft van dit jaar (zie fig 1). 3)  De daling is vooral het gevolg van een flinke krimp van de handel van China, maar de goederenhandel van veel economieën in Azië, het Midden-Oosten, Afrika, Latijns-Amerika en van de landen in de voormalige Sovjet-Unie neemt ook af. De toename van de handel van geavanceerde economieën biedt onvoldoende tegenwicht. Deze krimp van de wereldhandel lijkt samen te hangen met de daling van olie- en grondstoffenprijzen waardoor de groei in opkomende economieën vertraagt. De afname van de wereldhandel wordt als tijdelijk beschouwd; neerwaartse aanpassing van de wereldmarktprijzen zal de invoervraag – vooral die van geavanceerde economieën - weer doen toenemen. Voor volgend jaar wordt de groei van de wereldhandel geraamd op 5,1%, tegenover 1,3% dit jaar. Aansterkende groei in de geavanceerde economieën en herstel van de bbp-groei in opkomende economieën zullen de wereldhandel weer doen opveren. Ook op langere termijn lijken de ontwikkelingen positief. De lage groei van de wereldhandel sinds de Grote Recessie is vooral toe te schrijven aan de zwakke vraag als gevolg van de noodzaak om de balansen te versterken en de overheidstekorten en -schulden terug te brengen. 4)  Aan deze zwakke vraag komt echter langzaam een einde. Als de naweeën van de Grote Recessie eenmaal achter de rug zijn, kan de wereldhandelsgroei weer terugkeren naar de meer uitbundige niveaus van weleer. De opleving van de wereldhandel in de centrale projectie spoort met deze visie. Figuur 1) Gestage groei wereld-bbp en tijdelijke krimp wereldgoederenhandel, Bron: OESO, IMF, HWWI, CPB (xls 8,2 MB voor zowel fig 1 als 2). Een alternatieve visie 5)  wijt de relatieve stagnatie van de wereldhandel sinds de Grote Recessie (zie fig 1) aan het feit dat de mondialisering van de productie volgroeid zou zijn. In deze visie leidde de integratie van China en Oost-Europa in de wereldeconomie en de onstuimige opbloei van internationale waardeketens tot structureel hogere handelsgroei van midden jaren tachtig tot midden jaren 2000. Nu integratie en mondialisering van de productie voltooid zijn, zou de groei structureel lager komen te liggen. De alternatieve visie houdt een neerwaarts risico in voor de centrale raming. Het kader met onzekerheidsvarianten in hoofdstuk 16) illustreert de effecten van een tegenvallende wereldhandelsgroei. Door de krimp van de wereldgoederenhandel in de eerste helft van dit jaar en de onzekere economische ontwikkeling van China zou de wereldhandelsgroei geringer kunnen zijn dan in de raming is verondersteld. De tegenvaller kan ook in verband staan met weggevallen structurele impulsen, waardoor ook op langere termijn de groei van de wereldhandel relatief laag zal blijven. Mocht de wereldhandelsgroei in 2016 2% lager zijn dan in de raming, dan vertraagt de Nederlandse bbp-groei volgend jaar met 0,5%-punt. De prijs van olie is aanzienlijk gedaald en ook de grondstoffenmarkten staan onder druk (zie fig 2). De reden hiervoor is een aanbodoverschot dat op de oliemarkt vooral het gevolg is van aanbodfactoren, zoals: de overvloedige productie van schalieolie in de Verenigde Staten, de weigering van Saoedi-Arabië om de rol van swing producer te blijven spelen en de beoogde opheffing van de internationale sancties tegen Iran. De dalende prijzen van olie en grondstoffen geven een positieve impuls aan de handel van geavanceerde economieën en dempen de inflatie. Figuur 2) prijsdalingen voor grond- en brandstoffen  Bron: OESO, IMF, HWWI, CPB (xls 8,2 MB voor zowel fig 1 als 2). 3) De feitelijke ontwikkelingen in het buitenlandbeeld zijn gebaseerd op realisaties, die beschikbaar waren op 27 juli 2015. 4) Deze zwakke vraag in de Europese Unie verklaart bijvoorbeeld de magere ontwikkeling van de handel binnen de Europese Unie die goed is voor 30% van de totale wereldhande 5) Voor een overzicht van het debat over de Global Trade Slowdown zie Hoekman, B. (ed.), 2015,  The Global Trade Slowdown: A New Normal?, CEPR  (pdf 5,1 MB) 6) Voor volledige rapport zie: Macro Economische Verkenning (MEV) 2016 Download (PDF document, 6.3 MB) ^  Inhoud Value-aandelen blijven achter  Bron:  Hendrik Oude Nijhuis Het maakt niet uit of nu gekeken wordt naar aandelen met lage koers/winst-verhoudingen of lage koers/boekwaarde-verhoudingen. Of naar aandelen met lage koers/cashflow-verhoudingen of iets soortgelijks. De goedkoopste aandelen renderen op lange termijn het best. Maar dat is tussentijds niet altijd het geval... Slechte voorspellers Aandelen van bedrijven waarvan nauwelijks groei verwacht wordt zijn doorgaans lager gewaardeerd dan aandelen van zogeheten groeibedrijven. Dat lijkt heel logisch maar bent u zich ervan bewust dat beleggers de neiging hebben te overdrijven. Hendrik Oude Nijhuis Auteur, oud bestuurslid HCC Beleggen en BSC Duitenberger. Oprichter Warrenbuffet.nl Hendrik Oude Nijhuis heeft Management, Economics & Law aan de Universiteit Twente gestudeerd en heeft zich jarenlang verdiept in de strategieën van ‘s werelds beste beleggers. Zijn bestseller over Warren Buffett is via de website http://www.warrenbuffett.nl/ gratis beschikbaar. Deze column is niet bedoeld als individueel advies tot het doen van beleggingen. Het komt er eigenlijk op neer dat beleggers inschatten dat het wel goed zal blijven gaan met die bedrijven waarmee het op een bepaald moment goed gaat. En slecht met die bedrijven die op datzelfde moment juist kampen met tegenwind. Het heden wordt doorvertaald naar de toekomst en dat gebeurt in een sterkere mate dan eigenlijk terecht is. Consequentie van bovenstaande is dat aandelen van bedrijven waarvan de verwachtingen laaggespannen zijn bovengemiddeld renderen. Terwijl het rendement van groeibedrijven dikwijls tegenvalt. Mooi dat strategie niet altijd werkt Goedkope aandelen (value-aandelen) renderen zoals gezegd niet ieder kwartaal of ieder jaar bovengemiddeld. Soms blijven ze zelfs meerdere jaren achter bij de zogeheten groeiaandelen. Beleggers die eerder vastberaden voor value-aandelen kozen haken dan nogal eens af. Dat value-aandelen niet altijd bovengemiddeld renderen is mooi: een strategie die altijd werkt gaat immers al heel snel aan eigen succes ten onder. Dat value-beleggen op lange termijn werkt maar op de korte termijn lang niet altijd maakt van value-beleggen een heel robuuste strategie. Interessante studie In een recente studie* werd het rendement van value-aandelen vergeleken met het rendement van groeiaandelen. De 20% aandelen met de laagste koers/boekwaarde-verhoudingen werden als value-aandelen bestempeld. En de 20% aandelen met de hoogste koers/boekwaarde-verhoudingen als groeiaandelen. Wat blijkt? Gemiddeld renderen de value-aandelen 5% extra per jaar. Sinds 1945 is het slechts zes keer voorgekomen dat value-aandelen over een periode van vijf jaar slechter renderen dan groeiaandelen. Ook nu zitten we in zo'n periode. Uiteraard, value-aandelen rendeerden de afgelopen vijf jaar eveneens prima. Maar vergeleken met groeiaandelen viel het rendement van de value-aandelen toch wat tegen. In de studie werd vervolgens gekeken wat er na zo'n periode van vijf jaar gebeurde waarin value-aandelen slechter gepresteerd hadden dan groeiaandelen. Wat blijkt? Telkens maakten value-aandelen een grote inhaalslag die vijf tot acht jaar duurde. Een extra reden wellicht om nu met extra interesse op value-aandelen te focussen... * De studie 'Why You Should Allocate to Value over Growth' zoals beschikbaar gesteld door Advisor Perspectives is via onderstaande link te raadplegen: http://www.advisorperspectives.com/articles/2015/08/11/why-you-should-allocate-to-value-over-growth ^  Inhoud Vertrek Vincent Strauss bij Comgest niet van invloed op Analyst Ratings Bron: Thomas Lancereau, Morningstar Comgest heeft donderdag 22 oktober 2015 aangekondigd dat de zeer ervaren fondsbeheerder Vincent Strauss zich per 1 januari 2016 zal terugtrekken als co-manager op Magellan / Comgest Growth Emerging Markets, en per 1 maart 2016 als CEO. Terwijl zijn onmiskenbare expertise op het gebied van opkomende markten zeer gemist zal worden door beleggers, zijn wij van mening dat zijn opvolging goed is gepland. Hij echter zal toetreden tot de raad van commissarissen van Comgest Global Investors en blijft aandeelhouder van het bedrijf. Wij handhaven dan ook de Morningstar Analyst Ratings op alle door ons gecoverde Comgest fondsen. Strauss is de afgelopen 22 jaar verbonden geweest aan Comgest en heeft een enorme rol gespeeld in de ontwikkeling van de Global Emerging Markets tak van de boutique, alsook in het bevorderen van haar compromisloze “stewardship” jegens haar beleggers. Thomas-Lancereau CFA, Directeur Fondsenanalyse bij Morningstar France Voordat hij in 2008 bij Morningstar kwam, was Thomas werkzaam bij Standard & Poor's Fund Services, waar hij als lid van de Standard & Poors fonds waardering commissie werkzaam was. Daarvoor werkte Thomas voor BNP Paribas als landenrisico econoom gericht op Latijns-Amerika. Thomas heeft een graad in internationale economie aan Université Paris IX Dauphine, en een post-graduaat in de internationale economie en financiën van de Universiteit van Parijs IX Dauphine. Hij is een  Chartered Financial Analyst (CFA). Effectief per januari 2016 zal hij niet meer betrokken zijn bij het dagelijkse beheer van de Gold-rated fondsen Magellan en Comgest Growth Emerging Markets. De andere twee co-managers op die fondsen, Wojciech Stanislawski en Emil Wolter, blijven aan. Wij voorzien geen verandering in het op kwaliteits-groei gerichte proces dat volgens ons het succes van het fonds heeft bepaald. Stanislawski is sinds 1999 co-beheerder, terwijl Wolter in 2014 werd benoemd tot co-manager om de transitie voor te bereiden. Wolter trad in 2012 in dienst bij Comgest en kwam aan boord met meer dan 15 jaar ervaring in de opkomende markten. Effectief per maart 2016 zal Strauss de rol van CEO overdragen aan Arnaud Cosserat, de huidige CIO van het bedrijf. Cosserat trad in 1996 toe tot de firma en is lang fondsbeheerder van Comgest’s European Equities fonds geweest, daarbij samenwerkend met de zeer ervaren Laurent Dobler, waarbij hij een bijdrage heeft geleverd aan de lange termijn prestaties van de succesvolle en met een Gold-rating gewaardeerde fondsen Renaissance Europe en Comgest Growth Europe. Morningstar Analyst Ratings ongewijzigd Terwijl Strauss' onmiskenbare expertise op het gebied van opkomende markten zeer gemist zal worden door beleggers, zijn wij van mening dat zijn opvolging goed is gepland, wat over het algemeen gebruikelijk is bij Comgest. Hij heeft geleidelijk het dagelijkse beheer van de fondsen overgedragen aan zijn co-beheerders, Wojciech Stanislawski en Emil Wolter. Beiden zijn ervaren en toegewijd aan de bewezen “quality growth” beleggingsfilosofie van het bedrijf. We zijn ook gerustgesteld door de zeer collegiale aard van het besluitvormingsproces en de robuustheid van het team, dat bestaat uit 15 mensen, gevestigd in Parijs en Azië. De gemiddelde ervaring in het team is 12 jaar. We denken dat de benoeming van Arnaud Cosserat als CEO in maart 2016 geen invloed zal hebben op de manier waarop de fondsen worden beheerd, noch op de sterke “stewardship” van het bedrijf richting haar beleggers. Sterker nog, Cosserat heeft een instrumentele rol gespeeld in de sterke beleggingscultuur bij Comgest, gedurende de bijna twee decennia dat hij voor de firma heeft gewerkt. Om al deze redenen handhaven wij onze "Positive" opinie op het Fondshuis, en handhaven wij de Morningstar Analyst Ratings op alle door ons gecoverde Comgest fondsen. . Bovenstaande tabel geeft de Morningstar Analyst Ratings aan per 22 oktober 2015 ^  Inhoud Koersdoelen Heineken liggen ver uiteen Bron:  Analist.nl, 2 november 2015 Heineken heeft de afgelopen dagen diverse opwaartse taxatiebijstellingen ontvangen van analisten, nadat de bierbrouwer beter dan verwachte derdekwartaalcijfers publiceerde. Desondanks zijn analisten gemiddeld van mening dat de koers van het aandeel te ver is opgelopen, al is het sentiment rond het aandeel wel verbeterd. Op 2 november heeft UBS zijn koersdoel voor Heineken verhoogd van 88 euro naar 92,50 euro. De analisten spreken van solide kwartaalresultaten en rekenen voor heel 2015 op betere cijfers dan waar de markt op anticipeert. De Zwitserse zakenbank is van mening dat Heineken dankzij de focus op premiummerken met een kleine premie boven de sector zal presteren, waar het aandeel nu nog op het sectorgemiddelde staat. Daarom hanteert UBS voor Heineken een ‘buy-advies’. Betere geografische mix Ronald Kok (RBA)  Financieel analist, entrepeneur en uitgever van o.a. Analist.nl en het beleggingsblad: Analist Journaal Na zijn economie opleiding aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, VBA aan de VU  Universiteit van Amsterdam bleef hij zich verder specialiseren w.o. EFFAS , en  focust hij zich nu vooral op financiële analyse en de praktische toepasbaarheid van beleggingsstrategieën. Zijn aandachtsgebieden zijn vooral de Amerikaanse en Europese aandelen. Daarnaast focust Ronald zich ook op derivatenstrategieën, asset-allocatie en risicomanagement. Berenberg heeft op 29 oktober zijn koersdoel voor Heineken verhoogd met 3 euro tot 72 euro, als reactie op de beter dan verwachte kwartaalomzet en –volumes. Dit was volgens de analisten vooral te danken aan de goede resultaten in West-Europa en de Amerika’s. Verder wordt opgemerkt dat na de overname van Femsa Cerveza en APB een verbeterede geografische mix is gerealiseerd, waardoor Heineken kan profiteren van de opkomende markten en minder wordt blootgesteld aan de volgroeide markten. Berenberg merkt tot slot op dat Heineken minder dominant is in zijn belangrijkste markten dan sectorgenoten, wat reden is om het advies op ‘hold’ te laten staan. Gunstige vergelijkingsbasis KBC Securities heeft op 26 oktober zijn koersdoel voor Heineken verhoogd van 78 euro naar 85 euro, waarbij het advies is blijven staan op ‘buy’. Het bierconcern realiseerde over het afgelopen kwartaal volgens de analisten een solide omzet- en volumegroei, wat mede te danken is aan een gunstige vergelijkingsbasis ten opzichte van een jaar geleden. Verder verwachten de analisten voor het komende kwartaal een hogere omzet per hectoliter, al kan dit nog wel lager uitvallen als gevolg van deflatie. Consensus Heineken Door de recente taxatieverhogingen is het sentiment rondom Heineken verbeterd en terug te zien in de consensus voor het aandeel. Momenteel staan er 4 verkoop-, 13 houd- en 12 koopadviezen uit. Gemiddeld hebben analisten een koersdoel uitstaan van 77 euro, wat een negatief verwacht rendement oplevert van 7,36%. Analisten zijn dus over het algemeen van mening dat de koers van Heineken te ver is opgelopen. Opvallend is dat de bandbreedte waarin de koersdoelen de afgelopen dagen zijn afgegeven fors is. Zo bedraagt het hoogste koersdoel 92,50 euro, afgegeven door UBS, terwijl aan het andere kant van het spectrum Berenberg staat met een koersdoel van 72 euro. De koers-winstverhouding voor Heineken bedraagt momenteel 23,4, terwijl het aandeel een dividendrendement biedt van 1,4%. ^  Inhoud video-opnames van de lezingen Barbara Kos (Pictet Asset Management) Profiteren van megatrends Marco Vocking Succesvol daytraden met de trend mee Arthur Hopstaken (HJCO Capital Partners) Alternatieven verbeteren risico-rendementsverhouding van een beleggings- portefeuille   (Eerst inloggen) Selwyn Duijvestijn (Marktgevoel) Contrair beleggen Royce Tostrams (TOSTRAMS Groep) Super Cycles en Mega Markets Anne Grevinga Voor beleggen is Fundamentele Analyse(FA) een must! Niels Faassen  (Morningstar, Inc.) Actief vs. Passief Douwe Westervaarder en Martin Hendriks (Profit Butler) Het Beleggersdilemma: Zelf doen of laten doen? Willem Middenkoop (Commodity Discovery  Fund) The big reset -- Interviews Sfeerbeeld https://www.youtube.com/watch?v=_8SmR_zM0q0 Analist.nl https://www.youtube.com/watch?v=tBYbzjdySZM Foxware https://www.youtube.com/watch?v=ExHX0y23kOw Royce Tostrams https://www.youtube.com/watch?v=ASupA7m_ps8 Stockpicker Signaal https://www.youtube.com/watch?v=hBL0Zm1ZTdc Surence https://www.youtube.com/watch?v=E_iRBnlFvqg Vocking https://www.youtube.com/watch?v=8w8Y_NvgvX0 Willem Middelkoop https://www.youtube.com/watch?v=7dqH_1hov-8 HCC op Youtube https://www.youtube.com/channel/UCCWMlO_OjoKJKO7SUZQugGg ^  Inhoud Aktief zijn binnen onze vereniging! Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die mee willen doen. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, het schrijven van een column of artikel,  met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan per email contact op met het HCC Beleggen bestuur  of met de redactie  ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. ^  Inhoud

3 november 2015

...

Nieuwsbrief20151001 symp65-1

.. Oktober 2015 Zaterdag 10 oktober is het zover ! You don’t need to be a rocket scientist…. CoSA’s voorbeeldportefeuille  Wanneer verkoop je een beleggingsfonds? Genmab + 30 sept + Hillary Extern vermogen van Nederland gedaald Monetaire en financiële statistieken Nederland Lancering maandblad Analist-Journaal Aktief zijn binnen onze vereniging! ..  "Je bent nooit te oud om te leren" Zaterdag 10 oktober is het zover! Voor de 65e keer wordt er een symposium georganiseerd. Ikzelf kan me de eerste keer niet herinneren maar in de loop van de jaren heb ik heel wat inspiratie opgedaan op het symposium. Dit komt door de grote diversiteit aan sprekers en uiteraard door goede presentaties. Om die reden hebben we er dit keer voor gekozen om een aantal oude bekenden terug te vragen. Daarnaast zijn er ook weer een nieuwe sprekers die elk vanuit een verschillende invalshoek met het beleggen bezig zijn. Een paar van de oude bekenden zijn Royce Tostrams (Tostrams) en Willem Middelkoop (Commodity Discovery Fund). Zoals altijd zullen ze heldere uitspraken, over hoe zij de toekomst zien, doen. Mooi om hun uitspraken te vergelijken en als elementen voor je eigen beleggingsplan te gebruiken. Daarnaast zijn er ook nieuwe sprekers zoals Arthur Hopstaken (HJCO) over de mogelijkheden van alternatieve beleggingen, Barbara Kos (Pictet) over thematisch beleggen en Selwyn Duijvestijn (marktgevoel.nl) over contrair beleggen. 65ste HCC Beleggen symposium Je bent nooit te oud om te leren Keynote-sprekers:   Willem Middelkoop Nederlands publicist, fotograaf, ondernemer en voormalig beurscommentator op RTL Z.  Auteur van diverse spraakmakende boeken w.o. "Als de dollar valt", "Overleef de kredietcrisis" en "The big Reset". In 2008 richtte hij het Commodity discovery Fonds op en startte hij de webshop Amsterdamgold.com welke hij later verkocht aan Value8. Royce Tostrams Sinds zijn afstuderen in 1976 in Amsterdam houdt Tostrams zich als technisch analist bezig met het beoordelen van beurskoersen aan de hand van de grafieken. Hij werkte onder meer voor Robeco, IRIS en de ING Bank. In 1999 richtte hij zijn eigen bedrijf op, de Tostrams Groep, om beleggingsadviezen uit te brengen. Kortom, zorg dat je er op 10 oktober bij bent; het belooft een leuke dag te worden! Klik hier om direkt naar de inschrijfpagina te gaan. Kijk op beleggersonline.nl en beleggerssymposium.nl voor meer informatie over ons 65ste HCC beleggen symposium. 10:00 - 10:45 Barbara Kos (Pictet Asset Management) Profiteren van megatrends Marco Vocking Succesvol daytraden met de trend mee 11:05 - 11:50 Arthur Hopstaken (HJCO Capital Partners) Alternatieven verbeteren risico-rendementsverhouding van een beleggingsportefeuille Selwyn Duijvestijn (Marktgevoel) Contrair beleggen 12:10 - 12:55 Royce Tostrams (TOSTRAMS Groep) Super Cycles en Mega Markets Anne Grevinga Voor beleggen is Fundamentele Analyse(FA) een must! 13:30 - 14:15 Niels Faassen  (Morningstar, Inc.) Actief vs. Passief Douwe Westervaarder en Martin Hendriks (Profit Butler) Het Beleggersdilemma: Zelf doen of laten doen? 14:35 - 15:20 Willem Middenkoop (Commodity Discovery Fund) The big reset -- Voor meer informatie over onderstaande standhouders kijk op beleggersonline.nl In de komende week krijgt u nog een mailtje met de download links voor het programmaboekje met meer informatie over zowel de sprekers als de standhouders Klik hier om direkt naar de inschrijfpagina te gaan ^  Inhoud You don’t need to be a rocket scientist…. Bron:  Ben van den Anker Veel verschijnselen in de financiële markten zijn moeilijk te verklaren door het efficiënte markt model. Inmiddels levert behavioral finance een stevige bijdrage aan een sterker begrip van ontwikkelingen op de beurs. Steeds meer denkt men dat koersen de weerslag zijn van zowel fundamentele, technische als ‘emotionele’ factoren. In deze column zal ik een aantal minder gangbare ‘anomalieën’ in willekeurige volgorde nader toelichten. Deze  verschijnselen die niet voldoen aan een rationale zienswijze blijken impact op het koersverloop te hebben. Verliesaversie verwijst naar het gegeven dat beleggers soms neigen verliezende aandelen te lang vast te houden en de winnaars te snel te verkopen. Iedereen zal het gevoel wel kennen ’’had ik deze aandelen maar een paar maanden langer aangehouden!’ Overeenkomsten met de status quo bias zijn zeker aanwezig, de voorkeur voor de huidige stand van zaken.  Het bankieren bij een vaste bank, terwijl er inmiddels veel betere alternatieven aanwezig zijn, is hiervan een mooi voorbeeld.  Anchoring bias verwijst naar de menselijke neiging te zwaar te leunen op het eerste stuk informatie dat binnenkomt bij het nemen van beslissingen. Nieuwe informatie wordt dan beoordeeld in relatie tot ‘het anker’.  Als aandelen van een hoogtepunt vallen dan zien veel beleggers dit als een goed instapmoment, Het ‘anker’ is dan de hogere vroegere waarde. Als de koersval veroorzaakt is door het algehele marktsentiment  en niet door een verslechtering in de bedrijfsomstandigheden, dan is hier nog wel iets voor te zeggen. In het andere geval kan het wel eens een kostbare inschattingsfout zijn geweest. Een favoriete van mij is de confirmation bias, de neiging voorkeur te geven aan informatie die overeenkomst met je eigen gedachten en hypotheses. Hierdoor kan de belegger informatie wel eens selectief verzamelen, wat het rendement niet ten goede hoeft te komen. Een net zo leuke is het onjuist inschatten van je eigen capaciteiten. In een Amerikaans onderzoek bleek dat 82% van de deelnemers scheen te denken dat zij bij de top 30% van veilige chauffeurs behoren.  Er zijn talloze voorbeelden van deze inschattingsfouten waarbij wij de ‘voordelige positie’ toch wel bij ons zelf leggen. Ben van den Anker (1976) is schrijver / columnist en lid centrale directie aan het Candea College Hij heeft zijn PhD in Business & Management tijdens een negenjarig verblijf in Zuidoost Azië aan de International Graduate School of Business (University of South Australia) behaald. Hij is auteur van het boek The perceived role of Host Country Nationals in Expatriate Adjustment (2010, Ben van den Anker). Zijn onderzoek richt zich met name op de rol van cross-culturele interactie in het functioneren van expatriates. Daarnaast is hij voor de International Business Review revisor voor wetenschappelijke artikelen op het snijvlak business en management. De availability bias refereert aan de neiging zaken die dichter bij in het geheugen liggen meer gewicht te geven. Een automobilist die een ongeluk ziet gebeuren rijdt misschien voorzichtiger in de tijd na het ongeluk, terwijl zijn kansen op een ongeluk niet veranderd zijn t.o.v. de tijd voor het zien van het ongeluk. De belegger die overspoelt wordt met informatie over de IPO van een innovatief bedrijf, kan de informatie daardoor wel eens meer gewicht meegeven, dan het op basis van rationale analyse waard zou zijn. Het kuddegedrag verwijst naar de neiging gedrag van anderen als correct te beschouwen en dit te volgen. Hier is interessant onderzoek naar gedaan waarbij deelnemers het zeer moeilijk vonden tegen bewust onjuiste uitspraken van mede deelnemers in te gaan1). Hoe moeilijk is het vast te houden aan je portfolio als iedereen aangeeft dat er een recessie aan zit te komen? De gokkersdwaling refereert aan een reeks gebeurtenissen en de verwachting dat de volgende gebeurtenis wel eens af kan wijken van de voorgaande. Een dobbelsteen die een paar keer op de 1 eindigt heeft precies dezelfde kans om met de volgende worp weer op een 1 te eindigen. Het self serving bias verwijst naar de neiging successen met het eigen talent te verbinden maar minder succesvolle zaken aan externe factoren te wijten. Kortom, de werkelijkheid die wij als onze werkelijkheid beschouwen blijkt toch voor meerdere interpretaties vatbaar. Inzicht in wat ons drijft in de beslissingen die wij en anderen nemen kan ons zowel helpen anomalieën te ontdekken, als betere beslissingen te nemen. Het met een open houding actief zoeken naar contraire opvattingen kan hierbij verhelderend werken. Ik sluit af met een citaat van Warren Buffet die het belang van behavioral finance in een paar zinnen mooi samenvat: “Investing is not a game where the guy with the 160 IQ beats the guy with the 130 IQ…Once you have ordinary intelligence, what you need is the temperament to control the urges that get other people into trouble in investing.2)” 1) Solomon E. Asch, “Effects of group pressure upon the modification and Distortion of judgment,” in h. Guertzkow, ed., Groups, leadership, and men (Pittsburgh, PA: Carnegie press, 1951). 2) Warren Buffett Speaks: Wit and Wisdom from the World's Greatest Investor, Hardcover – August 31, 2007 ^  Inhoud CoSA’s voorbeeldportefeuille  Bron:  HCC Beleggen, werkgroep CoSA In voorgaande artikelen zijn resp. in augustus en september besproken fundamentele analyse o.b.v de CoSA/NAIC-methode en de wekelijkse CoSA-rangtabel. In de CoSA-nieuwsbrief wordt een voorbeeldportfeuille vanaf maart 2009 wekelijks bijgehouden. De samenstelling van de portefeuille op 18sep2015 ziet u hier. De selectie van de aandelen wordt bepaald door in de rangtabel best presterende aandelen. Het aanhouden of verkopen van een aandeel wordt ook aangegeven in de rangtabel. M.a.w. de portefeuille wordt geheel “beheerd” door de rangtabel. Als een aandeel/bedrijf  aanhoudend verlies lijdt, wordt slechts verkocht als er fundamenteel iets fout is met het bedrijf. Is dat niet het geval dan houden we het aandeel, hetgeen o.a. blijkt uit het aantal dagen dat het aandeel in bezit is. Het resultaat van de portefeuille wordt in deze grafiek getoond Vanaf de jaarwisseling 2012/13 waren naast Europese aandelen ook Amerikaanse aandelen in de CoSA-verzamelingen van SSG-bestanden aanwezig. De CoSA-rangtabel gaf al meteen aan, dat Amerikaanse aandelen de voorkeur verdienden, maar plaatsing in de portefeuille was slechts mogelijk als een aanwezig aandeel door de rangtabel verkoopwaardig werd geacht. Geleidelijk werd langzaam maar zeker de portefeuille met uiteindelijk slechts Amerikaanse aandelen gevuld. De portefeuille werd sinds okt2014 steeds meer begunstigd door valutawinst, want de portefeuille wordt geheel in €’s bijgehouden. Alvorens u bij het zien van het portefeuilleverloop concludeert, dat u in de loop van de sep2015 de portefeuille wellicht zou hebben moeten beëindigen, is het beter eerst even naar een volgend onderdeel van de portefeuille te kijken. We zien, dat ondanks het verlies in sep2015 de netto opbrengst YtD in 2015 met 13,5% toenam. De portefeuille bevat verder wat toelichtende informatie en een wekelijks commentaar over óf in de portefeuille aan te brengen veranderingen óf bijv. over toekomstplannen m.b.t. dividendgroeibeleggen in combinatie met koersgroeibeleggen, zodat langs deze weg hopelijk ook Europese aandelen weer portefeuillewaardig worden. _________ Indien u meer wilt weten over de CoSA/NAIC methode en over CoSA, kunt u de voorlopige CoSA-webpagina, CoSAStartpagina, raadplegen of contact opnemen met de voorzitter: Jan van der Meulen via CoSA-L@beleggersonline.nl U kunt zich met hetzelfde mailadres aanmelden voor het ontvangen van informatie, zoals de wekelijks verschijnende CoSA-nieuwsbrief en voor het verkrijgen van toegang tot de voor CoSA-leden beschikbare Europese CoSA/SSG-verzameling. ^  Inhoud Wanneer verkoop je een beleggingsfonds? Bron:  Jeffrey Schumacher, Morningstar Als fondsanalisten bij Morningstar besteden we veel tijd aan het onderzoeken en beoordelen van beleggingsfondsen die voor beleggers het overwegen waard zijn, maar weten wanneer je als belegger een beleggingsfonds moet verkopen is minstens zo belangrijk. Goede beleggers kijken altijd met een frisse blik naar hun portefeuille. Ze worden niet verliefd op hun posities, maar ervaren ook geen negatieve emoties wanneer het tegen zit. Ze beoordelen hun fondsen en het rendementspotentieel zo rationeel mogelijk en besluiten dan of de fondsen nog geschikt zijn om aan te houden. De uitkomst van de analyse kan zijn dat een fonds verkocht moet worden. Wat dat betreft kunnen er twee redenen zijn waarom een belegger tot verkoop van een beleggingsfonds overgaat. Of het fonds is veranderd, of de belegger zelf is veranderd. Waarschuwingssignalen Er kunnen zich diverse veranderingen bij een beleggingsfonds voordoen die extra aandacht van beleggers vereisen en mogelijk een valide reden vormen om een positie te verkopen. Beheerderwissel De beheerder(s) en analisten vormen de kern van een beleggingsportefeuille. Uiteindelijk zijn zij degenen die de beslissingen nemen. Wanneer hier verandering in plaatsvindt, dan is strikte monitoring vereist, maar of dit tot een verkoop leidt is afhankelijk van meerdere zaken. Zo is een beheerderswissel voor een fonds waarbij er een  stermanager aan het roer staat een groter issue dan een fonds dat door een team van gelijkwaardige beheerders gemanaged wordt. Verder dient de opvolger beoordeeld te worden, waarbij ervaring, relevantie van die ervaring, beleggingsfilosofie en track record vertrouwen kunnen geven of niet. Strategieverandering Een verandering in beleggingsproces kan er voor zorgen dat het fonds niet meer aansluit bij de behoeften van een belegger. Een voorbeeld is wanneer een fonds dat zich richt op AEX aandelen zijn strategie aanpast en ook aandelen opneemt uit de AMX of AScX. De toegevoegde small- en mid-caps veranderen het profiel van het fonds, waardoor het mogelijk niet meer in de portefeuille van een belegger past. Het onderzoeken van de reden achter een strategiewijziging is hierbij eveneens belangrijk. Jeffrey Schumacher CFA, Senior Fondsanalist bij Morningstar Benelux na zijn opleiding aan de VU Amsterdam en het behalen van het certificaat Chartered Financial Analyst (CFA) aan het CFA Institute is hij vanaf juni 2011 als Senior Fund Analyst werkzaam bij Morningstar. Daavoor  was hij van 2006 tot 2009 werkzaam bij Theodoor Gilissen Bankiers als Equity/Commodity Analyst en aansluitend tot juni 2011 werkzaam als Vermogensbeheerder Services / Fund Trading bij SNS Securities. Capaciteit Succes kent een prijs. Een fonds dat sterke rendementen noteert trekt nieuwe beleggers aan. Maar wanneer een sterke groei in beheerd vermogen leidt tot verstoring van het succesvolle beleggingsbeleid, dan kan dit een signaal zijn om een fonds te verkopen. Underperformance Wanneer het rendement van een fonds achterblijft, dan kan dat behoorlijk frustrerend zijn. Voordat een fonds om deze reden wordt verkocht, is het echter belangrijk om de prestaties in het juiste perspectief te plaatsen. Absolute rendementen zeggen niet heel veel, maar wanneer prestaties worden afgezet ten opzichte van vergelijkbare concurrenten en een goed passende benchmark, kan dit veel inzicht geven in de kwaliteit van het track record van een beleggingsfonds. Een verklarende factor voor achterblijvende prestaties kan zijn dat de beleggingsstrategie tijdelijk impopulair is. Dit vormt een minder serieus probleem zolang de manager vasthoudt aan zijn filosofie. Ook de opbouw van de underperformance is belangrijk. Is dit consistent of het resultaat van een enkel slecht jaar of een slechte maand? Veranderingen in het team of beleggingsstrategie zoals hiervoor besproken kunnen ook de oorzaak vormen van de underperformance. Als laatste kan een sterke outperformance ook een waarschuwingssignaal zijn. Het kan impliceren dat het fonds een flink hoger risicoprofiel heeft, waardoor het sterk wisselende prestaties neer kan zetten. Een diepgaande performance analyse is dan ook cruciaal. Organisatorische veranderingen Veranderingen binnen een fondshuis kunnen grote invloed hebben op de werksfeer en daarmee indirect op de resultaten van een beleggingsfonds. Wanneer een fondshuis wordt overgenomen, dan bestaat er een kans dat een beheerder zijn baan verliest. Dat zal hem bezighouden, zodat hij niet volledig gefocust zal zijn op het beheer van zijn portefeuille. Hetzelfde geldt voor reorganisaties. Ook het uitbreiden van het productaanbod waardoor de focus binnen het fondshuis vervaagt of veranderingen in het kostenbeleid van een fondshuis kunnen invloed hebben op de fondsprestaties en daarmee een waarschuwingssignaal vormen. Persoonlijke verandering Veranderingen bij beleggingsfondsen kunnen een gegronde reden zijn voor het verkopen van een beleggingsfonds, maar veranderingen bij de belegger zelf zijn net zo belangrijk. Een aanpassing in tijdshorizon is een legitieme reden om de portefeuillesamenstelling aan te passen. Een belegger kan bijvoorbeeld zijn doelstelling hebben behaald, waardoor hij het zich kan permitteren om zijn risicovollere beleggingen wat af te bouwen. Dit kan betekenen dat bijvoorbeeld fondsen gericht op opkomende landen of small-caps worden verkocht. Aan de andere kant kunnen de beleggingsdoelstellingen ook wijzigen als gevolg van veranderende persoonlijke omstandigheden. Dit kan er voor zorgen dat er meer of minder risico genomen hoeft te worden in de beleggingsportefeuille, wat kan leiden tot verkopen van bestaande posities. De risicoaversie van beleggers kan daarnaast ook af- of toenemen, wat eveneens gevolgen heeft voor de portefeuillesamenstelling. Monitoring zonder ADHD gedrag Beleggers doen er verstandig aan hun fondsen en beleggingsportefeuille met enige regelmaat te controleren om te zien of deze nog aan de gewenste portefeuilleallocatie voldoet, en of de fondsen waarmee de portefeuilleallocatie is ingevuld nog dezelfde karaktereigenschappen hebben en dus nog dezelfde rol in de portefeuille kunnen vervullen als bij aankoop van de fondsen. Een update op kwartaalbasis is meer dan voldoende. Een hogere frequentie vergroot de kans op onnodige handelsactiviteit, terwijl beleggen juist is bedoeld voor de langere termijn. Van ADHD beleggersgedrag worden alleen brokers beter. Naast het checken van de portefeuille kan het ook geen kwaad om op gezette tijden de eigen beleggingsdoelstellingen te evalueren en eventueel aan te passen als gevolg van veranderingen in de markt of veranderingen in persoonlijke doelstellingen. ^  Inhoud Wat heeft Genmab met 30 september en met Hillary Clinton te maken ? Bron:  Jan Kolkman, Stockpicker-signaal Genmap Genmab is de laatste paar weken fors in koers gedaald. Nu kwam er dinsdag 29 september het bericht van Genmab dat een grote aandeelhouder: Fidelity Management and Research, afgekort FMR, zijn belang in Genmab heeft verkleind tot 5,9 miljoen stukken, wat 9,95 procent uitmaakt van het totaal aantal uitstaande aandelen. Jan Kolkman,  oprichter van Stockpicker-signaal heeft tientallen jaren ervaring opgedaan met de belegging in aandelen bij een grote beleggingsmaatschappij en hij heeft zich daarna, via cursussen, symposia en heel veel lezen, gespecialiseerd in technische analyse. Hij hanteert diverse algemeen gebruikte indicatoren en daarnaast ook signalen uit eigen koker. Ik kan me voorstellen dat een aandeelhouder zegt: Jongens we zitten nu op een mooie winst, laten we maar wat verkopen. Daarbij ben ik van mening dat dit wordt ingegeven door de wens van puur winstnemen. Zonder daarbij na te denken wat voor een  winstpotentieel er verder nog in zit. Dit doet me denken aan een gebeurtenis, jaren geleden, dat een analist / fondsbeheerder het verwijt kreeg van een meerdere dat hij een veel te groot belang had in Charles Schwab, een Amerikaanse broker. Die meerdere nam daarover contact op met een hoger geplaatste en die gaf de fondsbeheerder de opdracht onmiddellijk dat belang af te bouwen tot normale proporties. Het bleek dat de fondsbeheerder heel bewust het belang zo groot had gemaakt, want de koers boekte meer dan een verdrievoudiging in heel korte tijd. En die  30 september ? Wel dat is het einde van een kwartaal en een institutionele belegger als FMR moet dan een kwartaalrapportage uitbrengen en wil dan wel even laten zien dat het wat gedaan heeft met een holding die heftig in beweging is. Window dressing noemen ze dat. Hillary Clinton En die heftige beweging in de biotech-sector in het algemeen is, na de fraaie performance gedurende de afgelopen kwartalen, in gang gezet door  Hillary Clinton, de Amerikaanse presidentskandidaat. Zij port de politiek op om er voor te zorgen dat de farmaceuten de prijzen van hun geneesmiddelen gaan verlagen. Zij heeft in een bepaalde geval wel gelijk als je kijkt naar de prijsverhoging die een paar weken geleden in de kranten stond. De prijs van een medicijn werd van de ene op de andere dag verhoogd van 13,50 dollar naar 750 dollar. Dat is vanzelfsprekend een kwestie van vragen om maatregelen. De conclusie van de Wall Street Journal is dat er op den duur minder therapieën en minder groei zal zijn. Het komt er op neer dat de politieke vijandigheid tegen de research en ontwikkeling van geneesmiddelen in Washington stijgende is. Wat dinsdag 29 september  ook nog meespeelde bij de neerwaartse doorbraak van het 600 niveau van de Genmab-koers, was dat dit een stoploss was voor een pas uitgebrachte turbo long. Ik was van mening dat Genmab een goede pijplijn heeft en dat de koers nog steeds kan stijgen. Daarom had ik in augustus een turbo long 500, die echter op 24 augustus is uitgestopt, waarna er geen hefboomproducten meer waren voor dit aandeel. Toen heb in Binck en Goldman Sachs gevraagd weer enkele turbo’s te creëren met diverse stoploss-niveaus. En inderdaad die kwamen er: 450, 500, 550 en 600. Nu is dinsdag 29 september  dus die van 600 weer gesneuveld. Er is vaker sprake van een koersmanipulatie om even een stoploss aan te tikken en dan weer de andere kant op te gaan met de koers. Ik zag weer een hogere koers van dit aandeel. ^  Inhoud Extern vermogen van Nederland gedaald Bron:  DNB Het netto extern vermogen van Nederland is in het tweede kwartaal met EUR 75 miljard gedaald naar een eindstand van EUR 440 miljard (directe investeringen tegen boekwaarde). Dit kwam enerzijds door een negatief saldo van financiële transacties met het buitenland, mede als indirect gevolg van de verplaatsing van intellectueel eigendom naar Nederland. Anderzijds droegen omvangrijke waardeontwikkelingen bij aan de daling. Op de lopende rekening realiseerde Nederland een overschot van bijna EUR 17 miljard (10% van het bbp in 2015K2). Lopende rekening en kapitaalverkeer Het overschot op de lopende rekening lag in 2015K2 ruim een miljard euro lager dan in het tweede kwartaal van 2014. Deze daling is geheel het gevolg van een lager saldo van ontvangen en betaalde primaire inkomens. Het handelssaldo lag bij zowel het goederenverkeer als het dienstenverkeer op een vergelijkbaar niveau als een jaar geleden. Onderliggend zijn de invoer en uitvoer van goederen (rond 4% in volumetermen) en diensten (rond 10%) wel toegenomen. Het lagere saldo bij de primaire inkomens is vooral het gevolg van de uitgekeerde winsten. Nederlandse bedrijven keerden dit kwartaal meer winst en dividend uit aan het buitenland dan een jaar geleden. Nederlandse investeerders ontvingen daarentegen juist minder op hun buitenlandse belangen. Het saldo op de kapitaalrekening was in het tweede kwartaal met EUR -33 miljard incidenteel zeer fors. Dit hangt samen met de verplaatsing van intellectuele eigendomsrechten (EUR 32 miljard) vanuit het buitenland naar Nederland, wat wordt geregistreerd als aankoop van niet-geproduceerde niet-financiële activa. De verplaatsing ging gepaard met inkomende kapitaalstortingen voor de financiering van de rechten. Deze kapitaalstortingen komen tot uiting in de directe investeringen van het buitenland in Nederland. In de toekomst zal dit geheel aan transacties zich vertalen in uitvoer van R&D-diensten en winstuitkeringen aan het buitenland. Financieel verkeer en netto extern vermogen Het netto extern vermogen van Nederland daalde met EUR 75 miljard (directe investeringen tegen boekwaarde), na een reeks van kwartalen waarin het netto vermogen juist flink toenam. Zowel de netto posities bij de directe investeringen (mutatie van EUR -35 miljard), de effecten (EUR -33 miljard) als de financiële derivaten (EUR -41 miljard) namen af. Negatieve prijsmutaties als gevolg van het omgeslagen renteklimaat en de daling van aandelenprijzen, en in mindere mate ook wisselkoersmutaties door de beperkte appreciatie van de euro, verklaren een groot deel van de afname bij effecten en vrijwel de gehele daling bij derivaten. Grafiek 1: Netto extern vermogen van Nederland De bijzondere financiële instellingen (BFI´s) domineerden het beeld bij de directe investeringen, vooral vanwege de eerdergenoemde verplaatsing van intellectuele eigendomsrechten. Bij de niet-financiële bedrijven lagen de uitgaande directe investeringen in het tweede kwartaal met EUR 18 miljard juist hoger dan de inkomende investeringen (EUR 5 miljard). Dit betrof, zeker voor de uitgaande investeringen, vooral leningen tussen groepsmaatschappijen; op het vlak van de kapitaaldeelnemingen was de activiteit in het tweede kwartaal gering. Grafiek 2: Betalingsbalans, een totaaloverzicht van alle transacties tussen ingezetenen en niet-ingezetenen per kwartaal en per jaar In het effectenverkeer droegen de financiële transacties met het buitenland voor EUR 19 miljard bij aan de daling van het netto externe effectenbezit, na twee jaren van positieve saldi. Buitenlandse beleggers kochten voor EUR 6 miljard Nederlandse effecten, terwijl Nederlandse beleggers voor EUR 13 miljard aan buitenlandse effecten van de hand deden. De netto aankoop van Nederlandse effecten betrof volledig effecten die zijn uitgegeven door Nederlandse BFI´s (EUR 9 miljard). Overige Nederlandse effecten werden per saldo verkocht. De buitenlandse positie in Nederlands geldmarktpapier, die de afgelopen kwartalen al was afgenomen, daalde in 2015K2 door verdere netto verkopen van EUR 12 miljard. EUR 9 miljard daarvan betrof bancair geldmarktpapier, waarin tot uitdrukking komt dat het Nederlandse bankwezen gaandeweg minder afhankelijk wordt van kortlopende buitenlandse financiering. De Nederlandse verkopen van buitenlandse effecten gingen gepaard met een herschikking van de beleggingsportefeuille: aandelen en participaties in beleggingsfondsen alsmede geldmarktpapier werden verkocht, en vooral Duits en Amerikaans kapitaalmarktpapier werd gekocht. ^  Inhoud Monetaire en financiële statistieken Nederland Bron:  DNB Op de statestiekpagina's van De Nederlandse Bank vind u behalve onderstaand (dagelijks geupdated)  overzicht  een aantal  downloadable interactieve grafieken  klik hier Rente jongste 10-jarige staatslening In procenten Balans huishoudens In miljarden euro's Nieuwe woninghy-potheken mfi's In miljarden euro's Beleidsdekkingsgr. pensioenfondsen In procenten Uitstaande leningen banken In procenten Euro-dollar wisselkoers Beleggings-instellingen Saldo lopende rekening 4kw.som, in mrd € Goudprijs per kg In duizenden euro's Extern vermogen In miljarden euro's Solvabiliteit verz. onder toezicht In procenten Spaardeposito's met opzegtermijn In procenten Bruto emissies lang schuldpapier In miljarden euro's ^  Inhoud Lancering maandblad Analist-Journaal Bron: Redactie Eindelijk is het dan weer eens zover. Er komt weer een papieren beleggingsblad op de markt met voornamelijk aandelennieuws, beleggingsstrategieën, artikelen over ETF's, smart bèta, interviews en andere interessante beleggingszaken. Ronald Kok van Analist.nl is er absoluut van overtuigd dat de particuliere belegger net zo professioneel kan beleggen als een beursprofessional. Het enige dat de particuliere belegger nu nog vaak ontbeert is educatie, begeleiding en professionele research over het hele Amerikaanse en Europese beleggingsspectrum. De particuliere belegger die goed beslagen ten ijs komt en zelf gaat beleggen kan zo jaarlijks enorm veel geld besparen door de exorbitante beheersvergoedingen (soms tot meer dan 2 procent per jaar) te ontlopen. De uitgever van dit blad, Analist.nl,  verspreid de eerste  exemplaren gratis op inschrijving via zijn website en  mailing. Inschrijvers kunnen de eerste uitgave  van Analist-Journaal midden oktober in hun bus verwachten. Primeur Op de stand van Analist.nl tijdens het 65ste HCC Beleggen symposium, op 10 oktober 2015 in de Bilt, zullen de eerste exemplaren van de dit nieuwe blad "Analist-Journaal" reeds te krijgen zijn voordat ze naar vroeginschrijvers verzonden worden . De lancering van het blad maakt verder deel uit van de uitrol van het nieuwe beleggingsplatform van Analist.nl met de bedoeling de belegger een totaalpakket aan te bieden waarbij ook een nieuwe researchdienst, exclusieve webinars, assistentie bij personal finance, optie-analyses en een educatieplatform horen en waarmee binnenkort ook gestart zal worden. Inkomsten zullen via advertenties, op de website en in de nieuwsbrieven gegenereerd moeten worden. ^  Inhoud Aktief zijn binnen onze vereniging! Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die mee willen doen. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, het schrijven van een column of artikel,  met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan per email contact op met het HCC Beleggen bestuur  of met de redactie  ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. ^  Inhoud

4 oktober 2015

...

Nieuwsbrief20150901

.. september 2015 Inschrijving 65-ste HCC Beleggen symposium geopend  Margin of safety naar Pat Dorsey Rangtabel in CoSA-Nieuwsbrief  Centrale bank en geldschepping Aktief zijn binnen onze vereniging! Beheerd vermogen beleggingsinstellingen daalt na twee jaar groei 3 Randvoorwaarden voor een goed beleggingsfonds Waarom  historische waardering mediabedrijven totaal irrelevant is .. Inschrijving is geopend zie beleggerssymposium.nl Voor de 65e keer wordt er een symposium georganiseerd. Ikzelf kan me de eerste keer niet herinneren maar in de loop van de jaren heb ik heel wat inspiratie opgedaan op het symposium. Dit komt door de grote diversiteit aan sprekers en uiteraard door goede presentaties (misschien is er trouwens iemand die er de eerste keer wel bij was en daar een klein stukje over zou willen schrijven?). Om die reden hebben we er dit keer voor gekozen om een aantal oude bekenden terug te vragen. Daarnaast zijn er ook weer een nieuwe sprekers die elk vanuit een verschillende invalshoek met het beleggen bezig zijn. Een paar van de oude bekenden zijn Royce Tostrams (Tostrams) en Willem Middelkoop (Commodity Discovery Fund). Zoals altijd zullen ze heldere uitspraken, over hoe zij de toekomst zien, doen. Mooi om hun uitspraken te vergelijken en als elementen voor je eigen beleggingsplan te gebruiken. Daarnaast zijn er ook nieuwe sprekers zoals Arthur Hopstaken (HJCO) over de mogelijkheden van alternatieve beleggingen, Barbara Kos (Pictet) over thematisch beleggen en Selwyn Duijvestijn (marktgevoel.nl) over contrair beleggen. 65ste HCC Beleggen symposium Je bent nooit te oud om te leren Keynote-sprekers:   Willem Middelkoop Nederlands publicist, fotograaf, ondernemer en voormalig beurscommentator op RTL Z.  Auteur van diverse spraakmakende boeken w.o. "Als de dollar valt", "Overleef de kredietcrisis" en "The big Reset". In 2008 richtte hij het Commodity discovery Fonds op en starte hij de webshop Amsterdamgold.com welke hij later verkocht aan Value8. Royce Tostrams Sinds zijn afstuderen in 1976 in Amsterdam houdt Tostrams zich als technisch analist bezig met het beoordelen van beurskoersen aan de hand van de grafieken. Hij werkte onder meer voor Robeco, IRIS en de ING Bank. In 1999 richtte hij zijn eigen bedrijf op, de Tostrams Groep, om beleggingsadviezen uit te brengen. Kortom, zorg dat je er op 10 oktober bij bent het belooft een leuke dag te worden! Op  beleggerssymposium.nl worden in de komende tijd alle details over dit symposium gepubliceerd. Klik hier om rechtstreeks naar de inschrijfpagina te gaan. ^  Inhoud Margin of safety naar Pat Dorsey.   Bron:  Ben van den Anker In deze column licht ik de benadering van voormalig directeur van Morningstar Pat Dorsey (tijdens de jaren 1989 – 2011) met betrekking tot het waarderen van aandelen toe. Pat Dorsey beschrijft dit uitvoerig in zijn boek ‘The five rules for succesfull stock investing 1). ’ Alhoewel ik hier niet op deze vijf regels inga is dit boek een absolute aanrader. Op zeer veel plaatsen zijn er op het internet gegevens over de waardering van aandelen te vinden. Een nadeel van de tegenwoordig veel gebruikte ratio’s is echter dat weliswaar aandelen met elkaar vergeleken kunnen worden op prijs, maar de waarde van het aandeel veelal buiten beschouwing gelaten wordt. Zonder de waarde te kennen is het moeilijk een prijs te bepalen voor het aandeel. De benadering van Morningstar gaat net zoals bij Warren Buffet uit van een ‘margin of safety’, aandelen worden dus enkel tegen een prijs lager dan de intrinsieke waarde aangeschaft. De intrinsieke waarde is hierbij niet zo gemakkelijk te relateren aan de veel gebruikte prijs boekwaarde, maar richt zich meer op de cash flow en groei waarden die het bedrijf nu en in de toekomst kan genereren. Met kennis over de intrinsieke waarde kan ook bijvoorbeeld een P/E-ratio in een ander licht gezien worden. De vrije cashflow is belangrijk, omdat dit uit het bedrijf genomen kan worden zonder het bedrijf operationeel te schaden. Bedrijven keren dit uit als dividend, kopen aandelen in waardoor het percentage eigenaarschap van aandeelhouders toeneemt of het bedrijf kan het herinvesteren in het bedrijf. Een present value berekening past de toekomstige cashflow aan het gegeven aan dat deze toekomstige cash flow vandaag minder waard is.Geld dat we vandaag ontvangen kunnen wij investeren tegen een bepaalde opbrengst. Een toekomstige cashflow kunnen we pas investeren als we het ontvangen. Daarbij speelt geldontwaarding tevens een rol. Er is dus sprake van een discount rate bij het afwaarderen van een toekomstige cash flow en het is dan logisch dat aandelen met een relatief stabiele voorspelbare cashflow relatief een lagere discount rate hebben dan aandelen met een minder voorspelbare cashflow. Ben van den Anker (1976) is schrijver / columnist en lid centrale directie aan het Candea College Hij heeft zijn PhD in Business & Management tijdens een negenjarig verblijf in Zuidoost Azië aan de International Graduate School of Business (University of South Australia) behaald. Hij is auteur van het boek The perceived role of Host Country Nationals in Expatriate Adjustment (2010, Ben van den Anker). Zijn onderzoek richt zich met name op de rol van cross-culturele interactie in het functioneren van expatriates. Daarnaast is hij voor de International Business Review revisor voor wetenschappelijke artikelen op het snijvlak business en management. De discount rate is afhankelijk van de grootte van het bedrag, timing en het risico verbonden aan de toekomstige cash flow. Om de huidige waarde te bepalen kun je de cashflow delen door 1.0 plus de discount rate. Een cashflow van 100 € met een 10 procent discount rate voor de periode van één jaar is dan 100/1.1 ofwel 90.91 € waard. Anders gezegd, 90.91 € tegen 10% rendement is over een jaar 100 € waard. Hoe bepalen we dan de discount rate? De twee factoren time value en risico spelen hier een groet rol. Gaan rente tarieven omhoog, dan gaat ook de discount rate omhoog. Dit geldt ook voor het risico van het bedrijf. Kleinere bedrijven lopen meer risico dan grotere. Bedrijven met hogere schulden nemen eveneens meer risico. Cyclische bedrijven vinden het vaak problematischer cashflow correct in te schatten, dus ook hierbij zal de discount rate hoger zijn. De beroemde ‘economic moat’ oftewel competitief voordeel van het bedrijf is van belang, net zoals de complexiteit van het zaken doen. Kortom, een eenduidig antwoord op de vaststelling van de discountrate is niet te geven. Morningstar houdt een discountrate van 10.5% aan voor het gemiddelde bedrijf. Stabiele bedrijven als Johnson & Johnson en Colgate worden met 9% discountrate bediend en innovatieve bedrijven als Micron Technology en E*Trade zitten met hun discount rate tussen de 13 en 15%. Als volgende stap wordt de perpetuity value berekend. Hiervoor wordt de meest recente cashflow genomen, opgehoogd met de waarde waarmee je voorspelt dat de cashflow zal groeien over een periode van bijv. 10 jaar. De uitkomst wordt dan gedeeld door de discountrate minus de verwachte groei rate. Het volgende model geeft de gehele procedure aan. Simpel 10-jaar waarderingsmodel Stap 1: voorspel de vrije kasstroom (FCF) voor de volgende 10 jaar Stap 2: Discount deze FCF om de present value te benaderen. Discounted FCF = FCF / (1 + R)n R is hierbij de discount rate en N het aantal jaren dat wordt gebruikt. Stap 3: Bereken de perpetuity waarde en discount dit naar het heden. Perpetuity value = FCF10 x (1 + g) / (R-g) Discounted Perpetuity Value = perpetuity Value / (1 = R)10 Stap 4: bereken de totale equity waarde door de discounted perpetuity waarde en de 10 discounted cahsflows (in stap 2 berekend) toe te voegen. Stap 5:  Bereken per aandeel waarde door de totale equity te delen door het aantal uitstaande aandelen. Waarde per aandeel = totale equity / uitstaande aandelen Om het allemaal wat inzichtelijker te maken is onderstaand een voorbeeld van de berekening uit het boek toegevoegd 2). Het belangrijkste bij deze oefening is dat we onszelf dwingen anders te kijken naar de waardering van bedrijven. Een P/E ratio van 16 keer de earnings als redelijk te beschouwen krijgt meer ‘body’ door de toekomstige en huidige waarde te bepalen. Hiermee wordt het ook mogelijk een margin of safefy te ontdekken. Dat het in de praktijk niet allemaal zo voorspoedig verloopt blijkt wel uit de aankoop van Nokia door Microsoft en de aankoop van Gen Re door Berskshire Hathaway. Warren Buffet zei na deze problematische aankoop “Gen re’s culture and practises had substantially changed and unbeknownst to management – and to me- the company was grossly mispricing its current business’ 3). Iedere benadering voor het investeren in equity heeft zijn eigen merites, maar het werken aan de ontwikkeling van intrinsieke waarde houdt de belegger gefocust op de waarde van het bedrijf in plaats van de prijs van het aandeel. Het is hierbij zaak verder te kijken dan de ratio’s die op het verleden gebaseerd zijn. Het aandeel is de huidige waarde van de toekomstige cashflow waard en die waarde wordt bepaald door de grootte van de cash flows, timing en het risico verbonden aan de cash flow. Pat Dorsey is in januari 2014 overigens gestart met Dorsey Asset Management, waar hij een zeer beperkt aantal aandelen in portefeuille houdt. 1)Pat Dorsey, The five rules for succesfull stock investing; Morningstar’s guide to building wealth and winning in the market, 2004. 2)Afbeelding: Berekening uit boek van Pat Dorsey, 'The five rules for succesfull stock investing'; Morningstar’s guide to building wealth and winning in the market, 2004, p. 150. 3) http://www.berkshirehathaway.com/2002ar/2002ar.pdf ^  Inhoud Rangtabel in wekelijkse CoSA-Nieuwsbrief  Bron:  HCC Beleggen CoSA-werkgroep In dit artikel bespreken we de Rangtabel die wekelijks met onze Nieuwsbrief wordt verzonden. Deze tabel geeft een overzicht van alle aandelen die we volgen. Op dit moment zijn dat 366 aandelen verdeeld over diverse beurzen: 38 Amsterdam, 16 Brussel, 26 XETRA, 8 Parijs en 278 New York. We streven naar een verdere uitbreiding van deze verzameling, waarbij we vooral meer EU-aandelen hopen toe te voegen. Sinds kort volgen we niet alleen Koersgroeiaandelen, maar ook voegen we aandelen toe die interessant zijn voor een Dividend(groei)belegger. Dat we op dit moment in meerderheid US-aandelen in ons bestand hebben komt enerzijds door het grote aantal aandelen dat in de US een beursnotering heeft en anderzijds doordat voor de US-markten eenvoudig selecties gemaakt kunnen worden met behulp van zeer betaalbare software. Voor de EU-aandelen bestaat dergelijke software niet voor zover wij weten. Voor de EU-aandelen moeten we de ssg’s handmatig aanmaken en aanpassen na het verschijnen van een nieuw jaarverslag. Daarbij worden ook data van Morningstar gebruikt. Hieronder ziet u een deel van een recente Rangtabel. Klik hier om zelf de hele Tabel te downloaden. fig 1: Kolom A-M CoSA Rangtabel De tabel geeft een overzicht van alle aandelen in ons bestand. Voor elk aandeel wordt de actuele waarde getoond van de verschillende kengetallen die we gebruiken. Uitleg bij de verschillende afkortingen die in de kolomkoppen worden gebruikt, vindt u in de gele kolommen AA t/m AG. Bovenaan ziet u vier knoppen waarmee u de sortering kunt wijzigen door op een knop te klikken. Sorteringen zijn mogelijk op Ticker, Bedrijfsnaam, Beurs en NAIC met filters. fig 2: Kolom N-Y CoSA Rangtabel Deze laatste sortering zorgt ervoor dat de aandelen die volgens onze criteria het meest aantrekkelijk zijn bovenaan komen te staan. Bovenaan staan dan de aandelen met een Koop-oordeel zowel op grond van de NAIC-criteria als de extra filters die wij hebben ontwikkeld. Binnen deze groep worden deze aandelen van hoog naar laag gerangschikt op basis van de berekende TRg-waarde. TRg = groei van het totaalrendement (Total Return), omgerekend naar het jaarlijkse groeipercentage In kolom AD (Extra Filters) ziet u grenswaarden die onze voorkeur hebben en die gebruikt worden bij de beoordeling of een aandeel aan Koop-, Houden- of Verkoop-voorwaarden voldoet. U kunt deze grenswaarden echter wijzigen en daarna de rangorde opnieuw laten bepalen. Zo kunt u een selectie maken gebaseerd op uw eigen voorkeuren. Indien u meer wilt weten over de NAIC methode en over CoSA, kunt u de voorlopige CoSA-webpagina (Klik hier), raadplegen. fig 3: Kolom Y-AG CoSA Rangtabel Ook kunt u contact opnemen met de voorzitter: Jan van der Meulen via CoSA-L@beleggersonline.nl   U kunt zich op hetzelfde mailadres aanmelden voor zowel het ontvangen van informatie,  de wekelijks verschijnende CoSA-nieuwsbrief en voor het verkrijgen van toegang tot de voor CoSA-leden beschikbare Europese CoSA/SSG-verzameling. ^  Inhoud Centrale bank houdt vinger aan de pols bij geldschepping  Bron:  DNB.nl   Weinig mensen zullen bij het afrekenen van de dagelijkse boodschappen stilstaan bij de vraag wat de definitie is van geld en hoe geld ontstaat. Toch gaat het hier om een economisch verschijnsel dat van grote invloed is op het functioneren van de economie en onze samenleving. Dat is ook de reden waarom de hoeveelheid geld in het economisch systeem scherp in de gaten wordt gehouden door centrale banken. Wat is geld? Geld is het medium dat in een economie als betaalmiddel algemeen geaccepteerd wordt, en gebruikt wordt als rekeneenheid en oppotmiddel. Klik op link om videopresentatie  "Geldschepping" in uw browser af te spelen https://youtu.be/h1aY0fCSb00 Centrale banken hanteren een heel concrete definitie om de geldhoeveelheid in een economie te meten. Daarbij gaat het om financiële activa in handen van huishoudens en bedrijven die gemakkelijk als betaalmiddel ingezet kunnen worden. Uit  Figuur 1 blijkt dat volgens deze definitie de geldhoeveelheid slechts voor een klein deel bestaat uit munten en bankbiljetten. Voor het overgrote deel bestaat de geldhoeveelheid uit banktegoeden, vooral betaal- en spaarrekeningen. De hoeveelheid geld in het economisch systeem verandert continu. Het toenemen van de geldhoeveelheid heet geldschepping. Banken spelen een centrale rol bij het ontstaan van geld. Daarom worden banken ook wel geldscheppende instellingen genoemd. Figuur 1 (Samenstelling van de geldhoeveelheid) Geldschepping door wederzijdse schuldaanvaarding tussen bank en klant Geldschepping is een gevolg van het aangaan van een lening bij een bank. Wanneer een bank en een klant een kredietovereenkomst afsluiten, gebeuren tegelijkertijd twee dingen op de balans van de betreffende bank. Aan de bezittingenkant schrijft de bank bij dat een vordering op de klant is ontstaan, bijvoorbeeld een hypotheek of een bedrijfslening. Aan de verplichtingenkant schrijft de bank bij dat de betreffende klant de beschikking heeft over een tegoed ter grootte van de lening. Dit nieuwe tegoed valt onder de definitie van de geldhoeveelheid, en dus is nieuw geld gecreëerd. Tabellen 1 en 2 laten aan de hand van een versimpelde bankbalans zien hoe dat werkt. De voorbeeldbank heeft in de uitgangssituatie EUR 500 miljoen aan leningen aan huishoudens en bedrijven uitstaan. Daar tegenover staat EUR 500 miljoen aan deposito’s van huishoudens en bedrijven. Tabel 2 maakt inzichtelijk dat ten gevolge van een kredietovereenkomst ter grootte van EUR 10 miljoen zowel aan de bezittingen- als aan de verplichtingenkant van de bankbalans veranderingen optreden. Er ontstaan derhalve boekhoudkundig wederzijds verplichtingen tussen bank en klant.   Enerzijds  krijgt de klant een schuldverplichting aan de bank.   Anderzijds heeft de bank een schuldverplichting aan de klant in de vorm van een tegoed. Economen noemen dit dan ook geldschepping door wederzijdse schuldaanvaarding. Op het moment dat het krediet wordt afgelost, vindt een omgekeerde mutatie plaats op de bankbalans en wordt gesproken over geldvernietiging. Geldschepping vindt niet ongebreideld plaats Uit het bovenstaande zou kunnen worden afgeleid dat de hoeveelheid geld in de economie vrijelijk door banken kan worden bepaald. Dat is niet het geval en zou bovendien onwenselijk zijn. Ongebreidelde geldschepping kan bijvoorbeeld leiden tot hoge inflatie, dat wil zeggen een sterke toename van het algemene prijspeil. De centrale bank heeft het mandaat om te zorgen voor prijsstabiliteit. Daartoe voert zij monetair beleid, waarmee het geldscheppend vermogen van banken wordt beheerst. Dit gebeurt door het sturen van de prijs van geld en krediet: de rente. Wanneer de prijsstabiliteit in het geding dreigt te komen zal de centrale bank de rente aanpassen, wat vervolgens de vraag naar geld en krediet zal stimuleren of juist afremmen. Als de rente hoog is, zullen immers minder mensen willen lenen. Bij een lage rente neemt de vraag naar leningen juist toe. Het huidige aankoopprogramma voor staatsobligaties, ook wel aangeduid als kwantitatieve verruiming, is een alternatieve manier om de geld- en kredietgroei te stimuleren. Het Eurosysteem injecteert hierbij geld direct in de economie door de staatsobligaties aan te kopen met nieuw gecreëerd elektronisch geld. Tegelijkertijd wordt ook het toezicht instrumentarium ingezet om te bevorderen dat banken voldoende solide zijn om hun belangrijke functie op een goede wijze te kunnen vervullen. Sinds de crisis zijn veel toezichteisen aangescherpt om de stabiliteit van het bankwezen te waarborgen en te verstevigen. Tenslotte hebben banken ook een eigen belang om de geld- en kredietgroei te beheersen. Een bank zal immers uitsluitend willen overgaan tot wederzijdse schuldaanvaarding met een klant die voldoende kredietwaardig is. ^  Inhoud Beheerd vermogen van beleggingsinstellingen daalt na twee jaar groei  Bron:  DNB.nl, 17 augustus 2015 Het totale vermogen van de Nederlandse beleggingsfondsen is in het tweede kwartaal van 2015 voor het eerst in twee jaar gedaald, met 4,5% (EUR 36,4 miljard). Dit kwam voornamelijk doordat de beleggingen van de fondsen in waarde daalden (-3,6% rendement). Daarnaast werd er voor EUR 7,0 miljard aan inlegde gelden aan de beleggingsinstellingen onttrokken. Het totale vermogen van Nederlandse beleggingsfondsen daalde in het tweede kwartaal van 2015 met EUR 36,4 miljard (-4,5% kwartaal-op-kwartaal), van EUR 808 miljard naar EUR 772 miljard (zie figuur 1). De grootste daling was bij de aandelen- en de obligatiefondsen te zien, met EUR 22,1 miljard (- 7,4% kwartaal-op-kwartaal) en 13,5 miljard (-4,8% kwartaal-op-kwartaal) respectievelijk. Deze ontwikkeling is tegengesteld aan die van het vorige kwartaal, toen het vermogen van aandelen- en obligatiefondsen toenam met EUR 24,7 en EUR 20,8 miljard. Figuur 1 - Beleggingen van Nederlandse beleggingsfondsen De daling van het belegde vermogen werd voornamelijk veroorzaakt door een waardedaling van de beleggingen ter grootte van EUR 24,4 miljard (-3,1% van het vermogen). Deze daling werd veroorzaakt door een combinatie van prijs- en wisselkoerseffecten, en was het sterkst bij obligatiefondsen (EUR 12,9 miljard, -4,8%) en aandelenfondsen (EUR 11,7 miljard -4,2%) (zie figuur 2). Dit is in lijn met de algemene ontwikkeling op de financiële markten. Alleen de fondsencategorie overige fondsen behaalde een beleggingswinst van in totaal EUR 5,7 miljard (+ 6,5%), vooral door een waardestijging van grondstoffen. De waardedaling van de beleggingen werd deels gecompenseerd door een positieve opbrengst ten waarde van EUR 5,5 miljard uit rente en dividenden. De grootte van deze opbrengsten is vooral veroorzaakt door dividend, dat vaak in het tweede kwartaal van het jaar wordt uitbetaald. Het totale rendement van de sector (waardeverandering plus rente en dividenden) bedroeg in het tweede kwartaal van 2015 -3,6%, tegenover +10,1% in het vorige kwartaal. Figuur 2 - Rendement Nederlandse beleggingsfondsen De groei van de beleggingsfondsen werd ook beperkt door een totale netto-onttrekkingen aan de uitgegeven participaties ten hoogte van EUR 7,0 miljard (zie figuur 3). Vooral institutionele beleggers hebben geld aan de fondsen onttrokken. Pensioenfondsen trokken per saldo EUR 4,7 miljard terug en verzekeraars EUR 1,5 miljard. Bij de verschillende beleggingscategorieën was sprake van een gemengd beeld. Hoewel de onttrekkingen aan aandelenfondsen EUR 14,0 miljard (-5,1%) bedroegen, stroomde er per saldo geld naar de obligatiefondsen (EUR 2,8 miljard, +1,0%) en overige fondsen (EUR 4,9 miljard, +5,6%). Figuur 3 - Netto-inleg naar beleggingscategorie Statistics: Beleggingsinstellingen ^  Inhoud 3 Randvoorwaarden voor een goed beleggingsfonds  Bron:  Jeffrey Schumacher, Morningstar In Europa zijn er meer dan 30.000 beleggingsfondsen te koop. Het merendeel van dit gigantische fondsaanbod heeft echter geen bestaansrecht. Veel fondsen presteren namelijk minder goed dan een passief alternatief in de vorm van een ETF of indexfonds. Het is voor beleggers dan ook zaak om het kaf van het koren te scheiden. Dit zijn drie kenmerken van fondsen die het volgens Morningstar in zich hebben om zich positief te onderscheiden. 1.    Lage kosten Het kostenniveau van een beleggingsfonds is van doorslaggevend belang voor het behalen van een goed rendement. De kosten van een fonds gaan immers direct ten laste van het rendement en vormen daarmee een horde voor een fondsbeheerder. Het spreekt voor zich dat lage kosten het gemakkelijker maken om die horde te nemen dan wanneer het fonds tot de duurdere opties behoort. De kosten die ten laste gaan van het rendement bestaan voor een belangrijk gedeelte uit de beheervergoeding. De hoogte van deze vergoeding kan binnen dezelfde type fondsen flink verschillen. Zo bedraagt de beheervergoeding van het wereldwijde aandelenfonds Aberdeen Global World Equity 1,00 procent, terwijl Robeco N.V. de helft hiervan rekent. Die 0,5 procent per jaar lijkt verwaarloosbaar, maar het rente-op-rente effect zorgt ervoor dat dit verschil aanzienlijk wordt op de langere termijn. Andere kosten die ten laste gaan van het fondsvermogen zijn bijvoorbeeld accountantskosten en marketingkosten. Jeffrey Schumacher CFA, Senior Fondsanalist bij Morningstar Benelux na zijn opleiding aan de VU Amsterdam en het behalen van het certificaat Chartered Financial Analyst (CFA) aan het CFA Institute is hij vanaf juni 2011 als Senior Fund Analyst werkzaam bij Morningstar. Daavoor  was hij van 2006 tot 2009 werkzaam bij Theodoor Gilissen Bankiers als Equity/Commodity Analyst en aansluitend tot juni 2011 werkzaam als Vermogensbeheerder Services / Fund Trading bij SNS Securities. Gezamenlijk vormen deze kosten de ‘lopende kosten’, het prijskaartje van een beleggingsfonds. Dit is een percentage kosten dat vermeld staat in een document genaamd ‘Essentiële Beleggersinformatie’, dat op de website van fondsaanbieders terug te vinden is. Hoewel het percentage lopende kosten opgebouwd is uit veel kostencomponenten, zijn er ook kosten die hier niet onder vallen. Een mogelijke additionele kostenfactor ontstaat wanneer het fonds ervoor kiest om een prestatievergoeding te hanteren. De structuren van deze vergoeding kunnen sterk uiteenlopen. Wanneer fondsen een prestatievergoeding hanteren, heeft Morningstar een voorkeur voor een kostenstructuur waarbij er sprake is van een lage beheervergoeding, een acceptabel (10-15%) percentage prestatievergoeding, een prestatiemeting ten opzichte van een relevante benchmark en er moet sprake zijn van een high watermark. Een laatste kostenpost die niet onderschat mag worden, maar geen onderdeel vormt van de lopende kosten, zijn de transactiekosten die een fonds maakt als gevolg van het aan- en verkopen van posities in het fonds. Des te hoger de omloopsnelheid in een portefeuille, des te hoger de transactiekosten die ten laste gaan van het fondsresultaat. Het is maar de vraag of dat vele handelen per saldo wat oplevert. Wat je zeker weet is dat de broker die de orders uitvoert er goed aan zal verdienen. Een hoge omloopsnelheid kan daarom het potentieel van een fonds beperken. 2.    Actief beheer Om de benchmark te verslaan moet een beleggingsfonds afwijken van de benchmark. Dit wordt actief beheer genoemd. Een beheerder kan een fonds op verschillende manieren actief beheren. Hij kan effecten buiten de benchmark selecteren, maar ook posities in de benchmark een ander gewicht geven dan deze in de benchmark hebben. Daarnaast kan een fonds afwijken op bijvoorbeeld regio-, sector-, valuta-, beleggingsstijl- en marktkapitalisatie-allocatie. Het zijn allemaal verschillende dimensies van actief beheer. De mate van afwijking is belangrijk. Wanneer een fonds te dicht bij de benchmark blijft, dan zijn er minder mogelijkheden om deze te verslaan. Een fonds dat de kosten van een actief beheerd fonds rekent maar feitelijk dicht bij de benchmark blijft, zal op langere termijn veel moeite hebben om toegevoegde waarde te realiseren. 3.    Solide beheerder Uiteindelijk is het de beheerder die bepaalt hoe de portefeuille wordt ingericht. Deze beheerder (of het beheerteam) speelt dan ook een sleutelrol in het uiteindelijke succes van een fonds. Niet alleen de omvang van een team in relatie tot het belegbare universum en de kwaliteit van de ondersteuning spelen hier een rol, maar ook de ervaring van een beheerder en de relevantie van die ervaring zijn belangrijke elementen. Morningstar heeft een voorkeur voor beheerders die een lange staat van dienst op een strategie hebben. Beleggers die zich hebben bewezen in verschillende marktcycli. Stabiliteit in het beheerteam en de ondersteuning is eveneens een cruciale factor. Als laatste factor is het belangrijk dat een beheerder ook doet waarvoor hij is aangesteld, namelijk het zo goed mogelijk beleggen van het vermogen van de aandeelhouders in het fonds. Een beheerder moet zich dan ook kunnen concentreren op het onderzoeken en selecteren van effecten in zijn portefeuille en zijn tijd spenderen aan het construeren van een solide portefeuille. Randzaken als marketingpraatjes en het verschijnen op events moeten tot een minimum worden beperkt. Wanneer de beheerder van uw fonds zich continu in de spotlights manoeuvreert, dan moet u zich afvragen hoeveel tijd hij zich nu daadwerkelijk met het beheer van het fonds bezighoudt. Een goed fonds met een sterk track record verkoopt zichzelf wel, daar is geen marketing voor nodig en zeker niet van degene die al zijn tijd en energie zou moeten steken in het beheren van die portefeuille. ^  Inhoud Waarom de historische waardering van mediabedrijven totaal irrelevant is Bron:  23 aug 2015, Ronald Kok, analist.nl Amerikaanse mediabedrijven hebben onlangs rake klappen van analisten gekregen. Zo daalde de koersen van Walt Disney en Time Warner beide met 4%, nadat Bernstein Research de volgende was die zijn taxaties voor beide aandelen verlaagde. Maar ook andere mediabedrijven moesten bloeden op de beurs. Volgens Bernstein Research moeten beleggers de mediasector totaal anders gaan waarderen. De twee belangrijkste inkomstenbronnen, betaalabonnementen en adverteerders, zijn namelijk in gevaar. Bernstein Research stelt dat het niveau waar de mediaaandelen in het verleden op verhandeld werden totaal irrelevant is. De wereld is daarvoor teveel veranderd. Of de daling van het aantal betaalde tvabonnementen gaat versnellen staat buiten kijf, de enige vraag is in welk tijdsbestek. Ronald Kok (RBA)  Financieel analist, entrepeneur en uitgever van o.a. Analist.nl Na zijn economie opleiding aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, VBA aan de VU  Universiteit van Amsterdam bleef hij zich verder specialiseren w.o. EFFAS , en  focust hij zich nu vooral op financiële analyse en de praktische toepasbaarheid van beleggingsstrategieën. Zijn aandachtsgebieden zijn vooral de Amerikaanse en Europese aandelen. Daarnaast focust Ronald zich ook op derivatenstrategieën, asset-allocatie en risicomanagement. Migratie van kijkers De analisten vervolgen hun tirade door te stellen dat de Amerikaanse televisieindustrie een periode van structurele daling in gaat, wat veroorzaakt wordt door een migratie van kijkers van advertentie gesponsorde platformen naar platformen waar geen advertenties worden getoond. Bernstein Research geeft de voorkeur aan mediabedrijven die zo min mogelijk worden blootgesteld aan de Amerikaanse advertentieindustrie, maar juist een sterke positie in sport content hebben en internationaal georiënteerd zijn. Disney en Time Warner naar ‘houden’ In deze nieuwe waardering van Bernstein Research zijn Walt Disney en Time Warner de grootste verliezers. Walt Disney  was lange tijd juist een van de best presterende bedrijven binnen de Dow Jones Inudstrial Average. Bernstein Research stelt dat het bedrijf ondanks positieve projecten in de pijplijn, zoals het college football championship en de uitbreiding van de Star Wars franchise, teveel risico’s herbergt. Voor Time Warner  spande het erom of het advies zou worden verlaagd, maar Bernstein Research stelt dat de verwachtingen van het bedrijf voor 2018 onder druk staan. Tot slot wijst Bernstein Research op Viacom, dat volgens de analisten een ‘clear structural short’ is. Zij verlaagden al eerder hun taxaties voor het aandeel. Fox is een van de weinige bedrijven die volgens Bernstein Research nog potentieel biedt. De analisten twijfelen of het aandeel de prestaties van de afgelopen periode in de komende kwartalen kan doorzetten, maar zien geen redenen om hun waarderingen voor het bedrijf bij te stellen ^  Inhoud Aktief zijn binnen onze vereniging! Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die mee willen doen. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, het schrijven van een column of artikel,  met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan per email contact op met het HCC Beleggen bestuur  of met de redactie  ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. ^  Inhoud

6 september 2015

...

Nieuwsbrief20150801

.. Augustus 2015 Je bent nooit te oud om te leren China blijft koersen drukken Conjunctuurbeeld verbetert opnieuw Hypotheekrente daalt sneller dan spaarrente Monetaire en financiële statistieken Nederland Afname kredietvraag MKB gestopt en kredietvraag woninghypotheken stijgt verder Fundamentele analyse m.b.v de NAIC methode Aktief zijn binnen onze vereniging! .. Je bent nooit te oud om te leren Bron: bestuur HCC Beleggen  "Je bent nooit te oud om te leren" Voor de 65e keer wordt er een symposium georganiseerd. Ikzelf kan me de eerste keer niet herinneren maar in de loop van de jaren heb ik heel wat inspiratie opgedaan op het symposium. Dit komt door de grote diversiteit aan sprekers en uiteraard door goede presentaties (misschien is er trouwens iemand die er de eerste keer wel bij was en daar een klein stukje over zou willen schrijven?). Om die reden hebben we er dit keer voor gekozen om een aantal oude bekenden terug te vragen. Daarnaast zijn er ook weer een nieuwe sprekers die elk vanuit een verschillende invalshoek met het beleggen bezig zijn. Een paar van de oude bekenden zijn Royce Tostrams (Tostrams) en Willem Middelkoop (Commodity Discovery Fund). Zoals altijd zullen ze heldere uitspraken, over hoe zij de toekomst zien, doen. Mooi om hun uitspraken te vergelijken en als elementen voor je eigen beleggingsplan te gebruiken. Daarnaast zijn er ook nieuwe sprekers zoals Arthur Hopstaken (HJCO) over de mogelijkheden van alternatieve beleggingen, Barbara Kos (Pictet) over thematisch beleggen en Selwyn Duijvestijn (marktgevoel.nl) over contrair beleggen. Keynote-sprekers:   Willem Middelkoop Nederlands publicist, fotograaf, ondernemer en voormalig beurscommentator op RTL Z.  Auteur van diverse spraakmakende boeken w.o. "Als de dollar valt", "Overleef de kredietcrisis" en "The big Reset". In 2008 richtte hij het Commodity discovery Fonds op en starte hij de webshop Amsterdamgold.com welke hij later verkocht aan Value8. Royce Tostrams Sinds zijn afstuderen in 1976 in Amsterdam houdt Tostrams zich als technisch analist bezig met het beoordelen van beurskoersen aan de hand van de grafieken. Hij werkte onder meer voor Robeco, IRIS en de ING Bank. In 1999 richtte hij zijn eigen bedrijf op, de Tostrams Groep, om beleggingsadviezen uit te brengen. Kortom, zorg dat je er op 10 oktober bij bent het belooft een leuke dag te worden! Op  beleggerssymposium.nl worden in de komende tijd alle details over dit symposium gepubliceerd. Kijk hier dan ook regelmatig want vanaf half augustus begint hier de inschrijving. ^  Inhoud China blijft koersen drukken Bron:  Jeffrey Stafford, Morningstar De prijzen van steenkool, koper en ijzererts blijven laag nu de Chinese economie transformeert van investeringsgedreven naar vraaggedreven. Voor één grondstof is er een uitzondering: uranium. In het kort De sector basismaterialen wordt dicht verhandeld tegen de Morningstar’s waardering met een gemiddelde koers/fair value van 0,97 en een koers/fair value van 0,99. De prijzen van delfstoffen die flink hebben geprofiteerd van China’s investeringen in infrastructuur en de hausse op de Chinese vastgoedmarkt zullen niet herstellen. Morningstar ziet echter één uitzondering en dat is voor uranium nu China bouwt aan nieuwe kernenergiecentrales. De opleving van de Chinese huizenmarkt in het tweede kwartaal is tijdelijk. Jeffrey Stafford, CFA Aandelen analist bij Morningstar Jeffrey heeft zijn opleiding gehad aan: University of Notre Dame BBA, Finance 2001 – 2005 en vervolgens The University of Chicago - Booth School of Business (MBA) 2013 – 2016 Nu is hij werkzaam als aandelen analist bij Morningstar met als specialisatie landbouw en chemische bedrijven Als de Chinese economie weer in balans is denkt Morningstar dat een vertraging in de investeringen onvermijdelijk is. Deze vooruitblik schildert dan ook geen mooi plaatje voor veel industriële grondstoffen voor welke China het afgelopen decennium de motor achter de vraag was. Recente gegevens laten een verzwakking van de vraag uit China zien. De wereldwijde staalproductie daalde op jaarbasis zowel in april als in mei als gevolg van een lagere Chinese productie. De Chinese staalconsumptie daalde in 2014 voor het eerst in tien jaar en Morningstar verwacht dat de Chinese vraag naar staal ook in 2015 en 2016 zal afnemen. De verandering in de samenstelling van het Chinese bbp (minder investeringen, meer binnenlandse consumptie) zal op de metaalprijzen drukken. Morningstars langetermijnverwachting voor ijzererts is een prijs van USD 60/ton tegenover een gemiddelde prijs in de afgelopen vijf jaar van USD 128/ton. We voorzien een prijs voor steenkool van USD 110/ton tegenover een gemiddelde van USD191/ton in de afgelopen vijf jaar. Koper wordt later in het bouwproces gebruikt dan bijvoorbeeld staal en daarom is de koersdaling van koper iets vertraagd, maar de prijs van koper is met die van andere metalen omlaag gegaan en we voorzien een koers van USD 2,46/pond tegenover gemiddeld USD 3,44/ton in de afgelopen vijf jaar. De afnemende vraag in China naar elektriciteit en de afkeer van vervuilende elektriciteitscentrales op steenkool t zorgt voor een verwachte prijs van thermische steenkool van USD 67/ton waar dat de afgelopen vijf jaar gemiddeld USD 91/ton was. Uranium is echter een opmerkelijke uitzondering onder de industriële grondstoffen. Waar China goed is voor ongeveer de helft van de wereldwijde vraag naar steenkool , koper en ijzererts neemt het minder dan 10 procent van de wereldwijde vraag naar uranium voor zijn rekening. Morningstar verwacht dat de Chinese vraag naar uranium zal verviervoudigen in het komende decennium. Want China breidt zijn arsenaal kernreactoren uit om elektriciteitscentrales op steenkool te vervangen. Het uraniumaanbod zal moeite hebben om de extra vraag bij te benen en we verwachten dat de uraniumprijs toeneemt van USD 50/pond op dit moment naar USD 75/ pond in de komende jaren. Tijdelijke maatregelen Ofschoon de Chinese huizenmarkt in het afgelopen kwartaal enige levenstekens liet zien en de laatste gegevens een toename in de vraag naar huizen laten zien, is Morningstar voor de lange termijn negatief over de Chinese huizenbouw. Renteverlagingen en het wegvallen van restricties op de koop van een tweede huis helpen om de prijzen op korte termijn overeind te houden, maar deze tijdelijke maatregelen lossen de problemen niet op waarmee de Chinese huizenmarkt op de lange termijn kampt. Topaandelen in de sector basismaterialen Peabody Energy (BTU) Peabody Energy delft thermische steenkool in de Verenigde Staten en thermische en metallurgische steenkool in Australië. Peabody’s steenkoolactiviteiten in de Verenigde Staten worstelden omdat de lage aardgasprijs heeft gezorgd voor een aanzienlijk overstap van steenkool naar aardgas. Tegen een aardgasprijs van - in de Verenigde Staten – tussen USD 2 en 3 per duizend kubieke voet kan steenkool moeilijk concurreren. Als de prijs van aardgas klimt naar USD 4 per duizend kubieke voet, wat de energie-analisten van Morningstar verwachten, dan is de steenkool die Peabody uit het Amerikaanse Powder River Basin en Illinois Basin haalt weer concurrerend. Voor zijn Australische activiteiten is Peabody afhankelijk van de prijzen van overzeese steenkool, omdat zijn steenkool wordt geëxporteerd. Deze prijzen zijn voortdurend gedaald omdat het aanbod zich maar langzaam aanpast aan de afgenomen vraag. Als het overaanbod wordt gerationaliseerd dan zal Peabody’s Australische steenkool profiteren van de hogere prijzen voor overzeese steenkool. Cloud Peak Energy (CLD) Cloud Peak Energy haalt thermische steenkool uit de grond in het Powder River Basin in de Verenigde Staten tegen lage productiekosten. De problemen in het afgelopen jaar met de afvoer van de steenkool per spoor zijn grotendeels verdwenen. Maar net als Peabody kampt ook Cloud Peak met de lage aardgasprijs en de switch van steenkool naar gas. Door de milde winter hebben energiecentrales op organische wijze een voorraad steenkool opgebouwd, omdat ze minder kolen stookten terwijl de aanvoer van steenkool doorging. Tegen een aardgasprijs van - in de Verenigde Staten – tussen USD 2 en 3 per duizend kubieke voet kan steenkool moeilijk concurreren. Als de prijs van aardgas klimt naar USD 4 per duizend kubieke voet, zoals de energie-analisten van Morningstar verwachten, dan is de steenkool die Cloud Peak uit het Powder River Basin haalt weer concurrerend waardoor de resultaten van de mijnbouwer verbeteren. Arrium (ARI) Arrium is betrokken bij het delven van ijzererts, staalproductie en de levering van consumptiematerialen voor de mijnbouw zoals maalkogels die worden gebruikt bij de productie van koper en goud. Arrium is ondergewaardeerd wat het negatieve sentiment van de markt reflecteert wat betreft de relatief dure ijzerertsproductie. Morningstar vindt ook dat die beperkt waarde heeft. De lage Australische dollar zal de marges op staal en de winst op mining consumeables verbeteren. De consumptiematerialen voor de mijnbouw bieden een broodnodige basis voor een stabiele winst. Morningstar denkt dat de winst en de koers van Arrium zullen verbeteren ten opzichte van de huidige lage niveaus, maar erkent dat Arrium een belegging is voor beleggers met een hoge risicotolerantie. Denkt u alles te weten over beleggen? ^  Inhoud CBS: Conjunctuurbeeld verbetert opnieuw Bron:  CBS Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok is in juli 2015 weer beter dan in juni, maakt CBS bekend. Vanaf de zomer van 2013 tot het voorjaar van 2014 verbeterde de conjunctuur continu, daarna ging de verbetering stapsgewijs. Vanaf mei versnelt de opgaande lijn. In juli zet de positieve trend verder door. De Conjunctuurklok van CBS is een hulpmiddel voor het bepalen van de stand en het verloop van de Nederlandse conjunctuur. In de conjunctuurklok komt vrijwel alle belangrijke economische informatie samen die CBS tijdens de afgelopen maand c.q. het afgelopen kwartaal heeft gepubliceerd. In juli presteerden bijna alle indicatoren in de Conjunctuurklok beter dan hun langjarige trend. Producenten en consumenten blijvend positief Het vertrouwen van de ondernemers in de industrie valt iets terug in juli, maar hun stemming blijft positief. Sinds oktober 2014 hebben positief gestemde ondernemers de overhand. Producenten in de industrie waren minder positief over de toekomstige productie. Ze waren ook een fractie minder positief over hun orderportefeuille. Verder is de bezettingsgraad van de machines en installaties bij aanvang van het derde kwartaal van 2015 uitgekomen op ruim 82 procent. Dat is het hoogste percentage sinds het uitbreken van de crisis eind 2008. Het vertrouwen van consumenten is ook iets minder positief. Dit komt doordat consumenten aanzienlijk minder positief oordelen over het economisch klimaat. Zowel het producenten- als het consumentenvertrouwen ligt ruim boven het langjarig gemiddelde. Export, investeringen en consumptie huishoudens groeien De export van goederen groeide in mei aanzienlijk. Het volume van de export van goederen was 7,5 procent groter dan in mei 2014. De stijging is groter dan in de voorgaande maand. In mei groeide vooral de export van machines, apparaten, aardolie- en chemische producten. Ook de investeringen zijn weer gegroeid. Het volume van de investeringen in materiële vaste activa was bijna 7 procent groter dan in mei 2014. Deze stijging is vooral te danken aan hogere investeringen in woningen. Verder is ook weer meer geïnvesteerd in wegvervoer zoals vracht- en bestelauto’s en in telecommunicatie. Consumenten hebben in mei 1,1 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in mei 2014. Consumenten gaven meer uit aan voedings- en genotmiddelen. Ook aan duurzame goederen besteedden ze meer. Ze gaven ook deze maand vooral meer uit aan woninginrichting en huishoudelijke apparaten. Consumenten hebben in mei ook weer wat meer gas verbruikt dan een jaar eerder. De stijging is echter veel kleiner dan in de voorgaande 4 maanden. Ten slotte gaven ze meer uit aan diensten, zoals woninghuur, reizen met bus of trein, bezoek aan restaurant of kapper, en verzekeringen. Uitgaven aan diensten maken ruim de helft van de totale binnenlandse consumptieve bestedingen uit. Industrie produceert meer dan vorig jaar De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in mei hoger dan in mei 2014. De productie van de industrie wordt nog steeds negatief beïnvloed door de het wegvallen van productiecapaciteit in de tabaksindustrie. Zonder die weggevallen capaciteit zou de productiegroei van de industrie nog groter geweest zijn. Dalende trend faillissementen Het aantal uitgesproken faillissementen van bedrijven lag in juni op het laagste niveau sinds januari 2009. Sinds de zomer van 2013 is er sprake van een dalende trend. Minder werklozen, arbeidsmarkt herstelt in laag tempo In juni waren er opnieuw minder mensen werkloos. Het aantal werklozen daalde de afgelopen 3 maanden met gemiddeld 5 duizend per maand. Het werkloosheidspercentage kwam uit op 6,9. Het aantal banen is in het eerste kwartaal niet gestegen ten opzichte een kwartaal ervoor. In de 3 kwartalen ervoor groeide het aantal banen nog. Daardoor lag het aantal banen in vergelijking met het eerste kwartaal van 2014 wel 72 duizend hoger. Eind maart waren er 125 duizend openstaande vacatures in Nederland. Dit zijn er 6 duizend meer dan een kwartaal eerder. Het aantal neemt al 7 kwartalen op rij toe, maar het totale aantal vacatures is nog steeds maar de helft van de recordaantallen tijdens de hoogtijdagen in 2007 en 2008. Het totale aantal uitzenduren neemt al sinds begin 2013 toe. In het eerste kwartaal van 2015 is zowel het langlopende uitzendcontracten in de vorm van detachering of payrolling als het aantal kortdurende contracten weer toegenomen. De toename is wat minder sterk dan in het vierde kwartaal van 2014. In het eerste kwartaal van 2015 werkten er 225 duizend uitzendkrachten in Nederland. Economische groei steeds breder gedragen Uit de tweede berekening op 24 juni bleek dat de Nederlandse economie in het eerste kwartaal van 2015 voor de vierde keer achtereen is gegroeid. De groei kwam uit op 0,6 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Deze groei wordt steeds breder gedragen: investeringen, consumptie en de export leveren een positieve bijdrage. Ten opzichte van de hoogconjunctuur in de eerste helft van 2008 is de Nederlandse economie nog 0,2 procent kleiner. In vergelijking met het eerste kwartaal van 2014 is de omvang van de Nederlandse economie 2,5 procent groter. Vrijdag 14 augustus 2015 komt het CBS met de eerste uitkomsten over de economische groei en het aantal banen in het tweede kwartaal van 2015. Meer cijfers staan in het dossier Conjunctuur. Voor meer conjunctuurinformatie zie: conjunctuurbericht. ^  Inhoud Monetaire en financiële statistieken Nederland Bron:  DNB Op de statestiekpagina's van De Nederlandse Bank vind u behalve onderstaand (dagelijks geupdated)  overzicht  een aantal  downloadable interactieve grafieken  klik hier ^  Inhoud Hypotheekrente daalt sneller dan spaarrente Bron:  DNB,  27 juli 2015 Al geruime tijd nemen de spaar- en hypotheekrentes van banken af. In de afgelopen twaalf maanden zijn beide rentes gedaald, de spaarrente met 30 basispunten en de hypotheekrente met 60 basispunten. In mei van dit jaar kregen Nederlandse huishoudens een rente van gemiddeld 1,04% op hun eenvoudig opneembaar spaargeld. Op nieuw afgesloten hypotheken moest gemiddeld 2,83% worden betaald. Ten opzichte van april is de spaarrente in mei met 2 basispunten gedaald en de hypotheekrente met 11 basispunten. Nederlandse huishoudens hadden in mei bijna EUR 300 miljard aan eenvoudig opneembaar spaargeld tegen een gemiddelde spaarrente van 1,04 procent. De afgelopen periode is de spaarrente afgenomen (zie grafiek 1). Hierbij hebben onder meer de afgenomen vraag van banken naar financiering, het nog steeds grote aanbod van spaargeld en de relatief lage kosten van andere vormen van financiering op de geldmarkt een rol gespeeld. Grafiek 1: Verschil hypotheekrente en spaarrente Ook de spaarrente op het vaststaand spaargeld is afgenomen. Huishoudens hebben ruim EUR 50 miljard aan vaststaand spaargeld. Op het spaargeld dat in mei werd vastgezet, werd een rente van gemiddeld 1,88% vergoed. Ongeveer zestig procent van het in mei op een spaardeposito geplaatste spaargeld kende een vaste looptijd van maximaal één jaar. De omvang van de hypotheken van Nederlandse huishoudens bij banken bedroeg in mei bijna EUR 520 miljard. Op deze uitstaande hypotheken betalen huishoudens een gemiddelde rente van 4,16%. Ook deze rente op uitstaande hypotheken is afgenomen (de afgelopen twaalf maanden met 23 basispunten), maar veel minder dan de rente op eenvoudig opneembaar spaargeld. Dit komt doordat huishoudens hun rente vaak voor langere tijd vast zetten. Op de nieuwe hypotheken die banken in mei hebben verstrekt bedroeg de rente gemiddeld 2,83 procent. Ook deze rente op nieuwe hypotheken is door de banken verlaagd. Deze verlaging was gedurende de afgelopen twaalf maanden sterker dan de verlaging van de spaarrente (zie grafiek 2). Hierdoor neemt het verschil tussen de spaarrente en de rente op nieuw afgesloten hypotheken langzaam af. Het verschil tussen de rente op eenvoudig opneembaar spaargeld en de rente op nieuwe hypotheken bedroeg in mei zo’n 180 basispunten (zie grafiek 1). Grafiek 2: Cumulatieve maand-op-maand mutaties (in basispunten) ^  Inhoud Afname kredietvraag MKB gestopt en kredietvraag woninghypotheken stijgt verder Bron:  DNB Volgens de Nederlandse banken is de vraag naar woninghypotheken in het tweede kwartaal van 2015 verder gestegen. Deze ontwikkeling, die in het eerste kwartaal van 2014 is ingezet, zet zich daarmee versterkt voort. Wat bedrijfskredieten betreft is het de eerste keer in ruim zes jaar tijd dat er geen vraagafname vanuit het midden- en kleinbedrijf (MKB) wordt gemeld door de banken. De banken geven verder aan dat de kredietvraag vanuit het grootbedrijf is gestegen. Dit blijkt uit de driemaandelijkse Bank Lending Survey (BLS) van de ECB. Deze enquête verschaft kwalitatieve informatie over de kredietverlening door in Nederland gevestigde banken aan huishoudens en bedrijven in het eurogebied en de acceptatiecriteria die zij hanteren. Vraag naar woninghypotheken stijgt verder In het tweede kwartaal van 2015 melden alle deelnemende banken in de enquête een stijgende kredietvraag naar woninghypotheken (grafiek 1). Als relevante factoren voor de toename van de hypotheekvraag worden het betere vooruitzicht op de woningmarkt, het gegroeide consumentenvertrouwen en de lage rentetarieven genoemd. Voor het derde kwartaal van 2015 voorzien banken met een gezamenlijk marktaandeel van 77 procent een verdere opleving. De deelnemende banken hebben in de enquête aangegeven dat hun acceptatiecriteria voor woninghypotheken onveranderd zijn gebleven. De laatste keer dat banken per saldo een versoepeling rapporteerden van hun acceptatie­criteria was in het eerste kwartaal van 2008. Afname van kredietvraag MKB gestopt Bij kleine en middelgrote ondernemingen zien de Nederlandse banken in het tweede kwartaal van 2015 geen verandering in de vraag naar krediet (grafiek 2). Het is de eerste keer sinds begin 2009 dat de bankensector een gelijkblijvende vraag vanuit het MKB rapporteert, in plaats van een afname van de vraag. Voor het derde kwartaal van 2015 verwacht, gewogen naar marktaandeel, 57 procent van de Nederlandse banken een stijging van de vraag naar deze vorm van krediet. Verder melden de banken dat hun acceptatiecriteria voor krediet aan het MKB onveranderd zijn gebleven. Bij grote ondernemingen melden banken met een gezamenlijk marktaandeel van 59 procent een aantrekkende vraag. Deze ontwikkeling is sinds het eerste kwartaal van 2014 gaande. Tot slot hebben banken aangegeven dat acceptatiecriteria voor krediet aan grote ondernemingen ongewijzigd zijn gebleven. Toelichtende noot: Deze analyse is gebaseerd op een gewogen berekening van de antwoorden van de banken in de enquête, waarbij uitkomsten zijn uitgedrukt in netto gewogen percentages (gewogen som van het aantal banken dat een stijging rapporteert minus het aantal banken dat een daling aangeeft). De antwoorden van banken worden gewogen met hun aandeel in betreffend marktsegment. Vanaf juni 2015 wordt Tabel 5.5 over de Bank Lending Survey gepubliceerd volgens de nieuwe gewogen berekening. Dit heeft geleid tot beperkte bijstellingen in de historische data. ^  Inhoud Fundamentele analyse m.b.v de NAIC methode Bron:  HCC Beleggen Cosa werkgroep De NAIC-methode berekent van een beursgenoteerd bedrijf de gemiddelde groeipercentages per jaar voor zowel de WpA (winst per aandeel)  als de omzet. Als men de historische waarden van de WpA en de omzet logaritmisch uitzet tegen de jaren, zullen zij min of meer op een rechte lijn komen te liggen. De trendlijnen zijn gemiddelden die de beste aanpassing van rechte lijnen langs of door de punten geven. Deze lijnen worden vervolgens gebruikt voor de prognose van de WpA en de omzet. De NAIC-methode neemt (onder voorwaarden) aan, dat zowel de hoogste als de laagste koersen even hard zullen groeien als de WpA, wat een constante koers/winst-verhouding in de prognoseperiode impliceert. We zien dat weergegeven als een oplopend  koerskanaal in de jaren 2013 t/m 2017. De NAIC-methode gaat m.b.v. de tot nu toe verkregen resultaten nog een stap verder om tot een koop-, houden- of verkoopadvies te komen. Daartoe wordt de laagst voorgekomen koers in de laatste vijf historische boekjaren afgetrokken van de geprognosticeerde hoogste koers in het vijfde jaar erna, dus 2017. Van het verschil neemt NAIC globaal het middelste derde deel als de breedte van wat we de NAIC-zone noemen. De onder- en de bovengrens ervan zijn in de grafiek met horizontaal lopende streepjeslijnen aangegeven. Tot slot wordt in de grafiek nog de koers op het moment van de te nemen beslissing afgebeeld, hier door middel van een dikke ronde blauwe stip in mrt. 2013. Het NAIC-advies is “kopen“ als die stip onder de ondergrens van de  NAIC-zone ligt, “verkopen“ als de stip boven de bovengrens van de zone ligt en “houden“ als de stip tussen de zone-grenzen ligt. Grafiek: In de hier getoonde grafiek zijn drie van de gegevens die bij de NAIC-methode worden gebruikt zichtbaar gemaakt. Geïsoleerde punten en lange strepen zijn historische gegevens, lijnen en streepjeslijnen zijn berekend. Computerprogramma’s nemen het handmatig rekenwerk over en geven consistent en snel de in dit voorbeeld globaal aangegeven waarden plus afgeleide uitkomsten weer. Zo worden ook prognoses berekend voor te verwachten hoogste en laagste jaaropbrengsten, o.a. rekening houdend met dividenden. De CoSA-werkgroep stelt zich tot taak om fundamenteel beleggen o.b.v. de NAIC-methode m.b.v. de daarbij behorende bestanden en programma’s beschikbaar te stellen en houden voor geïnteresseerden. Dat zijn VEB/NCVB- en HCC-leden, die aangegeven hebben onze informatie te willen (blijven) ontvangen. Vanwege een beleidswijziging van de VEB zullen vanaf 2016 alleen bestaande CoSA-abonnees de wekelijkse CoSA-nieuwsbrief ontvangen. Nieuwe CoSA-abonnees zullen vanaf 2016 HCC-lid moeten zijn of worden om zich op te kunnen geven als abonnee van de wekelijkse CoSA-nieuwsbrief. Momenteel wordt door de CoSA-werkgroep gewerkt aan het geschikt maken van het programma Computerondersteunde Selectie van Aandelen, CoFA, voor dividendbeleggen en het aanpassen van de rangtabel om de meest geschikte aandelen te identificeren. Wekelijks wordt daar over gerapporteerd in de CoSA-nieuwsbrief. Indien u meer wilt weten over de NAIC methode en over CoSA, kunt u contact opnemen met de voorzitter: Jan van der Meulen via CoSA-L@beleggersonline.nl U kunt zich bij hem ook aanmelden voor het ontvangen van informatie, zoals de wekelijks verschijnende CoSA-nieuwsbrief en voor het verkrijgen van toegang tot de voor CoSA-leden beschikbare Europese CoSA/SSG-verzameling. _____ *) NAIC :  National Association of Investors Corporation, de Amerikaanse zustervereniging van de NCVB.    CoSA:  Computerondersteunde Selectie van Aandelen. ^  Inhoud Aktief zijn binnen onze vereniging! Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die mee willen doen. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, het schrijven van een column of artikel,  met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan per email contact op met het HCC Beleggen bestuur  of met de redactie  ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. ^  Inhoud

8 augustus 2015

...

Nieuwsbrief20150701

.. Juli 2015 Je bent nooit te oud om te leren Verspreid instappen verlaagt risico’s Alternatief voor bankkrediet komt van beleggers Prijsoorlog luxe goederen? Telefoonabonnement met ‘gratis’ toestel blijft lening Waarschuwing tegen risico’s van algoritmische handel Aktief zijn binnen onze vereniging! .. Je bent nooit te oud om te leren Bron: bestuur HCC Beleggen De komende keer is het voor de 65e keer dat er een symposium wordt georganiseerd. Een hele mijlpaal! Als motto hebben we daarom dit keer gekozen "Je bent nooit te oud om te leren". Eén van de rode draden bij beleggen is de noodzaak om steeds op zoek te zijn naar nieuwe wegen. Dit kunnen bijvoorbeeld nieuwe beleggingsideeën, nieuwe technieken, of nieuwe beleggingsstrategieën zijn. Je moet steeds je kennis ontwikkelen. Het komend symposium biedt weer volop de mogelijkheden daartoe. Naast een paar oude bekenden hebben we ook weer een paar nieuwe sprekers. Zoals altijd kan je over een groot aantal onderwerpen kennis opdoen: of je nu bijvoorbeeld een verhaal van een vermogensbeheerder, van een technisch analist of van een hedgefund aanbieder wilt horen. Daarnaast zijn er ook weer een groot aantal leveranciers aanwezig die je graag wegwijs maken in de door hen geboden diensten. Het symposium biedt ook een goede mogelijkheid om de in de loop van de jaren opgedane contacten aan te halen en nieuwe contacten te leggen. Zet vast in uw agenda:  65ste HCC Beleggen symposium op 10 oktober 2015 ^  Inhoud Verspreid instappen verlaagt risico’s behoorlijk Bron: Ronald Kok, Analist.nl Beleggen in aandelen komt in principe neer op het zoeken van ondergewaardeerde aandelen en deze kopen. De zoektocht naar ondergewaardeerde aandelen doen we uiteraard heel zorgvuldig en dit kost normaliter heel veel tijd. Als we eenmaal besloten hebben om bijvoorbeeld het aandeel Philips te kopen dan kunnen we dit ‘a la minute’ doen: met 1 druk op de knop heeft u de aandelen in uw bezit. Random walk Maar waarom zouden we de aankoop van het aandeel niet uitspreiden door de tijd? Veel wetenschappers noemen de beurs immers, sowieso op de korte termijn, 1 groot casino. Dit betekent dat beurskoersen eigenlijk totaal willekeurig bewegen op de korte termijn en dat er pas op de langere termijn enige voorspelbaarheid aanwezig zou kunnen zijn. Dus ook al zijn we nog o zo zeker dat het aandeel Philips nu ondergewaardeerd is, dan moeten we toch erkennen dat het aandeel, vooral op de kortere termijn, alle kanten opgezwieberd wordt (de ‘random walk’). Het risico is dus enorm groot dat stel dat we vandaag inderdaad het aandeel Philips zouden kopen het op 23 euro zouden kopen, dat het morgen meer dan 20 procent lager of hoger zou staan. Het opwaartse ‘risico’ willen we uiteraard maar niet het neerwaartse risico. Het kan u dus als het aandeel in 1x op 1 moment koopt dus enorm meezitten of enorm tegen zitten. Ronald Kok (RBA)  Financieel analist, entrepeneur en uitgever van o.a. Analist.nl Na zijn economie opleiding aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, VBA aan de VU  Universiteit van Amsterdam bleef hij zich verder specialiseren w.o. EFFAS , en  focust hij zich nu vooral op financiële analyse en de praktische toepasbaarheid van beleggingsstrategieën. Zijn aandachtsgebieden zijn vooral de Amerikaanse en Europese aandelen. Daarnaast focust Ronald zich ook op derivatenstrategieën, asset-allocatie en risicomanagement. Timing alleen achter mogelijk Dit is natuurlijk vrij logisch en moet natuurlijk door de beleggers erkend worden. Desalniettemin zien we in de praktijk dat beleggers vaak direct volledig in een aandeel stappen. Hierdoor worden er in onze ogen teveel risico’s genomen want er wordt zo tevens een groot timingsrisico genomen. Wanneer u eerdere publicaties van ons heeft gezien dan heeft u kunnen lezen dat wij van mening zijn dat het timen van individuele aandelen onmogelijk is. Uiteraard kennen wij de onderzoeken naar het momentum-effect maar de meesten daarvan hebben geen consistentie: hiermee bedoelen we dat we inderdaad in het verleden het momentum-effect achteraf hebben kunnen vaststellen maar dat het een speld in een hooiberg/lot uit een casino is om hier vooraf van te kunnen profiteren. Spreiden voorkomt lijden Hoe verlagen we dan het timingsrisico? Hier is helaas geen sluitend antwoord op. Het enige wat wij hiervoor adviseren is om de aankoop van het aandeel Philips in delen te verspreiden door de tijd . Hiermee bedoelen we dat wij de totale aankoop in delen verdelen. Bijvoorbeeld iedere maand 1/12e of zelfs iedere week 1/52e. Dit klinkt natuurlijk erg omslachtig en levert natuurlijk ook extra transactiekosten op. Het feit dat de laatste jaren de transactiekosten hard omlaag zijn gegaan biedt de belegger echter wel meer mogelijkheden om zijn transacties te verspreiden door de tijd. Hoe langer de termijn hoe grotere rendementsuitslagen In de praktijk zien we dat de rendementen op de korte termijn relatief beperkt zijn. Wanneer we bijvoorbeeld kijken naar de rendementen op weekbasis dan zien we dat de gemiddelde uitslagen vrij beperkt zijn. Als we het tijdsframe uitbreiden naar bijvoorbeeld een maand dan zien we dat de rendementsuitslagen verder uit elkaar gaan lopen: meer hogere en meer negatieve uitslagen. Als we kijken naar de rendementen op jaarbasis dan zien we die nog veel verder uiteen lopen. De onderstaande figuur toont de gemiddelde rendementen per week, maand en jaar. Gemiddelde gelijkgewogen rendementen per week, maand en jaar van alle Nederlandse en Belgische aandelen over de periode juni 2005 tot en met juni 2015. We zien dus dat de rendementen op weekbasis met 0,47 procent vrij beperkt zijn. De rendementen op maandbasis worden licht hoger en de rendementen op maandbasis zijn enorm hoger. Laat u in ieder geval niet in de war brengen: toevallig zijn de rendementen over deze periode vrij positief (voor verklaard na het enorme herstel na de grote daling in 2008). Wat we hier duidelijk willen benadrukken is dat de rendementen op de langere termijn fors hoger zijn dan op kortere termijn. Het cirkeldiagram hier toont de gemiddelden; hier vallen de extreme uitslagen (positieve en negatieve) dus min of meer tegen elkaar weg. De verschillen voor individuele aandelen zijn daarom fors hoger. Zie hiervoor de individuele rendementen per aandeel per periode hier onder. Gemiddelde rendementsuitslagen Individuele rendementsuitslagen per week, maand en jaar van alle Nederlandse en Belgische aandelen over de periode juni 2005 tot en met juni 2015. De bovenstaande grafieken laten zien dat op de langere termijn de rendementsuitslagen steeds extremer worden. Wat betekent dit nu voor u als belegger? De grotere rendementsuitslagen op de langere termijn betekenen simpelweg meer volatiliteit voor u. Stel dat u de aandelen Philips koopt en ze gemiddeld een jaar aanhoudt, dan ziet u dat u de rendementen zeer uiteenlopend zijn. We gaan dit middels een simulatie uitzoeken. We gaan bekijken wat de rendementen zijn als we het aandeel Philips in 1x kopen, of iedere maand een 12e of wekelijks een 52e deel. Bij het geheel in het aandeel Philips stappen lopen we dus een groot timingsrisico: het kan enorm mee of tegenzitten. Bij het spreiden van de aankoop door de tijd zou het timingsrisico in principe verlaagd kunnen worden. Bij deze simulatie laten we de transactiekosten en eventuele dividenduitkeringen buiten beschouwing. Simulatie 1x , 12x of 52x aankopen Voor de simulatie doen we 100 simulaties bij de 3 aankoopvarianten: 1x per jaar, iedere maand of iedere week. Er wordt dan respectievelijk 100%, 1/12e van 100% en 1/52e van 100% belegd in het aandeel Philips. Wanneer we kijken naar de simulatie van het direct aankopen van het aandeel Philips dan blijkt er een behoorlijk verschil qua volatiliteit te zijn:                                                 We zien inderdaad dat wanneer we het aandeel direct kopen er bij de simulatie een zeer grote spreiding is van de rendementen: het kan zeer meezitten of zeer tegen. Dit hogere risico uit zich in de hoogste standaarddeviatie. Wanneer we de investering in het aandeel Philips per maand uitspreiden dan zien we dat de standaarddeviatie en het verschil tussen de uitslagen beiden lager worden. Als we wekelijks het aandeel voor 1/52e kopen dan dalen de standaarddeviaties en rendementsverschillen nog fors verder. De bovenstaande staafgrafiek vat het hele effect van het uitspreiden van de aankoop in een notendop samen. We zien dat als u het aandeel in 1x koopt u zeker meer perspectief heeft op een hoger rendement maar ook op een fors lager rendement: de hoogste rode balk en de laagste blauwe balk. Bij het uitspreiden van uw aankoop door de tijd heen verlaagt u uw timingsrisico behoorlijk. Dit omdat u toevalligerwijs koopt in opgaande en in neergaande markten. De positieve en neerwaartse bewegingen middelen elkaar doorgaans redelijk uit. Uiteraard gaat het spreiden door de tijd heen dus gepaard met ook een doorgaans lager rendement. Het voorbeeld van het uitspreiden van uw aankoop van 1x per jaar naar per week een deeltje is natuurlijk een extreem voorbeeld en in de praktijk niet erg handig. We hebben het erbij getoond om sec te onderstrepen wat de impact van timing kan zijn. We raden u dus niet alleen aan uw beleggingen over veel aandelen te spreiden maar ook nog de aan- en verkopen ervan door de tijd te spreiden. ^  Inhoud Alternatief voor bankkrediet komt van beleggers Bron: DNB Middelgrote Nederlandse ondernemingen krijgen in toenemende mate toegang tot alternatieve financieringsbronnen voor bancair krediet. In navolging van de VS komt de markt voor onderhandse leningen (private placements) langzaam van de grond. Dit vermindert de afhankelijkheid van bancaire financiering. Voor banken betekent dit een andere, nieuwe rol waarbij ze kredietvragers en –verschaffers bij elkaar brengen. Voor Nederlandse middelgrote bedrijven die investeringsprojecten hebben van 7 tot 10 jaar is het aantrekken van financiering dikwijls lastig. De weg naar de obligatiemarkt is voor deze 'midkappers' niet open en is relatief kostbaar. Banken verstrekken vaak niet langer dan 5 jaar financiering, en zijn sinds de crisis terughoudender geworden. De groei van langjarige kredieten loopt al kwartalen achtereen terug (zie grafiek 1). Grafiek 1: Banken zijn terughoudender geworden met bedrijfskredieten % verandering in bancaire bedrijfskredieten met looptijd langer dan 5 jaar Banken zijn terughoudender geworden met bedrijfskredieten Tot nog toe waren middelgrote bedrijven aangewezen op financiers in de Verenigde Staten of op de banken voor meerdere kortere leningen die doorgerold moeten worden, met alle onzekerheid van dien. Maar er gloort voor dergelijke ondernemingen licht aan de Europese horizon van de onderhandse leningenmarkt, ook wel de private placement markt genoemd. Deze markt is een springplank voor bedrijven die weliswaar te klein zijn voor de kapitaalmarkt, maar die met hun groei- en investeringsambities van belang zijn voor de economie. Europa kan bij de ontwikkeling van deze markt leren van de VS, waar de marktfinanciering dominant is. In de VS verloopt zo’n 80% van de totale ondernemingsfinanciering van bedrijven via de markt (beleggers), en 20% via banken. In Europa is die verhouding bijna spiegelbeeldig, met circa 70% via banken. In de Verenigde Staten leveren lokale verzekeraars een belangrijke financieringsbron voor onderhandse leningen. Veel Nederlandse bedrijven lenen ook in deze Amerikaanse markt en zijn tevreden over het snelle en voorspelbare resultaat – binnen zes weken na de aanvraag is er duidelijkheid over de leningen en de voorwaarden. In de VS hebben beleggers, veelal de levensverzekeraars, een uniform systeem om de kredietwaardigheid te beoordelen van bedrijven. Om in navolging van de VS ook een goed draaiende pan Europese private placement markt te ontwikkelen is een voldoende stevige beleggersbasis noodzakelijk. Deze beleggersbasis in het eurogebied groeit. De seinen staan op groen. Terwijl de randvoorwaarden om onderhandse leningen te sluiten verbeteren, zit ook het markttij mee om beleggers en bedrijven uit de startblokken te laten komen. Essentieel zijn allereerst de structurele verbeteringen die de markt toegankelijker maken voor zowel de kredietvragers als de aanbieders. In Europa was sprake van een lappendeken aan regelgeving en documentatie voor het afsluiten van onderhandse leningen. Hierdoor is de onderhandseleningenmarkt in de eurozone beperkt gebleven; in 2013 ging er naar schatting slechts EUR 15 mrd in om. Op initiatief van marktpartijen is onder toezicht van de koepelorganisaties ICMA (International Capital Market Association) en de LMA (Loan Market Association) verbetering zichtbaar, bijvoorbeeld dankzij vaste formats en standaarddocumentatie voor de private placements. Ook de Europese Commissie steunt de komst van een Europese onderhandse leningenmarkt in het voorstel voor de kapitaalmarktunie. De randvoorwaarden voor de onderhandse leningenmarkt verbeteren ook voor beleggers dankzij het nieuwe toezichtskader. De kapitaaleisen van Solvency II voor verzekeraars maken de weg vrij voor verdere verdieping van de markt. Het kapitaalbeslag van beleggingen in bedrijven op de private placement markt pakt relatief gunstig uit ten opzichte van beleggingen met een lagere kredietwaardigheid. Hierdoor is het voor verzekeraars relatief aantrekkelijk te beleggen in dergelijke middelgrote bedrijven, waarbij het voor toezichthouders tegelijkertijd belangrijker wordt om de kwaliteit van de kredietanalyses te toetsen. Verder heeft de markt het tij mee. De rentes op gewone bedrijfsobligaties zijn sterk gedaald. Hierdoor raken institutionele beleggers meer geïnteresseerd in private placements . Het verschil met gewone obligatieleningen is dat deze niet op de secundaire markt worden verhandeld, en daardoor ook een liquiditeitspremie (hogere rente) bieden. Dergelijke activa passen daarom niet bij investeerders die hun belegging snel te gelde willen kunnen maken, maar vooral bij beleggers met een langetermijnhorizon die een 'buy and hold'- strategie hanteren, zoals verzekeraars en pensioenfondsen. Het valt te verwachten dat ook Nederlandse pensioenfondsen een groter deel van hun beleggingsmix zullen willen alloceren naar bedrijfskredieten. Europa kent geen uniform systeem kredietbeoordeling door verzekeraars. Europese verzekeraars richten via hun vermogensbeheerders fondsen op waar ook derden in kunnen beleggen. Op die manier ontstaan schaalvoordelen omdat de vaak tijdrovende kredietbeoordeling van bedrijven beter wordt benut en toegankelijk gemaakt voor een grotere groep beleggers. Zo groeit een bredere pool van kredietaanbod. Dat betekent dat bedrijven minder afhankelijk worden van het bancaire kanaal, omdat naast het bankkanaal ook een 'marktkanaal' open komt te staan. Deze markt voor onderhandse leningen vergt wel een andere rol voor banken. Zij zullen optreden als bemiddelaar tussen het bedrijf dat een krediet vraagt, en de belegger die zorgt voor de financiering. Ook ontstaan mogelijkheden voor gezamenlijke financiering , zogeheten harmonicaconstructies waarbij de banken het kortetermijngedeelte van de lening verstrekken en beleggers juist de latere jaren van de financiering voor hun rekening nemen. Dit zijn innovaties, en vergen andere rollen en patronen binnen het bancair bedrijf. De ontwikkeling van de Europese onderhandseleningenmarkt is daarom niet van vandaag op morgen afgerond, maar een langjarig project waarvan het grote voordeel onmiskenbaar een bredere en gevarieerde financieringsmogelijkheid van bedrijfsleningen is. ^  Inhoud Prijsoorlog luxe goederen? - Evaluatie a.d.h.v. Pictet-Premium Brands Fund Bron: Morningstar Een prijsoorlog in de wereld van luxe handtassen, horloges en juwelen. Niet dat de fabrikanten van exclusieve spullen bewust onder elkaars prijzen duiken, het overkomt ze. Oorzaak is de zwakke euro en de sterkere Amerikaanse dollar en Zwitserse franc. Volgens marktonderzoeksbureau Sanford C. Bernstein is de kloof tussen prijzen voor luxegoederen in Europa en China het breedst in drie jaar. Het loont voor Chinezen om in Europa te gaan shoppen.  Maar fabrikanten van luxegoederen willen graag controle houden over waar consumenten hun geld aan hun spullen besteden en staan voor de lastige keus om hun prijzen in Europa te verhogen en in dollar-landen (waaronder veel Aziatische landen) te verlagen. Maar prijsstabiliteit is juist een belangrijke eigenschap van luxegoederen en schommelingen in de prijs tast de merkwaarde en exclusiviteit aan. Elke nadeel heeft overigens zijn voordeel en voor Europese fabrikanten is de buitenlandse (dollar)omzet hoger als deze wordt omgerekend in euro. De valutagolf is één van de problemen waarmee fabrikanten van luxegoederen kampen. Het andere probleem is de teruglopende vraag in met name China. Dat is het resultaat van het anti-corruptiebeleid van president Xi Jinping waardoor er minder exclusieve cadeaus aan hoogwaardigheidsbekleders worden gegeven. Ook de tragere groei van de Chinese economie zet de vraag naar luxegoederen onder druk. Aantrekkelijke belegging Maarten van der Pas Financial Markets Editor bij Morningstar Benelux Maarten heeft Nederlandse taal en letterkunde gestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmengen. Heeft daarna op diverse redacties gewerkt en momenteel is hij werkzaam als Financial Markets Editor bij Morningstar Benelux. Ook is Maarten auteur van het boek:  'Saab over de kop. De nederlaag van Victor Muller' Ondanks de genoemde tegenwind kunnen fabrikanten van luxegoederen een aantrekkelijke belegging zijn. Ze maken gewilde producten waarvoor consumenten bereid zijn om - meer - te betalen. Hun prijsmacht is groot en dat leidt tot hoge en stabiele winstmarges. Hun sterke merken zijn wereldwijd bekend en staan voor exclusiviteit en status. De klantloyaliteit is hoog. Ondernemingen als Burberry, Cie Financière Richemont, Hermès, L Brands, LVMH, Prada, Swatch en Tiffany hebben daarom volgens de aandelenanalisten van Morningstar een ‘wide moat’, wat betekent dat ze beschikken over een groot concurrentievoordeel. De genoemde problemen zijn voor de analisten van Morningstar, langetermijnbeleggers als ze zijn, vooralsnog geen reden om hun waardering van het concurrentievoordeel van deze ondernemingen te verlagen. Zo boekte Hèrmes goede eerstekwartaalcijfers, is de merken- en productportefeuille van LVMH groot genoeg om tegenvallende verkopen in China elders in de wereld te compenseren en sorteert Burberry zich met zijn huidige investeringen goed voor voor de toekomst, zelfs als de groei nu vertraagt. En veel luxemerken bestaan al decennia en sommige zelfs al een eeuw en hebben al het nodige meegemaakt. Overigens zijn sterke merken niet alleen onder luxegoederen te vinden. Bijvoorbeeld een bedrijf als Unilever maakt producten voor alledag (defensieve consumptiegoederen) en beschikt met onder meer Knorr, Dove, Hellmans, Tresemmé, Lipton en Cif ook over sterke merken. Onderlinge verschillen Voor beleggers die willen inspelen op de kracht van en vraag naar luxemerken en sterke merken zijn er behoorlijk wat beleggingsfondsen beschikbaar (zie tabel onderaan dit artikel). Zoals hun naam al aangeeft richten ze zich op ‘luxury brands’, ‘premium brands’ of ‘solid brands’. Andere fondsen benadrukken met ‘Asia consumer’ en ‘emerging consumer’ in hun naam de werelddelen waar de welvaart stijgt en de vraag naar luxe goederen toeneemt. Een belegger moet zich echter niet laten verblinden door de schitterende namen, want een analyse van de top posities van vier beleggingsfondsen in deze categorie leert dat ze het thema heel anders invullen. Er is gekozen voor 4 beleggingsfondsen met een Morningstar een Analyst Rating: Pictet-Premium Brands, NN Luxury Consumer Goods Fund, Robeco Global Consumer Trends Equities en Julius Bär - Luxury Brands Fund (zie tabel). Beheerder Jeff Meys van NN Luxury Consumer Goods Fund hanteert een wel heel vrije interpretatie van het begrip ‘luxe consumentengoederen’. De naam van zijn fonds suggereert dat het belegt in fabrikanten van luxegoederen, maar een blik op de top 10 van zijn portefeuille laat zien dat dat niet het geval is. McDonald’s en Yum! Brands (uitbater van onder meer KFC en Pizza Hut) zijn toch allesbehalve luxe te noemen en Renault legt het wat betreft ‘premium status’ af tegen BMW. Ook bevat het fonds enkele media- en entertainment bedrijven zoals Time Warner en Viacom. Meys lijkt een voorkeur te hebben voor bedrijven boven maar ook onder in de markt. NN Luxury Consumer Goods Fund is door de analisten van Morningstar ‘Under Review’ gezet vanwege een reorganisatie bij NN Investment partners. De vermogensbeheerder voert bij 15 sector- en regiofondsen, waaronder NN Luxury Consumer Goods Fund – veranderingen in het beheerteam en beleggingsproces door. Het fonds had een Analyst Rating Neutral. Robeco Consumer Trends Equities richt zich juist op trends onder consumenten en niet specifiek op luxemerken. Sterke merken is wel de belangrijkste pijler onder het beleggingsproces van het fonds naast de digitale consument en de opkomende consument. In mindere mate is voeding en gezondheid een thema. Dit verklaart de sterke aanwezigheid van de technologiesector in de portefeuille van het beleggingsfonds in vergelijking met de andere fondsen. Robeco Consumer Trends Equities onderscheidt zich van vergelijkbare fondsen met een minder scherp omlijnt mandaat en is het breedst georiënteerd. Pictet-Premium Brands en Julius Bär – Luxury Brands Fund sluiten op basis van de top 10 grootste posities in hun portefeuille nog het beste aan bij het thema luxe goederen. Toch zijn er verderop in de portefeuille wel degelijk verschillen tussen de fondsen te vinden. De beheerders van Pictet – Caroline Reyl, Laurent Belloni en Alice de Lamaze – hanteren ook subthema’s die verdergaan dan luxegoederen zoals toerisme. De portefeuille van het fonds telt ook enkele hotelketens en casino’s. Het verschil in beleggingsstijl tussen deze 4 fondsen uit zich ook in de kapitalisatie van de aandelen waarin wordt belegd. De fondsen van Pictet en Julius Bär schrikken er niet voor terug om ook in mid- en small-cap aandelen te beleggen met respectievelijk 37 en 30,5 procent middelgrote en kleine aandelen. Veel meer dan de fondsen van NN (voornamelijk large-caps) en Robeco (minder small- en mid-caps). Waardevolle optie Pictet-Premium Brands handhaafde recent zijn Morningstar Analyst Rating Bronze (overigens Robeco Consumer Trends Equities ook, maar dat fonds figureerde al eens in deze rubriek) . De analisten van Morningstar vinden Pictet-Premium Brands een waardevolle optie voor beleggers die blootstelling zoeken aan de niche van luxemerken en sterke merken. Het fonds heeft een ervaren beheerteam met Caroline Reyl (foto) aan het hoofd. Zij leidt Pictet-Premium Brands al sinds oprichting in 2005 en heeft meer dan 20 jaar ervaring in de sector. Reyl en haar team hanteren een duidelijke en gedisciplineerd beleggingsproces die beleggers door de tijd heen solide rendementen heeft opgeleverd. Externe specialisten worden geraadpleegd om langetermijntrends op de markt voor luxegoederen te identificeren. De fondsmanagers passen een fundamentele analyse toe om ondernemingen te vinden met aantrekkelijke kerncijfers, lage koersvolatiliteit en grote raakvlakken met het thema. Vanaf zijn oprichting 10 jaar geleden tot en met maart 2015 heeft Pictet-Premium Brands wezenlijk beter gepresteerd dan de Morningstar-categorie ‘Aandelen sector consumentengoederen en diensten’ waarin het met vergelijkbare beleggingsfondsen is opgenomen. Ook ten opzichte van vergelijkbare fondsen met een focus op premium merken heeft het fonds sterke resultaten neergezet en het blijft ook aanzienlijk voor op de bredere aandelenmarkt. Maar beleggers moeten zich er wel van bewust zijn dat de aanpak van de beheerders kan leiden tot periodes met benedengemiddeld rendement zoals in de neergaande markten van 2011 en 2014.   Uitgebreide toelichting Beheerteam Pictet-Premium Brands staat onder leiding van een portefeuillebeheerteam van 3 managers. Die zijn ook lid van de sectie sector- en themafondsen bij Pictet Asset Management (PAM). Caroline Reyl is hoofdbeheerder en Laurent Belloni en Alice de Lamaze zijn co-beheerders. Reyl begon in 2002 bij PAM en kwam van GLG Partners waar ze verantwoordelijk was voor twee long-only beleggingsfondsen in Europese aandelen. Ze heeft meer dan 20 jaar beleggingservaring en krijgt ruggensteun van Belloni en De Lamaze die allebei voormalige buy-side analisten zijn en meer dan 10 jaar beleggingservaring meebrengen. Elke manager is gespecialiseerd in een aantal subsectoren en dat biedt volgens Morningstar diepgaande kennis en verantwoordelijkheid. De beheerders maken gebruik van de kennis van een adviesraad die bestaat uit vier specialisten in consumentengoederen. Deze adviesraad stelt de fondsmanagers in staat om belangrijke toekomstontwikkelingen bij luxemerken en belangrijke thema’s op dit terrein beter te identificeren. Het beheerteam kan ook een beroep doen op de inzichten van PAM als geheel, analistenrapporten en een externe database. Morningstar waardeert het hoge niveau van de informatie en expertise waar de beheerders van Pictet-Premium Brands gebruik van maken. En waardeert ook het gegeven dat de beheerders in hun eigen fonds beleggen, wat blijk geeft van overtuiging van hun beleggingsstrategie en hun belangen gelijk stelt aan die van beleggers in het fonds. Fondshuis Pictet Asset Management (PAM) is de vermogensbeheertak van de Zwitserse private bank Pictet & Cie. PAM heeft een breed aanbod aan beleggingsfondsen die alle belangrijke beleggingscategorieën bestrijken en worden beheerd vanuit Genève, Zürich, Singapore en Tokyo. Aandelenmandaten zijn goed voor iets minder dan de helft van de beheerde fondsen. Per eind maart 2014 hadden de meer dan honderd beleggingsfondsen EUR 109 miljard onder beheer. PAM maakt soms gebruik van externe beleggingsadviseurs. Morningstar vindt PAM vooral sterk in obligaties uit opkomende markten en aan de aandelenkant in diverse sectorfondsen en fondsen in Zwitserse aandelen. De vergoedingen van de aandelenklassen van de fondsen voor particuliere beleggers zijn over het algemeen gemiddeld tot bovengemiddeld. De variabele beloning van de beheerteams komt voor 60 procent van behaald rendement (alfa, rendement ten opzichte van vergelijkbare fondsen en de benchmark) en voor 40 procent van kwalitatieve factoren. Bonussen worden soms uitgesteld en gebaseerd op periodes van 1 en 3 jaar. Dat versterkt de langetermijnhorizon van de fondsmanagers. Het beleid van PAM rond het informeren van beleggers is goed. Gedetailleerde maandelijkse rapportages verklaren de posities in de fondsportefeuilles en de belangrijke drijvende krachten van het rendement. Beleggingsproces Het beleggingsproces van Pictet-Premium Brands is voornamelijk gestoeld op bottom-up aandelenselectie met een thematische laag. Trends zoals de groeiende vraag naar luxe producten in opkomende landen en meer toerisme van en naar opkomende landen worden onderkend en lijken een langetermijntrend. Deze benadering leidt tot beleggingen in premium merken die in elk segment van de consumentenmarkt zijn te vinden. Ondernemingen die geen betekenisvolle blootstelling hebben aan dit thema worden met behulp van een kwantitatieve toets uit het belegbaar universum verwijderd. In dit stadium worden aandelen op basis van vijf criteria getoetst: prijsmacht, merkpositionering, klantloyaliteit, onderscheidende producten en marktkennis en distributiekanalen bij de producent. Als interessante aandelen zijn gevonden dan volgt een diepgaande fundamentele analyse op basis van waarderingscriteria als Holt CFROI (Cash Flow Return on Investment), koers/winst en ondernemingswaarde/EBITDA (bedrijfsresultaat). Andere factoren die de beheerders meenemen zijn de ervaring en kwaliteit van het management van de onderneming, landenrisico en margedruk door de sector en productlevenscyclus. De focus is gericht op het identificeren van de meest aantrekkelijk gewaardeerde ondernemingen van de hoogste kwaliteit. De portefeuille van Pictet-Premium Brands bevat gewoonlijk tussen de 30 en 50 aandelen. Pictet-Premium Brands bevindt zich in de Morningstar Style Box in de positie ‘large-cap aandelen met een neiging naar groeiaandelen' vanwege de bottom-up aandelenselectie. Het beheerteam doet geen beroep op macro-economische cijfers en richt zich volledig op bedrijven met hoge groeivooruitzichten in het segment luxemerken. De themabenadering vertaalt zich in beleggingen die verder gaan dan de markt voor luxegoederen en voorziet het fonds van een grotere diversificatie. De beheerders zijn niet dogmatisch in het aanpak en kijken ook naar mid-cap aandelen als zich daar mogelijkheden voordoen. De blootstelling aan mid-cap aandelen van Pictet-Premium Brands is historisch dan ook groot vergeleken met andere fondsen in de Morningstar-categorie ‘Aandelen sector consumentengoederen en diensten’. Maar de gemiddelde marktkapitalisatii in de portefeuille van het fonds is gestaag toegenomen sinds 2012. Hoewel de beheerders positief blijven over de groeivooruitzichten van de sector op lange termijn, zijn ze recent voorzichtiger geworden. 2014 Was een uitdagend jaar door de economische groeivertraging in opkomende markten en door valuta-ontwikkelingen. Tegen deze achergrond positioneerden de fondsmanagers de portefeuille van Pictet-Premium Brands richting meer defensieve segmenten van de markt. Dat blijkt uit een aanzienlijke toename van beleggingen in de subsector drank en voedinsgmiddelen terwijl de allocatie naar het luxesegment, waar de groei ingetogen was, aanzienlijk is verkleind. Tegelijkertijd blijft de blootstelling aan Aziatische aandelen klein in verhouding tot het verleden. Rendement Sinds zijn start in mei 2005 tot en met maart 2015 heeft Pictet-Premium Brands beter gepresteerd dan de MSCI World Consumer Discretionary Index en het gemiddelde van de Morningstar-categorie ‘Aandelen sector consumentengoederen en diensten’ waarin het met vergelijkbare fondsen is opgenomen. Het fonds boekte geannualiseerd respectievelijk 3,1 en 4,0 procent meer winst. Maar hierbij dient wel te worden opgemerkt, dat de index en de categorie geen goede vergelijkingsmaatstaven zijn voor de nauwere, op merken gerichte focus van Pictet-Premium Brands. In het verleden – met name in 2008 en 2011 - leidden de relatief grote blootstelling aan Aziatische aandelen en de bereidheid van fondsmanager Caroline Reyl om op de marktkapitalisatieladder af te dalen naar mid- en small-caps tot benedengemiddeld rendement. De blootstelling van Pictet-Premium Brands aan bepaalde subsectoren was in zowel absolute als relatieve zin gerechtvaardigd in 2012 en 2013 maar onderpresteerde in de dalende markt van 2014. 2014 Was een lastig jaar voor luxemerkenaandelen door de economische groeivertraging in vooral China en ongunstige wisselkoersontwikkelingen. Pictet-Premium Brands leed onder zijn beleggingen in de luxesector en vooral zijn positie in Swatch. De blootstelling aan deze subsector is verkleind ten gunste van beleggingen in meer defensieve consumentengoederen als drank en voedingsmiddelen waar de fondsbeheerders meer opwaartse ontwikkelingen zien. Dit jaar tot en met maart blijft Pictet-Premium Brands achter bij het gemiddelde rendement van zijn categorie. De beleggingen in luxe- en cosmeticabedrijven als Vince en Elizabeth Arden pakten deels nadelig uit. Kosten De lopende kosten van Pictet-Premium Brands is bovengemiddeld ten opzichte van andere beleggingsfondsen in de Morningstar-categorie ‘Aandelen sector consumentengoederen en diensten’. Bekijk ook deze beleggingsfondsen die beleggen in luxemerken en/of zich focussen op de groeiende vraag naar luxegoederen in opkomende landen. Bron: http://www.morningstar.nl/ Lees verder: fondsanalyse over Pictet-Premium Brands. ^  Inhoud Telefoonabonnement met ‘gratis’ toestel blijft lening Bron: Afm Een telefoonabonnement met een ‘gratis’ toestel blijft een lening en de verstrekking ervan moet daarom aan de regels voor kredietverschaffing voldoen. Dit heeft minister Dijsselbloem besloten naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad die oordeelde dat deze regels ook gelden bij het afsluiten van een telefoonabonnement. Een ‘gratis’ mobiele telefoon bij een telefoonabonnement wordt feitelijk afbetaald gedurende de looptijd van het abonnement. De Hoge Raad heeft op 13 juni 2014 al geoordeeld dat zo’n abonnement een (goederen)krediet is en dat de Wet op het financieel toezicht (Wft) hierop van toepassing is. Deze wet geldt bijvoorbeeld ook voor banken, (web)winkels en autodealers die uitgestelde betaling aanbieden bij de verkoop van goederen. Telecomproviders, VNO-NCW en MKB-Nederland verzochten na het arrest om een uitzondering voor de telecomsector. Minister Dijsselbloem heeft de Tweede Kamer op 1 juli 2015 laten weten dat hij een aanpassing van de wet niet wenselijk en niet te rechtvaardigen vindt. Veel mensen kampen met problematische schulden, omdat zij te veel geld lenen. Kredietregels toepassen op telefoonabonnementen levert volgens de minister een waardevolle bijdrage aan de aanpak van de schuldenproblematiek. Bovendien dwingt het de sector tot meer transparantie over wat zij aanbiedt. Volgens de minister zijn er voldoende mogelijkheden voor de telecomsector om op proportionele wijze de eisen van de kredietregels uit te voeren. Door het besluit van de minister zullen telefoonaanbieders consumenten moeten informeren over de kredietvoorwaarden. Zo moet een overzicht worden verstrekt van het rentepercentage en zal een kredietwaarschuwing moeten worden opgenomen (‘Let op, geld lenen kost geld.’). De kredietaanbieder moet daarnaast toetsen of de consument de bijkomende maandelijkse lasten wel kan dragen. Ook wordt het verleende krediet, als het hoger is dan €250,-, geregistreerd bij het Bureau Kredietregistratie (BKR), zodat de lening bekend is bij andere kredietverschaffers.  Consumenten moeten de mogelijkheid krijgen om geschillen over het voor het toestel verleende krediet voor te leggen aan het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (KiFiD). Uitspraken over geschillen over kredietovereenkomsten zijn bindend voor aangesloten partijen. Lees verder: Lees de de kamerbrief op de website van Rijksoverheid.                  : over Kabinetsplannen en maatregelen Hervorming financiele sector ^  Inhoud Waarschuwing tegen risico’s van algoritmische handel Bron: DNB Een groep van tien Europese prudentiële toezichthouders en de ECB waarschuwt voor mogelijk onvoldoende beheerste risico’s rond Algorithmic Trading. Cijfers De Senior Supervisors Group (SSG) heeft een Note uitgebracht over Algorithmic Trading: handel op basis van computeralgoritmes. Denk daarbij bijvoorbeeld aan High Frequency Trading. Met deze handel kunnen financiële instellingen zeer grote (intraday) posities opbouwen. En dat zonder enige menselijke interventie. In deze handel proberen de instellingen minieme prijsverschillen tussen soortgelijke producten en markten te benutten. De laatste jaren is Algorithmic Trading sterk in opmars. Op sommige markten is deze handel inmiddels goed voor het merendeel van het totaal verhandelde volume. Waarschuwing De SSG waarschuwt dat de risico’s van Algorithmic Trading mogelijk onvoldoende beheerst worden, mede gezien de snelle ontwikkelingen. De Briefing Note geeft een overzicht van de grootste risico’s en de belangrijkste beheersingsprincipes. Ook biedt het een set concrete vragen, aan de hand waarvan instellingen en toezichthouders kunnen beoordelen of de risicobeheersing voldoende op orde is. Met deze notitie wil de SSG een bijdrage leveren aan de discussies en de beheersing van de risico’s rond Algorithmic Trading. SSG De Senior Supervisors Group is een samenwerkingsverband tussen de prudentiële bankentoezichthouders van tien landen en de Europese Centrale Bank. Deze landen zijn: de Verenigde Staten, Canada, Japan, Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië en Nederland. DNB vertegenwoordigt Nederland in de SSG. Ref:  De Algorithmic Trading Briefing Note vindt u hier (pdf Engelstalig 940kB). ^  Inhoud Aktief zijn binnen onze vereniging! Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die mee willen doen. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, het schrijven van een column of artikel,  met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met het HCC Beleggen bestuur Klik Hier of met de redactie  Klik Hier ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. ^  Inhoud

5 juli 2015

...

Nieuwsbrief20150601

.. Juni 2015 Value investing versus innovatie... De werkelijke kosten van een ETF Effecten van een lagere LTV-limiet Monetaire en financiële statistieken Nederland Koersgevoelige informatie Private lease: waar moet je op letten? Overheid mag eigen problemen niet afschuiven op filantropen Aktief zijn binnen onze vereniging! .. Zet alvast in uw agenda: 10 oktober 2015 65 ste HCC Beleggen Symposium   Value investing versus innovatie... Bron: Ben van den Anker Value investing is bekend geworden door Warren Buffet en zijn leermeester Benjamin Graham. Graham’s werken ‘Security analysis’’ en ‘The intelligent investor” zijn weliswaar gedateerd (1934, 1949) maar behoren nog steeds tot de klassiekers die iedere value investor wel gelezen moet hebben. Het ‘margin of safety’ principe is de basis van value investing. Hiermee wordt bedoeld dat de onderliggende waarde met een korting op de intrinsieke waarde aangeschaft wordt. De koers / boekwaarde, of soms als eigen vermogen / aandeel omschreven, bepaalt de veiligheidsmarge. De koers / boekwaarde ligt bij value - of waarde aandelen onder de 1. Wie wil er nu geen euro kopen voor bijvoorbeeld 60 cent? Puristen geloven dat de koers uiteindelijk naar de intrinsieke waarde zal toegroeien, waarmee de investeerder zijn rendement behaalt. Een copycat van Warren Buffet als bijvoorbeeld Mohnisch Pabrai hanteert hierbij de 0.8 als bovengrens om gestegen aandelen weer van de hand te doen en goedkopere aandelen aan te schaffen1. Essentieel hierbij is dat deze ‘buy & hold’ strategy ervan uitgaat dat het bedrijf competitief voordeel bezit om earnings over de lange termijn  te doen groeien. De K / B is als momentopname dus niet voldoende om rendement te behalen, het vermogen toekomstige earnings te realiseren is daarentegen wel bepalend voor de waardeontwikkeling van het bedrijf. Er is dan iets voor te zeggen dat het investeren in lage boekwaarde, laag groeipercentage en laag rendement op vermogen misschien niet verstandig is. Er bestaat tenslotte een reden voor het gegeven dat het aandeel lager dan de boekwaarde noteert. Buy & hold strategieën voor value aandelen lonen dus enkel als er zicht op groei van onderliggende waarden bestaat. Het cyclische karakter van veel sectoren kan hierbij richtinggevend voor toekomstige ontwikkelingen zijn. Naast toekomstige cashflow zal het ratio vreemd / eigen vermogen ook bepalend zijn voor de levensvatbaarheid van het bedrijf. Ben van den Anker (1976) is schrijver / columnist en lid centrale directie aan het Candea College Hij heeft zijn PhD in Business & Management tijdens een negenjarig verblijf in Zuidoost Azië aan de International Graduate School of Business (University of South Australia) behaald. Hij is auteur van het boek The perceived role of Host Country Nationals in Expatriate Adjustment (2010, Ben van den Anker). Zijn onderzoek richt zich met name op de rol van cross-culturele interactie in het functioneren van expatriates. Daarnaast is hij voor de International Business Review revisor voor wetenschappelijke artikelen op het snijvlak business en management. Value investors gaan hierbij regelmatig voorbij aan aandelen die ver boven de boekwaarde noteren, maar wel degelijk groeipotentieel bezitten. Een aantal sectoren bevinden zich traditioneel relatief laag in de K /B verhouding ( bijv. banksector), maar sectoren als Health care hebben een hoge K /B verhouding en de laatste jaren hoge rendementen behaald. Deze bedrijven hebben per definitie een lage kwaliteit earnings met weinig voorspellende waarde voor de toekomst. Een biotechnology bedrijf kan voor het succes afhankelijk zijn van de ontwikkeling van een bepaald medicijn. De huidige earnings zijn dan als het ware irrelevant voor toekomstige ontwikkelingen. Naast de focus op earnings volgt een andere school van value investors bedrijven waarmee het om de een of andere reden niet goed gaat. Zij kopen bijvoorbeeld de grootste verliezers op de beurs in de verwachting dat de beleggers overdrijven in hun reactie. Een vliegtuigongeluk zorgt ervoor dat de koers van Lufthansa onderuit gaat. Een afgewezen bod op een biotechnology bedrijf (omdat het management het geboden bedrag onvoldoende vindt) zorgt voor een lagere koers van dat bedrijf. Wacht even…, omdat management het bedrijf meer waard vindt straffen beleggers het bedrijf af… Hier zit iets onlogisch in waar ‘contrarians’ hun voordeel mee kunnen behalen. Centraal staat dus het verschil tussen prijs en waarde. Het loont hierbij niet enkel de ‘oude school’ te volgen, maar ook innovatieve bedrijven te onderzoeken die waarde creëren voor prijzen die weliswaar afwijken van conventionele K/B verhoudingen, maar sterke groei en waardeontwikkeling kunnen creëren in de toekomst. Dit herkennen van ‘fair value’ gaat nadrukkelijk voorbij aan de intrinsieke waarde van het moment. In die zin is de parallel met innovatie, dat zich ook verder ontwikkelt dan de praktijk van alledag, duidelijk aanwezig… 1) Het navolgen van bekende beleggers is inmiddels door gurufocus.com geïnstitutionaliseerd en beleggers kunnen voor een relatief laag bedrag meeliften op successen van ‘guru’s. .. ^  Inhoud De werkelijke kosten van een ETF Bron: Jeffrey Schumacher, Morningstar Door hun lage kosten zijn ETFs geliefd onder beleggers. Maar zijn ETFs wel zo goedkoop als veel beleggers denken? Morningstar analyseert alle kosten en opbrengsten van een ETF om zo tot het totale kostenplaatje te komen. “Lage kosten hoofdreden voor particulieren om in indexproducten te beleggen”. Dat was de kop van een gezamenlijk persbericht van ETF-aanbieders iShares en Think ETFs over de resultaten van een onderzoek onder bijna duizend beleggers. Van deze door TNS NIPO in ondervraagde beleggers gaf 42 procent aan dat zij de lage beheerkosten het meest positieve aspect van indexbeleggen vindt. De vraag is echter of de beheerkosten een goede afspiegeling vormen van de werkelijke kosten van een ETF en of ETFs wel zo goedkoop zijn als veel beleggers denken. Prijsverschillen Een ETF beschikt over een aantal aantrekkelijke eigenschappen. Eén daarvan is de lage lopende kosten. Omdat een ETF simpelweg tracht een onderliggende index zo goed als mogelijk te volgen, is er geen dure fondsbeheerder met analistenteam nodig om een actieve portefeuille samen te stellen waarmee de index mogelijk verslagen kan worden. In geval van volledige fysieke replicatie belegt het ETF in dezelfde namen als de index, waarbij de effecten ook dezelfde weging hebben als in die index. Een simpele kopie dus. Die eenvoud spaart kosten uit en dat zien beleggers terug in de lage lopende kosten van een ETF. Zo bedragen de lopende kosten van de iShares Core S&P 500 ETF, die belegt in grote Amerikaanse aandelen uit de S&P 500 Index, 0,07 procent. Daarentegen komt de kostenmediaan voor actief beheerde beleggingsfondsen in de Morningstar-categorie ‘Aandelen Amerika large-cap gemengd’ uit op 1,04 procent. De mediaan voor lopende kosten van actieve fondsen ligt dus bijna 15 keer zo hoog als die van de iShares-ETF. Aan het lage prijskaartje van 7 basispunten zit alleen wel de restrictie dat beleggers de ontvangen dividenden niet uitgekeerd krijgen. Deze worden geherinvesteerd in het belegingsfonds. Beleggers die wel het dividend uitgekeerd willen krijgen kunnen opteren voor de iShares S&P 500 Dist ETF. Maar daar betalen ze wel bijna zes keer zo veel voor, want iShares brengt voor deze dienst 40 basispunten in rekening. Dit is iets waar de op kosten gerichte passieve belegger zich wel bewust van dient te zijn. Een vergelijkbare casus kan zich voordoen bij het vestigingsland of domicilie van een ETF. Wanneer een belegger in Europese aandelen wil beleggen, dan kan hij daarvoor de iShares STOXX Europe 50 ETF aanschaffen. Dit fonds is gehuisvest in Ierland en in Duitsland. De Ierse variant wordt aan verschillende beurzen in Europa verhandeld, waaronder Amsterdam, en kost 0,35 procent. De Duitse variant die aan de Zwitserse beurs in Zurich wordt verhandeld kost daarentegen 0,51 procent. De oorzaak zit hem onder andere in verschillen tussen de belastingregimes in Ierland en Duitsland. Specialisatie is kostbaar Wanneer het ETF-landschap verder wordt onderzocht op kosten, dan wordt duidelijk dat niet alle ETFs voor een paar basispunten over de toonbank gaan. Grote aanbieders zoals iShares, db-x trackers en Lyxor kunnen hun ETFs die de bekende indices volgen tegen minimale kosten aanbieden. Maar des te complexer of specialistischer een ETF wordt, des te hoger het prijskaartje. Het assortiment van db-x trackers op de S&P 500 index geeft dit goed weer. De recht-toe-recht-aan ETF op de S&P 500 kost 0,20 procent. Een gelijkgewogen variant kost 10 basispunten meer. Short gaan kan tegen 50 basispunten, terwijl beleggen met een hefboom van factor 2 kan voor 0,60 procent voor een long-ETF en 0,70 procent voor een short-ETF (zie tabel). Hoe meer toeters en bellen, hoe duurder het ETF. Hetzelfde geldt voor ETFs op nichemarkten zoals opkomende markten of grondstoffen, die vanwege hun specifieke focus een beduidend hoger prijskaartje hebben waardoor het relatieve verschil in kosten met actief beheerde beleggingsfondsen kleiner is dan bij de kerncategorieën. Indexrendement minus kosten =/= ETF rendement Het rendement van een ETF is simpel te berekenen. In theorie staat dit gelijk aan het rendement van de index minus de lopende kosten. De praktijk wijst echter anders uit. Net als bij actieve fondsen zijn namelijk niet alle kosten verwerkt in de lopende kosten van een ETF. Er zijn meerdere factoren naast de lopende kosten die invloed hebben op het rendement van een ETF en die dus het uiteindelijke verschil in rendement bepalen tussen een ETF en de index die wordt gevolgd. Hierdoor kan een ETF minder rendement behalen dan het indexrendement minus de lopende kosten, maar er zijn ook ETFs die – wellicht verbazingwekkend – na kosten beter presteren dan hun onderliggende index. Het absolute verschil tussen het rendement van de ETF en het rendement van de benchmark wordt tracking difference genoemd. Deze tracking difference is dus in de meeste gevallen negatief, wat betekent dat de ETF een lager rendement dan de benchmark boekt. Er zijn echter diverse factoren die de hoogte van de tracking difference zowel positief als negatief beïnvloeden. Tracking Difference De belangrijkste negatieve factor zijn de lopende kosten. Deze gaan direct ten laste van het rendement. Wanneer er geen andere factoren zijn die het rendement van een ETF beïnvloeden, dan zou dat rendement gelijk staan aan het rendement van de index minus de lopende kosten. Voor een synthetische ETF komen daar nog de kosten voor de swap bij. Waar een ETF met fysieke replicatie belegt in alle effecten van de index (of in een deel daarvan) sluit een ETF met synthetische replicatie een swap overeenkomst met één of meerdere tegenpartijen om het rendement van de index te leveren. Tegenover de swap kosten staat dat een synthetische ETF vaak beter in staat is om de index te volgen dan een fysieke ETF. Onderoek van Morningstar definieert daarnaast nog andere factoren die de tracking difference beïnvloeden: Jeffrey Schumacher CFA, Senior Fondsanalist bij Morningstar Benelux na zijn opleiding aan de VU Amsterdam en het behalen van het certificaat Chartered Financial Analyst (CFA) aan het CFA Institute is hij vanaf juni 2011 als Senior Fund Analyst werkzaam bij Morningstar. Daavoor  was hij van 2006 tot 2009 werkzaam bij Theodoor Gilissen Bankiers als Equity/Commodity Analyst en aansluitend tot juni 2011 werkzaam als Vermogensbeheerder Services / Fund Trading bij SNS Securities. Transactie- en herbalanceringskosten Deze kostenpost komt voor bij ETFs die fysieke replicatie toepassen en zijn het gevolg van mutaties in de onderliggende index. Voor aankopen van effecten in het Verenigd Koninkrijk moet daarnaast belasting (stamp duty) worden betaald, wat ook impact heeft op de tracking difference. Kasgeld Een ETF kan in bepaalde perioden kasgeld aanhouden als gevolg van het herbalanceringsproces wanneer er verschil zit in de tijd waarin de ene positie wordt afgebouwd en de andere positie wordt opgebouwd. Ook het distributiebeleid met betrekking tot dividenden of coupons heeft invloed wanneer de ETF deze uitkeringen ontvangt, maar niet direct doorgeeft aan beleggers. Herinvesteringsaannames Verschillen in herinvesteringsaannames tussen de index en de ETF kunnen invloed hebben op de tracking difference. De index kan er bijvoorbeeld vanuit gaan dat dividenden direct geïnvesteerd worden op de ex-dividend datum, terwijl de ETF moet wachten totdat het dividend daadwerkelijk is uitbetaald voordat het kan herinvesteren. Dividendbelasting Verschillen in aannames met betrekking tot de hoogte en de mate van terugvorderbaarheid van dividendbelasting tussen de index en de ETF kan de tracking difference beïnvloeden. Securities lending Fysieke ETFs kunnen extra rendement behalen door (een deel) van hun effecten in de portefeuille uit te lenen tegen een vergoeding. Hier komt echter in de vorm van tegenpartijrisico wel een extra bron van risico bij kijken. Replicatie-methode ETFs die volledige fysieke replicatie toepassen kunnen het rendement van hun benchmark doorgaans beter benaderen dan de ETFs die via optimized sampling in een selecte groep indexnamen belegt en hierbij de kleinste, minst liquide indexnamen uitsluit. Optimized sampling kan kostenbesparend werken, maar het heeft ook invloed op de tracking difference. De tabel geeft een overzicht weer van de effecten van de genoemde factoren op de tracking difference van ETFs. Tracking difference in de praktijk Onderstaande tabel geeft een overzicht van de prestaties over 2014 van ETFs die de MSCI Emerging Markets Index volgen. De tracking difference is voor alle ETFs – zoals verwacht – negatief. De ETFs zijn dus achter gebleven bij hun benchmark. Voor alle ETFs geldt echter dat de gerealiseerde tracking difference groter is dan de lopende kosten van het product, wat dus laat zien dat de andere factoren die hierop van invloed zijn per saldo negatief hebben uitgepakt voor de belegger in deze ETFs. Het rendement van een ETF staat dus niet gelijk aan het rendement van de index minus de lopende kosten van de ETF. Dat tracking difference niet altijd negatief hoeft te zijn wordt bewezen door een aantal ETFs die de Euro Stoxx 50 Index volgen. Het is dus mogelijk: beter presteren dan de benchmark via een passieve belegging als gevolg van de genoemde positieve effecten van onder andere securities lending en dividendbelasting. De volgende tabel geeft een overzicht van de prestaties over 2014 van ETFs die de Euro Stoxx 50 Index als benchmark hanteren. (Klik op de tabel voor groter formaat) Uit de hiervoor beschreven situaties wordt duidelijk dat de lopende kosten niet het hele verhaal vertellen als het gaat om het verschil in prestaties tussen de ETF en de benchmark. In een zeldzaam geval pakt het positief uit, zoals bij de Euro Stoxx 50 ETFs, maar in veel gevallen is de tracking difference hoger dan alleen de lopende kosten. De tabel voor opkomende markten- ETFs laat zien, dat de werkelijke wijking van het rendement bij deze onderzochte ETFs kan oplopen tot een factor 3 van de gerapporteerde lopende kosten. Spread De tracking difference houdt rekening met veel factoren die het verschil in rendement tussen de ETF en de benchmark verklaren, maar er is nog een andere kostenfactor waar ETF-beleggers rekening mee moeten houden. Een voordeel van een ETF ten opzichte van een indexfonds en de meeste actieve fondsen is de liquiditeit. Doordat een ETF beursgenoteerd is, kan een belegger op ieder moment van de handelsdag het product kopen of verkopen. Dit voordeel komt echter ook met een additionele kostenfactor: de spread. Vanwege de beursnotering heeft het handelen in een ETF veel gelijkenis met het handelen in aandelen. Dat betekent ook dat er sprake is van een bied- en laat prijs. In tegenstelling tot indexfondsen en veel actieve fondsen kan een belegger dus niet aan- of verkopen tegen de werkelijke onderliggende waarde van de ETF, maar wordt er een opslag of afslag gehanteerd ten opzichte van de werkelijke onderliggende waarde (Net Asset Value of NAV). Een belegger koopt de ETF voor de laat-prijs (NAV plus opslag) en verkoopt tegen de bied-prijs (NAV minus afslag). Dit vormt dus een extra kostenpost voor ETF-beleggers. Voor veel ETFs die een index volgen die bestaat uit veel liquide effecten zal de spread slechts enkele basispunten bedragen. Zo is de spread voor de Vanguard S&P 500 ETF 0,01 procent. Voor ETFs die in minder liquide markten beleggen kan die spread echter duidelijk hoger uitvallen. Voor de iShares Stoxx Select Europe Dividend 30 ETF bedraagt de spread 0,12 procent, maar voor een small-cap ETF als de iShares STOXX Europe Small 200 bedraagt de spread al 0,23 procent en voor de iShares MSCI Emerging Markets ETF zelfs 0,44 procent. Er kan echter ook een duidelijk verschil in spread zitten tussen ETFs die dezelfde index volgen. De onderstaande tabel geeft dit weer voor de emerging market ETFs. Werkelijke kosten ETFs vormen onder andere vanuit kostenperspectief een aantrekkelijke optie voor beleggers. Dit betekent echter niet dat beleggers er vanuit kunnen gaan dat het rendement van een ETF gelijk staat aan het rendement van de gevolgde index minus de lopende kosten. Net als bij actief beheerde beleggingsfondsen zijn er meerdere kosten en opbrengsten die niet worden meegenomen in de lopende kosten, maar weldegelijk invloed hebben op het totale kostenplaatje. Beleggers die overwegen om een ETF aan te schaffen doen er daarom goed aan zich een beeld te vormen van de werkelijke kosten van de ETF. ^  Inhoud Effecten van een lagere LTV-limiet Bron: DNB Een lagere Loan-to-Value (LTV)-limiet voor woninghypotheken vergroot de financiële weerbaarheid van met name jonge huiseigenaren, zorgt voor een stabielere huizenmarkt en economie, en maakt de marktfinanciering van banken minder kwetsbaar. Hierdoor wordt definanciële stabiliteit versterkt. Bij een lagere LTV-limiet zullen starters meer moeten sparen voordat ze een eigen woning kunnen kopen. De macro-economische kosten hiervan zijn beperkt en manifesteren zich vooral in de transitiefase naar een structureel lagere LTV-limiet De LTV-limiet wordt als uitvloeisel van het kabinetsbeleid jaarlijks met 1%-punt verlaagd, van 103% nu tot 100% in 2018. Het kabinet, het IMF en de Commissie Wijffels hebben aangegeven dat een verdere verlaging na 2018 wenselijk is. Naar aanleiding hiervan en op verzoek van het Financieel Stabiliteitscomité heeft DNB in de studie “Effecten van een verdere verlaging van de LTV-limiet” de gevolgen van een stapsgewijze verlaging van de LTV-limiet naar 90% voor de financiële stabiliteit en de macro-economie in kaart gebracht. Starters minder kwetsbaar Een lagere LTV-limiet vergroot de financiële weerbaarheid van met name starters op de woningmarkt. In 2013 stond tweederde van de starters die sinds 2004 een woning hadden gekocht onder water. Indien annuïtaire aflossing en een LTV-limiet van 100% in 2004 al de norm waren geweest, zou in 2013 nog altijd bijna de helft van de starters onder water hebben gestaan. Bij een LTV-limiet van 90% zou dat 13% zijn geweest, terwijl bij een LTV-limiet van 80% geen van deze starters onder water zou hebben gestaan in 2013 (grafiek 1). Grafiek 1 - Aandeel starters onder water in 2013 bij verschillende LTV-limieten De grafiek heeft betrekking op hypotheken afgesloten die in de periode 2004-2012 zijn afgesloten door starters, en toont het aandeel van deze hypotheken dat in 2013 onderwater zou hebben gestaan bij hypothetische LTV-limieten van 100, 90 respectievelijk 80%. De huizenprijsontwikkeling is onveranderd verondersteld. Stabielere huizenmarkt en economie Een lagere LTV-limiet beperkt het risico van boom-bust cycli op de huizenmarkt. Uit internationaal onderzoek blijkt dat structureel lagere LTV-ratio’s gepaard gaan met minder volatiele huizenprijzen. Via een stabielere huizenmarkt draagt een lagere LTV-ratio bij aan beperking van het type conjuncturele schommelingen waar de Nederlandse economie in de afgelopen decennia door is getroffen. Waar sterke huizenprijsstijgingen de Nederlandse bestedingen in de jaren negentig fors hebben gestimuleerd, heeft de neergang van de woningmarkt in de periode 2008-2013 de recessie juist versterkt. Verbeterde beschikbaarheid marktfinanciering banken Lagere LTV-ratio’s beperken het kredietrisico van banken en verminderen de bancaire afhankelijkheid van marktfinanciering. Met zijn zeer hoge hypotheekschulden en LTV-ratio’s loopt Nederland internationaal gezien uit de pas. Dit vormt – vooral in tijden van stress – een risico voor de beschikbaarheid van marktfinanciering voor banken. Een LTV-limiet die meer in lijn is met omringende landen maakt marktfinanciering minder kwetsbaar. Macro-economische effecten De macro-economische kosten van een lagere LTV-limiet manifesteren zich vooral in de transitiefase. Een deel van de potentiële starters beschikt niet over het benodigde eigen vermogen en zal eerst moeten sparen voordat zij een woning kunnen kopen. Dit leidt tot minder vraag naar koopwoningen, wat ceteris paribus neerwaartse druk op de huizenprijzen en woninginvesteringen geeft. Bij een LTV-limiet van 90% is bijna 73% van de potentiële starters gerestricteerd. Naar verwachting kunnen zij, na gemiddeld bijna 3 jaar sparen, uiteindelijk vrijwel allemaal alsnog een woning kopen. Dit beperkt de gevolgen voor de woningmarkt en de macro-economie in belangrijke mate. De vraag naar koopwoningen daalt bij een LTV-limiet van 90% uiteindelijk met maximaal 190.000. Bij een stapsgewijze verlaging van de LTV-limiet komen huizenprijzen na 5 jaar 3½ à 4% en op langere termijn 4 à 5% lager uit dan bij ongewijzigd beleid. Als starters – na voldoende te hebben gespaard – met een groter budget de woningmarkt op gaan, zal de huizenprijsontwikkeling zich uiteindelijk herstellen. De extra vraag naar huurwoningen bedraagt tijdens het afbouwen van de LTV-limiet 11.000 tot 19.000 woningen per jaar. Het is op dit moment onzeker of de huurmarkt deze extra vraag kan accommoderen. Flankerend beleid kan dit vergemakkelijken. Ref:  DNB Occasional Studies: Effecten van een verdere verlaging van de LTV-limiet,    mei 2015, door Johan Verbruggen, Remco van der Molen, Steven Jonk, Jan Kakes en Willem Heeringa. Download Nederlands(pdf, 893,5kB) ^  Inhoud Monetaire en financiële statistieken Nederland Bron: http://www.statistics.dnb.nl/ Op de statestiekpagina's van De Nederlandse Bank vindt, u behalve onderstaand (dagelijks geupdated)  overzicht , een aantal  downloadable interactieve grafieken  klik hier ^  Inhoud Koersgevoelige informatie Bron: Redactie Koersgevoelige informatie is informatie die invloed kan hebben op de koers. Het is informatie die een belegger waarschijnlijk wil gebruiken om te beslissen over zijn beleggingen, maar het is verboden om koersgevoelige informatie te gebruiken die niet algemeen verkrijgbaar is. Wat wordt verstaan onder voorwetenschap? Voorwetenschap is ‘bekendheid met informatie die concreet is en die rechtstreeks of middellijk betrekking heeft op een uitgevende instelling waarop de financiële instrumenten betrekking hebben of omtrent de handel in deze financiële instrumenten, welke informatie niet openbaar is gemaakt en waarvan openbaarmaking significante invloed zou kunnen hebben op de koers van de financiële instrumenten of op de koers van daarvan afgeleide financiële instrumenten.’ In de Wet op het financieel toezicht staat op grond van artikel 1:107, lid 3, sub c, onder 2, Wft: Dat de AFM de verplichting heeft een openbaar register aan te houden voor deze persberichten. In dit register kunt u persberichten vinden van uitgevende instellingen die, zoals vermeld in artikel 5:25i lid 1 onder a Wft, met hun toestemming worden verhandeld in Nederland. Op grond van artikel 5:25 i lid 2 Wet financieel toezicht (Wft) zijn deze uitgevende instellingen verplicht koersgevoelige informatie algemeen verkrijgbaar te stellen door middel van (o.a.) een persbericht. Het verbod gebruik te maken van voorwetenschap door een transactie te verrichten of te bewerkstelligen is van toepassing op een ieder. Er bestaan echter uitzonderingen  waarbij grosso modo geldt dat de aard van de transacties geen bedreiging mag vormen voor de integriteit van de kapitaalmarkt of voor de belangen van de op die markt opererende partijen. Een uitvoerige uitleg hieromtrent is terug te vinden in de door de AFM uitgegeven publicatie "Handel met voorwetenschap" (pdf) Koersgevoelige informatie is echter geen voorwetenschap meer nadat deze algemeen beschikbaar is gemaakt. U mag er dan gerust op handelen. Wat is algemeen beschikbaar? Er is slechts één toegestane manier om informatie algemeen verkrijgbaar te stellen­: publicatie moet plaatsvinden door middel van een persbericht, dat gelijktijdig (voor zover mogelijk) wordt aangeboden via een in de markt gebruikelijke combinatie van algemene en specifieke financiële media( denk hierbij aan Bloomberg, Dow Jones of ANP/Reuters enz). Ook moet het persbericht tegelijkertijd op de eigen website worden geplaatst en naar de AFM worden gestuurd. En hier zit natuurlijk gelijk het angeltje.... hoewel dat in de praktijk reuze mee valt. Hoe snel  je die informatie vervolgens zelf krijgt is afhankelijk van jouw bron. Een abonnement bij een gerenommeerde nieuwsleverancier levert je de informatie het snelst. Diverse financiele nieuwssites (IEX, FD etc) zijn doorgaans een goede tweede. De AFM stelt deze informatie ook beschikbaar (zij hebben immers een verplichting als 'register') maar met enige (in de praktijk enkele minuten tot uren) vertraging. Wel is de Registerspagina 'Register koersgevoelige informatie' van de AFM een eenvoudig nazoekbare bron. Ref: AFM --> Alle huidige Registers --> koersgevoelige informatie Overheidsinformatie: https://www.overheid.nl/ Wet of het Financieel toezicht: http://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/1/Hoofdstuk16/Afdeling162/Artikel1107 ^  Inhoud Private lease: waar moet je op letten? Bron: AFM Je ziet tegenwoordig steeds meer advertenties voor het privé leasen van een auto. Ook kun je bijvoorbeeld een computer of een wasmachine leasen. Maar wat is private lease eigenlijk en waar kun je als consument op letten als je overweegt een private lease aan te gaan? Wat is private lease? Private lease is te vergelijken met het huren van een product. Voor een 'vast' bedrag per maand rijd je in een gloednieuwe auto of kun je een nieuwe tv, laptop of wasmachine in gebruik nemen. Je wordt niet de eigenaar van het product en doorgaans geef je na afloop van het contract het product terug aan het leasebedrijf. Gebruik onderstaande vier tips van de AFM om onnodige risico’s te voorkomen. 1 Ga na of je de lasten van private lease kunt dragen Bij private lease ga je een contract aan voor soms wel enkele honderden euro’s per maand. Je moet dus iedere maand een deel van je inkomen afdragen om de private lease te betalen. Dat geld kun je niet meer gebruiken voor andere uitgaven zoals de hypotheek, huur, ziektekosten, alimentatie of levensbehoeften. Private lease verhoogt dus je maandelijkse vaste lasten en je houdt minder geld over voor andere (noodzakelijke) uitgaven. Als je moeilijk rond komt, kan een nieuwe maandelijkse vaste last ervoor zorgen dat je in de schulden terecht komt. 2 Kijk of tussentijds beëindigen van het contract mogelijk is en welke kosten hieraan verbonden zijn Een private lease contract ga je aan voor langere tijd. Het is bij private lease vaak niet mogelijk om tussentijds het contract te beëindigen of alleen tegen hoge kosten. Raadpleeg de aanbieder en de voorwaarden van private lease als je wilt weten of tussentijdse opzegging van het private leasecontract mogelijk is en welke kosten hieraan zijn verbonden. 3 Bereken wat je voor de private lease van het product betaalt Als je bijvoorbeeld een tv in gebruik neemt via private lease, kan het totale bedrag dat je over de hele periode voor het gebruik van deze tv uitgeeft veel hoger zijn dan de prijs van de tv in de winkel. Omdat je maandelijks betaalt, lijkt de tv ‘goedkoop’ maar de optelsom van deze maandelijkse betalingen kan aanzienlijk hoger zijn dan de aanschafprijs van de tv. 4 Onderzoek welke service is inbegrepen Private lease contracten kunnen van elkaar verschillen. Sommige contracten bieden extra service als er iets kapot gaat aan bijvoorbeeld de auto of tv die je least. Andere contracten bieden deze extra service niet. ^  Inhoud Overheid mag eigen problemen niet afschuiven op filantropen Bron: Bastiaan Zoeteman, Ted van den Bergh, Me Judice, 22 mei 2015. Buiten de aandacht van de media groeit een economie die wordt aangestuurd door filantropen. Hoe groot is dit verschijnsel? Wie trekken daarbij aan de touwtjes? Wat zijn hun intenties? Sommigen zien filantropie als een stap op weg naar een economie van het schenken. Maar is de realiteit wel zo hoogdravend? Volgens Zoeteman en Van den Bergh zijn er onterechte verwachtingen over de bijdrage van filantropie aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken en moet de overheid niet haar problemen over de heg gooien naar de filantropen De herontdekking van de filantropie Op 24 april 2015 vond de jaarlijks door de VU Amsterdam georganiseerde ‘Dag van de filantropie’ plaats (Bekkers, 2015). Uit de hier gepresenteerde cijfers blijkt dat in 2013 in ons land €4,4 miljard werd geschonken tegen €4,2 miljard in 2011. Hoewel veel burgers in Nederland schenken, gaat de meeste aandacht uit naar vermogende particulieren en organisaties die grote bedragen geven voor goede doelen. Nederland kent (CBS, 2015) sinds 2008 een tamelijk stabiel aantal van circa 150.000 miljonairs, die een belangrijke rol spelen bij de filantropie met hun totale vermogen van ruim €300 miljard. In Nederland is de filantropie minder ontwikkeld dan in de VS. Het jaarlijkse schenkgeld omvat 0,5% van het Nederlandse nationaal inkomen, tegen 2,1% in de VS. Bastiaan  Zoeteman Hoogleraar Duurzaamheids beleid aan de Universiteit Tilburg sinds 2000 hoogleraar Duurzaamheidsbeleid in internationaal perspectief aan de Universiteit van Tilburg, lid van Tilburg Sustainabilty Center (TSC) en voormalig voorzitter van het Instituut voor Globalisering en Sustainable Development (Globus) aan deze universiteit. Hij was van 2001-2013 voorzitter van de Commissie Genetische Modificatie, die de Nederlandse regering adviseert over vergunningen om genetisch gemodificeerde organismen in het milieu te brengen. Van 2000-2004 fungeerde hij als voorzitter van het Bestuur van het Europees Milieu Agentschap te Kopenhagen en was van 1989-2001 plaatsvervangend directeur-generaal Milieubeheer bij het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Het aantal miljardairs in de wereld neemt jaarlijks toe met minstens 10%. In 2015 zijn het er in totaal 1,828 (Forbes, 2015). De uitdaging voor zeer vermogende particulieren is niet het vergaren van meer bezit, maar het benutten van hun vermogen om gewenste ontwikkelingen in de samenleving tot stand te brengen. De meeste filantropen besluiten een stichting met een fonds op te richten met een door hen gewenste missie en een staf om het maatschappelijke doel te helpen bereiken. Het resultaat is dat in toenemende mate professionalisering van de uitvoering van filantropische projecten optreedt. Naast de opbrengst van particuliere vermogens kunnen ook landelijk geldinzamelingsacties worden ingezet. Als gevolg hiervan treden goede-doelen-organisaties vaak in de voetsporen van de overheid. Hoe beter de filantropen hun werk doen, hoe minder het bijspringen van de overheid nog nodig is. Met het bezuinigen door overheden wordt het extra aantrekkelijk om meer expliciet een beroep te doen op filantropische organisaties en taken bewust aan hen over te laten. Hoe reëel dit perspectief is hangt af van de omvang die de filantropie aanneemt. Is filantropie werkelijk een alternatief voor genoemde publieke taken van overheden en zo ja, is er daarbij voldoende aandacht voor de democratische legitimering van de met filantropie tot stand gebrachte ontwikkelingen? Ook speelt de vraag of de voor filantropie in te zetten middelen zijn vergaard op een manier die maatschappelijk wenselijk is. Kortom, vertegenwoordigt de opbloei van filantropie een belangrijke vernieuwing van het economische systeem of is het niet meer dan window dressing van het klassieke kapitalisme? In beide gevallen liggen er uitdagingen voor de overheid om negatieve bijwerkingen te helpen voorkomen en wenselijke ontwikkelingen te faciliteren. De opkomst van The Giving Pledge De problematiek komt het meest uitgesproken naar voren bij de door Warren Buffet en Bill & Melinda Gates in 2010 gestarte The Giving Pledge campagne. Het doel hiervan is om miljardairs uit te nodigen een belofte te doen om tenminste de helft van hun vermogen te schenken aan goede doelen. In 2014 was deze ‘pledge’ door ruim 120 miljardairs aangegaan (Lewis, 2014). In beginsel is hiermee een bedrag van honderden biljoenen euro’s aan schenkvermogen gemoeid. Ted van den Bergh  Directeur van de Stichting Triodos Foundation, Zeist Ted van den Bergh is sinds 2006 directeur van de Stichting Triodos Foundation te Zeist en fungeerde van 2006-2010 tevens als managing director van de Stichting Prof. Dr. Bernard Lievegoed Fonds. Hij was van 1997-2005 private banker bij de Triodos Bank en daarvoor van 1979-1987 team manager sales bij Centraal Beheer Achmea. Critici betwijfelen of er als gevolg van The Giving Pledge veel meer geld richting filantropie gaat dan daarvoor, omdat het eerder ook al in liefdadigheidsfondsen was ondergebracht (Goldberg, 2014). Ook zou het schenken meer worden nagestreefd om minder belasting te betalen dan om goede doelen te steunen. Verder wordt niet bijgehouden wat er met de investeringen wordt bereikt. Het belangrijkste nut van deze campagne is dat aandacht voor het fenomeen van filantropie is gegenereerd en dat de miljardairs van elkaar leren hoe ze maximaal maatschappelijk effect kunnen bereiken. Want het lenigen van maatschappelijk nood met schenkgeld klinkt makkelijker dan het is. Bill Gates heeft zich bijvoorbeeld ontpopt als een geweldige organisator van het grootschalig aanpakken van problemen zoals Aids in Afrika. Warren Buffet heeft daarop besloten zijn gelden bij de Bill & Melinda Gates Foundation te plaatsen om er een maximaal effect mee te bereiken. De slagkracht die hiermee is ontstaan stelt het werk van veel overheden in de schaduw. De indruk mag echter niet ontstaan dat filantropie alleen maar effectief is als het via megafondsen verloopt (Husock, 2014). Grootschaligheid mag als voordeel gelden voor massaproductie van bijvoorbeeld vaccins, dat geldt niet voor het beheren van bijvoorbeeld natuurparken of theaters. In de Verenigde Staten is de discussie over de rol van filantropie bij het voorzien in zaken van algemeen belang heftiger dan in Nederland (Husock, 2015). De discussie spitst zich toe op de mate waarin voor filantropie belasting voordelen gelden. Kan de overheid effectiever voorzien in het organiseren van publieke taken dan de particuliere filantropie? Het antwoord op deze vraag wordt bepaald door de cultuur en bestuurspraktijk van een land. De filantropie functioneert in een eigen marktomgeving die deels door de overheid wordt mogelijk gemaakt en begrenst. Verschuivingen in belastingen kunnen deze markt sterk beïnvloeden. Ook kan een overheid niet toestaan dat zaken van algemeen belang alleen aan filantropie worden overgelaten. Daarom zal bij veranderingen in de rol van de filantropie steeds ook een passende respons van de kant van de overheid moeten komen. Nieuwe filantropie De primaire associatie bij het begrip schenken is het geven van geld, arbeid of aandacht uit compassie met een ander. In de praktijk blijken er echter gradaties te bestaan (Zoeteman en Slabbekoorn, 2014). Het geven aan de ander kan gepaard gaan met anticiperen op een toekomstige wederdienst. Extremer wordt het als die vorm van schenken tot omkoping of chantage vervalt. Meestal is het schenken op een of andere manier verbonden met een ruiltransactie: voor-wat- hoort-wat. Voorbeelden zijn sponsoring, relatiegeschenken, en deels ook loterijen zoals de Nationale Postcode Loterij. Het werkelijk altruïstische schenken is uitsluitend gericht op het dienen van een maatschappelijk doel zoals vertegenwoordigd door Rode Kruis, Friends of the Earth, etc. Dit schenkgeld wordt als het ware uit de markteconomie gehaald en maakt daarmee niet langer onderdeel uit van het op vergaren van bezit gerichte streven. In het verlengde hiervan kan schenken ook gezien worden als een voorloper van een toekomstige samenlevingsvorm die is gebaseerd op de ‘nieuwe filantropie’, waarin het geven tot de dominante morele waarde is geworden (Eisenstein, 2011). In landen waar een dergelijke samenleving als wenselijk wordt gezien kan de overheid met regels en fiscale instrumenten initiatieven in die laatste richting stimuleren. De overheid en filantropie in Nederland Hoe ontwikkelt de filantropie zich nu in Nederland? En welke opstelling heeft de overheid daarbij? Nederland kent ruim 700 goede-doelen-fondsen. Deze fondsen kenmerken zich deels als fondsen met een ruilkarakter (bijvoorbeeld Stichting DOEN gefinancierd door de Nationale Postcode Loterij) maar doorgaans als fondsen die uitsluitend een maatschappelijk doel dienen, bijvoorbeeld kankerbestrijding (Fonds1818) of cultuurbevordering (Prins Bernard Cultuurfonds). In Figuur 1 zijn enkele van de grotere fondsen in ons land vermeld. Het is overigens vaak lastig om gegevens over de omvang van deze fondsen te vinden, vooral als particulieren deze hebben opgericht. Figuur 1: Enkele grote filantropische fondsen in Nederland, Bron: Zoeteman en Slabbekoorn (2014) Vermogensfondsen kennen een verschuiving van doneren naar investeren, volgens voorzitter Van Gendt van de Vereniging van Fondsen. Buiten de grote fondsen van buitenlandse miljardairs, waarbij ‘impact monitoring’ steeds meer een rol speelt, zijn in Nederland vooral de middelgrote goede-doelen-organisaties van belang. Ook hier speelt professionalisering en doelmatigheid een rol onder druk van donateurs en sociale media. Een andere trend is de commercialisering van de fondsenwerving. Bij de kleinere organisaties in Nederland met een vermogen beneden circa €25 miljoen liggen er andere accenten. Fondsenwerving hangt daar meer af van particuliere donaties en professionalisering uit zich in het starten van innovatieve initiatieven in lijn met de wensen van de filantroop. Over de heg Door de forse bezuinigingen van de Nederlandse overheid van de laatste jaren op bijvoorbeeld zorg en cultuur heeft de rol van filantropie extra aandacht gekregen. Na het bekendmaken van de bezuiniging in 2013 op cultuur van €200 miljoen door de rijksoverheid en van € 125 miljoen door provincies en gemeenten is bijvoorbeeld op initiatief van Joop van den Ende door vier cultuurfondsen een nieuw fonds opgericht om grootschalige culturele evenementen mogelijk te blijven maken. Nieuw is dat hierbij met de overheid afspraken zijn gemaakt om dit (fiscaal) zo aantrekkelijk mogelijk te maken (zie Blockbusterfonds). Vaak is er geen vangnet voor de gevolgen van overheidsbezuinigingen. Van de in 2012 gesubsidieerde 589 culturele instellingen waren er in 2014 al 173 verdwenen (NRC, 2014). Minister Bussemaker geeft aan dat de regering van culturele instellingen verwacht dat zij zich nog meer op ondernemerschap richten. Zij moeten zorgen voor meer eigen inkomsten en de band met het publiek versterken. Nu de overheid de invulling van zijn taak beperkter invult worden filantropische fondsen door culturele en zorginstellingen extra aangesproken, echter niet altijd met succes. Filantropie en overheidstaken zijn twee aparte werelden die elkaar wel kunnen versterken maar ook tegenover elkaar kunnen staan. Filantropen, en dat geldt zeker voor de miljonairs, onderscheiden zich van overheden door een eigen kijk op de te lenigen noden in de samenleving die sterk kan afwijken van de politieke voorkeur van een zittend bestuur. Het laatste wat filantropen willen is de gaten in de rijksbegroting helpen dichten (Schuyt, 2014). Dat wil echter niet zeggen dat overheden filantropische instellingen niet zouden kunnen betrekken bij het gezamenlijk vinden van oplossingen voor urgente maatschappelijke vraagstukken. Naarmate de rol van de filantropie in de samenleving groeit, bijvoorbeeld doordat er meer ondernemende zeer vermogende particulieren komen, zal daarvoor meer gelegenheid zijn. Voorwaarde is dat de overheid deze sector op voet van gelijkwaardigheid wil   behandelen en er niet op anticipeert dat filantropen overheidstaken gaan financieren. Ref:  Zie onderaan artikel op Me Judice: http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/overheid-mag-eigen-problemen-niet-afschuiven-op-filantropen ^  Inhoud Aktief zijn binnen onze vereniging! Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die mee willen doen. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, het schrijven van een column of artikel,  met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met het HCC Beleggen bestuur Klik Hier of met de redactie  Klik Hier ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Wilt u reageren, heeft u een lezerstip of wilt u zelf ook een artikel aanleveren: Neem dan even contact op met de redactie door deze mail te retourneren met in het onderwerp: Reactie tav redactie ... . Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. ^  Inhoud

2 juni 2015

...

Nieuwsbrief20150501

.. Mei 2015 Grootse sprekers ! Risico’s en rendementen…. Beleggingskansen in oliesector Conjunctuurbeeld opnieuw iets beter Deutsche Bank geschrapt van kooplijsten Opkoopprogramma ECB is overbodig en gevaarlijk Aktief zijn binnen onze vereniging! .. Grootse sprekers ! Bron: Bestuur HCC Beleggen Op 28 maart organiseerde de groep HCC groep Beleggen wéér een geweldig symposium met héél veel informatie over investeren. Beleggen is nu hard nodig nu de overheid zich steeds verder terugtrekt uit het verzorgen van ons pensioen en de rente langzamerhand de nul procent nadert. Er was een grote opkomst, wat niet verwonderlijk was gezien de geweldige sprekers die de symposium-cie had uitgenodigd. Als u bent geweest, dan hebt u kunnen genieten van Pim van de Velde, die van de hoed en de rand vertelde over crowdfunding. Hij wist er alles van, want heeft zelf drie jaar geleden een platform opgericht. Daarnaast vertelde Menno Dreishor hoe nu een hedgefonds echt werkt. De beleggers onder onze club kregen veel ideeën hoe ze bepaalde technieken voor hun eigen investeringen konden gebruiken! Tenslotte deed Bob Hendriks voor u in de zaal uit de doeken hoe u of uw kinderen een systematische vermogensopbouw kunnen organiseren, zodat niemand zich meer druk hoeft te maken hoe straks de studie van uw prins of prinsesje te bekostigen ! Daarnaast waren er veel standhouders, die het publiek op de hoogte brachten van de nieuwste software op het gebied van beleggen. Kortom, het was weer een zeer leerzame en geweldige dag. Tot op het 65ste HCC Beleggen symposium op 10 oktober 2015! Met vriendelijke groet, Frans Schreiber, Voorzitter Hcc groep Beleggen ^  Inhoud Risico’s en rendementen…. Bron:  Ben van den Anker Geen enkele investering zal in de praktijk zonder risico zijn, maar wat zijn nu precies deze risico’s? In deze column probeer ik een aantal gangbare risico’s op het vlak van investeren toe te lichten. Allereerst is het van belang hierbij het ‘risico’ te definiëren. Waar dit voor de een het verlies van de hoofdsom betekent, ziet een ander het risico in het behalen van een lager dan beoogd rendement. Risico definieer ik hierbij dan als de mate van onzekerheid waarmee doelstellingen behaald worden. Voor het aangaan van risico of anders gezegd onzekerheid verwacht de belegger een rendement op het ingelegde vermogen te behalen. Het risico kun je dan kwantificeren als de mate van afwijking tussen verwacht en gerealiseerd rendement. Een gangbaar model in de literatuur om dit risico te berekenen is het Capital Asset Pricing Model. In dit model worden drie parameters (riskfree rate, bèta en het verwachte risk premium boven de risk free rate) gebruikt om het verwachte rendement te berekenen. Een investering is risicoloos als het actuele rendement overeenkomt met het verwachte rendement. De gangbare ‘riskfree rate’ refereert naar het rendement op investeringen waarbij de hoofdsom niet verloren kan gaan en het actuele rendement overeenkomt met het verwachte rendement. Over het algemeen wordt hieronder staatspapier van overheden verstaan. Belangrijk is hierbij mee te nemen dat inflatie- en renteverwachtingen wel degelijk van invloed zijn op de koers van de onderliggende waarde en het te behalen rendement. Daarnaast zien we steeds meer dat ook overheden wel eens niet aan betalingsverplichtingen kunnen voldoen en dat brengt de vraag met zich mee hoe ‘risk free’ risk free staatspapier eigenlijk is. Ik wil naar aanleiding van het bovenstaande dieper ingaan op twee relevante risico’s; het bedrijfs- en marktrisico. Het marktrisico is gerelateerd aan macro economische ontwikkelingen.  Investeringen in de tegenwoordig zeer populaire index fondsen zijn afhankelijk van de marktontwikkelingen in de sector (bijvoorbeeld de energiesector). Staan de olieprijzen regionaal en/of mondiaal onder druk, dan zal het rendement op de belegging van een individuele onderliggende olie gerelateerde waarde wel eens lager kunnen zijn dan geanticipeerd. In een economie met voorspelbare inflatie en rente en economische groei zal het risico lager gewaardeerd worden dan in een economie met meer volatiliteit in deze parameters. Ben van den Anker (1976) is schrijver / columnist en lid centrale directie aan het Candea College Hij heeft zijn PhD in Business & Management tijdens een negenjarig verblijf in Zuidoost Azië aan de International Graduate School of Business (University of South Australia) behaald. Hij is auteur van het boek The perceived role of Host Country Nationals in Expatriate Adjustment (2010, Ben van den Anker). Zijn onderzoek richt zich met name op de rol van cross-culturele interactie in het functioneren van expatriates. Daarnaast is hij voor de International Business Review revisor voor wetenschappelijke artikelen op het snijvlak business en management. Het risico dat een bedrijf niet aan verplichtingen kan voldoen en uiteindelijk zelfs failliet gaat, kan eenvoudig beperkt worden door het aantal investeringen in portefeuille te vergroten. Diversificatie vermindert het risico, maar beïnvloedt het marktrisico niet.  Het risico van een individueel aandeel kan berekend worden aan de hand van het vermogen waarmee dit aandeel al dan niet met de markt meebeweegt (ook wel covariantie, bèta,  genoemd). In de praktijk is de relatie tussen bèta en return on investment zwak en verklaren andere data als marktkapitalisatie en prijs / boekwaarde ratio het rendement beter dan het CAPM1. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat CAPM nogal wat kritiek te verduren heeft gekregen in het laatste decennium2. Daarnaast is er nog een aantal risico’s dat zeer relevant blijkt te zijn. Het valuta risico is diegenen met Amerikaanse aandelen in portefeuille in 2014 gunstig gezind geweest. De stijgende dollarkoers ten opzicht van de euro zorgde, bij gelijkblijvende koersen, al voor sterke resultaten van Amerikaanse aandelen. De zwakker wordende euro heeft echter ook zijn neerslag op andere valutaparen. De sterke volatiliteit kan jaarlijkse rendementen tot 20% of meer wegvagen of versterken. Investeren is bovenal mensenwerk. Het risico dat investeerders zich irrationeel gedragen en hiermee een gedeelte van het risico bepalen is reëel. Het met verlies verkopen doet pijn en beïnvloedt vraag-aanbod verhoudingen als investeerders te lang vasthouden aan investeringen. Daarnaast kan het liquiditeitsrisico eveneens rendement bepalen. Als een investeerder behoefte aan liquiditeit heeft op bepaalde momenten zal het rendement op dat moment voor lief genomen worden. Door te beleggen met middelen die je kunt missen, ontwijk je voor een groot deel het liquiditeitsrisico. Het Inflatierisico lijkt de laatste jaren minder actueel, maar de aanstaande renteverhoging later dit jaar in de V.S. houdt de gemoederen danig bezig. Een verhoging van de rente betekent een kostenverhoging voor bedrijven die veel met geleend geld opereren. De onroerendgoed sector zal bij een renteverhoging bijvoorbeeld minder rendement behalen en met koersdalingen geconfronteerd worden. Tegelijkertijd zullen obligaties lager gewaardeerd worden, eenvoudigweg doordat alternatieven hoger gewaardeerd worden. Een bekende beleggerswijsheid is de koppeling tussen hoger risico en hoger rendement, als dit zo zou zijn dan is er geen sprake van een hoger risico. Wat deze koppeling dus aangeeft is dat er een gerede kans bestaat dat er een lager, of zelfs geen, rendement behaalt wordt met een hoger risico. Met lage volatiliteit aandelen blijken echter wel hogere rendementen te behalen. Lager risico en een hoger rendement….3 Het is goed zo nu en dan stil te staan bij de risico’s in een portefeuille. Welke risico’s zijn verbonden met mijn portefeuille? Hoeveel risico vind ik aanvaardbaar? Hoe verandert mijn risicoprofiel gedurende het jaar? Zijn aandelen in verhouding tot de onderliggende waarde duur of goedkoop? Relevante vragen om naast een goed rendement ook nog goed te kunnen slapen! Risico bestaat alleen in de toekomst en eens in de zoveel jaren zijn al onze voorbereidingen om het risico beheersbaar te maken, ondanks alle goede analyses, meestal onvoldoende. De beurzen zijn tenslotte, net als het leven, cyclisch van aard. En ook hier geldt het spreekwoordelijke “na regen komt zonneschijn’! The investment principle: Risk and return models. Aswath Damodaran. http://people.stern.nyu.edu/adamodar/pdfiles/acf3E/presentations/risk&ret.pdf CAPM: An absurd model. http://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=2505597 ^  Inhoud Beleggingskansen in oliesector Bron: Maarten van der Pas, Morningstar Morningstar selecteert beleggingskansen in oliesector De blijvend lage olieprijs heeft ertoe geleid dat de analisten van Morningstar alle bedrijven die zij volgen in de oliesector opnieuw hebben bekeken. Welke ondernemingen zijn nog een aantrekkelijke belegging? ExxonMobil en Halliburton zijn top picks. "Shell blijft achter." De Amerikaanse productie van schalie-olie heeft de oliemarkt blijvend verstoord. Met het productievolume en de relatief lagere productiekosten zijn de Verenigde Staten een factor geworden om rekening mee te houden. Sterker nog, Amerika heeft de rol van zogenaamde swing producer overgenomen van de Opec-landen. Het is nu het land dat zijn productie van ruwe olie gemakkelijk wil en kan aanpassen aan fluctuaties in de wereldvraag. Dat stelde Morningstar-analist Allen Good donderdag 19 maart 2015 op de Morningstar Institutional Investment Conference in Amsterdam. Lange tijd zorgde de toenemende Amerikaanse olieproductie niet voor een onbalans tussen aanbod en vraag wereldwijd. Het extra aanbod ving verstoringen in het aanbod van Irak, Libië en Nigeria op. En de afnemende vraag in de westerse wereld werd gecompenseerd door de groeiende vraag in opkomende markten. Maarten van der Pas Financial Markets Editor bij Morningstar Benelux Maarten heeft Nederlandse taal en letterkunde gestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmengen. Heeft daarna op diverse redacties gewerkt en momenteel is hij werkzaam als Financial Markets Editor bij Morningstar Benelux. Ook is Maarten auteur van het boek:  'Saab over de kop. De nederlaag van Victor Muller' Maar in 2014 was er een kentering: de combinatie van een zwakke vraag naar olie door teruggelopen economische groei wereldwijd en het besluit van de Opec om zijn productie niet te verkleinen leidde tot een grote onbalans die momenteel nog niet is verdwenen. “De overproductie aan olie is momenteel 1 miljoen vaten per dag”, aldus Good. USD 75 per vat De robuuste groei van de Amerikaanse onconventionele olieproductie is de enige reden van het huidige overaanbod op de oliemarkt. Morningstar zie de Amerikaanse schalie-olie dan ook als een kritische factor voor een eventuele nieuwe balans tussen aanbod en vraag. Als reactie op de lage olieprijs hebben exploratie en productiemaatschappijen de laatste maanden hun investeringen in productie drastisch teruggeschroefd. Het gevolg is dat de Amerikaanse olieproductie op korte termijn niet alleen stopt met groeien, maar de komende maanden ook zal afnemen. Sinds juli 2014 is de olieprijs met 40 procent gedaald en staat op moment van schrijven ongeveer USD 54 voor een vat Brent. Niveaus van meer dan USD 120 per vat zoals in 2012 zullen volgens Good voorlopig niet meer worden gehaald. Dat is volgens hem ook niet meer nodig. Enkele jaren geleden was een prijs van USD 100 per vat nog nodig om aan de wereldwijde vraag te voldoen, waarbij olie uit relatief dure bronnen zoals de Noordzee en teerzanden kwam. Ter vergelijking: de productie van Amerikaans schalie-olie is al break-even bij een olieprijs van USD 60 per vat. Hiermee drukt schalie-olie de duurdere oliebronnen uit de markt. Good: “Een olieprijs van USD 75 per vat is nodig om investeringen door oliemaatschappijen te stimuleren en te voldoen aan de wereldwijde vraag in 2020.” Amerikaanse schalie-olie kan naar verwachting voor 35 tot 40 procent voldoen aan de extra vraag. Maar naast Amerikaanse schalie-olie is er dus meer nieuw aanbod nodig om aan de toekomstige vraag te voldoen. Dat aanbod zal van hoger op de kostencurve komen. Dat zullen diepzeebronnen van hoge kwaliteit zijn, bijvoorbeeld in de Golf van Mexico voor de kust voor West-Afrika. Concurrentiefactoren in de olie-industrie De lage olieprijs heeft ertoe geleid dat de aandelenanalisten van Morningstar alle bedrijven in de oliesector die zij volgen opnieuw hebben bekeken. En zijn nagegaan welke ondernemingen een aantrekkelijke belegging zijn bij een olieprijs van USD 75 per vat. Analist Good zoekt naar de ondernemingen die zich in het gebied bevinden waar kwaliteit en waardering elkaar overlappen: ondernemingen met concurrentievoordelen zoals lage productiekosten die bovengemiddeld rendement kunnen genereren door een hele economische cyclus heen waarbij de koers onder de fair value ligt (de waardering van een onderneming op basis van de geschatte toekomstige kasstroom). In de olie-industrie is kostenvoordeel de belangrijkste concurrentiefactor. Simpelweg olie tegen lage kosten uit de grond kunnen halen en verwerken dan concurrenten. Dat geldt voor ondernemingen die upstream (exploratie en productie van olie) en downstream (raffinage en verkoop van olieproducten) actief zijn. Bedrijven in het midstream segment zoals exploitanten van pijpleidingen die de olie van de olievelden naar raffinaderijen en havens brengen zijn spelen naast kosten ook nog overstapkosten en efficiënte schaal een rol in de concurrentiepositie. Hoe gemakkelijk of niet kunnen oliemaatschappijen overstappen naar een concurrent of zijn ze afhankelijk van die ene pijpleiding die er ligt. Midstream-ondernemingen hebben vaak een monopoliepositie. Ligt er eenmaal een pijpleiding met voldoende capaciteit tussen een olieveld en een raffinaderij dan is het voor concurrenten weinig zinvol om met een alternatieve leiding te komen. Voldoende aanbod ontbreekt om twee leidingen te vullen en de extra transportcapaciteit verlaagt de prijs zodanig dat deze te laag wordt om rendabel te kunnen zijn. Bij bedrijven die diensten verlenen aan de olie-industrie zoals bodemonderzoek of verhuur van boorinstallaties vormen vlottende activa nog een vierde concurrentiefactor. Deze ondernemingen zijn ook afhankelijk van de speciale techniek, kennis of voertuigen die ze in huis hebben. Al deze concurrentiefactoren bepalen of beschermen de winstgevendheid op lange termijn van een onderneming in de olie-industrie. Morningstar gebruikt voor zijn beoordeling van het concurrentievoordeel van een onderneming (of 'moat') de kwalificaties ‘wide moat’, ‘narrow moat’ en ‘none moat’. Concurrentievoordelen zijn moeilijk te verkrijgen in de oliesector en zijn ongelijk verdeeld over de verschillende subsectoren, zoals het diagram laat zien. Upstream zijn er geen ondernemingen met een wide moat of groot concurrentievoordeel. Midstream zijn er daarentegen veel meer bedrijven met een sterke concurrentiepositie. Downstream is het vooral narrow moat. 'Integrated' zijn zogenaamde geïntegreerde oliemaatschappijen die upstream en downstream activiteiten combineren. In de tabel staat per subsector welke ondernemingen Morningstar een aantrekkelijke belegging vindt. Upstream Bij de grote oliemaatschappijen biedt ExxonMobil volgens Morningstar de beste combinatie van waardering, kwaliteit en defensiviteit. Onder de geïntegreerde Europese oliemaatschappijen met een hoog dividendrendement maar van lagere kwaliteit blijft BP het meest aantrekkelijk. ExxonMobil is de enige olieproducent in het upstream/integrated segment met een wide moat. Volgens analist Good onderscheidt Exxon zich historisch gezien van de andere grote oliemaatschappijen door zijn superieure allocatie van kapitaal waardoor het een hoger rendement op geïnvesteerd kapitaal boekt dan concurrenten. Midstream De uitbaters van pijpleidingen zijn de duidelijke winnaar van Morningstars positieve visie op de Amerkaanse oliesector. Hun kasstroom is op tarieven gebaseerd en beschermt ze daardoor van fluctuerende olieprijzen. De groei van de productie van Amerikaanse schalie-olie vraagt om meer infrastructuur aan het einde van het decennium. Dit verlengt het midstream groeiverhaal. Spectra Energy, Spectra Energy Partners en Magellan zijn de meest aantrekkelijke aandelen in dit veld. Downstream Van de raffinaderijen die de analisten van Morningstar volgen zijn Tesoro en Philiiips 66 de ondergewaardeerde ondernemingen die de beste uitganspositie hebben om van de aanvoer van Amerikaanse schalie-olie te profiteren. Dienstverlening Morningstar blijft van mening dat de beste dienstverleners met veel innovatie en technologie zullen blijven komen bieden en daardoor economische tarieven kunnen rekenen. Dienstverleners die sterk op diepzee-oliewinning leunen kunnen het beste vermeden worden door beleggers. De hogere kosten ontberen voldoende opbrengst. In deze subsctor is Halliburton Morningstars top pick. De onderneming heeft een leidende positie in de Noord-Amerikaanse schalieolie-industrie. Morningstar verwacht dat Halliburton zijn internationale aanwezigheid bij diepzee-oliewinning en bij volwassen olievelden zal blijven uitbouwen. De lopende fusie met Baker Hughes maakt Halliburton tot een powerhouse in de dienstverlening aan de olie- en gasindustrie met een breed en diep aanbod. Achterblijver Shell Shell is geen aantrekkelijke belegging. Morningstar-analist Stephen Simko is zeer kritisch over de Nederlands-Britse oliemaatschappij. “Shell zit bijna in een existentiële crisis”, stelt hij. “Zelfs als de olieprijs USD 100 per vat zou zijn, dan is Shells portefeuille bezaaid met problemen. Shell heeft tevergeefs sterk ingezet op schalie-olie en –gas en daarmee veel kapitaal verbrandt. Daarnaast zijn er kostenoverschrijdingen bij belangrijke projecten zoals de Motiva-raffinaderij en presteert Shell met zijn downstream activiteiten chronisch slecht. De combinatie hiervan maakt dat Shell een zeer slecht rendement op geïnvesteerd kapitaal boekt.” Simko erkent, dat er met de nieuwe  topman Ben van Beurden significante herstructureringsacties zijn gestart. Maar de recente prijsval van olie zorgt voor een aanzienlijke druk en de analist denkt dat Shell flink moet worstelen om die te overwinnen. “De kwesties bij Shell van slecht management en de slechte inzet van kapitaal stammen nog van voor voormalig topman Peter Voser, de voorganger van Van Beurden is verantwoordelijk voor veel van de recente verkeerde strategische keuzes.” Van Beurden heeft tot zover alles gedaan wat in zijn vermogen ligt, vindt Simko. Oliemaatschappijen kunnen volgens hem in het algemeen aanzienlijk in de kosten snijden om zich daarmee beter af te stemmen op de nieuwe situatie van lage olieprijzen. “Maar beleggers moeten van Van Beurden geen wonderen verwachten. Shell is geen ExxonMobil of Chevron en zal dat ook nooit worden. Verbeteringen zijn bij Shell te verwachten, maar het is waarschijnlijker dat de olie- en gasproducent dit decennium een achterblijver blijft dan dat het een leidende positie onder de grote oliemaatschappijen inneemt.”      Lees ook:  BP 5 jaar later ^  Inhoud Conjunctuurbeeld opnieuw iets beter Bron: CBS, 30 april 2015 Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok is in april 2015 iets beter dan in maart, maakt het CBS vandaag bekend. Conjunctuurklok Ook in de twee voorgaande maanden was een kleine verbetering zichtbaar. Vanaf de zomer van 2013 tot het voorjaar van 2014 verbeterde de conjunctuur continu, sindsdien gaat de verbetering stapsgewijs. Het economisch herstel gaat traag, maar gestaag. De Conjunctuurklok van het CBS is een hulpmiddel voor het bepalen van de stand en het verloop van de Nederlandse conjunctuur. In de conjunctuurklok komt vrijwel alle belangrijke economische informatie samen die het CBS tijdens de afgelopen maand c.q. het afgelopen kwartaal heeft gepubliceerd. Conjunctuurklokindicator (ongewogen gemiddelde van de 15 indicatoren van de Conjunctuurklok) afwijking van de langetermijntrend (=0) Producenten duidelijk positiever, consumenten iets minder positief Het vertrouwen van de ondernemers in de industrie is in april aanzienlijk toegenomen. Dat komt doordat producenten veel positiever waren over hun toekomstige productie. Ze waren ook iets positiever over hun voorraden gereed product. Hun oordeel over de orderportefeuille bleef onveranderd positief. Verder is de bezettingsgraad van de machines en installaties in het tweede kwartaal van 2015 uitgekomen op bijna 82 procent. Dat is het hoogste percentage sinds het uitbreken van de crisis eind 2008. Het vertrouwen van consumenten is iets afgenomen. Het kwam in april uit op 0. In maart was dat 2. De lichte afname van het vertrouwen komt vooral doordat consumenten minder positief oordeelden over de economie. De koopbereidheid nam ook iets af. Zowel het producenten- als het consumentenvertrouwen ligt boven het langjarig gemiddelde Consumenten- en producentenvertrouwen (seizoengecorrigeerd) saldo % positieve en % negatieve antwoorden Rechteras Export, investeringen en consumptie huishoudens groeien De export van goederen groeit door. Het volume van de export van goederen was in februari 2015 bijna 7 procent groter dan in februari 2014. Vooral de export van transportmiddelen, aardgas en aardolieproducten was hoger. Zowel de uitvoer van Nederlands product als de wederuitvoer groeide. De investeringen in vaste activa groeien al zes maanden op rij. Het volume van de investeringen in materiële vaste activa was ruim 2 procent groter dan in februari 2014. Deze stijging is vooral te danken aan de hogere investeringen in woningen en vrachtauto’s. Consumenten hebben in februari ruim 2 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in februari 2014. Dat is de grootste stijging in vier jaar tijd. Consumenten besteedden vooral meer aan gas, kleding en woninginrichting. Industrie produceert een fractie minder dan vorig jaar De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in februari een fractie lager dan in januari 2014. Het groeicijfer wordt echter al een paar maanden negatief beïnvloed doordat in de tabaksindustrie een aanzienlijk deel van de productie is weggevallen. Zonder die weggevallen capaciteit zou de productie van de industrie iets hoger zijn dan een jaar eerder. Situatie op de arbeidsmarkt verbetert verder In maart waren er opnieuw minder mensen werkloos. Het aantal werklozen liep daardoor in de afgelopen 3 maanden met gemiddeld 6 duizend per maand terug. Vooral jongeren hadden vaker werk. Het werkloosheidspercentage daalde van 7,1 procent in februari naar 7,0 procent in maart. Het aantal vacatures groeide in het vierde kwartaal van 2014 verder. Ook de toename van het aantal banen zette in het vierde kwartaal van 2014 door. Vooral het aantal banen voor uitzendkrachten en zelfstandigen nam toe. Daarentegen daalt het aantal banen in de zorg nog steeds aanzienlijk. Het totale aantal uitzenduren neemt al sinds begin 2013 toe. In het vierde kwartaal is zowel het langlopende uitzendcontracten in de vorm van detachering of payrolling als het aantal kortdurende contracten toegenomen. Het aantal uitgesproken faillissementen van bedrijven en instellingen nam in maart toe. De stijging is grotendeels toe te schrijven aan het feit dat maart een zittingsdag meer telde dan februari. Na een piek medio 2013 is het aantal faillissementen fors afgenomen, maar ten opzichte van de jaren voor de financiële crisis is het aantal faillissementen van bedrijven nog steeds hoog. Bruto binnelands product (volume, seizoengecorrigeerd) Economische groei breed gedragen Uit de tweede berekening van de economische groei bleek dat de Nederlandse economie in het vierde kwartaal van 2014 met 0,8 procent is gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder. De groei wordt breed gedragen. Gezinsconsumptie, export en investeringen leverden een positieve bijdrage. In 2014 zijn er nu drie kwartalen achter elkaar van groei gemeten. Ten opzichte van de hoogconjunctuur in de eerste helft van 2008 is de Nederlandse economie eind 2014 nog 1,4 procent kleiner. Bij de kwartaal-op-kwartaalgroei is rekening gehouden met werkdag- en seizoeneffecten. Ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder was er in het vierde kwartaal een groei van de Nederlandse economie van 1,4 procent. Deze groei is te danken aan meer export, hogere investeringen en meer consumptie door huishoudens. De consumptie van de overheid kromp licht. Woensdag 13 mei 2015 komt het CBS met de eerste uitkomsten over de economische groei en het aantal banen in het eerste kwartaal van 2015. Meer cijfers staan in het dossier Conjunctuur. Voor meer conjunctuurinformatie zie: conjunctuurbericht. ^  Inhoud Deutsche Bank geschrapt van veel kooplijsten Bron: Analist.nl, April 28, 2015 Het nieuws dat Deutsche Bank flink gaat snijden in de kosten door het sluiten van een groot aantal filialen heeft er bij sommige analisten hard ingehakt. De kostenbesparing maakt deel uit van de nieuwe koers die de bank gaat varen, maar is ook een voorbereiding op mogelijke boetes rondom de nog altijd lopende Liborzaak. Mede daarom kan Deutsche Bank niet langer rekenen op een zeer positieve consensus, terwijl het opwaarts potentieel van de koers gelimiteerd lijkt te zijn. Deutsche Bank maakte recent zijn resultaten over het eerste kwartaal van 2015 bekend. Daarin werd duidelijk dat de winst is gehalveerd door kosten rondom de Liborzaak. In het eerste kwartaal werd er 1,5 miljard euro opzij gezet, waarmee eind maart de reservering op 4,8 miljard euro stond. Zodoende stond er aan het einde van de maand een nettowinst van 559 miljoen euro, terwijl de omzet in dezelfde periode met bijna een kwart toenam tot 10,4 miljard euro. Nieuwe koers Deutsche Bank wil zich de komende jaren meer gaan richten op de digitalisering van geldzaken en ziet zich daarom genoodzaakt om 200 filialen in Duitsland te sluiten. Deze ingreep moet de bank een jaarlijkse besparing van 3,5 miljard euro opleveren, maar de eenmalige herstructureringskosten vallen uit op 3,7 miljard euro. Daarnaast wordt Postbank in de etalage gezet, de huisbank van miljoenen Duitsers. Deze strategische ingrepen vallen onder de nieuwe koers die Deutsche Bank wil gaan varen, maar is ook een uitvloeisel van de Liborzaak. De afgelopen jaren heeft de bank al ruim 7 miljard euro aan boetes moeten betalen en dit kan nog verder oplopen. Niet langer een koopadvies S&P heeft zijn advies voor Deutsche Bank verlaagd van ‘buy’ naar ‘hold’ en het koersdoel met 2 euro verlaagd tot 33 euro. Het effectenhuis wijst vooral op de teleurstellende nieuwe doelstellingen voor het rendement op eigen kapitaal. Nord Landesbank heeft eveneens zijn advies voor Deutsche Bank verlaagd van ‘kaufen’ naar ‘halten’. De bank heeft wederom volgens analist Michael Seufert sterke resultaten voorgelegd, die echter door de hoge kosten voor de rechtszaak gedrukt zijn. Het Strategieplan 2020 voorziet in een afbouw van de massa-activiteiten rondom kredieten en bezuinigingen voor de investmentdivisie. Mede daarom ziet de analist momenteel weinig mogelijkheden voor het aandeel en heeft hij zijn koersdoel verlaagd van 35 euro naar 31 euro. Consensus Deutsche Bank Door de diverse adviesverlagingen staan er nu 12 koop-, 16 houd- en 3 verkoopadviezen uit, waardoor de consensus wel nog positief is maar laat zien dat analisten veel terughoudender zijn geworden over het aandeel. Het recente nieuws leidde tot een koersdaling voor Deutsche bank tot het huidige niveau van 30,28 euro. De recente koersdoelverlagingen hebben geresulteerd in een gemiddeld koersdoel van 32,64 euro, waarmee analisten een rendement voorzien van 7,8%. Toch moeten beleggers kijkende naar de recente analisten rapporten rekening houden met weinig opwaarts potentieel voor de koers in de komende periode en afgewacht worden of niet meer analisten zullen volgen met een taxatieverlaging voor Deutsche Bank. ^  Inhoud Opkoopprogramma ECB is overbodig en gevaarlijk Bron: Sylvester Eijffinger, Dick van Wensveen, Me Judice De ECB is dit jaar begonnen met het opkopen obligaties om zo de Europese economie aan te jagen. Volgens Sylvester Eijffinger en Dick van Wensveen is deze actie niet alleen overbodig. Zij vermoeden dat de ECB welhaast bewust de aard van de huidige balansrecessie miskent. Het opkoopprogramma is niet alleen overbodig maar ook gevaarlijk door de creatie van nieuwe zeepbellen op kapitaalmarkten. Het opkoopprogramma van de ECB moet daarom zo spoedig mogelijk worden stopgezet. Overvloed liquiditeit Ondanks ernstige bezwaren en waarschuwingen over effectiviteit en schadelijke bijwerkingen van het monetair beleid, heeft de ECB de rente extreem verlaagd. Zij creëert bovendien een overvloed aan liquiditeit door het opkopen van obligaties en wil dat beleid voortzetten tot minstens medio 2016. De effectiviteit van dit onconventionele monetair beleid is gering. De groei in Europa blijft ondanks de extreem lage rente laag. De economie leeft nu enigszins op door een verbetering van het economisch sentiment, waardoor de bereidheid tot investeren en consumeren toeneemt. Maar de lage rente en de overvloedige liquiditeit zijn daarbij hooguit faciliterend geweest, niet bepalend. Het monetair beleid weerspiegelt zich nauwelijks in groei van bancaire kredietverlening, in het bijzonder aan het midden- en kleinbedrijf (MKB). De risicopremies die de banken het midden- en kleinbedrijf in rekening brengen zijn nog schrikbarend hoog, mede als gevolg van de verzwakte vermogenspositie van van het MKB. Door de extreem lage rente is er wel een wat groter volume emissies van bedrijven die toegang tot de kapitaalmarkt hebben. Ook leidde de lage rente tot een daling van de euro waardoor de export naar landen buiten het eurogebied werd gestimuleerd. Maar het effect daarvan op de reële economie was beperkt. Balansrecessie Sylvester Eijffinger Universiteit van Tilburg en CEPR Prof. Dr. Sylvester C.W. Eijffinger is Hoogleraar Financiële Economie en Jean Monnet Hoogleraar Europese Financiële en Monetaire Integratie, CentER for Economic Research en Departement Economie, Universiteit van Tilburg en Research Fellow, Centre for Economic Policy Research, Londen, VK en CESifo Research Network, München, Duitsland. Weblog Sylvester Eijffinger De verklaring voor de ineffectiviteit van het monetair beleid schuilt in de aard van de crisis die wij doormaken. We hebben te maken met een financiële crisis die de balansen van banken, bedrijven, consumenten en overheden dramatisch heeft aangetast. Een dergelijke balansrecessie is nauwelijks te bestrijden met vraagstimulering en monetaire verruiming. De schulden moeten tot een aanvaardbaar niveau worden teruggebracht voordat bedrijven en overheden weer voluit kunnen en willen investeren en dat is nu nog onvoldoende het geval. In het jaarverslag 2014 van de Bank for International Settlements (BIS) staat een doorwrochte analyse van 65 economische cycli,waarvan 28 met een financiële crisis voor de top, sinds het midden jaren zestig van de vorige eeuw. De uitkomst van deze analyse luidt: 'monetary policy is ineffective and deleveraging is key in recovery from balance sheet recessions'. ECB laat zich onder druk zetten Het is, voorzichtig uitgedrukt, opmerkelijk dat de ECB zich zo weinig gelegen laat liggen aan onderzoek van de BIS, de centrale bank der centrale banken. Dit versterkt de indruk dat de ECB zich vooral heeft laten leiden door de immense druk die uitgaat van de financiële markten. Die hebben al hun vertrouwen gericht op ECB-president Mario Draghi sinds hij in de zomer van 2012 de toverwoorden uitsprak dat hij al het noodzakelijke zou doen om de euro te redden en daarmee de lont uit het kruitvat trok. Draghi heeft overigens nooit gezegd dat monetair beleid de eurocrisis kan oplossen, maar hij heeft dat evenmin consequent tegengesproken. Hij versmalde de doelstelling van het monetair beleid tot een anti-deflatie beleid dat gericht is op het bereiken van de inflatiedoelstelling van 2% per jaar. Dit inflatiepercentage is in de reële economie nog niet bereikt, maar op de financiële markten wordt het al ruimschoots overschreden. Het koersverloop op de aandelen- en obligatiemarkten sinds medio 2014 rechtvaardigt de kwalificatie ‘asset price inflation’ met koersstijgingen in alle bedrijfstakken variërend van 5 tot 30% in 2015. Zeepbellen op kapitaalmarkt Deze koersstijgingen worden bij lange na niet gerechtvaardigd door stijging van de bedrijfswinsten. Het gevolg is een sterke stijging van de koers/winstverhoudingen. Deze bewegen zich nu voor de meeste bedrijfstakken in de FD 300 tussen 15 en 22. Velen vragen zich af of dit een zeepbel (‘bubble’) genoemd kan worden. Zeepbel of niet, de extreem lage rente heeft de beurs tot de rand van een flinke koerscorrectie opgejaagd. Op de obligatiemarkt is de zeepbel wel heel erg duidelijk. Een notering van 180 of hoger voor een Nederlandse staatsobligatie met een coupon van 3,75% en looptijd 2010/42 bijvoorbeeld, is excessief. Pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen hebben veel te lijden van de extreem lage rente. Hun toekomstige verplichtingen worden zwaar opgewaardeerd, terwijl die maar in beperkte mate gecompenseerd worden door de koersstijgingen in hun beleggingsportefeuille. Beide zijden van hun balans zijn in de greep van het extreme monetair beleid. Dit zal zowel de premiebetaler als de gepensioneerde geld kosten. Dick van Wensveen Deeltijdhoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam Dick van Wensveen (1933) was van 1975 tot 1996 directievoorzitter van Bank Mees en Hope, later van Mees Pierson. Sinds 1989 was hij tevens bijzonder hoogleraar Financiële Instellingen vanwege het NIBE-SVV aan de Universiteit van Amsterdam en sinds 1997 eveneens deeltijdhoogleraar in hetzelfde vak aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Opkoopbeleid is overbodig Nu de Europese economie aantrekt kan de weg naar normale renteverhoudingen worden ingeslagen. De Duitse en Nederlandse monetaire autoriteiten moeten zich hiervoor inzetten. Stimuleringsbeleid, voor zover nog nodig, is een zaak voor landen met begrotingsruimte, zoals Duitsland en Nederland. Deze ruimte blijkt inmiddels flink op te lopen. De ECB zou daarom het huidige opkoopprogramma van obligaties zo spoedig mogelijk moeten stoppen. Nu het deflatiegevaar is geweken, heeft het geen zin om strak vast te houden aan de inflatiedoelstelling van 2%. De korte rente kan geleidelijk omhoog naar een meer neutraal niveau van zeg 2% à 3%. Na het stopzetten van het opkoopprogramma moet de markt enige tijd gegund worden marktconforme lange rentes te ontwikkelen. Mocht de ECB sturing aan de lange rente willen blijven geven, mede met het oog op verkoop van haar eigen hoge obligatiebezit, dan zou als termijndoelstelling een rente van 2% inflatie plus de voorspelde groeivoet van het reële bruto binnenlands product (bbp) genomen kunnen worden. Terugdraaien is gewenst Het stoppen en terugdraaien van het opkoopprogramma en het verhogen van de korte rente zijn precaire processen. Zij zullen pijn doen, want de aankondiging van elke stap zal koersdalingen tot gevolg hebben. Ook de ECB zal verlies lijden. Het is de pijn die hoort bij de ontwenningskuur van een verslaafde. De financiële markten zijn verslaafd geraakt aan te goedkoop geld. Het is van groot belang dat de ontwenningskuur met openheid en transparantie over fasering en einddoel wordt uitgevoerd. Financiële markten die steeds moeten raden naar timing en omvang van de volgende stap kunnen in paniek raken. Hoe langer de ECB wacht met het stoppen en terugdraaien van het opkoopprogramma, hoe groter de schade van het knappen van de zeepbel uiteindelijk zal zijn. ^  Inhoud Aktief zijn binnen onze vereniging! Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die mee willen doen. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, het schrijven van een column of artikel,  met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met het HCC Beleggen bestuur Klik Hier of met de redactie  Klik Hier ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

3 mei 2015

...

Nieuwsbrief20150315 symp64-1

64 ste HCC Beleggen Symposium "Weg van de gebaande paden." Programmaboekje Inleiding Sprekers Standhouders Aanmelden en Routebeschrijving Webinars Inleiding Waarom altijd alleen maar alleen beleggen in aandelen? Er is nog zoveel meer mogelijk. David Swensen - bekend van het Yale beleggingsfonds -  die jaren gemiddeld een rendement van ruim 10% per jaar maakte, heeft dit bijvoorbeeld laten zien. In plaats van de traditionele 60-40 verdeling heeft hij in de 70-er jaren een weg ingeslagen waarbij hij ook is gaan beleggen in allerlei andere zaken.  Naast aandelen en obligaties is hij gaan beleggen in o.a. private equity, hedge funds, e.d.  In 2008 werd duidelijk dat ook aan zo'n aanpak uiteraard de nodige risico's kunnen zitten. Tijdens dit 64-ste HCC beleggen Symposium zullen naast de traditionele beleggingsmethode u een aantal alternatieve worden aangereikt . Zo zal bijvoorbeeld crowdfunding en een hedge fund worden besproken. Ook het handelen en het bouwen van een tradingsysteem zal aan de orde komen.  Kortom er staan weer een groot aantal interessante onderwerpen op het programma. Daarnaast zijn er ook weer een groot aantal leveranciers aanwezig die u graag wegwijs maken in de door hun geboden diensten. Het symposium biedt een ideale moment om contact te leggen met leveranciers, medebeleggers of oude contacten aan te halen. Dit keer is er ook de mogelijkheid om het symposium thuis te volgen of terug te kijken (zie verderop). Je mist dan natuurlijk wel de gezellige contacten en de beleggersmarkt! Lezingen   Collenbergh zaal StatenKamer 10:00 - 10:45 Aat Schornagel Handelsalgoritmen voor (dag)opties: ontwikkeling, backtesten en de keuze tussen future, turbo en optie ALV Algemene ledenvergadering HCC Beleggen PAUZE 10:45 - 11:05 11:05 - 11:50 Chris Boon en Jaap Groeneveld Hoog rendement op basis van Relatieve Sterkte Emiel van Maris  Trendfollowing PAUZE 11:50 - 12:10 12:10 - 12:55 Bob Hendriks Systematische vermogensopbouw door een combinatie van sparen en beleggen Menno Dreischor Kwantitatief beleggen van de theorie naar de praktijk PAUZE 12:55 - 13:30 13:30 - 14:15 Pim van de Velde  "Waarom we niet meer om crowdfunding heen kunnen" Marco Vocking Vereenvoudig uw trading met de nieuwe Algo Bands PAUZE 14:15 - 14:35 14:35 - 15:20 Karel Mercx    The four most dangerous words in investing are:   'this time it's different' *Onder de naam van de spreker staat de titel van zijn presentatie. ^  Inhoud 64 ste HCC Beleggen Symposium "Weg van de gebaande paden." Sprekers Aat Schornagel Chris Boon en Jaap Groeneveld Bob Hendriks Pim van de Velde  Karel Mercx HCC Beleggen ALV Emiel van Maris Menno Dreischor Marco Vocking ^  Inhoud Aat Schornagel 10:00 tot 10:45 - Colenbergzaal 2 Handelsalgoritmen voor (dag)opties: ontwikkeling, backtesten en de keuze tussen future, turbo en optie Tradingsystemen die gebruik maken van algoritmen op basis van koerspatronen zijn gemeen goed geworden . Meestal worden bij Long- en Shortsignalen futures, aandelen of trackers gebruikt. Maar hoe zou het uitpakken als systematisch (dag)opties of turbo’s gebruikt worden? Backtest software is niet zo maar voorhanden. In de voordracht  komen de volgende onderwerpen aan bod: Backtesten van handelsalgoritmen met opties en turbo’s Koopsignaal, wat nu: future, turbo of optie? Voor-en nadelen van futures, opties en ETF’s bij algoritmische handelssystemen Gevoeligheidsanalyse m.b.t. tot looptijd en uitoefenkoers Het belangrijkste voordeel van (dag)opties: stop-loss is niet nodig Samenstellen van de “beste” combinatie van handelssystemen. Tijdens de voordracht worden diverse handelsalgoritmen gedemonstreerd. Aat Schornagel is wiskundige en heeft 23 jaar lang voor Shell over de wereld gezworven.  In Londen was hij o.a. verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een geautomatiseerd beleggingssysteem voor het Shell Pensioenfonds.  Aat heeft ruim 20 jaar ervaring als ontwikkelaar van tradingsystemen met een focus op (dag)opties. ^  Inhoud - Sprekers Chris Boon en Jaap Groeneveld 11:05 - 11:50 - Colenbergzaal 2 Hoog rendement op basis van Relatieve Sterkte Hoe kunt u vandaag inzicht krijgen in het beleggersnieuws van morgen en met redelijke zekerheid voorspellen welke titels vele malen meer dan de mark zullen bewegen op een eenvoudig te handelen manier? Chris en Jaap laten zien dat relatieve sterkte een groot verschil maakt in je rendement. Relatieve sterkte geeft je veel inzicht in wat er gaat bewegen. Handel in wat kansrijk is, daar komt het in het kort op neer. Of je nou een groot of klein kapitaal beheerd of je nou vaak of weinig wil handelen. Het is een universeel concept. Naast relatieve sterkte wordt ook de toepassing ervan in de praktijk toegelicht. Na afloop heeft u een duidelijk inzicht hoe u relatieve sterkte kunt gebruiken om hogere rendementen te behalen.  De Ontwaakte Trader richt zich op de coaching en educatie van traders en actieve beleggers in Nederland. Dit doen we onder andere via een trading chatroom die 24/7 open staat voor onze actieve community, via verschillende cursussen en workshops, via ons blog en via gratis webinars die we eens per maand organiseren. Ons motto is "door traders, voor traders" wat inhoudt dat alles wat onze cursisten leren afkomstig is van echte traders. Chris Boon is de oprichter van de Online Trading Universiteit. Deze online en offline leerschool voor traders en actieve beleggers telt inmiddels meer dan 150 actieve leden. In minder dan 2 jaar heeft Chris al verschillende cursisten opgeleid tot winstgevende traders (waaronder ook Jaap). Chris bezit de gave dat hij je precies kan vertellen wat werkt in trading (kennis), maar ook hoe het werkt (praktijk) en waarom het werkt (psychologie). Jaap Groeneveld heeft het eerste coachingsprogramma van Chris gevolgd en is naast een succesvolle belegger (al 20 jaar) nu ook een zeer succesvolle trader. Jaap is iemand die de diepte ingaat en ieder systeem dat hij handelt van haver tot gort begrijpt. In combinatie met zijn zelfkennis en realistische verwachtingen maakt dit hem erg succesvol. Leuk detail: Jaap heeft een uitgekiende manier om zijn aandelen te selecteren en een eigen trading set-up bedacht, de Jaap-trade of J-trade in het kort, die inmiddels ook door een aantal pro-traders vanuit andere delen van de wereld wordt toegepast. ^  Inhoud - Sprekers Bob Hendriks 12:10 - 12:55 - Colenbergzaal 2 Systematische vermogensopbouw door een combinatie van sparen en beleggen Nederlanders houden vergeleken met andere Europeanen het grootste deel van hun vermogen aan in spaargeld. -Wat betekent dit in termen van het behalen van doelstellingen? -Is de conclusie gerechtvaardigd dat beleggen dan de enige andere optie is? -Of is de werkelijkheid genuanceerder? -De rendementen op aandelen maar ook op obligaties zijn de afgelopen jaren positief geweest. Het mag duidelijk zijn dat dit niet de reden moet zijn om te beleggen maar wellicht een duidelijk plan wel. In een interactieve sessie legt Bob Hendriks, Hoofd Retail Nederland van vermogensbeheerder BlackRock, uit waarom en hoe je met een combinatie van sparen en beleggen kan toewerken naar systematische vermogensopbouw en welke rol beleggen daar in kan spelen. Specifieke aandacht wordt besteed aan de rol van inflatie en waar er op dit moment rendement te vinden is en hoe de verhouding tot risico momenteel is. Hoe zit het nu met de gemiddelde nederlander in termen van vermogensopbouw en beleggen Klik hier voor het rapport: Wat houd Nederlanders bezig, als het om hun financiele toekomst gaat (pdf) ^  Inhoud - Sprekers Pim van de Velde   13:30 - 14:15 - Colenbergzaal 2 Waarom we niet meer om crowdfunding heen kunnen. De crowdfunding sector is volop in ontwikkeling en een welkome aanvulling op de meer traditionelere vormen van financiering. Pim van de Velde geeft een overzicht over de ontwikkelingen in de crowdfunding sector en gaat in op vragen als: Hoe zit het speelveld in elkaar? Wat is de situatie in Nederland? En wat is zijn toekomstvisie? Pim van de Velde is een Marketing & Communicatie man pur sang. Na ruim 23 jaar te hebben gewerkt voor een groot Internationaal handelsconcern werd het tijd om het roer om te gooien. Samen met 6 andere ondernemers heeft hij het Crowdfinancing platform Kapitaal Op Maat opgericht. Hij is er, in de rol van directeur, verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken, de functionaliteit van het platform en de Marketing en Communicatie. Kapitaal Op Maat is opgericht in september 2013 door zeven enthousiaste ondernemers. Die elk hun kennis en ervaring inzetten om van Kapitaal Op Maat het beste en meest rendabele crowdfinancing platform van Nederland te maken. Zij zijn professionals op het gebied van financiën, webdesign & software, marketing, communicatie & social media. Sinds de lancering van Kapitaal Op Maat zijn er 30 crowdfunding projecten succesvol gefinancierd voor een totaalbedrag van ruim 2 miljoen euro. Een slagingspercentage van ruim 85%. Meer en meer ondernemers ontdekken de mogelijkheden van een financiering via crowdfunding. Terwijl investeerders profiteren van aantrekkelijke rendementen. ^  Inhoud - Sprekers Karel Mercx    14:35 - 15:20 - Colenbergzaal 2 The four most dangerous words in investing are: 'this time it's different' Soms lijken de  gebaande paden niet meer te werken. Beleggers willen van het pad af, omdat zij denken dat het pad doodlopend is. Karel Mercx, beleggingsspecialist bij Lynx Wereldwijd Beleggen, zal in zijn presentatie: The four most dangerous words in investing are: 'this time it's different' laten zien dat op het pad blijven op lange termijn veel meer oplevert, dan het zoeken naar nieuwe wegen. Lynx is dé specialist in online beleggen. Lynx geeft particuliere beleggers via haar gebruikersvriendelijke handelsplatform toegang tot meer dan 100 beurzen in 19 landen. En dit tegen buitengewoon scherpe tarieven. ^  Inhoud - Sprekers HCC Beleggen ALV 10:00 tot 10:45 - StatenKamer De Algemene Ledenvergadering van i.g. HCC Beleggen d.d. 28 maart 2015 Agenda: Opening en vaststellen agenda Mededelingen en ingekomen stukken Notulen Algemene Ledenvergadering  april 2014 Jaarverslag over 2014 Verslag kascommissie over 2014 Plannen voor 2015 Rondvraag Sluiting *Stukken vind u terug in de download sectie van de HCC Beleggen website ^  Inhoud - Sprekers Emiel van Maris 11:05 - 11:50 - StatenKamer Trendfollowing Emiel van Maris vindt dat "Actief beleggen met een strak risicomanagementbeleid het nieuwe sparen" is en het  frustreert hem dat de particuliere belegger te vaak het onderspit delft in het beurswereldje. Dat is in zijn optiek onnodig; met de juiste benaderingswijze en een beetje coaching kan ook de particulier 'de Beurs' verslaan. Niet slechts een beetje meeprofiteren als de beurzen fors omhoog gaan maar een mooi rendement behalen onder alle marktomstandigheden." Trendfollowing is een bekende beleggingsstrategie op basis van de technische analyse van de marktprijzen. Emiel  van Maris  gaat in zijn  presentatie "Trendfollowing" dieper op deze strategie in en behandeld in zijn presentatie de volgende onderwerpen: De mind-set van een trendfollower Bottom line Hoe bepaal je de trend Wanneer verandert de trend De neutrale zone De methodiek Het risicomanagement Toepassing van deze beleggingsmethodiek in samenhang met doordacht risicomanagement leidt tot positieve rendementen in zowel stijgende als in dalende markten. Emiel van Maris heeft zijn jarenlange en brede ervaring in de financiële wereld (bij banken, verzekeraars, handelshuizen en als zelfstandig treasury consultant & interim-manager) omgezet in de analyse modellen die de motor zijn van de unieke signaalservice van het door hem opgerichte bedrijf "TrendCorp" . ^  Inhoud - Sprekers Menno Dreischor 12:10 - 12:55 - StatenKamer Kwantitatief beleggen van de theorie naar de praktijk In 2009 begonnen drie chemici een hedgefonds: het QTR Fund. In de jaren hiervoor hadden zij hun eerste kwantitatieve handelssysteem ontwikkeld. De backtest van de strategie schepte hoge verwachtingen. Het gemiddeld rendement kwam uit op 25% per jaar. Echter, de eerste vier maanden van het fonds resulteerden in een verlies van bijna 10%; een harde les uit de praktijk. In de jaren die volgde zouden meerdere wijzigingen worden doorgevoerd in het handelssysteem. Daarnaast werd een nieuwe strategie geïmplementeerd. In de tussentijd begon de strijd om de gunst van de "high-net-worth individual". Inmiddels bestaat het QTR Fund ruim 5 jaar. In de presentatie zal Menno Dreischor, een van de fondsmanagers, toelichten hoe de beheerders van het QTR Fund de praktijk van het beleggen hebben ervaren. Tien jaar geleden richtten twee wetenschappelijk ingenieurs - Henk-Jan Ramaker, Eric van Sprang - hun bedrijf op, TIPb. Zij richtten zich op het gebruik  van complexe procesdata om chemische- en farmaceutische processen te verbeteren. Later sloot Menno Dreischor zich bij het tweetal aan. Hun expertise in het analyseren van procesdata bleek ook goed toepasbaar in de financiële wereld. Omdat tegelijkertijd de beschikbaarheid van historische koersdata snel toenam, leidde dit negen jaar geleden tot de eerste serieuze stap in de financiële wereld. Een intensief wetenschappelijk onderzoeksprogramma werd opgestart met een helder doel: handelssystemen ontwikkelen met goede risico-rendement statistieken. Natuurlijk is de mathematische kennis van de wetenschappers hierbij een pluspunt, maar belangrijker is misschien nog wel het vermogen om wetenschappelijk te denken over handelssystemen. Dit voorkomt acceptatie van een winnende strategie die slechts het resultaat is van stom geluk. De resultaten van dit onderzoeksprogramma waren zo bemoedigend, dat zij besloten een nieuw bedrijf, QTR Invest, op te richten om zo de ontwikkelde handelssystemen in de vorm van een hedgefonds, het QTR Fund aan beleggers aan te bieden. Menno studeerde technische scheikunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde in 2005 binnen de vakgroep Computational Physics aan de Universiteit van Amsterdam op gebied van fundamentele polymeerfysica. Sinds 2006 is Menno werkzaam als consultant in het bedrijf TIPb en sinds 2009 als een van de partners binnen QTR Invest, samen met zijn collega's Eric van Sprang en Henk-Jan Ramake. QTR Invest is de beheerder van het QTR Fund. ^  Inhoud - Sprekers Marco Vocking 13:30 - 14:15 - StatenKamer Vereenvoudig uw trading met de nieuwe "Algo Bands" Marco Vocking zal in zijn presentatie zijn zeer overzichtelijke Amerikaanse trading software tonen. Hij doet dit onder meer aan de hand van de Algobands indicator. De Algobands Indicator herkent het volume van de algoritmes van de institutionele beleggers en verschijnt op het tijdstip en niveau waar deze in de markt komen. Deze indicator werkt op iedere markt en is ook perfect te combineren met onze andere indicatoren. In zijn  presentatie, die alle facetten bevat die u nodig heeft om op de beurs succesvol te zijn, leert Marco U de basis van het traden met Algobands en alle belangrijke punten waar u op moet letten tijdens het traden. Vocking professional trading, opgericht in 1992, is als leverancier van hardware en software gespecialiseerd in trading met alle daaraan gekoppelde diensten. Als officieel Education Partner van NinjaTrader  bieden wij complete cursussen en support volledig gebaseerd op het NinjaTrader platform. ^  Inhoud - Sprekers 64 ste HCC Beleggen Symposium "Weg van de gebaande paden." Standhouders Analist Advance beleggen De ontwaakte trader De optiestrateeg Foxware Indexanalist Lynx Vocking HCC ^  Inhoud Analist.nl   Standhouder    Nieuws & Analyse Analist.nl is een gratis toegangkelijke Nederlandse beleggingswebsite die zich zowel op de professionele als de particuliere beleggers richt. Dagelijks worden op Analist.nl alle aandelenadviezen van  de professionele effectenhuizen verwerkt. Tevens biedt de website praktisch alle fundamentele data van het gros van de Amerikaanse en West-Europese beurzen. Van alle aandelen biedt Analist.nl u ook alle historische jaarverslagen in pdf vorm aan. Via filtermethodieken kunt u eenvoudig de aandelen filteren op variabelen zoals de Shiller PE, het dividendrendement, historische rendementen, de schuldgraad, de kaspositie etc. Tevens komen de zeer succesvolle screeners zoals die Piotroski, Greenblatt en Buffett aan bod.  Ratings · Aandelen Amsterdam       Alle Nederlandse ratings ^  Inhoud - Standhouders Advance  Standhouder AdvanceBeleggen.nl Haal extra rendement uit het beursjaar 2015 en kies voor alternatieve obligatievormen met een aantrekkelijk rendement. Voorts vermogensbeheer op basis van de aanpak van Advance via Onafhankelijk Vermogensbeheer ‘s-Gravenhage BV. OVG Advance is opgericht in 2003 door Gerard Jager, tevens goeroe van De Telegraaf (DFT.nl) en vermogensbeheerder bij OVGBeheer.nl. Geïnteresseerd in een gratis proefabonnement? Meld u aan via www.advancebeleggen.nl  Wist u dat Advance en OVG maandelijks gratis advies verstrekken in uw omgeving in Nederland, België, Zwitserland, Z. Frankrijk en Z. Spanje? Aanmelden via www.gratisadvies.org Voorts biedt OVG “Garantiebeleggen” aan beleggers met een behoedzaam risicoprofiel. Onder garantiebeleggen wordt verstaan het samenstellen van een beleggingsportefeuille, grotendeels bestaande uit beleggingsvormen met 100% hoofdsomgarantie door banken. Voor meer info bel 065 232 6782 ^  Inhoud - Standhouders De Ontwaakte Trader  Standhouder De Ontwaakte Trader richt zich op coaching en educatie van traders en actieve beleggers. Via een ledensite en een 1-jarig cursusprogramma leiden wij onze cursisten op tot succesvolle traders. Via ons blog geven wij onze bezoekers zoveel mogelijk waardevolle informatie in de vorm van artikelen, video's, e-books, cursussen, webinars en seminars. Door je aan te melden op onze nieuwsbrief weet je zeker dat je niks van dit alles zult gaan missen. Wij werken 100% onafhankelijk. We hebben geen enkel belang om onze bezoekers of cursisten bij een bepaalde broker of andere financiële partij onder te brengen. Het verdienmodel van héél veel sites op het internet is erop gericht hun bezoekers onder te brengen bij bepaalde partijen door het aanbieden van bijvoorbeeld (geld) bonussen. Voor ons maakt het niet uit waar je handelt, wat je handelt of hoeveel je handelt, zolang je maar succesvol handelt! Het is ons doel je daarbij te helpen en je alles aan te reiken wat je nodig hebt om een succesvolle trader of belegger te worden. ^  Inhoud - Standhouders De Optiestrateeg  Standhouder Een initiatief van Hans en Erik Bannink, die als particuliere beleggers meer dan 15 jaar actief beleggen op de beurs. Wij handelen hoofdzakelijk in opties op de AEX. Met onze abonneeservice volgt u onze inleg en kunt u zelf ook profiteren van de rendementen die wij behalen. Wat kunt u van onze abonneeservice verwachten: Een gemiddeld jaarrendement van meer dan 20%. Mogelijk vanaf €10.000 Werken met een vast concept: de Vertical limit strategie Track record vanaf 2008 Risico is vooraf bepaald en inzichtelijk Wekelijkse update Gekoppeld account via Lynx Voor meer informatie: kijk op onze website www.deoptiestrateeg.nl ^  Inhoud - Standhouders Foxware Standhouder Foxware Beleggingssoftware is gespecialiseerd in de ontwikkeling van geavanceerde software voor beleggers die handelen in opties en futures. Wij demonstreren ons optieanalyse-programma OPTIEMAAT. Dit pakket ondersteunt al bijna 25 jaar vele (optie)beleggers bij het onderbouwen van hun beleggingsbeslissingen.   Het programma beschikt over een uitgebreide functionaliteit en u kunt elke positie, bestaande uit opties en/of futures en/of onderliggende waarden, moeiteloos opbouwen en beoordelen op rendement, risico en gevoeligheid voor alle (optie)prijsbepalende factoren.   De module “Adviezen” stelt u in staat om, gebaseerd op uw visie op toekomstige onderliggende koersontwikkelingen, de meest winstgevende optiestrategieën te genereren. De module “BackTrack(e-o-d)” beschikt over een database met ruim 7+ jaar end-of-day optiehistorie van alle Euronext optiefondsen. Op basis hiervan kunt u “terug in de tijd” en uw posities uit het verleden naspelen en/of overdoen, maar ook “nieuwe” posities opzetten en de resultaatontwikkeling hiervan door de tijd heen volgen (backtest). Hiermee kunt u lering trekken uit het handelen op basis van “echte” beursgegevens zonder dat daarbij ook “echt” geld op het spel staat. De module “BackTrack(intra-day)” gaat nog een stap verder. Deze biedt u de unieke mogelijkheid de historische optiedatabase uit te breiden met intra-day optienoteringen met een instelbaar interval van (minimaal) 30 minuten! Ook de noteringen op uw handelsmomenten worden hierin vastgelegd.   Het pakket werkt met realtime beurskoersen, maar kan desgewenst ook functioneren met end-of-day noteringen. In elk beursklimaat, óók in het huidige, bieden opties uitstekende mogelijkheden voor het behalen van een positief beleggingsresultaat. OPTIEMAAT, als betrouwbaar en geavanceerd “gereedschap”, vormt hiervoor de basis ^  Inhoud - Standhouders IndexAnalist  Standhouder De IndexAnalist is een onafhankelijk beleggingsadviesbureau die erop gericht is om continue en regelmatig maandelijkse rendementen te genereren o.b.v. technische analyse en de Elliott Wave Theorie.  Het team IndexAnalist bestaat uit Sander Stienstra en Lionell Emanuelson die hun jarenlange ervaring eind 2013 hebben gebundeld. Sander Stienstra heeft in 2004 de AEXAdviseur opgericht welke een aantal jaren daarna werd omgedoopt tot de huidige IndexAnalist. Succesvol zijn in beleggen heeft volgens Stienstra te maken met kennis, ervaring, passie en heel veel discipline. Lionell Emanuelson heeft na zijn studie technische bedrijfswetenschappen en naast diverse managementfuncties in het bedrijfsleven altijd part time belegd. Gedurende deze periode heeft hij zijn Analytica methode ontwikkeld en continue verbeterd. ^  Inhoud - Standhouders Lynx   Standhouder Lynx is dé specialist in online beleggen. Lynx geeft particuliere beleggers via haar gebruikersvriendelijke en professionele handelsplatform toegang tot meer dan 100 beurzen in 19 landen. En dit tegen buitengewoon scherpe tarieven. Lynx is sinds 2007 actief op de Nederlandse markt en vanaf 2008 ook in België en Duitsland. Wie is Lynx? Lynx is in Nederland, België en Duitsland dé specialist in online beleggen Lynx is door de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) verkozen tot goedkoopste broker Beleggers Belangen heeft Lynx uitgeroepen tot beste broker van Nederland In 2013 is Lynx uitgeroepen tot beste broker bij de Gouden Stier Via Lynx heeft u direct online toegang tot meer dan 100 beurzen wereldwijd Real-time koersen van Euronext, Amerika, olie en goud! Allemaal op 1 scherm Supersnel orders inleggen met het revolutionaire 1-click trading ^  Inhoud - Standhouders Vocking  Standhouder Ons bedrijf is opgericht in 1992 met de levering van hardware en software. Sinds 1999 zijn we volledig gespecialiseerd in trading software met alle daaraan gekoppelde diensten. Zo leveren wij complete systemen en verzorgen wij volledige cursussen voor daytraders. NinjaTrader Education Partner: Als officieel Education Partner van NinjaTrader hebben wij de exclusiviteit van twee Amerikaanse handelssystemen. Door de intensieve samenwerking met onze partners bieden wij onze klanten een complete oplossing die een grote bijdrage levert aan hun succes. Ter ondersteuning aan onze klanten bieden wij complete cursussen en support volledig gebaseerd op het NinjaTrader platform. www.vocking.nl Op onze stand bent u van harte welkom om kennis te maken met een van onze handelssystemen. Wij staan u graag te woord. ^  Inhoud - Standhouders HCC de vereniging Standhouder Contact! Gezellig communiceren over uw hobby met andere liefhebbers!  HCC brengt u in contact met mensen met dezelfde interesses, via een van onze vele groepen van enthousiaste hobbyisten. Als HCC-lid kunt u gratis bij een van deze groepen aansluiten (een paar groepen vragen een aanvullend bedrag), voor aansluiting bij meerdere groepen wordt een kleine vergoeding gevraagd. Daarnaast is er het HCC-webforum en zijn er vele activiteiten, met uiteenlopende onderwerpen, die door het hele land worden georganiseerd. Hulp! Problemen bij het computergebruik? HCC levert u de oplossing!   Voor ondersteuning bij computerproblemen is er HCC!forums, een groot aantal cursussen op onze website en de telefonische helpdesk van HCC!hulp. Daarnaast zijn er nog tal van leden die andere leden helpen bij vragen over de digitale wereld. Informatie! HCC vertelt u alles over de digitale wereld! Via onze website en digitale nieuwsbrieven blijft u op de hoogte van alle ontwikkelingen in de computerwereld. Het Internetblad blad HCC! Webzine informeert en adviseert over digitale producten en diensten. Via PC-Active PC-Active is het nieuwe HCC verenigingsblad. PC-Active is exclusief voor leden van HCC, er kan geen los abonnement op PC-Active worden afgesloten. Wel is PC-Active verkrijgbaar in de losse verkoop. Snel uw lidmaatschap terugverdiend! HCC, gids in de digitale wereld! Word nu lid en profiteer van veel voordeel! Profiteer van onderstaande voordelen en diensten en actuele aanbiedingen die het HCC-lidmaatschap biedt. De contributie voor het HCC-lidmaatschap heb je snel terugverdiend, het ledenvoordeel kan oplopen tot € 400,-! Vind alle voordelen, diensten en verdere informatie via de Lidmaatschappagina op de HCC site Deze info is van 8 maart 2015 voor meest recente informatie kijk op: http://www.hcc.nl  ^  Inhoud Aanmelden - Routebeschrijving Aanmelden en routebeschrijving HCC Beleggen Symposium op 28 maart 2015 Wat 64 ste HCC Beleggen Symposium "Weg van de gebaande paden." Wanneer 28 maart 2015 aanvang 10.00 uur Waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4  3731 CL  De Bilt Aktiviteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van kontakt met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur en kennis maken met financiele diensten, producten en  innovaties bij flink een aantal leveranciers Locatie-info: Gezellig lunch-restaurant aanwezig. Parkeren gratis. In midden van Nederland met goede aansluiting op snelwegen. Goed bereikbaar per openbaar vervoer Programma: Programma en andere informatie op de HCC Beleggen website:  Klik Hier Kosten: Toegang gratis voor HCC Beleggen Leden Voor leden van onze vereniging HCC (HCC lid worden kan ter plaatse tegen een gereduceerd tarief ) is de toegang vanzelfsprekend ook gratis. Van niet leden vragen wij van u een kleine bijdrage in de kosten van €15,= Een entreebewijs voor het 64-ste HCC Beleggen Symposium kunt u bestellen door u aan te melden via onze website: Klik hier om u aan te melden   Het HCC Beleggen Symposium wordt gehouden in: Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4 3731 CL  De Bilt Bekijk ligging >> Laat de route zien in een nieuw venster Voer je postcode in: Voor een uitgebreide routebeschrijving ga naar onze website of Klik hier ^  Inhoud 64 ste HCC Beleggen Symposium "Weg van de gebaande paden." Webinars De acht lezingen van het 64e HCC!beleggen symposium in De Bilt of thuis zeven lezingen als webinar volgen? Eén ding staat vast: allemaal ‘live’ volgen krijg je niet voor elkaar. Niet op 28 maart in De Bilt en evenmin thuis als webinar. Want de lezingen worden in twee zalen parallel gegeven. Je zult dus een keuze moeten maken, de krenten uit de pap prikken. Alhoewel, met wat geduld kun je ze toch allemaal volgen. Er worden namelijk ook video-opnames gemaakt, die binnen een week op de website van HCC!beleggen worden gepubliceerd. HCC!beleggen biedt onder het motto ‘Weg van de gebaande paden’ een unieke gelegenheid om meer van het ‘vak’ of liever de ‘uitdaging’ genoemd ‘beleggen’ te leren. Want laten we wel zijn: iemand die echt weet hoe je snel hiermee rijk kunt worden, bestaat niet. En zou het ook zeker niet aan iedereen gaan vertellen. Maar toch, met extra kennis gewapend kun je vast betere resultaten bereiken. En onthoud: resultaten uit het verleden geven geen garanties voor de toekomst. Lezingen   Collenbergh zaal StatenKamer 10:00 - 10:45 Aat Schornagel Handelsalgoritmen voor (dag)opties: ontwikkeling, backtesten en de keuze tussen future, turbo en optie PAUZE 10:45 - 11:05 11:05 - 11:50 Chris Boon en Jaap Groeneveld Hoog rendement op basis van Relatieve Sterkte Emiel van Maris  Trendfollowing PAUZE 11:50 - 12:10 12:10 - 12:55 Bob Hendriks Systematische vermogensopbouw door een combinatie van sparen en beleggen Menno Dreischor Kwantitatief beleggen van de theorie naar de praktijk PAUZE 12:55 - 13:30 13:30 - 14:15 Pim van de Velde  "Waarom we niet meer om crowdfunding heen kunnen" PAUZE 14:15 - 14:35 14:35 - 15:20 Karel Mercx    The four most dangerous words in investing are:   'this time it's different' Via een webinar kun je een lezing als het ware ‘live’ bijwonen. Je ziet en hoort de spreker, maar ook wat er in de zaal op het scherm verschijnt. Vragen stellen kan alleen in de zaal. HCC-leden kunnen de webinars gratis volgen.   Wil je meer weten? Klik dan op de titels van bovenstaande lezingen. Van de lezingen worden ook video’s gemaakt, die (meestal) binnen een week op de websites van de betreffende groepering staan. Voor meer algemene informatie over aanmelden voor HCC Webinars Klik Hier Tot Zaterdag 28 maart 2015. ^  Inhoud

16 maart 2015

...

Nieuwsbrief20150301

.. Maart 2015 64ste HCC Beleggen Symposium overzicht CFD's :  89%  van de beleggers verliest ! Betere bescherming voor belegger in beleggingsobligaties nodig Kosten van cybercriminaliteit.. Algobands indicator Delta Lloyd Deelnemingen Fonds fors afgewaardeerd Meedoen kan Aanmelden en routebeschrijving HCC Beleggen Symposium op 28 maart 2015 64 ste HCC Beleggen Symposium "Weg van de gebaande paden." Waarom altijd alleen maar alleen beleggen in aandelen? Er is nog zoveel meer mogelijk. David Swensen - bekend van het Yale beleggingsfonds -  die jaren gemiddeld een rendement van ruim 10% per jaar maakte, heeft dit bijvoorbeeld laten zien. In plaats van de traditionele 60-40 verdeling is hij in de 70-er jaren een weg ingeslagen waarbij hij ook is gaan beleggen in allerlei andere zaken.  Naast aandelen en obligaties is hij gaan beleggen in o.a. private equity, hedge funds, e.d.  In 2008 werd duidelijk dat ook aan zo'n aanpak uiteraard de nodige risico's kunnen zitten. Tijdens dit 64-ste HCC beleggen Symposium zullen naast de traditionele beleggingsmethode u een aantal alternatieve worden aangereikt . Zo zal bijvoorbeeld crowdfunding en een hedge fund worden besproken. Ook het handelen en het bouwen van een tradingsysteem zal aan de orde komen.  Kortom er staan weer een groot aantal interessante onderwerpen op het programma. Daarnaast zijn er ook weer een groot aantal leveranciers aanwezig die u graag wegwijs maken in de door hun geboden diensten. Rooster     "Weg van de gebaande paden"      Collenbergh zaal StatenKamer 10:00 - 10:45 Aat Schornagel Handelsalgoritmen voor (dag)opties: ontwikkeling, backtesten en de keuze tussen future, turbo en optie ALV Algemene ledenvergadering HCC Beleggen PAUZE 10:45 - 11:05 11:05 - 11:50 Chris Boon en Jaap Groeneveld Hoog rendement op basis van Relatieve Sterkte Emiel van Maris  Trendfollowing PAUZE 11:50 - 12:10 12:10 - 12:55 Bob Hendriks Systematische vermogensopbouw door een combinatie van sparen en beleggen Menno Dreischor Kwantitatief beleggen van de theorie naar de praktijk PAUZE 12:55 - 13:30 13:30 - 14:15 Pim van de Velde   "Waarom we niet meer om crowdfunding heen kunnen" Marco Vocking Vereenvoudig uw trading met de nieuwe Algo Bands PAUZE 14:15 - 14:35 14:35 - 15:20 Karel Mercx    The four most dangerous words in investing are: 'this time it's different' *Onder de naam van de spreker staat de titel van zijn presentatie. Het 64ste HCC Beleggen symposium op 28 maart 2015 in: Inschrijven  (verplicht )   Klik Hier   Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte, Henri Dunantplein 4, 3731 CL  De Bilt Routebeschrijving Toegang gratis voor HCC Beleggen Leden Indien u lid bent van onze vereniging HCC (HCC Beleggen lid worden kan ter plaatse tegen een gereduceerd tarief ) is voor u de toegang vanzelfsprekend ook gratis anders vragen wij van u een kleine bijdrage in de kosten van €15,= ^  Inhoud CFD's:  89%  van de beleggers verliest ! Bron: AFM AFM: 'Aanbieders van Contracts for Difference stellen beleggers onnodig bloot aan risico’s'. De AFM (Autoriteit Financiële Markten) heeft vanaf het najaar 2013 gefaseerd onderzoek gedaan naar Contracts for Difference (CfD’s). Uit het onderzoek (1) blijkt dat aanbieders klanten te gemakkelijk in de gelegenheid stellen om in deze zeer risicovolle producten te beleggen. De marketing van aanbieders van CfD’s richt zich op een te brede groep beleggers en de informatieverstrekking over de werking en risico’s van het product is in vaak onvoldoende. CfD's Een CfD is een financieel instrument waarbij twee partijen met elkaar afspreken om de waarde van een onderliggende belegging op twee verschillende momenten met elkaar te verrekenen. Hierbij wordt ingespeeld op een koersverandering. Die onderliggende belegging kan van alles zijn zoals een vreemde valuta, beursindex of een aandeel. Een beperkte koersschommeling kan door de hefboomwerking bij CfD’s leiden tot grote verliezen. In december 2011 heeft de AFM al een waarschuwing over de risico’s van CfD’s overgenomen van de Europese toezichthouders European Banking Authority (EBA) en European Securities and Markets Authority (ESMA). Naar aanleiding van aanhoudende signalen over de risico’s van deze producten is de AFM in het najaar van 2013 een onderzoek gestart onder 20 aanbieders van CfD’s in Nederland. De Franse toezichthouder, de Autorité des Marchés Financiers (AMF) heeft recent nog gewaarschuwd (artikel engelstalig) dat meer dan 89% van de beleggers in CfD’s aanzienlijke geldbedragen verliest. Omdat de producten in Frankrijk niet verschillen van de producten die in Nederland worden aangeboden, is er geen reden om aan te nemen dat in Nederland de situatie anders is. Acceptatieprocedure, informatieverstrekking en marketing Uit het onderzoek(1) van de AFM blijkt dat aanbieders van CfD’s wel een acceptatieprocedure hebben. Hierbij wordt geïnventariseerd welke kennis en ervaring klanten hebben en of ze voldoen aan een minimale vermogenseis. Aan deze inventarisatie worden door veel aanbieders vervolgens onvoldoende consequenties verbonden. Klanten met weinig ervaring, risicobereidheid en vermogen kunnen zo alsnog te gemakkelijk beleggen in CfD’s. Hoewel het acceptatiebeleid in lijn is met de wettelijke vereisten, dringt de AFM er bij aanbieders nadrukkelijk op aan dat zij meer doen om dit te voorkomen. De informatieverstrekking over CfD’s door aanbieders vindt de AFM over het algemeen onder de maat. In veel van de onderzochte gevallen is geconstateerd dat er onvoldoende uitleg wordt gegeven over de werking en risico’s van CfD’s. De AFM heeft haar bevindingen met de aanbieders gedeeld waarna deze hebben aangegeven verbeteringen te zullen doorvoeren. Veel van de aanbieders hebben dit inmiddels ook gedaan. De marketinguitingen over CfD’s voldoen in de meeste gevallen aan de geldende wettelijk normen, maar richten zich op een te brede groep van beleggers. Enkele aanbieders bieden daarbij vergoedingen aan voor het aanbrengen van nieuwe klanten. Deze vorm van werving bij CfD’s vindt de AFM niet acceptabel. De AFM heeft de aanbieders hierop gewezen. Aangezien de kans op verlies voor beleggers groot is, heeft de AFM er verder op aangedrongen klanten meer mogelijkheden te geven om verliezen bij CfD’s te beperken. Dit kan bijvoorbeeld doordat aanbieders bepaalde ordertypes, zoals een gegarandeerde stop-loss order, aanbieden of contractueel een restschuld uitsluiten. Buitenlandse aanbieders leven Europese regels onvoldoende na Een aspect dat het toezicht op CfD’s door de AFM compliceert is dat veel aanbieders niet onder toezicht staan van de AFM. Deze aanbieders zijn vanuit Europa actief in Nederland op basis van een Europees paspoort en vallen onder het toezicht van de Europese toezichthouder die de vergunning heeft verstrekt. De AFM constateert dat een aantal van deze aanbieders de geldende Europese regels onvoldoende naleeft. De AFM vindt deze situatie zorgwekkend en is voornemens dit in de daartoe bestemde (internationale) gremia te adresseren. (1) Download Rapport (pdf): Productonderzoek Contracs for Difference ^  Inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Mail bij interesse het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. ^  Inhoud Betere bescherming voor belegger in beleggingsobligaties nodig Bron: redactie, afm, wikipedia De Autoriteit Financiële Markten (AFM) pleit voor extra bescherming voor beleggers in zogenoemde beleggingsobligaties. Uit eerder onderzoek  blijkt dat deze producten veel tekortkomingen kennen, erg risicovol zijn en de opbrengst vaak tegen valt. Nu heeft de AFM, naar eigen zeggen, te weinig grip op aanbieders van beleggingsobligaties, omdat veel aanbieders gebruikmaken van vrijstellingen en uitzonderingen op de prospectusplicht en niet onder  doorlopend toezicht staan. Obligaties Een obligatielening is een geldlening op lange termijn, afgesloten met een meestal groot aantal vermogensverschaffers. Deze krijgen, als bewijs voor de door hen verstrekte geldbedragen, schuldbekentenissen (obligaties). De geldnemer, een onderneming of andere instelling bijvoorbeeld de overheid, is verplicht om een vaste interestbedrag (meestal jaarlijks) te betalen. Beleggingsobligaties Obligatielening waarvan de opbrengst wordt gebruikt om te beleggen in bijvoorbeeld landbouwgrond, zonnepanelen, wijn of mkb-ondernemingen. Rente en aflossing worden betaald uit de opbrengst van de beleggingen. Een beleggingsobligatie is een risicovolle investering. Daarom pleit de AFM voor aanpassing van de wet om aanbieders van beleggingsobligaties onder doorlopend toezicht te brengen. Het ministerie van Financiën bereidt inmiddels een wijziging van de wet voor. De AFM heeft in 2014 extra aandacht besteed aan vrijgestelde aanbieders van beleggingsobligaties. Uit onderzoeken bij zeven partijen kwamen ernstige tekortkomingen in de informatieverstrekking naar voren. Het merendeel van de onderzochte partijen verstrekte niet alle essentiële informatie en in sommige gevallen werd zelfs onjuiste informatie aan beleggers verstrekt. De AFM heeft diverse handhavingsmaatregelen opgelegd. De AFM heeft zich in de zeven onderzoeken uitsluitend kunnen richten op de informatieverstrekking aan beleggers, omdat deze aanbieders niet onder haar doorlopend toezicht staan. Extra bescherming van consumenten is nodig, onder meer op het gebied van de informatieverstrekking. Uit de Consumentenmonitor van de AFM van najaar 2014 blijkt dat beleggers de hoogte van de rente de belangrijkste reden vinden om in een beleggingsobligatie te investeren. Ze kijken daarbij onvoldoende naar de risico’s van beleggingsobligaties, of begrijpen deze risico’s verkeerd. Veelbelovende advertenties spiegelen hoge rendementen voor zonder aandacht voor alle risico’s. Appelleren aan duurzaamheid en groene beleggingen verhoogt de kans dat beleggers overwegen te investeren, zonder dat zij daar de risico’s volledig bij in beeld hebben. Risicoverhogende factoren, zoals het (ontbreken van) eigen vermogen van de aanbieder van de obligatie of het feit de aanbieder de obligatiegelden doorleent, zijn slechts voor een kleine meerderheid reden om terughoudender te zijn met hun investering. Hoe herken je een risicovolle belegging in obligaties? -      Een complexe (juridische) structuur: hierdoor is het voor beleggers vaak onduidelijk welke zekerheden en rechten zij nu eigenlijk hebben. -      Hoge kosten en fees: Veel risicovolle obligaties kenmerken zich door hoge initiële kosten die in veel gevallen ten gunste van de initiatiefnemer komen. Daarnaast ontvangt de initiatiefnemer een doorlopende vergoeding die veelal vast is en die niet in relatie staat tot de beleggingsresultaten. In een aantal gevallen zijn deze doorlopende kosten relatief hoog. Door de kosten op deze wijze te structureren is het risico van de initiatiefnemer zelf beperkt. -       Risicoprofiel: uitgevende ondernemingen van risicovolle obligaties hebben vaak weinig tot geen eigen vermogen. Dit verhoogt de risico’s voor beleggers bij een faillissement. -       Schijnzekerheden: vaak bieden aanbieders van obligaties hoge gegarandeerde rendementen. Het is echter onzeker of ze de garanties die ze verstrekken ook kunnen blijven betalen. Ook wordt de onderliggende waarde zoals vastgoed, het MKB of zonne-energie, vaak ten onrechte gepresenteerd als zekerheid. Uit een eerder een verkennend onderzoek gedaan, door de AFM, naar de veiligheid van deze producten, de transparantie over risico’s en het gebruik van uitzonderingen en vrijstellingen werd duidelijk dat het grootste deel van de onderzochte beleggingsobligaties ‘onwenselijk’ is wegens het hoge risico en de vaak tegenvallende opbrengst. Uit het verkennend onderzoek kwamen duidelijke tekortkomingen naar voren: Een ondoorzichtige en ingewikkelde juridische en economische structuur, met intransparante intragroepsrelaties en onduidelijke zeggenschapsverhoudingen. Hierdoor is niet duidelijk welke zekerheden en verhaalsmogelijkheden beleggers hebben. Een ‘scheef’ risicoprofiel. Uitgevende ondernemingen van beleggingsobligaties hebben vaak weinig tot geen eigen vermogen. Hierdoor ondervindt de uitgevende instelling geen nadeel wanneer de belegging niet slaagt. De risico’s van faillissement liggen volledig bij de belegger. Schijnzekerheden. Vaak bieden aanbieders van beleggingsobligaties hoge gegarandeerde rendementen, waarbij de onderliggende waarde zoals vastgoed of zonne-energie onterecht wordt gepresenteerd als zekerheid. In de praktijk blijken deze zekerheden in veel gevallen inhoudsloos en zijn beleggingsobligaties achtergesteld aan andere schulden. Een goedgekeurd prospectus is geen keurmerk Voor sommige van deze obligaties is een prospectus opgesteld dat is goedgekeurd door de AFM. Als je dit ziet staan in advertenties kan de indruk bestaan dat een goedgekeurd prospectus volledige zekerheid biedt. Een goedgekeurd prospectus zegt echter niets over de betrouwbaarheid van een aanbieder. Ook is het geen garantie dat de beloofde rendementen daadwerkelijk worden behaald. Ten slotte over een hoog (gegarandeerd) rendement: Een hoog rendement betekent over het algemeen ook een hoog risico. Zo kunnen rentebetalingen stoppen als het slecht gaat met de onderneming die obligaties uitgeeft. Ook kan de rente afhankelijk zijn van de opbrengst van de belegging. Dit soort risico’s staan vaak alleen in de voorwaarden beschreven. Lees de voorwaarden daarom altijd goed door is het advies van de AFM. ^  Inhoud Kosten van cybercriminaliteit: een introductie Bron: Ad van de Gevel en Charles Noussair - Me Judice, 24 februari 2015 De sterk toenemende kosten van cybercriminaliteit vereisen een verschuiving van detectie naar preventie. Om de gelegenheid te beperken is vooral risicovol gedrag van de eigen medewerkers van groot belang. Dit stellen Ad van de Gevel en Charles Noussair in een overzicht van de verschijningsvormen en de kosten van cybercriminaliteit. Groeiende industrie Een brede definitie van internetcriminaliteit geeft vormen van criminaliteit die betrekking hebben op, of gepleegd zijn met, computersystemen, inclusief telecommunicatienetwerken. Internet criminaliteit omvat het stelen van intellectuele eigendom, het online plunderen van bank rekeningen, het creëren en verspreiden van virussen op andere computers, het plaatsen van vertrouwelijke zakelijke informatie op het Internet en het verstoren van kritieke nationale infrastructuur van een land. Zakelijke verstoringen en verlies van informatie of diefstal ervan behoren tot de meest significante consequenties van een cyber aanval. Cybercrime is een groeiende industrie en criminele organisaties worden steeds professioneler, zij ontwikkelen hun eigen technieken en hulpmiddelen of breiden die van anderen uit. Er bestaat een markt voor criminele cyberdienstverlening met een ruime beschikbaarheid van kennis en tools voor cybervandalen. De fundamentele bouwstenen van het internet zijn protocollen die ruim 30 jaar geleden zijn ontwikkeld, zonder enige notie van hoe groot het Internet in de daaropvolgende decennia zou worden. Protocollen als het Border Gateway Protocol (BGP), het Domain Name System (DNS) en het Simple Mail Transfer Protocol (SMTP) gebruiken nauwelijks enige vorm van verificatie, authenticatie of encryptie en werken op basis van vertrouwen in de integriteit van hun communicatiepartners. Verouderde software bevat vaak al langer bekende kwetsbaarheden en daar die niet meer worden opgelost, kunnen cybercriminelen deze blijvend misbruiken. Hierdoor ontstaat een ICT-duurzaamheidsprobleem. Kwaadwilligen proberen de gebreken in deze protocollen te misbruiken. DNS en BGP, beide noodzakelijk voor het dirigeren van internetverkeer, zijn een gewild doelwit om internetverkeer naar ongewenste bestemmingen om te leiden en zo slachtoffers bijv. massaal met malware te besmetten of vervalste webpagina’s te tonen waarmee wachtwoorden kunnen worden gestolen. Criminelen nemen hun beslissingen op basis van een evaluatie van de waarde van de gestelde doelen, het risico van ontdekking en het gemak van toegang om in te breken in een netwerk. Ad van de Gevel universitair docent verbonden aan de Universiteit van Tilburg.. Recente publicaties: Gevel, A.J.W. van de, & Noussair, C.N. (2014). De biologie van financiele markten. Het Beste Idee van 2014 (pp. 218-222).: Uitgeverij De Wereld. Gevel, A.J.W. van de, & Noussair, C.N. (2013). The Nexus Between Artificial Intellgence and Economics. Heidelberg Berlin: Springer Verlag. (SpringerBriefs in Economics). Gevel, A.J.W. van de, & Noussair, C.N. (2012). The Nexus between Artificial Intelligence and Economics. (CentER Discussion Paper, 2012-087). Tilburg: Economics. De intentie van Internetberoepscriminelen is vaak het verdienen van geld, ofwel door het zelf uitvoeren van aanvallen op informatie of op ICT netwerken of door afpersing door te dreigen met cyberaanvallen, ofwel door het aanbieden van diensten waarmee anderen aanvallen kunnen uitvoeren, ofwel door de handel in of dienstverlening voor gestolen informatie. Cybervandalen (hacktivisten, hackers) willen met hun aanvallen ook ideologische doelen realiseren of dichterbij brengen. Terroristen hebben de intentie maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden. Cybercriminelen zijn zich in de afgelopen periode meer gaan richten op de infrastructuur van het Internet in plaats van op individuele computers of sites. De schaalvoordelen van het misbruiken van een dienstverlener zoals een hostingpartij, een domeinnaamserver of een populaire website, bieden bijvoorbeeld veel meer mogelijkheden dan het compromitteren van een individuele website. Verschijningsvormen Cybercriminaliteit komt in veel vormen voor. Hieronder bespreken we de belangrijkste. Malware is een verzamelnaam voor vormen van software met kwaadaardige bedoeling zoals phishing, computer virussen, wormen, Trojaanse paarden, spyware of keyloggers. De eerste sporen van malware dateren al van 2003. Regin is gekarakteriseerd als de meest geavanceerde malware waarvan het Belgische telecom bedrijf Belgacom in 2013 het slachtoffer is geworden bij een grootschalige aanval die waarschijnlijk is uitgevoerd door de Britse inlichtingendienst Government Communications Head Quarters (GCHQ) en de Amerikaanse inlichtingendienst National Security Agency (NSA). De hacking operaties tegen Belgacom en ook tegen de Europese Unie zijn wereldkundig gemaakt via de uitgelekte documenten over de spionageactiviteiten van de NSA door de onthullingen van klokkenluider Edward Snowden in juni 2013 (voetnoot 1). Regin is vergeleken met Stuxnet dat werd ingezet om de uraniumverrijkingscentrale in het Iraanse Natanz te saboteren. De worm die ontwikkeld is door de Verenigde Staten en Israël legde een vijfde van de Iraanse computers, die gebruikt worden voor het kernprogramma plat. Hierdoor zou het Iraanse atoomprogramma voor meerdere jaren vertraagd zijn. Phishing is een vorm van internetfraude, waarmee fraudeurs proberen om via e-mail achter bankgegevens te komen. Potentiële slachtoffers worden naar een valse (bank)website gelokt. Die is echter een kopie van de echte website van de bank. Na verzochte invoering van inlognaam en wachtwoord krijgt de fraudeur de beschikking over bankgegevens waarna plundering van de rekening volgt. Symantec, een onderneming gespecialiseerd in computer beveiliging, schat dat per dag wereldwijd 8 miljoen phishing pogingen worden ondernomen. Met de term Trojaans paard wordt een kwaadaardig programma bedoeld dat ongemerkt met een ander programma meekomt en die, van binnenuit, onopgemerkt op een computer actief zijn en die een kwaadwillende ongemerkt toegang geeft of (ongewenste) acties uitvoert. Een Trojaans paard kan worden gebruikt om virussen en wormen te verspreiden. Het belangrijkste verschil is, dat virussen en wormen zichzelf verspreiden naar slachtoffers (push) en Trojaanse paarden meestal door het slachtoffer worden binnengehaald (pull). Een computerworm (of kortweg worm) is een zichzelf vermenigvuldigend computerprogramma dat zichzelf verspreidt over het Internet en dat via het netwerk kopieën van zichzelf doorstuurt zonder tussenkomst van een tussengebruiker. Een worm is geen computervirus want het heeft geen computerprogramma nodig om zich aan vast te hechten. Een worm brengt schade toe aan een netwerk, en een virus doet een gerichte aanval op een computer. Een computervirus heeft een gastheer nodig zoals een bestand of e-mail. Charles Noussair  Hoogleraar economie aan Tilburg University. Hij is sinds 2006 hoogleraar aan de universiteit van Tilburg. Daarvoor beklede hij diverse functies w.o.: Hoogleraar Economie, Emory University, Atlanta, GA, Verenigde Staten, 2004-2006, Associate Professor 2002-2004. Associate Professor of Economics, Krannert School of Management, Purdue University, West Lafayette, IN, USA, 1998 - 2002, Universitair docent, 1994-1998.Universitair docent Wiskundige Economie, Econometrisch Instituut, Erasmus Universiteit Rotterdam, Nederland, 1992-1994. Zijn opleiding: Ph.D. Sociale wetenschappen, California Institute of Technology, juni 1993. MS Sociale Wetenschappen, California Institute of Technology, juni 1990.  BA Economie en Psychologie, Universiteit van Pennsylvania, mei 1987. Veel Trojaanse malware paarden bevatten tegenwoordig een backdoor component, die een kwaadwillende op een later tijdstip toegang kan verschaffen tot de geïnfecteerde computer. Een rootkit is een stukje gereedschap dat een hacker volledige controle geeft over een computer die de standaard Windows autorisatie en authenticatie mechanismen omzeilt en daardoor praktisch onzichtbaar wordt. Een keylogger is een specifiek soort software die maar één ding doet: het vastleggen (loggen) van toetsaanslagen, muisklikken en wachtwoorden,. De gelogde gegevens worden vaak automatisch verstuurd naar een derde partij. Een keylogger kan op zichzelf staan maar komt ook voor als onderdeel van een backdoor of een rootkit. Spyware is software die specifieke gegevens van een computer verzamelt, zoals bijv. surfgedrag. Spyware wordt soms door de softwarefabrikant en soms door anderen aan bestaande software toegevoegd. Spyware ‘verstopt’ zich vaak niet echt en is redelijk gemakkelijk op te sporen. Zakenlieden zijn in luxe Aziatische hotels al minsten vier jaar lang ongemerkt doelwit van hackers. Het gaat hier om de zogenoemde Darkhotel spionage campagnes waarbij hackers al eerder gegevens hebben buitgemaakt van topbestuurders uit Azië en de Verenigde Staten. De hackers wachten tot de slachtoffers verbinding maken met het draadloze WiFi-netwerk van het hotel en krijgen dan inzage in het kamernummer en de achternaam van het slachtoffer. De hotelgast wordt verleid tot het downloaden en installeren van een backdoor, die oogt als legitieme software van Adobe of Google. Als het pakket is gedownload hebben de hackers toegang tot de systeem van de hotelgast. Het overgrote deel van de computer-vredebreuken vindt plaats in Japan, Taiwan, China en Rusland. Ransomware, ‘gijzelingssoftware’, is een hardnekkige vorm van malware, die toegang tot de computer blokkeert. Het slachtoffer is niet meer in staat om gebruik te maken van het systeem: er is alleen maar een dreigende boodschap te zien. Hierin wordt het slachtoffer aangezet om een betaling te doen. Vaak doen de digitale afpersers zich voor als de politie, maar ook de namen van andere autoriteiten worden misbruikt. Ransomware is een vorm van afpersing en is strafbaar in Nederland. De nieuwste en meest opvallende ontwikkeling in ransomware is de opkomst van cryptoware dat sterk gericht is op bedrijven. Medio 2013 werd de eerste variant gesignaleerd in Amerika, genaamd CryptoLocker. Eind 2013 werd cryptoware voor het eerst in Nederland waargenomen. CryptoLocker werd onder andere verspreid via de GameOver Zeus Trojan, dat in eerste instantie voor fraude met internetbankieren werd gebruikt. In totaal zouden 545.000 computers met GameOver Zeus ook met CryptoLocker besmet zijn geraakt. Dit was slechts een klein deel van het GameOver Zeus trojaans paard, aangezien bankfraude het hoofddoel was. CryptoLocker is ransomware die bestanden op besmette computers versleutelt en vervolgens een bedrag eist dat slachtoffers moeten betalen om weer toegang te krijgen. De gebruikte encryptie is zo sterk dat het terugkrijgen van versleutelde bestanden, tenzij er betaald werd of slachtoffers over een back-up beschikten, zo goed als onmogelijk was. In het geval van CryptoLocker vervijfvoudigde de vraagprijs na 72 uur. Betaling leidde echter niet zonder meer tot het vrijgeven van de bestanden. Voor het versleutelen werd voor elke besmette computer een aparte privésleutel gebruikt, die zich op de goed verborgen servers van CryptoLocker bevond. Alleen met deze privésleutel konden de bestanden worden ontsleuteld. Onderzoekers van het Nederlandse beveiligingsbedrijf Fox-IT en het Amerikaanse FireEye zijn erin geslaagd om de privésleutels van de CryptoLocker-ransomware te achterhalen, waardoor alle slachtoffers van deze ransomware sinds augustus 2014 hun versleutelde bestanden kosteloos konden terugkrijgen. Op het moment dat de FBI GameOver Zeus uit de lucht haalde waren nog steeds 155.000 computers met CryptoLocker besmet. Geschat is dat CryptoLocker de criminelen zo'n 2,2 miljoen euro opleverde, wat veel minder is dan de 24 miljoen dollar die door de FBI werden genoemd. Gebleken is dat uiteindelijk 1,3% van de besmette internetgebruikers het gevraagde losgeld ook betaalde. Een opvallende trend in 2014 is de voortdurende groei van ransomware vooral op mobiele platvormen, zoals de Koler dreiging die sinds mei 2014 via pornowebsites vaste voet tracht te krijgen op het Android besturingssysteem voor mobiele telefoons. Het vertoont een vals bericht van lokale autoriteiten voor wetshandhaving en beschuldigt de gebruikers van het kijken en opslaan van pornografie met kinderen op straffe van het betalen van een boete via MoneyPak vooruitbetaal kaarten. Hoewel geen bestanden worden versleuteld doet de Slocker ransomware dat wel. Een bot is een geïnfecteerde computer die op afstand met kwade bedoelingen bestuurd kan worden. Een botnet is een verzameling van dergelijke geïnfecteerde computers. Botnets of softwarerobots opereren automatisch en zelfstandig op ongewenste wijze bij aan elkaar gekoppelde computers via een worm, Trojaans paard of een achterdeur. Op de achtergrond staat altijd een beheerder (bot herder) die op afstand bestuurt vaak met behulp van het open groepscommunicatie (multicasting) Internet Relay Chat (IRC) protocol voor groepsgewijze Internet communicatie dat zich toelegt op een soort kamers (channels of kanalen) voor specifieke onderwerpen. Een botnet kan gebruikt worden voor het maken en sturen van spam, waarbij een spammer toegang tot het botnet koopt van de beheerder. (Distributed) Denial of service, (D)DoS, is de situatie waarin een computersysteem niet in staat is te functioneren, waarbij bijv. een website onbereikbaar wordt voor de gebruikelijke afnemers van de dienst door de website te bestoken en te overbelasten met veel netwerkverkeer of te overspoelen met netwerkaanvragen. Het verschil tussen een 'gewone' DoS-aanval en een DDoS aanval is dat in het laatste geval meerdere computers tegelijk de aanval uitvoeren. Deze situatie kan veroorzaakt worden door een computerkraker, maar ook door een onbedoelde fout (bijv. een bug in een programma). Bij DDoS-aanvallen maakt men vaak gebruik van botnetwerken die allemaal extern aangestuurd kunnen worden. De externe bestuurder kan de computer van zijn slachtoffer laten crashen door alle computers in zijn botnetwerk tegelijkertijd bestanden te laten verzenden naar het slachtoffer. In april en mei 2013 lagen zowel de grootste Nederlandse banken als de overheid langere tijd onder vuur van deze aanvallen. Volgens de Cyberedge Group behoren malware en phishing tot de belangrijkste categoriën van cybercriminaliteit. Op een schaal van 1 tot 5 scoren beide 3.26. Kwaadwillende insiders scoren 3.06. Minder verontrustend is (D)DoS met een score van 2.91. Opvallend is dat organisaties over het algemeen minder bezorgd zijn omtrent de oorsprong van een dreiging dan omtrent het type dreiging dat teweeggebracht wordt. Kwaadwillende insiders scoren hoog op een tabel van 1 tot 5 met 2.96 en cybercriminelen hebben een score van 2.94. Hackers die politiek gemotiveerd zijn scoren 2.75 en hackers die door een staat gesponsord zijn realiseren een score van 2.74. Een en ander impliceert dat de bezorgdheid voor externe bedreigingen groter is dan die van interne aard in een verhouding van 2.5 ten opzichte van 1. Kosten van cybercriminaliteit De kosten van cybercriminaliteit worden in sterke mate bepaald door de wijze waarop cybercriminaliteit wordt gedefinieerd. Een enge definitie laat belangrijke niet-monetaire effecten op innovatie, nationale defensie en lange termijn concurrentievermogen buiten beschouwing. Tot de kosten behoren ook de kosten van het detecteren, herstellen, onderzoeken en beheren van de reacties op de incidenten. Cybercriminaliteit treft honderden miljoenen mensen wier persoonlijke informatie is gestolen. In de VS gaat het om 40 miljoen mensen, in Turkije 54 miljoen, in Korea 20 miljoen, in Duitsland 16 miljoen en meer dan 20 miljoen in China. Voor 2013 wordt het totaal aantal getroffenen geschat op 800 miljoen. Er zijn duizenden rapporten van bedrijven die gehackt zijn. Bijv. in de VS waren er in 2013 3.000 bedrijven die gehackt zijn. In India zijn tussen 2011 en juni 2013 308.371 websites gekraakt. Twee banken in de Perzische Golf verloren $45 miljoen in een paar uur. Een Britse onderneming rapporteerde een verlies van $1,3 miljard in een enkele aanval. Braziliaanse banken zeggen dat hun klanten jaarlijks miljoenen verliezen ten gevolge van cyber fraude. Een punt is dat banken die zware verliezen lijden ten gevolge van cyberincidenten dit vaak publiekelijk ontkennen. In Australië rapporteerden slechts 44% van de slachtoffers de internet aanvallen. Wanneer ondernemingen getroffen worden door cyberaanvallen ervaren zij vaak een geringere waardering van hun aandelen tussen 1% en 5%, maar de daling is niet permanent en de koersen herstellen zich gewoonlijk binnen een kwartaal of twee. Er is een positieve correlatie tussen de omvang van de getroffen organisatie en de kosten. Maar kleine organisaties ervaren hogere kosten per capita dan grotere organisaties ($1.601 versus $437). Alle industrieën zijn slachtoffer van cybercriminaliteit maar organisaties in sectoren zoals energie en nutsbedrijven en financiële dienstverlening ervaren hogere kosten dan organisaties in de media, wetenschappen en gezondheid. De ondernemingen uit het 2014 onderzoek van het Ponemon Institute rapporteerden 429 succesrijke aanvallen per week in 257 organisaties en 1,7 succesrijke aanvallen per onderneming per week. Dit is een toename van 25 procent ten opzichte van 2013, toen dit voor 234 organisaties 1,4 aanvallen per week was en in 2012 voor 199 organisaties 1,3 aanvallen per week. De meest kostbare cybermisdaden worden bedreven door kwaadwillige insiders (employees), bij weigering van dienstverlening en web-gebaseerde aanvallen. Dit geldt voor 55 procent van alle cyber criminaliteitskosten. Voor aanvallen van kwaadwillige insiders kost het de meeste tijd om deze te pareren, namelijk 58,5 dag, terwijl virussen slechts 2,6 dagen eisen. Verstoring van de bedrijfsvoering bijv. in termen van productiviteitsdaling vormt de grootste kostencomponent (38 procent) ten opzichte van verlies aan informatie (35 procent ) en schade aan machinerieën (4 procent). De gemiddelde duur van een cyberaanval was in 2014 31 dagen, wat na weging met de gemiddeld kosten een toename is van 23 procent ten opzichte van de 27 dagen in 2013. Het belangrijkste verlies ten gevolge van cybercriminaliteit is diefstal van intellectuele eigendom. Het Ministerie van Handel in de VS rapporteert dat diefstal van intellectuele eigendom (niet alleen ten gevolge van cybercriminaliteit) jaarlijks Amerikaanse ondernemingen $200 tot $250 miljard kost. Financiële misdaden, het stelen van financiële activa door het illegaal binnendringen in computers, zijn de tweede grootste bron van directe verliezen van cybercriminaliteit. Het zijn misdaden met een hoog publiciteitsprofiel. Als van miljoenen mensen hun creditkaart wordt gestolen krijgt dat onmiddellijk de aandacht. Deze aanvallen kosten de slachtoffer ondernemingen meer dan $100 miljoen voor herstel, hoewel de winst voor de krakers veel kleiner is. Door online fraude verliezen bijv. Mexicaanse banken jaarlijks zo’n $93 miljoen. Geschat wordt dat Japanse banken $110 miljoen en Amerikaanse banken $200 miljoen verliezen. Vooral het kleinbedrijf is een favoriet doelwit voor cybercriminelen. Zo rapporteerde de kleinhandel in het Verenigd Koninkrijk een verlies van meer dan $850 miljoen in 2013. De financiële dienstverlening in Australië had per onderneming meer dan $100 miljoen verlies. De diefstal van financiële activa is voor criminelen gemakkelijk te monetiseren als de fondsen rechtstreeks getransfereerd worden naar een rekening die zij kunnen controleren. In de voormalige Sovjet Unie zijn 20 tot 30 cyber-criminaliteitsgroepen actief en zij zijn in staat om bijna elke defensieve cybermaatregel te ontwijken. Het stelen van vertrouwelijke bedrijfsinformatie is de derde grootste kostenbron van cybercriminaliteit, die door criminelen snel kan worden omgezet in winst. Australische autoriteiten rapporteerden dat er meer dan 200 pogingen zijn gedaan om binnen te dringen in het netwerk van mijnbouw ondernemingen. Manipulatie van aandelenkoersen is ook een groeiende tak van cybercriminaliteit. Door in te breken in het netwerk van een onderneming, van accountants en advocaten kan inside informatie verkregen worden omtrent aanstaande fusies en samenwerkingen waarmee de aandelenkoersen beïnvloed kunnen worden. Door gebruik te maken van “chat rooms” en sociale media voor “pump and dump” geven criminelen valse informatie omtrent de vooruitzichten van een onderneming en laten hun kasregisters rinkelen als de markt reageert (voetnoot 2). Het verstoren van de bedrijfsvoering omvatte 38 procent van de totale kosten, gevolgd door verlies van informatie. Het opsporen van cyberaanvallen en het herstel daarvan maken 53 procent van de totale interne kosten uit. De gemiddelde kosten per jaar van cybermisdaden voor 257 organisaties uit zeven landen (de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Australië, Japan, Frankrijk en Rusland) bedragen in 2014 $7,6 miljoen, met een aanzienlijke variatiebreedte van $ 0,5 miljoen tot $61 miljoen per onderneming voor elk jaar. Ten opzichte van 2013 was er een kostenstijging van 10,4 procent. De gemiddelde kosten zijn het hoogste in de Verenigde Staten ($12.7 miljoen) en het laagste in Rusland ($3.3 miljoen). Met uitzondering van Rusland, hebben alle zes landen een kostenstijging ervaren die varieerde van 2.7% voor Japan tot 22.7% voor het Verenigd Koninkrijk. Hoge inkomenslanden verliezen meer als percentage van hun GDP (0,9%) dan ontwikkelingslanden (0,2%). Voor ontwikkelde landen heeft cybercriminaliteit ernstige implicaties voor de werkgelegenheid waarbij veelal die banen verdwijnen die de meeste waarde creëren. In de VS kost cybercriminaliteit 200.000 banen, wat neerkomt op een daling van de werkgelegenheid met ? procent. Voor de EU kan het werkgelegenheidsverlies vanwege cybercriminaliteit oplopen tot 150.000 banen, wat neerkomt op 0,6% van de totale werkloosheid. Het gaat hierbij niet altijd om netto banenverlies want werklozen kunnen andere banen vinden of hoog betaalde banen kunnen vervangen worden door lager betaalde banen. Misgelopen inkomsten ('opportunity costs') Er zijn drie soorten alternatieve kosten die de verliezen van internet criminaliteit bepalen: verminderde investeringen in R&D, risico mijdend gedrag door bedrijven en consumenten waardoor het internet gebruik beperkt wordt en toenemende bestedingen aan netwerk beveiliging. Productiemiddelen zouden hebben kunnen worden aangewend in deze mogelijkheden, maar kennelijk is dat niet gedaan. Bij een economische beoordeling moet hiernaar echter wel gekeken worden. De alternatieve kosten van internet criminaliteit worden wel gezien als het waarde aandeel daarvan in de Internet economie, die jaarlijks tussen $2 biljoen (een miljoen maal een miljoen) en $3 biljoen genereert. Cybercriminaliteit wordt geschat hieraan tussen 15% en 20% te onttrekken, wat een zware belasting is op potentiële economische groei en banen creatie. De International Data Corporation (IDC) schat dat de totale markt voor beveiligingsproducten en diensten voor het Internet sinds 2011 is gestegen met 8,7% van $53 miljard naar $58 miljard in 2013. Dit is voornamelijk het resultaat van het toegenomen bewustzijn voor cyberveiligheidsrisico’s bij bedrijven. Feit is dat de kosten van reparatie van cyberaanvallen, inclusief reputatieschade voor de gekraakte ondernemingen vaak groter zijn dan die van de misdaad zelf. Voor bijv. Italië waren de feitelijke verliezen slechts $857 miljoen, maar de kosten van herstel en de alternatieve kosten bedroegen $8,5 miljard. Het beperken van cyberaanvallen eist de beschikking over geavanceerde technologieën zoals Security Information & Event Management (SIEM), systemen die aanvallen voorkomen, toepassing van digitale veiligheidsoplossingen. Door gebruik te maken van beveiligingstechnieken worden ondernemingen efficient in het opsporen van cyberaanvallen en dit levert volgens het Ponemon Institute een gemiddelde kostenbesparing op van $2,6 miljoen ten opzichte van bedrijven die dat niet doen. Conclusies en de toekomst Gesteld kan worden dat cyberaanvallen als een normaal verschijnsel te beschouwen zijn. Financiële criminaliteit vindt plaats op industriële schaal. Malware en phishing bezorgen IT beveiligingsprofessionals het meeste hoofdpijn. Zij zijn meer bezorgd omtrent kwaadwillende insiders dan cybercriminelen. Volgens de Cyberedge Group zullen binnen twee jaar ongeveer 75 procent van de ondernemingen "bring your own device" (BYOD) beleid geïnstalleerd hebben, waarbij employees hun eigen apparaten naar hun werk meebrengen. Smartphones en tablets worden dan ook gezien als de zwakste link voor IT beveiliging, gevolgd door laptops en sociale media applicaties. Deze “brave new BYOD world” stelt specifieke beveiligingsuitdagingen voor organisaties. In Europa is er sprake van een minder agressieve installatie van BYOD beleid dan in de Verenigde Staten: 21 procent van de ondernemingen versus 35 procent. Net Access Control (NAC) en Next-Generation Firewall (NGFW) oplossingen worden opgevat als het meest effectief ter bestrijding van cyberdreigingen. Een laag beveiligingsbewustzijn bij employees is de grootste beperkende factor voor een adequate verdediging tegen cyberaanvallen. De huidige generatie van oplossingen voor geavanceerde cybercriminaliteit is primair gericht op detectie terwijl preventie van voortdurende bedreigde activiteiten wordt beschouwd als een secundaire zaak. Een dergelijke benadering is echter onhoudbaar bij de toenemende frequentie van cyberaanvallen. Een “closed-loop” defensie circuit is noodzakelijk waarbij er integratie tussen detectie en preventie plaats vindt op basis van een automatische reactie op uit-de-hand-gelopen detectie gebeurtenissen. Een kwart van de reagerende en geïnterviewde organisaties voert dagelijks of wekelijks kwetsbaarheidsscans uit op hun volledig netwerk. Slechts een op de twee organisaties scannen hun netwerk per kwartaal of jaarlijks. Het voorspellen van de toekomst komt neer op een vergelijking van waarschijnlijkheden – de kans op verbeterde protectie en betere internationale samenwerking versus de kans op toegenomen economische ontwikkeling in de wereld. Zelfs als de verliezen van financiële misdaden constant blijven zal het verlies van intellectuele eigendom alleen maar stijgen. Twee mogelijkheden doen zich voor. Voor de ontwikkelde landen zullen de kosten vlak blijven als percentage van het GDP, maar de globale kosten nemen toe als nieuwe toetreders en ontwikkelingslanden hun gebruik van het Internet accelereren. De kosten voor ontwikkelde landen nemen toe als meer activiteiten online worden afgewikkeld en krakers hun vermogen om te monetiseren wat zij stelen kunnen verbeteren. Een scenario waarin de cybercriminaliteitsverliezen afnemen is niet geloofwaardig te achten. De toekomst voor de wereld ligt in toenemende criminaliteitsverliezen en lagere groei. Referenties en voetnoten zie orginele artikel op MeJudice.nl ^  Inhoud ^  Inhoud Algobands indicator Bron: Vocking.nl In september 2014 heeft Vocking.nl de Algobands indicator aan hun pakket toegevoegd. De Algobands Indicator herkent het volume van de algoritmes van de institutionele beleggers en verschijnt op het tijdstip en niveau waar deze in de markt komen. De roze verticale lijn geeft het tijdstip aan en de lichte blauwe band het prijsniveau waarop dit plaats vindt. Deze unieke indicator stelt u in staat om op dezelfde tijden en niveau's te handelen. Bovengenoemde indicator werkt op iedere markt en is ook perfect te combineren met onze bestaande indicatoren. Hieronder treft u een aantal trade set-ups met behulp van de Algobands: Algobands 1 Algobands 2 Kleur van de achtergrond: Hiermee kunnen we heel snel herkennen of we long of short gericht zijn. Bij een groene achtergrond doen we uitsluitend long posities en bij een roze achtergrond doen we uitsluitend short posities. Kleur van de candles: De candles kleuren blauw in een stijgende markt en rood in een dalende markt. Indien de candles geel zijn beweegt de markt zich zijwaarts. Stop-dots: Tijdens een longsignaal bevinden de blauwe stop-dots zich onder de koers en tijdens een shortsignaal bevinden de rode stop-dots zich boven de koers. Zo weet u direct waar u de stop moet plaatsen. Stealth: Wanneer er een groene Stealth onder de koers verschijnt hebben we te maken met een stijgende markt. Wanneer er een rode Stealth boven de koers verschijnt hebben we te maken met een dalende markt. Tradingroom: Naast het gebruik van de speciale indicatoren bent u dagelijks welkom in de tradingroom. Dat betekent dat u vanaf uw eigen werkplek inlogt in de tradingroom om de trades van ervaren traders te kunnen volgen die met dezelfde indicatoren werken. High Energy Times: Deze service filtert financiële instrumenten waar een breakout of een potentiële grote beweging wordt verwacht in de handelssessie door middel van een zeer geavanceerde analyse. Het geeft aan wanneer de trader een hogere dan normale beweging kan verwachten in een bepaalde index. Deze tijden worden door middel van een smalle band weergegeven in uw grafiek, zodat u heel eenvoudig kunt zien of de koers zich boven of onder de band bevindt en u op die manier heel eenvoudig uw positie kunt bepalen. Training: Vier keer per week worden er webinars gehouden om u de fijne kneepjes van het traden te leren en hoe u op de juiste wijze de indicatoren tijdens het traden kunt gebruiken. Alle webinars worden opgenomen, zodat u ze op ieder gewenst moment nog eens terug kan kijken. Aanwezig op 64ste HCC Beleggen Symposium 28 maart te De Bilt. Indien u vragen heeft over onze trading systemen of als u geïnteresseerd bent en hier dagelijks mee aan de slag wilt, bent u van harte welkom op onze stand. Wij staan u graag te woord! ^  Inhoud ^  Inhoud Delta Lloyd Deelnemingen Fonds fors afgewaardeerd Bron: Morningstar, Ronald van Genderen, 20 feb 2015 Het vertrek van ‘Mr 5 procent’ bij Delta Lloyd Asset Management was groot nieuws in beleggingsfondsenland. Alex Otto, die deze bijnaam had omdat een aandelenbelang van vijf procent de kern van zijn beleggingsfilosofie vormde, maakte februari 2014 bekend dat hij zou vertrekken bij de vermogensbeheerder. Hij combineerde op dat moment de functies van chief executive officer (CEO) en chief investment officer (CIO). Otto (foto) werd algemeen gezien als drijvende kracht achter de Deelnemingen-strategieën van Delta Lloyd, waarvan Delta Lloyd Deelnemingen Fonds het vlaggenschip is. Kenmerk van deze strategie is een aanzienlijk belang van minimaal 5 procent in mid- en small-cap ondernemingen. Met Delta Lloyd Europees Deelnemingen Fonds en Delta Lloyd Azië Deelnemingen Fonds zijn er ook internationale varianten. De voordelen van deze strategie zijn evident. Het levert een vrijstelling van vennootschapsbelasting op. En wellicht nog belangrijker: de beheerders van de deelnemingenfondsen worden door de grote aandelenbelangen serieuze gesprekspartners voor het management van de betreffende ondernemingen. Zo zitten zij dicht bij het vuur en kunnen zij invloed uitoefenen op bijvoorbeeld de strategie van het bedrijf. Otto was jarenlang beheerder van het Delta Lloyd Deelnemingen Fonds. Zijn kennis en netwerk in met name het Nederlandse bedrijfsleven behoorde tot de meest uitgebreide in de sector. Het carrièrepad van Otto bracht hem van de rol van beheerder naar de gecombineerde functie van CEO en CIO van Delta Lloyd AM. Dat betekende een steeds grotere afstand tot het daadwerkelijke beleggen. Desondanks bleef zijn rol naar de mening van de analisten van Morningstar zeer belangrijk bij het beheer van de Deelnemingen-fondsen en met name bij het Delta Lloyd Deelnemingen Fonds. De positieve mening van Morningstar was niet volledig, maar toch zeker in belangrijke mate gestoeld op zijn aanwezigheid in het team. Toch bracht juist de afstand tot de portefeuilles van de fondsen en het beheer daarvan Otto tot de beslissing om een andere weg in te slaan. Eentje die hem weer meer de rol van belegger zou geven. Die vond hij bij HB Capital, de investeringsmaatschappij van de familie Blokker. Aderlating Otto’s vertrek wordt door de analisten van Morningstar als een aderlating voor de Deelnemingen-fondsen gezien. Ze werden in februari 2014 ‘Under Review’ geplaatst in afwachting van een opvolger. Die kwam er in de persoon van Jacco Maters (foto). Per oktober 2014 staat hij als CEO en CIO aan het roer van Delta Lloyd AM. Hoewel Morningstar in hem een prima vervanging ziet, vallen toch vooral de verschillen met Otto op. Het belangrijkste verschil: Maters zal in tegenstelling tot Otto geen zitting nemen in het Investment Committee, het comité dat besluit over alle belangrijke wijzigingen in de fondsportefeuilles zoals het aankopen van nieuwe of het volledig verkopen van bestaande posities. Maters staat daardoor in nog belangrijker mate op afstand van het beheer van de portefeuilles. Wel gaf Maters aan, dat verbeteringen in de beheerprocessen mogelijk zijn. Zo vertelde hij in een gesprek met Morningstar-analisten dat de concentratie in de Deelnemingen-fondsen wellicht omlaag kan. Daarbij liet hij in het midden of dat gebeurt door meer namen in de portefeuille op te nemen of de portefeuillegewichten gelijkmatiger te verdelen over het bestaande aantal posities. Daarnaast uitte hij het voornemen een ‘Liquidity Board’ in te willen stellen, die zich zal richten op de beheersing van liquiditeitsrisico’s in de portefeuilles. Benedengemiddeld De periode dat de Deelnemingen-fondsen ‘Under Review’ stonden gaf de analisten van Morningstar ruimschoots de mogelijkheid om ze opnieuw te analyseren, onder andere op basis van gesprekken met de leden van het beheer. Daarbij kwamen zij tot de conclusie dat voor zowel het Delta Lloyd Deelnemingen Fonds als het Delta Lloyd Europees Deelnemingen Fonds en het Delta Lloyd L European Participation Fund de teams van benedengemiddelde kwaliteit zijn in vergelijking met andere fondsen in de relevante Morningstar-categorieën. Voor het Delta Lloyd Deelnemingen Fonds ligt het dagelijkse beheer in handen van Geert-Jan Hoppers en Sandra van der Meer–de Brouwer. Delta Lloyd kondigde echter begin februari van dit jaar het vertrek van Van der Meer-de Brouwer aan per 1 april 2015. Zij zal worden vervangen door iemand met een vergelijkbaar profiel. Hoppers heeft 13 jaar relevante ervaring, eerst als analist en sinds 2007 als beheerder. In 2009 maakte hij de overstap naar Delta Lloyd. Ellen Eijking en Jeroen de Bruijn vormen het duo dat dagelijks het beheer voert over het Delta Lloyd Europees Deelnemingen Fonds en het Delta Lloyd L European Participation Fund. Eijking maakt sinds 2010 onderdeel uit van het team. Zij werkt sinds 1997 in vermogensbeheer en heeft onder andere bij Fortis Investments en VPV AM hoofdzakelijk Europese small-cap portefeuilles beheerd. Zij wordt bijgestaan door De Bruijn die in 2014 bij het team kwam. Hij is zeer junior aangezien zijn werkervaring slechts drie jaar op de mid office van Delta Lloyd beslaat. Ronald van Genderen Fondsanalist CFA bij Morningstar Benelux Als Hoofd Asset Management was hij werkzaam bij Simon A Cohen totdat hij in 2007 overstapte naar Petercam waar hij als Senior Account Manager onder andere verantwoordelijk was voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleggingsbeleid. Vanaf 2008 was Ronald als Senior Analist verantwoordelijk voor alle activiteiten binnen de VEB mbt tot beleggingsfondsen. Sinds 2013 is hij werkzaam bij Morningstar  als Fondsanalist. Morningstar vindt het dan ook jammer, dat Jack Jonk (Hoofd Aandelen bij Delta Lloyd AM) en Agnus Steel (Hoofd Deelnemingen) op afstand staan van het dagelijkse beheer van de portefeuilles. Beide zijn zeer ervaren beheerders. Hoewel zij wel zitting hebben in het Investment Committee, zou een nauwere betrokkenheid bij het dagelijkse beheer naar de mening van de Morningstar-analisten een kwaliteitsimpuls betekenen voor het team. In beginsel goed Het beleggingsproces van de Deelnemingen-fondsen is in beginsel nog altijd goed. Het leunt zwaar op diepgravend bottom-up aandelenonderzoek. Maar gegeven het negatieve oordeel over het beheerteam zit er een zwakte in de uitvoering van het beleggingsproces. Dat zorgt voor twijfel. Morningstars verlies van vertrouwen in Delta Lloyd Deelnemingen Fonds is daarnaast mede ingegeven door bijvoorbeeld het grote aantal flink tegenvallende aandelenkeuzes in de afgelopen jaren. Zo namen de beheerders aanmerkelijke posities in Nederlandse bouwers als BAM, Heijmans en Ballast Nedam. Deze lijken niet volledig te voldoen aan de focus van het fonds op stabiele, financieel gezonde ondernemingen met een lage waardering en goede producten en bedrijfsmodellen. Daarnaast zal voor het Delta Lloyd Europees Deelnemingen Fonds en het Delta Lloyd L European Participation Fund het streven naar belangen van vijf procent vrijwel altijd bij micro-caps eindigen, terwijl daar niet noodzakelijkerwijs de beste investeringen te vinden zijn. Niet in de laatste plaats is daarom het gebrek aan geformaliseerd beleid ten aanzien van liquiditeitsrisico’s een zorgpunt. En dat geldt niet alleen voor de Europese Deelnemingen-fondsen, maar evengoed voor het Delta Lloyd Deelnemingen Fonds. Niet voor niets lijkt Maters juist daarom een Liquidity Board in te willen stellen. Populair beleggingsfonds Het Delta Lloyd Deelnemingen Fonds behoorde jarenlang tot de populaire beleggingsfondsen onder Nederlandse beleggers. Het was een vaste waarde in de top 15 van meest geraadpleegde beleggingsfondsen op morningstar.nl maar is het laatste jaar gestaag uit dit lijstje gezakt. De rendementen vallen dan ook tegen. In 2014 boekte het Deelnemingen Fonds een fors verlies van 6,8 procent en bleef daarmee 12,4 procent en 16,5 procent achter bij respectievelijk de categorie ‘Aandelen Nederland’ en de benchmark Euronext AEX All Share Index. 2013 Was een relatief redelijk jaar (zie rendementsgrafiek en -tabel). In 2012 en 2011 wist het Deelnemingen Fonds de index en de categorie niet te verslaan. De fondsen binnen de Deelnemingen-strategie stonden sinds de aankondiging van het vertrek van Alex Otto 'Under Review'. Het Delta Lloyd Deelnemingen Fonds had daarvoor een Morningstar Analyst Rating ‘Silver’, maar die is nu door Morningstar verlaagd naar ‘Neutral’. Het Delta Lloyd Europees Deelnemingen Fonds en het Delta Lloyd L European Participation Fund hadden beide een waardering ‘Bronze’ en die is nu verlaagd naar eveneens ‘Neutral’. Het gebrek aan vertrouwen in het beheerteam van de Deelnemingen-fondsen is de voornaamste reden voor de afwaardering. Bekijk ook de fondsrapporten: Delta Lloyd Deelnemingen Fonds (Analyst Rating: Neutral - Morningstar Rating: ***) Delta Lloyd Europees Deelnemingen Fonds (Analyst Rating: Neutral - Morningstar Rating: **) Delta Lloyd Azië Deelnemingen Fonds (Morningstar Rating: ***) Delta Lloyd L European Participation Fund (Analyst Rating: Neutral - Morningstar Rating: *) ^  Inhoud   IG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: janroozenburg@kpnplanet.nl ^  Inhoud Meedoen kan Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt en deze nieuwsbrief. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij dringend op zoek naar mensen die mee willen doen. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met het HCC Beleggen bestuur Klik Hier of met de redactie  Klik Hier ^  Inhoud Aanmelden en routebeschrijving HCC Beleggen Symposium op 28 maart 2015 Wat 64 ste HCC Beleggen Symposium "Weg van de gebaande paden." Waneer 28 maart 2015 aanvang 10.00 uur Waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4  3731 CL  De Bilt Aktiviteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van kontakt met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur en kennis maken met financiele diensten, producten en  innovaties bij flink een aantal leveranciers Locatie-info: Gezellig lunch-restaurant aanwezig. Parkeren gratis. In midden van Nederland met goede aansluiting op snelwegen. Goed bereikbaar per openbaar vervoer Programma: Programma en andere informatie op de HCC Beleggen website:  Klik Hier Kosten: Toegang gratis voor HCC Beleggen Leden Indien u lid bent van onze vereniging HCC (HCC Beleggen lid worden kan ter plaatse tegen een gereduceerd tarief ) is voor u de toegang vanzelfsprekend ook gratis anders vragen wij van u een kleine bijdrage in de kosten van €15,= Een entreebewijs voor het 64-ste HCC Beleggen Symposium kunt u bestellen door u aan te melden via onze website: Klik hier om u aan te melden   Het HCC Beleggen Symposium wordt gehouden in: Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4 3731 CL  De Bilt Bekijk ligging >> Laat de route zien in een nieuw venster Voer je postcode in: Voor een uitgebreide routebeschrijving ga naar onze website of Klik hier ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

2 maart 2015

...

Nieuwsbrief20150201

.. februari 2015 Inschrijving is geopend Bedankt voor de bloemen….. Morningstar negatief over SNS Nederlands Aandelenfonds Gerechtshof in de fout bij processen over aandelenlease Crowdfunding Lezerstip - Greenbladt: Strategie Change Meedoen kan Aanmelden en routebeschrijving HCC Beleggen Symposium op 28 maart 2015 Inschrijving is geopend Wat 64 ste HCC Beleggen Symposium "Weg van de gebaande paden." Waarom altijd alleen maar alleen beleggen in aandelen? Er is nog zoveel meer mogelijk. David Swensen - bekend van het Yale beleggingsfonds -  die jaren gemiddeld een rendement van ruim 10% per jaar maakte, heeft dit bijvoorbeeld laten zien. In plaats van de traditionele 60-40 verdeling is hij in de 70-er jaren een weg ingeslagen waarbij hij ook is gaan beleggen in allerlei andere zaken.  Naast aandelen en obligaties is hij gaan beleggen in o.a. private equity, hedge funds, e.d.  In 2008 werd duidelijk dat ook aan zo'n aanpak uiteraard de nodige risico's kunnen zitten. Tijdens dit 64-ste HCC beleggen Symposium zullen naast de traditionele beleggingsmethode u een aantal alternatieve worden aangereikt . Zo zal bijvoorbeeld crowdfunding en een hedge fund worden besproken. Ook het handelen en het bouwen van een tradingsysteem zal aan de orde komen.  Kortom er staan weer een groot aantal interessante onderwerpen op het programma. Daarnaast zijn er ook weer een groot aantal leveranciers aanwezig die u graag wegwijs maken in de door hun geboden diensten. Waneer 28 maart 2015 aanvang 10.00 uur Waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4  3731 CL  De Bilt Aktiviteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van kontakt met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur en kennis maken met financiele diensten, producten en  innovaties bij flink een aantal leveranciers Locatie-info: Gezellig lunch-restaurant aanwezig. Parkeren gratis. In midden van Nederland met goede aansluiting op snelwegen. Goed bereikbaar per openbaar vervoer Programma: Programma en andere informatie op de HCC Beleggen website:  Klik Hier Klik hier om u in te schrijven voor dit gratis Symposium. ^  Inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Bedankt voor de bloemen….. Bron: Ben van den Anker Om het rendement op een investering te evalueren moet het risico zeker meegenomen worden. Iedere security heeft een verwachte rate of return, te berekenen met bijvoorbeeld het capital asset pricing model (CAPM). Om het risico te berekenen ga ik in op twee van de over het algemeen vijf technische ratio’s die in gebruk zijn; alfa en bèta. De bèta wordt berekend met een regressie analyse en geeft het ‘rendement’ van de onderliggende waarde aan ten opzichte van de bewegingen van de markt. Een bèta van 1 betekent dat de onderliggende waarde met de markt mee beweegt, een hogere bèta van bijvoorbeeld 1.4 geeft aan dat de onderliggende waarde 40% volatieler is dan de markt. Een groter risico, dus een hogere bèta, kan mogelijk een hoger rendement opleveren. De basis voor bèta is 1; terwijl dit voor alfa 0 is.  Alfa vergelijkt het rendement van een portfolio met het rendement dat verdiend had kunnen worden in relatie tot de bèta. Simpel gezegd; de alfa geeft het rendement aan in verhouding tot de benchmark uit de markt. Nu blijkt de alfa al jaren niet meer significant meerwaarde te bieden. Een onderzoek van het Center for Applied Research en de Fletcher School of Law and Diplomacy (Tufts University) stelde vast dat minder dan 1% van 2076 Amerikaanse mutual funds tussen 1976 en 2006 na kosten superieure rendementen behaalde 1). Een onderzoek van de Universiteit van Maryland geeft aan dat voor 1990 14.4% van de mutual funds alfa leverden terwijl dit in 2006 maar voor 0.6% van de fondsbeheerders gezegd kon worden 2). Het is dan wellicht een logisch vervolg dat de indexfondsen zich in steeds grotere populariteit mogen verheugen. Ben van den Anker (1976) is schrijver / columnist en lid centrale directie aan het Candea College Hij heeft zijn PhD in Business & Management tijdens een negenjarig verblijf in Zuidoost Azië aan de International Graduate School of Business (University of South Australia) behaald. Hij is auteur van het boek The perceived role of Host Country Nationals in Expatriate Adjustment (2010, Ben van den Anker). Zijn onderzoek richt zich met name op de rol van cross-culturele interactie in het functioneren van expatriates. Daarnaast is hij voor de International Business Review revisor voor wetenschappelijke artikelen op het snijvlak business en management. Is het verslaan van de markt nu echt problematisch of zijn er onderliggende redenen voor de kleiner wordende rol van de fondsbeheerder aan te wijzen? De strategy ‘benchmark hugging’, zo dicht mogelijk tegen de benchmark aanzitten, zal resultaten opleveren die vergelijkbaar zijn met de benchmark en waarschijnlijk niet veel beter. Fondsbeheerders die daarnaast actief risico zoeken en afwijken van de benchmark kunnen wel eens beter presteren. Het carrière risico van een fondsbeheerder zou er wel eens voor kunnen zorgen dat een beheerder de veilige weg zoekt, in plaats van een risicovollere benadering met een mogelijk hoger rendement. Deze weg zou natuurlijk ook een slechter resultaat op kunnen leveren wat, zie daar, een carrière risico oplevert. Het contraire ‘tegen de kudde’ in beleggen is daarentegen een kenmerk van de value investor, die ‘forever,’ naar Warren Buffet, als favoriete tijdsperiode beschouwt. Het kiezen van winnaars over verliezers waarbij resultaten in het verleden behaald geen garantie voor de toekomst bieden, speelt hier ook mee. Dit naast de adviezen van banken en beleggingsinstellingen die door de Economist in januari 2014 als ‘consistently wrong’ beschreven worden 3). Waar in de vorige eeuw nog sprake kon zijn van een informatievoorsprong, zorgt het internet en e-mail ervoor dat investeerders en intermediairs vaak even snel voorzien worden van nieuws. Sinds 2000 worden beleggers en institutionele vermogensbeheerders in de US onder de regeling ‘fair disclosure’ gelijktijdig voorzien van informatie. Selectieve informatie is hierdoor niet voorbehouden aan een selecte groep vermogensbeheerders. Hedge fondsen sluiten hun deuren inmiddels in steeds grotere getale 4); het gemiddeld behaalde rendement van 2% in 2014 als mogelijke aanleiding geeft geen reden tot feeststemming. Met de risicovrije rente zeer laag betekent het echter dat de belegger/spaarder meer risico moet nemen om toch een hoger rendement te behalen.  De belegger heeft met alfa naast de bèta eveneens een handleiding om het rendement van een fonds beter te beoordelen. Hiermee wordt duidelijk of de fondsbeheerder waarde toevoegt onder medeneming van het toebedeelde risico. Dit is des te meer relevant daar de fondsbeheerder voor zijn werkzaamheden ook kosten in rekening brengt.  Om niet helemaal als dr. Doom over te komen, zolang mensen dezelfde informatie verschillend percipiëren en zolang mensen van mening verschillen blijven er kansen voor alfa! 1) statestreet.com/content/dam/statestreet/documents/Articles/CAR/BytheNumbersQuestforPerformance_report.pdf 2) papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=869748 3) economist.com/news/finance-and-economics/21594358-bear-market-or-bull-analysts-give-bad-advice-consistently-wrong 4) bloomberg.com/news/2014-12-01/hedge-funds-see-worst-year-for-closures-since-2009.html ^  Inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. ^  Inhoud Morningstar negatief over SNS Nederlands Aandelenfonds Bron: Morningstar, Ronald van Genderen,  januari, 2015  Morningstar verlaagt zijn Analyst Rating van SNS Nederlands Aandelenfonds naar ‘Negative’. Door een aanhoudend gebrek aan actief beheer van de portefeuille en een niet optimale ondersteuning van beheerder Corné van Zeijl neemt Morningstars vertrouwen in SNS Nederlands Aandelenfonds af. SNS Nederlands Aandelenfonds stond na het vertrek van medebeheerder Mariëtte Maassen in april 2014 ‘Under Review’. Nu verlagen de beleggingsfondsanalisten van Morningstar hun Analyst rating van ‘Neutral’ naar ‘Negative’. Ronald van Genderen Fondsanalist CFA bij Morningstar Benelux Als Hoofd Asset Management was hij werkzaam bij Simon A Cohen totdat hij in 2007 overstapte naar Petercam waar hij als Senior Account Manager onder andere verantwoordelijk was voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleggingsbeleid. Vanaf 2008 was Ronald als Senior Analist verantwoordelijk voor alle activiteiten binnen de VEB mbt tot beleggingsfondsen. Sinds 2013 is hij werkzaam bij Morningstar  als Fondsanalist. De belangrijkste reden voor de lagere waardering is het aanhoudende gebrek aan actief beheer van de portefeuille van het fonds. Ondanks het in 2010 verhoogde risicobudget blijft de portefeuille de samenstelling van de benchmark (Euronext AEX Index) zeer nauw volgen. Hoewel een hogere mate van actief beheer niet per se tot bovengemiddeld rendement leidt, is het wel een voorwaarde. SNS Nederlands Aandelenfonds verhoogde zijn limiet voor de tracking error in 2010 van 2 naar 4 procent en had het voornemen om te sturen op een hogere active share (respectievelijk de mate waarin het rendement van een beleggingsfonds mag afwijken van het rendement van de benchmark en het percentage van de portefeuille dat afwijkt van de benchmark). In de praktijk zien onze analisten fondsbeheerder Corné van Zeijl echter nog geen structureel gebruik maken van de toegenomen bewegingsruimte. De samenstelling van de portefeuille is vrijwel in lijn met de benchmark van het fonds. De active share bedroeg per eind november 2014 circa 6 procent wat zelfs voor dit fonds zeer laag is. Per eind november 2014 bevatte de portefeuille vijf posities die niet in de benchmark zijn opgenomen, waaronder Arcadis, Nutreco en PostNL. Gezamenlijk bedroegen deze posities echter slechts 1,35 procent van de portefeuille. Omgekeerd werd maar één onderneming buiten de portefeuille gelaten die wel onderdeel is van de benchmark. Dat was Delta Lloyd dat in de index een gewicht heeft van 0,99 procent. Zolang de mate van actief beheer niet structureel omhoog gaat blijft Morningstar dit beleggingsproces negatief beoordelen. Alleen Het SNS Nederlands Aandelenfonds wordt al vele jaren beheerd door Van Zeijl (foto), die door zijn vele media-optredens een bekende verschijning is voor beleggers en bedrijven. Hij startte in oktober 2003 bij het fonds en was lange tijd alleen verantwoordelijk. Pas in januari 2012 kreeg hij ondersteuning van een co-beheerder in de persoon van Mariëtte Maassen. Zij was al sinds 2001 werkzaam voor Actiam, maar vertrok in april 2014. Haar positie is niet opnieuw ingevuld, waardoor Van Zeijl het fonds wederom alleen beheert. Er is daarnaast geen ondersteuning door analisten, maar er vindt wel overleg plaats met de overige 7 beheerders. Hoewel zij kunnen dienen als sparringpartner, is Morningstar van mening dat dit geen optimale ondersteuning is aangezien zij niet het volledige universum van Van Zeijl volgen. Duur Op het eerste gezicht en voor lange tijd zijn de kosten een positief punt geweest voor SNS Nederlands Aandelenfonds. De jaarlijks doorlopende kosten bedragen 0,53 procent. Vergeleken met een gemiddelde van 0,87 procent in de Morningstar-categorie ‘Aandelen Nederland’ is het fonds goedkoop. Gezien het feit dat dit fonds dermate dicht tegen de benchmark aan belegt, is Morningstar van mening dat een vergelijking met passieve producten op zijn plaats is. Zo bedragen de kosten voor twee belangrijke ETFs op Nederlandse aandelen - van iShares AEX ETF en Think AEX ETF - gemiddeld 0,31 procent. SNS Nederlands Aandelenfonds is goedkoop vergeleken met actief beheerde producten, maar duurder vergeleken met passief beheerde ETFs. Dit weerhoudt ons er van om uitgesproken positief te blijven over de kosten. Morningstar vindt het jammer dat Maassen na haar vertrek niet is vervangen. Van Zeijl vindt weliswaar sparringpartners binnen het aandelenteam van Actiam, maar dit vinden wij niet optimaal. Daarnaast denken wij dat door het gebrek aan actief beheer de kans dat dit fonds op lange termijn waarde toevoegt zeer gering is. Zeker gezien het feit dat de kosten hoger liggen dan die van alternatieve passief beheerde producten als ETFs. Om deze redenen verlagen wij de rating voor dit fonds van ‘Neutral’ naar ‘Negative’. Zie ook (redactie): Website van SNS Nederlands Aandelenfonds Het Morningstar analistenrapport over SNS Nederlands Aandelenfonds. Reply Corné van Zeijl op Zwitserleven: Morningstar, Bedankt voor de bloemen ^  Inhoud Gerechtshof in de fout bij processen over aandelenlease Bron: Eduard Bomhoff, Me Judice , 29 januari 2015. De gerechtelijke uitspraken over het zogenaamde aandelenleaseproces beginnen binnen te komen maar stellen danig teleur volgens Eduard Bomhoff. Rechters in Amsterdam en Den Bosch kijken wellicht naar de kleine letters in contracten van Dexia en aanverwante aanbieders maar zien misleidende banners over het hoofd waarmee klanten werden binnengehaald. Daarnaast ontbreekt het rechters duidelijk aan economische scholing en bedienen zij zich van een simplistische kijk op risico en de beurs. Aandelenlease In de vijftienduizend nog lopende processen over aandelenlease van Dexia en Bank Labouchere komen intussen uitspraken in hoger beroep. “Leaseproces” nodigde me uit om daarover te spreken op een massabijeenkomst voor gedupeerden in de Jaarbeurs. Er staan nog een groot aantal schrijnende zaken open, bijvoorbeeld van een gepensioneerde alleenstaande verpleegkundige die was misleid door de term “sparen” , iedere maand haar 250 gulden “inleg” overmaakte en eindigde met een “restschuld” van 8.000 euro. Mijn introductie bij de duizend aanwezigen was een column in NRCHandelsblad uit 1998, getiteld, '21.033 gulden van Aegon' waarin ik waarschuwde tegen de agressieve propaganda voor de roekeloze “winstverdriedubbelaar” en soortgelijke gokproducten. Ik schreef daarover toen ook naar President Wellink van De Nederlandsche Bank maar die stuurde een kluitje in het riet terug: de winstverdriedubbelaar was geen beleggingsfonds. Maar Labouchere was een bank en in het verleden heeft DNB hard ingegrepen bij banken (denk aan de verwijdering van Ton Jongbloed bij Staal Bankiers) wanneer daar iets gebeurde wat hen niet beviel. Een hartig woord met topman Chris Bierman bij Labouchere was natuurlijk mogelijk geweest. Niet alleen de kleine letters tellen Eduard Bomhoff Hoogleraar economie aan Monash University in Kuala Lumpur. Hij promoveerde Cum Laude aan de Erasmus Universiteit in 1979 bij Pieter Korteweg. Na 21 jaar aan de Erasmus Universiteit als medewerker en later hoogleraar (1981 - 1994), doceerde hij aan Nyenrode (1994 - juli 2002). Artikelen over wisselkoersen en inflatie verschenen in internationale toptijdschriften. Ook schreef hij zeven boeken. In 1995 richtte hij het onderzoekinstituut NYFER op om de concurrentie in economisch advies aan te wakkeren. Tot zijn ministerschap in 2002 was hij vaste columnist in NRC Handelsblad. Op 22 juli 2002 werd hij vice-premier en minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van Kabinet-Balkenende I voor de Lijst Pim Fortuyn. Zijn bestseller Blinde Ambitie beschrijft die periode. Daarna emigreerde hij, samen met zijn vrouw, naar Maleisië waar zij sinds 2004 wonen. Hij is principal investigator voor Maleisië bij het World Value Survey (WVS). Gerechtshoven in Den Bosch en Amsterdam lezen de kleine letters van Dexia-brieven en advertenties en merken op dat die toch attendeerden op de risico’s. De rechters missen dan de koeieletters bovenaan de brief of advertentie, en die beloofden niet “Maak kans op een mooie prijs” – zoals bij de Staatsloterij – maar botweg “Ontvang xxxxx gulden”. Bij de drogist zijn er regels voor de kleine letters in de bijsluiter maar ook voor de grote letters op de verpakking. Nog niet zo bij beleggingen. Een urgente taak voor de wetgever en de toezichthouders en onbegrijpelijk dat die twee Hoven niets opmerken over het contrast tussen de kleine waarschuwingen en de grote valse beloftes. Gerechtshoven in de fout Fout zijn de gerechtshoven ook in hun stelling dat alle aandelenproducten riskant zijn – de beurs gaat omhoog en de beurs gaat omlaag - en dat Dexia daarom niet kwam met een lease die essentieel riskanter was dan andere producten op de beurs. Er waren drie grote punten van verschil die de Hoven misten. Eén: bij bevoorschotting van een portefeuille is het krediet gelimiteerd tot 50 of 70 procent van de waarde. Bij Dexia werden de aandelen gehuurd, niet gekocht, en was de 'leverage' dus zo’n 700 procent van de jaarlijkse storting. Dat is een tien keer grotere leverage. Twéé: contracten konden niet tussentijds worden opgeheven. Ten slotte: er was bij Dexia geen “stop-loss” mechanisme. Een effectenhuis gaat automatisch verkopen wanneer de portefeuille gevaarlijk in waarde daalt en met geleend geld is gefinancierd; Dexia hield de klanten aan de ketting tot aan het einde van de rit en presenteerde dan de “restschuld”. Mij lijkt dat de Hoven in Den Bosch en Amsterdam die essentiële punten niet kunnen wegpoetsen met de doodoener dat alle beleggingen op de beurs nu eenmaal risico dragen. Simplistische visie op beurs Misschien de grootste fout van de twee Hoven is hun simplistische kijk op de koersen van de beurs. De rechters merken op dat toch niemand kon voorzien dat de beurs zo zou dalen in 2001 en dat de gemiddelde stijging vanaf 1998 of 1999 (ingangsjaar van drie- of vijfjarige producten van veel gedupeerden) toch heel goed de 8 of 9 procent had kunnen zijn die de beurs de afgelopen eeuw had laten zien. Kijken we naar de beurs vanuit het perspectief en met de kennis van 1998, dan waren er vier redenen om heel huiverig te zijn. Bloomberg, bij voorbeeld, publiceerde ook toen een dagelijks overzicht van de hoofdthema’s onder de beursgangers. Vanaf einde 1996 was “overwaardering” zo’n hoofdthema in de samenvatting van het beursklimaat. Niet eerder, maar ongeveer om de dag in 1997, 1998 en 1999. Dat was al een waarschuwing. Al tien jaar eerder schreef Nobelprijswinnaar Eurgene Fama dat een dividend-rendement van minder dan 3 procent een betrouwbare voorspeller was van een vlakke of zelfs negatieve beurs in de drie tot vijf jaar daarna. Nobelprijswinnaar Shiller schreef ook in 1988 en herhaaldelijk daarna dat zijn tienjaars gemiddelde van de koerswinstverhouding bij een waarde van meer dan 30 ook een voorbode was van een beurs die zou gaan dalen. Die twee wetenschappelijke rode signalen waren uitvoerig aan de orde gekomen in meer populaire tijdschriften zoals het “Journal of Portfolio Management”. Ten slotte was er topbelegger Warren Buffett die waarschuwde voor een slechte beurs wanneer de verhouding tussen beurskapitalisatie en bruto binnenlands product extreme waarden ging aannemen. De rechters hadden moeten nagaan of de propaganda van Dexia – een paar scenarios met extrapolaties van eerdere resultaten en dan één “slecht” scenario waarbij de koersen in de brochure die ik zag nog steeds ieder jaar met zes procent stijgen - representatief was voor de stemming onder professionals ten beurze. Goed geïnformeerde beleggers - en zeker hun professionele adviseurs - hadden moeten waarschuwen dat de beurs zeer was overgewaardeerd in de laatste drie jaar van de vorige eeuw. Alle tekenen waren daar, en de Nobelprijswinnaars hadden hun waarschuwingen al lang afgegeven. Een economische bril voor rechters De Hoven in Den Bosch en Amsterdam hebben dus op drie punten niet goed gekeken: aandelenlease was een orde van grootte gevaarlijker dan gewoon beleggen met geleend geld; de Dexia-producten hadden geen stop-loss regeling en waren daarom ook nog eens bijzonder riskant; de propaganda waarin het slechtste scenario nog steeds voorziet in 6 procent jaarlijkse koersstijging is niet representatief voor goed geïnformeerde visies op de beurs wanneer het dividendrendement lager is dan 3 procent, de koers-winstverhouding hoger dan 30 is en de beurs overloopt van geruchten over overwaardering. Veel zaken zijn intussen op behoorlijke wijze geschikt door lagere rechters, maar het viel me niet mee hoe weinig precies de rechters in Den Bosch en Amsterdam in hoger beroep keken naar Dexia. Wat meer eigen of ingehuurde deskundigheid was op z’n plaats geweest, nu zo veel Nederlanders echt pijnlijk zijn gedupeerd. ^  Inhoud CrowdFunding Bron: Redactie Crowdfunding is een manier om voldoende geld te verzamelen om een project te kunnen starten en financieren. Crowdfunding (ook wel crowdfinancing genoemd) is een alternatieve wijze om een project te financieren. Om een project te financieren gaan ondernemers in de meeste gevallen naar de bank om een kredietaanvraag te doen en zo startkapitaal te verkrijgen. Crowdfunding verloopt echter zonder financiële intermediairs, maar zorgt voor direct contact tussen investeerders en ondernemers. Crowdfunding gaat in principe als volgt: een groep of persoon, dat kan zowel een ondernemer als particulier zijn, wil een project starten, maar heeft onvoldoende startkapitaal. Om dit kapitaal te verwerven biedt hij of zij het project aan (bijvoorbeeld op een platform op het internet) en vermeldt het benodigde bedrag erbij. Op deze manier kan iedereen investeren in het project. Het idee erachter is dat veel particulieren een klein bedrag investeren en dat deze kleine investeringen bij elkaar het project volledig financieren. Dit in tegenstelling tot bankkredieten en grootinvesteerders, waarbij er sprake is van slechts één of enkele investeerders die een groot bedrag inbrengen. Deze kleine investeerders noemt men "the crowd" het Engelse woord voor de mensenmassa. Op sommige crowdfunding-websites gaat het geïnvesteerde geld niet direct naar het project, de ondernemer ontvangt het geld pas als (ten minste) 100% van het bedrag binnen is. Indien deze 100% niet wordt behaald krijgen de investeerders hun geld terug of worden toegezegde investeringen niet geïncasseerd. Crowdsourcing Crowdfunding is gebaseerd op de marketingterm crowdsourcing. Crowdsourcing betekent dat de consumenten bepalen hoe een product dat nog in de ontwikkelingsfase is er uiteindelijk uit komt te zien of dat consumenten bepalen welke marketingconcepten de moeite waard zijn. Dit laatste is ook waar crowdfunding op is gebaseerd. Een crowdfundingplatform biedt verschillende projecten aan waaruit investeerders kunnen kiezen. Zo bepaalt de mensenmassa welke projecten geloofwaardig genoeg zijn om erin te investeren, zodat deze projecten zich verder kunnen ontwikkelen. Het begrip crowdfunding is rond het begin van de 21e eeuw ontstaan. In de Verenigde Staten wordt crowdfunding vooral (en in de beginjaren zelfs uitsluitend) gebruikt voor artiesten in de kunst, film, literatuur of muziekindustrie. Een bekend voorbeeld is SellaBand. Dit is een platform waarop muzikanten een korte demo geven. Mensen die fan zijn van de muzikanten kunnen deze dan geld doneren en ze worden dan zogenaamde supporters. SellaBand stelt voor elke artiest de mogelijkheid in om 50.000 dollar bij elkaar te krijgen. Indien het lukt om dit bedrag volledig bij elkaar te krijgen, kan de muzikant zichzelf verder ontwikkelen en zo een eerste album opnemen. Als dank voor de donatie ontvangen supporters niet-financiële beloningen zoals een cd of een ticket voor een concert van de artiest. Succesverhaal Het succesverhaal in de Verenigde Staten bij uitstek is Kickstarter. Kickstarter is soortgelijk aan SellaBand met het verschil dat Kickstarter zich richt op creatieve projecten in het algemeen, en niet alleen op de muziekindustrie. Kickstarter heeft er aan bijgedragen dat veel artiesten zichzelf hebben kunnen ontwikkelen. In 2013 ging er al 355 miljoen euro om aan projecten in Kickstarter. In de gehele Amerikaanse markt ging in 2010 meer dan 1 miljard dollar om in crowdfunding. In een periode van ongeveer vijf jaar is het totale bedrag dat in crowdfunding omgaat enorm hard gestegen en de verwachting is dat dit bedrag explosief zal blijven stijgen in de komende jaren. Het duurde tot 2009 tot crowdfundingplatformen buiten de Verenigde Staten ontstonden. Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Ierland waren de eerste landen in Europa die crowdfunding overnamen. In Nederland begonnen halverwege 2010 de eerste crowdfundingplatformen te ontstaan (zie paragraaf over Crowdfunding in Nederland). Varianten Investering via crowdfunding kan op verschillende manieren plaatsvinden. De vier meest voorkomende manieren zijn: Donaties: De investeerder doneert geld voor een bepaald doel. Doneren impliceert dat de investeerder er niets voor terug krijgt. Crowdfunding door middel van donaties komt voornamelijk voor bij filantropische doeleinden. Sponsoring: Het verschil tussen donaties en sponsoring is dat de investeerder een niet-financiële beloning krijgt van de ondernemer. Enkele voorbeelden zijn een ticket voor een concert, een exemplaar van een cd of boek of naamvermelding in een blad. Sponsoring is de vorm die veelal wordt toegepast bij creatieve projecten. Vreemd vermogen: De investeerder leent een (kleine) som geld uit aan de ondernemer. De ondernemer betaalt de investeerder na verloop van tijd het ingelegde bedrag met rente terug. Eigen vermogen: De investeerder neemt een participatie in het project van de ondernemer. Zo krijgt de ondernemer zijn startkapitaal en in ruil daarvoor delen de investeerders in de waardeontwikkeling van de onderneming. Het verschil tussen de Verenigde Staten en Europa komt ook terug in de investeringswijze. In Europa komen alle vormen voor, in de Verenigde Staten bijna alleen maar donaties en sponsoring. Crowdfunding biedt in Europa dus veel meer mogelijkheden, in de Verenigde Staten is het bijna onmogelijk om winst te maken op een investering via crowdfunding. Dit komt door de juridische bepalingen. Crowdfunding in Nederland De Autoriteit Financiële Markten verwachtte dat er over 2014 voor 37 miljoen euro via de geregistreerde platforms aan bedrijven en particulieren verstrekt zou worden. Dat is een verdubbeling ten opzichte van een jaar eerder.  In 2014 zijn er negentien nieuwe crowdfundingplatforms geregistreerd in Nederland. Ook is Kickstarter, het grootste crowdfundingsplatform wereldwijd, sinds april 2014 in Nederland actief. Via Kickstarter kunnen uitvinders, schrijvers en andere creatievelingen geld vragen om nieuwe projecten uit te voeren. Ref en lees meer:  http://nl.wikipedia.org/wiki/Crowdfunding  AFM artikel: Register crowdfunding-platformen  bijbehorend AFM register als pdf  DNB en AFM: interpretatie over crowdfunding (pdf)  AFM: Crowdfunding - Naar een duurzame sector Onderzoek naar (toezicht op) de crowdfundingsector (pdf)  HCC:  Nieuwe wetgeving voor crowdfunding https://www.hcc.nl/webzine/nieuws/nieuwe-wetgeving-voor-crowdfunding TIP: Pim van Velde van (AFM geregistreerd) crowdfunding bedrijf:  "Kapitaal op maat"  geeft tijdens het 64-ste HCC Beleggen symposium op 28 maart te De Bilt een lezing over Crowdfunding ^  Inhoud Lezerstip -video- Greenbladt: Strategie Change Bron: W.E. Interessant interview met Joel Greenblad (Gepubliceerd op 14 nov. 2014 op Youtube start 0:40 / 27:25)  - W.E. Intro: Het gebeurt niet vaak dat een zeer succesvolle hedge fund manager met een winnende strategie er mee ophoud, maar dat is precies wat Great Investor gast van deze week deed in 1995. Het is al even ongebruikelijk om meer dan een decennium later terug te komen met een drastisch veranderde strategie. Joel Greenblatt van de Gotham fondsen legt het waarom uit van zo'n grote verandering in de portefeuille strategie, van een zeer geconcentreerde aanpak tot een brede diversificatie. YouTube uit de serie WEALTHTRACK # 1121 https://www.youtube.com/watch?v=RberiI92oYw Heeft u ook interessante informatie in de vorm van een boek, artikel of video en u wilt dat delen? Laat het ons dan even weten. mail naar redactie@beleggersonline.nl ^  Inhoud   IG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: janroozenburg@kpnplanet.nl Meedoen kan Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt en deze nieuwsbrief. Voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij dringend op zoek naar mensen die mee willen doen. Ook voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met het HCC Beleggen bestuur Klik Hier of met de redactie  Klik Hier ^  Inhoud Aanmelden en routebeschrijving HCC Beleggen Symposium op 28 maart 2015 Bron: HCC Beleggen redactie wat 64 ste HCC Beleggen Symposium "Weg van de gebaande paden" waneer 28 maart 2015 aanvang 10.00 uur waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte in De Bilt aktiviteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van kontakt met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur en kennis maken met financiele diensten, producten en innovaties bij flink aantal leveranciers locatie-info: Gezellig luch-restaurant aanwezig, Parkeren gratis, In midden van Nederland goede aansluiting op snelwegen, Bereikbaar per openbaar vervoer Een entreebewijs voor het 64-ste HCC Beleggen Symposium kunt u bestellen door u aan te melden via onze website: Klik hier om u aan te melden   Het HCC Beleggen Symposium wordt gehouden in: Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4 3731 CL  De Bilt Bekijk ligging >> Laat de route zien in een nieuw venster Voer je postcode in: Voor een uitgebreide routebeschrijving ga naar onze website of Klik hier ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. .

8 februari 2015

...

Nieuwsbrief20150101

.. Januari 2015 Het wordt weer een interessant jaar ! Monetaire en financiële statistieken Nederland Weg met de gemakzuchtige lijstjes van leiders Hypotheeknormen 2015 lager dan 2014 Market timing met de ‘angst index’ Een nieuwjaarscontrole van uw beleggingsportefeuille en van uzelf Word ook aktief binnen onze vereniging! Zet 28 maart 2015 - alvast in uw Agenda 28 maart 2015 -64 ste HCC Beleggen Symposium Het wordt weer een interessant jaar ! Bron: Frans Schreiber, Voorzitter HCC-groep beleggen Het afgelopen jaar was al een interessant jaar.  Zowel voor ons, HCC-groep beleggen als op de beurs, waar wij als beleggers natuurlijk sterk geïnteresseerd in zijn. Onze vereniging groeit niet meer, maar door de inzet van vrijwilligers is de sfeer fenomenaal. En ook dit jaar bleek weer dat onze symposia een grote publiekstrekker zijn. We zijn de enige vereniging in Nederland die dit soort dagen nog organiseert, waarbij een (beperkt) aantal mensen handen vol werk verzet en daar mogen we best trots op zijn ! Elke keer is het weer een groot succes en vallen ons enthousiaste reacties van de bezoekers ten deel. Helaas trad in het afgelopen jaar Michel Hupkens terug, nadat hij zes volle jaren penningmeester was geweest en gedurende acht jaar de belegger symposia heeft georganiseerd. En daarnaast trok hij nog de ene na de andere interessegroep uit de grond. Hij leidde deze groepen een tijdje en bracht dan het stokje over naar één van de leden. Soms lukte dat, soms niet. Maar zijn betrokkenheid bij onze vereniging was een voorbeeld voor mij en inspiratie bron voor velen. Michel hartelijk dank voor je inzet de afgelopen jaren ! We zullen je missen en hopen dat je nog regelmatig langskomt. De vacature van penningmeest is waarschijnlijk vervuld, maar we zoeken nog wel hulp,  onder andere mensen die willen helpen onze symposia mede te organiseren. Jos van den Berkmortel is bereid gevonden Michel als leiding gevend organisator van symposia op te volgen.  Daarnaast hebben we onze onvolprezen nieuwsbrief. Leo Rasch heeft jarenlang deze taak op zich genomen, maar wil graag een team van mensen om zich heen die interessante kopij aanleveren, zelf geschreven of zelf gevonden. Iedereen komt wel eens een artikel tegen, waarvan hij denkt: dat zou iedereen moeten lezen! Als u dat zo nu en dan ook overkomt, geef u dan op bij Leo of ondergetekende. U weet! zonder vrijwilligers kunnen we niet. We hebben uw hulp hard nodig ! Daarnaast is het ook een leuke ervaring, want u ontmoet allerlei (professionele) mensen, die ook bezig zijn met beleggen. Zo werd dit jaar door enthousiaste leden een compleet camera team aangetrokken ! Dit heeft het laatste symposium opnamen gemaakt, zodat u op uw dooie gemak nog eens een presentatie terug kunt kijken. Daarnaast is het voor leden die die dag niet konden komen,  toch nog een mogelijkheid de voordrachten eens na te slaan en te kijken wat ze allemaal gemist hebben. En dat is niet niks, want er waren de afgelopen jaren gerennomeerde sprekers bereidgevonden hun kennis met ons te delen.  Niet alleen voor onze vereniging wordt het weer spannend, ook voor de beurs. We gaan in Europa een nieuw experiment tegemoet, waarbij de ECB niet alleen pandbrieven, bedrijfsleningen, maar nu ook overheidsobligaties van banken gaat opkopen. Banken kopen dus eerst de obligaties van de overheid en verkopen vervolgens deze obligaties weer aan de ECB. Ze krijgen hier cashgeld voor terug. En u weet, dat banken tot ongeveer tienmaal hun vermogen mogen uitlenen, dus dit geld komt allemaal weer naar de markt toe. U weet ongetwijfeld wat er gebeurde in Japan de afgelopen jaren, dus de kans op stijgende koersen zijn reëel aanwezig. De kans dat de Euro gaat zakken is natuurlijk niet minder groot en beleggers kunnen hier op inspelen door (een deel van) hun Euro’s af te dekken. Het wordt inderdaad wéér een interessant jaar! Ik wens u en uw geliefden een voorspoedig, maar vooral gezond 2015 toe. Frans Schreiber Voorzitter HCC-groep beleggen ^  Inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . ^  Inhoud Monetaire en financiële statistieken Nederland Bron: http://www.statistics.dnb.nl/ Op de statestiekpagina's van De Nederlandse Bank vindt, u behalve onderstaand (dagelijks geupdated)  overzicht , een aantal  downloadable interactieve grafieken  klik hier ^  Inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. ^  Inhoud Weg met de gemakzuchtige lijstjes van leiders Bron: MeJudice Bestuurders lijken soms bezeten van ranglijstjes. Iedereen weet dat ze niets verklaren en ook niet veel toevoegen aan kennis over excellentie, maar toch worden ze voor zoete koek geslikt. De Groningse economen Garretsen en Stoker vinden dat daar maar eens mee afgerekend moet worden. Management- en leiderschapskwaliteiten zijn sleutelfactoren in succes van bedrijven en economieën. Het is echter beter om verdieping op dit terrein te zoeken dan te zoeken naar de zogenaamde beste leider of manager. Lijstjes, lijstjes Harry Hummels Hoogleraar International Economics and Busines aan de Rijksuniversiteit Groningen Garretsen doceert en doet onderzoek op het gebied van de internationale economie, de macro-economie, de economische geografie en de institutionele economie en is ook co-auteur van diverse leerboeken. Hij is als fellow verbonden aan de Universiteit van Cambridge en het CESifo van de Universiteit München. Garretsen was van 2004-2014 plv kroonlid bij de SER en is thans lid van de Bankraad van De Nederlandsche Bank. Vanaf 1 januari 2015 geeft hij, samen met collega-hoogleraar Janka Stoker, leiding aan het RUG expertisecenter In The LEAD. Er is in de laatste dagen van afgelopen jaar bijna geen ontkomen geweest aan de onvermijdelijke ranglijsten met de invloedrijkste bestuurders, de productiefste bedrijven, de snelst groeiende sectoren of de meest welvarende economieën. Op de verschillende niveaus van micro naar macro, dus van de scores voor individuele managers via (top)sectoren tot die voor landen als geheel, suggereren al die lijstjes dat een hogere plek gelijk staat aan betere prestaties. Dit leidt er toe dat deze hitparades soms wel erg letterlijk worden genomen. Zo benadrukte premier Rutte twee jaar geleden in de verkiezingscampagne tot vervelens toe dat de Nederlandse economie er toch echt goed voor stond omdat ‘we’ wereldwijd op nummer 5 stonden qua concurrentievermogen. Het probleem met een dergelijk statement en met veel van dit soort rankings is dat er niets wordt verklaard. Is Nederland bijvoorbeeld concurrerend omdat het overheidsbeleid en onze instituties de productiviteit van bedrijven aanwakkeren of zijn de leidinggevenden van de in Nederland gevestigde bedrijven gewoon bovengemiddeld productief los van het beleid en onze wet- en regelgeving? Bovendien blijken al die lijstjes vaak momentopnames te zijn, de sterren van vandaag zijn niet zelden een paar jaar later bijkans geheel uit beeld of zelfs ontspoord – wie herinnert zich niet de ‘managers van het jaar’ Scheringa en Rijkman Groenink? Dit geldt zeker als het om individuele managers of bedrijven gaat, maar ook landen die als lichtend voorbeeld worden gezien kunnen opeens weer volledig uit de gratie zijn, denk maar aan het Finse Nokia “succes”. Janka Stoker Hoogleraar ‘Leiderschap & Organisatie- verandering’  aan de Rijksuniversiteit Groningen Janka Stoker was de afgelopen vijf jaar als vice-decaan werkzaam in het bestuur van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde. Vanaf 1 januari 2015 is zij aan dezelfde faculteit, samen met collega-hoogleraar Harry Garretsen, directeur van het expertisecenter In The LEAD; dit center houdt zich in samenwerking met bedrijven bezig met onderzoek, onderwijs en advies op het gebied van leiderschap. Een derde gebrek van de lijstjesmode is dat vaak niet duidelijk is hoe en wat er precies wordt gemeten en, daaraan gekoppeld, waarom een hogere plek op de lijst per se beter zou zijn. Als de Nederlandse economie licht maar nauwelijks groeit en de “concurrerende” economieën groeien in het geheel niet, zijn we dan beter af dan als onze economische groei 2 à 3 procent zou zijn maar de buitenwereld nog harder groeit? Op de rangorde van de groeilijstjes wel, maar in economische zin uiteraard niet. Zoeken naar samenhang Het fundamentele manco van de bestuurlijke en economische lijstjeswaanzin is echter dat een samenhangende analyse van de verschillende micro- en macro-elementen geheel en al ontbreekt. In de wetenschap beginnen we er achter te komen dat het verbinden van deze niveaus cruciaal is en de eerste veelbelovende studies zijn inmiddels uitgevoerd. Door zowel het macro- (landen), meso- (sectoren) én het micro-niveau (managementkwaliteit) tegelijk in beschouwing tenemen, laten economen zien dat onafhankelijk van land of sector het overgrote deel van het productiviteitsverschil tussen bedrijven wereldwijd systematisch door verschillen in de kwaliteit van het bedrijfsmanagement wordt verklaard. Belang managementkwaliteiten Beter presteren op alle niveaus wordt daarmee vooral dus een zoektocht naar beter management of leiderschap. En dat roept meteen de hamvraag naar de determinanten van effectief leiderschap op. Hier biedt nieuw onderzoek uit de hoek van psychologen uitkomst, dat nauwkeurig aangeeft welke mix van individuele leiderschapsstijlen en bedrijfsspecifieke (vak)kennis effectief leiderschap verklaart. Gecombineerd informeert dit economische en organisatiepsychologische onderzoek direct de beleids- en managementpraktijk en biedt het voorzichtig - anders dan die talloze populaire hitlijstjes - een daadwerkelijk antwoord op de vraag wie waarom leidend is en beter presteert. Meer van dit soort onderzoek en minder gemakzuchtige lijstjes zou derhalve een goed voornemen voor 2015 zijn. Referenties: Antonakis, J., en R. House, (2014), "Instrumental Leadership: Measurement and Extension of Transformational-Transactional Leadership Theory", The Leadership Quarterly, 25(4), 746-771. Bloom, N., R. Lamos, R. Sadun, D, Scur en J. Van Reenen (2014). "The New Empirical Economics of Management", CEP Occasional Paper, 41, Centre for Economic Performance, London. ^  Inhoud ^  Inhoud Hypotheeknormen 2015 lager dan 2014 Bron: Redactie In de nieuwe normen is een buffer opgenomen voor consumenten met een inkomen tot €30.000. Het Nibud heeft naar aanleiding van de nieuwe normen consumenten opgeroepen bij een maximale hypotheek goed te blijven kijken naar de betaalbaarheid van de hypotheek, omdat de normen uitgaan van gemiddelde situaties. Ook is de leenruimte voor de aanschaf van energiebesparende maatregelen bij een maximale hypotheek verder vergroot. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) raadt consumenten aan onzekerheden rondom de te realiseren energiebesparing en de levensduur van de maatregelen zorgvuldig af te wegen. Effecten Het Nibud heeft de effecten doorgerekend voor verschillende Bruto jaarinkomens en rentestanden. De tabellen hieronder geven weer wat er vanaf januari 2015 kan worden geleend in vergelijking met 2014. Voor hypotheken met een rentevasttermijn van 10 jaar of langer is de gemiddelde rente op het ogenblik ongeveer 3,25%. Voor hypotheken met een kortere rentevaste termijn, moet getoetst worden bij een rentestand van 5%. Tabel: verschil leencapaciteit 2014-2015 bij een gelijke rentestand van 3,25% Bruto Jaarinkomen € 30.000 € 50.000 € 70.000 Rentestand 3,25% (2014) € 146.482 € 244.137 € 388.705 3,25% (2015)* € 137.018 € 228.364 € 360.523 Verschil - € 9.464 - € 15.773 - € 28.181 Tabel: verschil leencapaciteit 2014-2015 bij een gelijke rentestand van 5% Bruto Jaarinkomen € 30.000 € 50.000 € 70.000 Rentestand 5% (2014) € 128.069 € 213.448 € 336.859 5% (2015)* € 127.626 € 212.710 € 330.883 Verschil - € 442 - € 737 € - 5.977 Tabel: verschil leencapaciteit 2014-2015 bij een rentestand van 4,25% en 3,25% Bruto Jaarinkomen € 30.000 € 50.000 € 70.000 Rentestand 4,25% (2014) € 134.671 € 224.452 € 355.735 3,25% (2015)* € 137.018 € 228.364 € 360.523 Verschil + € 2.347 + € 3.912 + € 4.789 Note: *gemiddelde loonsverhoging van 1,5%Zie totaaloverzicht financieringslastpercentages 2015 (pdf)Zie totaaloverzicht financieringslastpercentages 2015 AOW-gerechtigden (pdf) Nibud : Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting is een onafhankelijke stichting die informeert en adviseert over financiën van huishoudens. ^  Inhoud ^  Inhoud Market timing met de ‘angst index’ Bron: Ben van den Anker Zoals recent onderzoek van Javier Estrada (IESE Business School, Barcelona) bevestigde (1*)  is het timen van de markt een bijzonder slechte strategie. Uit 160.000 dagen beurshandel bleek dat de helft van het rendement van beleggers te herleiden is tot de beste tien beursdagen in het desbetreffende jaar. Nu is niets menselijks de belegger vreemd en zal er desalniettemin gepoogd worden in- en uitstapmomenten zo zorgvuldig mogelijk te kiezen. Een mogelijk hulpmiddel hierbij is de VIX-index. De VIX- of Volatiliteitindex registreert de Standard & Poor 500 call- en putopties naar de mate waarop zij ‘ín’ of ‘out of the money’ zijn.  Volatiliteit staat hierbij voor de beweeglijkheid van de onderliggende waarde. Ben van den Anker (1976) is schrijver / columnist en lid centrale directie aan het Candea College Hij heeft zijn PhD in Business & Management tijdens een negen jarig verblijf in Zuidoost Azië aan de International Graduate School of Business (University of South Australia) behaald. Hij is auteur van het boek The perceived role of Host Country Nationals in Expatriate Adjustment (2010, Ben van den Anker). Zijn onderzoek richt zich met name op de rol van cross-culturele interactie in het functioneren van expatriates. Daarnaast is hij voor de International Business Review revisor voor wetenschappelijke artikelen op het snijvlak business en management. Een product dat de éne dag 10% daalt, om de volgende dag 15 % te stijgen is volatieler als bijvoorbeeld een product met een beweeglijkheid van 4%. (2*) In de VIX wordt een hypothetische at-the-money- optie gecreëerd met een expiratietijd van 30 dagen. Als een optie ‘at the money’ is zal de prijs theoretisch hetzelfde zijn als de prijs waarmee het aandeel op dat moment verhandeld wordt. In eenvoudige termen komt het erop neer dat de VIX in de weergave van handel in opties op de S&P 500 de verwachtingen van de markt op korte termijn uitdrukt. Het is dus als het ware een barometer van het sentiment en de beweeglijkheid in de markt. Hoe groter investeerders het risico op koersdaling achten, des te meer zullen zij put-opties aanschaffen om een verzekering tegen de mogelijke daling te creëren. De VIX zal daarop hoger noteren. Een stijgende VIX betekent dan dat de markt waarschijnlijk lager zal gaan noteren omdat zij tegengesteld gerelateerd zijn. In december zien wij de VIX net als in oktober weer een flinke reis naar boven maken. De VIX voorspelt dan dat de S&P met een numerieke waarde in een x +/- % range over de periode van één jaar zal blijven, met statistische nauwkeurigheid van 68% (of één standaarddeviatie). Een lage VIX is een goed instapmoment; markten zullen altijd weer naar beneden gaan met de grote vraag wanneer dat zal zijn. De huidige VIX-waarden geven aan dat er met behoorlijke volatiliteit te rekenen valt in de komende maanden. In 2008 en 2009 de bereikte de VIX waarden van boven de 50; in 2014 is de vierde piek sinds 2008 reeds bereikt. Alhoewel de VIX dus een perceptie van de stemming in de markt geeft is het niet meer dan een indicatie van de prijzen waarop de markt wil handelen. Bij uiterste waarden zijn grote mogelijkheden aanwezig. De angst van de één kan de koop voor een ander zijn. Kopers kunnen snel verkopers worden en verkopers kunnen even snel in kopers veranderen. Duidelijk is nu dat de VIX aan de start van het nieuwe jaar nog niet veel goeds voorspelt voor de korte termijn. Het handelen naar VIX-standen is bij veel beleggers al in gebruik, waardoor een reflexieve relatie kan ontstaan. De belegger stapt in of uit aan de hand van de VIX en niet aan de hand van inzichten verkregen uit een fundamentele of technische analyse. Dit reflexieve gegeven maakt dat gebruikmaking van de VIX de stemming op de aandelen/optiemarkten kan versterken. Voor iedere beurs is er wel een volatiliteitsindex aanwezig en een handelswijze, of deze nu gerelateerd is aan het over- of onderschrijden van bijvoorbeeld een vijfdaags (of langere termijn) gemiddelde, kan de belegger wellicht enige houvast bieden. Dit in de hoop dat de waargenomen volatiliteit in 2015 in het portefeuillebelang van de belegger plaatsvindt! Voetnoot 1*  Javier Estrada: Black Swans and Market Timing: How Not To Generate Alpha.    2* Interessant is dat hierbij wel naar in het verleden gerealiseerde resultaten gekeken wordt…. ^  Inhoud ^  Inhoud Een nieuwjaarscontrole van uw beleggingsportefeuille en van uzelf Bron: Maarten van der Pas, Morningstar,  02 januari, 2015  Een mooi moment om uw beleggingsportefeuille en uzelf als belegger -weer- op scherp te zetten. Voldoet de portefeuille nog aan uw beleggingsdoelstellingen? Weerstaat u de verleiding om te veel te handelen? En waarom zou u de markt wel kunnen verslaan? Veel basisregels voor beleggen lijken in eerste instantie onlogisch. Zo oogsten luie beleggers vaak meer succes dan hardwerkende beleggers. Hoe dat komt? Voor een belegger die zijn portefeuille elke dag controleert – of nog erger: meerdere keren per dag – is de verleiding groot om meer transacties te verrichten dan nodig. Hij voelt zich genoodzaakt om direct op verlies en winst in te spelen en voert verkoop- en kooporders in. Hierdoor kunnen de transactiekosten behoorlijk oplopen en een flinke hap uit het rendement nemen. Overigens worden beleggers ook door handelsplatformen in de verleiding gebracht om transacties te doen. De grote hoeveelheid informatie die wordt geboden met het laatste financieel-economische nieuws dat onophoudelijk voorbijrolt en aandelenkoersen die voortdurend rood en groen oplichten bij elke koersbeweging geven een gevoel van urgentie en dwingen beleggers welhaast om te reageren met kopen en verkopen. Elke transactie levert het platform immers inkomsten op. Maar een belegger moet de kosten die aan een transactie zijn verbonden wel eerst terugverdienen. Zeker voor een particuliere belegger is beleggen toch vooral een langetermijnbezigheid waarbij het volstaat om de beleggingsportefeuille enkele keren per jaar na te lopen, bijvoorbeeld elk kwartaal of eens in het half jaar. Het doel van deze portefeuillecheck is om probleemgebieden systematisch op te lossen en te bepalen welke wijzigingen moeten worden doorgevoerd. Het begin van een nieuw jaar is zo’n moment. Maar vergeet niet, dat het even gekunsteld als willekeurig is om de beleggingsresultaten van 1 januari tot en met 31 december te bekijken. Ontwikkelingen op de wereldwijde financiële markten trekken zich niets aan van ons kalenderjaar. De prestaties van een portefeuille kunnen ook van 1 april tot en met 31 maart worden bekeken. Evalueer uw beleggingsportefeuille aan de hand van de volgende 3 stappen. 1. Stel vast of de samenstelling van uw portefeuille (nog) voldoet      aan uw beleggingsdoelstellingen Eén van de belangrijkste factoren die bepaalt of uw portefeuille is gepositioneerd om aan uw beleggingsdoelstellingen te voldoen is uw activaspreiding: welk gedeelte van uw portefeuille is belegd in aandelen, obligaties en contanten? Als het goed is heeft u eerder het doel bepaald waarvoor uw belegt (aanvulling op pensioen, eerder stoppen met werken, studie van de kinderen, een wereldreis) en daar een passende spreiding in aandelen en obligaties bij gemaakt. Om de huidige positionering van uw portefeuille precies te bepalen, kunt u de Instant X-Ray gebruiken, een gratis toepassing op morningstar.nl om uw portefeuille door te lichten en de samenstelling ervan te analyseren. Voer van elke belegging in uw portefeuille de naam of ticker in (vergeet uw positie in contanten niet) en de waarde van die belegging in euro. Klik vervolgens op ‘Toon X-Ray’. U krijgt op de overzichtspagina een beeld van uw portefeuille dat vertelt welk hoeveel in aandelen, obligaties of overig is belegd en hoe groot de kaspositie is. U kunt een benchmark kiezen waarmee u uw beleggingen wilt vergelijken. Een wereldkaart toont hoe uw beleggingen wereldwijd zijn gespreid. Van uw aandelenbeleggingen volgt een overzicht in welke sectoren u bent belegd en of deze cyclisch, licht-cyclisch of defensief van aard zijn. Van het vastrentende deel van uw portefeuille wordt getoond of het om staats- of bedrijfsobligaties gaat of dat het overig gesecuriseerd waardepapier betreft. Met ETFs of indexfondsen zult u niet veel afwijken van een benchmark. Bij een actief beheerd beleggingsfonds is afwijken van de benchmark een voorwaarde. U betaalt een fondsmanager immers om een hoger rendement dan de index te halen De Morningstar Style Box voor aandelen geeft in één oogopslag aan wat voor type aandelen u in uw portefeuille heeft. In dit rooster van negen vakjes wordt een onderscheid gemaakt tussen de marktkapitalisatie van de onderneming (small-, mid- of large-cap op de horizontale as) en of het een waarde- of groeiaandeel betreft (verticale as). Bij de Style Box voor obligaties gaat het om rentegevoeligheid of duration (kort, medium of lang op de horizontale as) en de kredietkwaliteit (hoog, medium of laag op de verticale as). Hoewel u geen gelijkmatige verdeling van uw beleggingen over elk van de negen vakken hoeft te hebben, moet u er wel voor waken dat het grootste deel van uw participaties niet in één of twee vakken van de Style Box is geconcentreerd. Onder de Style Box volgen enkele kengetallen van de aandelen (koers/winst, koers/kasstroom en koers/boekwaarde) en obligaties (looptijd, kredietkwaliteit) in de portefeuille. Verder volgt nog een top 10 van de grootste posities in uw portefeuille en een top 10 van de grootste onderliggende waarden. Hierbij wordt geanalyseerd in welke specifieke aandelen of obligaties u via een beleggingsfonds heeft belegd. Maarten van der Pas Financial Markets Editor bij Morningstar Benelux Maarten heeft Nederlandse taal en letterkunde gestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmengen. Heeft daarna op diverse redacties gewerkt en momenteel is hij werkzaam als Financial Markets Editor bij Morningstar Benelux. Ook is Maarten auteur van het boek:  'Saab over de kop. De nederlaag van Victor Muller' De verschillende onderwerpen op de overzichtspagina (assetverdeling, regioverdeling, sectorverdeling aandelen en vastrentend, stijl aandelen en vastrentend, statistieken aandelen en vastrentend, kosten, top 10 fondsen en top 10 onderliggende waarden) kunnen nog verder worden bekeken. Daarvoor kunt u links boven op de pagina een overzicht selecteren. Klik op ‘Overzicht’ en er ontrolt zich een menu waaruit u verder kunt kiezen. Zo laat bijvoorbeeld ‘Positie-overlap’ zien welke aandelen u direct (via uw eigen belegging) of indirect (via uw belegging in een fonds) in portefeuille heeft. Zo krijgt u in de gaten of u niet onbewust een (te) grote positie in een bepaald aandeel heeft. 2. Onderzoek de prestaties van uw beleggingen Het is een grote fout om al te veel aandacht te besteden aan resultaten op korte termijn. U mag best een blik werpen op het rendement van een beleggingsfonds over het afgelopen jaar, maar richt uw aandacht vooral op de cijfers op langere termijn: het rendement van elk fonds over de afgelopen drie en vijf jaar. Analyseer welke beleggingen de grootste bijdrage leverden aan het totale rendement van uw portefeuille en welke posities de grootste negatieve invloed hadden op uw portefeuillerendement. Kijk behalve naar de absolute rendementen ook naar de relatieve rendementen: hoe heeft uw aandeel, beleggingsfonds of ETF gepresteerd ten opzichte van soortgelijke aandelen, fondsen en ETFs en een relevante Index? Zet uw Nederlandse, Europese en Amerikaanse aandelen of fondsen in deze effecten af tegen respectievelijk de AEX Index, STOXX Europe 600 Index en S&P 500 Index. Hebben ze de benchmark verslagen, of niet? Probeer bij zowel negatieve als positieve afwijkingen het verschil te begrijpen. Wat is de reden dat een beleggingsfonds of aandeel in uw portefeuille achterbleef? Rendeerden soortgelijke fondsen of aandelen ook minder of is uw belegging een negatieve uitzondering? In het geval van dat laatste: hoe komt dat? Is er een logische verklaring voor de prestaties? Probeer winst en verlies grondig te analyseren en te begrijpen. Als een effect blijvend ondermaats presteert, kan dit erop wijzen dat er iets heel erg fout loopt. U moet er dan afscheid van nemen. Maar als uw beweegredenen voor het kopen van een aandeel of een fonds nog geldig zijn, kan een periode van zwakke rendementen u ook de gelegenheid bieden om die positie goedkoop uit te breiden. Met bovengenoemde stap kijkt u vooral terug, naar historisch rendement. Probeert u echter ook een goede fundering voor toekomstig rendement te leggen. De X-Ray geeft een beeld van de spreiding van uw beleggingen over diverse soorten activa, landen en werelddelen, sectoren en type aandelen en obligaties. Diversificatie is noodzakelijk om het risico in uw portefeuille te verlagen. Maar er bestaat ook zoiets als ‘overdiversificatie’. Bij te veel spreiding bestaat het risico dat uw portefeuille te veel effecten bevat (pakweg meer dan 30). Als u veel effecten moet volgen, is het onwaarschijnlijk dat u ze allemaal grondig kent. Beleggen in iets dat u niet volledig begrijpt, kan zelfs gevaarlijker zijn dan een onvoldoende gediversifieerde portefeuille. En u weet: hogere rendementen houden per definitie hogere risico’s in. Dat was altijd zo en zal voorlopig nog wel even zo blijven. Risico verlagen betekent de kans op een daling van een belegging beperken. Daarmee voorkomt u kapitaalverlies. Kapitaalverlies is wat portefeuillerendementen echt omlaag haalt. Waardebeleggers beperken hun risico's tot een minimum om hogere rendementen te realiseren. 3. Plan uw volgende zet Nadat u de huidige staat van uw beleggingsportefeuille heeft beoordeeld, is het tijd om uw volgende zet te plannen. Misschien hoeft u niets te doen en volstaat de samenstelling van uw portefeuille nog om uw beleggingsdoelstellingen te realiseren. Maar het kan ook zijn dat u uw portefeuille dient aan te passen. De komende dagen publiceert Morningstar op deze website de nodige artikelen die u daarbij kunnen helpen. U leest meer over het samenstellen, onderhouden en samenstellen van een beleggingsportefeuille. Uiteraard wordt u ook op aantrekkelijke beleggingsfondsen en aandelen gewezen. Nog een basisregel die onlogisch lijkt: denk niet dat u de markt kunt verslaan. De mens heeft van nature de neiging om zich eerder te overschatten dan te onderschatten. Maar per definitie kunnen de meeste - particuliere - beleggers de markt niet verslaan. Denkt u ook niet, dat u een complexe beleggingsstrategie nodig heeft om de markt te overtreffen. Het is gebleken dat de eenvoudigste strategie van kopen tegen een lage koers en verkopen tegen een hogere koers betere resultaten oplevert dan elke andere strategie. Te complexe strategieën kunt u het best links laten liggen en aan beleggingsstrategieën en producten die u niet begrijpt begint u al helemaal niet. Lees ook: Hoe realiseer ik mijn financiële doelen? Waarom u een beleggingsfilosofie moet hebben Bepaal uw financiële prioriteiten ^  Inhoud   IG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: janroozenburg@kpnplanet.nl ^  Inhoud Word ook aktief binnen onze vereniging! Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt en deze nieuwsbrief. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij dringend op zoek naar mensen die mee willen doen. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met het HCC Beleggen bestuur Klik Hier of met de redactie  Klik Hier ^  Inhoud Zet 28 maart 2015 - alvast in uw agenda ! HCC Beleggen symposium "Weg van de gebaande paden." Waarom altijd alleen maar alleen beleggen in aandelen? Er is nog zoveel meer mogelijk. David Swensen - bekend van het Yale fonds -  die jaren gemiddeld een rendement van ruim 10% per jaar maakte, heeft dit bijvoorbeeld laten zien. In 2008 werd duidelijk dat aan zo'n aanpak uiteraard de nodige risico's kunnen zitten. Tijdens dit symposium zullen u een aantal alternatieve worden aangereikt . Er staan weer een groot aantal interessante onderwerpen op het programma. wat 64 ste HCC Beleggen Symposium waneer 28 maart 2015 aanvang 10.00 uur waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4  3731 CL  De Bilt activiteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van contact met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur kennis maken met financiele diensten, producten en innovaties bij flink een aantal leveranciers locatie-info: Gezellig lunch-restaurant aanwezig, gratis parkeren, in het midden van Nederland met goede aansluiting op snelwegen, bereikbaar per openbaar vervoer ^  Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

6 januari 2015

...

Nieuwsbrief20141206

december 2014 Sukkellijst Dividend Aristocrats voor een onbegrensde dividendhistorie Verlaging LTV-limiet hypotheken na 2018? Lage rente geen reden voor laten oplopen overheidsschuld Word aktief binnen onze vereniging! Oproep: Van: Redactie In verband met privé-omstandigheden zijn wij dringend op zoek naar versterking van de redactie. Onze voorkeur gaat uit naar mensen die zelfstandig artikelen zoeken en/of kunnen schrijven; ook mensen die op ad-hoc basis artikelen aanleveren of over hun eigen methode van beleggen willen vertellen zijn meer dan welkom. Wilt u meehelpen, (éénmalig) een artikel aanleveren, of op andere wijze de redactie ondersteunen,  stuur dan een mailtje aan de redactie of naar het bestuur van HCC Beleggen. Hier kunt u ook terecht voor het geval u vragen hebt. Terug naar Inhoud Sukkellijst Bron: AFM De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft bijna zevenhonderd Nederlanders gewaarschuwd dat zij op een bellijst staan van oplichters. Deze personen lopen het risico dat zij worden benaderd door gehaaide verkopers van waardeloze of nepaandelen. Als zij ingaan op het aanbod, raken zij hoogst waarschijnlijk hun geld kwijt. Deze oplichters staan ook bekend onder de naam boiler rooms. De oplichters noemen een dergelijke bellijst ook wel een sukkellijst of ‘sucker list’ (mensen die gemakkelijk te beduvelen zijn). In totaal zijn er 750 namen naar voren gekomen in een justitieel onderzoek naar een boiler room. De AFM heeft het adres van 680 mensen weten te achterhalen. Zij ontvangen een waarschuwingsbrief, zo maakte hoofd Markintegriteit en Handhaving Marcus Wagemakers dinsdag 18 november in het televisieprogramma Tros Oplicht bekend. Boiler rooms werken meestal met bellijsten, waar personen opstaan die interesse hebben voor beleggen of die al eerder zijn opgelicht door dergelijke fraudeurs. Een bellijst kan door verschillende boiler rooms maar ook door  malafide 'vermogens beheerders' worden gebruikt, omdat deze te koop zijn. De AFM vermoedt dat er verschillende lijsten circuleren. Het is voor het eerst dat de AFM een bellijst van deze omvang heeft ontvangen. Hoe gaan boilerrooms te werk? De oplichter belt zijn slachtoffer met overtuigende verkooppraatjes, dat er grote winsten te behalen zijn. Door vaak te bellen bouwt de oplichter een relatie op met de gedupeerden. In het begin tonen de oplichters goede resultaten (op papier), die in realiteit niet worden gehaald. Nadat het slachtoffer geld heeft overgemaakt is de organisatie opeens niet meer bereikbaar. Zo blijft de belegger zitten met aandelen die niet meer te verkopen zijn. Wat moet u doen als u wordt gebeld door een boiler room? Wat is een Boilerroom Een boiler room-organisatie is een verzamelnaam voor frauduleuze personen en organisaties, die met behulp van gehaaide verkopers bellen naar potentiële beleggers om ze te interesseren te investeren in waardeloze en/of nepaandelen of producten op de termijnmarkten. Boiler rooms zijn een hardnekkig probleem. In 2014 zijn tot nu toe ruim vijftig meldingen van consumenten binnengekomen over deze oplichtingspraktijk. De AFM heeft 21 keer gewaarschuwd voor boiler rooms. Dit is ongeveer gelijk aan de jaren daarvoor. In de praktijk blijken boiler rooms echter bijzonder lastig aan te pakken. De oplichters werken vaak vanuit het buitenland en verdwijnen snel weer van de radar. De AFM krijgt ook signalen dat ze aandelen aanbieden van een ‘beursgenoteerd bedrijf’. Ga er niet op in! Ook komt het voor dat een boiler room zich voor doet als een financiële onderneming met een vergunning van de AFM of een buitenlandse toezichthouder. Je kunt dit zelf controleren door de registers van de AFM of de waarschuwingslijsten te raadplegen. Terug naar Inhoud Dividend Aristocrats voor een onbegrensde dividendhistorie Bron: Jeffrey Schumacher, CFA, Morningstar Er zijn een aantal Europese ondernemingen die een lange staat van dienst hebben als het gaat om het betalen van dividend. Maar wie wil beleggen in bedrijven die al decennia lang hun dividend laten groeien moet toch echt in Amerika zijn. Het land van de onbegrensde mogelijkheden en dus ook van de onbegrensde dividend track records. Jeffrey Schumacher Fondsanalist bij Morningstar Benelux In Europa is Nestlé een dividendparel. De Zwitserse voedingsmiddelenfabrikant betaalt al sinds 1959 onafgebroken dividend, waarbij het in de meeste jaren het dividend ook liet groeien. In 1959 kregen beleggers nog CHF 0,023 per aandeel, 54 jaar later werd CHF 2,15 per aandeel overgemaakt aan aandeelhouders: 92 keer meer! Dit vertaalt zich in een gemiddelde jaarlijkse dividendgroei van 8,8 procent. Toch is dit slechts één van de weinige Europese beursfondsen met zo’n rijke dividendhistorie. In Amerika daarentegen zijn er veel meer bedrijven te vinden die er een behoorlijke dividendtraditie op na houden. Met een dividend track record dat teruggaat tot 1877 is Stanley Black & Decker een echte dividenddinosaurus. Maar ook ExxonMobil (1882), Consolidated Edison (1885), Procter & Gamble (1891), Coca-Cola (1893), Colgate-Palmolive (1895) en PPG Industries (1899) kunnen bogen op een dividendgeschiedenis die meer dan 100 jaar bestrijkt. Hoewel een langjarig dividend track record iets zegt over de kwaliteit en de financiële soliditeit van de onderneming, betekent het niet dat het dividend nooit is verlaagd. Pfizer, General Electric en Anheuser-Busch konden om verschillende redenen het dividend niet alle jaren achtereen laten groeien. Zo was Pfizer in 2009 genoodzaakt om zijn dividend halveren om zo voldoende liquide middelen vrij te spelen voor de financiering van de overname van Wyatt. Dividend Aristocrats Een periode van tenminste 25 jaar met een onafgebroken verhoging van het dividend maakt de Dividend Aristocrats dan ook uniek. Het is een zeldzame groep van 54 bedrijven in de S&P 500 Index die jaar op jaar hun dividend weten te verhogen ongeacht de stand van de economie en het sentiment op de financiële markten. Nevenstaande figuur geeft de indrukwekkende track records van deze 54 dividendmachines weer. Recessie of crisis, het management liet het dividend ieder jaar een beetje groeien. Wanneer het universum breder wordt getrokken dan de S&P 500, dan zijn er 107 Amerikaanse aandelen die aan deze eis voldoen. Het zijn bedrijven met een rijke historie. De gemeenschappelijke deler is, dat ze vrijwel allemaal een sleutelpositie hebben in hun markt, uitblinken of dominant zijn. Ondernemingen als Coca Cola (52 jaar onafgebroken dividendverhogingen), Colgate Palmolive (51), Johnson & Johnson (52) en McDonalds (44) zijn onderdeel van onze levensstijl geworden. Het zijn onmiskenbaar kwaliteitsbedrijven die beschikken over duurzame concurrentievoordelen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel Dividend Aristocrats volgens de aandelenanalisten van Morningstar een ‘wide’ of ‘narrow economic moat’ (groot of klein concurrentievoordeel) hebben, zoals het bovenstaande diagram laat zien. Wanneer wordt gekeken naar het dividendrendement, dan bieden de Aristocrats gemiddeld 2,35 procent dividendrendement. Dat is hoger dan de S&P 500, waar het dividendrendement op 1,99 prcoent ligt. Desondanks zijn er maar drie bedrijven - AT&T, HCP en Consolidated Edison - die een dividendrendement hebben boven de grens van 4 procent. De grafiek hiernaast laat de verdeling zien naar dividendrendement van de Dividend Aristocrats. De gemiddelde dividendgroei over de afgelopen 5 jaar bedraagt 8,8 procent voor deze 54 dividendaandelen, maar er zijn er een paar die er echt bovenuit springen. Walgreen voert de lijst aan met een dividendgroei van ruim 23 procent gemiddeld per jaar over de afgelopen 5 jaar, terwijl het sinds de eerste dividendbetaling in 1972 een gemiddelde jaarlijkse groei realiseerde van 13 procent. De onderstaande grafieken tonen de aandelen met de grootste dividendgroei over 5 jaar en de dividendhistorie van Walgreen. Ondanks dat veel Aristocrats kunnen bogen op een lang dividend track record waarbij het dividend jaar in jaar uit verhoogd is, lijkt er nog voldoende ruimte om het dividend verder te laten groeien in de komende jaren. De gemiddelde pay-out ratio – het deel van de winst dat als dividend wordt uitgekeerd - is 48 procent en er zijn slechts 4 bedrijven waarbij de pay-out ratio hoger is dan 75 procent. Amerikaanse en Europese dividendaandelen Ofschoon de Dividend Aristocrats een indrukwekkend track record hebben, betekent dit nog niet dat hun dividendbeleid het eeuwige leven heeft. Een dividendhistorie van 100 jaar geeft vertrouwen, maar het is geen garantie voor nog eens 100 jaar aan dividend(groei). Zo kostte de bankencrisis gerenommeerde banken zoals Bank of America hun dividend track record. Beleggers die in de Dividend Aristocrats willen investeren kunnen dit eenvoudig doen door een indextracker aan te schaffen, bijvoorbeeld ProShares S&P 500 Dividend Aristocrats of de iets breder samengestelde SPDR S&P US Dividend Aristocrats. Liever Europese dividendaandelen? Dat kan ook via de Europese variant met minimaal 10 jaar dividendverhoging als criterium: SPDR S&P Euro Dividend Aristocrats. Voor beleggers die een wereldwijde portefeuille willen is de SPDR S&P Global Dividend Aristocrats een optie. Wie niet in een tracker wil beleggen en meer geïnteresseerd is in afzonderlijke aandelen kan in onderstaande tabellen de waardering van Morningstar's aandelenanalisten van de Amerikaanse en Europese Dividend Aristocrats zien. Wat opvalt is dat de meeste van deze dividendaandelen momenteel redelijk of overgewaardeerd zijn. Ze hebben een Morningstar Rating van 1, 2 of 3 sterren. Op een schaal van 1 tot en met 5 staat 1 ster voor maximaal overgewaardeerd en 5 sterren betekent maximaal ondergewaardeerd. Amerikaanse Dividend Aristocrats Lees ook aandelenrapporten van 3M, Anheuser-Busch, Coca-Cola, ExxonMobil, General Electric, Johnson & Johnson, McDonalds, Nestlé, Pfizer en Procter & Gamble.Europese Dividend Aristocrats Lees ook de aandelerapporten van DSM, GBL, Philips, Sanofi, UCB en Wolters Kluwer. NB: Denkt u alles te weten over beleggen? Klik hier om dat te bewijzen met de Morningstar Investing Mastermind Quiz. Dit artikel en verwante artikelen zijn ook na te lezen op de website van Morningstar. Klik hier Terug naar Inhoud Verlaging LTV-limiet hypotheken na 2018? Bron: Financieel Stabiliteitscomité Het Financieel Stabiliteitscomité heeft tot taak risico’s voor de financiële stabiliteit in Nederland te signaleren en daarover aanbevelingen te doen. Het comité is in november 2012 opgericht als uitvloeisel van de aanbevelingen van de Parlementaire Enquêtecommissie Financieel Stelsel (commissie De Wit). Het comité bestaat uit vertegenwoordigers van DNB, AFM en het ministerie van Financiën onder voorzitterschap van de president van DNB. Activiteiten: De uitwisseling van informatie en analyses met betrekking tot de stabiliteit van het financiële stelsel, om zo mogelijke risico’s voor de stabiliteit van het financiële stelsel te signaleren. Het bespreken van mogelijke handelswijzen voor het terugdringen van deze risico’s, inclusief de mogelijkheden om het wettelijke instrumentarium te versterken dat DNB, de AFM en de Minister hiertoe ter beschikking hebben. Het uitbrengen van waarschuwingen en aanbevelingen aangaande de gesignaleerde risico’s. Deze zijn openbaar, tenzij openbaarmaking achterwege dient te blijven vanwege mogelijke risico’s voor de financiële stabiliteit. Afstemming over de wijze waarop in Nederland opvolging wordt gegeven aan waarschuwingen en aanbevelingen van de European Systemic Risk Board. De samenstelling van het comité is als volgt: Klaas Knot – voorzitter (president DNB) Reinier Pollmann (hoofd Strategie, beleid en internationale zaken, AFM) Gita Salden (directeur Financiële Markten, Ministerie van Financiën) Jan Sijbrand (Directeur Toezicht, DNB) Job Swank (directielid Monetaire zaken en financiële stabiliteit, DNB) Hans Vijlbrief (Thesaurier-generaal, Ministerie van Financiën) Merel van Vroonhoven (Voorzitter AFM) Secretaris: Aerdt Houben (divisiedirecteur Financiële Stabiliteit, DNB) Het Financieel Stabiliteitscomité heeft in zijn vergadering van 4 november gesproken over de belangrijkste actuele risico’s voor de financiële stabiliteit. Ook heeft het comité gesproken over de voor- en nadelen van een verlaging van de Loan-to-Value (LTV)-limiet voor hypotheken. Actuele risico’s Het comité heeft van gedachten gewisseld over actuele risico’s voor de financiële stabiliteit in Nederland. De binnenlandse risico’s zijn afgenomen: de huizenmarkt laat een voorzichtig herstel zien en de positie van banken is verder versterkt. Dit laatste blijkt ook uit de resultaten van de Comprehensive Assessment, het grootschalige onderzoek van de ECB onder 130 systeembanken in het eurogebied. Tegelijkertijd ligt er een risico in het trage economische herstel en de lage inflatie in Europa. LTV-limiet voor hypotheken Ontwikkelingen op de Nederlandse woning- en hypotheekmarkt zijn van grote invloed op de financiële stabiliteit. Het comité heeft gesproken over de voor- en nadelen van een verdere verlaging van de LTV-limiet na 2018. De LTV-limiet is de maximaal toegestane verhouding tussen het hypotheekbedrag en de waarde van de woning. De limiet is nu 104% en deze wordt jaarlijks met één procentpunt verlaagd tot 100% in 2018. Recent adviseerden onder andere het IMF en de Commissie Wijffels de LTV-limiet na 2018 verder af te bouwen. Het FSC onderkent dat er voordelen verbonden zijn aan een lagere LTV-limiet. Deze gaat gepaard met minder sterke schommelingen op de huizenmarkt en maakt dat huishoudens minder snel onder water komen te staan, waardoor zij moeilijk kunnen verhuizen of met grote financiële problemen worden geconfronteerd bij werkloosheid of echtscheiding. Een lagere LTV-limiet kan de stabiliteit van de financiële sector en de economie daarom versterken. Hierbij dient echter ook rekening te worden gehouden met de effecten van recente hervormingen als de afbouw van de hypotheekrenteaftrek en de met de hypotheekrenteaftrek samenhangende eis om de hypotheek in de looptijd volledig en tenminste annuïtair af te lossen. Deze maatregelen stimuleren aflossing en mitigeren daarmee de risico’s voor huishoudens. Tevens is de wettelijk bepaalde maximale leencapaciteit in verhouding tot het inkomen (de loan-to-income norm, LTI-norm) van belang. Een verlaging van de LTV-limiet brengt ook kosten met zich mee. Het beperkt voor een deel van de starters de toegang tot een koopwoning, omdat zij over meer eigen vermogen moeten beschikken. Dit leidt met name in de transitiefase tot minder verkooptransacties, een grotere vraag naar huurwoningen en hogere huren, wat een negatief effect heeft op het spaarvermogen van potentiële starters. Een verlaging van de LTV-limiet zou daarom bij voorkeur geleidelijk moeten plaatsvinden. De omvang van deze effecten is met onzekerheid omgeven. Om tot een onderbouwd advies over het gewenste LTV-beleid na 2018 te komen is nader onderzoek nodig naar de spaarmogelijkheden van jonge huishoudens en de mogelijkheden om het middensegment op de huurmarkt verder te ontwikkelen. Het comité zal hierover verder spreken op de vergadering van mei 2015. Overige thema’s Daarnaast heeft het comité gesproken over de aanbevelingen van de Financial Stability Board met betrekking tot de positie en bevoegdheden van het FSC. Ook heeft het comité de onderwerpen geselecteerd voor de volgende vergadering van februari 2015. Dat zijn cyberdreigingen, de hervormingen van de OTC-derivatenmarkten en de relatie tussen fiscaliteit en financiële stabiliteit. Het Financieel Stabiliteitscomité De vergadering van het Financieel Stabiliteitscomité vond plaats op dinsdag 4 november. In dit comité spreken vertegenwoordigers van DNB, de AFM en het ministerie van Financiën ten minste twee keer per jaar onder leiding van de president van DNB over ontwikkelingen op het gebied van de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel. Het CPB neemt als externe deskundige deel aan de vergaderingen. Lees hier het volledige verslag van de vergadering van 4 november. Voor vragen kunt u contact opnemen met woordvoerder Ben Feiertag 06 524 96 142  of Martijn Pols 06 524 96 432 Terug naar Inhoud Lage rente geen reden voor laten oplopen overheidsschuld Bron: MeJudice 27 nov 2014 | Ed Westerhout De extreem lage rente vormt geen reden de overheidsschuld te verhogen en zo beleggers een alternatief te bieden. Ed Westerhout gaat in op de achtergrond van deze nu regelmatig te horen redeneertrant. Hij stelt dat de rente op overheidsschuld niet verward mag worden met het rendement op de kapitaalmarkt. Historisch gezien is het een rariteit dat het kapitaalmarktrendement lager ligt dan het tempo van economische groei. Ook bij de huidige lage rente is het dus niet zo de economie ook later baat heeft bij het nu verhogen van de overheidsschuld. Stagnatie De wereld wordt overspoeld met besparingen en de rente is al jaren extreem laag. Desondanks komt economische groei maar moeizaam van de grond. Lawrence Summers houdt inmiddels rekening met langdurige stagnatie van de wereldeconomie (Summers 2014). Tegelijkertijd houden instituten als DNB en BIS er serieus rekening mee dat zich op financiële markten nieuwe zeepbellen aan het ontwikkelen zijn. Lage rente en zeepbellen leveren samen een duidelijke aanwijzing dat de economie van vandaag de dag kampt met een ultra laag kapitaalmarktrendement of, zoals het officieel heet, dynamische inefficiëntie. Zeepbellen Het verband tussen zeepbellen en een lage rente werd in 1985 uit de doeken gedaan door Nobelprijswinnaar Jean Tirole. Hij definieerde zeepbellen als activa met weinig tot geen intrinsieke waarde waarin vooral of uitsluitend wordt belegd op grond van de verwachte waardestijging. Tirole liet zien dat onder normale omstandigheden dergelijke zeepbellen niet goed kunnen worden verklaard. Ze groeien dusdanig hard dat ze ooit groter zullen worden dan de economie waarvan ze deel uitmaken. Aangezien dat niet mogelijk is, weet elke belegger vooraf dat de zeepbellen ooit uit elkaar zullen spatten, hij of zij verlies zal moeten nemen op de investering en het dus niet verstandig überhaupt in zeepbellen te investeren. Maar het geval van een ultra laag kapitaalmarktrendement is anders. In een dergelijke situatie is de rente dusdanig laag dat de zeepbellen minder hard groeien dan de economie en kunnen ze dus blijven bestaan. Het bestaan van zeepbellen is zo geredeneerd een indicatie voor een ultra laag kapitaalmarktrendement. Ultra laag kapitaalmarktrendement Ed Westerhout Universiteit van Amsterdam en Centraal Planbureau Ed Westerhout is econoom, gespecialiseerd in de economie van vergrijzing. Zijn blogs zijn te vinden op http://edwesterhout.nl. Hij is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, afdeling Algemene Economie, als onderzoeker op het terrein van pensioenen en macro-economie en als docent van de cursussen Macroeconomics en Public Finance and Fiscal Policy. Hij is ook verbonden aan het Centraal Planbureau als onderzoeker op het terrein van pensioenen en macro-economie. Verder is hij verbonden aan Netspar als fellow. Aandachtsgebieden: Vergrijzing, Pensioenen, Gezondheidszorg, Overheidsfinanciën, Macro-economie. Wat betekent een ultra laag kapitaalmarktrendement? Niets minder dan dat de wereld op zijn kop wordt gezet. In geval van een ultra laag kapitaalmarktrendement is het mogelijk vandaag meer te gaan consumeren zonder de consumptie van morgen en overmorgen te hoeven beperken. In geval van een ultra laag kapitaalmarktrendement is niet langer sprake van een afruil, die toch zo kenmerkend is voor de economische wetenschap. Waarom? Omdat een ultra laag kapitaalmarktrendement veronderstelt dat de rente zo laag is dat het fysieke kapitaal in de economie onvoldoende productief is. Verhoging van consumptie maakt het mogelijk dit kapitaal uit de economie te laten verdwijnen en zo de consumptiemogelijkheden in de toekomst te vergroten. En hoe moet dit worden bereikt? Nobelprijswinnaar Peter Diamond zei het al in 1965: met overheidsschuld. In geval van een ultra laag kapitaalmarktrendement is het welvaartsverhogend nu de belastingen iets te verlagen en later te verhogen ofwel extra overheidsschuld aan te gaan. Overheidsschuld Dat brengt ons bij Paul Krugman en Coen Teulings. Beide wijzen op het gunstige effect van meer overheidsschuld. Overheidsschuld, zo stelt Krugman, maakt het mogelijk via vergroting van de effectieve vraag de economie uit het dal te trekken. Overheidsschuld, zo stelt Teulings, verschaft beleggers een serieus beleggingsalternatief. Overheidsschuld voorkomt dat bellegers hun geld in nutteloze zaken steken als leegstaande appartementen in China (zeepbellen). Welke rente? Maar is wel sprake van een ultra laag kapitaalmarktrendement? Misschien niet. Laten we de situatie van een ultra laag kapitaalmarktrendement preciezer formuleren. Het komt neer op rg  (Abel, Mankiw, Summers en Zeckhauser en Geerolf) Andrew Abel, Gregory Mankiw, Lawrence Summers (ja, dezelfde) en Richard Zeckhauser hebben in 1982 afgeleid wat de meest wenselijke invulling van r zou moeten zijn. Hun conclusie: het gaat om de marginale productiviteit van kapitaal. Ze pasten hun ontdekking toe op cijfers van enkele grote geïndustrialiseerde economieën. Ze concludeerden dat voor geen van de jaren in het tijdvak 1929-1985 in de VS sprake was van een ultra laag kapitaalmarktrendement. Voor Engeland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Canada en Japan golden soortgelijke bevindingen. Recentelijk heeft François Geerolf het onderwerp bekeken voor een grote groep landen met betere data. Hij is genuanceerder maar concludeert dat de meeste landen in een beperkt aantal jaren een ultra laag kapitaalmarktrendement laten zien. r>g  (Piketty) In Thomas Piketty’s bestseller ‘Capital in the Twenty-First Century’ komt r>g uitgebreid aan de orde. Piketty poneert dat het kapitaalrendement hoger is dan het tempo van economische groei, niet vaak, maar altijd. Volgens Piketty is r>g de fundamentele ongelijkheid in de economie. Fundamenteel, want het is deze ongelijkheid die maakt dat inkomens en vermogens voortdurend denivelleren, tenzij daar actief overheidsbeleid tegenover wordt gezet. Piketty voert twee soorten data aan om r>g te onderbouwen. Gegevens over kapitaalrendement en economische groei voor Frankrijk in de periode 1820-1913 en schattingen van rendement en groei vanaf het jaar 0 tot 2100. In beide gevallen concludeert hij dat r>g opgeld deed voor de gehele analyseperiode. Tot slot:  r

10 december 2014

...

Nieuwsbrief20141101

november 2014 Wederom een geslaagd Symposium Oproep gebruikers Portfolio 123 Monetaire en financiële statistieken Nederland Hebben ETFs afgedaan voor beleggers? Dragen actieve aandeelhouders bij aan een betere wereld? Het verborgen inkomen van Nederlandse huishoudens Onzekerheid over huishoudportemonnee blijkt goede economische graadmeter Verbetert grotere diversificatie echt de prestaties in portefeuilleselectie? Meedoen kan Wederom een geslaagd symposium                                           (bekijk ook de video's) Bron: Jos van den Berkmortel, HCC Beleggen Symposiumorganisatie 4 oktober werd in de Bilt voor de 63e maal het symposium gehouden. Er was sprake van een goede opkomst en er vonden vele geanimeerde gesprekken plaats. Oude en nieuwe vrienden konden elkaar (weer) ontmoeten en daarnaast ook nog eens aan interessante lezingen deelnemen. Voor het eerst zijn er tijdens de lezingen - door HCC Digimedia - opnames gemaakt. De meeste presentaties zijn op de website en via onderstaande links te zien. Video's zijn mogelijk gemaakt door  Titel van de presentatie Spreker    Kwalitatieve tactische asset allocatie Wouter J. Keller Bekijk De tien belangrijkste dingen die ik in de afgelopen 15 jaar heb geleerd over beleggen Karel Mercx, Lynx Bekijk Short gaan Ruerd Heeg Bekijk Value-beleggen in theorie en praktijk Hendrik Oude Nijhuis, Kingfisher Capital Bekijk Beleggen in ETF's Niels Faassen, Morningstar Bekijk Goed gereedschap huur je in Jack van OosterboschCEO De Veste Bekijk Optimale correlatie, leverage en herbalancering bepalen voor een set handelssystemen Jan Roozenburg NA De bijbehorende powerpoint- en/of pdf presentaties zijn ook beschikbar in de sectie Downloads Al met al een heel geslaagd en druk bezocht 63ste HCC Beleggen Symposium en zoals één van de bezoekers tegen me zei: "een hele goede dag en ik kan niet wachten op de volgende". Voor deze en andere bezoekers noteer alvast dat het  64ste HCC Beleggen Symposium gepland staat op: 28 maart 2015! Terug naar Inhoud Oproep Portfolio 123 Ervaring met en/of actieve belangstelling voor Portfolio 123? Welke gebruikers van beleggingssoftware Portfolio 123 hebben belangstelling voor een gebruikersnetwerk,gericht op het gebruik van dit softwarepakket? (ref.http://www.portfolio123.com/doc/features.jsp) Als je  belangstelling hebt, stuur dan svp een email naar r.ebels@solcon.nl onder vermelding “Portfolio 123”. Terug naar Inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Monetaire en financiële statistieken Nederland Bron: http://www.statistics.dnb.nl/ Op de statestiekpagina's van De Nederlandse Bank vind u behalve onderstaand (dagelijks geupdated)  overzicht  een aantal  downloadable interactieve grafieken  klik hier Terug naar Inhoud Hebben ETFs afgedaan voor beleggers? Bron: Morningstar, Jose Garcia-Zarate 21 oktober, 2014 ETFs hebben de eerste negen maanden van dit jaar al meer geld naar zich toe zien stromen dan in 2013, 2012 en 2011. Maar in september was er een netto-uitstroom. Is dit de voorbode van een strenge winter voor ETFs? Er is in het derde kwartaal van dit jaar EUR 10,4 miljard naar Europese ETPs gevloeid (exchange-traded products zoals ETFs). Dat brengt het totaal voor de eerste negen maanden van 2014 op EUR 33,4 miljard. Door de combinatie van netto-instromen en kapitaalgroei is het beheerd vermogen in ETPs van net iets meer dan EUR 300 miljard eind 2013 gestegen tot EUR 360 miljard. Wat is een ETF Een exchange-traded fund (afgekort ETF) is een mandje beleggingen dat net als een aandeel wordt verhandeld aan de beurs. Een ETF wordt in het algemeen gebruikt om een specifieke marktindex te volgen. Vandaar dat ze ook wel indextrackers worden genoemd. Er zijn ook traditionele beleggingsfondsen die zich op een bepaalde index richten en deze dupliceren. Het verschil met een ETF is, dat deze indexfondsen actief worden beheerd met een manager aan het roer (die de index al dan niet probeert te verslaan) waar een ETF passief beheerd wordt. Wie bijvoorbeeld in de AEX-index wil beleggen kan een ETF kopen die de Amsterdamse beursgraadmeter repliceert. Wanneer de AEX stijgt, neemt de ETF in waarde toe en wanneer de AEX daalt daalt ook de waarde van de ETF. De belegger heeft keus uit tal van indices zoals de S&P 500 Index, de MSCI World Index en kleinere specifieke indices. Een ETF kan ook worden gebruikt om grondstoffen of andere activa zoals valuta te tracken. Wie in goud wil beleggen maar niet fysiek een staaf goud wil aanschaffen kan een ETF kopen dat de goudkoers volgt (technisch gezien wordt een grondstof ETF een exchange traded commodity (ETC) en een valuta-ETF een exchange traded currency). De eerste ETFs zagen het levenslicht in de Verenigde Staten in de jaren tachtig en begin jaren negentig en hun populariteit in beleggingsland is sindsdien geëxplodeerd. Institutionele en particuliere beleggers investeren inmiddels miljarden euro’s in ETFs. ETFS zijn hetzelfde als aandelen in die zin dat ze gemakkelijk ge- en verkocht kunnen worden op de beurs en hun koers fluctueert gedurende de handelsdag. Beleggers kunnen short gaan op ETFs, een stop-loss order gebruiken en ze verkopen. In het kort geldt dat alles wat met aandelen kan ook met ETFs kan. Net als bij aandelen betalen beleggers en commissie bij het kopen en verkopen van ETFs. Meer over ETF's op website van Morningstar:  Klik Hier Op het eerste oog zijn deze ontwikkelingen in de fund flows positief. Drie maanden vóór het einde van het jaar bedragen de netto-instromen al meer dan het totaal voor elk van de drie voorafgaande jaren. Ook het beheerde vermogen vertoont een mooie stijging. Maar toch was er in het derde kwartaal een waarschuwing. In september liet de Europese ETP-markt voor het eerst in 2014 een netto-uitstroom optekenen. Het cijfer voor september, een netto-uitstroom van net iets meer dan EUR 2,5 miljard euro, maakte abrupt een einde aan de tot dan toe pittige reeks van maandelijkse netto-instromen. Wat is er aan de hand? Duitse groeivertraging Uit een analyse van de gegevens blijkt dat de netto-uitstromen in september grotendeels waren geconcentreerd in twee aandelentcategorieën: Duitsland en large-caps uit de eurozone. Dit wijst erop, dat beleggers reageerden op de stroom negatieve economische gegevens in deze maand - vooral over de stagnerende Duitse economie - door hun longposities in aandelen af te wikkelen. Seizoensgebonden factoren lijken een rol te hebben gespeeld in de daling van het Duitse bbp in het tweede kwartaal. Maar zelfs als rekening wordt gehouden met een potentieel technisch herstel in het derde kwartaal,blijft het een feit dat de groeiverwachtingen op korte tot middellange termijn voor de grootste economie van de eurozone – en dus ook voor de eurozone als geheel – neerwaarts zijn herzien. En deze keer zit er veel meer achter de downgrade dan de nadelen van de zelfopgelegde bezuinigingen door de overheid. De groeivooruitzichten voor de hele wereld zijn immers teruggeschroefd, hetgeen een donkere schaduw werpt over Duitslands exportgerichte groeistrategie. Afwikkelen aandelenposities De vraag is of dit slecht nieuws is voor de ETP-markt met het oog op de kapitaalstromen in het vierde kwartaal? Er is geen eenduidig antwoord. Het is een feit dat de ETP-markt in Europa nog steeds een sterke voorkeur voor aandelen vertoont en daarbinnen zijn vooral de ‘ouderwetse’ large-caps populair. Daarom kan aanhoudend negatief macro-economisch nieuws in de rest van het jaar leiden tot een verdere afwikkeling van ETP-posities in large-caps, wat dus neerkomt op meer uitstromen. Maar geld dat uit aandelen-ETPs wegstroomt, verdwijnt niet zomaar. Beleggers moeten er een beleggingsalternatief voor vinden. Dit is het moment om te wijzen op de gevarieerde keuzes in activaklassen die op de ETP-markt beschikbaar zijn. Het is momenteel voor Europese beleggers met een voorkeur voor ETPs relatief eenvoudig om volledige portefeuilles samen te stellen waarin de meeste activaklassen vertegenwoordigd zijn. Binnen aandelen zelf is het aanbod opmerkelijk ruim en beleggers kunnen bovendien een onderscheid maken op basis van omvang, sector, land en regio of strategie (bijv. waarde, groei, of dividend). Hetzelfde geldt voor vastrentende beleggingen, grondstoffen en alternatieve activaklassen zoals bijvoorbeeld vastgoed. Het is perfect mogelijk om de beleggingsmix in een portefeuille te spreiden en toch volledig belegd te zijn in ETPs. Het is daarom ook niet vanzelfsprekend dat de uitstromen bij aandelen-ETPs per se wijzen op uitstromen voor de hele ETP-markt. Of het macro-economische klimaat beleggers ertoe aanzet om hun geld tijdelijk alleen in contanten te parkeren, is een hele andere vraag. Voor de globale nettokapitaalstromen in het vierde kwartaal zou dat inderdaad een probleem kunnen vormen. Overigens niet alleen voor ETPs, maar ook voor beleggingsfondsen als geheel. Denkt u alles te weten over beleggen? Klik hier om dat te bewijzen met de Morningstar Investing Mastermind Quiz. Terug naar Inhoud Dragen actieve aandeelhouders bij aan een betere wereld? Bron: MeJudice, 24 okt 2014 | Harry Hummels Stakeholders spreken ondernemingen aan op hun maatschappelijke prestaties. Dat geldt ook voor aandeelhouders. Waartoe leidt nu zo’n gesprek over maatschappelijke en milieuaspecten van het ondernemen? Harry Hummels stelt dat institutionele beleggers meer druk kunnen uitoefenen op ondernemingen dan particuliere investeerders. Het middel van aandeelhouders -resoluties geeft de aandeelhouders een instrument in handen om het gesprek aan te gaan met het management. Regelmatig is dat overleg zo succesvol dat aandeelhouders de resolutie intrekken. De vraag blijft dan wel of de uitkomsten van het overleg uiteindelijk ook worden omgezet in concrete daden. Het monitoren van beloftes is noodzakelijk. Opkomst van het governance vraagstuk De opkomst van de moderne onderneming in de 19e en 20e eeuw laat tevens een ontwikkeling zien op het terrein van governance. Clark (1981) onderscheidt vier stadia in de ontwikkeling van de onderneming. Het eerste stadium is dat van de eigenaar-entrepreneur die voor eigen rekening en risico een grote onderneming bouwt. Te denken valt aan Rockefellers Standard Oil Company, Carnegies Steel Company en J.P. Morgans conglomeraat van banken. De eigenaar-ondernemer had zeggenschap over de onderneming en stuurde deze tevens aan. Stadium twee voltrekt zich aan het begin van de 20 e eeuw en laat de opkomst zien van de manager. Hij neemt de uitvoerende taken over van de ondernemer. Hier dient zich het vraagstuk aan van de governance van de onderneming en de invloedsverdeling tussen ‘principal’ en ‘agent’ (Berle en Means, 1932). Hoe zorgen de eigenaren ervoor dat de manager handelt in hun belang en niet in zijn eigen belang? Omdat de laatsten geen invloed meer hebben op het beleid van de onderneming zijn zij van de manager afhankelijk om hun belangen te realiseren. De aandeelhouders zijn ‘residual claimants’ geworden, afhankelijk van de ‘loyaliteit’ en de ‘zorg’ van de manager. In het derde stadium, dat zich aandient rond 1960, doet de institutionele belegger zijn intrede. Waar in stadium drie nog sprake is van een geconcentreerde aandeelhoudersmacht, laat stadium vier een versnipperd aandeelhouderschap zien dat gerepresenteerd wordt door commerciële asset managers. Hawley en Williams (2000) laten evenwel zien dat er een vijfde stadium is waar institutionele beleggers – waaronder pensioenfondsen, verzekeraars en zogenaamde sovereign wealth funds – hun invloed herwinnen. De macht van een relatief beperkte groep beleggers neemt zienderogen toe. Harry Hummels Hoogleraar aan de universiteit van Maastricht Harry Hummels (1959) is hoogleraar Ethics, Organisations and Society binnen de School of Business and Economics van Maastricht University (Finance Department). Zijn onderzoek richt zich vooral op impact investing en verantwoord beleggen. Daarnaast is hij geïnteresseerd in ethiek in de financiële wereld en schrijft hij veel over microfinanciering. Hoe kunnen aandeelhouders invloed uitoefenen? Aandeelhouders hebben diverse rechten. Allereerst hebben ze het recht op informatie over het reilen en zeilen van de ondernemingen waarin zij investeren. Tevens hebben zij het recht om vragen te stellen tijdens de aandeelhoudersvergaderingen, te stemmen en resoluties in te dienen. Hoewel dit laatste vooral in Angelsaksische landen gebeurt, staat het ook aandeelhouders van Nederlandse ondernemingen vrij agendapunten en voorstellen tot besluit te agenderen. Naast deze bij wet vastgelegde rechten staat het aandeelhouders vrij om in gesprek te gaan met het management van de onderneming. Mocht het management daartoe niet geneigd zijn, respectievelijk niet bereid zijn op de wensen van de aandeelhouders in te gaan, dan kunnen de laatsten alsnog het onderwerp op de agenda plaatsen en een voorstel tot besluit indienen. De praktijk van invloedsuitoefening In zijn in 2013 aan Maastricht University verdedigde proefschrift heeft Michael Viehs de praktijk van shareholder engagement onderzocht. Onder 'shareholder engagement' wordt verstaan elke poging van de aandeelhouders om het beleid en handelen van de onderneming te beïnvloeden. Dan valt te denken aan het stemmen op aandeelhoudersvergaderingen, individuele gesprekken met het management, deelname aan collectieve acties, sectorale engagements, indienen van voorstellen voor besluiten, media-uitingen, enzovoorts. Onderzoek wijst uit dat institutionele beleggers deze strategieën gelijktijdig inzetten (McCahery, Sautner, and Starks, 2013), al verschillen aandeelhouders wel in hun voorkeuren voor de genoemde instrumenten. Waar in Europa het gesprek met het management een veel gebruikte strategie is, geven Angelsaksische aandeelhouders vaker de voorkeur aan het indienen van resoluties (Eurosif, 2013). Het voordeel van deze laatste strategie is dat zij beschikt over een ingebouwde maatstaf voor het meten van het succesvol toepassen ervan. Naar aanleiding van een ingediende resolutie vindt er in de regel overleg plaats tussen aandeelhouders en onderneming. Als dat overleg tot tevredenheid van de aandeelhouders verloopt, trekken zij voorafgaand aan de aandeelhoudersvergadering hun resolutie in. Onderzoek van Bauer, Moers en Viehs (2012) toont aan dat institutionele investeerders in zo’n 34 procent van de gevallen hun resolutie voortijdig intrekken. Blijkbaar hebben zij (in zekere mate) gekregen waarvoor zij kwamen. Interessanter is echter dat resoluties die betrekking hebben op maatschappelijke en milieuvraagstukken aanzienlijk vaker worden ingetrokken dan die welke betrekking hebben op corporate governance vraagstukken. Het gemiddelde over de periode 1997 – 2009 is 31,2 versus 16,8 procent. Kijken we naar de indieners van de voorstellen dan zien we dat institutionele beleggers (gemiddeld 33,9 procent) en vakbonden (34,6 procent) het meest frequent hun voorstellen intrekken. Effectieve engagement? Op het eerste gezicht lijkt het uitoefenen van druk op het management van een onderneming door het indienen van voorstellen tot besluiten relatief effectief op het terrein van maatschappelijke en milieuvraagstukken. Viehs verklaart dit succes door te wijzen op de mogelijke maatschappelijke reputatieschade als de resolutie brede steun ontvangt. Een tweede verklaring wijst op de relatieve vaagheid van de voorstellen – als onderscheiden van vaak nauwkeurig omschreven corporate governance voorstellen. Managers lijken eerder geneigd toezeggingen te doen, omdat zij voldoende discretionaire bevoegdheden behouden om maatregelen te nemen. Ook zijn de kosten die gepaard gaan met de maatschappelijke en milieuresoluties relatief bescheiden. De verklaringen zijn plausibel, maar laten een aantal aspecten buiten beschouwing. Een alternatieve verklaring is dat het toegeven aan de aandeelhouders op maatschappelijk en milieuterrein de managers niet wezenlijk raakt (in hun portemonnee). De onderwerpen zijn gewoon niet materieel – anders dan governance gerelateerde vraagstukken. Een alternatieve verklaring kan zijn dat de investeerders juist baat hebben bij het tonen van succes. Met een hoog percentage ingetrokken resoluties kan de belegger naar zijn achterban duidelijk maken dat hij effectief geweest is in zijn engagement. Een derde mogelijke verklaring zou onderhandelingstactisch van aard kunnen zijn. Door toe te geven op maatschappelijk of milieuterrein hoopt de manager op enige toegeeflijkheid van de aandeelhouders op governance vlak. Die resoluties lijken, blijkens de geringere intrekkingsratio, aanzienlijk materiëler voor de managers. Per slot van rekening weten managers dat zij morgen weer te maken met vaak dezelfde kritische aandeelhouders. Het opbouwen van constructieve relaties is dan wenselijk. Lessen uit de praktijk Institutionele beleggers kunnen, meer dan particuliere investeerders, druk uitoefenen op ondernemingen. Dat doen zij door individuele en collectieve druk en door het indienen van voorstellen tot besluiten. Maatschappelijke stakeholders kunnen aanhaken op deze trend door samenwerking te zoeken met pensioenfondsen, verzekeraars of andere institutionele beleggers. Natuurlijk bestaan er verschillen tussen de belangen van aandeelhouders en maatschappelijke stakeholders, maar het onderzoek van Viehs wijst juist uit dat aandeelhouders en vakbonden soms drukken op dezelfde, gedeelde belangen. Samenwerking tussen institutionele beleggers onderling en tussen de beleggers en maatschappelijke stakeholders lijkt derhalve zinvol. Op dat terrein is duidelijk winst te behalen. Wel is het raadzaam om de deal aan de onderhandelingstafel gepaard te laten gaan met het monitoren van de implementatie van de deal. Het intrekken van een resolutie vormt slechts een eerste stap op weg naar maatschappelijke verandering. Referenties: onderaan artikel op MeJudice Terug naar Inhoud Het verborgen inkomen van Nederlandse huishoudens Bron: DNB Het bruto binnenlands product in Nederland ligt per hoofd van de bevolking hoger dan in de EU. Maar het inkomen van Nederlandse huishoudens ligt slechts op een gemiddeld niveau. Door de collectieve financiering van het zorg- en pensioenstelsel blijft een deel van het huishoudinkomen in Nederland verborgen. Elders in de EU krijgen huishoudens een groter deel van het nationale inkomen in eigen handen, maar moeten zij ook meer zelf betalen voor hun zorg en pensioen. Al lange tijd staat ons land op de ranglijst voor het bruto binnenlands product (bbp) per capita bij de Europese top. De hoge productie leidt echter niet tot een beter gevulde huishoudportemonnee (grafiek 1). Het inkomen dat direct naar Nederlandse huishoudens gaat, het zogenoemde netto beschikbaar huishoudinkomen, verschilt per capita nauwelijks van het gemiddelde in de EU (grafiek 1). In de VS is het bbp per capita vergelijkbaar, maar ligt het huishoudinkomen aanzienlijk hoger. Grafiek 1 BBP, nationaal inkomen en beschikbaar inkomen per capita in 2013 (EUR) Bron: Eurostat, OECD en CBS. Toelichting: T.b.v. de vergelijkbaarheid zijn alle cijfers vóór revisie van de Nationale Rekeningen.   Wat Nederland verdient (het netto nationaal inkomen, nni) ligt iets lager dan wat Nederland produceert (het bbp). Voor andere landen geldt dat ook. De verklaring van het relatief lage Nederlandse huishoudinkomen ligt dan ook niet bij de omvang van het nni, maar bij de verdeling ervan. Het aandeel van het nni dat bij huishoudens neerslaat, is in Nederland veel lager. Grafiek 2 laat zien dat in vergelijking met de VS en de EU de overheid, financiële instellingen en niet-financiële vennootschappen een groter deel van de nationale koek opstrijken. Grafiek 2 Verdeling van het netto nationaal inkomen in 2013 Bron: Eurostat, OECD en CBS. Toelichting: T.b.v. de vergelijkbaarheid zijn alle cijfers vóór revisie van de Nationale Rekeningen. Meer inkomen naar andere sectoren Zo is het inkomensaandeel van de niet-financiële bedrijven in Nederland aanzienlijk hoger. Dit komt mede doordat Nederland relatief veel multinationals heeft. Zij behalen hoge inkomsten in het buitenland en houden die voor een belangrijk deel in om buitenlandse investeringen te financieren. Indien ons bedrijfsleven meer van haar inkomsten als dividend zou uitkeren, dan zou een deel daarvan naar buitenlandse aandeelhouders gaan - wat de nationale koek verkleint - en zouden binnenlandse aandeelhouders (huishoudens en pensioenfondsen) een hoger inkomen ontvangen. Daarnaast komt in Nederland een relatief groot deel van het netto nationale inkomen bij financiële instellingen terecht. Daarbij gaat het niet alleen om banken en verzekeraars, maar ook om pensioenfondsen. De hoge Nederlandse pensioenbesparingen worden in de nationale boekhouding als inkomen van de financiële sector geboekt. Deze besparingen worden aan de pensioenvermogens toegevoegd en komen op termijn bij huishoudens terecht, in de vorm van pensioenuitkeringen. In landen zonder ambitieuze pensioenvoorziening moeten huishoudens zelf een deel van hun beschikbaar inkomen opzij zetten voor hun oudedag.  Ten slotte gaat in Nederland een relatief groot deel van het inkomen naar de overheid. Het overheidsaandeel is ruim drie keer zo groot als in de VS en ook hoger dan gemiddeld in Europa. In Nederland worden relatief veel collectief gefinancierde goederen en diensten door de overheid geleverd aan individuele personen. Die hoge ‘individuele overheidsconsumptie’ hangt vooral samen met de hoge zorguitgaven van de Nederlandse overheid. In de EU heeft Nederland de hoogste zorguitgaven per capita. Vóór de herziening van het zorgstelsel in 2006 liepen alleen de zorguitgaven in het kader van de Ziekenfondswet via de overheid en betaalden huishoudens met een particuliere verzekering hun zorguitgaven uit hun eigen beschikbaar inkomen. In het nieuwe zorgstelsel worden alle wettelijke zorgpremies ten laste van het beschikbaar inkomen gebracht. Andere landen kennen vaak een veel kleiner collectief zorgstelsel, waardoor huishoudens minder zorgpremies betalen. Zij betalen echter een groter deel van hun zorguitgaven uit hun eigen portemonnee.  Een correctie voor het verborgen inkomen Bij een internationale vergelijking van het beschikbaar inkomen per capita dient te worden gecorrigeerd voor het collectieve pensioenstelsel en de hoge ‘individuele overheidsconsumptie’. Grafiek 1 laat zien dat het beschikbaar inkomen per capita in Nederland hoger ligt dan in de EU als dit verborgen inkomen wel wordt meegenomen. Ook het verschil met de VS wordt door rekening te houden met het verborgen inkomen aanzienlijk kleiner. Terug naar Inhoud Onzekerheid over huishoudportemonnee blijkt goede economische graadmeter Bron: DNB De mate van onzekerheid van gezinnen over de eigen financiële situatie bevat waardevolle informatie over de te verwachten economische groei in het eurogebied. Minder onzekerheid pakt gunstig uit voor de groei. De eigen financiële situatie blijkt een  betrouwbaarder indicator voor de toekomstige conjunctuur dan onzekerheid van gezinnen over het algemeen economisch klimaat. Dit blijkt uit een DNB-analyse van de relatie tussen onzekerheid en de groei van het bruto binnenlands product in het eurogebied. Hoe kan onzekerheid de economische groei beïnvloeden? Onzekerheid kan de economische groei op verschillende manieren beïnvloeden. Als gezinnen onzekerder worden over hun toekomstige inkomen, kunnen zij ervoor kiezen om meer te sparen en dus minder uit te geven. Als bedrijven onzekerder worden over de toekomst, kunnen zij ervoor kiezen investeringen uit te stellen in afwachting van meer informatie. Ook kan onzekerheid over de winstgevendheid van individuele bedrijven ertoe leiden dat banken een hogere risicopremie in rekening brengen voor leningen aan bedrijven, wat een weerslag kan hebben op de groei in investeringen.  Onzekerheid in Europa De analyse gebruikt drie vormen van onzekerheid. Het achtergronddocument beschrijft de constructie van de onzekerheidsmaatstaven in detail.  Klik hier om te downloaden Een eerste maatstaf meet hoe onzeker gezinnen zijn over de toekomst van de macro-economie. Als gezinnen het in sterke mate oneens zijn over de macro-economische vooruitzichten, geeft dit aan dat er grote onzekerheid heerst. Een tweede maatstaf meet de volatiliteit in de financiële situatie van individuele gezinnen. Een hogere volatiliteit betekent dat gezinnen onzekerder zijn over hun toekomstige financiële situatie. Een derde maatstaf meet de volatiliteit in de productie van individuele bedrijven. Een hogere volatiliteit impliceert dat bedrijven onzekerder zijn over hun toekomst.     De grafiek toont de drie vormen van onzekerheid. Onzekerheid van gezinnen over de eigen financiële situatie stijgt voorafgaand aan elk van de drie meest recente recessies in het eurogebied. Figuur 1: Onzekerheid in Europa Bron recessies: OESO. Onzekerheid: eigen berekeningen op basis van data Europese Commissie Onzekerheid houdt informatie in over toekomstige groei Uit econometrische analyse blijkt dat onzekerheid van gezinnen over de eigen financiële situatie waardevolle informatie bevat over de toekomstige groei in het Bruto Binnenlands Product (BBP). Als gezinnen minder onzeker worden over hun financiële situatie, geeft dit het signaal dat BBP groei in de komende één à twee jaar hoger gaat uitvallen. Daarentegen bevat onzekerheid bij gezinnen over de algemene economische situatie geen noemenswaardige informatie over de macro-economische groei in de nabije toekomst. Onzekerheid bij bedrijven over de eigen productie bevat informatie over de economische groei. Een daling in deze vorm van onzekerheid geeft het signaal dat de economische groei het volgende kwartaal hoger gaat uitvallen. Anders dan bij onzekerheid over individuele gezinnen, is de aangekondigde groeiversnelling in dit geval dus kortdurend. De hoofdconclusie is dat onzekerheid die gezinnen ervaren over hun eigen financiële situatie een signaal geeft over de toekomstige economische groei. Deze vorm van onzekerheid ligt in het eurogebied nog steeds hoger dan voor de crisis. Als die zou dalen, kan dit het macro-economische herstel een steun in de rug geven. Als bijvoorbeeld de werkloosheid vermindert, achten werknemers de kans kleiner dat ze hun baan verliezen. In dat geval hebben ze minder reden om te sparen uit voorzorg. Terug naar Inhoud Verbetert grotere diversificatie echt de prestaties in portefeuilleselectie? Bron: Analist.nl Francesco Cesarone, Universita degli Studi Roma Tre - Dipartimento di Studi Aziendali Jacopo Moretti, Universita degli Studi Roma Tre - Dipartimento di Studi Aziendali Fabio Tardella, Sapienza Universita di Roma De belangrijkste reden voor het creëren van modellen voor portefeuilleselectie is het verlagen van investeringsrisico door middel van diversificatie. Het Gemiddelde Variantie-model werd voor dit doel geïntroduceerd. Het bleek echter al snel dat fouten in de schattingen van gemiddelden en covarianties kunnen resulteren in verkeerde portefeuilleselectie en het investeringsrisico kunnen verhogen. Om het probleem aan te pakken van schattingsfouten die kunnen resulteren in verkeerde portefeuilleselectie zijn verschillende modellen ontwikkeld waarvan de geschiktheid besproken wordt in het onderzoeksverslag: "Does greater diversification really improve performance in portfolio selection?" Geselecteerde proefmonsters en geëvalueerde modellen De volgende zes datasets zijn gebruikt voor deze analyse:  De FF25, die 25 Fama en Franse portefeuilles bevat van firma's die op grootte en 'book to market ratio' gesorteerd zijn van juli 1963 tot december 2004  48Ind, die 48 industrieportefeuilles bevat die de aandelenmarkt van de V.S. vertegenwoordigen van juli 1963 tot december 2004  100Ind, die 100 industrieportefeuilles bevat die de aandelenmarkt van de V.S. vertegenwoordigen van juli 1963 tot december 2004  FTSE100, die 63 activa van de Ftse100 Market Index bevat van januari 2007 tot mei 2013  FtseMib, die 34 activa van de FtseMib Market Index bevat van januari 2007 tot mei 2013  Stoxx50, die 32 activa van de Eurostoxx50 Market Index bevat van januari 2007 tot mei 2013. De volgende vijf modellen maken onderdeel uit van onderzoek om het meest geschikte model voor portefeuillediversificatie vast te stellen:  Op Kardinaliteit Beperkte Minimale Variantie Gelijk Gewogen Portefeuilles (CCMVEW)  Op Kardinaliteit Beperkte Minimale Variantie Portefeuilles (CCMV)  Op Kardinaliteit Beperkte Minimale CVaR Portefeuilles (CCMCVaR)  Op Kardinaliteit Beperkte Minimale Semi-MAD Portefeuilles (CCMSMAD)  Gelijk Gewogen Portefeuille (EW) De gelijkgewogen Portefeuille, die normaal beschouwd wordt als de veiligste en meest geschikte manier om een portefeuille samen te stellen, wordt vergeleken met de prestaties van portefeuilles die ontwikkeld zijn met behulp van andere modellen. In-sample analyse Om de resultaten van de in-sample analyse samen te vatten: als we de mediaan van de standaardafwijking van alle modellen nemen zien we dat het Gelijk Gewogen model (EW) de hoogste mediaan van de standaardafwijking heeft van alle modellen. Daarentegen hebben de modellen met een kardinaliteitsbereik de laagste mediaan van hun standaardafwijking, wat betekent dat het Gelijk Gewogen model meer risico heeft dan de andere modellen. De volgende grafiek toont de resultaten van deze bevinding: Spreidingsonderzoek Out-of-sample resultaten We gaan nu in op de prestaties van de portefeuilles en we evalueren de out-of-sample resultaten van de portefeuilles die onder elk model geselecteerd zijn. Omdat het onpraktisch is om de resultaten voor alle datasets en kardinaliteiten te bespreken hebben we slechts twee kardinaliteiten beschreven, namelijk 5 en 10. De keuze is gebaseerd op de waarneming dat K = 5 en K = 10 over het algemeen behoren tot de optimale bereiken waarin de verschillende modellen het laagste in-sample risico voor elke dataset bereiken. Het is merkwaardig dat het Gelijk Gewogen Portfolio (EW) bijna altijd de slechtste prestatie heeft, met als enige uitzondering op de 100Ind markt, terwijl de Op Kardinaliteit Beperkte Minimale CVaR Portefeuilles (CCMCVaR) de hoogste standaardafwijking genereren. De resultaten worden getoond in de onderstaande tabel: Spreidenvanbeleggingen De laatste prestatiemaat die in onze analyse wordt meegenomen is Max. Verlies, wat het grootste out-of-sample verlies is dat door een model geleden is. Ook hierin heeft de Gelijk Gewogen portefeuille altijd de slechtste prestatie voor beide in beschouwing genomen kardinaliteiten (5 en 10), behalve op de 100Ind-markt waar de Op Kardinaliteit Beperkte Minimale CVaR Portefeuilles (CCMCVaR) het grootste verlies opleveren. Ccmv meest optimale portefeuillemodel wat betreft diversificatie Hoewel er geen enkel model duidelijk superieur is, kan het opgemerkt worden dat de Op Kardinaliteit Beperkte Minimale Variantie (CCMV) portefeuilles de beste waarden geven voor 3 van de 6 datasets voor K = 5 en voor 4 van de 6 voor K = 10, zoals weergegeven in de bovenstaande tabel. Een relatief nieuw concept over portefeuillediversificatie en een nieuw onderwerp voor vervolgonderzoek De resultaten uit de proefmonsters ontkennen het idee dat het Gelijk Gewogen (EW) model de beste methode is voor portefeuilleselectie, de Op Kardinaliteit Beperkte Minimale Variantie (CCMV) modellen geven de beste resultaten voor zo ver resultaten uit proefmonsters dit kunnen beoordelen. In het onderzoeksverslag wordt verder geconcludeerd dat in de meeste gevallen het beperken van het aantal toegestane assets in een portefeuille de prestaties van de portefeuilles die geselecteerd zijn door de modellen verbetert. De auteur noemt dit resultaat het 'kleine portefeuille-effect'. Het onderzoeksverslag wordt echter afgesloten met de kanttekening dat vervolgonderzoek nodig is om de validiteit van dit kleine portefeuille-effect vast te stellen. Terug naar Inhoud   IG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: janroozenburg@kpnplanet.nl Meedoen kan Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt en deze nieuwsbrief. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij dringend op zoek naar mensen die mee willen doen. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met het HCC Beleggen bestuur Klik Hier of met de redactie  Klik Hier Terug naar Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

4 november 2014

...

Nieuwsbrief20141001

Oktober 2014 Beleggingstips voor behoudende- en offensieve beleggers Marktmanipulatie en hoe het kan lopen Short gaan op bedrijven die de winst manipuleren Uitzettingen op buitenlandse private partijen verder toegenomen Wat rendeert beter: Goed of Goedkoop? Werken met Aex opties volgens het doorrolsysteem Wat is 'smart beta' nou eigenlijk? Europese aandelen met hoge Shillers en koers/boekwaarden Actieve leden gezocht "Goed gereedschap is het halve (beleggings) werk" Aanstaande zaterdag 4 oktober 2014 63 ste HCC Beleggen Symposium "Goed gereedschap is het halve (beleggings) werk" Wat Een van de -vele-  voorwaarden om tot goede beleggingsresultaten te komen is het kunnen beschikken over de juiste technieken, instrumenten en benaderwijze. Kortom hoe versla je de markt? Tijdens het 63ste symposium "Goed gereedschap is het halve (beleggings-) werk" zullen diverse spreker ingaan op vragen als welke ETF moet ik kiezen, hoe combineer ik beleggingsstrategieën, hoe selecteer ik het juiste aandeel, hoe bouw ik een handelssysteem, etc. Elke spreker zal vanuit zijn eigen invalshoek en ervaring het onderwerp benaderen. Daarnaast zijn er ook weer een groot aantal leveranciers aanwezig die u graag wegwijs maken in de door hun geboden diensten. Waneer 4 oktober 2014 aanvang 10.00 uur Waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4  3731 CL  De Bilt Aktiviteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van kontakt met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur en kennis maken met financiele diensten, producten en innovaties bij flink een aantal leveranciers   Locatie-info: Gezellig lunch-restaurant aanwezig. Parkeren gratis. In midden van Nederland met goede aansluiting op snelwegen. Goed bereikbaar per openbaar vervoer Programma: HCC Beleggen website:  Klik Hier Klik hier om u in te schrijven voor dit gratis Symposium. Beleggingstips voor behoudende- en offensieve beleggers Bron: Gerard Jager / AdvanceBeleggen.nl   Tips voor behoudende beleggers Bent u een behoudende belegger dan zult u hoogstwaarschijnlijk met name in obligaties beleggen. Voor obligatiebeleggers breken spannende tijden aan. Immers, de jaren dat uw obligaties in koers stegen dankzij de algemene rentedaling lijken voorbij. Bovenstaande koersgrafiek van de 14-jarige 5,5% NL staatslening laat zien dat in de zomer van 2013 even werd gedacht dat de lange rente zou gaan stijgen op grond van positieve economische verwachtingen. In dat jaar is de koers van deze lening in de periode mei-september gedaald met liefst 14 procentpunten. Hoezo…., veilige obligaties? In 2014 is de rente opnieuw gedaald dankzij het rentemechanisme van de FED en de ECB en zijn obligatiekoersen opnieuw gestegen. AdvanceBeleggen.nl Gerard Jager Advance Beleggen Gerard Jager is hoofdredacteur van AdvanceBeleggen.nl , vermogensbeheerder bij OVGBeheer.nl en goeroe bij De Telegraaf (dft.nl). Hiervoor was hij senior vermogensbeheerder bij de ING (1977-1982), resp. hoofd Beleggingsvoorlichting op het hoofdkantoor van Fortisbank (1982-2003) Ondanks het feit dat de korte rente nog steeds laag gehouden wordt door de centrale banken, is sinds begin deze maand de twijfel toegenomen bij obligatiebeleggers, getuige de recente koersdaling van onder meer bovengenoemnde lening met 4 %punt. Oorzaak is het vrij krachtige economische herstel in de VS. Beleggers vrezen dat de korte- en lange rente in de VS eerder zal stijgen dan tot nu toe toe voorspeld. Een rentestijging  op de Amerikaanse kapitaalmarkt kan een meezuigend effect hebben op Europese obligaties, hoewel de ECB er alles aan doet om in Europa de rente voorlopig laag te houden. Onduidelijk is nog welk krachtenspel het gaat winnen. Hoe dan ook, de onzekerheid voor obligatiebeleggers is toegenomen. Ten tijde van de algemene rentestijging in 2013 werd door ons uitsluitend belegd in obligaties en obligatieproducten met een meer dan gemiddeld rendement.  Toen is er geredeneerd dat obligaties met een extreem laag rendement (staatsleningen en eerste klas bedrijfsobligaties) als eerste de klappen zouden krijgen bij een algemene rentestijging. Is ook gebeurd. De door ons geselecteerde obligaties zijn tegen de algemene trend in zelfs in koers gestegen. De situatie van 2013 lijkt zich sinds begin september j.l. te herhalen. Koersen van staatsleningen en eerste klas bedrijfsobligaties circa 4%punt omlaag. De door ons geselecteerde obligaties laten tot nu toe per saldo nauwelijks een koersdaling zien. Enige zijn zelfs licht in koers gestegen. Wilt u weten welke obligaties wij op dit moment in portefeuille hebben?  Hierbij een greep uit onze selectie:  5,5% RBS 2004 / Perpetuals; couponrendement 5,7%  7,125% preferente aandelen Aareal Bank; “coupon”rendement 7%  6% Adler Real Estate 2014-2019; effectief rendement 5,75%  6,5% certificaten RABO; couponrendement 6%  Aberdeen Global Frontier Markets Bond (obligatiebeleggingsfonds); rendement 15%  Aandelen Eurocommercial Properties; dividendrendement 6% * *Vastgoedfondsen met grote moderne winkelcentra in portefeuille worden door ons beschouwd als een mix tussen aandelen en obligaties. Begin november noteert dit fund ex jaardividend. Tips voor offensieve beleggers Genereer een meer dan gemiddeld rendement met een belegging in volatiliteit Volatiliteit is niet alleen een goede graadmeter om  de beursstemming te bepalen.  Offensieve beleggers kunnen er ook hun voordeel mee doen. In tijden zonder spanningen op de beurzen is de koersbeweeglijkheid gering. Doorgaans de beste voedingsbodem voor rustig stijgende beurskoersen. Toenemende onzekerheid leidt tot nerveus gedrag van aandelenbeleggers. Dus grotere koersuitslagen, lees: hogere volatiliteit. Hoge en lage volatiliteit wisselen elkaar af in de loop van het jaar. Beleggers in volatiliteit trachten hier op in te spelen. Zij kopen futures in volatiliteit in tijden dat deze laatste laag is en pakken de winst op het moment dat de volatiliteit flink gestegen is. Dat is overigens eenvoudiger gezegd dan gedaan. De waarde van volatiliteit futures long blijkt in de praktijk snel te verdampen, waardoor deze aanpak uitsluitend winstgevend is, indien vrijwel direct  na aankoop markten onrustig worden. Om dit te illustreren onderstaande grafiek voor u er bij gepakt en wel van de iPath S&P 500 VIX Short Term Futures Stock . (Symbol: VXX). Een tracker die in kortlopende volatiliteit futures belegt. Valt het ook u op dat de volatiliteit in de afgelopen 12 maanden praktisch gelijk gebleven is, maar dat de koers van deze tracker in dezelfde periode fors is gedaald? En wel van ca. 60 dollar naar 33 dollar! En het wordt nog veel erger. Ook in de jaren daarvoor is de koers enorm omlaag gekomen. Dat de koers niet tot nul is gedaald komt omdat de aanbieder van deze tracker op gezette tijden een reverse split (omgekeerde aandelensplitsing) doorvoert, waardoor de koers optisch weer hoger staat. Bovendien zijn er nog steeds beleggers die dit product kopen, waardoor de beheerder van deze tracker rustig kan blijven doorgaan met het kopen van futures in volatiliteit. Wilt u op de langere termijn geld verdienen hiermee, dan zou u eigenlijk vrijwel permanent short moeten gaan in deze tracker. Dat kan. Bijvoorbeeld door midel van geschreven callopties of gekochte puts op deze tracker. Verhandeling op Wallstreet. Misschien minder sexy en minder speculatief,maar veel  eenvoudiger is het door te beleggen in een tracker die permanent short gaat in volatiliteit futures. Onderstaande grafiek toont  een voorbeeld hiervan. Naam: VelocityShares Daily Inverse VIX Short-Term ETN . Symbol: XIV. Huidige koers $ 37,60 . ISINcode: US22542D7957. Alleen al in de laatste 12 maanden is de koers van deze tracker met 45% gestegen in dollars. Bedenk daarbij dat de waardeschommelingen van deze tracker op dagbasis groter zijn dan van een doorsnee aandelenbelegging. Wat ook best interessant is om te weten, is dat gemiddeld de volatiliteit in de periode november t/m januari een daling laat zien. Zie grafiek hieronder. Niet onlogisch. Deze beursperiode is meestal de beste van het jaar. Of dat deze keer weer gaat gebeuren moeten wij natuurlijk afwachten. Wilt u meer weten? Bezoek onze stand tijdens het HCC Beleggerssymposium op 4 oktober a.s. Voor disclaimer zie AdvanceBeleggen.nl Terug naar Inhoud advertentie Terug naar Inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Marktmanipulatie en hoe het kan lopen Redactie De heer Ultee bezat een groot aantal participaties in het destijds aan Euronext genoteerde beleggingsfonds Sabon FunDing, zowel privé als via een vennootschap waarvan hij enig aandeelhouder was. Vanaf begin 2012 is de heer Ultee met verschillende hem bekende partijen gaan handelen in de participaties, waarbij de stukken feitelijk echter steeds onder de controle van de heer Ultee bleven. Door de transacties wekte de heer Ultee de indruk dat er handel was in het fonds, terwijl er economisch gezien niets wijzigde en bovendien leidden de transacties tot een kunstmatig hoog koersniveau. Dit levert marktmanipulatie op zie figuur 1. In de periode van 10 tot en met 29 februari 2012 is de koers van de participaties Sabon gestegen van nog geen €60.000 tot ruim €111.000 (stijging van ruim 85%). Deze koersstijging werd voornamelijk veroorzaakt door transacties waarbij de heer Ultee partij was. In april 2012, na de naamswijziging van het fonds in Brand FunDing, heeft de heer Ultee zich nogmaals schuldig gemaakt aan marktmanipulatie. Hij verspreidde via persberichten informatie dat hij participaties zou verkopen ter financiering van winkelketens die Brand FunDing zou overnemen, maar de daarop volgende dagen trad hij juist op als grote koper van participaties Brand FunDing. Gezien het historisch volume van transacties is het zeer onwaarschijnlijk dat Ultee omstreeks het moment dat hij weer over de participaties moest komen te beschikken (naar eigen zeggen rondom 16 februari 2012) zonder overleg met partijen die veel participaties Sabon bezaten, in enkele dagen het aantal stukken uit de markt kon halen dat uit de grafiek blijkt (de donker gekleurde delen). Hoogte van de boetes De heer B.C. Ultee te Alphen-Chaam, heeft op verschillende manieren de koers van participaties in een beleggingsfonds heeft gemanipuleerd. Daarmee heeft hij artikel 5:58, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) overtreden. Voor deze overtredingen geldt een basisbedrag van €2 miljoen. Bij beide boetes heeft de AFM dit bedrag verhoogd met 25 procent op grond van de ernst van de overtreding en met 25 procent op grond van een hoge mate van verwijtbaarheid. Bij het vaststellen van de hoogte van de boete houdt de AFM ook rekening met de draagkracht van de overtreder. In dit verband kan de AFM niet voorbij gaan aan het feit dat de heer Ultee inmiddels in staat van faillissement verkeert en zeer omvangrijke schulden heeft. Dit is voor de AFM reden om de boetes bij gebrek aan draagkracht te verlagen tot €5.000 per boete. Ref: Bron: artikel AFM,  Het volledige besluit waarin een excerpt van de manipulatie als PDF  Terug naar Inhoud Short gaan op bedrijven die de winst manipuleren Bron: Ruerd Heeg Ruerd Heeg Auteur, natuurkundige en gepromoveerd wiskundig ingenieur. Ruerd Heeg is waardebelegger. Auteur "Aandelen selecteren als waardebelegger" (ISBN 978-90-9027417-1) over basisbeginselen van het waardebeleggen. Daarnaast komt er binnenkort een tweede boek uit: "Beleggen in bull- en bearmarkten". (ISBN 978-90-822460-0-1) In dit boek onderzoekt hij wat de allerbeste beleggingen zijn in de huidige hooggewaardeerde aandelenmarkt. In verband daarmee gaat hij in dit boek uitgebreid in op short gaan. Wat vaak een hoog rendement oplevert is short gaan op bedrijven die de omzet en winst manipuleren. In Nederland hebben we dit in 2012 en 2013 bij Imtech gezien. Ook elders komt dit voor, bijvoorbeeld in de VS. Het Amerikaanse bedrijf ITT Educational Services (ESI) bezit een aantal privé-universiteiten. Je moet daarbij niet denken aan dure universiteiten voor de elite maar meer aan slecht aangeschreven onderwijsinstellingen. Amerikanen die hier lessen volgen komen niet in aanmerking voor een plaats op een gesubsidieerde universiteit omdat ze niet aan de toelatingseisen kunnen voldoen. Nu lenen vrijwel alle Amerikaanse studenten om het collegegeld te kunnen betalen. Na hun opleiding krijgen ze meestal een goede baan en kunnen ze hun studieschulden terugbetalen. Zo ook de studenten van ITT, in theorie dan. In de praktijk staan studenten van dit soort universiteiten zo slecht bekend dat ze maar heel moeizaam aan de bak komen. Deze studenten kunnen hun studieschulden daarom vaak niet terugbetalen. Het was dan ook vreemd dat ITT de studieschulden van de studenten garandeerde. Nog vreemder was dat ITT deze leningen tegelijkertijd buiten de balans hield. Hiervoor waarschuwde ik in mijn vorige boek. Het is altijd een zeer slecht teken als een bedrijf zijn klanten van leningen voorziet om de diensten en producten van datzelfde bedrijf te kunnen afnemen. Ik had dus verwacht dat dit aandeel zou dalen. Toen ik begin 2013 voor het eerste de situatie rond ITT bekeek was de koers 13 dollar.  Vervolgens steeg de koers tot 45 dollar begin 2014. Vanwege deze enorme koersstijging begon ik te twijfelen. Misschien waren de verhalen over de kwaliteit van het onderwijs en de studenten sterk overdreven en hadden veel studenten toch goede banen gekregen. Onlangs is de Amerikaanse beurswaakhond, de SEC, een onderzoek begonnen. Daardoor is de koers gedaald tot onder de 5 dollar. Tenminste één hedgefondsmanager denkt dat het aandeel niets waard is: hij verwacht een koers van 0 dollar. Wat we hiervan kunnen leren is dat je als shortseller je het beste kunt beperken tot kleine posities. Een andere tip is je risico’s te beperken door bij winstmanipulatie of fraude pas in te stappen nadat de autoriteiten hebben ingegrepen. Hierdoor mis je soms een grote koersdaling maar de koersdaling daarna is gemiddeld wel veel zekerder. Zie inkijkexemplaren op www.aandelenselecteren.nl Ruerd Heeg bespreekt verder o.a. verschillende overgewaardeerde aandelen die mogelijk een shortpositie waard zijn op het 63ste HCC Beleggen Symposium op 4 oktober in De Bilt Terug naar Inhoud Uitzettingen op buitenlandse private partijen verder toegenomen Bron: DNB De buitenlandse uitzettingen van de Nederlandse financiële sector namen in het tweede kwartaal van 2014 met ruim EUR 60 miljard toe, vooral als gevolg van positieve koersontwikkelingen. De toename deed zich voornamelijk voor bij Nederlandse banken en pensioenfondsen. In het tweede kwartaal van 2014 zijn de buitenlandse uitzettingen van de Nederlandse financiële sector met ruim EUR 60 miljard, oftewel met 3,3 procent, toegenomen tot EUR 1.913 miljard, mede als gevolg van positieve ontwikkelingen van aandelenkoersen en dalende rentes op staatsobligaties binnen het eurogebied. De wereldwijde MSCI World aandelenkoersindex nam in 2014 K2 met 3,7 procent toe, de Amerikaanse S&P 500 steeg 4,7 procent en de EURO STOXX 50 2,1 procent. Daarentegen daalden de rendementen van 10-jaars staatsleningen op het eurogebied van gemiddeld 2,89 procent  in maart 2014 naar 2,28 procent in juni 2014. Dit betekent een stijging van de obligatieprijzen en dus een koerswinst voor instellingen die deze activa bezitten.   De buitenlandse uitzettingen van Nederlandse banken stegen met EUR 18 miljard, dit is gelijk aan 1,8 procent. Dit kwam vooral door een stijging van de posities van banken vis-à-vis landen in het eurogebied en de Verenigde Staten (respectievelijk EUR 11 miljard en EUR 6 miljard), terwijl een daling plaatsvond van de uitzettingen op het Verenigd Koninkrijk (-EUR 9 miljard). De pensioenfondsen zagen in nog sterkere mate hun buitenlandse uitzettingen toenemen (+EUR 39,5 miljard, +5,7 procent). Net als bij de banken, was deze toename geconcentreerd in landen in het eurogebied (+EUR 10,4 miljard) en de VS (+EUR 14 miljard). Bij verzekeraars bedroeg de stijging EUR 3 miljard (+1,7 procent), waarvan EUR 2 miljard bij internationale uitzettingen op het eurogebied. Voor de Nederlandse financiële sector als geheel geldt dat de buitenlandse uitzettingen op het eurogebied sterk toenamen (+EUR 24 miljard, +2,8 procent). Nederlandse banken en pensioenfondsen vergrootten in het tweede kwartaal van 2014 hun uitzettingen op Duitsland met respectievelijk EUR 3,5 miljard en EUR 5 miljard. Het beeld ten aanzien van uitzettingen op perifere landen van het eurogebied is voor de gehele Nederlandse financiële sector gemengd: exposures vis-á-vis Italië (+EUR 3,6 miljard, +6,9 procent) en Portugal (+EUR 600 miljoen, +13,3 procent) namen toe, terwijl die op Spanje afnamen (-EUR 1 miljard, -1,5 procent). Buiten het eurogebied stegen de uitzettingen op de Verenigde Staten (+EUR 20 miljard, +6,4 procent), wederom bij banken (+EUR 6 miljard) en pensioenfondsen (+EUR 14 miljard), mogelijk als gevolg van het positieve marktsentiment rond de Amerikaanse economie dat gepaard ging met een appreciatie van de US dollar ten opzichte van de euro. De uitzettingen op de VS betroffen vooral aankopen van Amerikaanse aandelen. Een ander beeld doet zich voor bij het Verenigd Koninkrijk, waarop de financiële sector eind juni 2014 EUR 7,4 miljard, oftewel 4,4 procent, minder uitzettingen had. Met name de Nederlandse banken verlaagden per saldo hun exposure vis-à-vis de Britse overheid (inclusief de Bank of England) (-EUR 5,2 miljard) en de private sector (-EUR 4,6 miljard). Gegroepeerd naar sector van de tegenpartij zijn de buitenlandse uitzettingen op de private sector gestegen met EUR 35 miljard. Deze toename vond voornamelijk plaats op de VS (+EUR 19 miljard), grotendeels in de vorm van aandelen. Ondanks het trager dan verwachte economische herstel van het eurogebied, was er veel belangstelling voor Europese aandelen op financiële markten. Hoewel Europese aandelenkoersen in het algemeen in het tweede kwartaal van 2014 zijn gestegen, had de Nederlandse financiële sector binnen het eurogebied vooral belangstelling voor staatsobligaties. Daardoor namen de uitzettingen op de sector overheid met bijna EUR 19 miljard toe, waarvan EUR 15 miljard op het eurogebied. De posities in staatsobligaties namen in het tweede kwartaal van 2014 toe op zowel kernlanden als perifere landen in het eurogebied: Duitsland (+ EUR 5,8 miljard, +3,9 procent), Oostenrijk (+EUR 1,5 miljard, +5,4 procent),  Italië (+EUR 1,9 miljard, +7,5 procent) en Spanje (+EUR 1 miljard, +7,8 procent). Tot slot stegen de uitzettingen op de sector buitenlandse banken met EUR 6,7 miljard. Deze stijging is grotendeels toe te schrijven aan hogere posities van pensioenfondsen op banken binnen het eurogebied (+ EUR 5 miljard). Downloads: Uitzettingen van de Nederlandse financiële sector op geselecteerde landen_2014K2 (XLS, 68.0 kB)  Terug naar Inhoud Wat rendeert beter: goed of goedkoop??  Bron: Hendrik Oude Nijhuis Gespreid beleggen in goede bedrijven waarvan de aandelen aantrekkelijk gewaardeerd zijn is een formule voor succes. Maar wat rendeert nu beter: beleggen in de beste bedrijven of juist in de goedkoopste? De Amerikaanse onderzoekers Mike Seckler en John Alberg zochten het uit... Wat is goed? En wat is goedkoop? Hendrik Oude Nijhuis Auteur, oud Duitenberger en oprichter van www.warrenbuffet.nl  Via deze website is het boek “Leer beleggen als Warren Buffett” gratis te downloaden. Hendrik heeft Management, Economics & Law aan de Universiteit Twente gestudeerd en is auteur van de Nederlandstalige bestseller over Warren Buffett:   "Leer beleggen als Warren Buffett - zijn beleggingsstrategie in theorie & praktijk". Van dit boek is inmiddels een derde druk (2014) uitgebracht en is tevens een audio-editie beschikbaar. ( ISBN 9789078217190 en 9078217197) Een bedrijf dat relatief veel winst maakt afgezet tegen het kapitaal dat in het bedrijf zelf geïnvesteerd is kan, vanuit aandeelhoudersperspectief, worden aangemerkt als 'goed'. Het gaat hierbij om de zogeten ROIC: Return on Invested Capital.   Het rendement op het geïnvesteerde vermogen (ROIC) laat zien hoeveel rendement een bedrijf realiseert op het kapitaal dat in het bedrijf zelf geïnvesteerd is. En uiteraard geldt: hoe hoger dat rendement, hoe beter.   Een bedrijf dat een relatief lage beurswaarde heeft afgezet tegen de winst die behaald wordt geldt als 'goedkoop'. Hierbij gaat het om de zogeheten Earnings Yield (EY).   De Earnings Yield kunt u wel vergelijken met de winst/koers-verhouding (het omgekeerde van de bekende koers/winst-verhouding). De Earnings Yield is echter een betere vergelijkingsmaatstaf omdat hierbij ook gecorrigeerd wordt voor eventuele schulden en cash. De voorkeur gaat uit naar aandelen met een hoge Earnings Yield: u betaalt dan weinig voor de winst die het bedrijf maakt.    Onderzoek Seckler en Alberg onderzochten welke combinatie van EY en ROIC het hoogste rendement oplevert. Hierbij werd gekeken naar de periode tussen 1973 en 2012 en werden de circa 1.500 bedrijven met de hoogste beurswaarden in ogenschouw genomen.   Joel Greenblatt, in zijn bestseller 'The Little Book That Beats The Market', toonde jaren geleden al aan dat het gespreid beleggen in goede bedrijven waarvan de aandelen aantrekkelijk gewaardeerd zijn opvallend goede rendementen oplevert. In Greenblatt's bestseller werd aan beide factoren (EY en ROIC) een gelijk gewicht gegeven: beide een weging van 50%.   Maar, zo vroegen Seckler en Alberg zich af, zou een andere weging misschien niet nog betere resultaten opleveren? Seckler en Alberg construeerden hiervoor elf portefeuillevarianten. Aan de ene kant van het spectrum een portefeuille waarbij enkel naar de factor ROIC gekeken werd (0% EY / 100% ROIC), vervolgens 10% / 90%, 20% / 80% om uiteindelijk uit te komen bij 100% EY / 0% ROIC.   Resultaten EY (gewicht) / ROIC (gewicht) en [gemiddeld jaarrendement] 0% / 100% [13,9%] 10% / 90% [14,3%] 20% / 80% [15,0%] 30% / 70% [16,7%] 40% / 60% [16,6%] 50% / 50% [16,8%] 60% / 40% [17,3%] 70% / 30% [17,5%] 80% / 20% [18,0%] 90% / 10% [18,3%] 100% / 0% [18,6%] De resultaten van het onderzoek treft u hiernaast aan. Ter vergelijking alvast: de S&P 500-index leverdetussen 1973 en 2012 een gemiddeld jaarrendement op van 9,8%.   Het gespreid beleggen in 'goede bedrijven' (aandelen uitsluitend op de hoogte van de ROIC geselecteerd [0% EY / 100% ROIC]) levert al een rendement op dat gemiddeld duidelijk boven dat van het beursgemiddelde uitkomt. Naarmate echter het belang van de factor 'waardering' (EY) toeneemt neemt ook het gemiddelde rendement verder toe.   Selecties waarbij geselecteerd is op een gelijk gewicht op beide factoren (50% EY / 50% ROIC; dit zijn de Greenblatt-selecties!) renderen met jaarlijks rendement van gemiddeld 16,8% al duidelijk beter dan wanneer enkel op de hoogte van ROIC geselecteerd wordt. Maar opvallend is vervolgens dat hoe meer gewicht de factor waardering (EY) krijgt, hoe hoger het rendement blijkt uit te vallen...    Terug naar Inhoud Werken met Aex opties volgens het doorrolsysteem Bron: Hans Bannink Doorrollen is een ingenomen positie sluiten en vervolgens een nieuwe positie openen. Hieronder een voorbeeld hoe het werken met AEX opties volgens het doorrolsysteem uitpakt: Op 3 september 2013 staat de AEX op 368 punten. We schrijven 5 call spreads en 5 put spreads: Oktober Cal spread 370-375  voor €2,40(schrijf call 370 en koop call 375) Oktober put spread 370-365 voor €2,--(schrijf put 370 en koop put 365) Totaal: €4,40 Dat doen we 5 keer. Totale opbrengst is €2200,-- Op 10  september staat de AEX op 376 punten. De koers staat boven de gekochte call van 375 punten. De call spread wordt terug gekocht voor €3,30 Totaal is dit €1650,-- Op de call spread is nu een verlies van €0,90. In totaal is dit €450,-- We schrijven een hogere call spread: Call spread oktober 375-380 voor €2,65 Dat doen we 7 keer. Totale opbrengst: €1855,-- Hans Bannink Belegt al vanaf 1994 in opties. In het verleden was het nog teveel uitproberen.  Nu werk ik met een duidelijke voor mezelf hanteerbare visie en strategie.  Ik zorg dat ik steeds van tevoren weet wanneer ik wat moet doen Een initiatief van Hans en Erik Bannink, die als particuliere beleggers meer dan 15 jaar actief beleggen op de beurs. Op 19 september staat de AEX nog hoger: 384 punten De koers staat weer boven de gekochte call van 380. De call spread wordt terug gekocht voor €3,65 Totaal is dit: €2555,-- Op de call spread is dit een verlies van €1,-- In totaal is dit €700,-- We schrijven weer een nieuwe en hogere call spread: Call spread oktober 380-385 voor €2,95 Dat doen we 8 keer. Totale opbrengst €2360,-- Tevens sluiten we de put spread voor €0,60 cent. Deze heeft al veel winst binnen. Op 26 september staat de AEX op 378. De call spread doet dan €1,70 Totale waarde is nog €1360 euro Bij elkaar opgeteld komt het volgende op de rekening: We hebben via het doorrollen 2 keer in de min gestaan: 10 sept. €450,-- 19 sept. €700,-- Totaal: €1150, De laatste call spread is op winst gesloten: 26 september: €1000,-- Tevens is de put spread op 19 september met winst gesloten: €700,-- Eindresultaat: Totale winst:         €1700,-- Totale verlies:       €1150,-- Positief resultaat: €550,-- Voordelen van dit systeem: 1. Er blijven altijd mogelijkheden over om door te rollen. Dit kan zowel in tijd als in hogere koers. 2. Door te werken met hogere aantallen kunnen verliezen steeds worden opgevangen. Nadelen van dit systeem: 1. Het kan lang duren (2/3 maand) voordat de winst na meerdere doorrolmomenten, binnen gehaald kan worden. 2. Je moet er tegen kunnen dat posities een tijd op verlies staan. Terug naar Inhoud Wat is 'smart beta' nou eigenlijk? Bron: Morningstar, Maarten van der Pas    Beta Een maatstaf voor de volatiliteit, of systematisch risico, van een effect of een portefeuille in vergelijking met de totale markt. De beta van de markt is per definitie 1.00. Een beta boven de 1 is meer volatiel dan de totale markt, terwijl een beta lager dan 1 is minder volatiel dan de totale markt. Een beta van 1.10 betekent dat een portefeuille, aandeel of fonds het gemiddeld 10% beter doet dan de markt als de markt opwaarts beweegt, en gemiddeld 10% slechter scoort als de markt daalt. Veronderstelling hierbij is dat alle andere factoren gelijk blijven. Als de beta van een fonds 0.85 is, betekent dit dat een fonds tijdens een marktstijging het gemiddeld 15% minder goed doet dan het marktgemiddelde, en gemiddeld 15% beter scoort dan het marktgemiddelde bij een koersdaling Beta wordt gebruikt in het Capital Asset Pricing Model (CAPM), een model dat het verwachte rendement van een activum gebaseerd op de bèta-en verwachte rendementen . Een oude wijsheid bij een nieuw fenomeen: als een belegger niet begrijpt hoe een smart beta beleggingsfonds werkt dan is het slimmer om er vandaan te blijven. Het eerste artikel in een driedelige serie waarin de trend 'smart beta' wordt onderzocht. Beleggers ontkomen niet aan beleggingsfondsen die zich ‘smart beta’ noemen of het etiket ‘scientific beta’ of ‘alternative indexing’of ‘factor based indexing’of ‘advanced beta’ dragen. Allemaal indrukwekkende en catchy namen voor –kennelijk- het hetzelfde fenomeen. Maar wat houdt dit fenomeen nou precies in? De naam suggereert dat er slim wordt omgegaan met volatiliteit of risico en in het verlengde daarvan: een beter rendement te boeken. ‘Bèta’ is een maatstaf voor de volatiliteit of het systematisch risico van een effect of een beleggingsportefeuille in vergelijking met de totale markt. De bèta van de markt is per definitie 1. Met een bèta hoger dan 1 is een beleggingsfonds meer volatiel dan de totale markt, terwijl een bèta lager dan 1 staat voor minder volatiel dan de totale markt (zie hiernaast een  uitgebreidere uitleg van ‘bèta’). ‘Bèta’ bestaat al langer en nu is daar kennelijk een intelligente manier om mee om te gaan. Het is overigens geen schande als een particuliere belegger niet exact weet wat ‘smart beta’ betekent. Uit onderzoek begin dit jaar door Russel Investments bleek, dat zelfs professionele beleggers het niet eens zijn over wat ‘smart beta’ is. Gevraagd naar een definitie gaven ze verschillende antwoorden. Klik hier om verder te lezen Terug naar Inhoud   IG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: janroozenburg@kpnplanet.nl Europese aandelen met hoge Shillers en koers/boekwaarden Bron: Ronald Kok,  Analist.nl September 30, 2014 Kijkende naar de groep van in euro’s verhandelde aandelen met Shiller PE’s van meer dan 25 en relatief lage verhoudingen tot hun boekwaarden dan zien we in deze groep (logischerwijs) forse koersrendementen. De onderstaande tabel toont de rendementen over de afgelopen 12 maanden. Hier zien we diverse uitschieters met vooral Manz, Continental en Arseus die zeer fors aan koerswinst wonnen over de afgelopen 12 maanden. Van de in Europa verhandelde aandelen met de Shiller PE’s van meer dan 25 is de gelijkgewogen gemiddelde Shiller PE een forse 90,9. Dit wordt mede verklaard door de extreme uitbijters van o.a. Manz, Symrise en Morphosys. Europese aandelen met hoogste Shiller PE en hoge boek/koers Gemiddeld wordt de groep op gemiddeld 6 maal haar boekwaarde verhandeld (koers/boekw. in de tabel). Ook in deze kolom zien we wederom diverse uitbijters zoals de waarden van wederom Manz en United Internet. Net als in een eerdere publicatie van ons zien we de hogere rendementen juist ook bij de grotere aandelen. De groep zoals in de tabel hier boven (die een gedeelte van dit spectrum toont) heeft een gemiddelde marktkapitalisatie van 15,26 miljard euro. Het zijn dus vooral midcaps die in deze groep domineren. Historisch gezien zouden we hier vooral de micro- en smallcaps moeten zien omdat die zowel qua rendement als qua risico vaak er boven uit springen. Terug naar Inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. Terug naar Inhoud Actieve leden gezocht Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt en deze nieuwsbrief. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij dringend op zoek naar mensen die mee willen doen. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met het HCC Beleggen bestuur Klik Hier of met de redactie  Klik Hier Terug naar Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

1 oktober 2014

...

Nieuwsbrief20140915 Symp63-1

63ste HCC Beleggen Symposiumbrief 1 Inleiding Sprekers Standhouders Aanmelden en Routebeschrijving Programma "Goed gereedschap is het halve (beleggings) werk" 63ste HCC Beleggen Symposium Programma 63ste HCC Beleggen Symposium op 4 oktober 2014 "Goed gereedschap is het halve (beleggings) werk" Een van de -vele-  voorwaarden om tot goede beleggingsresultaten te komen is het kunnen beschikken over de juiste technieken, instrumenten en benaderwijze. Kortom welke ingredienten heb je nodig om de markt te kunnen verslaan? Tijdens het 63ste symposium "Goed gereedschap is het halve (beleggings-) werk" zullen diverse spreker ingaan op vragen als welke ETF moet ik kiezen, hoe je verschillende type assets combineert, hoe combineer je beleggingsstrategieën, hoe selecteer je het juiste aandeel, etc. Elke spreker zal vanuit zijn eigen invalshoek en ervaring het onderwerp benaderen. Daarnaast zijn er ook weer een groot aantal leveranciers aanwezig die u graag wegwijs maken in de door hun geboden diensten. Het symposium biedt een ideale moment om contact te leggen met medebeleggers of oude contacten aan te halen.  tijd  Colenberghzaal 2  Statenkamer 10.00 tot 10.45 uur Jan Roozenburg Optimale correlatie, leverage en herbalancering bepalen voor een set handelssystemen. Jack van Oosterbosch (De Veste) Goed gereedschap huur je in. 10.45 tot 11.05 uur pauze pauze 11.05 tot 11.50 uur Niels Faassen  (Morningstar) Beleggen in ETF’s Hendrik Oude Nijhuis  (Kingfisher Capital) Value-beleggen in theorie & praktijk 11.50 tot 12.10 uur pauze pauze 12.10 tot 12.55 uur Julius de Kempenaer    (RRG) Relative Rotation Graphs(TM) a new way to visualize relative strength Ruerd Heeg  Short gaan 12.55 tot 13.30 uur pauze pauze 13.30 tot 14.15 uur Wouter J. Keller Kwantitatieve tactische asset allocatie. Karel Mercx   (Lynx) De tien belangrijkste dingen die ik in de afgelopen 15 jaar heb geleerd over beleggen 14.15 tot 14.35 uur pauze pauze 14.35 tot 15.20 uur Douwe Westervaarder & Martin Hendriks (U$ Option Trader) Winstgevend Optiebeleggen in 10 Eenvoudige Stappen Terug naar Inhoud Programma 63ste HCC Beleggen Symposium op 4 oktober 2014 "Goed gereedschap is het halve (beleggings) werk" Sprekers Jan Roozenburg: Optimale correlatie, leverage en herbalancering bepalen voor een set handelssystemen. Niels Faassen: Beleggen in ETF’s Julius de Kempenaer:  Relative Rotation Graphs(TM) a new way to visualize relative strength Wouter J. Keller: Kwantitatieve tactische asset allocatie. Douwe Westervaarder &  Martin Hendriks: Winstgevend Optiebeleggen in 10 Eenvoudige Stappen Jack van Oosterbosch: Goed gereedschap huur je in. Hendrik Oude Nijhuis: Value-beleggen in theorie &  praktijk Ruerd Heeg: Short gaan Karel Mercx: De tien belangrijkste dingen die ik in de afgelopen 15 jaar heb geleerd over beleggen Terug naar Inhoud Jan Roozenburg 10.00 tot 10.45 uur - Colenberghzaal 2 Optimale correlatie, leverage en herbalancering bepalen voor een set handelssystemen. Korte beschrijving voordracht: Als eenmaal een betrouwbare set handelssystemen ontwikkeld is komen de volgende vragen op:  Hoe wordt een optimale combinatie van de beschikbare systemen samengesteld? Met andere woorden:  welke systemen doen mee en zo ja met welke inzet? Hoe wordt het risico van de combinatie in de hand gehouden? Is herbalancering voordelig en zo ja hoe frequent? In zijn voordracht  presenteert Jan Roozenburg een praktische werkwijze die deze belangrijke  vragen beantwoorden. Voorts worden de praktijkresultaten van de laatste jaren besproken. Persoonlijke informatie: Jan Roozenburg, van huis uit chemisch ingenieur, handelt sinds 2006 met zelf ontwikkelde, geautomatiseerde handelssystemen. Het track record is uitstekend en zijn strategie wordt toegepast op privé accounts van derden bij Interactive Brokers. Terug naar Inhoud Niels Faassen 11.05 tot 11.50 uur - Colenberghzaal 2 Beleggen in ETF’s Niels Faassen, fondsanalist bij Morningstar, zal u tijdens deze presentatie wegwijs maken in het ETF-landschap. Niels is werkzaam bij Morningstar als fondsanalist en houdt zich bezig met kwalitatieve analyse van met name obligatie- en mixfondsen. Hiervoor heeft hij bij diverse banken en vermogensbeheerders gewerkt. Niels zal ingaan op de voor- en nadelen van indexbeleggen en de verschillen tussen ETF’s en beleggingsfondsen. Tenslotte bespreekt hij een aantal aspecten waar u als belegger op moet letten bij het selecteren van ETF’s. Morningstar, Inc. is een toonaangevende leverancier van onafhankelijk beleggingsonderzoek. Onze missie bestaat erin goede producten te creëren die beleggers helpen hun financiële doelstellingen te verwezenlijken. Wij bieden een uitgebreide waaier van internetproducten, software en producten in drukvorm voor particuliere beleggers, financieel adviseurs en institutionele cliënten over de hele wereld. De website www.morningstar.nl biedt toegang tot en objectieve informatie over fondsen die beschikbaar zijn voor verkoop aan particuliere beleggers in Nederland. Ook biedt de site onafhankelijke redactionele informatie van analisten en journalisten van Morningstar in Amsterdam en over de hele wereld. Terug naar Inhoud Juus de Kempenaer 12.10 tot 12.55 uur - Colenberghzaal 2 Relative Rotation Graphs(TM) a new way to visualize relative strength Juus de Kempenaer zal in zijn presentatie ingaan op de achtergronden en het traject wat hij heeft doorlopen bij het ontwikkelen van Relative Rotation Graphs (RRG). Uiteraard zal ook worden ingegaan op de werking van deze nieuwe grafiekvorm en hoe deze door beleggers gebruikt kan worden in de dagelijkse praktijk. Juus de Kempenaer voltooide zijn bedrijfseconomische opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda in 1986 en diende daarna in de Koninklijke Luchtmacht  tot en met de rang van kapitein, In 1990 verliet hij de KLu om in dienst te treden als portefeuillemanager aandelen bij Equiy & Law (inmiddels overgenomen door AXA verzekeringen). In 1992 maakte hij de stap naar IRIS/Robeco als technisch analist tot 1997 toen de RABObank Robeco overnam. Die overname bracht hem naar de dealingroom van RABO International in Utrecht waar hij hoofd werd van een team met vier technisch analisten. Van 2001 tot 2007 vervulde hij een vergelijkbare rol op de handelsvloer van zakenbank Kempen & Co. in Amsterdam. In 2007 keerde hij terug naar de "buy-side" (de beleggerskant) als fund manager en director quantitative strategies bij Taler Asset Management Ltd. Inmiddels vergen de exploitatie en de research actviteiten rond RRG zoveel tijd dat Juus zich, samen met zijn engelse zakenpartner Trevor Neil, full-time bezighoudt met RRG research.   Juus de Kempenaer is de oprichter/eigenaar van RRG Research. Deze onderneming bezit het intellectueel eigendom, de auteursrechten en de geregistreerde handelsmerken mbt Relative Rotation Graphs en exploiteert deze via licentieovereenkomsten met technolgie partners zoals Bloomberg, Thomson Reuters, Market Analyst en StockCharts.com. Daarnaast levert RRG Research gespecialiseerde research, op basis van relatieve sterkte analyses, aan institutionele beleggers wereldwijd. Terug naar Inhoud Wouter J. Keller 13.30 tot 14.15 uur - Colenberghzaal 2 Kwantitatieve tactische asset allocatie. Wouter Keller, ondernemer, emeritus hoogleraar en investeerder, bespreekt verschillende tactische beleggingsmodellen. Hij is na een lange carriere bij het CBS en de VU nog een eigen ICT bedrijf gestart. Hierbij is enig vermogen opgebouwd. Ontevreden over de beleggingsresulaten van de grootbanken heeft Wouter eigen beleggingsmodellen ontwikkeld, mn. op basis van momentum.  Momentum is het voorspellen van de returns op basis van trends uit het verleden. Het QTAA fund van QTR Invest is gebaseerd op het eerste model (FAA) van Wouter. Hierbij spelen naast returns ook de volatility en de correlatie een belangrijke rol. Zijn nieuwere "Smart Beta" modellen zijn een tactische variant op de Modern Portfolio Theory van Markowitz. In de presentatie zal Wouter de modellen kort toelichten en illustreren dmv. uitgebreide backtests met oa. index funds vanaf 1996 en eerder. Hij heeft over de modellen verschillende papers gepubliceerd  (zie papers.ssrn.com/sol3/cf_dev/AbsByAuth.cfm?per_id=1935527). Zijn FAA paper staat in de SSRN Top10 van de meest gedownloade papers op het gebied van portfolio analyse.   Terug naar Inhoud Martin Hendriks en Douwe Westervaarder 14.35 tot 15.20 uur - Colenberghzaal 2 Winstgevend Optiebeleggen in 10 Eenvoudige Stappen Optiebeleggen kan alleen consistent rendement opleveren als je gestructureerd te werk gaat. Je begint bij de eerste stap (het managen van jezelf) en je werkt stapsgewijs naar het vinden van kanshebbers, de juiste optiestrategie en het innemen en managen van jouw posities. Sla je een stap over, dan kan dat al snel leiden tot moeizame reparatiepogingen en verlies. Tijdens het HCC Symposium zullen Martin en Douwe hun 10 stappen prijsgeven die op een eenvoudige wijze leiden tot winstgevende optietrades. Deze stappen kunnen jou als optiebelegger de juiste houvast geven om vanaf nu consistent rendement te behalen. US Option Trader gelooft dan ook niet voor niets, dat gewone mensen ongewone dromen kunnen realiseren. Al ruim 2½ jaar verrijken Martin Hendriks en Douwe Westervaarder met hun unieke aanpak de markt voor optiebeleggers. Hun gezonde dosis winnende mindset, de techniek om kansrijke tickers te selecteren en de pragmatiek om complexe materie op een zeer begrijpelijke wijze uit te leggen, heeft reeds vele optiebeleggers geholpen om de stap te maken van hobby-belegger naar eigenaar van hun eigen winstgevende OptieBusiness. Hun Visie: Iedereen, die bereid is om in zichzelf te investeren, kan stap voor stap een OptieBusiness opbouwen met 20% consistent rendement per jaar. Hun Missie: Gewone mensen kunnen ongewone dromen realiseren, met behulp van Optietrading. Hun Motto: Keep it simple! Terug naar Inhoud Jack van Oosterbosch 10.00 tot 10.45 uur - Statenkamer Goed gereedschap huur je in. Niet zelf beleggen (met alle gevolgen van dien), maar het uitbesteden aan professionals die in alle marktomstandigheden een positief rendement kunnen behalen op uw vermogen. Over de achtergronden van deze filosofie wordt in de presentatie van Jack van Oosterbosch uitgebreid ingegaan. Jack van Oosterbosch  is  CEO  van  De Veste en heeft ruim vijfentwintig jaar ervaring in de financiële wereld. Het netwerk dat hij in de loop der jaren opgebouwd heeft is erg waardevol voor het bedrijf, met name op het gebied van fondsselectie en onderzoek. De Veste is gespecialiseerd in alternatieve vermogensoplossingen. Geen standaard aandelen of obligaties zoals legio van vermogensbeheerders dat doen, maar door middel van fondsen die wij atypische beleggingen noemen. Onze knowhow is voor u beschikbaar. Terug naar Inhoud Hendrik Oude Nijhuis 11.05 tot 11.50 uur - Statenkamer Value-beleggen in theorie & praktijk. Hendrik Oude Nijhuis: is een expert op het gebied van value investing en medeoprichter van Kingfisher Capital, een op value investing principes gebaseerde business model & investment research boutique. Hij heeft uitgebreid onderzoek verricht naar de investeringsstrategieën van value investors als Warren Buffett. Verder is hij als bestuurslid actief geweest voor onder andere de beleggingsstudieclubs HCC Beleggen en B.S.C. Duitenberg. Hendrik heeft Management, Economics & Law aan de Universiteit Twente gestudeerd en is auteur van de Nederlandstalige bestseller over Warren Buffett: "Leer beleggen als Warren Buffett - zijn beleggingsstrategie in theorie & praktijk". Van dit boek is inmiddels een derde druk (2014) uitgebracht en is tevens een audio-editie beschikbaar. Online vroegen al meer dan 100.000 beleggers een exemplaar van ‘Leer beleggen als Warren Buffett’ aan. Bestaat er een beleggingsstrategie die de aandelenmarkt verslaat? Jazeker… value-beleggen! Hendrik start met een korte presentatie over value-investing én hoe u deze strategie in de praktijk kunt toepassen. Vervolgens is er ruim gelegenheid voor vragen en discussie. In geval u een persoonlijke kennismaking op prijs stelt met de  auteur van de bestseller ‘Leer beleggen als Warren Buffett’, analist achter de populaire beleggingsservice ValueSelections en de veelgelezen 'Warren Buffett'-nieuwsbrief ,  gelijkgestemde beleggers wilt ontmoeten of indien u specifieke vragen graag eens wilt voorleggen zorg er dan voor dat u deze sessie over value-beleggen zeker niet misloopt! Kingfisher Capital houdt zich bezig met business model & investment research. Sinds 2007 informeert Kingfisher Capital op een toegankelijke maar inhoudelijk gedegen wijze zowel particuliere als professionele beleggers over value-investing. Hier is een periode van meer dan tien jaar aan voorafgegaan waarin de oprichters werkelijk alles wat zij aangaande value-investing maar in handen konden krijgen tot in detail bestudeerd hebben. Kingfisher Capital is met andere woorden voortgekomen uit een jarenlange passie rondom value-investing. De term ‘value-investing’ verwijst naar het beleggen in aandelen die op de beurs - ten onrechte - laag gewaardeerd zijn. Deze (te) laag gewaardeerde aandelen leveren gemiddeld een bovengemiddeld rendement op. Door gespreid in zulke aandelen te beleggen valt nog meer te profiteren van wat op termijn een extreem krachtig wiskundig verschijnsel blijkt: het ‘rente op rente’-effect oftewel exponentiële groei. Terug naar Inhoud Ruerd Heeg 12.10 tot 12.55 uur - Statenkamer Short gaan. De aandelenmarkten staan historisch hoog. Het lijkt dus logisch om te profiteren van overwaarderingen van aandelen door short te gaan. Dat is niet zo makkelijk als het lijkt. Van niet elk bedrijf in problemen gaat de beurskoers omlaag. Ook bij populaire maar toch sterk overgewaardeerde bedrijven is een koersdaling niet vanzelfsprekend. Aan de hand van voorbeelden bespreek ik daarom enkele valkuilen die bij conventionele shortposities vaak rendement kosten. Dit zijn dus shortposities in bedrijven met grote problemen of waarvan de aandelen door onrealistische verwachtingen sterk overgewaardeerd zijn. Ten slotte bespreek ik nog een aantal minder conventionele shortposities. Over de spreker: Ruerd Heeg is waardebelegger. Hij heeft het boek "Aandelen selecteren als waardebelegger geschreven" waarin hij de basisbeginselen van het waardebeleggen bespreekt. Daarnaast komt er binnenkort een tweede boek uit: "Beleggen in bull- en bearmarkten". In dit boek onderzoekt hij wat de allerbeste beleggingen zijn in de huidige hooggewaardeerde aandelenmarkt. In verband daarmee gaat hij in dit boek uitgebreid in op short gaan. Terug naar Inhoud Karel Mercx 13.30 tot 14.15 uur - Statenkamer De tien belangrijkste dingen die ik in de afgelopen 15 jaar heb geleerd over beleggen. Karel Mercx werkt als beleggingsspecialist / vermogensbeheerder bij Lynx Wereldwijd Beleggen. Hiervoor heeft hij 6 jaar als senior redacteur gewerkt bij het leidende beleggerstijdschrift Beleggers Belangen. In deze functie gaf hij beleggingstips via artikelen, video’s en presentaties. De specialisaties van Karel Mercx zijn het beheren van beleggingsportefeuilles en het uitrekenen van toekomstige rendementen van aandelen, grondstoffen en obligaties Hierdoor weet hij precies waarin de belegger goed kan beleggen. In zijn presentatie “De tien belangrijkste dingen die ik in de afgelopen 15 jaar heb geleerd over beleggen” gaat Karel  vertellen wat voor hem in deze de belangrijkste leermomenten zijn geweest. Het doel is aan u input geven opdat u als belegger beter uw beleggingsportefeuille kan overwegen. Lynx is dé specialist in online beleggen. Lynx geeft particuliere beleggers via haar gebruikersvriendelijke handelsplatform toegang tot meer dan 100 beurzen in 19 landen. En dit tegen buitengewoon scherpe tarieven. Terug naar Inhoud Programma 63ste HCC Beleggen Symposium op 4 oktober 2014 "Goed gereedschap is het halve (beleggings) werk" Standhouders Forest Bergen Foxware. De Optiestrateeg WH Selfinvest. De Veste. Lynx. Advance Morningstar Apvest U$ Option Trader HCC de vereniging Terug naar Inhoud Forest Bergen Standhouder Forest Bergen is gespecialiseerd in opleidingen en technische produkten voor beleggers en traders. Wij leveren allerlei software voor de technische belegger, computerapparatuur en netwerken. Wij zijn gespecialiseerd in handelstrainingen voor ForexTraders. Ons uitgangspunt is dat iedereen na afloop geld moet kunnen verdienen in de Forex handel. Ook kunt u bij ons optie cursussen volgen, koersdata-abonnementen afsluiten en boeken kopen.. In onze stand zullen wij een aantal produkten demonstreren, waaronder de overbekende Omnitrader en Metastock software, met een presentatie handelen in valuta. advertentie: Terug naar boven Foxware Standhouder Foxware Beleggingssoftware is gespecialiseerd in de ontwikkeling van geavanceerde software voor beleggers die handelen in opties en futures. Wij demonstreren ons optieanalyse-programma OPTIEMAAT. Dit pakket ondersteunt al bijna 25 jaar vele (optie)beleggers bij het onderbouwen van hun beleggingsbeslissingen.   Het programma beschikt over een uitgebreide functionaliteit en u kunt elke positie, bestaande uit opties en/of futures en/of onderliggende waarden, moeiteloos opbouwen en beoordelen op rendement, risico en gevoeligheid voor alle (optie)prijsbepalende factoren.   De module “Adviezen” stelt u in staat om, gebaseerd op uw visie op toekomstige onderliggende koersontwikkelingen, de meest winstgevende optiestrategieën te genereren. De module “BackTrack(e-o-d)” beschikt over een database met ruim 7+ jaar end-of-day optiehistorie van alle Euronext optiefondsen. Op basis hiervan kunt u “terug in de tijd” en uw posities uit het verleden naspelen en/of overdoen, maar ook “nieuwe” posities opzetten en de resultaatontwikkeling hiervan door de tijd heen volgen (backtest). Hiermee kunt u lering trekken uit het handelen op basis van “echte” beursgegevens zonder dat daarbij ook “echt” geld op het spel staat. De module “BackTrack(intra-day)” gaat nog een stap verder. Deze biedt u de unieke mogelijkheid de historische optiedatabase uit te breiden met intra-day optienoteringen met een instelbaar interval van (minimaal) 30 minuten! Ook de noteringen op uw handelsmomenten worden hierin vastgelegd.   Het pakket werkt met realtime beurskoersen, maar kan desgewenst ook functioneren met end-of-day noteringen. In elk beursklimaat, óók in het huidige, bieden opties uitstekende mogelijkheden voor het behalen van een positief beleggingsresultaat. OPTIEMAAT, als betrouwbaar en geavanceerd “gereedschap”, vormt hiervoor de basis Terug naar boven De Optiestrateeg Standhouder Een initiatief van Hans en Erik Bannink, die als particuliere beleggers meer dan 15 jaar actief beleggen op de beurs. Wij handelen hoofdzakelijk in opties op de AEX. Met onze abonneeservice volgt u onze inleg en kunt u zelf ook profiteren van de rendementen die wij behalen. Wat kunt u van onze abonneeservice verwachten: Een gemiddeld jaarrendement van meer dan 20%. Mogelijk vanaf €10.000 Werken met een vast concept: de Vertical limit strategie Track record vanaf 2008 Risico is vooraf bepaald en inzichtelijk Wekelijkse update Gekoppeld account via Lynx Voor meer informatie: kijk op onze website www.deoptiestrateeg.nl Terug naar Inhoud WH Selfinvest Standhouder WH SELFINVEST NV, opgericht in 1998, is een online beursvennootschap voor actieve beleggers. WH Selfinvest biedt handel in futures, valuta (forex) en CFD’s (Contracts for difference) op aandelen, indices en grondstoffen aan. WH Selfinvest biedt scherpe tarieven aan maar eveneens professionele tradingplatformen zoals het WHS ProStation alsook het WHS FutureStation Nano. Met dit laatste platform kan de trader snel zijn eigen handelssysteem uittesten en automatisch handelen. In het WHS FutureStation Nano zitten meer dan 45 kant-en-klare strategieën waar de daghandelaar mee aan de slag kan. Bezoek www.whselfinvest.nl voor meer informatie of contacteer ons op  info@whselfinvest.com Terug naar boven De Veste Standhouder Wij zijn De Veste, uw partner in fondsbeleggen. Wij zorgen voor uw beleggingen en zijn de juiste partner voor goede rendementen en persoonlijke service. Wat hebben wij u te bieden? Hoogwaardig productaanbod Professionele medewerkers Deskundig onderzoek Mogelijkheid tot spreiding van uw vermogen Relatief laag instapbedrag (€ 5.000,-) Mogelijkheid om te beleggen met een vast rendement Elke succesvolle relatie begint met een kennismaking en een gesprek. Wanneer schikt het u? Princenhagelaan 1-B1  |  4813 DA  Breda  |  +31 (0)76 523 66 00  |  info@deveste.net  |   www.deveste.net Terug naar boven Lynx Standhouder Lynx is dé specialist in online beleggen. Lynx geeft particuliere beleggers via haar gebruikersvriendelijke en professionele handelsplatform toegang tot meer dan 100 beurzen in 19 landen. En dit tegen buitengewoon scherpe tarieven. Lynx is sinds 2007 actief op de Nederlandse markt en vanaf 2008 ook in België en Duitsland. Wie is Lynx? Lynx is in Nederland, België en Duitsland dé specialist in online beleggen Lynx is door de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) verkozen tot goedkoopste broker Beleggers Belangen heeft Lynx uitgeroepen tot beste broker van Nederland In 2013 is Lynx uitgeroepen tot beste broker bij de Gouden Stier Via Lynx heeft u direct online toegang tot meer dan 100 beurzen wereldwijd Real-time koersen van Euronext, Amerika, olie en goud! Allemaal op 1 scherm Supersnel orders inleggen met het revolutionaire 1-click trading Terug naar boven Advance Standhouder AdvanceBeleggen.nl Succesvol beleggen in aandelen, obligaties, grondstoffen en beursgenoteerd vastgoed door middel van de nieuwsbrieven van Advance. Voorts vermogensbeheer op basis van de aanpak van Advance via Onafhankelijk Vermogensbeheer ‘s-Gravenhage BV.(OVGBeheer.nl) Gerard Jager is oprichter / hoofdredacteur van Advance, goeroe van De Telegraaf (DFT.nl) en vermogensbeheerder bij OVGBeheer. Geïnteresseerd in een gratis proefabonnement? Meld u aan via www.advancebeleggen.nl Nieuw: Voor betalende abonnees bestaat er de mogelijkheid om gratis advies in te winnen over beleggen wereldwijd. Daarmee kunnen kosten van uw bank worden bespaard, die sinds 1 januari j.l. door hen aan u in rekening worden gebracht. Gaat het om een financieel breed advies dan wordt dit verzorgd door de heer GR Jager in de functie van vermogensbeheerder bij OVGBeheer. Vermogensbeheer is mogelijk vanaf € 2,5 ton. Wealth Management inclusief financiële planning vanaf € 1 mln.   Wist u dat Advance en OVG maandelijks (eenmalig) gratis advies verstrekken in uw woonplaats in Nederland, België, Zwitserland, Z. Frankrijk en Z. Spanje? Aanmelden via www.AdvanceBeleggen.nl  / menu: Gratis spreekuur   Voorts biedt OVG “Garantiebeleggen” aan beleggers met een behoedzaam risicoprofiel. Onder garantiebeleggen wordt verstaan het opbouwen van een beleggingsportefeuille, nagenoeg geheel bestaande uit beleggingsvormen met 100% hoofdsomgarantie. Voor meer info ga naar www.AdvanceBeleggen.nl of bel 065 232 6782 Terug naar boven Morningstar Standhouder Morningstar, Inc. is een toonaangevende leverancier van onafhankelijk beleggingsonderzoek in Noord-Amerika, Europa, Australië en Azië. Onze missie bestaat erin goede producten te creëren die beleggers helpen hun financiële doelstellingen te verwezenlijken. Wij bieden een uitgebreide waaier van internetproducten, software en producten in drukvorm voor particuliere beleggers, financieel adviseurs en institutionele cliënten over de hele wereld. Met activiteiten in 27 landen bieden wij momenteel gegevens over ongeveer 473.000 beleggingsproducten. De website www.morningstar.nl biedt toegang tot en objectieve informatie over fondsen die beschikbaar zijn voor verkoop aan particuliere beleggers in Nederland. Ook biedt de site onafhankelijke redactionele informatie van analisten en journalisten van Morningstar in Amsterdam en over de hele wereld. Terug naar boven Apvest Standhouder  Apvest.com is een platform dat zich op (particuliere) beleggers richt. Apvest wil de particuliere belegger een onafhankelijk en concreet inzicht geven in het risico en verwacht rendement van aandelenportefeuilles. Via de website www.Apvest.com hebben beleggers toegang tot twee professionele beleggingstools, namelijk: Apvest Risico Monitor: Met de gratis analyse van de Risico Monitor krijgt de belegger, real time, inzicht in het risico en de verwachte waardeontwikkeling van bestaande en nieuwe aandelenportefeuilles. Apvest Optimiser: De Optimiser biedt iedere belegger, ongeacht het kennisniveau van beleggen, de mogelijkheid om aandelenportefeuilles te optimaliseren en het risico hierop zelfstandig te managen. De Optimiser biedt de belegger ook de mogelijkheid om de eigen verwachtingen aan te geven. Deze verwachtingen worden vervolgens meegenomen in de berekeningen. Apvest is onafhankelijk, het berekent maar belegt niet! De software is gebaseerd op internationale gerenommeerde technieken. Het laat zien dat portefeuilles, gestuurd op risicomanagement, goede resultaten (https://www.apvest.com/nl/info/results) kunnen behalen. De software is zeer eenvoudig te gebruiken en ondersteunt zowel de beginnende als ervaren belegger. Apvest kan 30 dagen gratis worden uitgeprobeerd. Korte achtergrond Apvest: Apvest is ontwikkelt door mensen uit de bank (voorheen)- en ICT wereld. De ontwikkeling van de software heeft meerdere jaren in beslag genomen. Het doel van Apvest is om de aandelenmarkt transparanter te maken voor de belegger en concreet inzicht te geven in het risico dat er wordt gelopen en meest optimale portefeuilles. Meer achtergronden en gebruikte technieken zijn terug te vinden op https://www.apvest.com/nl/info/index  Terug naar boven U$ Option Trader Standhouder Al ruim 2½ jaar verrijken Martin Hendriks en Douwe Westervaarder met hun unieke aanpak de markt voor optiebeleggers. Hun gezonde dosis winnende mindset, de techniek om kansrijke tickers te selecteren en de pragmatiek om complexe materie op een zeer begrijpelijke wijze uit te leggen, heeft reeds vele optiebeleggers geholpen om de stap te maken van hobby-belegger naar eigenaar van hun eigen winstgevende OptieBusiness. Hun Visie: Iedereen, die bereid is om in zichzelf te investeren, kan stap voor stap een OptieBusiness opbouwen met 20% consistent rendement per jaar. Hun Missie: Gewone mensen kunnen ongewone dromen realiseren, met behulp van Optietrading. Hun Motto: Keep it simple! Website:  U$ Option Trader Terug naar boven HCC de vereniging Standhouder Contact! Gezellig communiceren over uw hobby met andere liefhebbers!  HCC brengt u in contact met mensen met dezelfde interesses, via een van onze vele groepen van enthousiaste hobbyisten. Als HCC-lid kunt u gratis bij een van deze groepen aansluiten (een paar groepen vragen een aanvullend bedrag), voor aansluiting bij meerdere groepen wordt een kleine vergoeding gevraagd. Daarnaast is er het HCC-webforum en zijn er vele activiteiten, met uiteenlopende onderwerpen, die door het hele land worden georganiseerd. Hulp! Problemen bij het computergebruik? HCC levert u de oplossing! Voor ondersteuning bij computerproblemen is er HCC!forums, een groot aantal cursussen op onze website en de telefonische helpdesk van HCC!hulp. Daarnaast zijn er nog tal van leden die andere leden helpen bij vragen over de digitale wereld. Informatie! HCC vertelt u alles over de digitale wereld! Via onze website en digitale nieuwsbrieven blijft u op de hoogte van alle ontwikkelingen in de computerwereld. Het Internetblad blad HCC! Webzine informeert en adviseert over digitale producten en diensten. Via PC-Active PC-Active is het nieuwe HCC verenigingsblad. PC-Active is exclusief voor leden van HCC, er kan geen los abonnement op PC-Active worden afgesloten. Wel is PC-Active verkrijgbaar in de losse verkoop. Snel uw lidmaatschap terugverdiend! HCC, gids in de digitale wereld! Word nu lid en profiteer van veel voordeel! Profiteer van onderstaande voordelen en diensten en actuele aanbiedingen die het HCC-lidmaatschap biedt. De contributie voor het HCC-lidmaatschap heb je snel terugverdiend, het ledenvoordeel kan oplopen tot € 400,-! Vind alle voordelen, diensten en verdere informatie via de Lidmaatschappagina op de HCC site Deze info is van 14 september 2014 voor meest recente informatie kijk op: http://www.hcc.nl  Terug naar boven Aanmelden en routebeschrijving HCC Beleggen Symposium op 4 oktober 2014 Bron: HCC Beleggen redactie wat 63 ste HCC Beleggen Symposium "Goed gereedschap is het halve (beleggings) werk" waneer 4 oktober 2014 aanvang 10.00 uur waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte in De Bilt aktiviteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van kontakt met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur en kennis maken met financiele diensten, producten en innovaties bij flink aantal leveranciers locatie-info: Gezellig luch-restaurant aanwezig, Parkeren gratis, In midden van Nederland goede aansluiting op snelwegen, Bereikbaar per openbaar vervoer Een entreebewijs voor het 63-ste HCC Beleggen Symposium kunt u bestellen door u aan te melden via onze website: Klik hier om u aan te melden   Het HCC Beleggen Symposium wordt gehouden in: Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4 3731 CL  De Bilt Bekijk ligging >> Laat de route zien in een nieuw venster Voer je postcode in: Voor een uitgebreide routebeschrijving ga naar onze website of Klik hier Terug naar Inhoud

15 september 2014

...

Nieuwsbrief20140901

September 2014 Inschrijving is geopend Hoe de eurozone het Japanscenario achter zich kan laten Saldo lopende rekening gevoelig voor renteberekening Mobiel bankieren biedt balans tussen gebruiksgemak en veiligheid Meedoen kan Aanmelden en routebeschrijving 63 ste  HCC Beleggen Symposium "Goed gereedschap is het halve (beleggings) werk" Inschrijving is geopend Wat 63 ste HCC Beleggen Symposium "Goed gereedschap is het halve (beleggings) werk" Een van de -vele-  voorwaarden om tot goede beleggingsresultaten te komen is het kunnen beschikken over de juiste technieken, instrumenten en benaderwijze. Kortom hoe versla je de markt? Tijdens het 63ste symposium "Goed gereedschap is het halve (beleggings-) werk" zullen diverse spreker ingaan op vragen als welke ETF moet ik kiezen, hoe combineer ik beleggingsstrategieën, hoe selecteer ik het juiste aandeel, hoe bouw ik een handelssysteem, etc. Elke spreker zal vanuit zijn eigen invalshoek en ervaring het onderwerp benaderen. Daarnaast zijn er ook weer een groot aantal leveranciers aanwezig die u graag wegwijs maken in de door hun geboden diensten. Waneer 4 oktober 2014 aanvang 10.00 uur Waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4  3731 CL  De Bilt Aktiviteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van kontakt met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur en kennis maken met financiele diensten, producten en innovaties bij flink een aantal leveranciers Locatie-info: Gezellig lunch-restaurant aanwezig. Parkeren gratis. In midden van Nederland met goede aansluiting op snelwegen. Goed bereikbaar per openbaar vervoer Programma: HCC Beleggen website:  Klik Hier Klik hier om u in te schrijven voor dit gratis Symposium. Terug naar Inhoud advertentie Terug naar Inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Hoe de eurozone het Japanscenario achter zich kan laten Bron: Carlijn Prins, Hans Stegeman, Me Judice, 22 augustus 2014 Een vergelijking van de economische omstandigheden in Japan in de jaren negentig en de eurozone nu laat zien dat het zogenoemde Japanscenario geen risico is, maar al een realiteit. De eurozone kan een scenario van nog weer tien jaar lage groei en lage inflatie achter zich laten, maar daar zijn wel een aantal belangrijke stappen voor nodig. Rabo-economen Carlijn Prins en Hans Stegeman presenteren een aantal lessen uit de Japanse ervaringen. Een belangrijk element voor structureel herstel is het opschonen van de balansen van het bankwezen door herstructurering van een deel van de schulden. Economische prestaties vergeleken De groeicijfers van de eurozone liggen in de periode na 2008 tot en met het tweede kwartaal van 2014 ver onder de Japanse groeicijfers van het begin van hun ‘verloren’ decennium (figuur 1). Daar waar de Japanse economie in de eerste zes jaar na de crisis meer dan 8% in volume was gegroeid, is de eurozone-economie nog een procent kleiner dan begin 2008. Voor Nederland is dat verschil met het begin van de crisis nog net iets groter. Een mogelijke verklaring voor het verschil in groei is dat de groei van de wereldhandel in de jaren negentig veel gunstiger was dan tijdens de huidige crisis. De Japanse crisis vond dus plaats tegen de achtergrond van een relatief gunstige wereldconjunctuur. Figuur 1. BBP-groei in het verloren decennium Een verschil in economische groei komt onder andere ook door het verschil in bevolkingsgroei. Een maatstaf die daarvoor corrigeert is het BBP per capita. Het BBP per capita blijft in de eurozone zelfs nog verder achter bij dat van Japan in de eerste jaren van de crisis. De groeiramingen van instanties zoals de OESO voor de komende jaren verandert het beeld niet (figuur 1). Op basis van ramingen van de OESO zal de economie in de eurozone en in Nederland eind 2019 zo’n 7% groter zijn dan in 2008. Dat is een gemiddelde volumegroei van 0,6% per jaar, net iets minder dan de groei in Japan in de eerste 11 jaar na het begin van de crisis (0,8% per jaar). De groeiprestaties van de eurozone blijven in (het eerste) verloren decennium na de crisis dus ruimschoots achter bij die van Japan. Naast de lage groei is de lage Europese inflatie van de laatste maanden verontrustend. Sinds eind 2011 daalde de gemiddelde inflatie in de eurozone naar 0,4% in juli, beduidend onder de ECB-doelstelling van ‘onder maar dichtbij 2%’. Een deel van de inflatiedaling sinds eind 2011 kan worden verklaard door tijdelijke factoren zoals het wegvallen van de positieve bijdrage van energie- en voedselprijzen. Een deel van de algehele inflatiedaling in de eurozone kan echter worden toegeschreven aan een afname van de bestedingsdruk ( Boonstra & Verduijn, 2014). De vergelijking met Japan laat zien dat de inflatie in de eurozone en Nederland op dit moment naar de niveaus van Japan in de verloren decennia beweegt (figuur 2). Over de hele periode was de inflatie in de eurozone gemiddeld echter nog net iets hoger dan in Japan. Figuur 2. Consumentenprijzen in Japan en eurozone Een periode van aanhoudend lage groei en lage inflatie lijkt zorgwekkend veel op de periode in Japan die wordt aangeduid als de twee verloren decennia. Sterker nog, alleen hierop afgaand kunnen we vaststellen dat de eurozone en daarbij ook Nederland, al sinds het begin van de crisis in 2008 in een Japanscenario zit. Omdat de Japanse economie, ondanks verschillende pogingen van de overheid en de Bank of Japan (BOJ), weinig verbetering vertoonde en langdurig stagneerde, is de meest relevante vraag voor de eurozone: hoe komt de eurozone uit het Japanscenario? Parallellen en verschillen aanleiding crisis Carlijn Prins Rabobank, Utrecht Carlijn Prins MSc. (1989) is sinds 1 maart 2014 werkzaam bij het directoraat Kennis en Economisch Onderzoek (KEO) van Rabobank Nederland. Ze heeft algemene economie aan de Universiteit van Amsterdam gestudeerd en vervolgens een tweede master behaald in Communicatiewetenschap. Bij Rabobank Nederland houdt Carlijn zich voornamelijk bezig met de actuele ontwikkelingen van de internationale economie, op het gebied van economische groei, inflatie, werkloosheid, huizenmarkt en overheidsfinanciën. Ze voert diverse studies uit naar deze onderwerpen en schrijft bijdragen voor interne en externe publicaties. Ruim monetair beleid en een sterke groei in het tweede deel van de jaren tachtig voedden schuld-gefinancierde aandelen- en huizenprijzenbubbels in Japan. Omdat de dollar tussen 1980 en 1985 met ongeveer vijftig procent was geapprecieerd tegenover onder andere de yen, waardoor het Amerikaanse handelstekort sterk opliep, was er enorme internationale druk op Japan om tegelijkertijd het monetair beleid te verruimen en de yen te laten appreciëren. Na het Plaza akkoord van begin 1985 vond daarom een gecoördineerde actie plaats, waarna niet alleen de yen, maar ook de gulden en de Duitse mark, zeer sterk apprecieerde tegenover de dollar (Jinushi, Kuroki & Miyao, 2000). De overmaat aan liquiditeit veroorzaakte een stijging in vastgoed- en aandelenprijzen, inclusief grondprijzen (figuur 3). De monetaire verruiming en de stijging in grondprijzen versterkten ook de bancaire kredietverlening, waarbij land en ander vastgoed werden gebruikt als onderpand (Fujii & Kawai, 2010). Japanse banken waren op het eerste gezicht tamelijk licht gekapitaliseerd, maar hadden grote ‘stille’ reserves in de vorm van enorme aandelenportefeuilles die tegen aankoopkoers op de balans stonden, maar op dat moment een veel grotere marktwaarde hadden. Nadat de BOJ haar monetair beleid erg verkrapte in 1989, barstten de aandelen- en huizenprijsbubbels. Een deel van de aanloop van de problemen in de eurozone was verregaand hetzelfde. Oplopende kredietverlening aan de private sector en mede daardoor ook (sterk) stijgende huizenprijzen in een aantal landen kwamen abrupt tot een einde als gevolg van verkrapping van het monetaire beleid, de verwevenheid van financiële markten en het ontbreken van het goed inschatten van risico’s wat leidde tot problemen in de financiële sector. In het najaar van 2008 leidde de val van de Amerikaanse investment bank Lehman Brothers daarbij de Grote Recessie in, die onder meer werd gekenmerkt door een oplopende werkloosheid, scherp dalende aandelenkoersen en in sommige landen een scherpe daling van de huizenprijzen. De reacties van centrale banken waren in de huidige crisis nog iets agressiever dan die van de BOJ begin jaren negentig zowel afgemeten aan de daling van beleidsrentes, maar ook afgemeten aan de toename van de balans van de centrale bank. Ook in veel eurozonelanden zette een daling van de huizenprijzen in (figuur 3), hoewel de daling gemiddeld minder hard was dan in Japan. Bovendien kwamen, net als in Japan, in sommige landen Europese banken in de problemen door betalingsachterstanden, gedwongen verkopen en tekortschietend onderpand. Figuur 3. Reële huizenprijzen in Japan en eurozone-landen Parallellen nasleep crisis Ook in de nasleep van de crisis in Japan en de eurozone zijn parallellen aan te wijzen. De eerste parallel is de aard van de recessie in Japan en de eurozone na het barstten van de bubbels: een zogeheten balansrecessie (Koo, 2011). Dit houdt in dat door de afwaardering van bezit de private sector met een netto schuldenberg kampt die afbetaald moet worden. Na het barsten van schuld gefinancierde bubbels had een groot deel van de Japanse private sector, met name de niet-financiële bedrijven, een negatieve netto financiële vermogenspositie. De netto financiële vermogenspositie van huishoudens was juist positief door een groot en structureel spaaroverschot, maar hierin zitten de gevolgen van huizenprijsdaling na het barsten van de bubbels niet verwerkt. Een vergelijkbaar patroon zien we ook in Nederland en in mindere mate in de eurozone (figuur 4). Omdat een deel van de financiële activa niet direct bereikbaar is, zoals pensioen- en verzekeringsvermogen, geeft de hoogte van de kredietverlening van de verschillende sectoren een beter beeld van de omvang van de vereiste schuldafbetalingen (figuur 5). In Japan had voornamelijk de bedrijvensector hoge schulden, terwijl in de eurozone het beeld per land meer divers is. In Nederland zijn dit vooral private huishoudens. Figuur 4. Netto financiële vermogensposities Japan, Nederland en eurozone Figuur 5. Kredietverlening niet-financiële private sector aan het begin van de crisis Het verschil tussen een ‘balansrecessie’ en een ‘gewone’ recessie is dat het monetaire transmissiemechanisme minder goed of zelfs helemaal niet werkt (Koo, 2011). Een lage rente leidt niet tot meer investeringen en uitgaven. Ontsnappen uit deze liquiditeitsval is lastig. Hierdoor is monetair beleid als wapen tegen een balansrecessie niet effectief. De centrale bank kan de rente nog zo laag maken, als de private sector niet is geïnteresseerd in extra krediet maar in het afbetalen van schulden heeft dit geen enkel effect op de kredietverlening en de bestedingsontwikkeling. Een bijkomend probleem in een balansrecessie is dat kredietverstrekkers zelf vaak ook niet scheutig zijn met het verstrekken van krediet omdat de financiële sector soortgelijke problemen heeft. Afschrijvingen op uitstaande kredieten bij bedrijven en huishoudens met balansen die uit evenwicht zijn zorgt voor de noodzaak voor kapitaalversterking via groei van het eigen vermogen (door aandelenemissies of winstinhoudingen) en, als dat niet lukt, voor balansverkorting. Naast het minieme effect van de renteverlagingen van de BOJ en de ECB op de kredietverlening, is er bovendien een belangrijk monetair beleidsinstrument uitgeput waardoor er sprake is van een liquiditeitsval (zero lower bound). Dit zien wij als de tweede parallel tussen Japan en de eurozone. Hans Stegeman Rabobank, Utrecht Hans Stegeman werkt sinds 2007 bij Economisch Onderzoek als econoom en sinds 2009 als hoofd van het team Nationaal Onderzoek. Daarbij is hij verantwoordelijk voor al het onderzoek van KEO naar de Nederlandse en regionale economie en huizenmarkt. Ook is hij een van de auteurs en projectleider van het onlangs verschenen boek "IN2030: Vier vergezichten". Hans studeerde Algemene Economie aan de Universiteit Maastricht en werkte hiervoor onder andere als onderzoeker bij het Centraal Planbureau. Wat niet meewerkte in Japan was dat de financiële sector na de crisis van 1989 niet voldoende snel werd geherstructureerd (Fujii & Kawai, 2010). De kredietverliezen werden jarenlang niet genomen, waardoor ‘zombiebanken’ ontstonden: banken die nét niet omvielen, maar ook niet in staat waren hun normale functie te vervullen. Deze niet-functionerende banken drukten de economische groei, omdat nieuwe bedrijfsinvesteringen niet konden worden gefinancierd (Hoshi & Kashyap, 2013). In de eurozone bestaat in sommige landen een soortgelijke situatie waar de financiële sector de belemmering is voor een aantrekkende groei. Getracht wordt nu het zombiebankenprobleem krachtig tegen te gaan door de Asset Quality Review (AQR). Daarnaast speelt in de eurozone de komende jaren de aangescherpte toezichtregelgeving, vooral het ophogen van de kapitaalbuffers, als reden die het kredietaanbod kan beperken. Ten derde stelden Japanse en eurozone beleidsmakers bij het begin van de economische problemen de verkeerde diagnose met betrekking tot de aard van de recessie. In Japan dachten autoriteiten in eerste instantie dat de groei inzinking cyclisch en dus tijdelijk was, die door vraagstimulering genezen kon worden (Hoshi & Kashyap, 2013). Ook in de eurozone werd eerst uitgegaan van een cyclische recessie die vervolgens overging in de eurocrisis. In Japan was de beleidsreactie telkenmale die verwacht kan worden bij een ‘normale’ conjuncturele dip. Accomoderend monetair beleid, gecombineerd met een relatief kleine begrotingsimpuls om het economisch vliegwiel weer een zwier te geven (Kang, 2010). In de eurozone valt de beleidsreactie in twee fasen op te knippen. In de eerste fase wordt in 2009 het accomoderend monetaire beleid nog ondersteund door expansief begrotingsbeleid. In de tweede fase, vooral vanaf het begin van de eurocrisis in 2010, concentreert de diagnose zich op die van een staatsschuldencrisis. Logisch, gezien de onhoudbaarheid van de schulden in verschillende landen vanuit financiële marktenperspectief, maar voor veel landen desondanks toch een verkeerde diagnose (Gärtner, Griesbach & Mennillo, 2013). Verschillen nasleep crisis Het begrotingsbeleid in de eurozone en Japan is dan ook meteen een duidelijk verschil na de crisis. Omdat eurozone lidstaten via het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) al snel genoodzaakt waren te bezuinigen, was er geen ruimte voor stimulerend begrotingsbeleid. Dit is een groot verschil met het beleid van de Japanse overheid in de jaren na de crisis. Met als doel de economie weer op gang te krijgen implementeerde de overheid veel aanvullende stimuleringsprogramma’s in de jaren negentig (figuur 6) (Ito, 2011). Veel van de overheidsinvesteringen waren echter ineffectief. Toch verklaart het meer restrictieve begrotingsbeleid van eurozonelidstaten deels de slechtere groeiprestaties (Koo, 2011). Kijkend naar de schuldniveaus, hebben eurozone lidstaten op dit moment aanmerkelijk meer budgettaire ruimte dan Japan. De gemiddelde publieke schuld in de eurozone was 95% van het BBP in 2013, aanzienlijk lager dan 102% van het BBP in Japan vijf jaar na het begin van de Japancrisis. Nadien is de Japanse begrotingssituatie scherp verslechterd, mede als gevolg van de lage economische groei en de aanhoudend hogere tekorten op de overheidsbegroting. Dit is een scenario dat Europa moet zien te vermijden. Figuur 6. Overheidstekorten in Japan en eurozone In Japan belemmerden, naast bancaire problemen, ook een bovenmatige bescherming van werknemers economische groei. Het hervormen daarvan is pijnlijk en politiek moeilijk. De Japanse autoriteiten concentreerden zich daarom zoals gezegd op budgettaire en monetaire prikkels om de economie op korte termijn te stimuleren. Hierbij werden echter twee fouten gemaakt. Ten eerste waren de begrotingsprikkels niet groot genoeg om de economie compleet uit het slop te trekken en ten tweede werden er dus geen aanvullende hervormingen doorgevoerd. Omdat de groei na zulke stimuleringsprogramma’s licht aantrok, stelden Japanse autoriteiten de benodigde, maar op korte termijn ook pijnlijke hervormingen uit, waardoor Japan in een zogeheten CRIC-cyclus terecht kwam. Economieën die door een grote crisis zijn gegaan, lijken een erg voorspelbaar stappenpatroon te volgen: crisis, reaction, improvement en complacency, ofwel crisis, reactie, verbetering, zelfvoldoening en daarna natuurlijk herhaling, ofwel de CRIC-cyclus (Feldman, 2001). Deze cyclus heeft zich herhaaldelijk afgespeeld in Japan en ook in Europa zien we dat de urgentie van structurele hervormingen afneemt na aankondiging van acties van de ECB. Om aan een Japan-scenario te ontsnappen is het echter noodzakelijk structurele hervormingen, zoals het opschonen van bankbalansen, herstel van concurrentievermogen en vermindering van arbeidsmarktrigiditeit, daadwerkelijk te implementeren en niet na een paar positieve groeicijfers te denken dat het gevaar geweken is. Het tweede verschil is demografie, of meer specifiek, de mate van vergrijzing. In Japan sloeg de vergrijzing in volle hevigheid toe bij het uitbreken van de crisis. Hoewel de groei van de beroepsgeschikte bevolking in Nederland en de eurozone aan de vooravond van een krimp staat, laat de bevolkingsprognose van het CBS zien dat Nederland de komende jaren hier een minder heftige daling kan verwachten dan Japan. De Nederlandse beroepsgeschikte bevolking zal naar verwachting tot 2028 met ruim 3% afnemen, terwijl de afname in de twintig jaar na de crisis in Japan ruim 6% bedroeg. Dit geeft de Nederlandse potentiële groei daarom meer ruimte dan indertijd in Japan. Bovendien kennen Nederland en de eurozone, in tegenstelling tot Japan, een behoorlijke immigratie, wat mogelijk een positief effect heeft op de potentiële groei. Conclusie De economische problemen die Japan sinds de crisis in 1991 in zijn greep houden, vertonen parallellen met de huidige problemen in de eurozone. Het Japanscenario voor de eurozone lijkt daarom al in veel opzichten realiteit te zijn. Om te voorkomen dat de eurozone net zo’n lange laagconjunctuur als Japan voor de boeg heeft moeten we proberen lessen te trekken uit de Japanse ervaringen. De Japanse autoriteiten hebben in de afgelopen decennia namelijk een aantal beleidsfouten gemaakt die in sommige opzichten verdacht veel lijken op het huidige beleid in de eurozone. Wat kunnen we leren? Ten eerste moeten we niet blindelings vertrouwen op het monetaire beleid, want het monetaire transmissiemechanisme werkt momenteel slecht of zelfs helemaal niet. Een lage beleidsrente, of zelfs kwantitatieve verruiming, zal weinig impact hebben. Bovendien is het beleidsrente instrument niet meer inzetbaar om de economie verder te stimuleren door de zero lower bound. Ten tweede is, om kredietverlening weer op gang te krijgen, de opschoning van balansen in het bankwezen en de private sector cruciaal. Om dit te doen zonder de bestedingen te drukken, zou herstructurering van (een deel) van de schulden uitkomst kunnen bieden. Ten derde moeten beleidsmakers bij het inzetten van begrotingsbeleid niet de CRIC-fout maken: het is van belang dat overheden niet na een korte periode van groei al denken dat de problemen voorbij zijn. Ten slotte dienen overheidsinvesteringen enkel projecten te financieren die een blijvend effect op het groeipotentieel hebben. Een voordeel voor de eurozone zou kunnen zijn dat er budgettair meer ruimte is dan in Japan destijds. Bovendien kan er, ondanks de demografische vooruitzichten, door immigratie een positief effect op de potentiële groei uitgaan. Toch is het belangrijk dat Nederlandse en Europese autoriteiten de lessen van Japan in ogenschouw nemen, anders kunnen we ook op dat tweede Japanse decennium rekenen. Referenties: zie onderaan artikel op website Mejudice Terug naar Inhoud Saldo lopende rekening gevoelig voor renteberekening Bron: dnb Saldo lopende rekening gevoelig voor renteberekening De rentebaten uit het buitenland vormen een belangrijk onderdeel van het Nederlandse lopende rekeningoverschot. De gangbare methode die voor de berekening van de rentebaten wordt gehanteerd sluit slecht aan bij de beleggingspraktijk. Bij een alternatieve berekening die uitgaat van het perspectief van de belegger, valt het overschot in 2013 ongeveer 0,8% bbp lager uit. Het saldo op de lopende rekening van de betalingsbalans is daarmee gevoelig voor de renteberekening. Het overschot op de lopende rekening van ons land bedroeg in 2013 10,2% van het bruto binnenlands product (bbp). Op de lopende rekening zijn de rentebaten uit het buitenland met ruim 3,3% bbp een belangrijke post. Deze rentebaten kunnen op verschillende manieren worden berekend, met belangrijke gevolgen voor het saldo op de lopende rekening.   Verschillende methoden, verschillende uitkomsten Bij de opstelling van de betalingsbalans dienen alle landen zich, omwille van de internationale vergelijkbaarheid, aan de richtlijnen van het IMF te houden. Voor de vaststelling van de rentebaten en -lasten schrijven die richtlijnen de zogenoemde debtor approach voor. Hierbij worden zowel rentebaten als -lasten vastgesteld op basis van het effectieve rendement bij uitgifte. Deze is doorgaans gelijk aan de couponrente en wijzigt niet gedurende de looptijd. Als deze methode door alle landen wordt gehanteerd, salderen daardoor wereldwijd alle uitgaande en inkomende rentestromen tot nul. Dit is conform een van de grondbeginselen van de betalingsbalansstatistiek, en daarmee een belangrijke reden voor statistici om voor deze methode te kiezen. Een nadeel van deze methode is dat de aldus geregistreerde rentebaten slecht aansluiten bij de beleggingspraktijk. Een methode die beter aansluit bij de beleggingspraktijk is de zogeheten acquisition approach. Deze methode berekent de rentebaten op basis van het effectieve rendement op het moment van aanschaf. Voor de berekening van de rentelasten is het effectieve rendement bij uitgifte nog steeds leidend. Een belangrijk nadeel van deze methode is dan ook dat de rentestromen wereldwijd niet meer tot nul optellen: de rentelasten van de emittent wijzigen niet, terwijl de hier tegenoverstaande rentebaten dat wel doen. Maar omdat de acquisition approach eventuele koerswinsten in het effectieve rendement incorporeert, sluit deze methode wél beter aan bij het perspectief van de belegger. De rentebaten onder de acquisition approach kunnen sterk verschillen van de rentebaten onder de debtor approach. Dit blijkt uit grafiek 1 waarin de rentebaten volgens beide methoden worden weergegeven. Grafiek 1: Nederlandse rentebaten van Duitse staatsobligaties Nederlandse rentebaten van Duitse staatsobligaties In de afgelopen jaren nam het aandeel Duitse staatsobligaties in de totale portefeuille van Nederlandse beleggers sterk toe, van circa 12% begin 2009 tot 22% eind 2013. Hoewel het effectieve rendement op deze obligaties in de afgelopen jaren aanzienlijk is gedaald, neemt de debtor approach deze daling maar beperkt mee in de berekening. Dat komt doordat het lagere effectieve rendement in de markt onder deze methode niet doorwerkt op bestaande obligaties. Hier is immers het effectieve rendement bij uitgifte leidend. Zo ontvingen Nederlandse beleggers in 2013 volgens de debtor approach ruim EUR 4 miljard aan rente op hun Duitse staatsobligaties. Dit komt overeen met een effectief rendement van ongeveer 3%, terwijl het effectieve rendement onder de acquisition approach vanaf begin 2012 schommelt rond de 1,5%.   Effect van de andere berekening op het lopende rekeningoverschot Met een paar versimpelende aannames kan een indicatieve schatting worden gemaakt van de impact van de acquisition approach op het saldo van de Nederlandse lopende rekening. Tussen 2007 en 2010 valt het saldo op de lopende rekening onder de acquisition approach hoger uit (grafiek 2). Tegenover een dalend effectief rendement op staatsobligaties van kernlanden, stond in deze periode namelijk een aanzienlijke stijging in het effectieve rendement op obligaties van financiële instellingen en, in mindere mate, niet-financiële bedrijven. Na deze periode daalde het effectieve rendement op deze obligaties, en daalde ook het effectieve rendement op staatsobligaties in Nederlandse beleggingsportefeuilles verder, waardoor het lopende rekeningsaldo in 2013 onder de acquisition approach circa 0,8% bbp lager uitvalt dan onder de debtor approach. In sommige jaren levert de debtor approach aldus een hoger overschot op de lopende rekening op dan de acquisition approach, en in andere jaren is het tegenovergestelde waar. Het overschot op de lopende rekening is dus gevoelig voor de rekenmethode van de rentebaten. Grafiek 2: Saldo lopende rekening Naar verwachting wordt, nu diverse rentes op staatsobligaties een laagterecord bereiken, ook in 2014 het lopende rekeningoverschot onder de debtor approach opwaarts vertekend. De debtor approach doet niet altijd recht aan de werkelijkheid voor beleggers. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de interpretatie van het lopende rekeningoverschot. Terug naar Inhoud Mobiel bankieren biedt balans tussen gebruiksgemak en veiligheid Bron: dnb Mobiel bankieren heeft de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen en zal naar verwachting verder in populariteit toenemen. Dit relatief nieuwe bancaire kanaal biedt evenwicht tussen gebruiksgemak en noodzakelijke veiligheid. Het is belangrijk dat zowel banken als consumenten dit evenwicht goed blijven bewaken. Dit geldt eens te meer wanneer de functionaliteit van mobiel bankieren verder wordt uitgebreid. Wat is mobiel bankieren? Eén voor één hebben de banken in de afgelopen jaren een mobiel bankieren app voor de mobiele telefoon en de tablet geïntroduceerd. Deze innovatie maakt bankieren eenvoudiger en brengt de meest gebruikte bancaire dienstverlening dichter bij de consument. Zo kan een klant na een eenmalige registratie eenvoudig met zijn toegangscode het saldo bekijken en overboekingen doen naar bekende rekeningnummers. Sinds de introductie is mobiel bankieren in korte tijd enorm populair geworden. Inmiddels bankiert ongeveer één op de vier consumenten via een mobiele telefoon en wordt de app minimaal één keer per week gebruikt. Dit blijkt uit onderzoek van de Nederlandsche Bank (DNB).   Veiligheid voorop bij mobiel bankieren Net als bij het internetbankieren via de personal computer (pc), moeten banken bij mobiel bankieren een afweging maken tussen gebruiksvriendelijkheid voor de klant en de veiligheid van de geboden dienst. Bij internetbankieren via de pc is er behalve de inloggegevens een extra verificatie met een bankpaslezer nodig. Dit als extra waarborg om misbruik door derden te beperken. Bij bankieren via de mobiele telefoon of tablet zou een extra verificatie met een bankpaslezer te weinig gebruiksvriendelijk zijn. De toegevoegde waarde van mobiel bankieren is immers dat het eenvoudig, overal en altijd gebruikt kan worden. Het is een aanvullende dienst die door banken wordt aangeboden en zich vooral richt op het controleren van het saldo en het overboeken van kleine bedragen. De functionaliteit van de mobiele app is dan ook beperkt, in tegenstelling tot van internetbankieren via een pc.   Beperkte functionaliteit mobiel bankieren verhoogt veiligheid Een extra beperking die uit veiligheidsoverwegingen aan mobiel bankieren wordt gesteld, is dat er lagere limieten gelden voor overboekingen. De meeste banken hebben bij de mobiele app een overboeklimiet van 750,- euro per dag of 1.000,- euro per week, terwijl bij internetbankieren via de pc veel ruimere limieten zijn toegestaan. Uit het onderzoek blijkt dat deze lagere limieten voor de mobiele apps ruim voldoende zijn: de bancaire app wordt namelijk vooral gebruikt voor overboekingen tot 100,- euro. Sommige banken bieden de mogelijkheid om het maximale bedrag voor overboekingen in de app zelf in te stellen tot maximaal het gestelde limiet van de bank. Dit kan de klant doen door middel van een extra te genereren beveiligingscode. Van de klanten wiens bank dit ondersteunt heeft 30% de limiet bijgesteld. Staat de limiet op nul euro, dan is het alleen mogelijk om het saldo in te zien en is aanvullende verificatie nodig voor het doen van overboekingen. Een andere risicobeperkende maatregel is de begrenzing van de tegenrekeningen waarnaar kan worden overgeboekt. Bij mobiel bankieren is het bij de meeste banken alleen mogelijk om een overboeking te doen naar een rekening waar in de afgelopen periode eerder al naar is overgeboekt. Hiervoor is geen extra verificatie nodig. Deze extra verificatie is wel nodig via de app voor overboekingen naar rekeningnummers die langere tijd of nog nooit zijn gebruikt. Bij misbruik beschikt een gebruiker zodoende alleen over de voor de klant bekende rekeningnummers en wordt niet het risico gelopen dat een overboeking wordt gedaan naar een onbekende derde. Bovendien worden alle transacties nauwgezet door de bank gemonitord om, net als bij het internetbankieren via de pc, frauduleuze transacties te onderscheppen.   Apps vergen waakzaamheid consument en banken Dankzij deze maatregelen vindt meer dan 65% van de respondenten bankieren via de mobiele app voldoende veilig tot zeer veilig. Criminelen zullen echter hun aandacht door de stijgende populariteit ook op deze vorm van bankieren gaan richten. Naast maatregelen die banken nemen, hebben consumenten een eigen verantwoordelijkheid om zorgvuldig om te blijven gaan met de bancaire app. Net als bij pinnen dat doorgaans ook op openbare plekken gebeurt, moet ook bij mobiel bankieren worden opgelet dat niemand meekijkt. Eveneens moet diefstal of verlies van een mobiele telefoon of tablet met een bancaire app zo snel mogelijk worden gemeld bij de bank. Banken zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van de app, ook van hen wordt blijvende waakzaamheid verwacht. Dit geldt eens temeer omdat banken, mede naar aanleiding van positieve reacties van gebruikers, hebben aangekondigd de functionaliteit van mobiel bankieren verder uit te breiden. Hierbij is het zaak om het evenwicht tussen gebruiksvriendelijkheid en veiligheid goed te blijven bewaken. Terug naar Inhoud   IG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: janroozenburg@kpnplanet.nl Meedoen kan Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt en deze nieuwsbrief. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij dringend op zoek naar mensen die mee willen doen. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met het HCC Beleggen bestuur Klik Hier of met de redactie  Klik Hier Terug naar Inhoud Aanmelden en routebeschrijving HCC Beleggen Symposium op 4 oktober 2014 Bron: HCC Beleggen redactie wat 63 ste HCC Beleggen Symposium "Goed gereedschap is het halve (beleggings) werk" waneer 4 oktober 2014 aanvang 10.00 uur waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte in De Bilt aktiviteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van kontakt met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur en kennis maken met financiele diensten, producten en innovaties bij flink aantal leveranciers locatie-info: Gezellig luch-restaurant aanwezig, Parkeren gratis, In midden van Nederland goede aansluiting op snelwegen, Bereikbaar per openbaar vervoer Een entreebewijs voor het 63-ste HCC Beleggen Symposium kunt u bestellen door u aan te melden via onze website: Klik hier om u aan te melden   Het HCC Beleggen Symposium wordt gehouden in: Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4 3731 CL  De Bilt Bekijk ligging >> Laat de route zien in een nieuw venster Voer je postcode in: Voor een uitgebreide routebeschrijving ga naar onze website of Klik hier Terug naar Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

1 september 2014

...

Nieuwsbrief20140801

Augustus 2014 Manipulatie met misleidende orders en/of transacties Lage inflatie hindert economisch herstel Eurozone Nederlandse spaartegoeden verder toegenomen Sparend Nederland Europees betaalsysteem SEPA ingevoerd Voorinschrijving op effecten valt onder prospectusplicht Meedoen kan Zet 4 oktober 2014 - alvast in uw agenda ! wat 63 ste HCC Beleggen Symposium "Goed gereedschap is het halve werk" waneer 4 oktober 2014 aanvang 10.00 uur waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4  3731 CL  De Bilt activiteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van contact met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur kennis maken met financiele diensten, producten en innovaties bij flink een aantal leveranciers locatie-info: Gezellig lunch-restaurant aanwezig, gratis parkeren, in midden van Nederland met goede aansluiting op snelwegen, bereikbaar per openbaar vervoer advertentie Terug naar Inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Manipulatie met misleidende orders en/of transacties Bron: AFM In deze interpretatie legt de AFM uit waarom het inleggen (en annuleren) van orders en/of het doen van transacties, waarvan het primaire doel ‘het beïnvloeden van andere marktpartijen’ lijkt te zijn, kan duiden op manipulatie. Achtergrond De AFM ziet in de praktijk met enige regelmaat orders en/of transacties die slechts bedoeld lijken te zijn om het handelsgedrag van andere marktpartijen te beïnvloeden. Mogelijk zijn deze orders/transacties misleidend of is daarvan misleiding te duchten ten aanzien van de koers, de vraag of het aanbod van financiële instrumenten zoals aandelen. In sommige gevallen lukt het een partij met dergelijk beïnvloedend handelsgedrag een andere partij (structureel) te verleiden tot het meebewegen met ingelegde orders/transacties.* Deze andere partij beweegt mee door steeds orders rond hetzelfde prijsniveau in te leggen als de orders van de misleidende partij. Op dit prijsniveau kan de misleidende partij vervolgens gunstiger handelen waarbij de meebewegende partij wordt benadeeld. Volgens de Wet op het financieel toezicht (Wft) is sprake van overtreding van het verbod op marktmanipulatie  als van een order of een transactie een onjuist of misleidend signaal uitgaat of te duchten is met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de koers van een financieel instrument, of als een order of transactie wordt verricht of bewerkstelligd om de koers op een kunstmatig niveau te houden. Onder op een kunstmatig niveau te “houden” wordt in dit verband ook verstaan naar een kunstmatig niveau te “brengen”. Gelet op deze wet is mogelijk sprake van marktmanipulatie bij orders en/of transacties die slechts bedoeld lijken te zijn om het gedrag van een andere partij te beïnvloeden. Hoe vaker een partij binnen een bepaalde tijdspanne orders en/of transacties verricht waarvan mogelijk een onjuist of misleidend signaal uitgaat of is te duchten, des te sterker is het vermoeden van mogelijke marktmanipulatie. Dit vermoeden wordt nog eens versterkt als uit nader onderzoek blijkt dat deze partij ook profiteert van dergelijk gedrag. Frequentie, tijdspanne van de handelingen en eventuele winstgevendheid worden meegenomen bij de beoordeling van het bewijs en de ernst van een eventuele overtreding van het verbod op marktmanipulatie. Uitleg aan de hand van een praktijkvoorbeeld** Stel de situatie voor dat voor een bepaald aandeel de beste verkooporder in de markt ligt op €11 en de beste kooporder op €10,85. Een partij P legt dan een verkooporder in op €10,99 en verbetert daarmee de beste verkooporder . Een andere partij X reageert direct daarop door op haar beurt de markt te verbeteren, namelijk naar €10,98. Partij P verbetert die prijs weer en ook partij X reageert daar weer op met een verbetering van die prijs. Dit tegen elkaar afgeven van steeds lagere (betere) verkoopprijzen verkrapt de spread en gaat zo door totdat uiteindelijk partij P een verkooporder inlegt op, bijvoorbeeld, €10,89. Partij X verbetert die prijs weer naar €10,88. Partij P stuurt dan een kooporder in om de verkooporder van partij X op €10,88 uit te nemen. Zodoende heeft partij P in plaats van €11 nu €10,88 per aandeel betaald. De verkooporders die eerder zijn gelegd op €10,89 en hoger, worden nu (of zijn al eerder) door partij P geannuleerd. Partij P gaat vervolgens orders inleggen om te kopen op steeds hogere niveaus waarmee partij X dan ook steeds weer meebeweegt. Partij P zal, als partij X tot haar hoogste niveau is meegegaan met de kooporders van partij P, dan verkopen aan partij X. Door deze repeterende manier van handelen zal partij P steeds winst maken ten koste van partij X. Afbeelding van gedrag partij P en reactie partij X In de afbeelding die je via de link hierboven kunt bekijken, is te zien dat partij X steeds de door partij P ingelegde verkooporders verbetert en daarmee de spread verkleint, waarbij partij P als partij X zijn verkoopprijs op een laag niveau heeft ingelegd, tegengesteld aan zijn eerder ingelegde verkooporders, juist koopt. Daarna gaat partij X weer mee als partij P steeds betere kooporders inlegt. Op het hoogste gaat P, tegengesteld aan zijn eerder ingelegde kooporders, verkopen aan partij X. Het transactieresultaat is een winst voor partij P en een verlies voor partij X. Dit voor partij P winstgevende en voor partij X verlieslatende gedragspatroon kan gedurende de handelsdag nog vele keren volgen.*** De AFM heeft ook gedrag gesignaleerd dat in de eindsituatie, vlak voorafgaande aan de transactie tussen partij P en partij X, partij X niet meer de order van partij P verbetert, maar op hetzelfde niveau dat partij P stelt komt bijliggen. In voorgesteld voorbeeld zou partij P bijvoorbeeld een verkooporder op €10,89 inleggen die partij X niet verbetert naar een lagere prijs, maar waar partij X dan komt bijliggen door ook een verkooporder in te leggen op datzelfde prijsniveau van €10,89. Dan merkt partij P dat partij X niet bereid is om tegen nog lagere prijzen te verkopen. Echter, partij P ligt op dat prijsniveau  vooraan in het orderboek door de toepassing van de zogeheten prijs-tijd prioriteit regel****. Partij P past haar verkooporder op €10,89 aan, bijvoorbeeld door het verhogen van de ordergrootte. Het gevolg is dat de order van partij P haar tijd prioriteit op de andere order (die van partij X) verliest en daarachter wordt geplaatst. Vervolgens legt partij P een kooporder in tegen €10,89 voor het deel wat partij X in verkoop heeft liggen op dat prijsniveau. In dit geval is het des te duidelijker dat partij P niet wilde verkopen tegen de door haar ingelegde steeds lagere prijsniveaus maar juist wilde kopen op dat lagere niveau. Van het hiervoor omschreven handelsgedrag gaat naar het oordeel van de AFM een onjuist of misleidend signaal uit of is dat daarvan te duchten met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de koers van het financiële instrument. Op basis van de Wft is dan sprake van verboden marktmanipulatie. Samenvattend Partij P manifesteerde zich als verkoper die zich in het orderboek bereid toonde om tegen steeds lagere prijzen te verkopen maar kocht dan op die lagere prijzen als de andere partij X mee was gegaan met de prijzen die partij P inlegde. Dit deed partij P ook andersom. Dus kooporders inleggen tegen steeds hogere prijzen maar juist verkopen tegen die hogere prijzen als de andere partij X daarin mee was gegaan. Partij P gaf hiermee misleidende signalen af over het aanbod van, de vraag naar of de koers van een financieel instrument. Volgens de AFM heeft partij P orders ingelegd die louter tot doel hadden om (een handelsalgoritme van) partij X te beïnvloeden om mee te gaan met deze orders of deze orders te verbeteren. Het inleggen van orders en/of het doen van transacties met het doel om andere partijen te verleiden/te misleiden tot het afgeven van gunstigere prijzen om daarvan gebruik te maken gaat in tegen gebruikelijk en integer handelsgedrag. Tot slot De AFM beschouwt dit handelsgedrag als een overtreding van het verbod op marktmanipulatie zoals dat in de Wft is vastgelegd. Handelsgedragingen zijn zelden identiek. De genoemde voorbeelden zijn bedoeld om in algemene zin de generieke kenmerken te beschrijven van dit soort manipulatieve gedragingen bij transacties in financiële instrumenten. Voetnoten: Marktmisbruik – gebruik van voorwetenschap, manipulatie of misleiding – is verboden. Het verbod op marktmanipulatie is neergelegd in artikel 5:58, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht. Als de AFM marktmanipulatie constateert kan de AFM onder meer aangifte doen bij het Openbaar Ministerie of een bestuurlijke boete opleggen. Het basisbedrag van deze wettelijk vastgestelde, bestuurlijke boete is €2.000.000. * Zie artikel 5:58 van de Wft. ** In verband met haar geheimhoudingsplicht kan de AFM niet in detail ingaan op dit praktijkvoorbeeld. Vandaar dat in de voorbeelden desbetreffende partijen en het financieel instrument niet bij naam worden genoemd. De AFM heeft passende maatregelen genomen om dit gedrag te stoppen. *** De reden dat een tegenpartij steeds maar ‘mee’ blijft gaan en niet direct beseft dat zij misleid wordt, kan liggen in het feit dat veel partijen gebruik maken van geautomatiseerde handelsalgoritmen die vaak, tot op zekere hoogte, standaard en voorspelbaar reageren op acties van andere marktpartijen. **** Prijs-tijd prioriteit zorgt ervoor dat de beste prijzen vooraan staan voor uitvoering. Als op een bepaald prijsniveau meerdere orders zijn ingelegd, dan heeft de order die als eerste is ingestuurd prioriteit op de andere orders die op datzelfde prijsniveau maar later zijn ingestuurd. Terug naar Inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. Terug naar Inhoud Lage inflatie hindert economisch herstel Eurozone Bron: Me Judice, 30 juli 2014 Een hoger niveau van inflatie, met behoud van het verschil in inflatie tussen Noordelijke en Zuidelijke lidstaten, zou onevenwichtigheden in de prijsconcurrentiepositie binnen de Eurozone sneller rechttrekken. Dit zou het economisch herstel in de Eurozone ten goede komen. Maar voorlopig liggen hogere inflatiecijfers niet in het verschiet, stelt Rabo-econoom Michiel Verduijn. Inflatie fors omlaag Sinds eind 2011 is het gemiddelde inflatietempo in de eurozone geleidelijk gedaald tot 0,5% (jaar-op-jaar) in juni. Dit ligt beduidend onder de ECB-doelstelling van ‘onder maar dicht bij de 2%’ (figuur 1). In vergelijking met de afgelopen decennia is dit uitzonderlijk laag. Sinds begin jaren negentig was de gemiddelde inflatie in de huidige eurozone slechts één keer lager. Na de financiële crisis was er medio 2009 kortstondig sprake van lichte deflatie, een daling van het gemiddelde prijspeil. Een aanzienlijk deel van de inflatiedaling sinds eind 2011 kunnen we verklaren door tijdelijke factoren. Een goed voorbeeld is het wegvallen van de positieve bijdrage vanuit energie- en voedselprijzen. In vergelijking met de inflatiepiek van 3% in oktober 2011 is de bijdrage van energie- en voedselprijzen in mei 2014 1,4%-punt lager. Deze lagere bijdrage is overigens deels een gevolg van de appreciatie van de euro sinds medio 2012, zeker ten opzichte van de dollar. Het is dus niet zo dat de gehele afname van het inflatietempo een gevolg is van een zwakke conjunctuur. Figuur 1. Inflatie scherp omlaag Afname bestedingsdruk Toch kunnen we een deel van de algehele inflatiedaling in de eurozone wel degelijk toeschrijven aan de afname van de bestedingsdruk. De kerninflatie, waarbij de prijsontwikkeling van energie en onbewerkt voedsel buiten beschouwing wordt gelaten, is de afgelopen jaren immers ook gedaald en dit kunnen we slechts gedeeltelijk verklaren door de afname van het prijsverhogende effect van hogere indirecte belastingen. Als onderdeel van hun bezuinigingsinspanningen verhoogden diverse overheden de afgelopen jaren hun btw-tarief of accijnzen op bijvoorbeeld alcohol en tabak. Dergelijke maatregelen vertalen zich direct in hogere prijzen, maar het jaar-op-jaareffect op het inflatietempo loopt er na twaalf maanden weer uit. Aangezien overheden dergelijke indirecte belastingverhogingen momenteel minder inzetten dan een paar jaar geleden, is hun inflatiebijdrage afgenomen van een piek van 0,6%-punt in september 2012 naar momenteel 0,2%-punt. Grote verschillen tussen lidstaten De inflatieverschillen tussen de eurozonelidstaten zijn op dit moment groot, waarbij Spanje, Portugal en Griekenland de afgelopen maanden te maken hebben gehad met een gestage daling van de prijzen, ofwel deflatie (figuur 2). De verschillen binnen de eurozone komen niet uit de lucht vallen: de lidstaten met zeer lage inflatie of zelfs deflatie zijn precies die lidstaten die de afgelopen jaren een bezuinigings- en hervormingsprogramma hebben doorlopen als voorwaarde voor financiële steun vanuit Europa en het IMF. Deze programma’s zijn geënt op het op orde brengen van de overheidsfinanciën en op een zogeheten ‘interne devaluatie’: het herwinnen van de (prijs-)concurrentiekracht. Dit moet dan gebeuren zonder wisselkoersaanpassing omdat dit binnen een muntunie nu eenmaal per definitie niet mogelijk is. De grote bezuinigings- en hervormingsinspanningen in deze landen hebben geleid tot een enorme krimp van de binnenlandse vraag, wat een daling van de kerninflatie of zelfs deflatie in de hand werkt. Figuur 2. Grote inflatieverschillen Een belangrijke oorzaak van de eurocrisis is dat de concurrentiepositie van de lidstaten sterk uiteen is gelopen. Verschillende perifere landen zagen hun concurrentiepositie verslechteren doordat hun (loon-)inflatie duidelijk hoger lag dan die in de kernlanden. Om hun concurrentiepositie te herstellen, moeten zij hun loonkosten (per eenheid product) weer in lijn brengen met de sterkere landen. Dat kan door relatieve verlaging van de loonkosten of door opvoering van de arbeidsproductiviteit. De inflatieverschillen tussen de Noordelijke en Zuidelijke lidstaten zijn vanuit dat perspectief dus gewenst. Een hoger inflatietempo in de gehele eurozone, waarbij het onderlinge inflatieverschil tussen de sterkere en zwakkere landen intact blijft, zou daarbij zeer wenselijk zijn. Michiel Verduijn Rabobank Utrecht Michiel Verduijn MSc. (1986) is sinds 15 september 2010 werkzaam bij het directoraat Kennis en Economisch Onderzoek (KEO) van Rabobank Nederland. Daarvoor heeft hij stage gelopen bij het Economisch Bureau van de ING en bij de Nederlandsche Bank. Hij heeft algemene economie gestudeerd en vervolgens een tweede master behaald in Finance. Zolang de gemiddelde eurozone-inflatie vanaf het huidige lage niveau niet oploopt, blijven de Zuidelijke lidstaten kampen met zeer lage inflatie of zelfs deflatie, anders kunnen zij hun concurrentiepositie niet herstellen, en hieraan kleven (op termijn) diverse nadelen. Ten eerste kan deflatie in theorie leiden tot uitstel van consumptieve bestedingen en tot een rem op investeringen vanwege een te hoge reële rente. Ten tweede ondermijnt deflatie in de Zuidelijke lidstaten de houdbaarheid van hun hoge nominale publieke en private schulden. Die stijgen immers in reële waarde. Het proces van schuldafbouw zal op deze manier alleen maar langer duren. Ten derde kan nominale loonstarheid ervoor zorgen dat lonen zeker in eerste instantie onvoldoende dalen in lijn met de afnemende inflatie. Op de korte termijn levert dit weliswaar een positieve impuls op vanwege de stijgende koopkracht, maar op de iets langere termijn zal een hieruit volgende stijging van de reële loonkosten negatief doorwerken op de werkgelegenheid. Vooruitblik: inflatie langer laag Een langdurige periode van lage inflatie of zelfs deflatie is dus ongewenst voor het economische herstel in de eurozone omdat deze de convergentie van de relatieve concurrentieposities van de lidstaten bemoeilijkt en het proces van schuldafbouw remt. Naar onze verwachting moeten wij voor de komende jaren helaas wel van een lage gemiddelde inflatie uitgaan. Een zwakke vraagontwikkeling en een negatieve output gap -het verschil tussen de huidige productie en de potentiële productie- ondersteunen deze verwachting (IMF, 2010; ECB, 2011). Een negatieve output gap gaat immers gepaard met werkloosheid boven het evenwichtsniveau (gedefinieerd als werkloosheid bij gesloten output gap), wat resulteert in een lagere loongroei en daarmee een lagere inflatiedruk. Een inschatting van de omvang van de huidige output gap en van het tempo waarmee deze de komende jaren wordt gesloten is cruciaal voor de toekomstige inflatieontwikkeling. Er zijn diverse redenen om aan te nemen dat de huidige negatieve output gap in de eurozone relatief beperkt is (Wereldbank, 2014): 1. Ten eerste is het realistisch om te denken dat een deel van de sterke (investerings-)groei in de jaren voorafgaand aan de crisis onhoudbaar was en daarom niet zal terugkeren. Het structurele groeipad is lager dan eerder geraamd, de output gap is daardoor minder negatief. 2. Ten tweede is sprake van zogeheten hysterese-effecten. Onder hysterese verstaan wij de gevolgen van een negatieve output gap op de lange termijn, bijvoorbeeld in de vorm van het verlies van vaardigheden en motivatie van werklozen of door een afname van de investeringen. Het (endogeen) afnemen van de potentiële groei door bijvoorbeeld hysterese kan resulteren in een minder negatieve output gap en daardoor een hogere inflatiedruk. Ondanks de inschatting dat de omvang van de huidige output gap relatief beperkt is, kan het lang duren voordat deze volledig is gesloten. Dit komt met name door de aanhoudend zwakke binnenlandse vraag. Gedurende het sluiten van deze output gap zal de inflatie naar verwachting slechts zeer geleidelijk terugkeren naar de ECB-doelstelling van ongeveer 2%. Figuur 3. Overheidsfinanciën eurozone Er zijn diverse factoren die ervoor zorgen dat de binnenlandse vraag in de eurozone de komende jaren slechts zeer geleidelijk zal herstellen (voetnoot 1): 1. Ten eerste blijft in veel lidstaten de komende jaren een begrotingsinspanning noodzakelijk, conform de regels van het Stabiliteits- en Groeipact. In tal van landen moeten overheden hun begrotingstekort onder de grens van 3% van het BBP brengen. Vrijwel iedere lidstaat moet bovendien zijn overheidsschuld geleidelijk tot de 60%-BBP-grens laten afnemen (figuur 3). 2. Ten tweede blijft er de komende jaren vermoedelijk sprake van afbouw van schulden in de private sector. Figuur 4 laat zien dat de schuldafbouw door bedrijven en huishoudens in de Zuidelijke lidstaten weliswaar is begonnen, maar dat de schuld als percentage van het BBP, deels vanwege het zogeheten noemer-effect, slechts bescheiden is afgenomen. 3. Ten derde speelt balansherstel niet alleen bij bedrijven en huishoudens, maar ook in de bancaire sector. Mede door de Basel 3-richtlijnen streeft vrijwel het gehele Europese bankwezen naar hogere kapitaalratio’s, waardoor veel banken zich gedwongen voelen hun balans (verder) te laten krimpen. Figuur 5 toont dat de kredietverlening aan het niet-financiële bedrijfsleven de afgelopen jaren zwaar onder druk heeft gestaan. Voor een deel is dit het gevolg van vraaguitval door de zwakke conjunctuur. Maar het is waarschijnlijk dat ook het proces van balansversterking bij banken een grote impact heeft gehad op de kredietverlening aan het niet-financiële bedrijfsleven. 4. Ten vierde zorgt de aanhoudend hoge werkloosheid in de eurozone voor relatief lage loongroei, hoewel nominale starheden dit proces remmen, zoals hierboven beschreven. De hoge werkloosheidspercentages zullen de komende jaren waarschijnlijk afnemen vanwege het verwachte economische herstel, maar vanuit het arbeidsaanbod (terugkeer van ‘ontmoedigden’, pensioenhervormingen) zijn er diverse factoren die er voor zorgen dat deze afname slechts zeer geleidelijk zal verlopen. Figuur 4. Schuldafbouw periferie Figuur 5. Kredietverlening onder druk Tot slot constateren wij dat het voor beleidsmakers lastig is om de bestedingsontwikkeling te stimuleren omdat de gereedschapskist met budgettaire en monetaire beleidsinstrumenten zeer mager is gevuld. De conventionele budgettaire en monetaire instrumenten zijn beperkt vanwege respectievelijk de reeds hoge overheidsschulden en de zeer lage beleidsrente. Bij gebrek aan conventionele instrumenten hint de ECB daarom al langer op de mogelijkheid van kwantitatieve verruiming. De concrete invulling hiervan is echter nog onbekend, maar op voorhand al omstreden, omdat het opkopen van staatsschuld riekt naar monetaire financiering van overheidstekorten. Naast het controversiële karakter kan men vraagtekens plaatsen bij de effectiviteit van het opkopen van bijvoorbeeld bancair schuldpapier als Asset Backed Securities (ABS). Het doel hiervan is het creëren van ruimte aan de activazijde van banken voor nieuwe kredietverlening. Het transmissiemechanisme zal echter de komende jaren verstoord blijven door het proces van kapitaalversterking en balansverkorting. Het is dus twijfelachtig of dit de bestedingen van bedrijven en huishoudens zal stimuleren. De gebrekkige Europese toolkit, in combinatie met de beperkte bereidheid om controversiële beleidsopties te gebruiken, ondersteunt onze basisverwachting van een periode van lage inflatie. Conclusies In vergelijking met de afgelopen decennia is de gemiddelde inflatie in de eurozone momenteel uitzonderlijk laag. Hoewel we een aanzienlijk deel van de inflatiedaling sinds eind 2011 kunnen verklaren door tijdelijke factoren is een deel van de daling ook toe te schrijven aan de zwakke bestedingsdruk. De huidige inflatieverschillen tussen Noordelijke en Zuidelijke lidstaten zijn cruciaal om het opgebouwde verschil in prijsconcurrentiepositie te herstellen. Maar vanwege de nadelen van zeer lage inflatie en zeker deflatie zou een hogere inflatie in zowel de Zuidelijke als de Noordelijke lidstaten, waarbij het onderlinge inflatieverschil intact blijft, wenselijk zijn. Een moeizame afbouw van de nominale publieke en private schulden en een afname van de werkgelegenheid vanwege een stijging van de reële loonkosten vormen de belangrijkste risico’s van te lage inflatie, vooral voor Zuid-Europa. Vanwege de huidige negatieve output gap en de diverse factoren die de binnenlandse vraag de komende jaren blijven drukken, toont ons basisscenario een slechts geleidelijk economisch herstel met een inflatie die langer laag blijft. De zeer beperkte beleidsmogelijkheden om de vraagzijde stimuleren en het controversiële karakter van enkele resterende instrumenten ondersteunen dit beeld. Voetnoten (1) De focus ligt daarmee op de bestedingsinflatie, mede omdat een toekomstige inschatting van de kosteninflatie zeer lastig is vanwege het grillige verloop van bijvoorbeeld energie- en voedselprijzen, wisselkoersen en indirecte belastingen. Een belangrijke aanname onder ons basisscenario is dus dat de inflatiebijdrage van dergelijke exogene factoren de komende jaren beperkt is. Referenties -Europese Commissie (2014), European Economic Forecast: Spring 2014, Brussel. -IMF (2010), Still minding the gap: inflation dynamics during episodes of persistent large output gaps, IMF working paper 10/189, Washington. -Wereldbank (2014), Sluggish postcrisis growth: polices, secular stagnation and outlook, Economic Premise no. 139, April. Terug naar Inhoud Nederlandse spaartegoeden verder toegenomen Bron: DNB Statistisch Nieuwsbericht 25 juli 2014     Nederlandse huishoudens hebben in de eerste helft van 2014 bijna EUR 6,6 miljard meer spaargeld gestort dan opgenomen bij Nederlandse banken. Hierdoor hebben zij eind juni zo’n EUR 335 miljard op binnenlandse spaarrekeningen staan, een niveau dat niet eerder bereikt is. Per particulier huishouden komt dit gemiddeld neer op ruim EUR 44.000. De netto-inleg van spaargeld is in het eerste half jaar van 2014 positief geweest en kwam in zijn totaliteit uit op bijna EUR 6,6 miljard. Vooral bij de vrij opneembare deposito’s werd geld ingelegd. Ook bij de deposito’s met vaste looptijd was in het eerste half jaar van 2014 een lichte instroom van spaargeld te zien. Het grootste deel van de Nederlandse spaartegoeden, ruim 85 procent, staat op vrij opneembare spaarrekeningen, zoals internetspaarrekeningen. De totale hoeveelheid spaargeld die huishoudens bij banken hebben uitstaan is sinds eind 2013 gestaag gestegen naar EUR 335 miljard, een niveau dat niet eerder is bereikt (zie grafiek). Grafiek:   Spaargeld Nederlandse huishoudens aangehouden bij banken en netto-inleg spaargeld Het huidige niveau van de spaartegoeden betekent dat een particulier huishouden in Nederland gemiddeld ruim EUR 44.000 op spaarrekeningen heeft staan. Tien jaar geleden was dat EUR 30.000. Niet alleen in absolute termen is het huidige niveau van de spaartegoeden niet eerder gehaald, dit geldt ook wanneer de spaartegoeden gerelateerd worden aan het besteedbaar inkomen van huishoudens. Momenteel zijn de gemiddelde spaartegoeden van de particuliere huishoudens ruim 30 procent hoger dan het besteedbare inkomen, in 2004 lagen spaartegoeden en besteedbaar inkomen beide nog op het niveau van gemiddeld EUR 30.000 per huishouden. De achterliggende ontwikkeling in de hoeveelheid spaargeld van huishoudens kan verder inzichtelijk worden gemaakt aan de hand van de maandelijkse inleg en opname van spaargeld. Ook dit jaar is een duidelijk herkenbaar seizoenpatroon zichtbaar met hoge netto-inleggen in de maanden januari en mei. Dit komt vooral door de eindejaarsbonussen en het vakantiegeld die in de respectievelijke maanden worden uitgekeerd. De maandelijkse netto-inleg van spaargeld is in het eerste half jaar van 2014 met uitzondering van de maand februari positief geweest en kwam dus in totaal uit op bijna EUR 6,6 miljard. Ter vergelijking: in het eerste half jaar van 2013 legden de Nederlandse huishoudens per saldo voor EUR 3,6 miljard aan spaargeld in. Een analyse van de onderliggende stromen wijst uit dat zowel de inleg als de opname van spaargeld in de eerste helft van 2014 lager is dan dezelfde periode in voorgaande jaren. De opname van spaartegoeden daalde echter veel sterker dan de inleg waardoor het netto effect positief was. Er werd vooral weinig vrij opneembaar spaargeld opgenomen (in de eerste helft van 2014 ruim EUR 8 miljard tegenover bijna EUR 16 miljard in dezelfde periode van 2013) ondanks dat de rente die op deze spaar­gelden wordt vergoed in 2014 licht is gedaald. Link:   Binnenlands bankbedrijf (monetair) Terug naar Inhoud Sparend Nederland Bron: DNB In de afgelopen decennia is het saldo op de lopende rekening van Nederland sterk toegenomen. Dit ‘spaaroverschot’ ontstaat doordat ons land meer inkomsten heeft dan uitgaven. Huishoudens sparen minder dan vroeger, maar de bedrijven aanzienlijk meer. De grote multinationals, het omvangrijke pensioenvermogen en de lange huishoudbalansen hebben een grote statistische invloed op de Nederlandse besparingen. Vanwege deze uitzonderlijke financieel- economische structuur moet het saldo op de lopende rekening met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.  Dit zijn enkele conclusies uit een Occasional Study van DNB over het spaaroverschot. Het saldo op de lopende rekening staat sinds de crisis meer in de belangstelling. De Europese Commissie gebruikt het als indicator voor mogelijke macro-economische onevenwichtigheden. Met een gemiddelde omvang in de afgelopen drie jaar van 9,2% ligt het Nederlandse overschot historisch en internationaal gezien op een hoog niveau, en boven de Brusselse grenswaarde van 6%. Een hoog saldo op de lopende rekening wordt gereflecteerd door een hoog spaaroverschot: het betekent immers dat niet alle inkomsten worden omgezet in consumptie en binnenlandse investeringen. Voor een verklaring van de toename van het saldo op de lopende rekening is het inzichtelijk om het spaaroverschot nader te ontleden, omdat zo de bijdragen van huishoudens en bedrijven kunnen worden onderscheiden. Huishoudens sparen minder Wie slechts kijkt naar de stijgende tegoeden op spaarrekeningen zou de conclusie kunnen trekken dat Nederlandse huishoudens nijvere spaarders zijn. Maar of huishoudens per saldo sparen is afhankelijk van de veranderingen in álle financiële vorderingen en verplichtingen, en niet slechts van de spaartegoeden. Door die bril verandert het beeld. In de jaren tachtig werd er daadwerkelijk veel gespaard door de Nederlandse huishoudens. Maar vanaf halverwege de jaren negentig kwam daar door de grote toename van de hypotheekschulden verandering in; na de eeuwwisseling was het spaarsaldo van huishoudens zelfs enkele jaren negatief. Hoewel het spaarsaldo van huishoudens sinds de crisis is opgelopen, ligt het nog altijd ruim onder het niveau uit de jaren tachtig. De belangrijkste reden voor het lagere spaarsaldo van huishoudens is dat de overwaarde op de eigen woning is verzilverd. Doordat de waarde van hun huis was gestegen, konden huishoudens extra krediet opnemen. Tegelijkertijd zijn ook hun collectieve besparingen voor het pensioen gedaald. De pensioenpremies zijn weliswaar toegenomen, maar door de vergrijzing zijn de pensioenuitkeringen ook gestegen. De beleggingsinkomsten van pensioenfondsen zijn bovendien als gevolg van lagere rente- en dividendinkomsten gedaald. Een kanttekening is dat die beleggingsinkomsten (en daarmee het saldo op de lopende rekening) neerwaarts worden vertekend door de winstinhouding van de bedrijven waarin de pensioenfondsen aandelen hebben. Koersstijgingen blijven in de systematiek van de betalingsbalans namelijk buiten beschouwing. Bedrijven sparen meer Sinds eind jaren negentig zijn Nederlandse bedrijven juist meer gaan sparen. Die oploop reflecteert lagere binnenlandse investeringen, alsook hogere ingehouden winsten. Bij het hoge spaarsaldo spelen multinationals een belangrijke rol. In landen waar het bedrijfsleven veel in het buitenland investeert, zoals Nederland, spaart het bedrijfsleven doorgaans meer. Dat komt voor een belangrijk deel door de statistische afspraak dat de winsten die buitenlandse dochtermaatschappijen van multinationals behalen volledig als inkomsten aan de moedermaatschappij toekomen,ook als ze lokaal worden ingehouden ter financiering van investeringen. De winsten uit buitenlandse belangen gaan in Nederland vooral naar beursgenoteerde bedrijven, die voor een belangrijk deel in buitenlandse handen zijn. Voor zover zij die winst als dividend uitkeren, stroomt die grotendeels naar buitenlandse beleggers. Maar voor zover zij deze winst inhouden, draagt dit bij aan een hoger Nederlands spaaroverschot. Economische structuur beïnvloedt het spaaroverschot Nederland heeft een uitzonderlijke financieel-economische structuur. Door de fiscale stimulering van zowel hypotheekschuld als pensioenvermogen hebben huishoudens lange balansen. Het pensioenvermogen is erg groot ten opzichte van de omvang van de economie, en mede om die reden voor een belangrijk deel in het buitenland belegd. Om historische redenen heeft Nederland bovendien een relatief groot aantal multinationals binnen haar grenzen. Gecombineerd met de toegenomen handels- en inkomensstromen als gevolg van de globalisering van de economie maken deze omstandigheden het saldo op de lopende rekening moeilijk eenduidig te interpreteren. Figuur 1 laat dit zien. In deze figuur wordt gecorrigeerd voor het niet-uitkeren van ingehouden winst aan het buitenland (door multinationals) en aan Nederland (voor de pensioenbeleggingen). In de jaren voor de crisis heeft het gecombineerd effect het saldo op de lopende rekening behoorlijk verhoogd. In recente jaren heffen deze effecten elkaar ongeveer op, maar hebben andere bijzonderheden, zoals de procylische werking van het pensioenstelsel en de woningmarkt, het saldo vertekend. Dit illustreert in de eerste plaats dat het saldo op de lopende rekening met voorzichtigheid moet worden geïnterpreteerd. Geeft het hoge saldo op de lopende rekening nu aanleiding tot zorg over macro-economische onevenwichtigheden? Het antwoord op die vraag is gemengd. Niemand zal betogen dat Nederland minder multinationals zou moeten hebben. En de uitsplitsing van het spaaroverschot laat zien dat niet eenvoudigweg kan worden gesproken van ‘onderbesteding’. Het hoge saldo op de lopende rekening is veeleer een uiting van een ander soort onevenwichtigheid: de uitzonderlijke financieel-economische structuur van Nederland. Het verdient aanbeveling – zoals het SER-rapport ‘Nederlandse economie in stabieler vaarwater’ vorig jaar ook al betoogde – om deze structuur geleidelijk te normaliseren. De eerste stappen daartoe zijn overigens al gezet. In dit licht is het verstandig dat de Europese Commissie het saldo op de lopende rekening slechts als een startpunt gebruikt voor nadere analyse, en de onderliggende ontwikkelingen analyseert in plaats van direct beleidsconclusies te verbinden aan de omvang van het saldo. Download: Het nationale spaaroverschot ontleed (PDF: 377.0 Kb) Terug naar Inhoud Europees betaalsysteem SEPA ingevoerd Bron: Redactie Op 1 augustus 2014 is Nederland, net als andere eurolanden, overgegaan op het Europese betalingssysteem SEPA (Single Euro Payments Area) . Het onderscheid tussen nationale en internationale betalingen binnen de eurozone is daardoor verdwenen. De overgang naar het betalingssysteem SEPA betekent dat iedereen een IBAN  (International Bank Account Number) van 18 tekens krijgt. Daarnaast zal er betaald worden met de Europese overschrijving (SCT = SEPA Credit Transfer) en de Europese incasso (SDD = SEPA Direct Debit) . Alle banken in Europa (behalve Rusland, Wit-Rusland, Oekraïne en Moldavië) gebruiken het IBAN-systeem. Ook in Israël, Tunesië, Mauritius, Turkije, Saoedi-Arabië en Libanon is dit Europese systeem overgenomen. De introductie van één geïntegreerde Europese betaalmarkt, de Single Euro Payments Area (SEPA), is in januari 2008 gestart. Dit was een initiatief van de eurozone (zie overzichtskaartje), die toen uit dertien landen bestond. Er zijn plannen om dit uniforme betaalgebied zelfs uit te breiden tot alle 28 lidstaten van de Europese Unie. Iedereen zou dan in alle EU-lidstaten zonder problemen met dezelfde pinpas kunnen betalen. Dat moet transactiekosten voor consumenten verlagen, maar sommige deskundigen betwijfelen of dit ook zal gebeuren. Het nieuwe pinnen, waar in 2011 al mee is kennisgemaakt, maakt ook onderdeel uit van het nieuwe betalingssysteem. De Nederlandse acceptgiro krijgt geen Europese opvolger, maar wordt aangepast aan de Europese standaarden. Naar verwachting zal de acceptgiro uiterlijk in 2019 zijn uitgefaseerd; voor die tijd worden er alternatieven ontwikkeld. De invoering was aanvankelijk gepland voor 1 februari 2014, maar omdat de invoering van SEPA in veel EU-landen langzaam verliep, werd de overgangstermijn naar het Europese betalingssysteem verlengd tot 1 augustus 2014. Nu kan er dus geen gebruik meer worden gemaakt van oude rekeningnummers, maar alleen nog van IBAN-rekeningnummers. Alleen goede doelen kunnen (voorlopig) blijven gebruikmaken van korte rekeningnummers, zoals giro 555. Bedrijven die nog niet over zijn naar IBAN kunnen geen automatische incasso's meer innen en vertraging oplopen bij betalingen. 200 tot 300 ondernemingen die elke maand duizenden transacties verwerken kunnen daardoor zelfs in financiële problemen komen, meldde De Nederlandsche Bank (DNB) onlangs. Volgens DNB is 94 procent van de Nederlandse consumenten bekend met de 18-cijferige code. Van de ouderen is slechts de helft klaar voor IBAN, blijkt uit onderzoek van seniorenorganisatie ANBO. Bijna 22 miljard euro wordt met de invoering van SEPA bespaard. Bedrijven hoeven nu niet meer per Europees land een aparte rekening aan te houden, waardoor 9 miljoen bankrekeningen kunnen worden geschrapt. Dat stellen analisten van accountantskantoor PwC, die in opdracht van de Europese Commissie keken naar de gevolgen. Lees meer: Over SEPA, de totstandkoming, voor en nadelen en toepassingsgebied van de Single Euro Payments Area (SEPA) . Klik hier voor uitgebreid artikel op wikipedia Over IBAN, de regelgeving, structuur w.o. samenstelling, validatie en landenspecifieke regels  van dit International Bank Account Number. Klik hier voor uitgebreid artikel op wikipedia Over op Iban: Campagne - website: Klik Hier Terug naar Inhoud Voorinschrijving op effecten valt onder prospectusplicht Bron: AFM 25-07-2014 In de aanloop van het aanbieden van effecten door middel van een goedgekeurd prospectus geven marktpartijen in sommige gevallen beleggers al de mogelijkheid om zich (voor) in te schrijven op deze effecten. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) merkt op dat een dergelijke (voor) inschrijving valt onder het verbod effecten aan te bieden zonder een goedgekeurd prospectus door de AFM of een andere toezichthouder van een lidstaat. Het verbod om in Nederland zonder een goedgekeurd prospectus door de AFM effecten aan te bieden staat in artikel 5:2 van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Wat onder aanbieden van effecten aan het publiek moet worden verstaan, is uitgewerkt in artikel 5:1 onder a van de Wft:         "het doen van een tot meer dan een persoon gericht voldoende bepaald aanbod als bedoeld in artikel 217, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, tot het aangaan van een overeenkomst tot het kopen of anderszins verkrijgen van effecten dan wel een uitnodiging tot het doen van een aanbod op dergelijke effecten." Een uitnodiging aan beleggers geldt als een aanbod Deze ruime definitie van ‘aanbieden’ gaat verder dan enkel het civielrechtelijk aanbod. Ook een uitnodiging tot het doen van een aanbod, zoals bij de veilingfusie en bookbuilding, valt onder het bereik van de effectenrechtelijke definitie van ‘aanbieden’. In beide voorbeelden is er sprake van het peilen van het aantal gegadigden en hun interesse met de bedoeling te komen tot een koopovereenkomst. Na het verstrekken van het goedgekeurd prospectus maken de beleggers kenbaar of en hoeveel effecten zij voor welke prijs willen kopen. Ook andere vormen van ‘uitnodiging tot het doen van een aanbod’ zijn mogelijk. Voor een uitnodiging tot het doen van een aanbod is niet vereist dat aanvaarding direct mogelijk is, zoals dat wel het geval is bij het aanbod in de zin van art. 6:217 lid 1 BW. Er hoeft dus ook nog geen overeenkomst tot stand te kunnen komen. Voorinschrijvingen zijn niet toegestaan De mogelijkheid om beleggers te laten voorinschrijven op effecten waarvan het prospectus nog moet worden goedgekeurd, valt dus onder het verbod van artikel 5:2 Wft. Ook als het gaat om bijvoorbeeld vrijblijvende reserveringen waarbij nog geen overeenkomst tot stand komt en beleggers na de goedkeuring van het prospectus wederom (schriftelijk) moeten aangeven dat men de effecten wil afnemen. Algemene bekendmakingen zijn wel toegestaan Het verstrekken van algemene informatie over de op handen zijnde aanbieding is wel toegestaan. Mededelingen of verzoeken die niet het karakter van een voorstel of het doen van een uitnodiging in zich dragen, gelden niet als ‘aanbieden’. Een mededeling en/of een verzoek op de website aan beleggers om hun gegevens achter te laten om op de hoogte te worden gehouden over de publicatie van het prospectus is toegestaan. Terug naar Inhoud   IG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: janroozenburg@kpnplanet.nl Meedoen kan Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt en deze nieuwsbrief. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij dringend op zoek naar mensen die mee willen doen. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met het HCC Beleggen bestuur Klik Hier of met de redactie  Klik Hier Terug naar Inhoud Nieuwsbrieven archief | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

3 augustus 2014

...

Nieuwsbrief20140701

Juli 2014 George Soros en de efficiënte markt hypothese Banken en verzekeraars handelen geleidelijk meer in het belang van de klant Vermogen in Nederland gelijker verdeeld sinds eind negentiende eeuw Geen retourprovisies meer bij depotbanken Hoe incidenten doorwerken in een raming Beloning vermogensbeheerders moet eerlijker Het Statistisch jaarboek 2014 is uit Zet 4 oktober 2014 alvast in uw agenda Doet u mee? 4 oktober 2014 -63 ste HCC Beleggen Symposium George Soros en de efficiënte markt hypothese Bron: Dr. Ben J.L. van den Anker  De door beleggers gebruikte twee klassieke benaderingen om aandelen te waarderen zijn vaak gerelateerd aan de technische en fundamentele analyse. Beide methoden hebben in al hun varianten en beperkingen als doel een verklaring te bieden voor de waardering van aandelen en een mogelijke richting naar de toekomst aan te geven. De voormalige hedgefundmanager George Soros zag sterke beperkingen in de traditionele theorie en ontwikkelde de theorie van reflexitiviy verder. Reflexitivity komt voor in een sociaal systeem waar de handelende nadenkt over zijn handelen en de consequenties daarvan, en op grond van deze bevindingen zijn handelen aanpast. Reflexief verwijst dan naar een relatie tussen een entiteit en de eigen persoon. Een investeerder die handelt waardoor prijzen veranderen bevindt zich in een reflexief proces. Hieruit volgt dat individuen in de aandelenmarkt zowel handelenden als observanten zijn. De wetenschapper als het ware als onderdeel en manipulator van hetgeen onderzocht wordt. Voor Soros is de vooringenomenheid van de diverse handelende individuen in het sociale systeem van belang. Deze vooringenomenheid is de drijvende kracht achter het historische proces van prijsvorming. Het denken van de handelende partijen beïnvloedt namelijk de gebeurtenissen die volgen. Cognitie houdt dan in dat perceptie een functie van de situatie is. De actie die volgt impliceert dat de situatie een functie is van de perceptie. De combinatie van perceptie en actie is de opbrengst van reflexitivity. Het volgende voorbeeld illustreert dit principe op een eenvoudige wijze. Als de cognitieve functie geïsoleerd en zonder beïnvloeding van de manipulatieve functie zou handelen kan er kennis ontstaan. Deze kennis is ware kennis, daar de kennis overeenkomt met de feiten. Als er echter beïnvloeding door een manipulatieve functie plaatsvindt zijn de feiten niet langer het onafhankelijke criterium waarop de waarheid van een observatie beoordeeld kan worden.  De manipulatieve beïnvloeding kan (en zal) de feiten namelijk veranderd hebben. Ben van den Anker (1976) is schrijver / columnist en lid centrale directie aan het Candea College Hij heeft zijn PhD in Business & Management tijdens een negen jarig verblijf in Zuidoost Azië aan de International Graduate School of Business (University of South Australia) behaald. Hij is auteur van het boek The perceived role of Host Country Nationals in Expatriate Adjustment (2010, Ben van den Anker). Zijn onderzoek richt zich met name op de rol van cross-culturele interactie in het functioneren van expatriates. Daarnaast is hij voor de International Business Review revisor voor wetenschappelijke artikelen op het snijvlak business en management. Wat betekent dit voor de theorie van de efficiënte markt hypothese? De economische wet van vraag en aanbod impliceert dat een toename van de vraag resulteert in een hogere prijs. Hierdoor neemt het aanbod normaal gesproken ook toe. De veronderstelling dat markten informatie bevatten die is gerelateerd aan de vooringenomenheid van handelende partijen biedt een ander beeld. Een momentum investeerder die de stijgende prijs ziet als een aanleiding om te kopen creëert een opwaartse druk op de prijs. Een dalende prijs is voor veel investeerders een reden om te verkopen; wat weer een neerwaartse druk op de prijs uitoefent. Dit scenario wijkt structureel af van de economische wet van vraag en aanbod en bevestigt het veranderen van de fundamenten door de combinatie van perceptie en actie. Interessant wordt het als Soros zoekt naar verschillen tussen perceptie en realiteit. Een groot verschil suggereert dat het systeem niet stabiel is. Berichten in de pers in 2014 over de opgelopen aandelenwaarderingen en de angst voor een nieuwe bullmarkt suggereren dat wij op een punt zouden kunnen belanden waar perceptie en realiteit weer te ver uit elkaar gegroeid zijn. Het herkennen van deze momenten van instabiliteit biedt echter voor investeerder ook mogelijkheden een buitengewoon rendement te behalen. De vooringenomenheid van investeerders is overigens niet een kwestie die weken, of maanden duurt, maar soms zelfs jaren kan persisteren.  De internet zeepbel van 2001 getuigt van de mogelijke langdurige discrepantie tussen perceptie en realiteit. Reflexivity bied een waardevolle benadering voor het verklaren van de  gepercipieerde werkelijkheid van investeerders. Een benadering waarin oorzaak en gevolg zich in een circulaire relatie bevinden en sociale gebeurtenissen invloed op het proces uitoefenen. Het praktische gebruik van dit inzicht in het monitoren van de markten kan de belegger wellicht de mogelijkheid bieden een succesvolle investeringscontext te creëren en zeepbellen met bijbehorende koers-winstverhoudingen te herkennen. Terug naar Inhoud advertentie Terug naar Inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Banken en verzekeraars handelen geleidelijk meer in het belang van de klant Bron: AFM Banken en verzekeraars boeken gestage vooruitgang om het belang van de klant centraal te stellen. Zij moeten dit gedachtengoed nog wel duurzaam verankeren in hun bedrijfscultuur. Dat blijkt uit metingen van de AFM. In 2013 scoorden de tien grootste banken en verzekeraars gemiddeld een 3,5 op de vijfpuntschaal van het Klantbelang Dashboard van de AFM. De stijgende trend van de afgelopen jaren wordt hiermee voortgezet. De sector heeft de juiste weg ingeslagen, maar de af te leggen weg is nog lang. Bekijk de uitleg over dit onderwerp van AFM-bestuurder Theodor Kockelkoren en de reacties van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en het Verbond van Verzekeraars op Youtube. Video op Youtube Klik Hier   De volgende stappen naar het structureel centraal zetten van het klantbelang vereisen verdere veranderingen van het bedrijfsmodel, motivatie van hoog tot laag in de organisatie om de verandering door te zetten, meer regie vanuit de top op de gewenste gedragsverandering bij medewerkers en het daadwerkelijk opbouwen van een ondernemingscultuur die er voor zorgt dat klanten op een veilige manier en eerlijk worden behandeld. “Die cultuurverandering is niet iets wat je van buitenaf kunt afdwingen. De sector is aan zet.” aldus AFM-bestuurder Theodor Kockelkoren. Voor het realiseren van de plannen en het borgen van de verandering is niet alleen de meer harde, instrumentele kant van belang, zoals het aanpassen van het beleid en procedures. Ook de meer zachte, menselijke kant is juist van belang, zoals het beschrijven van nieuw gewenst gedrag. De AFM constateert daarbij een breed gedeeld besef onder de hoofdrolspelers bij grote banken en verzekeraars dat verder veranderen noodzakelijk en urgent is. Onze rol is om deze verandering te stimuleren. Hierin trekt de AFM samen op met DNB. Op onderwerpen waar de AFM al enige jaren naar kijkt, zoals informatieverstrekking, spaarbeleid, claimafhandeling en klachtenmanagement, presteren de grote banken en verzekeraars redelijk goed. Sommige verbeteringen gaan verder dan waar de AFM op heeft gemeten. In het licht van recente berichtgeving, verwacht de AFM dat de sector deze proactieve houding ook laat zien bij de verbetering van de dienstverlening aan zakelijke klanten. Op onderwerpen waar de AFM minder aandacht op heeft gevestigd, zoals beleggingsdienstverlening en pensioenen blijven de prestaties achter. Dit onderstreept het belang van het duurzaam verankeren van het klantbelang in de cultuur. De NVB en het Verbond van Verzekeraars hebben aangegeven de terugkoppeling te gebruiken om de dienstverlening van banken en verzekeraars verder te verbeteren. Een aantal banken en verzekeraars hebben al verbetermaatregelen geïmplementeerd. Onderstaand schema  "Overzicht van Klantbelang Dashboardscores over de afgelopen 4 jaar " geeft de ontwikkelingen weer op de punten die in de AFM in het Klantbelang Dashboard heeft beoordeeld. Het zal tijd vergen voordat banken en verzekeraars het belang van de klant centraal in hun cultuur hebben verankerd. Het is daarom belangrijk om bij klanten begrip te kweken dat een lange termijn proces is ingezet en dat niet alle veranderingen van vandaag op morgen gerealiseerd zijn. De AFM roept de sector dan ook op om actie te blijven ondernemen en te blijven investeren in een maatschappelijke dialoog. In "De belofte om het klantbelang centraal te stellen - de tussenstand" kunt u meer lezen over de ontwikkelingen bij banken en verzekeraars om het belang van de klant centraal te stellen. Terug naar Inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. Terug naar Inhoud Vermogen in Nederland gelijker verdeeld sinds eind negentiende eeuw Bron: Me Judice 27 jun 2014 | Koen Caminada, Kees Goudswaard, Marike Knoef De verdeling van vermogen in Nederland is scheef, maar een stuk minder scheef als rekening wordt gehouden met opgebouwde pensioenrechten. Tegelijk is de verdeling veel minder ongelijk geworden sinds het einde van de negentiende eeuw. Dit stellen de Leidse economen Koen Caminada, Kees Goudswaard en Marike Knoef. Weinig harde feiten Steeds vaker worden zorgen uitgesproken over de ontwikkeling van de inkomens- en vermogensongelijkheid. Met name het werk van Piketty heeft de laatste tijd veel aandacht getrokken. Kern van zijn boodschap is dat de verdeling van inkomen en vermogen in de tijd steeds meer ongelijk wordt. Koen Caminada, hoogleraar  aan de Universiteit Leiden Prof. dr. Koen Caminada (1966) studeerde economie aan de Erasmus Univesiteit Rotterdam en de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is hoogleraar Empirische analyse van sociale en fiscale regelgeving aan de Universiteit Leiden. Zijn proefschrift ging over De progressie van het belastingstelsel (1997). Sindsdien heeft hij wetenschappelijk onderzoek verricht op het terrein van de (empirische) analyse van fiscaal en sociaal overheidsbeleid. Thans verricht hij onderzoek naar de effecten van veranderingen in de socialezekerheidsregelingen en pensioenen voor verschillende sociaal-economische groepen en naar de economische aspecten van belastinghervormingen (in internationaal vergelijkend perspectief). Doordat het rendement op vermogen structureel hoger is dan de groeivoet van de economie, eigenen de vermogenden in de samenleving zich een steeds groter deel van de nationale koek op. In Nederland is het maatschappelijk debat over dit thema ook volop losgebarsten, mede naar aanleiding van de recente studie van de WRR (2014). Van belang is om dit in belangrijke mate normatieve debat te voeren op basis van zo goed mogelijke feiten. Over de (ontwikkeling van de) inkomensverdeling is veel empirisch materiaal beschikbaar (zie ook Caminada et al, 2014). Maar over de vermogensverdeling is minder bekend. Op grond van de CBS-gegevens is duidelijk dat de vermogensverdeling schever is dan de inkomensverdeling. Maar in de gebruikelijke statistieken worden niet alle vormen van vermogen meegeteld. Zo wordt het pensioenvermogen niet meegerekend, terwijl dat in Nederland relatief groot is. Verder worden de vermogensverdeling en de inkomensverdeling veelal los van elkaar geanalyseerd, terwijl ook essentieel is of er ‘stapeling’ van ongelijkheid optreedt. Tamelijk weinig is bekend over de ontwikkeling van de vermogensongelijkheid in Nederland. In de empirische analyse van Piketty wordt Nederland niet meegenomen. In de WRR studie wordt gesteld dat partiële gegevens doen vermoeden dat de ongelijkheid in de vermogensverdeling in Nederland toeneemt (p. 86), zoals Piketty ook voor andere landen constateert. In dit artikel brengen wij de scheefheid van de vermogensverdeling in kaart, inclusief de hiervoor beschreven correctie voor pensioenvermogen. Verder laten we data zien die aangeven dat de vermogensconcentratie aan de top in Nederland in de loop der tijd juist niet groter is geworden. Kees Goudswaard, hoogleraar  aan de Universiteit Leiden Prof. Dr. Kees Goudswaard studeerde economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is thans hoogleraar Toegepaste Economie aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar Sociale Zekerheid vanwege de Stichting Instituut GAK. Daarnaast is hij onder meer 14 jaar Kroonlid geweest van de Sociaal-Economische Raad. Hij is voorzitter van de Commissie Toekomstbestendigheid aanvullende pensioenen die een advies heeft opgesteld voor minister Donner over de toekomst van de pensioenen. Private vermogensverdeling 2012 Welke mensen bevinden zich aan de onderkant en de bovenkant van de vermogensverdeling? Onderstaande figuur beschrijft de vermogensverdeling van Nederland voor het jaar 2012 op basis van CBS-data. Zowel de vermogensaandelen per deciel als de Lorenzcurve (cumulatieve aandelen) zijn in beeld gebracht. Het vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. De bezittingen bestaan vooral uit banktegoeden, effecten, onroerend goed en ondernemingsvermogen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet. Enkele zaken zijn bij de berekening van het vermogen niet meegeteld door gebrek aan gegevens. Zo is met de opgebouwde rechten op een toekomstige pensioen- of levensverzekeringsuitkering (waaronder lijfrente) nog geen rekening gehouden. Evenmin is het tegoed dat is opgebouwd bij spaar- en levenhypotheken tot de bezittingen gerekend. Ontbrekende vormen van bezit zijn verder contant geld, duurzame consumptiegoederen (met uitzondering van de eigen woning), juwelen en antiek. Aan de schuldenkant ontbreken schulden bij postorderbedrijven. Wanneer we allereerst naar de private vermogens exclusief pensioenvermogen kijken, bezat het rijkste percentiel Nederlandse huishoudens in 2012 ongeveer een kwart van het totale private vermogen; de top 5% procent bezat ongeveer 45% en de rijkste 10% huishoudens bezat 61 procent. Deze rijkste 10%-groep bestaat voor een belangrijk deel uit senioren (36%) en ondernemers (29%). Aan de onderkant heeft de eerste 60 procent van alle huishoudens tezamen een privaat vermogen van 0 euro. Dit betekent niet dat 60 procent van de huishoudens een negatief vermogen heeft, maar dat ze zo weinig vermogen hebben, dat ze het negatieve vermogen van de eerste 6 procent huishoudens niet goed maken. Dit betreffen vooral huishoudens met schulden; in het onderste vermogensdeciel bevinden zich vooral werknemers en ambtenaren (76%). Zij hebben consumptief krediet of hun huis staat onder water. Mogelijk heeft een deel van deze huishoudens een spaar- of beleggingshypotheek, maar deze nemen we helaas niet waar. De vermogens zijn dus scheef verdeeld. De mate van scheefheid kan worden uitgedrukt met behulp van één kengetal: de Gini-coëfficiënt van het private vermogen bedraagt 0,80. Figuur 1. Vermogensaandelen per deciel en de Lorenzcurve van vermogen, 2012 Bron: eigen berekeningen op basis CBS Statline Pensioenvermogens dempen ongelijkheid Marike Knoef universitair docent aan de Universiteit Leiden Dr. M.G. (Marike) Knoef werkt als universitair docent aan de Universiteit Leiden. Zij studeerde Econometrie aan de Universiteit van Tilburg en is in 2011 gepromoveerd op haar proefschrift "Essays on Labor Force Participation, Aging, Income and Health". Haar interesses omvatten onderzoek op het gebied van de arbeidsmarkt, inkomens, pensioenen en de sociale zekerheid. In de discussie is er regelmatig op gewezen dat het van belang is om ook de opgebouwde aanvullende pensioenrechten mee te rekenen, zeker bij een internationale vergelijking van de vermogensverdeling. Een opgebouwd pensioenrecht is natuurlijk niet helemaal vergelijkbaar met privaat opgebouwd vermogen (dat overdraagbaar, verkoopbaar en vererfbaar is). Anderzijds gaat het beide om uitgestelde consumptie. Hieronder presenteren we de vermogensverdeling zonder en met opgebouwde pensioenrechten. We gebruiken CBS microdata over pensioenaanspraken, -uitkeringen en vermogen voor het jaar 2010. Ook de inleg in de derde pijler vanaf 1989 is meegenomen (lijfrenten). De horizontale as geeft het vermogenspercentiel. Alle bedragen zijn bruto berekend. Zowel op privaat vermogen als op aanvullende pensioenrechten rust een belastingclaim, zij het in verschillende mate (mede afhankelijk van de precieze samenstelling van het private vermogen). Het is niet op voorhand duidelijk welk effect (uitgestelde) belastingheffing zou kunnen hebben op de mate van scheefheid van de vermogensverdeling. De rode lijn illustreert de private vermogensverdeling (zonder opgebouwde aanvullende pensioenrechten) en de blauwe lijn de vermogensverdeling inclusief pensioenvermogen. De blauwe lijn ligt boven de rode lijn dus de vermogens inclusief opgebouwd aanvullend pensioen zijn minder scheef verdeeld dan de vermogens exclusief pensioen (Lorenz Dominantie). Figuur 2. Lorenzcurve vermogensverdeling in Nederland, exclusief en inclusief pensioenen Bron: berekeningen op basis CBS IPO en CBS microdata over pensioenaanspraken, -uitkeringen en vermogen Door rekening te houden met aanvullende pensioenrechten valt op dat veel minder huishoudens een negatief vermogen hebben. Wanneer de huishoudens worden gerangschikt van laag naar hoog vermogen, heeft nu nog maar 35 procent van de huishoudens tezamen een vermogen van 0 euro, terwijl dit snijpunt met de x-as bij louter private vermogens bij het 60ste percentiel ligt. De afvlakking van de scheefheid is ook op een andere manier te illustreren. Zo weten we dat de top 1% in Nederland een kwart van het private vermogen bezit. Rekenen we vervolgens ook de opgebouwde rechten van het aanvullend pensioen mee, dan zakt dit percentage naar 17. De Ginicoëfficiënt van vermogen daalt van 0,80 naar 0,68 wanneer aanvullende pensioenopbouw wordt meegerekend. Pensioenvermogens hebben dus een dempend effect op de vermogensongelijkheid. De totale vermogensongelijkheid in Nederland is aldus berekend kleiner dan wanneer louter naar de verdeling van privaat vermogen wordt gekeken (zoals eerder gerapporteerd door het CBS en Van Bavel in de recente WRR-verkenning). Tabel 1. Vermogensverdeling in Nederland (met en zonder pensioenvermogen) Bron: berekeningen op basis CBS IPO en CBS microdata over pensioenaanspraken, -uitkeringen en vermogen Stapeling van ongelijkheid In hoeverre bevinden zich aan de linkerkant van de vermogensverdeling mensen met een laag inkomen en aan de rechterkant mensen met een hoog inkomen? Een stapeling van de inkomens- en vermogensongelijkheid is zorgwekkend, terwijl de ongelijkheid minder ernstig is wanneer blijkt dat sommige mensen veel inkomen en weinig vermogen hebben, terwijl anderen veel vermogen en weinig inkomen hebben. In figuur 3 zijn de vermogens toegerekend aan inkomenspercentielen, waarbij het besteedbaar huishoudinkomen op de horizontale as is gezet. Wanneer we nu naar de ‘rijksten’ kijken aan de rechterkant van de figuur (in termen van inkomen dus in plaats van in termen van vermogen), dan is de ongelijkheid minder groot. De lijnen in figuur 3 zijn immers vlakker dan in figuur 2. De rijkste 1% (in termen van inkomen) bezit 9% van het vermogen en de rijkste 10% bezit zo’n 31% van het vermogen. De curven met (blauw) en zonder pensioenvermogen (rood) snijden elkaar nu. Dit komt omdat aanvullend pensioen vooral voor de middeninkomens een belangrijke rol speelt. De rijkste 10%-groep huishoudens bestaat nu ineens voor een belangrijk deel uit werknemers en ambtenaren (53%) en ondernemers (36%), terwijl we veel minder senioren aantreffen (7%). Aan de onderkant treffen we in het laagste inkomensdeciel nu veel studenten aan (30%), en veel minder werknemers en ambtenaren (19%). Aldus benaderd lijkt de ongelijkheid minder scherp. Sommige groepen huishoudens blijken weliswaar schulden of weinig vermogen te hebben maar veel inkomen (werknemers en ambtenaren), terwijl andere groepen huishoudens juist relatief veel vermogen hebben maar weinig inkomen (senioren). Ondernemers zijn een bijzondere groep: zij zijn zowel oververtegenwoordigd in het laagste als het hoogste inkomensdeciel, maar als het gaat om de vermogensverdeling dan schuiven ze op, en bevolken ze steeds vaker de hogere decielen. Vooral in het topdeciel van vermogen bevinden zich relatief veel ondernemers – die 200 duizend ondernemers (= 2½ % van alle huishoudens) bezitten samen maar liefst 21% van het totale private vermogen. Figuur 3. Cumulatieve vermogensaandelen over de inkomensverdeling, exclusief en inclusief pensioenen Bron: berekeningen op basis CBS IPO en CBS microdata over pensioenaanspraken, -uitkeringen en vermogen Groeiende vermogensconcentratie in Nederland? Het is lastig om iets te zeggen over de al dan niet groeiende vermogensongelijkheid in Nederland vanwege gebrek aan data. Onderstaande figuur laat de meest recente cijfers zien die iets zouden kunnen zeggen over de trend van het aandeel van de top 1% in het totale private vermogen in de periode 1894-2011. Ondanks het klein aantal waarnemingen, is de trend sterk dalend. Van toegenomen vermogensconcentratie aan de top is dus geen sprake. Voor de meest recente periode 1993-2011 vinden we geen significante trend: het aandeel van de top 1% is min of meer stabiel op een kwart van het totale private vermogen. Dit is in lijn met de door het CBS gepubliceerde cijfers over de vermogensongelijkheid in Nederland; die tijdreeks is echter korter (2006-2012), maar geeft hetzelfde beeld. De Nederlandse vermogensverdeling is scheef, maar het aandeel van het toppercentiel in de periode 2006-2012 is stabiel. Er is in de periode 2006-2012 een zeer kleine toename waarneembaar aan de top-1% (niet-significant en ook niet-eenduidig), maar bezien vanuit de fors afgenomen vermogensconcentratie in de afgelopen eeuw is de recente ontwikkeling verwaarloosbaar. Figuur 4. Private vermogensverdeling; aandeel toppercentiel, 1894-2011 Bron: Roine & Waldenström (2014); eigen berekeningen Samenvattend kunnen we constateren dat de scheefheid van de vermogensverdeling weliswaar groot is, maar duidelijk afneemt wanneer rekening wordt gehouden met pensioenen en met de samenhang tussen inkomen en vermogen. Verder duiden de schaarse beschikbare gegevens juist niet op een toenemende concentratie van vermogens aan de top in Nederland. Referenties: -Caminada, K. J. Been, K. Goudswaard en M. de Graaf-Zijl (2014), 'De ontwikkeling van inkomensongelijkheid en inkomensherverdeling in Nederland 1990-2012', Department of Economics Research Memorandum 2014.02, Leiden University, 46 p. -Piketty, T. (2014), Capital in the Twenty-First Century, Cambridge: The Belknap Press of Harvard University Press. -Roine, J., and D. Waldenström (2014), 'Long-Run Trends in the Distribution of Income and Wealth', IZA discussion paper no. 8157, April 2014 -WRR (2014), Hoe ongelijk is Nederland? Een verkenning van de ontwikkeling en gevolgen van economische ongelijkheid, WRR-Verkenning nr. 28, M. Kremer, M. Bovens, E. Schrijvers en R. Went (red.), Amsterdam: Amsterdam University Press. Terug naar Inhoud Geen retourprovisies meer bij depotbanken Bron: AFM Het provisieverbod heeft ervoor gezorgd dat depotbanken geen retourprovisies meer betalen aan beleggingsadviseurs en vermogensbeheerders. Dat blijkt uit een informatie-uitvraag van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) bij de vijf grootste depotbanken in Nederland. Depotbanken zijn banken die orders uitvoeren en effecten bewaren voor klanten van beleggingsadviseurs en vermogensbeheerders. Voor de invoering van het provisieverbod betaalden depotbanken vergoedingen aan beleggingsadviseurs en vermogensbeheerders wanneer zij de opdracht kregen om, namens beleggers, orders uit te voeren. Vanaf 1 januari 2014 zijn deze zogeheten retourprovisies verboden. Depotbanken bieden hun service aan beleggingsadviseurs en vermogensbeheerders aan conform de verdienmodellen die in lijn zijn met het provisieverbod. De AFM juicht de inspanningen van de sector die de omslag heeft gemaakt naar rechtstreekse betalingen voor beleggingsdienstverlening toe. "Wij realiseren ons dat de impact van het afschaffen van retourprovisies groot is voor veel beleggingsadviseurs en vermogensbeheerders. Wij zijn blij dat de sector de omslag heeft gemaakt naar verdienmodellen waarbij sprake is van directe betaling door klanten", aldus Tim Mortelmans, hoofd toezicht financiële ondernemingen bij de AFM. Voorafgaand aan het provisieverbod konden retourprovisies een prikkel zijn voor beleggingsadviseurs of vermogensbeheerders om meer of andere orders te laten uitvoeren dan in het belang is van de belegger. Ook konden prikkels bestaan om orders uit te laten voeren bij partijen die hogere transactiekosten in rekening brengen dan noodzakelijk. Terug naar Inhoud Hoe incidenten doorwerken in een raming Bron: DNB DNB voorziet voor 2014 een economische groei van 0,2%. Dit groeicijfer wordt behoorlijk vertekend door een aantal incidentele factoren. De invloed van deze incidentele factoren op de groeiraming kan inzichtelijk worden gemaakt door de raming op kwartaalbasis te bekijken. Incidentele factoren In het eerste kwartaal van 2014 kromp het reëel bruto binnenlands product (bbp) volgens de meest recente inzichten van het CBS met 1,4% ten opzichte van het laatste kwartaal van 2013. Dit tegenvallende cijfer was het gevolg van een aantal incidentele factoren. Door de uitzonderlijk zachte winter waren de consumptie en uitvoer van aardgas substantieel lager. Ook speelt een rol dat huishoudens en bedrijven eind 2013 veel personenauto’s hebben aangeschaft om nog te kunnen profiteren van gunstige fiscale regels. Als gevolg hiervan waren de consumptie en investeringen in het vierde kwartaal van 2013 hoger, en in het eerste kwartaal van 2014 lager. Van kwartalen naar jaren In de publieke discussie over ramingen spelen afzonderlijke kwartalen vaak geen rol van betekenis, de nadruk ligt op jaarcijfers. Toch spelen de kwartaalcijfers een cruciale rol bij het opstellen van ramingen, want het uiteindelijke jaarcijfer wordt bepaald uit een combinatie van de kwartaalcijfers van het lopende en het voorafgaande jaar. Het voorbeeld in Tabel 1 laat zien hoe dit werkt. De eerste rij geeft de realisaties (2013K1-2014K1) en de ramingen (2014K2-K4) voor de bbp-groei op kwartaalbasis. Om deze kwartaalcijfers tot een jaarcijfer te aggregeren kan een algemeen gehanteerde vuistregel worden gebruikt. Volgens deze vuistregel krijgt elk kwartaal een bepaald gewicht, variërend tussen 0 en 1; zie de tweede rij in de tabel. Het eerste kwartaal in 2014 telt volledig mee voor de groei in dat jaar, terwijl het laatste kwartaal nog maar voor een kwart meetelt. Door de groei op kwartaalbasis te vermenigvuldigen met de gewichten, en de bijdragen vervolgens op te tellen wordt (bij benadering) het jaargroeicijfer berekend, 0,2% in dit geval. Een deel van de groei in de laatste kwartalen van een jaar wordt aldus toegerekend aan het volgende jaar, de groei “loopt over”. In 2014 bedraagt deze overloop vanuit 2013 0,8 procentpunt. Anders gezegd: als in alle kwartalen in 2014 de bbp-groei op kwartaalbasis 0% zou bedragen, zou de groei in 2014 op jaarbasis 0,8% bedragen. Tabel 1 - Samenstelling Bbp-groei 2014 naar kwartalen Invloed van incidentele factoren DNB baseert zich bij het opstellen van haar raming op de meest recente kwartaalcijfers van het CBS, en vult deze aan met ramingen van de economische groei, eveneens op kwartaalbasis. Het gevolg is dat incidentele factoren in de eerste kwartalen van het jaar sterk doorwerken in de raming van het jaarcijfer. Zo drukt de uitzonderlijke krimp in het eerste kwartaal het jaarcijfer met 1,4 procentpunt. Als we deze negatieve incidentele factoren zouden wegdenken, dan was de raming van de economische groei in 2014 hoger uitgekomen. Een onzekere factor is in hoeverre de achtergebleven groei in het eerste kwartaal in het tweede kwartaal van 2014 zal worden ‘ingehaald’. DNB schat dit inhaaleffect beperkt in, mede gezien de rol van het gas, met een groei in het tweede kwartaal van 0,7 %. Terug naar Inhoud Beloning vermogensbeheerders moet eerlijker Bron: AFM De Autoriteit Financiële Markten (AFM) vindt dat de beloning die een vermogensbeheerder ontvangt voor het beheren van het vermogen van zijn klant in het belang van die klant moet zijn. Een vaste procentuele vergoeding van het belegd vermogen, onafhankelijk van de dienstverlening of het beheerde vermogen, is niet verboden, maar kan onwenselijk zijn. Het is immers de vraag of een klant met een vermogen van €300.000 daadwerkelijk drie keer meer inspanning van de vermogensbeheerder vergt dan een klant met een vermogen van €100.000. Ook is het de vraag of bij deze vorm van beloning de belangen van de beleggingsonderneming en de klant parallel lopen. Een beloning voor de vermogensbeheerder zou, analoog aan de beloning voor adviseurs en bemiddelaars, eerlijk en niet onredelijk moeten zijn. De klant zou alleen moeten betalen voor de dienstverlening die de vermogensbeheerder daadwerkelijk biedt. Sinds de invoering van het provisieverbod voor beleggingsondernemingen op 1 januari 2014 mogen vermogensbeheerders geen provisies meer ontvangen. De klant betaalt nu direct voor zijn dienstverlening. De vermogensbeheerder moet dus duidelijk maken waarvoor de klant betaalt. Vaste vergoedingen zijn het meest duidelijk voor de klant. Maar ook een beheervergoeding die gelimiteerd is en daarmee beperkt is in hoogte is mogelijk en kan in het belang van de klant zijn. De vergoeding die een vermogensbeheerder vraagt, moet aansluiten bij de doelgroep waaraan de dienst wordt verleend. Als de doelgroep zo divers is dat de ene klant duidelijk de andere klant subsidieert kun je je vragen stellen bij de instelling van een procentuele vergoeding, omdat deze er in een aantal gevallen voor zal zorgen dat de klant met het kleinere vermogen duidelijk gesubsidieerd wordt door de klant met het grotere vermogen. De AFM ziet verschillende vormen van beloning ontstaan en moedigt de sector aan die ontwikkeling door te zetten, gekoppeld aan overige innovatie in de sector. Ook door bijvoorbeeld online en/of geautomatiseerde tools kan de dienstverlening goedkoper worden. Het is van belang dat de vermogensbeheerder in de veranderende wereld nadenkt over de wijze waarop hij beloond/betaald wil worden door zijn klanten en daarover ook met klanten in gesprek gaat. Voor 1 januari van dit jaar betaalde je indirect voor beleggingsdienstverlening. Een beleggingsonderneming ontving provisie als hij een bepaald beleggingsproduct afsloot. Deze beloning ontving hij van de bank of het beleggingsfonds. Daardoor was zijn advies mogelijk niet altijd in het belang van zijn klant, omdat hij bijvoorbeeld koos voor een product dat hem een hoge provisie opleverde. Het provisieverbod heeft als doel daar een einde aan te maken. Dat moet leiden tot betere dienstverlening, waar de belegger van profiteert. Terug naar Inhoud Statistisch jaarboek 2014 is uit Bron: CBS Het Statistisch jaarboek 2014 geeft een kleurrijke indruk van de informatie die het CBS samenstelt. De cijfers zijn per thema geordend. Speciale aandacht is er in deze editie voor de arbeidsdeelname van ouderen, het gebruik van sociale media, en leefstijl. In zijn negentigjarige bestaan is het Statistisch jaarboek steeds met zijn tijd meegegaan. Het onmisbare naslagwerk veranderde in een zakboek met kerncijfers. Dit jaar is het in een fris nieuw jasje gestoken. Download het Statistisch jaarboek 2014 als pdf Klik Hier U kunt het Statischtisch jaarboek ook gedrukt bestellen via het CBS Klik Hier voor meer info Terug naar Inhoud Zet 4 oktober 2014 - alvast in uw agenda ! wat 63 ste HCC Beleggen Symposium waneer 4 oktober 2014 aanvang 10.00 uur waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4  3731 CL  De Bilt activiteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van contact met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur kennis maken met financiele diensten, producten en innovaties bij flink een aantal leveranciers locatie-info: Gezellig lunch-restaurant aanwezig, gratis parkeren, in midden van Nederland met goede aansluiting op snelwegen, bereikbaar per openbaar vervoer Terug naar Inhoud   IG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: jhbvdmeulen@kpnmail.nl Doet u mee? Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt en deze nieuwsbrief. Voor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij dringend op zoek naar mensen die mee willen doen. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met het HCC Beleggen bestuur Klik Hier of met de redactie  Klik Hier Terug naar Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

2 juli 2014

...

Nieuwsbrief20140601

Juni 2014 Welvaart in Nederland 2014 Nieuwe zeepbellen op de internationale huizenmarkt Eigenaar overschat waarde eigen woning Beleggingsfondsen beleggen meer in aandelen E-books een hoofdstuk apart Meedoen kan Welvaart in Nederland 2014 Bron: CBS In de tweede uitgave van Welvaart in Nederland presenteert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de meest actuele gegevens over de welvaart van huishoudens en personen in Nederland. De welvaartspositie is in beeld gebracht aan de hand van het inkomen, de bestedingen en het vermogen. De cijfers tonen aan dat de economische crisis die sinds eind 2008 Nederland in zijn greep heeft, de welvaart van de bevolking niet onberoerd heeft gelaten. Vanaf 2010 daalde de koopkracht maar liefst drie jaar op rij en steeg het armoederisico. Toch heeft het doorsnee-huishouden ondanks het koopkrachtverlies van de afgelopen jaren, nog steeds 15 procent meer te besteden dan begin jaren negentig. Verder is het vermogen van huishoudens tussen 2008 en 2012 nagenoeg gehalveerd. Het aandeel huishoudens met een fiscale hypotheekschuld hoger dan de woningwaarde is in die periode verdrievoudigd. Gaandeweg de crisis zakten de bestedingen van huishoudens aan goederen en diensten steeds verder in en tot 2013 daalde ook het consumentenvertrouwen. Tegenover al deze economische tegenslag staan ook positieve ontwikkelingen. Vanaf begin 2013 heeft het consumentenvertrouwen weer de weg naar boven gevonden. Bovendien is het risico op armoede of sociale uitsluiting in Nederland het laagst van alle lidstaten van de Europese Unie. Voorbeelden van nieuwe thema’s in Welvaart in Nederland 2014 zijn het (pensioen) inkomen van ouderen en de inkomensontwikkeling van zelfstandigen met en zonder personeel. Zichtbaar is dat van de 65-plus huishoudens bijna een tiende deel nauwelijks boven de kale AOW uitkomt. Daar staat tegenover dat 55 procent bovenop de AOW aanvullende inkomsten heeft van maandelijks ten minste 1000 euro. Ook komt naar voren dat van de werkenden de zelfstandigen zonder personeel de meest kwetsbare groep zijn. Hun gemiddeld persoonlijk inkomen is lager dan dat van werknemers en aanzienlijk lager dan dat van zelfstandigen met personeel. Bovendien investeren zij het minst in de eigen sociale zekerheid. Download Rapport Welvaart in Nederland 2014 hier als pdf     hier als E-book Meer cijfermateriaal over de verschillende onderdelen van materiële welvaart is terug te vinden op StatLine, de elektronische databank van het CBS (www.cbs.nl). Terug naar Inhoud advertentie Terug naar Inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Nieuwe zeepbellen op de internationale huizenmarkt Bron: Hans Stegeman, Me Judice, 12 mei 2014 In Nederland zijn we blij dat de huizenprijzen inmiddels lijken te stabiliseren, maar dat beeld geldt niet voor veel andere Westerse landen. Noorwegen, Canada en Australië hebben de afgelopen jaren gemiddeld genomen een stijging van de huizenprijzen meegemaakt, in het Verenigd Koninkrijk is het herstel van de huizenprijzen ronduit spectaculair en in Duitsland zijn de prijzen sinds het begin van de crisis ook gemiddeld met meer dan 20% nominaal gestegen. Hoe is dit te verklaren? Is hier wat tegen te doen? Of is dit weer een nieuwe opmaat voor een zeepbelepisode? Huizenprijzen nog steeds betrekkelijk hoog De afgelopen jaren is er veel gezegd en geschreven over de daling van de huizenprijzen die inderdaad in sommige landen fors was. De gemiddelde daling van de reële huizenprijzen in ontwikkelde landen van het tweede kwartaal van 2007 tot het vierde kwartaal van 2012 was 14% (figuur 1). Uitschieters daarbij waren Ierland (-47%), Spanje (-35%) de VS (-24%) en Nederland (-23%). Sinds het afgelopen jaar stijgen de huizenprijzen in de Westerse landen gemiddeld genomen weer. Dit komt vooral doordat de prijsdaling in een aantal landen is omgeslagen in een relatief sterke prijsstijging, zoals in de VS en het VK.Daarbij zijn de huizenprijzen in de Westerse wereld op een historisch hoog niveau gebleven. Hoewel niemand kan zeggen wat het juiste niveau is, en de verschillen tussen landen groot zijn, is het wel opmerkelijk. Figuur 1: Gemiddeld weer stijging huizenprijzen, en nog altijd op hoog niveau Verschillen in fundamenten Zoals altijd is de prijsontwikkeling deels te verklaren op basis van ‘fundamenten’. Dit begint bijna een vies woord te worden, omdat iedereen graag alles met fundamenten, ofwel structurele economische factoren zoals inkomensgroei en renteontwikkeling, wil verklaren. Vaak komt men er te laat achter dat die fundamenten toch wat wankeler zijn dan van tevoren gedacht. En dan kom je in de buurt van ‘bubbles’ of zeepbellen op de huizenmarkt. Hans Stegeman Rabobank, Utrecht Hans Stegeman werkt sinds 2007 bij Economisch Onderzoek als econoom en sinds 2009 als hoofd van het team Nationaal Onderzoek. Daarbij is hij verantwoordelijk voor al het onderzoek van KEO naar de Nederlandse en regionale economie en huizenmarkt. Ook is hij een van de auteurs en projectleider van het onlangs verschenen boek "IN2030: Vier vergezichten". Hans studeerde Algemene Economie aan de Universiteit Maastricht en werkte hiervoor onder andere als onderzoeker bij het Centraal Planbureau. Fundamenteel beïnvloedt het verschil tussen vraag en aanbod de ontwikkeling van de huizenprijzen. Hoe inelastischer het aanbod, des te meer werken de vraageffecten in de prijs door. Maar ook een relatief elastisch aanbod, zoals in Spanje of Ierland, kan in perioden van overmoed samengaan met sterke prijsstijgingen. Naast structurele factoren zoals demografie zijn de belangrijkste cyclische componenten in de vraag de inkomens- en renteontwikkeling. Zo was een van de fundamenten in de aanloop naar de crisis in veel landen de stijging van de huishoudschuld als percentage van het BBP ( IMF, 2012). De oorzaak hiervan was een combinatie van een lage rente en verdergaande mondiale financiële integratie en innovatie. Daar zijn inmiddels boeken over vol geschreven. Maar de mate waarin deze ontwikkelingen zich in diverse landen tot 2008 hebben voorgedaan zijn vooral toe te schrijven aan institutionele verschillen tussen landen. Een subsidie op het aangaan van schulden (zoals de Nederlandse hypotheekrenteaftrek), en een woningmarkt waarbij huishoudens een zogenaamde ‘wooncarrière’ gewend zijn te maken (een dynamische woningmarkt, zoals in de VS of het VK) versterken prijseffecten, zowel in de opgaande als in de neergaande fase. Daarnaast zorgen uiteenlopende economische ontwikkelingen in de periode voor 2008 ook voor verschillen in woningprijzen. Het is niet verwonderlijk dat de huizenmarkten in de Westerse landen die het minst geraakt zijn door de mondiale crisis en ook de minste opbouw van huishoudschuld kenden de afgelopen vijf jaar de grootste prijsstijging laten zien (figuur 2). De inkomensontwikkeling en de werkloosheidsontwikkeling waren daar over het algemeen gunstiger en de huizenmarkt was er over het algemeen niet of minder overgewaardeerd voor het begin van de crisis, zoals vaak wel het geval was in de landen waar de prijsdalingen groot waren. Figuur 2 Huizenprijsontwikkeling 2008-2013 (linkeras) en werkloosheid 2013 (rechteras) De belangrijkste onderliggende factor is daarnaast de zeer lage rente die al jarenlang geldt en die lenen relatief goedkoop maakt. Dat is natuurlijk ook precies de bedoeling van die lage rente: de economie weer op gang helpen. Maar toch baart dat wel enige zorg. Als het aanbod op de woningmarkt niet snel kan worden uitgebreid (wat vaak het geval is), leidt die toegenomen betaalbaarheid immers alleen maar tot hogere woningprijzen. En hoewel dat ook voor groei zorgt door toegenomen vermogens, is het niet de groei op basis van reële economische fundamenten die je zou willen. En zo is een van die beroemde ‘fundamenten’ die de huizenprijzen kan aanjagen verworden tot een factor die een risico vormt voor de economie. Want huizenprijzen zijn in de Westerse wereld gemiddeld genomen nog steeds relatief hoog. Om te beoordelen of er sprake is van overwaardering op de huizenmarkt worden vaak relatief simpele ratio’s gebruikt. De ratio van de huizenprijzen ten opzichte van het inkomen (price to income ratio) ligt voor de Westerse landen gemiddeld genomen nog onder het langjarige gemiddelde (figuur 3). Maar de ratio van de huizenprijzen ten opzichte van de huren (price to rent ratio) is nu alweer boven het langjarige niveau. En hoewel er van alles valt aan te merken op deze ratio’s die geen rekening houden met landspecifieke institutionele kenmerken op de huizenmarkt, vormen deze ontwikkelingen toch een indicatie voor het ontstaan van zeepbellen. Voor een land als Duitsland is dat bijvoorbeeld aan het macro-gemiddelde niet te zien, maar in enkele grootstedelijke gebieden, zoals München, zijn de prijzen wel degelijk relatief hoog. Figuur 3: Loan-to-income en Price-to-rent ratio en huizenprijsontwikkeling De opties voor het beperken van zeepbellen Nu is er een aantal opties om de omvang van deze zeepbellen te beperken. De meest voor de hand liggende is een hogere rente. De andere factoren die de prijs beïnvloeden, zijn veel structureler van aard (zoals het aanbod). Dat wapen heeft op dit moment echter ongewenste bijwerkingen en kan de groei van de hele economie afremmen. Het IMF verwacht dan ook dat de rente mondiaal voor lange tijd relatief laag zal blijven ( IMF, 2014). Daarbij is het zeker in de eurozone zeer lastig om met het rentebeleid zeepbellen op de huizenmarkt tegen te gaan. Zo kan een rentestijging wel voor de Duitse huizenmarkt verstandig zijn, maar niet voor de fragiele toestand van een groot deel van de economie van de eurozone en de net opkrabbelende huizenmarkten in sommige andere landen. Er zijn andere opties. Deze vallen onder het zogenaamde macro-prudentiële beleid. Naar aanleiding van de financiële crisis wordt dit, zeker in de eurozone, een steeds belangrijkere taak van nationale centrale banken. De gedachte achter dit macro-prudentiële beleid is een goede: op tijd financiële risico’s inventariseren en die met beleidsmaatregelen proberen in te dammen. Vanaf 1 januari 2014 is dit raamwerk in werking ( ESRB, 2014). Zoals de ESRB aangeeft, zijn vooral sterke huizenprijsstijgingen en een toename van de kredietverlening als percentage van het BBP goede voorlopende indicatoren voor het ontstaan voor problemen op de woningmarkt. Een aantal instrumenten staat voor dit beleid ter beschikking. Te denken valt daarbij aan het verlagen van de maximale lening die banken mogen verstrekken ten opzichte van de waarde van de woning (loan-to-value; LTV), de hoogte van de maandlasten ten opzichte van het inkomen (DSTI), de regels waaronder hypotheken mogen worden verstrekt en het kapitaal dat moet worden aangehouden voor het verstrekken van hypotheken. Dit alles om het minder gemakkelijk te maken geld te lenen voor een hypotheek, zonder het algemene rentetarief te verhogen. Recente studies ( Kuttner en Shim, 2012; Goldman Sachs, 2014) laten zien dat dit beleid steeds vaker wordt ingezet en een klein negatief effect heeft op de prijstoename. Als je dit beleid anticyclisch inzet, zoals in Nederland, werkt het mee aan de prijscorrectie. Waarom het lastig blijft De gemiddelde woningprijzen in de ontwikkelde economieën zijn nog steeds hoog. En ze nemen ook weer toe. Bij een langjarig lage reële rente en een traag herstel van de economie zal macro-prudentieel beleid de komende tijd steeds meer moeten worden ingezet, vooral in de eurozone. Komende jaren worden daarbij een testcase. Nationaal beleid om zeepbellen te bestrijden zal daardoor nodig blijven, zeker omdat de huizenprijzen gemiddeld in de Westerse wereld nog steeds relatief hoog zijn. Maar het blijft lastig. Het instrumentarium om exact te herkennen wanneer oververhitting ontstaat is in een beginstadium. Zoals de ESRB ook aangeeft, ontbreken vaak de data om goed inzicht te hebben in de opbouw van mogelijke zeepbellen. Daarbij verschillen woningmarkten niet alleen tussen landen maar ook binnen landen. Daarom is meer maatwerk nodig en ook meer dan generieke indicatoren. Daarbij is het altijd nog mogelijk om uitwegen te vinden bij de genomen maatregelen. Een hogere risicoweging voor binnenlandse banken maakt het bijvoorbeeld voor buitenlandse toetreders aantrekkelijk om de markt te betreden. Een lagere LTV kan in sommige gevallen worden ontweken door extra leningen te verstrekken, zoals ook in Denemarken is gebeurd. Het effect van macro-prudentieel beleid blijft dus lastig in te schatten (Galati en Moessner, 2012). Maar zelfs al zou de informatie er wel zijn en al zouden de maatregelen werken, dan nog is het een hele opgave. Het tijdig inzetten van de benodigde maatregelen is een veel politieker proces dan het verhogen van de rente. En beleidsmakers hebben op dit moment alle belang bij een woningmarkt die niet verder wegzakt, of enigszins opveert. Want de enige route naar groei die we op dit moment hebben, is het opblazen van zeepbellen. En als we die nu ook moedwillig doorprikken, blijft er wel erg weinig groei over. Maar wél een stabiele woningmarkt. Of is dat niet wat we willen? Referenties ESRB (2014), The ESRB Handbook on Operationalising Macro-prudential Policy in the Banking Sector, ESRB. Galati G. en R. Moessner (2011), Macroprudential policy: a literature review, BIS working paper 337. Basel: BIS. Goldman Sachs (2014), Global Economics Weekly, 14/16. Goldman Sachs, 30 april 2014. IMF (2014), Perspectives on Global Real Interest Rates. In: World Economic Outlook 2014, April 2014, Washington: IMF IMF (2012): Dealing with Household Debt. In: World Economic Outlook 2012,April 2012, Washington: IMF Kuttner, K. en I. Shim (2012), Taming the Real Estate Beast, The Effects of Monetary and Macroprudential Policies on Housing, Reserve Bank of Australia. Terug naar Inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. Terug naar Inhoud Eigenaar overschat waarde eigen woning Bron: DNB Zelfs na een periode met prijsdalingen hebben Nederlandse woningbezitters een te rooskleurig beeld van de waarde van hun woning. Dit geldt ook voor eigenaren waarvan verwacht mag worden dat ze goed geïnformeerd zijn, zoals eigenaren met verhuisplannen. Realistisch beeld is belangrijk Voor eigenaren is het van belang een realistisch beeld te hebben van de waarde van de eigen woning. De woning vormt een belangrijk onderdeel van het huishoudvermogen en speelt een rol in consumptie-, spaar- en pensioenbeslissingen. Een verkeerde inschatting van de waarde leidt mogelijk tot minder passende financiële beslissingen. Te rooskleurig beeld woningwaarde Uit recent DNB-onderzoek blijkt echter dat Nederlanders vaak te optimistisch zijn over de waarde van hun woning. Zo is een groot deel van de woningeigenaren enkele jaren na het omslaan van de markt in 2008 nog van mening dat de waarde van de eigen woning niet is gedaald. Driekwart van de woningeigenaren schat de huidige woningwaarde te hoog in. De doorsnee woningeigenaar rapporteert een woningwaarde die over de periode 2003-2012 gemiddeld 13% hoger is dan de werkelijke waarde. De werkelijke waarde is berekend door de aanschafwaarde te combineren met de provinciale prijsontwikkeling. Bovendien is een substantieel deel van de woningeigenaren positiever over de toekomstige prijsontwikkeling van de eigen woning dan over de algemene woningprijsontwikkeling. Het optimisme komt ook naar voren als eigenaren hun eigen woning vergelijken met andere woningen. Eind 2013 dacht 29% van de woningeigenaren dat de waarde van hun woning hoger was dan de waarde van de gemiddelde koopwoning in de straat (vs. 13% lager). Tevens dacht 31% van de woningeigenaren dat de staat van onderhoud beter was (vs. 5% slechter) en 17% dat de verkooptijd in geval van een verkoop korter zou zijn (vs. 8% langzamer). Ook na omslag op de woningmarkt De overschatting van de woningwaarde is sterker als het goed gaat op de woningmarkt. Het optimisme neemt weliswaar af wanneer woningprijzen zich slechter ontwikkelen, maar het aanpassingsproces is langzaam. Zelfs jaren na het omslaan van de markt blijft een groot aandeel van de woningeigenaren te optimistisch. Dit terwijl de woningprijzen ten opzichte van de piek in de zomer van 2008 met circa 20 procent zijn gedaald. Deze prijsdaling volgde vertraagd en geleidelijk op een snelle en forse daling van het aantal woningtransacties. Het lagere aantal verkopen en de trage aanpassing naar een nieuw evenwicht wordt in verband gebracht met het lang vasthouden aan hoge vraagprijzen door verkopers. Het rooskleurige beeld van woningeigenaren is een van de mogelijke verklaringen voor de terughoudendheid om vraagprijzen te verlagen. Verliesaversie en eigendomseffect als verklaring De overschatting van de woningwaarde hangt significant samen met twee belangrijke psychologische processen die ook op andere terreinen zijn gevonden. Een eigendomseffect (duration-of-current-ownership effect) zorgt ervoor dat de overschatting van de woningwaarde toeneemt met de duur van het woningbezit. Naarmate een woning langer in bezit is, wordt het gevoel van eigendom sterker en is de woning volledig afgestemd op de voorkeuren en behoeften van de huidige bewoner. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat verliesaversie een belangrijke rol op de woningmarkt speelt. Met verliesaversie wordt bedoeld dat een verlies van een bepaalde omvang een groter effect heeft op het welbevinden van mensen dan een winst van dezelfde omvang. Het fenomeen verliesaversie is niet nieuw: van beleggers is bekend dat ze niet graag afstand doen van aandelen die in prijs zijn gedaald, omdat dit betekent dat zij het verlies onder ogen  moeten zien. Toegepast op de woningmarkt proberen eigenaren een verlies ten opzichte van een referentiepunt, bijvoorbeeld de aanschafprijs of de hoogte van de hypotheek, te vermijden. Het onderzoek laat zien dat met name woningeigenaren met een hoge hypotheekschuld ten opzichte van de waarde van de woning een te rooskleurig beeld van de woningwaarde hebben. Daarnaast blijkt uit een aanvullende enquête dat driekwart van de Nederlanders het belangrijk vindt om bij verkoop minimaal de originele aankoopprijs te krijgen. Een nog groter deel van het Nederlandse publiek vindt het belangrijk om geen restschuld over te houden Terug naar Inhoud Beleggingsfondsen beleggen meer in aandelen Bron: DNB 19 mei 2014 Statistisch Nieuwsbericht De omvang van Nederlandse beleggingsfondsen is in het eerste kwartaal van 2014 met 2,5% (EUR 16 miljard) toegenomen tot EUR 660 miljard, vooral als gevolg van koerswinsten. Bij de nieuwe inleg trad een verschuiving op van obligaties naar aandelen. Mede daardoor zijn de aandelenbeleggingen met 4% toegenomen. De toename van de beleggingen (‘assets under management’) werd veroorzaakt door netto-inleg, koerswinsten en uitbreiding van de beleggingsinstellingenstatistiek met een aantal bestaande private equity fondsen. Door deze groei bereikte het beheerd vermogen van beleggingsfondsen een nieuwe recordomvang van EUR 660 miljard (zie figuur 1). De netto-inleg was in het eerste kwartaal van 2014 met EUR 1 miljard relatief beperkt (0,2% van beheerd vermogen), tegenover EUR 6 miljard in het voorgaande kwartaal. De nieuwe inleg was vooral afkomstig van institutionele beleggers. Huishoudens onttrokken wederom geld aan beleggingsfondsen (- EUR 0,6 miljard, 3% van hun totale bezit).   Bij de verschillende beleggingsfondscategorieën was sprake van een gemengd beeld. Institutionele beleggers brachten veranderingen aan in hun beleggingsmix, waarbij een verschuiving optrad naar aandelen en vastgoed ten koste van met name obligaties. Dit weerspiegelt een toegenomen risicobereidheid en vertrouwen in een aantrekkende economie. Zo stroomde er per saldo geld naar de aandelen-  (EUR 4,9 miljard) en vastgoedfondsen (EUR 0,9 miljard), terwijl er kapitaal werd teruggetrokken uit de obligatiefondsen (- EUR 1,7 miljard), gemengde fondsen (- EUR 0,4 miljard), hedgefondsen (- EUR 0,7 miljard) en overige fondsen (- EUR 1,8 miljard). Deze ontwikkeling is tegengesteld aan die in het vorige kwartaal, toen kapitaal werd ingelegd bij obligatiefondsen (EUR 4,4 miljard) en onttrokken aan aandelenfondsen (- EUR 2,9 miljard), zie figuur 2. De grootste bijdrage aan de toename van de beleggingen werd geleverd door positieve herwaarderingen (EUR 9 miljard, 1,4% van beheerd vermogen). Op obligaties werd op kwartaalbasis een koerswinst behaald van 2,0% en op aandelen van 1,0%. Dit is in lijn met obligatie-indices en met de MSCI World Index (in euro’s) voor aandelen (0,7%). De koerswinsten op aandelen werden gedrukt door de gedaalde aandelenkoersen in de opkomende markten en Azië (met name Japan). De aandelenfondsen die in deze economieën beleggen, behaalden dan ook een negatief rendement (-0,9% voor de opkomende markten en  -3,2% voor Azië). Het totaalrendement van alle beleggingsinstellingen (inclusief beleggingsopbrengsten zoals rente en dividend) bedroeg in het eerste kwartaal van 2014 2,0% (tegenover 1,8% in het vorige kwartaal).   De overige stijging van de beleggingen (EUR 6 miljard, 0,6% van beheerd vermogen) was het gevolg van opname in de beleggingsinstellingenstatistiek van een aantal bestaande private equityfondsen. Dit hing samen met de uitbreiding van de definitie van beleggingsinstelling, zoals die voor statistieken over beleggingsinstellingen in het eurogebied wordt gehanteerd. Het beheerd vermogen van Nederlandse private equityfondsen in de beleggingsinstellingenstatistiek kwam daarmee uit op EUR 16 miljard. links: Statistics.dnb.nl - Beleggingsinstellingen Terug naar Inhoud E-books een hoofdstuk apart Bron: Redactie Ooit, in lang vervlogen tijden, bestond er geen geld. De mensen woonden toen in kleine nederzettingen en verbouwden zelf hun groenten en graan en hielden een paar dieren. Kleding, eten en drinken, alles maakten ze voor zichzelf, voor het gezin en de familie. Maar wat moest je doen als je koe of geit wegliep en je geen melk of vlees meer had? Dan ging je naar een dorpsgenoot en probeerde je te ruilen. Vier schapen van jou bijvoorbeeld voor een nieuwe koe, of acht kippen voor een geit. Als je mooie potten kon bakken, maar geen weefgetouw had, dan ruilde je het aardewerk voor een vloerkleed of een broek. Dat heet ruilhandel. Tegenwoordig wordt er nog steeds geruild. Veel kinderen, maar ook volwassenen, ruilen bijvoorbeeld computerspelletjes, spelkaarten, verzamelkaartjes of postzegels. Ook worden er knikkers, kaarten van voetbalspelers enzovoorts geruild. Ruilen doe je als je er beiden ‘rijker’, beter van wordt. Je krijgt iets wat je niet hebt, zonder geld uit te geven. Je moet natuurlijk wel een beetje slim zijn als je ruilt en goed opletten. Want je krijgt geen geld voor je spullen, maar andere dingen. Deze ruilhandel werd in meer ontwikkelde samenlevingen (een dorp of stad) steeds onhandiger en omslachtiger. Hoeveel kippen moest je ruilen voor een geit? Vijf, of vier of misschien wel zes? Misschien had je wel spullen om te ruilen, maar had je zelf op dat moment niks nodig. De bakker wilde wel drie broden geven voor die mooie aardewerken pot die je net had gemaakt, maar je had helemaal geen honger. Of jij had wel honger, maar de bakker geen behoefte aan een aardewerken pot. Tja, wat dan? Daarom kwam er steeds meer behoefte aan een voorwerp dat algemeen aanvaard werd in ruil voor goederen en dat makkelijk te hanteren was. Zo ontstond ‘geld’, maar heel ander ‘geld’ dan we tegenwoordig kennen. Door de eeuwen heen zijn heel veel verschillende voorwerpen als geld, als betaalmiddel gebruikt. Vee, zout, thee, maar ook kralen en schelpen zijn ooit gebruikt op een manier die lijkt op onze munten en bankbiljetten. We spreken van ‘oorspronkelijk’ geld. Een groot voordeel was dat je tegen de bakker kon zeggen dat hij 5 schelpen moest betalen voor jouw aardewerken pot. En later, op een moment dat jou goed uitkwam, kocht je dan brood voor die schelpen. Of misschien wel iets anders. Reuze handig dus! Als ruil- of betaalmiddel moet ‘geld’ aan een aantal voorwaarden voldoen. Iedereen moet dat ‘geld’ graag willen hebben; het moet niet kunnen bederven; een kleine hoeveelheid en laag gewicht moet al veel waard zijn. En je moet er niet makkelijk zelf veel van kunnen maken, want dan verliest het zijn waarde. Zo begint een alleraardigst e-boekje in e-pub formaat, uitgegeven door de Nederlandse bank. U kunt dit hier downloaden. Of via: http://www.dnb.nl/binaries/De_geschiedenis_van_ons_geld_v13d_tcm46-285352.epub Als u dat niet op uw computer kunt lezen dan kunt u een ebook reader als Calibre downloaden en installeren   via:  http://calibre-ebook.com/download Op uw mobiel of tablet is FBReader http://fbreader.org/ een goede keus mede omdat je via de ingebouwde downloadfunctie een enorme hoeveelheid, inclusief financiële-, boeken uit het publieke domain (veelal die waarvan de rechten inmiddels verlopen zijn) gratis kunt downloaden. Andere ebooks,  veelal in pdf formaat,  zijn verkrijgbaar via diverse websites als b.v.: Algemeen Project Gutenberg           Free literature                 http://www.gutenberg.org/catalog/  http://www.freeliterature.org/ Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse letteren  Wikisource De Vrije Bibliotheek                   Lijstje E-boeken van FBReader    http://www.dbnl.org/index.php  http://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina  http://fbreader.org/content/books Financiëel     http://vantagepointtrading.com/free-ebooks     http://www.daytradingcoach.com/daytrading-books.htm     http://www.freebookcentre.net/Business/Stock-Trading-Books.html     http://www.freebookcentre.net/Business/Finance-Books.html     http://bookboon.com/en/finance-ebooks     http://www.swing-trade-stocks.com/e-books.html Veel leesplezier. Terug naar Inhoud   IG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: jhbvdmeulen@kpnmail.nl Meedoen kan Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggersymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt. Met name voor de organisatie van deze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming van onze symposia. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ook deelname aan redactie van de website, de nieuwsbrieven, het beheren van het forum of website of delen daarvan behoort tot de mogelijkheden. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan een van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met het bestuur Klik Hier Terug naar Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

3 juni 2014

...

Nieuwsbrief20140501

Mei 2014 Beleggingsmix en rente-afdekking bepalend voor herstel pensioenfondsen Beleggen volgens de 4W Methode Scoor financieel adviseurs op onafhankelijkheid Risico beleggingsfondsen te laag voorgespiegeld Doe het zelf Due Diligence Info over publicaties van de ECB Meedoen kan Beleggingsmix en rente-afdekking bepalend voor herstel pensioenfondsen Bron: DNB De gemiddelde dekkingsgraad van pensioenfondsen is per saldo met 15% gestegen vanaf het begin van de periode van herstelplannen in 2009. Daardoor is een kwart van de daling van de dekkingsgraad ten tijde van de kredietcrisis inmiddels goedgemaakt. Fondsen die veel belegden in aandelen en zich indekten tegen het risico van rentedaling zagen de grootste stijging. Herstelplannen pensioenfondsen Na het uitbreken van de financiële crisis moesten veel pensioenfondsen (circa 75% van de pensioensector) begin 2009 een herstelplan opstellen om hun dekkingsgraad binnen vijf jaar weer op peil te krijgen. Eind  2013 liepen deze herstelplannen af en was het tijd de balans op te maken. Het herstel van de dekkingsgraad is vooral toe te schrijven aan de stijgende koersen van zakelijke waarden (aandelen). Maar omdat de rente verder daalde en de levensverwachting opliep bleef het herstel relatief beperkt. Al met al is circa een kwart van de oorspronkelijke daling van de dekkingsgraad sinds de kredietcrisis (2e helft 2007-eind 2008) weer goedgemaakt.   Ontwikkeling dekkingsgraad De ontwikkelingen sinds de beginperiode van de kredietcrisis (2e helft 2007-eind 2008), dus in de vijfjaars herstelperiode van 2009 tot en met 2013, geven een illustratie van de belangrijkste determinanten van de dekkingsgraad: de rente en de aandelenkoersen. In hun beleggingsgedrag spelen de fondsen hier op in. Een derde determinant, de stijging van de levensverwachting, kunnen de fondsen vrijwel niet beheersen. In figuur 1 is te zien is dat de aandelenkoersen in juni 2007 (begin van de grafiek) 80% hoger lagen dan eind 2008 en dat de rente ruim 20% hoger lag. De dekkingsgraadindex ligt hier tussenin, ruim 60% hoger dan de dekkingsgraad ultimo 2008. In de 5-jaarsperiode vanaf het moment van de herstelplannen is de aandelenindex weer teruggekeerd naar het niveau van voor de kredietcrisis, terwijl de rente nog verder is gedaald. De dekkingsgraadindex ligt hier weer tussenin. Figuur 1: Verandering dekkingsgraad juni 2007 - december 2013 Verandering dekkingsgraad jun2007-dec2013 Deze figuur toont de relatie tussen de gemiddelde dekkingsgraad van de fondsen in herstel en de rente- en aandelenindex. De aandelenindex is gebaseerd op MSCI (wereldwijde aandelen). De rente-index geeft de invloed van de rente op de waarde van de verplichtingen weer.Vertrekpunt is de uitgangspositie ten tijde van het opstellen van  de herstelpannen (ultimo 2008): alle indexcijfers zijn daar op 100% gezet. Uit de grafiek valt op te maken dat de aandelenkoersen en de rentestand belangrijke 'drivers' zijn van de dekkingsgraad. Verandering van aandelenkoersen werken gemiddeld voor 40% door in de dekkingsgraad omdat ongeveer 40% in aandelen wordt belegd. De verandering van de rente werkt globaal voor 50% door in de dekkingsgraad omdat fondsen gemiddeld de helft van het renterisico afdekken. Overigens zijn dit niet alle factoren die de dekkingsgraad bepalen. Zo speelt ook het rendement op andere beleggingen, zoals vastgoed en credits, een rol.     Verschillen in herstel van pensioenfondsen De getoonde ontwikkeling van de dekkingsgraad in figuur 1 is het gemiddelde van 150 fondsen. Tussen de fondsen bestaan echter grote verschillen (zie figuur 2). Figuur 2: Stijging dekkingsgraad tijdens herstelplan (2009-2013) Stijging dekkingsgraad tijdens herstelplan (2009-2013) De belangrijkste verklaringen voor de onderlinge verschillen in dekkingsgraadontwikkeling zijn: Het gekozen rente-afdekkingsbeleid: het renterisico afdekken was gunstig in de onderzochte periode omdat de rente is gedaald. De verdeling van de beleggingsportefeuille: een hoog percentage belegd in aandelen was gunstig in de onderzochte periode. Bijdragen aan het fonds: Premiebetalingen en bijstortingen van de sponsor kunnen bijdragen aan het herstel. Gevoeligheid voor de gestegen levensverwachting (groter voor fondsen met relatief veel jongere deelnemers). De combinatie van al deze factoren bepaalt uiteindelijk de ontwikkeling van de dekkingsgraad en daarbij mede of het fonds noodmaatregelen (korten van rechten) heeft moeten toepassen. Een tegenvallende dekkingsgraadontwikkeling hoeft overigens niet te betekenen dat sprake is van slecht beleid. Door het nemen van risico’s kunnen op langere termijn hogere verwachte rendementen worden behaald die bijvoorbeeld kunnen worden aangewend voor indexatie. De keerzijde dat genomen risico’s achteraf slecht kunnen uitpakken, is daaraan echter inherent. De Nederlandsche Bank ziet erop toe dat de risico’s door de fondsen voldoende beheerst worden en dat de risico’s worden genomen in het belang van de deelnemers c.q. met wat met de deelnemers is afgesproken. advertentie Terug naar Inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Beleggen volgens de 4W Methode Bron: Hans Bannink  Al 20 jaar beleg ik op de beurs. In het begin had ik wel eens winst wat mij aanspoorde om verder te gaan beleggen met….. u raad het al: VERLIES. Ik volgde de beurs volgens het kuddegedrag model. Ik liep mee met de tendens die de markt had. Ik had geen enkele notie van weerstandsniveaus, stop loss momenten. Sterker nog technische- en fundamentele analyse was mij ook volkomen vreemd. Ook had ik geen kennis van cycles en wist ook niets van een bollinger bands, fibonacci, en moving average, keltner channels, hurst cycles, kop-schouderpatronen, rsi, stijgende en dalende trend. En zo kan ik nog wel even doorgaan. In het land van beleggen barst het van toetsingscriteria die een indicatie zijn voor hoe in de markt te bewegen. In de loop der jaren werd ik door verschillende mensen geattendeerd op al deze instrumenten. Het hielp mij echter niet om echt winst te maken, laat staan gestructureerd winst te maken. Uiteindelijk ben ik zelf gaan kijken wat voor mij belangrijk is bij beleggen. Uitgangspunt is de beurswijsheid: laat je winst oplopen en beperk je verlies. Maar hoe doe je dat dan vroeg ik mij af. Ik kan wel gaan beleggen met allerlei instrumenten zoals ik hierboven beschreef, echter ik haal er niet de winst uit die ik wil. Weet Waneer Wat Welk Hans Bannink Een initiatief van Hans en Erik Bannink, die als particuliere beleggers meer dan 15 jaar actief beleggen op de beurs. Dat proces heeft uiteindelijk geleid tot de ontwikkeling van mijn eigen filosofie: Weet Wanneer je Wat op Welk moment moet doen bij stijgende, gelijkblijvende en dalende koersen en houd je er ook aan. Deze criteria geconcretiseerd krijgen was een zeer lastig proces. Waar het om gaat is dat ik van te voren precies weet wanneer ik moet gaan ingrijpen en zelfs ook al weet wat ik na dit ingrijpen vervolgens weer moet doen. Stukken verkopen om verlies te beperken of winst binnen te halen is stap 1. Daarna moet ik ook weten wat ik dan weer moet doen. Middels het werken met de iron condor op de AEX weet ik nu precies wanneer ik moet ingrijpen in mijn posities en weet ik tevens ook welke posities ik daarna moet innemen. Concreet houd dit het volgende in: Wanneer op bijvoorbeeld een ironcondor de put positie op verlies staat dan moet ik altijd in staat zijn om terug te rollen zonder verlies (of tegen een vooraf bepaald minimum verlies). Wat ik dan vervolgens doe is de putspread naar een andere positie terugrollen. Welk moment bepaal ik aan de hand van een door mijzelf bepaald stoploss  die voldoet aan meerdere criteria. Kortom ik Weet dus van tevoren wanneer ik moet ingrijpen. Daarnaast geldt de 4 W methode ook voor wat te doen bij oplopende winst en bij zijwaarts bewegende koersen. Belangrijk uitgangspunt in het werken volgens de 4 W methode is dat ik rust in mijn portefeuille heb. Ik hoef niet meer steeds te wikken en te wegen of ik moet ingrijpen. Ook hoef ik niet meer lang na te denken wat ik moet doen als ik heb ingegrepen, dat staat namelijk ook al vast. Bijkomend voordeel is dat ik niet meer allerlei onderzoeken hoef te doen op mogelijke marktontwikkelingen en analyses hoef te volgen van allerlei beurskenners. Ze kunnen hun waarde hebben, maar ik hoef mij er niet meer door te laten bepalen. Het enige wat voor mij telt is: als de beurs een bepaalde beweging maakt (omhoog, gelijk of omlaag) dan weet ik van te voren al wat ik moet doen. Voor mijn nachtrust is dat bijzonder prettig. En bovenal, daar gaat het uiteindelijk om, elk jaar kan ik een mooie winst van gemiddeld meer dan 20% bijschrijven op mijn rekening. Het werken volgens de 4W methode zou voor iedere belegger een goed hulpmiddel zijn. Er is veel meer rust in de portefeuille en je komt niet meer zo snel voor verrassingen te staan. Bovendien zie je aankomen of je moet ingrijpen of niet. Waar het om gaat is dat je als belegger van te voren moet Weten Wanneer je Wat op Welk moment moet doen. Het maakt niet uit hoe je belegt. Als je volgens de 4 W methode toetst, heb je meer grip op je belegging! Terug naar Inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. Terug naar Inhoud Scoor financieel adviseurs op onafhankelijkheid Bron: Fred de Jong, Me Judicexyz De consument is gebaat bij het publiceren van een score die de mate van onafhankelijkheid van financieel adviseurs weergeeft. Dit komt de kwaliteit van het advies ten goede. Daarnaast kunnen consumenten zo makkelijker onafhankelijke adviseurs herkennen. Een maatstaf voor onafhankelijkheid is eenvoudig te maken, stelt Fred de Jong. Provisieverbod niet afdoende De mate van onafhankelijkheid van een financieel adviseur hangt sterk af van het verdienmodel en zeggenschapsverbanden. Van oudsher werden tussenpersonen (onafhankelijke financieel adviseurs) via provisie betaald door de aanbieders van financiële producten, de banken en verzekeraars. Deze prikkel heeft er mede toe geleid dat financieel advies tot een productgedreven markt is verworden in plaats van adviesgerelateerd. Er moest een product worden geadviseerd om inkomsten te verdienen. Met de invoering van een provisieverbod per 2013 tracht de overheid de financiële banden tussen banken en verzekeraars enerzijds en tussenpersonen anderzijds door te knippen. Om daarmee ook de onafhankelijkheid van het advies door tussenpersonen beter te waarborgen. De overheid heeft er echter voor gekozen om provisie alleen te verbieden voor de advisering in complexe en impactvolle financiële producten. Onafhankelijke financieel adviseurs kunnen dus nog steeds provisie ontvangen voor hun bemiddeling in schadeverzekeringen en consumptief krediet. Fred de Jong (1971) Zelfstandig onderzoeker/adviseur op het gebied van financiële markten De specialiteit van Fred de Jong is de intermediaire bedrijfstak (markt voor tussenpersonen en financieel adviseurs). Over die markt heeft hij een economisch proefschrift geschreven waarop hij in 2010 is gepromoveerd bij de Universiteit van Amsterdam. Fred de Jong is ruim 12 jaar werkzaam in de markt voor financiële dienstverlening. Eerst als hoofd onderzoek bij Bureau D & O, later als beleidscoordinator en bestuurssecretaris van de intermediaire brancheorganisaties NVA, Federatie FIDIN en VvHN. Verder is hij als docent en onderzoeker verbonden aan het Amsterdam Centre for Insurance Studies van de Universiteit van Amsterdam. Maar ook zonder de aanwezigheid van een provisieprikkel bestaan er nog andere vormen van financiële banden tussen aanbieders en adviseurs. Bijvoorbeeld financieringen van de portefeuille of het bezit van aandelen. Het is dan ook de vraag in hoeverre tussenpersonen na invoering van het provisieverbod daadwerkelijk onafhankelijk zijn. Veel tussenpersonen zijn beperkt in het aantal aanbieders waarmee men kan samenwerken. Banken en verzekeraars willen niet met elke adviseur zaken doen en tussenpersonen maken soms gebruik van preferred suppliers. De echt onafhankelijke tussenpersonen hebben verder moeite om hun onderscheidende waarde ten opzichte van verkoopadviseurs bij banken en verzekeraars duidelijk te maken. Scoren op onafhankelijkheid Gezien de verschillende definities van de term onafhankelijkheid, is het verstandig om deze term niet willekeurig te gebruiken. Beter is het om een oplopende schaal van onafhankelijkheid te gebruiken. Bijvoorbeeld van nul (totaal afhankelijk) naar tien (totaal onafhankelijk). Daartoe zou een onafhankelijkheidslabel moeten worden ingesteld. Het aanbrengen van labels helpt consumenten beter geïnformeerde beslissingen te nemen. Zoals dat nu bijvoorbeeld ook gebeurt op het gebied van milieu en energie (auto’s, woningen, wasmachines etc.). De toezichthouder zou kunnen toezien op het juiste gebruik van de onafhankelijkheidsscore richting de consument in reclames, dienstenwijzers, website, en adviesgesprekken. Een model dat hiervoor kan worden gebruikt, is als volgt: voor elke vorm van onafhankelijkheid ontvangt een financieel adviseur een punt. Naarmate er meer punten worden gescoord, is de onafhankelijkheid groter, met een maximum van tien punten bij een kantoor dat als 100 procent onafhankelijk kwalificeert. Scoretabel voor bepalen onafhankelijkheid tussenpersoon (10 punten = maximaal onafhankelijk) Beloning geheel op basis van provisie cliënt (ook schadeverzekeringen) Eigen AFM-vergunning bemiddelen of adviseren Geen volledig eigendom van een bank of een verzekeraar Geen contractuele productieverplichting Geen hypotheek op kantoorpand door aanbieder waarmee een samenwerkingsovereenkomst is gesloten Geen lening bij aanbieder waarmee samenwerkingsovereenkomst is gesloten Geen voordelige financiering van de portefeuille Geen voorkeursmaatschappijen (evenredige spreiding van productie). Bij elk advies wordt een zo groot mogelijk aantal producten en aanbieders betrokken in de analyse. Niet meer dan 10 procent aandelenbezit door een aanbieder Niet meer dan 50 procent aandelenbezit door een aanbieder Overigens zegt deze scoretabel nog niet alles over de kwaliteit van een intermediair. Ook een kantoor dat op basis van deze objectieve criteria 100 procent onafhankelijk is, kan in haar gedragingen verkeerde adviezen geven of met een zeer beperkt aantal aanbieders samenwerken. Het model kan wel helpen om de consument de mate van onafhankelijkheid van een intermediair, voorafgaand aan het advies vast te laten stellen. Omdat de kans op een goed advies groter wordt naarmate de onafhankelijkheid toeneemt. En daarmee wordt in ieder geval een deel van de informatiekloof gedicht. In het beschreven model onafhankelijkheidslabel is de manier van beloning van de intermediair niet belangrijker dan de andere aspecten van onafhankelijkheid, omdat daarover voor de consument geen onduidelijkheid bestaat. Door de invoering van het provisieverbod, bij complexe en impactvolle producten, en de toegenomen (weliswaar passieve) transparantie bij schadeverzekeringen, is het voor de consument helder of een intermediair door de aanbieder wordt betaald of dat de klant zelf direct aan het intermediair de beloning betaalt via een vergoeding (urendeclaratie, abonnement of vast tarief). Het volledige artikel is hier te raadplegen. Terug naar Inhoud Risico beleggingsfondsen te laag voorgespiegeld Bron: AFM Volgens de AFM is de risicometer voor beleggingsfondsen die beleggen in illiquide activa minder geschikt om beleggers inzicht te geven in de risico’s die ze lopen. In de regel wordt het risico te laag voorgespiegeld. Om welke fondsen gaat het? De beleggingsinstellingen waarvoor de risicometer minder geschikt is, hebben gemeenschappelijk dat ze (indirect) investeren in beleggingen waarin niet of weinig wordt gehandeld. Deze beperkte of ontbrekende handel maakt dat de schommeling van het historisch rendement (ofwel volatiliteit) van de belegging laag is. De volatiliteit bepaalt juist de stand van de risicometer. Hoe lager de volatiliteit, hoe lager de stand van de risicometer. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld fondsen die beleggen in beursgenoteerde effecten. Een lage score op de risicometer - die geheel volgens de regels is berekend - geeft in een dergelijk geval slechts een beperkt beeld van de belangrijkste risico’s. Juist bij dit type fondsen is het dan ook belangrijk dat beleggers informatie als het prospectus en de Essentiële Beleggersinformatie raadplegen. Daarin staan de belangrijkste risico’s vermeld. Oproep Omdat het gebruik van de risicometer in deze specifieke gevallen beleggers een te beperkt beeld van de belangrijkste risico’s kan geven, verzoekt de AFM beheerders van beleggingsinstellingen die beleggen in illiquide activa, de risicometer niet langer op te nemen in reclame-uitingen. De AFM vraagt om de mededeling ‘loop geen onnodig risico, lees de Essentiële Belegginsinformatie’ wel op te nemen. Als partijen twijfelen of dit verzoek van toepassing is op de belegginginstellingen waarvoor zij reclame maken, kunnen zij contact opnemen met de AFM via vragen.informatieverstrekking@afm.nl. Raadpleeg ook onze Q&A. De toezichthouder zal ook zelf partijen benaderen voor wie de risicometer minder geschikt is met het verzoek deze niet langer in reclame-uitingen te gebruiken. Regelgeving aanpassen De AFM overlegt met het ministerie van Financiën over mogelijke aanpassingen van de regelgeving, met betrekking tot de weergave van beleggingsrisico’s. Ze zal, waar nodig, de markt daarover raadplegen. Terug naar Inhoud Doe het zelf Due Diligence  Bron: Esgher van Oosterbosch, De Veste Om in Nederland een beleggingsfonds aan te mogen bieden is een vergunning vereist. Een dergelijke vergunning wordt verleend door de Minister van Financiën. Belast met het toezicht op vergunninghoudende instanties zijn de Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank. De focus bij het verstrekken van een vergunning is vooral gericht op operationele risico’s binnen een onderneming en op de deskundigheid en betrouwbaarheid van het management. Toezichthouders zijn er expliciet niet om beleggers te beschermen tegen beleggingsrisico’s. Dergelijke risico’s vormen immers de bron van het uiteindelijk te behalen rendement. Sinds enkele jaren is het echter mogelijk om een fonds aan te bieden zonder dat hiervoor een vergunning is vereist. Er is in dit geval sprake van ‘vrijstelling van vergunningplicht'. Een dergelijke vrijstelling wordt verleend indien ".. aangeboden beleggingsobjecten slechts kunnen worden verworven tegen een economische tegenwaarde van ten minste € 100.000 "  (bron: www.rijksoverheid.nl).      Ofwel, vrij vertaald : de minimum investering in een fonds moet € 100.000 bedragen. De achterliggende gedachte bij deze vrijstelling is dat dergelijke bedragen over het algemeen zullen worden geïnvesteerd door participanten waarvan mag worden verondersteld dat zij voldoende deskundig en professioneel zijn om het kaf van het koren te scheiden. Over de vraag of een dergelijk criterium afdoende is om professinele van niet professionele beleggers te scheiden kan uiteraard worden gediscussieerd. Feit is dat het aantal fondsen dat gebruik maakt van deze vrijstelling de afgelopen jaren is gegroeid. En zoals onlangs is gebleken heeft een aantal van deze 'beheerders' het niet al te best voor met haar investeerders getuige de vermeende wanpraktijken bij Golden Sun en Royal Dubai (waarmee mogelijk reeds een antwoord is gegeven op de hierbovengestelde vraag). Niet onder toezicht staande fondsen met een investeringsdrempel van € 100.000 komen hierdoor in een kwaad daglicht te staan en het vertrouwen van (potentiële) investeerders in deze fondsen neemt zienderogen af. Investeren in fondsen zonder vergunning is echter niet per definitie af te raden, er kunnen ook goede redenen zijn om geen vergunning aan te vragen. Wel is het raadzaam om vooraf eigen onderzoek te doen. 1. Onafhankelijke bewaarder Beschikt het fonds over een onafhankelijke bewaarder? De bewaarder houdt het geld onder zich, de fondsmanager kan hier niet rechtstreeks over beschikken. Zonder tussenkomst van de bewaarder gebeurt er niets, met de noorderzon vertrekken wordt dus een stuk lastiger. Let wel goed op dat de bewaarder en beheerder ook echt onafhankelijk zijn! 2. Vraag een prospectus aan Vraag altijd een prospectus aan! Een fonds dat is vrijgesteld van vergunningplicht hoeft geen prospectus op te stellen, maar investeren zonder prospectus is absoluut af te raden. Lees het prospectus en controleer op de aanwezigheid van namen van betrokken partijen. En controleer vervolgens of deze partijen bestaan en daadwerkelijk betrokken zijn bij de organisatie. Vermijd fondsen met een vaag en slordig prospectus. 3. Accountant en jaarrekening Indien een fonds al wat langer bestaat zal ongetwijfeld een jaarrekening beschikbaar zijn. Altijd opvragen en doornemen! Misschien nog wel belangrijker: neem contact op met de accountant die de jaarrekening heeft goedgekeurd om te controleren of deze inderdaad bekend is met de organisatie. 4. Check het handelsregister van de KvK In het handelsregister van de Kamer van Koophandel is interessante informatie te vinden over de beheerder van een fonds. Denk hierbij aan datum van oprichting, eigendomsverhoudingen en samenstelling directie. Ook kan informatie worden opgevraagd over het eigen vermogen en de resultaten over voorgaande jaren. Mogelijk moet voor deze en andere informatie een beperkte vergoeding worden betaald, maar deze ‘investering’ staat in schril contrast tot de € 100.000 waarvoor u mogelijk gaat deelnemen! 5. Breng een bezoek aan de manager Het lijkt een overbodige tip, maar in de praktijk blijkt dat slechts weinig investeerders de moeite nemen om een bezoek te brengen aan het kantoor van een fondsmanager. Het kost misschien een paar uur, maar het is altijd prettig om te weten aan wie u uw geld gaat toevertrouwen.  Terug naar Inhoud Info over publicaties van de ECB Bron: Redactie De ECB (Europese Centrale Bank) geeft diverse publicaties uit die informatie bevatten over haar kernactiviteiten: monetair beleid, statistiek, betalings- en effectenverkeer, financiële stabiliteit en toezicht, internationale en Europese samenwerking en juridische zaken. Hiertoe behoren ondermeer: Officiële publicaties Jaarverslag Convergentieverslag Maandbericht WetenschappelijKe publicaties Legal Working Papers Occasional Papers Research Bulletin Working Papers Overige / taaKgebonden publicaties Enhancing monetary analysis Financial integration in Europe Financial Stability Review Statistics Pocket Book (pdf: april 2014) The European Central Bank: geschiedenis, rol en functies The international role of the euro De uitvoering van het monetaire beleid in het eurogebied (‘Algemene Documentatie’) Het monetaire beleid van de ECB The payment system Hiernaast publiceert de ECB brochures en informatiematieraal over een breed scala van onderwerpen, waaronder de eurobankbiljetten en -munten, en verslagen van seminars en conferenties. Een compleet overzicht van documenten (in pdf-vorm) gepubliceerd door de ECB en het Europees Monetair Instituut, de voorganger van de ECB van 1994 tot 1998, is te vinden op de website van de ECB, www.ecb.europa.eu/pub/. Met taalcodes is aangegeven in welke talen elk van de publicaties beschikbaar is. Tenzij anders vermeld, zijn overdrukken gratis te verkrijgen, los dan wel per abonnement, en zolang de voorraad strekt, via e-mail aan info@ecb.europa.eu. Terug naar Inhoud Meedoen kan Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggersymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt. Met name voor de organisatie van deze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming van onze symposia. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ook deelname aan redactie van de website, de nieuwsbrieven, het beheren van het forum of website of delen daarvan behoort tot de mogelijkheden. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan een van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met het bestuur Klik Hier  Terug naar Inhoud Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

5 mei 2014

...

Nieuwsbrief20140401

April 2014 HCC Beleggen symposium a.s. zaterdag Europese Commissie kijkt toe terwijl Europa uit balans blijft Toekomstige rente Gebreken bij stemmen op afstand Checklists & stappenplannen van AFM Commentaren op de financiële markten 62ste  HCC Beleggen Symposium - Aanmelden en routebeschrijving Actieve leden gezocht HCC Beleggen symposium a.s. zaterdag 5 april in De Bilt. Bron: Redactie Aanstaande zaterdag, op 5 april 2014, zullen kundige Sprekers tijdens het 62ste HCC Beleggen symposium u laten zien hoe ook u op een lucratieve manier kunt beleggen. Uit onderzoek is gebleken dat  de samenstelling van uw beleggingsportefeuille een zeer groot effect op het uiteindelijke rendement en risico heeft.  Als voorbeeld laat Mebane Faber bijvoorbeeld in het boekje "The Ivy portfolio"  zien hoe u op een relatief simpele manier, met een portefeuille met een beperkt aantal ETFs, de beleggingsresultaten van professionele partijen kunt benaderen.De vraag hoe u uw portefeuille moet samen stellen is uiterst relevant. Hierbij spelen vragen als: welke sectoren en fondsen,individuele fondsen of  beleggingsfondsen/ETFs, aandelen, obligaties of anderszins, uitbesteden of zelfdoen, keuze op basis van fundamentele analyse of technische analyse, hoe is het risicomanagement geregeld etc. Kortom, er zijn vele keuzes te maken. Het gebruikmaken van smallcaps, dividend, analyses en strategieen, maar ook handelen op een professionele wijze, kan uw rendament in belangrijke mate positief beinvloeden. Elke spreker zal vanuit zijn eigen invalshoek en ervaring een bijdrage aan dit boeiendeonderwerp, "Overweeg uw portefeuille", leveren en vele vragen op het gebied van portefeuillebeheer behandelen. Tot zaterdag  P.S. Vergeet niet u even in te schrijven Klik hier Terug naar Inhoud advertentie Terug naar Inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Europese Commissie kijkt toe terwijl Europa uit balans blijft Bron: Maartje Wijffelaars, Hans Stegeman, Me Judice 17 maart 2014 In het kader van de Macroeconomic Imbalance Procedure (MIP)van de Europese Commissie kwamen onlangs landenevaluaties uit. Deze procedure zou er voor moeten zorgen dat lidstaten hun beleid zo inrichten dat ze de hierin door de Europese Commissie geconstateerde onevenwichtigheden reduceren. In de huidige status wordt dit in de MIP echter onvoldoende afgedwongen. Volgens Rabo-economen Wijffelaars en Stegeman zou de sanctieprocedure van de MIP meer in lijn moeten worden gebracht met die van het Stabiliteits- en Groeipact, zodat Europa de macro-economische onevenwichtigheden evenwichtiger aanpakt. Derde maal op zoek naar onevenwichtigheden De procedure voor macro-economische onevenwichtigheden (Macroeconomic Imbalance Procedure, MIP) van de Europese Commissie (EC) is in december 2011 opgezet en in 2012 voor het eerst in werking getreden. De procedure is gericht op het opsporen, voorkomen en corrigeren van macro-economische onevenwichtigheden die het functioneren van de Europese Unie in gevaar zouden kunnen brengen. Met een aantal stappen signaleert de MIP trends die tot ' booms en busts' zouden kunnen leiden. Vervolgens zou het moeten helpen de juiste beleidsreacties vorm te geven om deze risico’s in te perken en te beheersen. De eerste stap is het schrijven van het Waarschuwingsmechanismeverslag (Alert Mechanism Report, AMR) dat de Europese Commissie (EC) ieder jaar in november publiceert. [1] Deze indicatoren zijn momenteel: de lopende rekening van de betalingsbalans, de netto internationale investeringspositie, de reële effectieve wisselkoers, het exportmarktaandeel, de nominale arbeidskosten per eenheid product, de reële huizenprijzen, de kredietstromen naar de private sector, de schuld van de private sector, de overheidsschuld, het werkloosheidspercentage en de verplichtingen van de financiële sector. Het scorebord kan met de tijd qua samenstelling veranderen als dit nodig wordt geacht. Aan de basis van dit rapport ligt een scorebord met 11 indicatoren [1] . Aan deze indicatoren is een drempelwaarde voor het niveau of de groei gekoppeld die bij overschrijding een (op komst zijnde) onevenwichtigheid signaleert. In totaal rinkelden er in november 2013 voor het AMR 2014 (met cijfers over 2012) voor de gehele Europese Unie maar liefst 99 van de 306 alarmbellen. Dit betekent niet alleen dat er ten opzichte van een jaar eerder weinig vooruitgang is geboekt met het terugdringen van macro-economische onevenwichtigheden (voor het AMR 2013 gaf het scorebord twee waarschuwingen meer af, figuur 1), maar ook dat nog altijd bijna 1/3 van het totaal aantal alarmbellen is afgegaan. Daarbij geeft kijken naar meer of minder waarschuwingen op basis van de drempelwaarden niet het volledige beeld over het af- of toenemen van de omvang van de onevenwichtigheden. Om dat laatste beter te kwantificeren, hebben we gekeken naar de beweging die indicatoren tussen het AMR 2013 en AMR 2014 hebben gemaakt ten opzichte van de drempelwaarden. Hieruit blijkt dat de situatie in zijn totaliteit zelfs is verslechterd, en meer nog dan uit de eerstgenoemde methode dat de aard van de onevenwichtigheden is veranderd (figuur 1). Indicatoren gerelateerd aan private schuldopbouw en nominale arbeidskosten per eenheid product hebben zich in de juiste richting bewogen ten opzichte van het AMR 2013. Tegelijkertijd zijn de indicatoren gerelateerd aan concurrentiekracht, werkloosheid en overheidsschuld verslechterd. Figuur 1: De EU blijft uit balans  Bron: Europese Commissie, Rabobank Naast het scorebord zelf wordt ook de economische interpretatie ervan en andere relevante informatie meegenomen in het waarschuwingsmechanismeverslag, om een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen van de staat van onevenwichtigheden in een economie. In het rapport concludeert de Commissie tot slot of ze een grondige analyse nodig acht om vast te stellen of de betreffende lidstaten maatregelen moeten nemen. Op basis van het AMR 2014 is besloten dat voor zestien lidstaten nader onderzoek moest worden gedaan, een zogenaamde in-depth review (zie ook Kamalodin, 2013). Stabiele onevenwichtigheden [2] De landen waarin de EC macro-economische onevenwichtigheden heeft vastgesteld zijn: België, Bulgarije, Duitsland, Ierland, Spanje, Frankrijk, Hongarije, Nederland, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. De landen waarin de EC excessieve onevenwichtigheden heeft vastgesteld zijn: Italië, Kroatië en Slovenië. [3] Om die reden maken Griekenland, Cyprus, Portugal en Roemenië ook dit jaar nog geen deel uit van de MIP. Zij worden al gemonitord in het kader van de hervormingen en bezuinigingen die ze moeten doorvoeren in ruil voor de financiële steun die ze ontvangen. Het beeld dat opdoemt uit de diepgaande evaluaties die de EC begin maart van dit jaar heeft gepubliceerd is hetzelfde als dat opdoemt uit het AMR. Het lijstje van landen waarin de EC naar aanleiding van de diepgaande evaluaties onevenwichtigheden heeft geconstateerd die moeten worden gemonitord en aangepakt, is niet korter geworden maar wel veranderd. Enerzijds zijn er in Malta en Denemarken in termen van de MIP geen onevenwichtigheden meer en bestempelt de EC die van Spanje niet langer als excessief. Anderzijds zijn Duitsland, Kroatië en Ierland aan het rijtje van landen met onevenwichtigheden toegevoegd, en beschouwt de EC de onevenwichtigheden in Italië en Kroatië nu, naast die van Slovenië, als excessief [2]. Een onevenwichtigheid wordt als excessief beschouwd als deze het functioneren van de EMU in gevaar brengt of kan brengen. Let wel, de verbeteringen in de eerstgenoemde landen betekenen volgens de EC niet dat er geen risico’s meer zijn, alleen dat de risico’s iets minder groot zijn. Tegelijkertijd moeten we in verband met de toevoeging van Ierland en Kroatië opmerken dat beide landen voorheen geen deel uitmaakten van de MIP, maar dat er zeker wel onevenwichtigheden waren. Ierland werd vorig jaar nog beoordeeld in het licht van het steunpakket dat het ontving van de Trojka [3] en Kroatië behoort pas sinds juli 2013 tot de Europese Unie. Een tandje erbij voor Duitsland en Italië Bij de evaluaties springen twee landen er uit, vooral omdat ze cruciaal zijn voor het wel en wee van de eurozone de komende jaren, namelijk Duitsland en Italië. Figuur 2: Lopende rekening van de betalingsbalans Duitsland blijft hoog Bron: Eurostat Duitsland, de grootste economie van de eurozone, is dus nieuw in de lange lijst met Europese landen met onevenwichtigheden. De voornaamste reden waarom de EC nu in het kader van de MIP onevenwichtigheden heeft gesignaleerd is het aanhoudende overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans (figuur 2). Naast een sterk concurrentievermogen van de Duitse economie impliceert het ook een lage binnenlandse vraag en mogelijk dat het land de grote hoeveelheid spaargeld niet optimaal benut doordat het te weinig investeert in rendabele projecten binnen de grenzen. Daarbij remt de lage investeringsgraad niet alleen de actuele maar ook de potentiële groei van het Duitse BBP-volume. Gezien de omvang van de Duitse economie kan de bovenstaande onevenwichtigheid ook de groei van de economie van de eurozone remmen, terwijl de lage binnenlandse vraag de herbalancering binnen de eurozone bemoeilijkt. Immers, minder vraag uit Duitsland maakt het voor andere Europese landen lastiger om zich uit de crisis te exporteren. Het is goed dat de EC nu aandacht heeft voor dit soort onevenwichtigheden. Tot voor kort werden lopende-rekeningoverschotten de facto namelijk niet of nauwelijks gezien als een macro-economische onevenwichtigheid die risico’s met zich meebrengt. Figuur 3: Overheidsschuld Italië meer dan twee keer de drempelwaarde Bron: Eurostat In Italië vragen vooral de enorme publieke schuldenlast (figuur 3) en het uiterst zwakke concurrentievermogen om aandacht. Beide belemmeren niet alleen het functioneren van de Italiaanse economie maar kunnen ook het functioneren van de eurozone in gevaar brengen. Italië is de derde economie van het eurogebied en is Maartje Wijffelaars Rabobank Nederland Maartje Wijffelaars MSc. (1987) is sinds januari 2013 werkzaam bij het Directoraat Kennis & Economisch Onderzoek van Rabobank Nederland, in het team Internationaal Macro-economisch Onderzoek. Hiervoor heeft ze gewerkt aan de Universiteit van Antwerpen. Daar heeft zij onderzoek verricht naar de relatie tussen financiële instellingen en overheidsschuld in het eurogebied ten tijde van de crisis. Ze heeft International Economics and Finance gestudeerd aan Tilburg University. daarmee van grote invloed op het groeipotentieel van de eurozone. Daarnaast zouden betalingsproblemen gezien de hoogte van de overheidsschuld de onrust op de markten in alle hevigheid doen terugkeren, zeker omdat het onduidelijk is of Europa over voldoende middelen bezit om Italië in een dergelijke situatie te redden. De huidige lage inflatie en groei van het BBP-volume bemoeilijken het afbouwen van de overheidsschuld. Het is voor de economie van Italië dan ook cruciaal om de uiterst zwakke (of zelfs negatieve) productiviteitsgroei en de lange lijst van inefficiënties in de gehele economie en samenleving aan te pakken. Gezien de zwakke instituties, deels ook de oorzaak van deze problemen, is het maar de vraag of dit ook gaat lukken. Verwacht niet te veel van de MIP Het idee achter de MIP is prima. De eenzijdige nadruk op begrotingsdiscipline moest natuurlijk een tegenhanger krijgen in een procedure waarin ook onevenwichtigheden in economisch beleid worden aangepakt. Immers, een groot deel van die problemen op de overheidsbegroting zijn rechtstreeks afkomstig uit die macro-economische onevenwichtigheden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de verslechtering van de overheidsfinanciën in Spanje en Ierland. In beide landen heeft onder andere het uiteenspatten van een huizenmarktzeepbel via een diepe recessie en benodigde herkapitalisatie van banken, geleid tot enorme begrotingstekorten en een toename van de overheidsschuld. Maar daar waar de sanctieprocedure bij een buitensporig tekort overzichtelijk en grotendeels automatisch verloopt, is dit bij de in de diepgaande evaluaties geconstateerde onevenwichtigheden niet het geval. De gesignaleerde onevenwichtigheden kunnen dientengevolge lastig worden aangepakt. Zo zijn de eerdergenoemde verbeteringen in Luxemburg, Malta en Spanje ook niet toe te schrijven aan de MIP. Nationaal beleid en veranderende economische omstandigheden zijn daarbij de belangrijkste factoren. Dezelfde factoren dus die de onevenwichtigheden hebben doen ontstaan. De MIP is (nog) geen procedure waarmee lidstaten om de oren kunnen worden gemept. [4] Italië, Slovenië en Kroatië vallen vooralsnog ook enkel onder de preventieve tak. Als ze uiteindelijk in een EIP terecht zouden komen, vallen ze onder de corrigerende tak. [5] De Europese Raad (de staatshoofden van de EU-lidstaten, de voorzitter van de EC en de voorzitter van de Raad) moet de conclusie van de Commissie te allen tijde ofwel accepteren ofwel afwijzen en aanpassen. [6] Het Europees Semester is een jaarlijkse cyclus waarin de EC beoordeelt of de budgettaire en economische beleidsplannen van lidstaten in lijn zijn met het Stabiliteits- en Groeipact en de Macro-economische Onbalans Procedure, of dat de landen maatregelen dienen te nemen. De EC doet op basis van de ingediende stabiliteits- en convergentieprogramma’s en nationale hervormingsprogramma’s aanbevelingen aan de landen. Beleidsstappen door overheden zijn pas afdwingbaar als de procedure bij buitensporige onevenwichtigheden(Excessive Imbalances Procedure: EIP) van start gaat. Onder de preventieve tak, waar de landen met vastgestelde (niet-excessieve) onevenwichtigheden [4] nu terecht komen, kan de Europese Commissie (EC) wel beleidsaanbevelingen doen om deze af te bouwen, maar niet - op straffe van een boete - afdwingen. Tegelijkertijd heeft de EC aangegeven dat ze pas begin juni zal besluiten of ze het nodig acht dat de Europese Raad [5] een EIP opent voor de landen waar ze excessieve onevenwichtigheden heeft vastgesteld (Italië, Kroatië en Slovenië). De Commissie wil namelijk eerst de stabiliteits- en convergentieprogramma’s en nationale hervormingsprogramma’s beoordelen die de landen eind april indienen. Deze programma’s moeten de lidstaten in het kader van het Europees Semester [6] ieder jaar rond eind april aanleveren. Als de Commissie de hierin voorgenomen maatregelen voldoende acht, zal ze in juni naar verwachting de Europese Raad adviseren geen EIP te openen. Op deze manier zijn in 2013 Spanje en Slovenië ontsnapt aan de procedure. Dat is jammer, want hierdoor wordt de kans dat er ook daadwerkelijk iets verbetert in de onevenwichtigheden verkleind. Omdat de in de programma’s opgenomen hervormingen niet door een boete afdwingbaar zijn, is er geen financiële prikkel om deze daadwerkelijk door te voeren. Het moge duidelijk zijn dat de MIP in de huidige vorm onvoldoende in staat is om excessieve onevenwichtigheden en de daarmee samenhangende negatieve spillover-effecten te voorkomen of adequaat aan te pakken, zoals dat bij de begrotingsafspraken wel het geval is. Hans Stegeman Rabobank, Utrecht Hans Stegeman werkt sinds 2007 bij Economisch Onderzoek als econoom en sinds 2009 als hoofd van het team Nationaal Onderzoek. Daarbij is hij verantwoordelijk voor al het onderzoek van KEO naar de Nederlandse en regionale economie en huizenmarkt. Ook is hij een van de auteurs en projectleider van het onlangs verschenen boek "IN2030: Vier vergezichten". Hans studeerde Algemene Economie aan de Universiteit Maastricht en werkte hiervoor onder andere als onderzoeker bij het Centraal Planbureau. Verbeter de sanctieprocedure Wil dit zeggen dat de MIP beter kan worden afgeschaft? Nee, integendeel. Het feit dat onevenwichtigheden een crisis kunnen veroorzaken en de stabiliteit van de eurozone in gevaar kunnen brengen vraagt juist om een verbeterde en strengere procedure. Als we kijken hoe we de MIP in de huidige situatie (met in elf landen onevenwichtigheden en in drie landen excessieve onevenwichtigheden) van meer materiaal zouden kunnen voorzien om mee te meppen, moeten we ons richten op de strafmaat [7]. Voor wat betreft de landen die zich nu onder de preventieve tak bevinden, zouden de aanbevelingen van de EC, evenals bij het Stabiliteits- en Groeipact (SGP), op straffe van bijvoorbeeld een rentedragend deposito moeten kunnen worden afgedwongen. Bij het SGP kan de EC een lidstaat een dergelijk deposito opleggen als een land geen gehoor geeft aan een waarschuwing onder de preventieve tak. Daarnaast zou de EC altijd een EIP moeten starten zodra zij onevenwichtigheden als excessief bestempelt, evenals dat zij altijd een buitensporig tekortprocedure opent nadat zij een excessief tekort heeft vastgesteld in het kader van het SGP. Voor de EIP zouden de stabiliteits- en convergentieprogramma’s en nationale hervormingsprogramma’s die landen ieder jaar moeten indienen wel mogen fungeren als concept voor het plan met corrigerende maatregelen (Corrective Action Plan, CAP), maar een positieve beoordeling van deze programma’s moet er niet toe leiden dat de EC geen procedure start. Het CAP is een document waarin landen, die in een EIP terechtkomen, aan moeten geven hoe ze de geconstateerde excessieve onevenwichtigheden gaan terugdringen. De EC zal dan vervolgens beoordelen of zij de hierin genoemde maatregelen voldoende acht, met als belangrijkste effect dat de lidstaten een boete krijgen als ze (zonder geaccepteerde reden) afwijken van het plan. [7] Voor de duidelijkheid, we kijken hier omwille van de eenvoud nu dus niet naar de ogenschijnlijke willekeurigheid in het concluderen van het bestaan van (excessieve) onevenwichtigheden, in welke mate onevenwichtigheden via beleid kunnen worden aangepakt, en de invloed van de politiek doordat het eindoordeel altijd bij de Europese Raad ligt. De door ons voorgestelde wijzigingen betekenen per saldo dat de Europese Commissie meer mogelijkheden krijgt om macro-economische onevenwichtigheden aan te laten pakken en minder mogelijkheden overhoudt om landen aan een buitensporige onevenwichtighedenprocedure te laten ontsnappen. En dat is zeker nodig, omdat het Brussels beleidsinstrumentarium onevenwichtig is, waardoor de focus te veel komt te liggen op restrictief begrotingsbeleid. En economisch beleid is meer dan dat. Referenties Europese Commissie, 2013, Waarschuwingsmechanismeverslag 2014, COM(2013) 790 final, Brussel Europese Commissie, 2014, Resultaten van diepgaande evaluaties op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden , COM(2014) final, Brussel Kamalodin, S., 2013, Verbetert het waarschuwingsmechanismeverslag 2014 de economische herbalancering, Rabobank blog, Utrecht. Terug naar Inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. Terug naar Inhoud Centrale banken communiceren over toekomstige rente Bronnen: DNB, Redactie Steeds vaker spreken centrale banken zich uit over de verwachte ontwikkeling van de beleidsrente (Forward guidance). Ook de Europese Centrale Bank doet dit. Onderzoek van DNB naar dit fenomeen in Zweden laat zien dat forward guidance een effectieve manier kan zijn om de lange rente te beïnvloeden zelfs als de beleidsrente (bijna) nul is. Goudschaaltje Wie belegt, investeert of handelt in financiële producten is enorm gespitst op de rente. Gaat de rente omhoog, daalt ze of blijft ze ongewijzigd? Vooral de rente op lange termijn is economisch belangrijk, onder meer omdat de lange rente een rol speelt bij grote bestedingen. De korte rente heeft op haar beurt invloed op de lange rente. Iedere beweging van een centrale bank wordt dan ook nauwlettend gevolgd. Forward Guidance, wat is dat eigenlijk? Forward guidance is een "tool", gehanteerd door een centrale bank waarbij deze kan uitspreken dat een bepaalde beleidslijn (met name het handhaven van beleidsrentes op het huidge niveau) aangehouden zal worden zolang aan bepaalde voorwaarden voldaan is. Hiermee wordt beoogd dat financiële markten het vertrouwen hebben dat de korte rente geruime tijd "vaststaat", hetgeen een drukkend effect heeft op de rentestand over die totale periode. (De yieldcurve* wordt als het ware "omlaag getrokken".) Het verhoopte effect is dat banken die lagere rentes zullen "doorgeven" aan hun kredietnemers; tevens heeft dit een verlagend effect op de rentelasten van overheden. In de literatuur wordt een onderscheid gemaakt tussen Delphic forward guidance, waarbij die beleidslijn wordt voortgezet totdat een bepaalde situatie bereikt is (bijvoorbeeld een bepaald werkloosheidsniveau), en Odyssean forward guidance, waarbij toegezegd wordt dat die beleidslijn ook zal worden voortgezet nadat daartoe in feite geen directe noodzaak meer bestaat. In de praktijk zullen uitlatingen van centrale banken vaak zodanige nuances bevatten dat de vraag welk type forward guidance nu wordt gehanteerd niet geheel eenduidig te beantwoorden is. Een voorbeeld van forward guidance (uit de persconferentie van de ECB van 6 maart 2014: "We firmly reiterate our forward guidance. We continue to expect the key ECB interest rates to remain at present or lower levels for an extended period of time. This expectation is based on an overall subdued outlook for inflation extending into the medium term, given the broad-based weakness of the economy, the high degree of unutilised capacity and subdued money and credit creation." * Een yieldcurve is een grafiek die het verband weergeeft tussen het rendement op overigens gelijke of vergelijkbare leningen met diverse looptijden En bij de bekendmaking van de rentebesluiten worden de woorden van een centralebank-president op een goudschaaltje gewogen. Ieder woord kan immers een toespeling bevatten op de ontwikkeling van de rente. Daarmee is het afgeven van signalen over de toekomstige rente bij uitstek een instrument voor monetair beleid, juist nu verder verlagen van de beleidsrente bijna niet meer mogelijk is.  Beleidsrente laag Om de economische neergang als gevolg van de crisis tegen te gaan, hebben centrale banken in onder meer het VK, de VS en het eurogebied de beleidsrente verlaagd tot praktisch nul. Maar dat betekent niet dat centrale banken geen speelruimte meer hebben om via het monetaire beleid invloed uit te oefenen op de economie. Naast de beleidsrente, kunnen centrale banken namelijk gebruikmaken van verschillende onconventionele maatregelen zoals het opkopen van activa of het verstrekken van extra leningen aan banken. Maar er is nog een maatregel die de laatste jaren steeds meer aan terrein wint: het afgeven van indicaties over de toekomstige ontwikkeling van de beleidsrente, ook wel forward guidance genoemd.  Onderzoek Forward guidance In haar communicatie over rentebeleid refereert de ECB sinds de afgelopen zomer aan het lange-termijn perspectief.ECB President Draghi verwoordde het als volgt: ‘The Governing Council expects the key ECB interest rates to remain at present or lower levels for an extended period of time.’ Dat was een nieuwe stap voor de ECB. Doordat de stap van de ECB recent is, is het nog niet mogelijk om de effecten van de ECB’s forward guidance vast te stellen. Sommige centrale banken maakten al voor het uitbreken van de crisis gebruik van forward guidance.  Dat geldt ook voor de centrale bank van Zweden, die naast steun aan banken ook het instrument van forward guidance inzette.  Uit recent onderzoek van DNB blijkt dat de monetaire autoriteiten in Zweden in staat zijn geweest de lange rente te beïnvloeden, zelfs toen de beleidsrente in 2009 en 2010 was gedaald tot (bijna) nul. Onderzocht is in hoeverre marktrentes met verschillende looptijden in Zweden al dan niet reageerden op nieuwe informatie over economische ontwikkelingen, zoals bbp-groei of inflatie. De Zweedse korte rente kon in 2009 en 2010 niet of nauwelijks meer op nieuws reageren. Maar lange rentes konden nog wel reageren, mits markten verwachtten dat op enig moment in de komende jaren de centrale bank haar beleid zou aanpassen op basis van de economische ontwikkelingen.  Het onderzoek laat zien hoe dit in de Zweedse casus het geval is geweest. Korte rentes, met een looptijd tot twee jaar, reageerden inderdaad veel minder op economisch nieuws toen de beleidsrente tot nagenoeg nul was gedaald. Voor rentes met een langere looptijd was de reactie op economisch nieuws echter even groot als in de jaren vóórdat de beleidsrente vrijwel tot nul was gedaald. Markten verwachtten dus dat op enig moment de beleidsrente wel degelijk weer zou gaan bewegen.  Het onderzoek toont zo dat een centrale bank nog steeds succesvol de huidige lange rente kan beïnvloeden door middel van forward guidance over de toekomstige korte rente. Links: The effect of the zero lower bound, forward guidance and unconventional monetary policy on interest rate sensitivity to economic news in Sweden BBC: Q&A: What is forward guidance? Terug naar Inhoud Gebreken bij stemmen op afstand Bron: AFM Stemmen op afstand bij aandeelhoudersvergaderingen kent gebreken en is voor verbetering vatbaar. Dat blijkt uit onderzoek van de AFM naar transparantie en verifieerbaarheid van de stemketen. De AFM komt tot deze conclusie onder meer op basis van gesprekken met de belangrijkste Nederlandse marktpartijen, waaronder bewaarbedrijven (custodians), stemketen dienstverleners, uitgevende instellingen en (vertegenwoordigers van) beleggers. Deze verkenning is maandag 24 maart gepubliceerd: Rapport: AFM onderzoek naar de stemketen Eén van de rechten van aandeelhouders is het kunnen stemmen over agendavoorstellen van de vennootschap. Lang niet alle aandeelhouders van de (grote) beursondernemingen wonen de Algemene vergadering van Aandeelhouders (AvA) fysiek bij. Uit praktisch oogpunt kiezen zij er vaak voor te stemmen bij volmacht en/of op afstand. Dit speelt vooral bij grensoverschrijdend stemmen en bij institutionele beleggers met internationaal gediversifieerde portefeuilles. Betrouwbare stemketen Echter, aandeelhouders én vennootschappen hebben geen of onvoldoende zicht en garantie of de stemmen die zijn uitgebracht daadwerkelijk en juist zijn doorgekomen in de stemketen. Door de toenemende aandacht voor betrokken aandeelhouderschap willen niet alleen beleggers, maar ook uitgevende ondernemingen meer inzicht in de wijze waarop beleggers betrokken zijn en hebben gestemd. Een betrouwbare stemketen draagt daaraan bij. Het gebrek aan verifieerbaarheid en transparantie van de stemketen heeft een aantal technische en juridische oorzaken. Het gaat hier om een groot aantal partijen dat gebruik maakt van verschillende systemen die niet op elkaar aangesloten zijn en het gebruik van verschillende elektronische documenten. Verschillen De bestaande Europese richtlijn laat veel ruimte voor verschillende implementatie in jurisdicties. Dit leidt onder meer tot verschillen in record dates (de datum waarop bepaald wordt of iemand stemgerechtigd is), maar ook tot interpretatieverschillen over wie de stemgerechtigde is. Ook hebben custodians, bewaarbedrijven die naast het bewaren van aandelen ook diensten verlenen rond het stemrecht van deze stukken, de vrijheid zelf te bepalen wat de sluitingsdatum is voor het uitbrengen van de stemmen, de zogeheten cut-off date. Dit alles is verwarrend en vergt veel maatwerk en kosten. Daarnaast is sprake van uiteenlopende belangen van de betrokken partijen waardoor, door belang bij behoud van de huidige situatie, of door gebrek aan een gevoel van urgentie, oplossingen niet actief worden nagestreefd. Dit leidt ertoe dat terugkoppeling van de uitgebrachte stemmen moeizaam verloopt of geheel uitblijft. Aanbevelingen en reacties In het rapport doet de AFM ook enkele aanbevelingen ter verbetering van de stemketen. Enerzijds is aanpassing van internationale en Europese regulering wenselijk, zoals harmonisatie van de termijnen van record date en cut-off date en verplichte medewerking door custodians. Gezien de internationale context en verwevenheid, biedt het enkel aanpassen van de Nederlandse regelgeving geen soelaas. Daarnaast ligt er een belangrijke rol voor marktpartijen in de stemketen. Bijvoorbeeld door het gebruik van gestandaardiseerde gegevensuitwisseling. Ook is er een rol voor de aandeelhouders zelf om te verlangen dat zij een bevestiging krijgen dat hun stem overeenkomstig de gegeven instructie is verwerkt en uitgebracht. De AFM zal zich inzetten het onderwerp op de agenda te zetten in (internationale) fora, zoals ESMA en bij de Nederlandse Monitoring Commissie Corporate Governance Code. De AFM heeft daarom haar rapport aangeboden aan de voorzitter van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code, de heer prof. dr. Van Manen. De Monitoring Commissie Corporate Governance Code zegt verheugd te zijn met het onderzoek dat de AFM presenteert en zal de uitkomsten meenemen in haar werk en onderzoek naar de rol van de aandeelhouder. Reacties van Vereniging voor effectenbezitters (VEB) en Eumedion als vertegenwoordigers van beleggers zijn opgenomen in eerder genoemd rapport:  "AFM onderzoek naar de stemketen" Terug naar Inhoud Checklists & stappenplannen Bron: AFM Heb je geen zin of tijd om je uitvoerig te verdiepen in financiële producten? Deze checklists en stappenplannen bieden goede tips en helpen je de juiste vragen te stellen en afwegingen te maken. Zo word je, zonder al te veel inspanning, financieel wijzer. De stappen van de klachtenprocedure Tips om misleidende informatie te herkennen Tips bij beleggen Check het spaarbeleid van jouw bank Checklist hypotheek adviesgesprek Checklist beleggen in vastgoed Checklist beleggen in obligaties Check je adviesgesprek beleggen in 12 vragen Tips bij beleggingsverzekering of woekerpolis Wel of geen advies? Tips voor het schrijven van een klachtenbrief Meer handige tips & tools Consumentenfolders Terug naar Inhoud Commentaren op de financiële markten Bron: Belfius Europa - Europese Bankenunie, tweede pijler: het akkoord is rond. Na meer dan 16 uur onderhandelen tussen de Europese Commissie, de Raad en het Parlement werd een akkoord bereikt over de tweede pijler van de bankenunie. Ook al zou dit akkoord minimalistisch kunnen worden genoemd, toch legt het de basis voor de systemen en Europese fondsen voor de redding van de Europese banken. De Duitse ZEW-index is fors teruggevallen in maart, nl. van 55,8 naar 46 punten, vooral als gevolg van de crisis in de Krim. Verenigde Staten -  Yellen en de Fed: aankopen teruggeschroefd. Ook al staat het bezoek van president Obama aan België en Europa deze week centraal, toch mogen we Janet Yellen, de voorzitster van de Fed, en haar meest recente verklaringen niet vergeten. Voor haar eerste bijeenkomst gaf het FOMC immers te kennen dat het zijn maandelijkse aankopen vanaf volgende maand gaat terugschroeven met 10 miljard USD. Het bevestigde eveneens dat dit programma voor de opkoop van activa eind 2014 ten einde loopt. Janet Yellen liet zelfs verstaan dat er 6 maanden later mogelijk een renteverhoging op til is. Nog altijd in die context maakt Janet Yellen bekend dat de Fed zich niet langer zou baseren op de werkloosheid van 6,5 %. Daarvoor zal hij veeleer kijken naar de indicatoren op de arbeidsmarkt en naar de inflatie. Fitch maakte bekend de rating van de Verenigde Staten te handhaven op AAA met een stabiele in plaats van een negatieve outlook. Oorzaken daarvan zijn het verdwijnen van de onzekerheid over het optrekken van het schuldenplafond en de betere economische vooruitzichten. China In Taiwan vonden er anti-Chinese manifestaties plaats, onder meer voor het Taiwanese parlement, als reactie op de handelsakkoorden tussen Taiwan en China. De betogers vrezen voor een massale terugkeer van goedkopere Chinese werkkrachten en voor investeringsfaciliteiten in de dienstensector. Turkije Terwijl Europa veel energie stopt in een omvattende communicatie, neemt één van de landen die kandidaat zijn om toe te treden tot de Unie, censuurmaatregelen. De Turkse eerste minister Erdogan besloot het sociaal netwerk Twitter te blokkeren in Turkije. Dat irriteert niet alleen de bevolking, maar ook de Turkse president Gül, die zou willen dat die onderbreking van korte duur is. Op het einde van de maand zijn er gemeenteraadsverkiezingen gepland. Macro-economie België De consumentenvertrouwensindex is in maart tegen de verwachtingen in gedaald, nl. van -4 in februari 2014 tot -8, vooral als gevolg van de sombere economische vooruitzichten en de bedrijfsherstructureringen. Het volume aan kredieten dat werd toegekend aan de ondernemingen, is in 2013 toegenomen met 1,5 miljard euro. De toename is vooral het gevolg van de verbetering van het economisch klimaat dat werd waargenomen tijdens de tweede helft van 2013. Ook al is het volume gestegen in het laatste kwartaal van 2013, toch is het aantal toegekende kredieten op jaarbasis gedaald met 5 %. De RVA liet verstaan dat zijn uitgaven in 2013 uitkwamen op 11,4 miljard euro, dat is 1 % meer dan in 2012. Het aantal volledig uitkeringsgerechtigde werklozen is vorig jaar gestegen met bijna 4 %. Griekenland De experts van de ECB, de Europese Commissie en het IMF hebben een nieuwe hulpschijf goedgekeurd voor Griekenland, dat het geld in april op zijn rekening gestort krijgt. Het gaat om een bedrag van om en bij de 10 miljard euro. Het land moet verder blijven hervormen. Het primair overschot bedroeg 3 miljard euro in 2013. Japan De vastgoedprijzen in de voornaamste grootsteden zijn na jaren van dalingen gestegen met 1,6 %. Nationaal gaat het om een daling met 2 %. China De Chinese PMI van maart is gedaald van tot 48,1 tegen 48,5 in februari. Dat is minder goed dan verwacht. Rusland Fitch maakte bekend zijn vooruitzichten voor de rating van Rusland te herzien van "stabiel" naar "negatief". De recente dreigingen met economische sancties zouden kunnen wegen op de activiteit in het land Terug naar Inhoud   IG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: jhbvdmeulen@kpnmail.nl Aanmelden en routebeschrijving HCC Beleggen Symposium op 5 april 2014 Bron: HCC Beleggen redactie wat 62 ste HCC Beleggen Symposium "Overweeg uw portefeuille" waneer 5 april 2014 aanvang 10.00 uur waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte in De Bilt aktiviteit HCC Beleggen ALV  (De conceptagenda en de vergaderstukken zijn hier te vinden.) en verder:                                  hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van kontakt met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur en kennis maken met financiele diensten, producten en innovaties bij flink aantal leveranciers Programma en verdere info Web-based programmaboekje Afdrukbaar sprekers rooster (pdf) Klik Hier Overzicht standhouders Klik Hier toegang Kostenloos maar inschrijven is verplicht  Inschrijven  Klik Hier locatie-info: Gezellig luch-restaurant aanwezig, Parkeren gratis, In midden van Nederland goede aansluiting op snelwegen, Bereikbaar per openbaar vervoer Een entreebewijs voor het 62-ste HCC Beleggen Symposium kunt u bestellen door u aan te melden via onze website: Klik hier om u aan te melden   Het HCC Beleggen Symposium wordt gehouden in: Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4 3731 CL  De Bilt Bekijk ligging >> Laat de route zien in een nieuw venster Voer je postcode in: Voor een uitgebreide routebeschrijving ga naar onze website of Klik hier Terug naar Inhoud Actieve leden gezocht Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggersymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt. Met name voor de organisatie van deze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming van onze symposia. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ook deelname aan redactie van de website, de nieuwsbrieven, het beheren van het forum of website of delen daarvan behoort tot de mogelijkheden. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan een van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met Michel Hupkens Klik Hier  Terug naar Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

30 maart 2014

...

Nieuwsbrief20140316 Symp62-2

    Inleiding Sprekers Standhouders Rooster Aanmelden en Routebeschrijving Webadressen Programma "Overweeg uw portefeuille" 62ste HCC Beleggen Symposium Terug naar hoofdmenu Inleiding 62ste HCC Beleggen Symposium "Overweeg uw portefeuille"  Uit onderzoek blijkt dat  de samenstelling van uw beleggingsportefeuille een zeer groot effect op het uiteindelijke rendement en risico heeft.  Zo laat Mebane Faber bijvoorbeeld in het boekje "The Ivy portfolio"  zien hoe je op een relatief simpele manier, met een portefeuille met een beperkt aantal ETFs, de beleggingsresultaten van professionele partijen kunt benaderen. De vraag hoe u uw portefeuille moet samen stellen is uiterst relevant. Hierbij spelen vragen als: welke sectoren en fondsen,individuele fondsen of  beleggingsfondsen/ETFs, aandelen, obligaties of anders zins, uitbesteden of zelfdoen, keuze op basis van fundamentele analyse of technische analyse, hoe is het risicomanagement geregeld, etc. Kortom er zijn vele keuzes te maken. Tijdens het 62ste symposium "overweeg uw portefeuille" zullen diverse sprekers antwoord geven op deze en andere vragen op het gebied van portefeuille beheer.  Elke spreker zal vanuit zijn eigen invalshoek en ervaring het onderwerp benaderen.   tijd  Colenberghzaal 2  Statenkamer 10.00 tot 10.45 uur Joost van Leenders    (BNP Paribas) Bouw uw eigen beleggingsportefeuille HCC Beleggen ALV jaarvergadering 10.45 tot 11.05 uur pauze pauze 11.05 tot 11.50 uur Menno van Hoven   (Beleggers Belangen) Dividend beleggen Marco Vocking   (www.vocking.nl) Daytraden op basis van een overzichtelijk Amerikaans handelssysteem 11.50 tot 12.10 uur pauze pauze 12.10 tot 12.55 uur Willem Burgers        (Add value fonds) Think big, buy small Philippe Dassonville    (WH Selfinvest) De “Morning Buy” strategie op Europese en Amerikaanse beursindices. 12.55 tot 13.30 uur pauze pauze 13.30 tot 14.15 uur Elizabeth Goodwin    (Galapagos) Kansen in de biotechnologie sector, aan de hand van de Galapagos investment case Karel Merx    (Lynx) De acht feiten over het huidige beursklimaat 14.15 tot 14.35 uur pauze pauze 14.35 tot 15.20 uur Anne Grevenga Het samenstellen van de Top20 voor de korte- en lange termijn met behulp van drie fundamenteel analyse modellen. Terug naar hoofdmenu 62-ste HCC Beleggen Symposium'Overweeg uw portefeuille' 5 april 2014 in De Bilt     Sprekers Joost van Leenders: Bouw uw eigen beleggingsportefeuille Menno van Hoven: Dividend beleggen Willem Burgers: Think big, buy small Elizabeth Goodwin: Kansen in de biotechnologie sector -Een Galapagos investment case- Anne Grevinga: Het samenstellen van de Top20 voor de korte- en lange termijn met behulp van drie fundamenteel analyse modellen. Marco Vocking: Daytraden op basis van een overzichtelijk Amerikaans handelssysteem Philippe Dassonville: De "Morning Buy” strategie op Europese en Amerikaanse beursindices Karel Mercx: De acht feiten over het huidige beursklimaat Terug naar Inhoud Joost van Leenders: Bouw uw eigen beleggingsportefeuille 10.00 tot 10.45 uur - Spreker: Joost van Leenders / BNP Paribas - Colenberghzaal 2 Joost van Leenders, beleggingsspecialist asset allocatie & strategie bij BNP Paribas Investment Partners, geeft u een update over markttrends en macro-economische ontwikkelingen. Daarnaast biedt hij u de ingrediënten voor de bouw van uw eigen beleggingsportefeuille. Joost levert regelmatig commentaar op actuele ontwikkelingen op radio en televisie, onder andere bij BNR en RTL-Z. BNP Paribas  biedt wereldwijd een breed scala aan producten en diensten hoge toegevoegde waarde. Ze voldoen aan alle behoeften van de beleggers, particulieren, bedrijven en instellingen. Terug naar Sprekers Menno van Hoven: Dividend beleggen 11.05 tot 11.50 uur - Spreker: Menno van Hoven / RB-NL Beleggers Belangen -Colenberghzaal 2 Menno van Hoven laat aan de hand van de dividendportefeuille die hij voor Beleggers Belangen beheert zien hoe je met een portefeuille van sterke dividendaandelen een jaarlijks groeiend inkomen kunt realiseren, of op lange termijn een enorm kapitaal kunt vergaren. Er is uitgebreid aandacht voor de beste dividendbetalers, en met behulp van praktijkvoorbeelden wordt de kracht van belangrijke compounding effect op lange termijn aangetoond. Zie ook artikel: "Wel of niet starten met dividentportefeuille" Het grootste onafhankelijke weekblad voor de actieve belegger Lezersvragen Chat sessies Magazine Digitaal magazine Gouden tips e-magazine Dividend e-magazine Voorbeeldportefeuilles Online seminars Terug naar Sprekers Willem Burgers: Think big, buy small 12.10 tot 12.55 uur - Spreker: Willem Burgers / Add Value Fonds  -Colenberghzaal 2 Willem Burgers heeft al meer dan 25 jaar kennis en ervaring als belegger in Nederlandse small- en midcaps. Ze noemen hem daarom ook wel Mr. Smallcap. Sinds 2007 is hij fondsbeheerder van het succesvolle Add Value Fund en is daarnaast columnist voor Het Financieele Dagblad. Add Value Fund belegt bewust in beursgenoteerde Nederlandse kleine- en middelgrote ondernemingen, de zogenaamde small- en midcaps vanwege het bovengemiddelde en aantrekkelijke groeipotentieel. De historie heeft namelijk bewezen dat Nederlandse small- en midcap aandelen over een langere periode beter renderen dan largecaps. Als specialist beleggen wij in van oorsprong Nederlandse “mini-multinationals” die wereldwijd actief zijn in structurele groeimarkten. Wij, de fondsbeheerders, geloven sterk in ons Fonds, vandaar dat we er zelf ook in beleggen. U toch ook? Terug naar Sprekers Elizabeth Goodwin: Kansen in de biotechnologie sector - Een Galapagos investment case- 13.30 tot 14.15 uur - Spreker: Elizabeth Goodwin / Galapagos -Colenberghzaal 2 Hierin zal Elizabeth Goodwin, Hoofd Corporate Communications & Investor Relations bij Galapagos, een overzicht geven van typische overwegingen voor het investeren in biotechnologiefondsen, met het Galapagos investment case als een voorbeeld. Galapagos (Euronext Amsterdam en Brussel: GLPG) ontdekt en ontwikkelt geneesmiddelen met nieuwe werkingsmechanismen.  Een spin-off van Crucell, Galapagos heeft een grote pijplijn van kandidaat-medicijnen met zeven klinische onderzoeken in patiënten met ontstekingsziektes en nog eens vijf medicijnen die op de punt staan om de kliniek in te gaan.  Galapagos heeft meer dan 20 onderzoeksprogramma’s in eerdere stadia van onderzoek in taaislijmziekte, ontstekingsziekten, antibiotica, metabole ziekten, en andere indicaties.  Samenwerkingen met o.a. AbbVie, GlaxoSmithKline, Johnson & Johnson, en Servier hebben voor Galapagos tot dus ver meer geld voor onderzoek binnengebracht dan financieringen uit de markt. De Galapagos Groep, inclusief de fee-for-service bedrijven BioFocus, Argenta en Fidelta, heeft ongeveer 800 medewerkers in vijf landen, met een laboratorium in Leiden en hoofdkwartier in Mechelen, België.  Meer informatie over het bedrijf en de programma’s in klinische ontwikkeling kan u vinden op www.glpg.com Terug naar Sprekers Anne Grevinga: Het samenstellen van de Top20 voor de korte- en lange termijn -met behulp van drie fundamenteel analyse modellen- 14.35 tot 15.20 uur - Spreker: Anne Grevinga / Anne Grevinga's website -Colenberghzaal 2 Anne Grevinga was als product specialist werkzaam voor 2 Amerikaanse biotechnologie bedrijven. Zijn hobby's zijn programmeren en beleggen. Anne veronderstelt dat er door beleggers  veel te weinig wordt gedaan aan FA. Mede daardoor gaat zijn presentatie over 3 FA-modellen. Maandelijks wordt een updating gedaan van het FAB-model (Fundamenteel Analyse Beoordelings-model). Hierin worden bedrijven per sector beoordeeld op basis van het gemiddelde van de sector en  wordt vooral gekeken naar de opportuniteiten van de bedrijven in hun sector. http://en.wikipedia.org/wiki/PEG_ratio    http://www.nasdaq.com/symbol/gild/analyst-research In het tweede model wordt op basis van 18  fundamentele criteria een fondsranking per sector gedaan. Hierin wordt naast de gebruikelijke fundamentele waarden voor de korte- en lange termijn ook rekening gehouden met fundamentele criteria, die rekening houden met de bedreigingen, die zich bij de te beoordelen bedrijven kunnen voordoen en waarin particuliere beleggers moeilijk inzicht kunnen krijgen.Retrospectief wordt in het derde model van de belangrijkste FA-criteria beoordeeld hoe ze zich hebben ontwikkeld als consensus van de analisten. Dit geeft weer een ander inzicht in de prestaties van bedrijven. Op deze wijze wordt zowel voor de korte- als ook voor de lange termijn een Top20 samengesteld, die in een Timing-model worden opgenomen. Genoemde aanpak heeft mooie rendementen in 2012 en 2013 opgeleverd, die zullen worden gepresenteerd. Kortom een presentatie, die u niet mag missen omdat alle gegevens elke maand gratis beschikbaar komen en u wilt toch ook hoge rendementen behalen! Terug naar Sprekers Marco Vocking: Daytraden -op basis van een overzichtelijk Amerikaans handelssysteem- 11.05 tot 11.50 uur - Spreker: Marco Vocking / www.vocking.nl -Statenkamer Graag nodigen wij u uit voor een presentatie tijdens ons symposia waar systeemhandelaar Marco Vocking twee overzichtelijke Amerikaanse handelssystemen zal tonen. Het betreft een presentatie die alle facetten bevat die u nodig heeft om op de beurs te slagen! U kunt met beide systemen op elke gewenste markt werken. Beide systemen komen  aan bod U leert de basis van het traden en alle belangrijke punten waar u op moet letten tijdens het traden. De unieke trading indicatoren omvatten een robuust trading systeem en zijn ontwikkeld voor de trader die graag wil handelen op alle valuta- en futuremarkten. De systemen geven onder andere duidelijke long- en shortsignalen, de trend (down of up), uitbraken en trailing stops aan. Dit alles wordt weergegeven in zeer overzichtelijke grafieken.  Na jaren van ontwikkeling worden deze indicatoren gebruikt door handelaren over de hele wereld om elke dag weloverwogen beslissingen te nemen in de beurshandel.  Lees meer klik hier Ons bedrijf is opgericht in 1992 met de levering van hardware en software. Sinds 1999 zijn we volledig gespecialiseerd in trading software met alle daaraan gekoppelde diensten. Zo leveren wij complete systemen en verzorgen wij volledige cursussen voor daytraders. Als enig bedrijf in Nederland is Vocking Education Partner van NinjaTrader en werken we nauw samen met andere Ninja partners. Wij verzorgen cursussen en support volledig gebaseerd op het NinjaTrader platform. Terug naar Sprekers Philippe Dassonville: De "Morning Buy” strategie -op Europese en Amerikaanse beursindices- 12.10 tot 12.55 uur - Spreker: Philippe Dassonville / WH Selfinvest -Statenkamer In zijn presentatie legt Philippe Dassonville uit hoe de trader de trend bepaalt, op welk moment hij instapt, wanneer hij de positie sluiten en hoe hij deze positie beschermt. De Morning Buy strategie is een eenvoudige, trendvolgende day trading strategie. De strategie concentreert zich op Europese en / of Amerikaanse beursindexen. De Morning Buy day trading strategie volgt de trend en beperkt zich tot een stijgende trend Enkel long posities worden intraday geopend. Het is een trendvolgende strategie in de ruimste zin van het woord daar zowel de stop als het koersdoel relatief ver van de instapkoers liggen en dus meestal niet relevant zijn. Inderdaad, open posities worden meestal door de tijdsfilter aan het einde van de dag gesloten. De trader koopt zijn posities ’s morgens en dit enkel wanneer hij een positieve trend verwacht. De rest van de dag volgt hij de trend. Dagen zonder signaal zijn niet zeldzaam. Het instapmoment is van groot belang. Deze strategie is toepasbaar op indices zoals de DAX, AEX, CAC40, S&P500, DJ30 en Nasdaq100. De winstcurves zijn opbouwend van aard. Belangrijk is spreiding over meerdere indices. Op die manier bekomt een handelaar meer evenwicht in zijn globale winstevolutie. Terug naar Sprekers Karel Mercx: De acht feiten over het huidige beursklimaat 13.30 tot 14.15 uur - Spreker: Karel Mercx / Lynx -Statenkamer Karel Mercx is sinds april 2013 beleggingsspecialist bij Lynx. Hiervoor heeft hij zes jaar gezeten op de redactie van Beleggers Belangen.  De specialisaties van Karel Mercx zijn het beheren van beleggingsportefeuilles en het uitrekenen van toekomstige rendementen van aandelen, grondstoffen en obligaties Hierdoor weet hij precies waarin de belegger goed kan beleggen. In zijn presentatie “De acht feiten over het huidige beursklimaat” gaat hij vertellen naar welke zaken hij kijkt. Het doel is input geven zodat de belegger beter zijn beleggingsportefeuille kan overwegen. Lynx is dé specialist in online beleggen. Lynx geeft particuliere beleggers via haar gebruikersvriendelijke handelsplatform toegang tot meer dan 100 beurzen in 19 landen. En dit tegen buitengewoon scherpe tarieven. Terug naar Sprekers 62-ste HCC Beleggen Symposium'Overweeg uw portefeuille' 5 april 2014 in De Bilt     Standhouders Analist.nl Forest Bergen Foxware Excelco WH Selfinvest De Veste Trading Update Lynx De Optiestrateeg Vocking Loef Technische Analyse HCC de vereniging Terug naar Inhoud Analist.nl Standhouder    Nieuws & Analyse Analist.nl is een gratis toegangkelijke Nederlandse beleggingswebsite die zich zowel op de professionele als de particuliere beleggers richt. Dagelijks worden op Analist.nl alle aandelenadviezen van  de professionele effectenhuizen verwerkt. Tevens biedt de website praktisch alle fundamentele data van het gros van de Amerikaanse en West-Europese beurzen. Van alle aandelen biedt Analist.nl u ook alle historische jaarverslagen in pdf vorm aan. Via filtermethodieken kunt u eenvoudig de aandelen filteren op variabelen zoals de Shiller PE, het dividendrendement, historische rendementen, de schuldgraad, de kaspositie etc. Tevens komen de zeer succesvolle screeners zoals die Piotroski, Greenblatt en Buffett aan bod.  Ratings · Aandelen Amsterdam       Alle Nederlandse ratings Terug naar Standhouders Forest Bergen Standhouder Forest Bergen is gespecialiseerd in opleidingen en technische produkten voor beleggers en traders. Wij leveren allerlei software voor de technische belegger, computerapparatuur en netwerken. Wij zijn gespecialiseerd in handelstrainingen voor ForexTraders. Ons uitgangspunt is dat iedereen na afloop geld moet kunnen verdienen in de Forex handel. Ook kunt u bij ons optie cursussen volgen, koersdata-abonnementen afsluiten en boeken kopen.. In onze stand zullen wij een aantal produkten demonstreren, waaronder de overbekende Omnitrader en Metastock software, met een presentatie handelen in valuta. advertentie: Terug naar Standhouders Foxware Standhouder Foxware Beleggingssoftware is gespecialiseerd in de ontwikkeling van geavanceerde software voor beleggers die handelen in opties en futures. Wij demonstreren ons optieanalyse-programma OPTIEMAAT. Dit pakket ondersteunt al bijna 25 jaar vele (optie)beleggers bij het onderbouwen van hun beleggingsbeslissingen.   Het programma beschikt over een uitgebreide functionaliteit en u kunt elke positie, bestaande uit opties en/of futures en/of onderliggende waarden, moeiteloos opbouwen en beoordelen op rendement, risico en gevoeligheid voor alle (optie)prijsbepalende factoren.   De module “Adviezen” stelt u in staat om, gebaseerd op uw visie op toekomstige onderliggende koersontwikkelingen, de meest winstgevende optiestrategieën te genereren. De module “BackTrack(e-o-d)” beschikt over een database met ruim 7+ jaar end-of-day optiehistorie van alle Euronext optiefondsen. Op basis hiervan kunt u “terug in de tijd” en uw posities uit het verleden naspelen en/of overdoen, maar ook “nieuwe” posities opzetten en de resultaatontwikkeling hiervan door de tijd heen volgen (backtest). Hiermee kunt u lering trekken uit het handelen op basis van “echte” beursgegevens zonder dat daarbij ook “echt” geld op het spel staat. De module “BackTrack(intra-day)” gaat nog een stap verder. Deze biedt u de unieke mogelijkheid de historische optiedatabase uit te breiden met intra-day optienoteringen met een instelbaar interval van (minimaal) 30 minuten! Ook de noteringen op uw handelsmomenten worden hierin vastgelegd.   Het pakket werkt met realtime beurskoersen, maar kan desgewenst ook functioneren met end-of-day noteringen. In elk beursklimaat, óók in het huidige, bieden opties uitstekende mogelijkheden voor het behalen van een positief beleggingsresultaat. OPTIEMAAT, als betrouwbaar en geavanceerd “gereedschap”, vormt hiervoor de basis Terug naar Standhouders Excelco Standhouder Excelco ondersteunt excellente beleggers    Excelco is een online beleggingstool voor fundamentele analyse en aandelenselectie, die uniek is in Europa. U krijgt een mooi beeld van een 600-tal excellent presterende bedrijven, zowel world wide leaders als small & mid caps. 1. Fundamentele analyse als basis: Gebaseerd op fundamentele analyse worden alle bedrijven grondig geanalyseerd en ontdekt u de bedrijven achter de koersen. Bovendien wordt van ieder aandeel de waarde berekent zodat u onmiddellijk een zicht heeft op de over- of onderwaardering. 2. Diepgaande bedrijfs- en sectorprofielen en transparant advies: Excelco biedt inhoud en content, brede bedrijfsprofielen en diepgaande analyses, die dagelijks worden geüpdatet. Naast de analyse en waardebepaling van het bedrijf zelf, krijgt u ook een profiel van de volledige sector op basis van een historiek van 8 jaar. U kan simulaties naar de toekomst maken en krijgt van ons een duidelijk en transparant advies. 3. Vergelijkingen, selecties en dagelijkse rapportage van uw portefeuille: U kan bedrijven én sectoren naast elkaar vergelijken en leren welke bedrijven het best presteren. Slimme selecties ondersteunen uw zoektocht naar goede aandelen. Elke dag kan u de evolutie van uw portefeuille raadplegen en krijgt u advies over eventuele te ondernemen acties ter verbetering van uw portefeuille. Excelco: Expert for Excellent Investors! Terug naar Standhouders WH Selfinvest Standhouder WH SELFINVEST NV, opgericht in 1998, is een online beursvennootschap voor actieve beleggers. WH Selfinvest biedt handel in futures, valuta (forex) en CFD’s (Contracts for difference) op aandelen, indices en grondstoffen aan. WH Selfinvest biedt scherpe tarieven aan maar eveneens professionele tradingplatformen zoals het WHS ProStation alsook het WHS FutureStation Nano. Met dit laatste platform kan de trader snel zijn eigen handelssysteem uittesten en automatisch handelen. In het WHS FutureStation Nano zitten meer dan 45 kant-en-klare strategieën waar de daghandelaar mee aan de slag kan. Bezoek www.whselfinvest.nl voor meer informatie of contacteer ons op  info@whselfinvest.com Terug naar Standhouders De Veste Standhouder Wij zijn De Veste, uw partner in fondsbeleggen. Wij zorgen voor uw beleggingen en zijn de juiste partner voor goede rendementen en persoonlijke service. Wat hebben wij u te bieden? Hoogwaardig productaanbod Professionele medewerkers Deskundig onderzoek Mogelijkheid tot spreiding van uw vermogen Relatief laag instapbedrag (€ 5.000,-) Mogelijkheid om te beleggen met een vast rendement Elke succesvolle relatie begint met een kennismaking en een gesprek. Wanneer schikt het u? Princenhagelaan 1-B1  |  4813 DA  Breda  |  +31 (0)76 523 66 00  |  info@deveste.net  |   www.deveste.net Terug naar Standhouders Trading Update Standhouder Selfmade belegger Jan Kastelijns was in het verleden werkzaam bij Keijser Capital, Saen Options en All Options International. Hij heeft professionele ervaring als adviseur en optiehandelaar. Hij raakte op jonge leeftijd geïnteresseerd in de financiële markten en is nu na een zelfstudie van jaren een selfmade beursdeskundige. Hij neemt veelal posities in op beleggingen die hij hier ook beschrijft, die kunnen overigens wel continu van aard veranderen. Hoe gaat Kastelijns te werk? "In het sentiment op de beurzen zie ik een trendmatig verloop met vast terugkerende patronen. Mijn fascinatie ligt in het herkennen van die patronen en het leggen van verbanden om zo belangrijke kantelpunten te voorspellen. Ik probeer zowel het tijdstip als het niveau waarop een omkeer plaatsvindt te voorspellen." Op Tradingupdate.nl kunt u zich aanmelden voor een dagelijkse e-mail met zijn signalen. Terug naar Standhouders Lynx Standhouder Lynx is dé specialist in online beleggen. Lynx geeft particuliere beleggers via haar gebruikersvriendelijke en professionele handelsplatform toegang tot meer dan 100 beurzen in 19 landen. En dit tegen buitengewoon scherpe tarieven. Lynx is sinds 2007 actief op de Nederlandse markt en vanaf 2008 ook in België en Duitsland. Wie is Lynx? Lynx is in Nederland, België en Duitsland dé specialist in online beleggen Lynx is door de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) verkozen tot goedkoopste broker Beleggers Belangen heeft Lynx uitgeroepen tot beste broker van Nederland In 2013 is Lynx uitgeroepen tot beste broker bij de Gouden Stier Via Lynx heeft u direct online toegang tot meer dan 100 beurzen wereldwijd Real-time koersen van Euronext, Amerika, olie en goud! Allemaal op 1 scherm Supersnel orders inleggen met het revolutionaire 1-click trading Terug naar Standhouders De Optiestrateeg Standhouder Een initiatief van Hans en Erik Bannink, die als particuliere beleggers meer dan 15 jaar actief beleggen op de beurs. Wij handelen hoofdzakelijk in opties op de AEX. Met onze abonneeservice volgt u onze inleg en kunt u zelf ook profiteren van de rendementen die wij behalen. Wat kunt u van onze abonneeservice verwachten: Een gemiddeld jaarrendement van meer dan 30%. Mogelijk vanaf €15.000 Werken met een vast concept: de Vertical limit strategie Track record vanaf 2008 Risico is vooraf bepaald en inzichtelijk Wekelijkse update Voor meer informatie: kijk op onze website www.deoptiestrateeg.nl Terug naar Standhouders Vocking Standhouder Ons bedrijf is opgericht in 1992 met de levering van hardware en software. Sinds 1999 zijn we volledig gespecialiseerd in trading software met alle daaraan gekoppelde diensten. Zo leveren wij complete systemen en verzorgen wij volledige cursussen voor daytraders. NinjaTrader Education Partner: Als officieel Education Partner van NinjaTrader hebben wij de exclusiviteit van twee Amerikaanse handelssystemen. Door de intensieve samenwerking met onze partners bieden wij onze klanten een complete oplossing die een grote bijdrage levert aan hun succes. Ter ondersteuning aan onze klanten bieden wij complete cursussen en support volledig gebaseerd op het NinjaTrader platform. www.vocking.nl Op onze stand bent u van harte welkom om kennis te maken met een van onze handelssystemen. Wij staan u graag te woord. Terug naar Standhouders LOEF Technische Analyse Standhouder LOEF Technische Analyse levert onafhankelijke technische analyses aan professionele financiële instellingen, w.o. (private) banken en zelfstandig vermogensbeheerder en is fundmanager van het recent opgerichte LOEF Technische Analyse Fonds. Via zijn website www.edwardloef.com kunnen particuliere beleggers kennis nemen van zijn inzichten.   LOEF maakt gebruik van de klassieke technische analyse om trends en trendomslagen te signaleren en visualiseert het onderscheid tussen de verschillende fasen in de cyclus van beurskoersen aan de hand van zijn (LOEF)methode. LOEF Technische Analyse verzorgt presentaties, cursussen en consultancy-werkzaamheden en publiceert wekelijks een digitale nieuwsbrief over de belangrijkste trends en technische signalen.   In zijn stand geeft hij graag een demonstratie van zijn markt- en handelsvisie, zodat u kunt beoordelen wat hij voor u persoonlijk kan betekenen. Terug naar Standhouders HCC de vereniging Standhouder Contact! Gezellig communiceren over uw hobby met andere liefhebbers!  HCC brengt u in contact met mensen met dezelfde interesses, via een van onze vele groepen van enthousiaste hobbyisten. Als HCC-lid kunt u gratis bij een van deze groepen aansluiten (een paar groepen vragen een aanvullend bedrag), voor aansluiting bij meerdere groepen wordt een kleine vergoeding gevraagd. Daarnaast is er het HCC-webforum en zijn er vele activiteiten, met uiteenlopende onderwerpen, die door het hele land worden georganiseerd. Hulp! Problemen bij het computergebruik? HCC levert u de oplossing! Voor ondersteuning bij computerproblemen is er HCC!forums, een groot aantal cursussen op onze website en de telefonische helpdesk van HCC!hulp. Daarnaast zijn er nog tal van leden die andere leden helpen bij vragen over de digitale wereld. Informatie! HCC vertelt u alles over de digitale wereld! Via onze website en digitale nieuwsbrieven blijft u op de hoogte van alle ontwikkelingen in de computerwereld. Het Internetblad blad HCC! Webzine informeert en adviseert over digitale producten en diensten. Via PC-Active PC-Active is het nieuwe HCC verenigingsblad. PC-Active is exclusief voor leden van HCC, er kan geen los abonnement op PC-Active worden afgesloten. Wel is PC-Active verkrijgbaar in de losse verkoop. Snel uw lidmaatschap terugverdiend! HCC, gids in de digitale wereld! Word nu lid en profiteer van veel voordeel! Profiteer van onderstaande voordelen en diensten en actuele aanbiedingen die het HCC-lidmaatschap biedt. De contributie voor het HCC-lidmaatschap heb je snel terugverdiend, het ledenvoordeel kan oplopen tot € 400,-! Vind alle voordelen, diensten en verdere informatie via de Lidmaatschappagina op de HCC site Deze info is van 12 maart 2014 voor meest recente informatie kijk op: http://www.hcc.nl  Terug naar Inhoud Rooster:  tijd  Colenberghzaal 2  Statenkamer 10.00 tot 10.45 uur Joost van Leenders (BNP Paribas) Bouw uw eigen beleggingsportefeuille HCC Beleggen ALV jaarvergadering 10.45 tot 11.05 uur pauze pauze 11.05 tot 11.50 uur Menno van Hoven (RB-NL Beleggers Belangen) Dividend beleggen Marco Vocking   (www.vocking.nl) Daytraden op basis van een overzichtelijk Amerikaans handelssysteem 11.50 tot 12.10 uur pauze pauze 12.10 tot 12.55 uur Willem Burgers        (Add Value Fonds)   Think big, buy small Philippe Dassonville      (WH Selfinvest) De "Morning Buy” strategie op Europese en Amerikaanse beursindices 12.55 tot 13.30 uur pauze pauze 13.30 tot 14.15 uur Elizabeth Goodwin    (Galapagos) Kansen in de biotechnologie sector - Een Galapagos investment case Karel Mercx  (Lynx) De acht feiten over het huidige beursklimaat 14.15 tot 14.35 uur pauze pauze 14.35 tot 15.20 uur Anne Grevinga Het samenstellen van de Top20 voor de korte- en lange termijn met behulp van drie fundamenteel analyse modellen.  . *  Webadressen staan onderaan deze pagina *Onder de naam van de spreker staat de titel van zijn presentatie. Inschrijven  Klik Hier verplicht  (toegang gratis) Terug naar Inhoud Aanmelden en routebeschrijving HCC Beleggen Symposium op 5 april 2014 Bron: HCC Beleggen redactie wat 62 ste HCC Beleggen Symposium "Overweeg uw portefeuille" waneer 5 april 2014 aanvang 10.00 uur waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte in De Bilt aktiviteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van kontakt met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur en kennis maken met financiele diensten, producten en innovaties bij flink aantal leveranciers locatie-info: Gezellig luch-restaurant aanwezig, Parkeren gratis, In midden van Nederland goede aansluiting op snelwegen, Bereikbaar per openbaar vervoer Een entreebewijs voor het 62-ste HCC Beleggen Symposium kunt u bestellen door u aan te melden via onze website: Klik hier om u aan te melden   Het HCC Beleggen Symposium wordt gehouden in: Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4 3731 CL  De Bilt Bekijk ligging >> Laat de route zien in een nieuw venster Voer je postcode in: Voor een uitgebreide routebeschrijving ga naar onze website of Klik hier Terug naar Inhoud Websites: website Sprekers website Standhouders Joost van Leenders Menno van Hoven Willem Burgers Elizabeth Goodwin Anne Grevinga HCC Beleggen Marco Vocking Philippe Dassonville Karel Mercx  BNP Paribas Beleggers Belangen Add Value Fonds Galapagos AmGrevinga www.beleggersonline.nl www.vocking.nl WH Selfinvest Lynx Foxware Analist.nl Forest Bergen Loef Vocking WH Selfinvest De optiestrateeg Lynx De Veste Trading Update Excelco HCC Beleggen HCC de vereniging Terug naar Inhoud

16 maart 2014

...

Nieuwsbrief20140301

Maart 2014 Inschrijving is geopend Beheerd vermogen neemt toe Het sprookje van de efficiënte markt hypothese en de zeven onregelmatigheden.. Kwaliteit beleggingsondernemingen onvoldoende Beleggen anno 2014: neem jij zelf de touwtjes in handen? Banken aan het stuur, politiek op de achterbank Inflatie slechts 0,7% in de EMU Meedoen kan Agenda Inschrijven: Klik Hier Inschrijving is geopend Wat 62 ste HCC Beleggen Symposium Uit onderzoek blijkt dat  de samenstelling van uw beleggingsportefeuille een zeer groot effect op het uiteindelijke rendement en risico heeft.  Zo laat Mebane Faber bijvoorbeeld in het boekje "The Ivy portfolio"  zien hoe je op een relatief simpele manier, met een portefeuille met een beperkt aantal ETFs, de beleggingsresultaten van professionele partijen kunt benaderen. De vraag hoe u uw portefeuille moet samen stellen is uiterst relevant. Hierbij spelen vragen als: welke sectoren en fondsen,individuele fondsen of  beleggingsfondsen/ETFs, aandelen, obligaties of anders zins, uitbesteden of zelfdoen, keuze op basis van fundamentele analyse of technische analyse, hoe is het risicomanagement geregeld, etc. Kortom er zijn vele keuzes te maken. Tijdens het 62ste symposium "overweeg uw portefeuille" zullen diverse sprekers antwoord geven op deze en andere vragen op het gebied van portefeuille beheer.  Elke spreker zal vanuit zijn eigen invalshoek en ervaring het onderwerp benaderen. Waneer 5 april 2014 aanvang 10.00 uur Waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4  3731 CL  De Bilt Aktiviteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van kontakt met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur en kennis maken met financiele diensten, producten en innovaties bij flink een aantal leveranciers Locatie-info: Gezellig lunch-restaurant aanwezig. Parkeren gratis. In midden van Nederland met goede aansluiting op snelwegen. Goed bereikbaar per openbaar vervoer Klik hier om u in te schrijven voor dit gratis Symposium. Terug naar Inhoud Beheerd vermogen neemt toe Bron:  DNB Beheerd vermogen van Nederlandse beleggingsfondsen op recordhoogte Het aantal Nederlandse beleggingsfondsen is in het vierde kwartaal van 2013 met 37 toegenomen tot 1624 (een recordniveau). De beleggingen (‘assets under management’) van de Nederlandse beleggingsinstellingen stegen met 3,0% kwartaal-op-kwartaal (EUR 18,8 miljard) tot EUR 644,1 miljard in het vierde kwartaal van 2013. Deze toename werd vooral veroorzaakt door inleg in nieuwe beleggingsfondsen en koerswinsten op de aandelenbeleggingen. Het beheerd vermogen bevindt zich ultimo 2013 op het hoogste niveau sinds de start van de beleggingsinstellingenstatistiek in het vierde kwartaal van 2008 (zie figuur 1). Figuur 1: Beleggingen van Nederlandse beleggingsfondsen * = de overige beleggingen betreffen onder andere vastgoed, leningen, deposito’s en derivaten. De netto-inleg in Nederlandse beleggingsfondsen bedroeg EUR 6,2 miljard in het vierde kwartaal van 2013, waarvan EUR 6,8 miljard door inleg bij nieuwe beleggingsfondsen. Obligatiefondsen waren het populairst onder beleggers met een netto-inleg van EUR 4,2 miljard. Ook in de overige fondsen (EUR 3,0 miljard), vastgoedfondsen (EUR 0,8 miljard), gemengde fondsen (EUR 0,8 miljard) en hedgefondsen (EUR 0,3 miljard) werd geld ingelegd. Aan de aandelenfondsen werd echter voor EUR 2,9 miljard onttrokken door beleggers.   De beleggingsinstellingen behaalden een totaalrendement van 1,8% k-o-k op hun beleggingen in het vierde kwartaal van 2013. Op beleggingen in aandelen (EUR 252,3 miljard) werd een koerswinst (omgerekend in euro’s) behaald van 3,1% k-o-k. De MSCI World Index gemeten in euro’s – een veel gebruikte benchmark – steeg met 5,7%. De koersen van aandelen van de opkomende markten (MSCI Emerging Markets Index gemeten in euro’s) daalden echter in het laatste kwartaal van 2013 met 0,2% k-o-k. De Nederlandse aandelenfondsen die in opkomende markten beleggen behaalden daardoor een negatief totaalrendement (-0,2% k-o-k). Op de beleggingen in obligaties (EUR 205,5 miljard) werd een koersverlies geleden van 0,3% k-o-k (omgerekend in euro’s). Dit werd veroorzaakt door een koersverlies op staatsobligaties (-0,7% k-o-k), terwijl er op de beleggingen in bedrijfsobligaties een koerswinst werd behaald van 0,3% k-o-k. Geringe stijging beheerd vermogen Nederlandse geldmarktfondsen in 2013 Het beheerd vermogen van Nederlandse geldmarktfondsen is gestegen naar EUR 2,1 miljard in 2013 van EUR 2,0 miljard in 2012 (zie figuur 2). Deze geringe stijging werd volledig veroorzaakt doordat een verzekeringsfonds is opengesteld voor externe beleggers. Zonder deze openstelling zou het beheerd vermogen met EUR 0,2 miljard zijn gedaald. De Nederlandse geldmarkfondsen hebben EUR 1,1 miljard in het buitenland belegd. Het aantal Nederlandse geldmarktfondsen nam met 1 toe tot 17 in 2013 (noot 1). Figuur 2: Nederlandse geldmarktfondsen * het balanstotaal is exclusief feeder-fondsen (om dubbeltellingen te voorkomen) Vergeleken met andere landen zijn de Nederlandse geldmarktfondsen beperkt van omvang. Volgens statistieken van EFAMA – de Europese belangenverenging van vermogensbeheerders en beleggingsinstellingen – hebben geldmarktfondsen wereldwijd EUR 3475 miljard onder beheer in het derde kwartaal van 2013. In de VS zijn de geldmarktfondsen het grootst van omvang met een beheerd vermogen van EUR 1985 miljard, terwijl Europese geldmarktfondsen EUR 935 miljard onder beheer hebben in het derde kwartaal van 2013. Noot 1: Het betreft cijfers van in Nederland gevestigde geldmarktfondsen. Buitenlandse geldmarktfondsen die in Nederland worden aangeboden zijn niet opgenomen in deze cijfers. Nederlandse geldmarktfondsen hebben vanwege hun beperkte omvang geen rapportageverplichting inzake de monetaire en financiële statistiek aan DNB. De cijfers in dit Statistisch Nieuwsbericht zijn verzameld door middel van een jaarlijkse enquête onder beheerders van beleggingsinstellingen. advertentie Terug naar Inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Het sprookje van de efficiënte markt hypothese en de zeven onregelmatigheden.. Bron: Dr. Ben J.L. van den Anker  Het idee dat alle informatie accuraat in de aandelenmarkt verwerkt is wordt in de afgelopen decennia langzaam losgelaten.  Er zijn soms bijzondere omstandigheden , ook wel ‘anomalies’ of onregelmatigheden genoemd, die aanjager voor  het behalen van additioneel rendement kunnen zijn. Nadat bekend werd dat er abnormale rendementen behaald konden worden speelden beleggers hierop overigens handig in. Veel van deze ‘stock anomalies’ zijn dus, ofwel verdwenen na verloop van tijd, of van mindere betekenis geworden.  In deze inleiding bespreek ik beknopt een zevental onregelmatigheden die redelijk persistent blijken te zijn en wellicht van waarde voor beleggers kunnen zijn.  De bekendste voorbeelden van deze onregelmatigheden zijn gerelateerd aan de kalender. Het januari effect toont bijvoorbeeld hogere volumes en prijzen in de eerste maand van het jaar. De verklaring hiervoor is dat in verband met belasting aangifte het in de U.S. kan renderen om slecht renderende aandelen aan het einde van het jaar van de hand te doen om in januari teruggekocht te worden.  Na verloop van tijd zijn de effecten ook hier minder waarneembaar. Het maandag effect laat lagere omzetten en rendementen zien op de eerste dag van de week.  In de periode 1928-1978 behaalde de maandag in bijvoorbeeld de Amerikaanse stock market (op één uitzondering na) de slechtste rendementen van de week. 1 De laatste dag (of dagen) van de maand en de eerste paar dagen van de daaropvolgende maand  hebben in het verleden echter bovengemiddelde rendementen vertoond. Een wellicht logische verklaring hiervoor is dat de salarisbetaling aan het einde van de maand tot sterker koopgedrag en dus hogere volumes  kan leiden dan tijdens de periode midden in de maand.  Ben van den Anker (1976) is schrijver / columnist en lid centrale directie aan het Candea College Hij heeft zijn PhD in Business & Management tijdens een negen jarig verblijf in Zuidoost Azië aan de International Graduate School of Business (University of South Australia) behaald. Hij is auteur van het boek The perceived role of Host Country Nationals in Expatriate Adjustment (2010, Ben van den Anker). Zijn onderzoek richt zich met name op de rol van cross-culturele interactie in het functioneren van expatriates. Daarnaast is hij voor de International Business Review revisor voor wetenschappelijke artikelen op het snijvlak business en management. Ook de dag voor een vakantie lijkt hogere rendementen op te kunnen leveren, daar handelaren in een vakantie wellicht minder in de gelegenheid zijn te handelen.  Deze observatie van hogere rendementen en volumes voor een vakantie blijkt wereldwijd relevant te zijn. Een van de meest waardevolle observaties is dat small cap bedrijven consistent beter presteren dan de large cap bedrijven. Dit is eenvoudig te verklaren door het gegeven dat een bedrijf als Microsoft bijvoorbeeld 7 miljard extra moet omzetten voor een omzetstijging van 10% terwijl een small cap firma een 7 miljoen behoeft voor dezelfde omzetstijging.  De bedragen zijn willekeurig gekozen, maar het principe moge duidelijk zijn. Dan zijn er nog aandelen die minder in de belangstelling liggen. Deze aandelen krijgen niet de aandacht van analisten die ze wellicht verdienen en pas op het moment als rendementen opvallen, krijgt een breder publiek aandacht voor deze aandelen. Aandacht voor de kleinere bedrijven kan dus wellicht lonen! Daarnaast heeft ook de AEX in januari reeds laten zien dat de winnaars van het afgelopen jaar de verliezers van het nieuwe jaar kunnen worden.  Ik moet hierbij altijd denken aan het gezegde ‘what goes up must come down!’.  Naast deze  7 onregelmatigheden zijn er in de aandelenmarkt-literatuur nog vele voorbeelden te vinden van andere onregelmatigheden. De opkomst van de  gedragseconomie draagt bij aan het veranderende perspectief van de rationele markt. Mensen zijn en blijven wezens die zich soms door andere drijfveren laten leiden dan de koele en zakelijke fundamentals die onder de waardering van aandelen liggen. Prijzen en volatiliteit kunnen tot stand komen door andere factoren dan die factoren, die traditioneel de waardering van aandelen bepalen. Het ‘gedrag’ van aandelen blijkt dus ook in 2014 inconsistent met de overbekende waarderingssystemen.  Het loont dus om ook de menselijke factor mee te nemen in handelsbeslissingen opdat de lezer nog lang en gelukkig moge beleggen! Terug naar Inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. Terug naar Inhoud Kwaliteit beleggingsondernemingen onvoldoende. Bron: AFM Uit onderzoek at de AFM in 2013 heeft uitgevoerd naar de kwaliteit van beleggingsdienstverlening blijkt dat de kwaliteit van beleggingsdienstverlening van slechts enkele banken en beleggingsondernemingen voldoende tot goed is. Bij het merendeel van de beleggingsondernemingen en banken dient de kwaliteit verbeterd te worden. Het onderzoek richtte zich op banken en beleggingsondernemingen die vermogensbeheer of beleggingsadvies aanbieden aan vermogende beleggers. De AFM heeft van dertien ondernemingen in 142 dossiers de cliëntinventarisatie, de passendheid van de beleggingsportefeuille en het beleggingsbeleid beoordeeld. Banken en beleggingsondernemingen hebben toegezegd dat zij de kwaliteit van beleggingsdienstverlening zullen verbeteren. Een aantal partijen heeft al verbetermaatregelen geïmplementeerd. De kwaliteit van de beleggingsdienstverlening is vanaf dit jaar nog belangrijker geworden, nu klanten rechtstreeks gaan betalen voor advies na invoering van het provisieverbod voor beleggingsondernemingen. Onderzoeksrapport Kwaliteit beleggingsdienstverlening Resultaten onderzoek Uit het onderzoek blijkt dat de kwaliteit van de beleggingsdienstverlening bij enkele ondernemingen voldoende tot goed is. Tegelijkertijd blijkt dat het merendeel van de ondernemingen de kwaliteit van de dienstverlening dient te verbeteren. Beleggingskaders ontbreken in veel gevallen Met een gedegen beleggingsbeleid kan worden voorkomen dat risicovoller wordt belegd dan met de cliënt is afgesproken en het vergroot de transparantie over verwachte risico’s en rendementen. Een goed beleggingsbeleid stelt ondernemingen beter in staat om passende instrumenten te selecteren en instrumenten met weinig of geen toegevoegde waarde te vermijden. De meerderheid van de onderzochte ondernemingen blijkt voor de selectie van financiële instrumenten geen risico-, rendement en/of kostenparameters te hebben vastgelegd en/of deze gegevens niet te meten. Als de parameters bij de selectie van financiële instrumenten niet worden gemeten, kan een onderneming geen gestructureerde afweging maken. Daarnaast controleert het merendeel van de ondernemingen beleggingsportefeuilles enkel op basis van rendement. Dit kan er in resulteren dat een portefeuille niet past bij de cliënt. Uit het onderzoek blijkt ook dat enkele ondernemingen wel voldoende aandacht besteden aan parameters voor de selectie van financiële instrumenten, en het controleren van de beleggingsportefeuille. Cliëntinventarisatie en -actualisatie verdienen meer aandacht Bij de inventarisatie is van belang dat de onderneming inzicht heeft in de actuele kenmerken en wensen van de cliënt. Alleen door voldoende inzicht in deze cliëntgegevens, kan de onderneming ervoor zorgen dat het beleggingsadvies of vermogensbeheer passend is. Uit het onderzoek blijkt dat de financiële positie in circa de helft van de onderzochte dossiers voldoende concreet en diepgaand is uitgevraagd. De doelstelling, de risicobereidheid en de kennis en ervaring wordt in minder dan de helft van de onderzochte dossiers voldoende concreet en diepgaand uitgevraagd. In een aantal dossiers is de informatie niet meer voldoende actueel. Daardoor is er een risico dat de onderneming zich niet baseert op de juiste cliëntgegevens. Een paar partijen hebben de inventarisatie wel voldoende concreet en diepgaand uitgevoerd. In deze gevallen waren de cliëntgegevens ook actueel. Passendheid beter vaststellen en waarborgen Kern van de beleggingsdienstverlening is het adviseren van de cliënt over zijn beleggingsportefeuille of het beheren daarvan, gegeven de kenmerken en wensen van die cliënt. Een aantal ondernemingen kan verbeteringen doorvoeren door te controleren of de beleggingsportefeuille past bij de cliënt. In circa één derde van de onderzochte dossiers passen de cliëntgegevens en de beleggingsportefeuille bij elkaar. Verder is in circa één derde van de onderzochte dossiers niet duidelijk of er voldoende rekening wordt gehouden met de kenmerken en wensen van de cliënt, omdat essentiële informatie over de cliënt ontbreekt. Ten slotte blijkt dat in circa één derde van de onderzochte dossiers sprake is van niet passend beheer of advies. Daarmee zal het verwachte risico of rendement in de portefeuille anders zijn dan wat met de cliënt is afgesproken. Opzet onderzoek Het onderzoek richtte zich op banken en beleggingsondernemingen die vermogensbeheer of beleggingsadvies aanbieden aan vermogende beleggers. De AFM heeft de cliëntinventarisatie, de passendheid van de beleggingsportefeuille en het beleggingsbeleid beoordeeld. Er zijn onderzoeken gedaan bij dertien banken en beleggingsondernemingen. Deze ondernemingen vertegenwoordigen naar schatting samen ruim de helft van de markt voor vermogensbeheer en beleggingsadvies in Nederland, uitgedrukt in vermogen onder beheer. Het onderzoek bestond uit gesprekken met het senior management, het beoordelen van antwoorden van ondernemingen op vragen inclusief onderbouwing met beleidsstukken en de beoordeling van advies- en beheerdossiers van individuele cliënten. De AFM heeft voor haar onderzoek 142 dossiers onderzocht. Het onderzoek heeft zich gericht op de dienstverlening aan vermogende cliënten. Vanzelfsprekend gelden voor de dienstverlening aan alle cliënten dezelfde wettelijke eisen, maar niet altijd is volledig maatwerk haalbaar. Om voor alle doelgroepen de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren en waar nodig rekening te houden met een kostenefficiënte dienstverlening heeft de AFM in 2013 het visiedocument ‘Dienstverlening op maat’ gepubliceerd. In dit document is een aantal principes benoemd waarmee de dienstverlening afgestemd kan worden op de behoefte, situatie en portemonnee van de cliënt. Deze principes kunnen mogelijk ondersteunen bij het optimaliseren van de dienstverlening aan niet vermogende cliënten. Vergelijkende Kosten Maatstaf Vanaf 1 januari 2014 betalen beleggers rechtstreeks voor beleggingsdienstverlening, waardoor de beleggingsdienstverlening onafhankelijker en transparanter wordt. De AFM maakt zich sterk voor een Vergelijkende Kosten Maatstaf (voorheen TCO). Deze maatstaf zal de belegger naar verwachting een beter inzicht in de totale kosten van de dienstverlening geven, zodat hij de dienstverlening en de kosten daarvan vooraf beter kan vergelijken. Terug naar Inhoud Beleggen anno 2014: neem jij zelf de touwtjes in handen? Bronnen: Redactie, AFM Op 1 januari 2014 is het provisieverbod voor beleggingsondernemingen van kracht geworden. Banken, beleggingsadviseurs en vermogensbeheerders brengen kosten voor beleggingsadvies, vermogensbeheer of execution only voortaan direct in rekening bij jou als belegger. Doordat de kosten op een rij staan, kun je als belegger beter de verschillende dienstverleners beter met elkaar vergelijken. Ook kun je bewuster afwegen welke toegevoegde waarde je bank, beleggingsadviseur of vermogensbeheerder levert voor de kosten die hij in rekening brengt. De nieuwe wereld waarin provisies tot het verleden behoren en direct betalen voor beleggen de norm is, vraagt ook een kritische blik van de belegger zelf. Alleen dan kun je daadwerkelijk profiteren van de kansen die het beleggingslandschap anno 2014 je biedt. Kies het soort beleggingsdienstverlening dat bij jou past Beleggers die zelf beleggen via execution only zijn zonder provisies goedkoper af. Maar een keuze voor het type dienstverlening dat bij jou past, baseer je niet alleen op de kosten. Vraag je ook af wat je over beleggen weet, hoeveel je uit handen wilt geven en hoeveel tijd je aan het beleggen wilt c.q. kunt besteden. De antwoorden hierop spelen een rol bij het bepalen van de keuze om zelf te gaan beleggen via execution only, advies af te nemen of je vermogen te laten beheren.   Lees de vier tips hieronder. De markt voor beleggingsdienstverlening staat niet stil. De grens tussen de verschillende typen dienstverlening vervaagt en dienstverleners bieden steeds vaker op maat gesneden dienstverlening aan. Dit stelt je als belegger in staat om het beste van de wereld van zelf beleggen, beleggingsadvies of vermogensbeheer te combineren. Zo draagt het provisieverbod niet alleen bij aan het vergroten van de kostentransparantie, maar stimuleert het ook innovatie in de sector. Vier tips als je gaat beleggen Stel jezelf vooraf de vragen: Wat wil je behalen met je belegging? Wat gaat het beleggen je kosten? En welke risico’s brengt het beleggen met zich mee? Tip 1: Bedenk met welk doel je belegt Sommige beleggers beleggen omdat ze het leuk vinden, met geld dat zij niet direct nodig hebben. Maar ga je beleggen met een specifiek doel, bedenk dan welk bedrag je wilt opbouwen voor dat doel. Voorbeelden van een specifiek doel zijn het opbouwen van pensioen of een spaarpot voor de studie van je kinderen. Hoe duidelijker je doel, hoe groter de kans dat je je doel ook echt bereikt. Kom je er niet uit, neem dan een adviseur in de arm en vraag of hij je helpt bij het scherpstellen van je doel. Tip 2: Stel vast welke onzekerheden voor jou acceptabel zijn Een vuistregel is dat meer rendement samen gaat met meer risico.  Stel dit voor jezelf vast aan de hand van je doel. Hoe erg is het als het bedrag dat je opbouwt toch lager is dan vooraf de bedoeling was? Hoeveel tijd heb je nog om bij een tegenvallend rendement op een andere manier bij te sparen?  Check de risico’s van een beleggingsproduct in de EBi voor je je geld erin belegt. Lees meer over de EBi. Tip 3: Let op kosten. Ze verlagen je rendement bij beleggen Beleggen kost ook geld, zoals de kosten voor bijvoorbeeld beleggingsadvies of transactiekosten. Kosten kunnen je rendement verlagen. Niet alle kosten van beleggen zijn direct zichtbaar voor jou. Vraag daarom een totaaloverzicht aan je adviseur. Op zo’n overzicht staat vaak het bruto rendement (hier zijn de kosten nog niet vanaf gehaald). Vraag altijd na met welk soort rendement je te maken hebt. Lees meer over het verschil tussen bruto en netto rendement. Tip 4: Zorg dat je snapt wat er met je geld gebeurt Beleggingsproducten kunnen complex zijn. Zorg dat je begrijpt wat er met je geld gebeurt en wat dat voor jou betekent. Is je inleg gegarandeerd of kun je minder overhouden dan waar je mee begon? Kun je altijd bij je geld of staat het voor een bepaalde periode vast?  Wat doet de AFM in markt? De AFM probeert ook de kwaliteit van traditionele vormen van beheer en advies in de gaten te houden. Zo heeft de AFM in 2013 marktbreed onderzoek gedaan naar deze vormen van dienstverlening. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in een onlangs verschenen rapport. Slechts enkele banken leveren voldoende kwaliteit Uit het onderzoek blijkt dat de kwaliteit van beleggingsdienstverlening van slechts enkele banken en beleggingsondernemingen voldoende tot goed is. Bij het merendeel van de beleggingsondernemingen en banken dient de kwaliteit echter verbeterd te worden. Banken en beleggingsondernemingen hebben toegezegd verbeteringen door te voeren. Wat kun jij doen? Om jou een passend advies te geven moet een beleggingsadviseur of vermogensbeheerder zich een zo compleet mogelijk beeld vormen van onder meer jouw financiële huishouding, beleggingsdoel, kennis en ervaring en risicobereidheid. Daar hebben beleggingsdienstverleners wel jouw hulp bij nodig. Door een open gesprek te voeren met jouw beleggingsdienstverlener, hem concrete informatie over jouw persoonlijke situatie te verstrekken, en vragen te stellen als je iets niet duidelijk is, stel je hem in staat een passend advies te geven. De AFM heeft een checklist opgesteld waarmee je kunt controleren of je beleggingsadviesgesprek goed is verlopen en of er wellicht nog zaken zijn die je met je adviseur moet bespreken. Ook kan de checklist je helpen bij de voorbereiding op een (vervolg)adviesgesprek. Stel voor jezelf vast welke behoeftes je hebt, kijk welk type dienstverlening bij je past en ga in gesprek met je beleggingsdienstverlener: zo creëer en benut je de kansen die beleggen anno 2014 je biedt. Bij vragen of klachten kun je contact opnemen met het Meldpunt Financiële Markten van de AFM via het contactformulier of tijdens kantooruren telefonisch met: 0800-5400-540. Vanuit het buitenland is het teloonnummer: 0031-20-79- 3851. Terug naar Inhoud Banken aan het stuur, politiek op de achterbank Bron: Dik Degenkamp,  Me Judice, 5 februari 2014  Politici doen alsof zij de banken in handen hebben, maar dat is niet meer geloofwaardig. In plaats van banken te dwingen zich op te splitsen in nutsbanken en investeringsbanken, wordt het aan banken zelf overgelaten om de boel niet uit de hand te laten lopen. Steeds opnieuw blijkt dat politici na een hoop gepraat precies doen wat de banken hen voorstellen, stelt Dik Degenkamp. Banken in de lift Banken doen het goed de laatste tijd op de beurs. Dat is begrijpelijk, want de gewone belastingbetalers hebben hen uit de modder getrokken en ze kunnen nu zo goed als ongestoord op de oude weg voortgaan. Structureel wordt de sector niet aangepakt en wat er aan maatregelen wordt genomen is boterzacht en wordt pas over jaren ingevoerd of nu al versoepeld. Versoepeling kapitaaleisen Het Basel-comité heeft namelijk begin januari de kapitaaleisen voor de banken versoepeld; de zoveelste overwinning voor de bijna onoverwinnelijke bankensector. Economen hebben zelfs een mooie naam voor dit verschijnsel: ‘capture’, de overheid als gevangene van belangengroepen. Deze versoepeling zit onder andere in een andere soepele definitie van de zogenaamde leverage ratio. Dat is de befaamde hefboom. Een korte uitleg voor niet-economen. Ik koop met eigen geld een boek voor 10 Euro en verkoop dat voor 11 Euro, winst op eigen geld 10%. Nu leen ik 90 Euro en met 10 eigen geld koop ik 10 boeken voor 100 en verkoop ze voor 110. De winst is nu 10 in plaats van 1; op eigen geld maak ik nu geen 10 maar (haast) 100%! Ik moet natuurlijk wel rente betalen over het geleende geld, maar fiscaal wordt geleend geld (vreemd vermogen) vaak veel vriendelijker behandeld dan eigen geld (eigen vermogen); dus in plaats van 10% winst op het eigen geld kun je wel rekenen op 70 á 80%. Zo werkt de hefboom omhoog, maar als het tegen zit net zo hard omlaag. En hoe minder eigen geld in zaken wordt gestopt, hoe groter de toppen en de dalen. Zo werkt het ook bij banken en daar was de verhouding niet 1 op 9, eigen geld op vreemd geld, maar 1 op 33 of nog meer. Dat is geen leverage maar great leverage. En laat nu net voor de Bank for International Settlements de Amerikaan Alan M. Taylor een uitermate interessante studie onder deze titel te hebben gepubliceerd (Taylor 2012). Terecht schrijft Taylor dat deze tijd ‘different’is, maar in een andere betekenis dan die welke Greenspan c.s. aan deze term gaven. De zogenaamde ontwikkelde landen hebben in betrekkelijk korte tijd een financieel waterhoofd ontwikkeld. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw startte de deregulerings- en schuldenboom met – zoals wij nu weten – desastreuze gevolgen. Feitelijke gevolg van dit alles is dat na een krediet-uitbarsting in zowel de publieke als de private sector, zowel de ‘normale’ als de financiële recessie langer duren. In de praktijk was sprake van teugelloos topbankieren. In Europa was geen sprake van bovennationaal toezicht en in Nederland klungelde (DSB-bank) of sliep (SNS) de Nederlandsche Bank, om in een te laat stadium wakker te schrikken. Van het verleden is in Nederland niets geleerd; of moeten wij zeggen dat iedereen dondersgoed wist wat gebeurde, maar dat de banken de macht in handen hadden en nog steeds hebben? Al lang geleden heb ik gepleit dubbelrollen in het economisch leven te elimineren; het levert schizofrene situaties op. Om drie uur op de golfbaan De vorige grote crisis van de jaren dertig ligt wat dieper in het geheugen. Maar wie zich een beetje verdiept in de geschiedenis kan zien dat in de Verenigde Staten toen de bankzaken structureel zijn aangepakt. De Glass-Steagall Act haalde de zogenaamde commercial en de investment banks echt uit elkaar. De commercial banks, in Nederlands nutsbanken halen deposito’s op, kort en wat minder kort lopend geld en zetten dit op langere termijn uit. Een betrekkelijk ‘saaie’ tak van financiële ‘sport’; laag risico met bijbehorend ontbreken van superrendementen, maar ook geen diepe dalen. Voor die banken gold de 3-6-3-regel, op spaargeld 3% rente geven, hypothecair uitlenen tegen 6% en om 3 uur op de golfbaan. Hoe anders bij de investment banks; hier het snelle grote geld, financiële instrumenten, emissieovernames, financiering van gewone overnames van ondernemingen et cetera. Volgens Glass-Steagall mochten de twee soorten banken niet op elkaars terrein komen; zij mochten en konden elkaar niet besmetten. Een uitstekende regeling, die ook goed heeft gewerkt, maar onder invloed van de neoliberale dereguleringshausse in 1999 ten onder is gegaan. Dik Degenkamp oud-hoogleraar rechtswetenschap Rijksuniversiteit Groningen De heer Degenkamp heeft na zijn doctoraal economie zijn doctoraal rechten behaald. Hij was parttime econoom bij de Raad van State en wetenschappelijk medewerker Recht Universiteit van Amsterdam. Nadat hij hoogleraar rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen was, was hij de laatste vier jaar hoogleraar rechtswetenschap Nyenrode. Volgens de Belgische econoom De Grauwe is deze splitsings-aanpak, ook wel ‘narrow banking’ genoemd, de enige aanpak die zal kunnen werken. Het feit dat commercial en investment banks zich op elkaars terrein konden begeven vormde in De Grauwe’s woorden een "lethal combination" (De Grauwe 2010). Hij heeft dan ook – en mijns inziens terecht – geen goed woord over voor de aanpak in de Basel-akkoorden waarin uitsluitend minimale eigen vermogenseisen worden vastgesteld, maar waarin van echte splitsing geen sprake is. Die kapitaaleisen stellen verder bijzonder weinig voor. En, zoals hiervoor reeds is vermeld zijn die minimale eisen ook nog eens versoepeld. Die Basel-aanpak zal dus niet werken; er is sprake van fantoom-bestrijding. De financiële sector moet structureel veranderen dus geen verzekerbanken meer en verder een echte splitsing van nuts- en zakenbanken. Maar gaan wij naar het iets nabijere verleden, dan zullen wij zien dat hier niets van zal komen en dat het business as usual wordt, tot voordeel van weinigen en tot voorspelbare grote schade voor velen. Hoe spelen de banken het toch klaar? De meest eenvoudige verklaring voor het winner takes all-spel van de banken is de slogan ‘geld is macht’. Maar het proces kan wel een beetje concreter worden beschreven. Op nationaal niveau hebben wij eerst de parlementaire commissie De Wit gehad. Die adviseerde om de banken niet echt te splitsen, maar om een hek te zetten om de risicovolle activiteiten, het zogenaamde ringfencing. Op Europees niveau is vooral van belang het zogenaamde Liikanen-rapport; ook die club pleitte niet voor een volledige splitsing van nuts- en zakenbanken, voorgesteld werd een juridische constructie waarin een topholding zowel nuts- als zakenbanken onder zijn vleugels zou krijgen. Hier komen wij voor de eerste keer de heer Wijffels tegen, een haast alomtegenwoordige lobbyist voor het bankwezen. Met mooie praatjes over maatschappelijk verantwoord ondernemen en ‘sustainable finance’ slaagt hij erin wetgevingsonweer voor de banken te verijdelen. Niet dat er niet een tsunami van geschreven recht op de banken is neergedaald, maar het nuttig effect daarvan kan zeer worden betwijfeld als gevolg van het ontbreken van echt structurele wijzigingen van de sector. Wijffels komen wij ook weer tegen in de Commissie Structuur Nederlandse Banken. Die commissie publiceerde in juni 2013 het rapport “Naar een dienstbaar en stabiel bankwezen”, gefabriceerd onder voorzitterschap van dezelfde Wijffels. Ook die commissie kiest voor zogenaamde universele banken, dus geen bankensplitsing. Ter versterking van de kapitaalpositie van de banken wordt in het voorbijgaan geadviseerd de bankenbelasting te heroverwegen. Die maakt het volgens de commissie moeilijker het eigen vermogen van de banken te versterken. Een slap rapport en een nog slapper lid van die commissie die zich al snel gedeeltelijk van het rapport distantieerde (Arnoud Boot). Ook de Nederlandsche Bank is tegen splitsing. Gesteld wordt dat het een “onmogelijk systeem” is en zakenbanken geen financiers zullen vinden, een volstrekt onbewezen stelling. Ook een rare stelling, in aanmerking genomen het feit dat juist de zogenaamde ‘funding gap’ (het tekort aan deposito’s bij banken) door velen als een probleem wordt gezien. Het spaargeld van de mensen zit namelijk voor een belangrijk deel bij de pensioenfondsen en dat geld moet naar de veilige nutsbanken en niet naar de zakenbanken worden gesluisd. Maar ook het kabinet voelt niets voor splitsing; het streeft naar een “solide, transparante, integere en concurrerende bankensector, die de klant centraal stelt en dienstbaar is aan de reële economie”, maar men sluit zich aan bij Liikanen, dus geen echte splitsing (Ministerie van Financiën 2013). Zelfregulering is vrijbrief Eind januari is ook de Europese Commissie definitief door de knieën gegaan.Voor banken gaat geen ‘te groot’gelden en nationale toezichthouders mogen beslissen of interne ‘hekjes’ moeten worden aangebracht. En zo modderen we voort, met zelfregulering in de vorm van allerlei codes. ‘Zelfregulering’, terecht door Willem Buiter een oxymoron genoemd. Die codes hanteren het zogenaamde comply or explain principe. Dat principe houdt in dat als je je in strijd met de regels gedraagt, je je volgens dat principe toch aan de regels houdt als je maar uitlegt waarom je je niet aan de regels houdt. Een kwaadaardige nieuwvorming in het recht, waar de direct belanghebbenden uiteraard bijzonder enthousiast over zijn. Dit soort regels doet zeker geen pijn. Dat geldt ook voor de nieuwe liturgie die is ingevoerd voor bankiers: de bankierseed. Twee vingers in de lucht kost niet veel en doet zeker ook niet veel. De enigen die profiteren van deze ontwikkelingen zijn organisatoren van congressen, juridische specialisten, uitgevers en uiteraard de banken. Politici doen alsof zij de zaak in de hand hebben; steeds minder mensen geloven dat. Ref: Commissie Structuur Nederlandse Banken, Naar een dienstbaar en stabiel bankwezen, juni 2013. Grauwe, Paul de, The banking crisis: causes, consequences and remedies, in 'De kredietcrisis', red. N.E.D. Faber e.a., Kluwer 2010. Ministerie van Financiën, 2013, brief dd 23-8-2013 aan Tweede Kamer, Den Haag. Liikanen report , Banking structural reform (follow-up to the Liikanen report) Taylor, Alan M., 2012, The great leveraging, BIS working paper 398, BIS, Bazel. Terug naar Inhoud Inflatie slechts 0,7% in de EMU Bron: KBC bank In vergelijking met de Fed en de Bank of England bevindt de Europese Centrale Bank zich nog in een vroeger stadium van haar beleidscyclus. Ze bezint zich erover hoe ze met haar beleid de Europese conjunctuur een extra duwtje in de rug kan geven. EMU Inflatie brokkelt verder af Vooral het feit dat de inflatie in de EMU in januari slechts 0,7% bedroeg, zit haar dwars. Haar inflatiedoelstelling voor de middellange termijn bedraagt immers net geen 2%. Alhoewel de ECB geen reden voor deflatievrees ziet, zal ze allicht wel ingrijpen. Een laatste verlaging van haar beleidsrente tot bijvoorbeeld 10 basispunten is bijgevolg waarschijnlijk om een kruipende stijging van de geldmarktrente te verhinderen. ECB balans krimpt In tegenstelling tot de andere grote centrale banken ziet de ECB ook haar balans gestaag krimpen. Dat is het gevolg van de terugbetaling door de banksector van de grootschalige liquiditeitsverstrekking door de ECB. Het risico bestaat dat in zo’n internationale constellatie de euro te sterk zou worden en via dalende invoerprijzen de inflatie ongewenst verder zou doen dalen. Dat is precies wat er in Japan gebeurde tijdens de Grote Recessie van 2009. Twee Opties Om een herhaling in de EMU te voorkomen, heeft de ECB twee opties. Ten eerste kan ze stoppen met het geld te neutraliseren dat ze tijdens vroegere obligatieaankopen creëerde (de zogenoemde sterilisatie). Dat zou de geldhoeveelheid in de EMU eenmalig met zo’n 175 miljard EUR kunnen verruimen. Om een sterker effect te bereiken, zou ze echter een grootschalig aankoopprogramma moeten starten zoals de Fed. De enige markten die daarvoor in de EMU over een voldoende liquiditeit beschikken, zijn die van overheidsobligaties. De aankoop van obligatiemandjes volgens de verdeelsleutel van het kapitaal van de ECB lijkt dan ook een verdedigbare manier om de geldgroei in de EMU op peil te houden. Terug naar Inhoud Meedoen kan Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggersymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt. Met name voor de organisatie van deze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming van onze symposia. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ook deelname aan redactie van de website, de nieuwsbrieven, het beheren van het forum of website of delen daarvan behoort tot de mogelijkheden. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan een van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met Michel Hupkens Klik Hier  Terug naar Inhoud Agenda Inschrijven: Klik Hier Bron: HCC Beleggen redactie De HCC Beleggen Kalender op onze website endeze Agenda zijn inmiddels een begrip onder beleggers in Nederland en België geworden. Voor veel andere sites zijn wij de de facto bron van informatie. Toch zijn nog niet alle events in onze Agenda opgenomen. Daarom willen we ook aanbieders van seminars, cursussen en beleggersbijeenkomsten in de gelegenheid stellen, zelf hun events aan te kondigen, zowel op ons forum als in onze nieuwsbrieven. Plaatsing van (vrij toegangkelijke) educatieve bijeenkomsten zijn kostenloos. (Bijeenkomsten met een educatief karakter welke niet gratis toegankelijk zijn danwel bijeenkomsten met een niet uitsluitend educatief karakter kunnen onder voorwaarden ook in onze agenda opgenomen worden. Wilt u meer weten neemt u dan even contactop met de redactie) Terug naar Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

2 maart 2014

...

Nieuwsbrief20140218 Symp62-1

Programma 62ste HCC Beleggen Symposium op 5 april 2014 "Overweeg uw portefeuille" Uit onderzoek blijkt dat  de samenstelling van uw beleggingsportefeuille een zeer groot effect op het uiteindelijke rendement en risico heeft.  Zo laat Mebane Faber bijvoorbeeld in het boekje "The Ivy portfolio"  zien hoe je op een relatief simpele manier, met een portefeuille met een beperkt aantal ETFs, de beleggingsresultaten van professionele partijen kunt benaderen. De vraag hoe u uw portefeuille moet samen stellen is uiterst relevant. Hierbij spelen vragen als: welke sectoren en fondsen,individuele fondsen of  beleggingsfondsen/ETFs, aandelen, obligaties of anders zins, uitbesteden of zelfdoen, keuze op basis van fundamentele analyse of technische analyse, hoe is het risicomanagement geregeld, etc. Kortom er zijn vele keuzes te maken. Tijdens het 62ste symposium "overweeg uw portefeuille" zullen diverse sprekers antwoord geven op deze en andere vragen op het gebied van portefeuille beheer.  Elke spreker zal vanuit zijn eigen invalshoek en ervaring het onderwerp benaderen.  Programma van het 62ste HCC Beleggen Symposium beknopt overzicht  tijd  Colenberghzaal 2  Statenkamer 10.00 tot 10.45 uur Joost van Leenders (BNP Paribas) Bouw uw eigen beleggingsportefeuille HCC Beleggen ALV jaarvergadering 10.45 tot 11.05 uur pauze pauze 11.05 tot 11.50 uur Menno van Hoven (RB-NL Beleggers Belangen) Dividend beleggen Marco Vocking   (www.vocking.nl) Daytraden op basis van een overzichtelijk Amerikaans handelssysteem 11.50 tot 12.10 uur pauze pauze 12.10 tot 12.55 uur Willem Burgers        (Add Value Fonds)   Think big, buy small Philippe Dassonville      (WH Selfinvest) De "Morning Buy” strategie op Europese en Amerikaanse beursindices 12.55 tot 13.30 uur pauze pauze 13.30 tot 14.15 uur Elizabeth Goodwin    (Galapagos) Kansen in de biotechnologie sector - Een Galapagos investment case Karel Mercx  (Lynx) De acht feiten over het huidige beursklimaat 14.15 tot 14.35 uur pauze pauze 14.35 tot 15.20 uur Anne Grevinga Het samenstellen van de Top20 voor de korte- en lange termijn met behulp van drie fundamenteel analyse modellen.  . *  Webadressen staan onderaan deze pagina *Onder de naam van de spreker staat de titel van zijn presentatie. Inschrijven  Klik Hier verplicht  (toegang gratis) Let op. Het symposium wordt gehouden in :       Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte, Henri Dunantplein 4, 3731 CL  De Bilt Routebeschrijving Standhouders         website Sprekers website Standhouders Joost van Leenders Menno van Hoven Willem Burgers Elizabeth Goodwin Anne Grevinga HCC Beleggen Marco Vocking Philippe Dassonville Karel Mercx  BNP Paribas Beleggers Belangen Add Value Fonds Galapagos AmGrevinga www.beleggersonline.nl www.vocking.nl WH Selfinvest Lynx Foxware Analist.nl Forest Bergen Loef Vocking WH Selfinvest De optiestrateeg Lynx De Veste Trading Update Optie Academy HCC Beleggen  Inschrijven klik hier

19 februari 2014

...

Nieuwsbrief20140201

Februari 2014 Economie weer wat beter Pensioenfondsen uit het dal? Waarschuwing voor Boilerrooms Groeipauze op komst ? Streefcijfers moeten klanten activeren Koersen lager na verlies wedstrijd De Lerende Economie van de WRR komt er alleen met nieuwe instituties Meedoen kan Agenda Zet 5 april 2014 alvast in uw agenda ! wat 62 ste HCC Beleggen Symposium waneer 5 april 2014 aanvang 10.00 uur waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4  3731 CL  De Bilt aktiviteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van kontakt met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur en kennis maken met financiele diensten, producten en innovaties bij flink een aantal leveranciers locatie-info: Gezellig luch-restaurant aanwezig, Parkeren gratis, In midden van Nederland goede aansluiting op snelwegen, Bereikbaar per openbaar vervoer Het gaat langzaam aan weer wat beter met de economie Bron: Redactie Nadat eerder bekend werd dat de huishoudens weer een fractie meer besteden en dat de stemming van ondernemers in de industrie in januari weer wat verbeterd is, blijkt nu uit een analyse van het cbs dat ook het conjunctuurbeeld eind januari beter is dan eind december. Binnenlandse consumptie door huishoudens (koopdaggecorrigeerd volume) Huishoudens hebben in november 2013 0,2 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in november 2012. Dit is de eerste toename van de consumptie in bijna tweeënhalf jaar. De bescheiden groei komt doordat consumenten meer duurzame goederen kochten. De consumptiecijfers zijn gecorrigeerd voor prijsveranderingen en veranderingen in de samenstelling van de koopdagen. De bestedingen aan duurzame goederen waren in november 4,6 procent hoger dan een jaar eerder. Vergeleken met november 2012 kochten consumenten veel meer nieuwe auto’s. Het niveau van de autoverkopen was in de laatste maanden van 2012 echter relatief laag. Ook kleding en schoenen waren in november 2013 meer in trek dan een jaar eerder. Verder was de krimp van de bestedingen aan woninginrichting minder groot dan in eerdere maanden. De jaar-op-jaarontwikkeling van de bestedingen aan duurzame goederen kan zijn beïnvloed door belastingmaatregelen. Op 1 oktober 2012 ging het hoge btw-tarief van 19 procent naar 21 procent. Dit remde de consumptie in de laatste maanden van het jaar. Aan voedings- en genotmiddelen is 1,2 procent minder besteed. Ook de uitgaven aan overige goederen, waaronder energie, waren lager (1,4 procent). De bestedingen aan diensten lagen 0,2 procent onder het niveau van november 2012. De Consumptieradar laat aan de hand van zes indicatoren zien of de omstandigheden voor de consumptie door huishoudens gunstiger of minder gunstig zijn geworden. In januari 2014 waren de omstandigheden voor de consumptie vrijwel net zo ongunstig als in december 2013. Producentenvertrouwen industrie Het producentenvertrouwen kwam uit op 0,7 tegen 0,1 in december. Na tweeënhalf jaar negatief geweest te zijn is de stemmingsindicator weer licht positief. Het producentenvertrouwen is samengesteld uit drie deelindicatoren: het oordeel over de orderpositie, het oordeel over de voorraden gereed product en de verwachte productie in de komende drie maanden. De ondernemers waren in januari positiever over de te verwachte bedrijvigheid dan in december. Ook waren ze minder somber over hun orderpositie.  Hun oordeel over de voorraden verslechterde daarentegen. Bezettingsgraad industrie De bezettingsgraad is voor het derde achtereenvolgende kwartaal opgelopen. In januari 2014 benutte de Nederlandse industrie 79,6 procent van de beschikbare productiecapaciteit. In april 2013 was dit 75,6 procent. Analyse januari Het conjunctuurbeeld is eind januari beter dan eind december 2013. Er waren meer verbeteringen dan verslechteringen in de conjunctuurklok. Het zwaartepunt van de indicatoren in de Conjunctuurklok ligt in de fase van herstel. Op vier na presteren alle indicatoren in de Conjunctuurklok echter nog onder hun langjarige trend. Nieuwe informatie Het producentenvertrouwen en de faillissementen schoven nipt door van het gele naar het groene kwadrant. Ze zitten in een opgaande fase en presteren nu ook iets beter dan hun langjarige trend. De consumptie door huishoudens wisselde het rode kwadrant in voor het gele. Deze indicator gaat van een neergaande over in een opgaande fase, maar presteert onder zijn langjarige trend. De rente gaat van het groene naar het oranje kwadrant. Deze indicator valt van een opgaande fase terug in een neergaande, maar presteert wel boven zijn langjarige trend. Het zwaartepunt van de puntenwolk in de Conjunctuurklok ligt eind januari in de fase van herstel. Van de vijftien indicatoren staan er zes in het gele, vijf in het rode, drie in het groene en één in het oranje kwadrant. Indicatoren in het rode kwadrant hebben een groei onder hun langjarige trend en de groei neemt af. Ook bij indicatoren in het gele kwadrant ligt de groei onder hun langjarige trend, maar daar neemt de groei toe. Van de indicatoren in het groene kwadrant ligt de groei boven hun langjarige trend en neemt de groei toe. Ook van indicatoren in het oranje kwadrant ligt de groei boven hun langjarige trend, daar neemt de groei echter af. Bronnen en meer informatie: CBS Conjunctuurinformatie , Het Conjunctuurdashboard laat de cyclus van de afzonderlijke indicatoren zien. De Conjunctuurklokindicator laat de cyclus van het zwaartepunt van de puntenwolk zien. YouTube:  ‘Hoe werkt de Conjunctuurklok?’ en ‘De economische crisis in beeld’ Branchegegevens producentenvertrouwen in de industrie zijn opgenomen in de Industriemonitor op de CBS-website. Meer cijfers Industrie en energie. toelichting conjunctuurklok Beschrijving afzonderlijke indicatoren Conjunctuurklok Terug naar Inhoud advertentie Terug naar Inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Pensioenfondsen uit het dal? Bron: DNB Minder pensioenfondsen moeten pensioen verlagen bij einde 5 jaar herstelplannen Een schatting van de Nederlandsche Bank (DNB) wijst uit dat circa 38 pensioenfondsen per 1 april 2014 een verlaging van het pensioen moeten doorvoeren bij het afronden van de vijfjarige herstelplannen. Dit is een daling met 28 fondsen ten opzichte van de 66 fondsen die in het voorgaande jaar het pensioen moesten verlagen. Ook is de gemiddelde verlaging van deze fondsen gedaald naar 1,1% (noot 1) waar vorig jaar nog een gemiddelde verlaging van 1,9% werd doorgevoerd. De inkomensgevolgen van deze verwachte daling, bezien over alle pensioenfondsen, zijn relatief beperkt. Dit alles blijkt uit voorlopige berekeningen van DNB. Aantal kortingsfondsen in lijn met verwachting; daling pensioen lager In het voorjaar van 2013 hebben pensioenfondsen die verwachtten in 2014 de pensioenen te moeten verlagen dit al aangekondigd. Het aantal fondsen dat nu waarschijnlijk het pensioen moet verlagen, is in lijn met deze verwachting. De verlaging van de pensioenen valt lager uit ten opzichte van de eerdere verwachting. Bij de evaluatie van de herstelplannen in april 2013 verwachtten fondsen namelijk nog een gemiddelde gewogen daling van het pensioen met 1,7 % in 2014 (zie persbericht 25 april 2013).   Het aantal gepensioneerden dat in april van dit jaar met een lager pensioen te maken krijgt, komt nu uit op circa 500.000, waar in april 2013 nog werd uitgegaan van 700.000 gepensioneerden. Het aantal actieve deelnemers dat een verlaging kan verwachten bedraagt 700.000 deelnemers, waar vorig jaar nog op 1,3 miljoen actieve deelnemers werd gerekend. In plaats van 1,1 miljoen slapers (noot 2), zullen nu naar verwachting circa 1,3 miljoen slapers worden geraakt, zo blijkt uit de voorlopige cijfers.   Positieve ontwikkeling door stijging dekkingsgraad De positieve ontwikkeling van het gemiddelde percentage waarmee pensioenen worden verlaagd, komt door een stijging van de dekkingsgraad per ultimo 2013 in vergelijking met 2012. De gemiddelde dekkingsgraad per jaarultimo is uitgekomen rond 110%, een stijging in vergelijking met de 102% van eind december 2012.    Effect korting op pensioeninkomen De gemiddelde daling van het pensioen met 1,1% die nu uit de voorlopige cijfers naar voren komt, betekent overigens niet dat geraakte gepensioneerden hun inkomen met hetzelfde percentage zien dalen. Dat komt doordat gepensioneerden pensioen ontvangen in aanvulling op de AOW. Ook is geen rekening gehouden met de effecten van overheidsbeleid op het netto inkomen van gepensioneerden.   Bezien over alle pensioenfondsen, is de daling van het pensioen 0,12% (% van de totale verplichtingen). Immers, de daling van de pensioenen heeft betrekking op een relatief kleine groep pensioenfondsen. Daar komt bij dat er, in vergelijking met vorig jaar, meer pensioenfondsen zijn die waarschijnlijk het pensioen weer kunnen indexeren of een eerder doorgevoerde pensioenverlaging ongedaan kunnen maken. De gepensioneerden die aangesloten zijn bij deze fondsen, zien hun pensioen juist stijgen. Met andere woorden, de impact van de pensioenverlagingen op de hoogte van het pensioen op macro-niveau is relatief beperkt.   Einduitkomst kan lager uitvallen Bij de bovenstaande cijfers is geen rekening gehouden met andere maatregelen die pensioenfondsen kunnen nemen, behalve een verlaging van het pensioen, om de dekkingsgraad weer op peil te brengen, bijvoorbeeld bijstortingen door de werkgever. In dat geval kan het aantal fondsen dat het pensioen verlaagt lager uitvallen, evenals de hoogte van de verlaging. Pensioenverlaging noodzakelijk voor herstel buffers pensioenfondsen De pensioenfondsen die in april het pensioen moeten verlagen, moeten hun deelnemers en gepensioneerden daarover op uiterlijk 1 maart 2014 hebben geïnformeerd. De verlaging is noodzakelijk geworden om de buffers van pensioenfondsen te herstellen. De meeste pensioenfondsen hebben een herstelplan dat eind van vorig jaar is afgelopen en erop gericht was om in maximaal vijf jaren de dekkingsgraad terug te brengen op een niveau van circa 105%, het wettelijk minimaal vereiste niveau. Definitieve cijfers pensioenverlagingen Half februari moeten pensioenfondsen de evaluatie van hun herstelplannen bij DNB indienen. Voor zover het minimaal vereiste eigen vermogen per ultimo 2013 nog niet was bereikt, moeten pensioenfondsen aangeven welke maatregelen ze nemen om een tekort aan te vullen, bijvoorbeeld via een lager pensioen. DNB zal spoedig na ontvangst van de evaluaties hierover voor de sector als geheel communiceren. Na ontvangst van de evaluatie van herstelplannen zal DNB zo snel mogelijk een oordeel vormen hierover. DNB streeft ernaar de pensioenfondsen die het pensioen moeten verlagen voor 1 maart 2014 te informeren, maar zal die fondsen in ieder geval uiterlijk voor 1 april 2014 geïnformeerd hebben. Voor vragen kunt u contact opnemen met Ben Feiertag (06-52496142, b.j.feiertag@dnb.nl). Noot 1: Berekend als gemiddelde van de fondsen die het pensioen verlagen. Noot 2: Pensioendeelnemers en gepensioneerden die van werkgever zijn gewisseld en niet aan waardeoverdracht hebben gedaan, kunnen meerdere keren zijn meegeteld. Terug naar Inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. Terug naar Inhoud Waarschuwing voor boilerrooms Bron: Redactie Er zijn in Nederland diverse organisaties actief die consumenten, zonder dat daarom is gevraagd, telefonisch benaderen met een geweldig investeringsaanbod. Vrijwel altijd blijkt er sprake te zijn van fraude en gaat het om een boiler room. Een boiler room is een verzamelnaam voor personen en organisaties die met behulp van gehaaide verkopers naar potentiële beleggers bellen (cold calling) om ze over te halen te investeren in waardeloze of nepaandelen. Beleggers worden onder grote druk gezet om geld naar het buitenland over te maken. Boiler rooms gebruiken vaak betrouwbaar ogende websites. Soms gebruiken ze namen die lijken op die van een bekende financiële organisatie. Boiler rooms brengen hun ‘slachtoffers’ het hoofd op hol met overtuigende verkooppraatjes dat er grote winsten zijn te behalen. Er wordt een relatie opgebouwd met de gedupeerden door regelmatig te bellen en in het begin goede resultaten (op papier) te laten zien. Ze wekken ook de indruk dat het om een echt eerlijk bedrijf gaat met een vergunning van de AFM en om belangrijke handel. Je moet snel  beslissen, want anders zijn de aandelen al verkocht. Voorkom dat je wordt opgelicht Geloven in de mooie beloftes en ingaan op de investeringsvoorstellen kan je veel geld kosten. Weet ook dat het in Nederland verboden is om consumenten zomaar te bellen met het aanbod aandelen te kopen of verkopen. Boiler rooms bieden vaak aandelen aan die waardeloos zijn of zelfs helemaal niet bestaan. Sommige boiler rooms misleiden beleggers doordat zij de naam gebruiken van een bekende financiële organisatie of een naam die lijkt op die van een gerenommeerde financiële organisatie. Kopers van deze aandelen worden later vaak opnieuw opgelicht, doordat ze worden benaderd om hun stukken tegen een aantrekkelijke vergoeding aan buitenlandse instellingen te verkopen. Zij moeten daarvoor een vergoeding van enkele duizenden euro's betalen, waarna zij niets meer van hun 'bemiddelaar' vernemen. Ga nooit in op aandelenverkoop per telefoon of e-mail. Vaak zijn ze erg volhoudend, ga dan ook niet in gesprek en hang elke keer direct op. Raadpleeg de registers van de AFM of de website van de buitenlandse toezichthouder in het land waar de instelling zegt te zijn gevestigd om te zien of zij over een vergunning beschikken. Bel de organisatie terug met de gegevens die je uit de registers haalt, om er achter te komen wie ze zijn. Check op internet via zoekmachines of er iets bekend is over de aanbieding. Worden er extreem hoge rendementen voorgespiegeld of is het aanbod te mooi om waar te zijn? Dan is het ook niet waar! Betaal geen restriction fee of andere onduidelijke kosten aan onbekende instellingen. Controleer op internet via zoekmachines de naam van het aandeel. Wees altijd extra alert als bedrijven of personen geld vragen over te maken naar een buitenlandse bankrekening of via zogenaamde Moneytransfer-systemen. Bekijk ook de waarschuwingslijsten van de AFM. Op de waarschuwingslijst boiler room staan ondernemingen die ongevraagd mensen hebben benaderd met een beleggingsvoorstel. De AFM heeft vastgesteld dat de ondernemingen die op deze waarschuwingslijst staan niet beschikken over een AFM-vergunning of een Europees Paspoort. De AFM adviseert  beleggers niet in te gaan op aanbiedingen van instellingen die op deze waarschuwingslijst staan. Raadpleeg ook de waarschuwingslijst van IOSCO. Daar staan waarschuwingen van aangesloten buitenlandse toezichthouders. Om consumenten te wijzen op specifieke boiler rooms gebruikt de AFM waarschuwingslijsten-boiler rooms. Een onderzoek van de toezichthouder zelf kan leiden tot zo’n waarschuwing. Ook neemt de AFM waarschuwingen over van buitenlandse toezichthouders. In het vierde kwartaal van 2013 is er door AFM gewaarschuwd voor de volgende partijen: Progression Mergers & Acquisitions. Deze partij biedt consumenten aan om aandelen China Mineral Company te kopen. Dat zou alleen kunnen tegen betaling van een vergoeding om deze aandelen vrij te geven, de zogenoemde restriction fee. Summit Private Equity LLP. Deze partij biedt aandelen US Investment Holdings, Inc. aan. Guozijian Capital. Deze boiler room geeft aan dat zij een koper heeft voor (waardeloze) aandelen die al in het bezit van de belegger zijn. Echter, voordat over kan worden gegaan tot verkoop van deze stukken moet deze een minimale omvang hebben. Beleggers moeten eerst dezelfde aandelen bijkopen, zodat ze de vereiste minimale hoeveelheid bezitten. Sovereign Wealth Capital. Werkt samen met Hudson Strategic Partners en World Capital Consultants, waar ook afgelopen kwartaal voor is gewaarschuwd. Kingsley Advice Group. De Britse toezichthouder FCA heeft eerder voor deze partij gewaarschuwd. De AFM roept beleggers op contact met het Meldpunt Financiële Markten op te nemen als ze door een boiler room zijn gebeld. Dit geldt vanzelfsprekend ook voor andere vormen van beleggingsfraude en financiele colportage. bronnen: AFM: diverse publicaties w.o. Boilerrooms,  Beleggingsfraude,  Colportage Wikipedia: Arrest Alpine Investments OM: "FIOD legt voor miljoenen beslag in onderzoek naar beleggingsfraude" Terug naar Inhoud Groeipauze op komst ? Bron: KBC Het producentenvertrouwen startte zijn opwaartse trend in de zomer van 2012 na de aankondiging door de ECB van haar OMTprogramma. Vanaf het vierde kwartaal van 2012 leidde dat ook tot een aantrekkende groeidynamiek en een terugkeer naar economische groei in het tweede kwartaal van 2013. Dat herstel zet zich onverminderd voort, met als opvallende achterblijver de Franse economie. Het Franse producentenvertrouwen blijft steken op een laag peil en zowel de werkloosheidsgraad als het tekort op de lopende rekening van de Franse betalingsbalans lopen verder op. Het nieuwe ‘verantwoordelijkheidspact’ van president Hollande heeft als doelstelling de werkgelegenheidsgroei aan te zwengelen, met als blikvanger de verlaging van de sociale bijdragen door de werkgevers ten belope van 30 miljard EUR tegen 2017. Maar ondanks het feit dat de recente conjunctuurdata wereldwijd verrassend goed waren, is het mogelijk dat de wereldconjunctuur de komende maanden tijdelijk een versnelling lager schakelt. In de VS zagen we in het derde kwartaal van 2013 een stevige voorraadopbouw, die allicht vanaf het vierde kwartaal tijdelijk op de groei zal wegen. In Japan zal de aangekondigde btw-verhoging, zoals vermeld, in het tweede kwartaal voor een matiging van de consumptieuitgaven zorgen. Om het scenario van 1997 te vermijden, waarbij een btwverhoging de prille conjunctuurherleving fnuikte, zal de Japanse regering die verhoging nu begeleiden met een budgettair stimuleringspakket. Ook in China zal de matigende conjunctuurdynamiek van het vierde kwartaal van 2013 zich allicht nog voortzetten. Vooral de pogingen van de Chinese centrale bank om de hoge kredietgroei aan banden te leggen zal nog een tijd op de economische groei wegen. De financiële markten trekken zich op dit ogenblik weinig aan van het feit dat de economische groei in de EMU achterblijft ten opzichte van de andere grote economieën. Dat komt vooral tot uiting in de forse daling van de renteverschillen die EMU-overheden moeten betalen ten opzichte van de Duitse overheid. Zo daalde bijvoorbeeld de risicopremie op Spaanse en Italiaanse overheidsobligaties tot circa 2 procentpunten. Die daling is vooreerst te danken aan de verbeterde groeivooruitzichten, die samen met een groeivriendelijker begrotingsbeleid de overheidsschuld beheersbaarder maakt. Op de achtergrond blijft echter ook het OMT-programma van de ECB een belangrijke neerwaartse druk op de renteverschillen uitoefenen. Aangezien de groeiverschillen tussen de EMU-lidstaten aanzienlijk blijven en de overheidsschulden zich nog altijd op een veel te hoog peil bevinden, heeft die ingreep van de ECB veel weg van een anesthesie die tijd koopt om de noodzakelijke saneringsoperatie door te voeren. Terug naar Inhoud Toelichting op streefcijfers activeren klanten met beleggingsverzekering Bron: AFM De AFM verwacht van verzekeraars en adviseurs dat zij tachtig procent van de klanten met een beleggingsverzekering bij hun hypotheek voor 1 januari 2015 hebben geactiveerd. Dat blijkt uit een toelichting voor verzekeraars en adviseurs op het gebruik van streefcijfers die de AFM vandaag heeft gepubliceerd. Eerder heeft de AFM de minister van Financiën op zijn verzoek geadviseerd over het gebruik van streefcijfers voor verzekeraars en adviseurs bij het activeren van klanten met een beleggingsverzekering. Tweede Kamer De Tweede Kamer heeft in september 2013 de minister van Financiën duidelijk gemaakt dat zij verwacht dat de inspanningen van verzekeraars en adviseurs om klanten te activeren niet beperkt blijven tot intenties. De Tweede Kamer verwacht concrete resultaten en heeft de minister gevraagd daarom streefcijfers voor het activeren vast te stellen. De AFM heeft daarop de minister van Financiën op zijn verzoek geadviseerd over de hoogte van streefcijfers voor het activeren van klanten met een beleggingsverzekering. In zijn brief van 13 december 2013 aan de Tweede Kamer licht de minister het advies op hoofdlijnen toe en roept hij alle verzekeraars en adviseurs op om dit toe te passen bij de nazorg voor klanten met een beleggingsverzekering. Eerste streefcijfer: 80% voor hypotheekpolissen De AFM heeft bij het bepalen van streefcijfers gekeken naar voorbeelden in de markt. De AFM heeft voorbeelden gezien waarbij verzekeraars en adviseurs dankzij een intensieve aanpak een hoog percentage klanten hebben bereikt en geholpen. Voorlopig heeft de AFM alleen een streefcijfer bepaald voor de groep beleggingsverzekeringen die bedoeld zijn voor de aflossing van een hypotheekschuld. In lijn met de succesvolle praktijkvoorbeelden heeft de AFM het streefcijfer vastgesteld op 80%. Dit betekent dat de AFM ervan uit gaat dat verzekeraars en adviseurs 80 % van de klanten met een hypotheekgebonden polis in hun portefeuille voor 1 januari 2015 hebben geactiveerd. Streefcijfers voor de overige klantgroepen verwacht de AFM in de loop van 2014 te geven als er meer zicht is op de eerste ervaringen met deze groep. Activeren Activeren betekent dat verzekeraars en adviseurs consumenten zo persoonlijk mogelijk benaderen, inzicht geven in de financiële situatie van hun polis (wat is het financiële gat tussen verwachte eindwaarde en doelkapitaal?) en ze een bewuste keuze laten maken over de toekomst van hun beleggingsverzekering, zodat zij later niet voor onaangename verrassingen komen te staan. Voor veel consumenten met een beleggingsverzekering geldt dat zij door hoge kosten en vooral ook door tegenvallende beleggingsrendementen niet genoeg met hun beleggingsverzekering opbouwen om straks de hypotheekschuld af te kunnen lossen. Om het vertrouwen van consumenten te herstellen, zullen verzekeraars en adviseurs naast de geboden compensatie consumenten ook moeten helpen bij het maken van een keuze wat zij nu met hun beleggingsverzekering gaan doen. Meer: Lees hier de volledige toelichting Terug naar Inhoud Koersen lager na verlies wedstrijd Bron: DNB Sportwedstrijden roepen vaak heftige emoties op. Eerder onderzoek toonde aan dat er beduidend minder aandelen werden verhandeld tijdens spannende sportevenementen (artikel "Voetbal op TV? Ook aandelenmarkten kijken mee" HCC Beleggen Nieuwsbrief 20120401). Nu blijkt na recent onderzoek dat deze emoties aandelenkoersen kunnen beïnvloeden, zelfs wanneer een hoge mate van rationele prijsvorming te verwachten valt. Dit inzicht is relevant voor zowel de praktijk als het academisch onderzoek. Een fundamenteel debat Economen debatteren voortdurend over de fundamentele vraag of aandelenprijzen puur op grond van rationele overwegingen tot stand komen. Tot de jaren '80 van de twintigste eeuw was het vrij gebruikelijk om aan te nemen dat aandelenprijzen puur rationeel worden bepaald. Steeds vaker werden echter vraagtekens bij dit uitgangspunt gezet, onder meer door de latere Nobelprijswinnaar Robert Shiller. Bij het tot stand komen van beurskoersen bleken steeds meer aspecten een rol te spelen, die vanuit een rationeel perspectief niet relevant geacht zouden zijn. Een nieuw onderzoeksveld, inmiddels bekend als behavioural finance, was geboren. De emotionele belegger Een belangrijke factor - die niet goed binnen het rationele raamwerk past, maar die toch een effect heeft op aandelenprijzen - is de schommeling in emoties van beleggers. Zo blijken beurskoersen gevoelig te zijn voor een scala aan factoren, zoals variaties in de hoeveelheid zonlicht, de veranderingen tussen zomertijd en wintertijd, en de uitslagen van sportwedstrijden. Zo zijn beleggers optimistischer wanneer hun voetbalteam goed heeft gepresteerd. Ook is het niet ongewoon dat beurskoersen dalen op de dag nadat het nationale elftal wordt uitgeschakeld op het wereldkampioenschap voetbal. Uitschakeling drukt beurskoersen Recent onderzoek laat nu zien dat emoties zelfs aandelenkoersen beïnvloeden, wanneer men juist een hoge mate van rationele prijsvorming zou mogen verwachten. Dit nieuwe onderzoek bestudeert de aandelenkoers van een bedrijf waarvan het aandeel in meerdere landen, waaronder Frankrijk en Italië, wordt verhandeld. Vervolgens wordt bekeken hoe de aandelenprijzen reageren op de uitschakeling van deze twee landen op het WK voetbal in Zuid-Afrika in de zomer van 2010. Te verwachten valt dat de beurskoersen in beide landen altijd zeer dicht bij elkaar liggen, omdat er anders mogelijkheden ontstaan voor beleggers om snel van koersverschillen te profiteren.   Het blijkt echter dat de beurskoers in het land dat dreigt te worden uitgeschakeld al tijdens de wedstrijd duidelijk lager ligt dan in het andere land. Zo speelde Frankrijk op 22 juni haar laatste groepswedstrijd tegen Zuid-Afrika. Bij rust keken de Fransen al tegen een 2-0 achterstand aan, waardoor uitschakeling dreigde. De stemming bij beleggers in Frankrijk sloeg om, waardoor de beurskoersen daalden. Figuur 1 toont hoe goed deze koersuitslag zichtbaar was voor het betreffende aandeel. Aan het einde van de handelsdag is er een sterke neerwaartse beweging in het prijsverschil tussen Parijs en Milaan, omdat de koers op de Franse beurs plotseling daalde. Koersafwijkingen tijdens voetbalwedstrijden Noot: Deze figuur toont de gemiddelde prijsafwijkingen per uur tussen de aandelenkoersen van hetzelfde bedrijf op de beurs in Parijs en Milaan tussen 21 en 25 juni 2010. De twee grote uitschieters op 22 juni en 24 juni vallen samen met de wedstrijden waarin Frankrijk (FR) en Italië (IT) werden uitgeschakeld op het WK voetbal in Zuid-Afrika. Ook wordt zichtbaar hoe een vergelijkbare koersafwijking optrad tijdens de wedstrijd waarin Italië twee dagen later werd uitgeschakeld. Op donderdag 24 juni speelde Italië tegen Slowakije, waarbij de Azzurri als snel tegen een 1-0 achterstand aankeken. Ook voor hen dreigde uitschakeling. In lijn hiermee daalde de koers op de beurs in Milaan, waardoor de prijs van het aandeel een fractie lager kwam te liggen dan de koers in Frankrijk. Deze afwijking is in de figuur zichtbaar door de uitschieter naar boven aan het einde van de handelsdag op 24 juni. Het onderzoek illustreert zo dat aandelenprijzen niet altijd louter op grond van rationele overwegingen tot stand komen. Emoties kunnen van tijd tot tijd een belangrijke invloed hebben op aandelenmarkten. Dit inzicht is relevant voor zowel de praktijk - waarin men er dus rekening mee moet houden als men zelf handelt - als voor het academisch onderzoek, wanneer men probeert een accurate beschrijving te geven van hoe financiële markten werken. De recente Nobelprijs voor Economie werd gedeeld door prijswinnaars die zeer uiteenlopende ideeën hebben geuit over hoe markten werken. Eugene Fama ontving de Nobelprijs voor zijn idee dat markten efficiënt zijn, terwijl Shiller de prijs kreeg voor het feit dat hij vrijwel het tegenovergestelde stelde. Het onderzoek laat zien dat markten weliswaar vaak efficiënt kunnen werken, hetgeen aansluit bij Fama’s gedachtengoed, maar laat vooral zien dat we daar niet zonder meer vanuit mogen gaan. Terug naar Inhoud De Lerende Economie van de WRR komt er alleen met nieuwe instituties Bron: MeJudice De WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) kwam vorig jaar met een gedegen advies over de Nederlandse economie waarin het topsectorenbeleid niet gespaard wordt en een pleodooi gehouden wordt voor brede investeringen in kennis. Dat is een mooie boodschap, vindt de Utrechtse econoom Frenken, maar de WRR-aanbevelingen missen een politieke analyse. Binnen de huidige instituties zal het WRR-advies geen navolging vinden. Nieuwe instituties zijn nodig wil de droom van de WRR uitkomen. Lerende Economie Met het rapport "Naar een Lerende Economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland" heeft de WRR (2013) een gedegen onderbouwd advies geschreven over het economisch beleid in Nederland. Het beschouwt de geschiedenis van economisch beleid in Nederland, maakt Europese vergelijkingen, en komt tot heldere aanbevelingen voor de korte en langere termijn. De omvang en diepgang van het rapport spreken een duidelijke ambitie uit. Met dit rapport hoopt de WRR het economisch beleid blijvend te veranderen. Het topsectorenbeleid moet op de schop, en kennisontwikkeling in brede zin moet centraal staan. WRR-evaluatie topsectorenbeleid Hoewel het WRR-rapport doorspekt is van academische nuance en politieke fijngevoeligheid, is de boodschap helder: het huidige topsectorenbeleid, reeds tien jaar geleden ingezet onder Balkenende II met het innovatieplatform, mist elke grond. De kritiek van de WRR laat zich in vijf zinnen samenvatten: het beleid richt zich op exportbevordering dat weer economische groei moet opleveren, terwijl de uitdagingen in de 21e eeuw juist maatschappelijk van aard zijn (vergrijzing, milieu, gezondheid, privacy, etc.) het sectorale beleid komt vooral ten goede aan grote bedrijven in volwassen sectoren (“backing winners”), terwijl juist kleine, veelbelovende ondernemingen en nieuwe sectoren steun behoeven om succesvol te worden. het beleid faciliteert incrementele innovatie binnen een sector, terwijl de markt juist faalt bij radicale innovatieprocessen op het raakvlak van verschillende sectoren het beleid is gericht op industrie, terwijl de dienstensector de grootste sector is in de Nederlandse economie met de grootste uitdagingen om de arbeidsproductiviteit te verhogen. het beleid kent geen helder kader waarbinnen innovatie-afspraken tot stand moeten komen, hetgeen tot enorme transactie- en coördinatiekosten leidt. In haar analyse laat de WRR ook zien dat het innovatiebeleid in de landen om ons heen (Denemarken, Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk) heel andere foci en instrumenten hanteren, die ook tot betere resultaten leiden. Het meest in het oog springend in de vergelijking is het Nederlandse falen in de ontwikkeling en het gebruik van duurzame technologie in vergelijking met de buurlanden. WRR-aanbevelingen voor een nieuw economisch beleid Het rapport komt tot een groot aantal aanbevelingen, die in concreto neerkomen op drie grote kwesties: Maatschappelijke uitdagingen als uitgangspunt Innovatiebeleid dient niet te worden gedefinieerd aan de hand van sectoren, maar aan de hand van maatschappelijke uitdagingen. Hiermee wordt de lobby van gevestigde partijen tegengegaan en krijgt het innovatiebeleid een steviger politiek en maatschappelijk mandaat. Ook zal het uitgangspunt van maatschappelijke uitdagingen als van nature leiden tot kruisbestuivingen tussen sectoren waar radicale innovaties vaker ontstaan, en sluit de regering hiermee veel nauwer aan bij het Duitse en Europese wetenschaps- en technologiebeleid. De regio centraal in het innovatiebeleid Koen Frenken (1972) is hoogleraar Innovatie- wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Hij is laureaat van de Marie Curie beurs van de Europese Commissie en de VIDI beurs van NWO. In zijn onderzoek bestudeert hij kennisproductie en technologische ontwikkeling vanuit een evolutionair perspectief. Hij is auteur van het boek Innovation, Evolution and Complexity Theory (2006, Edward Elgar) en redacteur van het boek Applied Evolutionary Economics and Economic Geography (2007, Edward Elgar). Frenken is actief als commissielid in de programmacommissie Complexity van NWO. Innovatiebeleid dient gedecentraliseerd te worden naar regionale niveaus waar partijen elkaar gemakkelijker kunnen vinden en sneller kunnen inspelen op kansen en problemen. Brainport Eindhoven staat hierbij model, terwijl de regio Wageningen ook tot de verbeelding spreekt. En, aangezien de dienstensector doorgaans regionaal is georganiseerd, kan het innovatiebeleid logisch worden verbreed naar de dienstensector, en de relatie tussen industrie- en dienstensectoren. Investeer in kennis in plaats van in sectoren Zet niet zozeer in op specifieke technologie of sector, maar investeer in menselijk kapitaal dat werknemers en ondernemers in staat stelt op in te kunnen spelen op steeds veranderende economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Hiervoor dient eindelijk werk gemaakt te worden van life-long learning als wellicht het meest centrale element in de verzorgingsstaat van de 21ste eeuw. WRR mist echter politieke analyse Zo gesteld zal het WRR-rapport veel economen als muziek in de oren klinken. Overigens had het Nederlandse economengilde zich al meermalen kritisch uitgelaten over het conservatieve topsectorenbeleid. In plaats van innovatie te bevorderen, zou het vooral bestaande belangen bedienen. Ook de WRR zelf, bij monde van Nooteboom en Stam (2008), repte in een eerdere studie al van het failliet van het defensieve uitgangspunt van “backing winners”. Echter, de gedegen economische onderbouwing van de WRR is tegelijkertijd ook de grote zwakte van de hele analyse. Het rapport vergeet hiermee de politieke hamvraag te stellen: waarom heeft Nederland nooit een kenniseconomie willen worden? Met andere woorden, de vraag is niet zozeer of economisch beleid conservatief zou moeten zijn – het antwoord is duidelijk nee – maar veeleer waarom het economische beleid conservatief is? Om een dergelijke vraag te beantwoorden dient met een historisch-institutionele analyse te maken van het politiek-economische bestel in Nederland. Dit ontbreekt helaas in het rapport. Institutionele analyse van Nederland Het begrip Varieties of Capitalism van Hall en Soskice (2001) biedt een goed handvat voor een eerste aanzet tot een institutionele analyse. Zij beschrijven de politiek-economische constellatie van een land als een samenstel van instituties die onderling complementair zijn. Zo kunnen landen als VS, VK en Australië met een Angelsaksisch bestel (lage belastingen, formele opleidingen, veel concurrentie, zwakke vakbonden, privaat onderwijs, hoge defensie-uitgaven) onderscheiden worden van landen met een Rijnlands model als Duitsland, Zweden, en Oostenrijk (hoge belastingen, veel samenwerking, sterke vakbonden, on-the-job training, publiek onderwijs, lage defensie-uitgaven). Beide systemen zijn coherent en werken over het algemeen goed, maar op verschillende wijzen. Het Angelsaksische model leidt tot meer radicale innovatie en concurrentiekracht in sectoren als ICT, de farmaceutische industrie en de dienstensector, terwijl het Rijnlandse model vooral tot incrementele innovatie leidt ten behoeve van een concurrerende maakindustrie. Institutioneel gezien kan Nederland beschreven worden als een Rijnlands model met enkele Angelsaksische trekken zoals lage winstbelastingen voor (buitenlandse) bedrijven en een nadruk op formele training (Touwen 2006). Dit hybride model gaat logisch samen met een sterke exportoriëntatie, de hub-functie voor Europese hoofdkantoren, het aloude mainportbeleid, en een trans-Atlantische politieke loyaliteiten (Hellema 2001). Hierbij is niet zozeer innovatie maar loonpolitiek het gedeelde uitgangspunt in het Polderoverleg, terwijl lonen juist een gevolg zouden moeten zijn van innovatie c.q. productiviteit. Daarnaast worden de aardgasbaten van oudsher gebruikt om tekorten om de rijksbegroting te dichten in plaats van kennisinvesteringen voor de lange termijn (Giebels 2014). Conservatieve structuur Het gevolg van deze ongelukkige combinatie van instituties is dat Nederland een weinig innovatieve economische structuur heeft, die gedomineerd wordt door (transport)diensten en enkele historisch gegroeide – en doorgaans weinig dynamische– bedrijfstakken (voedsel, chemie, energie). Het label 'topsector' dat aan deze sectoren gehangen wordt is geenszins logisch: recente cijfers die laten zien dat, per saldo, de topsectoren slechts een gemiddelde toegevoegde waarde per werknemer kennen (CBS 2013). De afgelopen 10 jaar heeft innovatiebeleid geen verandering kunnen aanbrengen in het innovatievermogen van Nederland. Integendeel, de private R&D uitgaven zijn de afgelopen tien jaar juist gedaald tot minder dan 1 procent van het BBP. Ook het totaal aan private en publieke R&D uitgaven beslaat nog steeds minder dan 2 procent van het BBP. De uitgaven zijn hiermee vergelijkbaar met het Verenigd Koninkrijk en China (!), en veel lager dan landen als België, Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Zweden en Finland (HCSS/TNO 2012). Polder opnieuw uitvinden In dit licht is het topsectorenbeleid geen springplank naar een volwaardige kenniseconomie, maar een herhaling van zetten binnen de reeds bestaande instituties. Het richt zich op volwassen bedrijfstakken waarin enkele multinationals hun R&D uitgaven voor een steeds groter deel publiek gefinancierd krijgen. De dienstensector wordt gereduceerd tot logistiek als topsector, terwijl voor de creatieve industrie slechts een fooi beschikbaar is. Ook de late toevoeging van het “topteam hoofdkantoren” is exemplarisch voor de wijze waarop het adagium Nederland-Handelsland wordt uitgedragen. En, helaas, de aardgasbaten komen nog steeds niet ten goede aan de kennisinfrastructuur. Nederland dreigt zo de slag te missen in de sleutelgebieden van de toekomst, zoals de duurzame energie, nieuwe materialen, 3D-printing, en ICT. De aanbevelingen die de WRR doet zullen niet automatisch navolging vinden, juist omdat zij ingaan tegen de bestaande polderinstituties. Zo zullen bestaande bedrijfsbelangen niet gediend zijn met het voorop stellen van maatschappelijk uitdagingen, omdat deze uitdagingen transities uitlokken waarin huidige winnaars toekomstige verliezers kunnen zijn (“creatieve destructie”). En zo past het voorgestelde decentraliseren van beleid naar de regio’s wel in een dynamische kenniseconomie, maar niet in het bestaande handelsparadigma waarin een gemeenschappelijk buitenlands beleid en grootschalige transportinfrastructuren de nationale belangen het beste zouden dienen. Ondanks de platgetreden paden die het Polderlandschap doorkruisen, heeft ditzelfde Poldermodel eerder wel bewezen om strategische keuzen te kunnen maken (Van Bavel 2010; WRR 2013). De arbeidsmarkt en sociale zekerheid zijn de afgelopen dertig jaar grondig hervormd, en met succes. En hoewel de polderinstituties momenteel eerder problemen veroorzaken dan bijdragen aan oplossingen, is er geen reden om aan te nemen dat het Poldermodel zou verdwijnen (Touwen 2006). De vraag is veeleer hoe het Poldermodel zichzelf opnieuw kan uitvinden om daadwerkelijk de keuze te maken voor een breed gedragen kenniseconomie. Op nationaal niveau, bijvoorbeeld, zou de SER zou zich kunnen ontwikkelen tot hét platform voor kennis en duurzame ontwikkeling (Van Bavel 2010). En vakbonden zouden het voortouw moeten nemen in innovatie en scholing, waar deze agenda nu door het (groot)bedrijf wordt gedomineerd. Op lagere schaalniveaus is institutionele vernieuwing al wel zichtbaar (Lagendijk 2013; Uitermark 2014). Gemeenten, provincies, kennisinstellingen en lokale bedrijven trekken nadrukkelijk de innovatieagenda naar zich toe met een rijk palet aan overlegstructuren en financieringsprogramma’s. Daarnaast zijn er steeds meer burgerinitiatieven die maatschappelijke doelen koppelen aan innovatie en ondernemerschap. Deze bewegingen brengen de benodigde variëteit aan oplossingsrichtingen met zich mee, waarmee processen van radicale innovatie gediend zijn. Interessant is dat deze lokale innovatie-initiatieven steeds serieuze vormen aannemen ondanks – of wellicht dankzij – het ontbreken van een expliciet ruimtelijk economische rijksbeleid. WRR-advies kan niet zonder omwenteling De “lerende economie” die WRR voor ogen zal niet zonder horten of stoten kunnen ontstaan. Hiervoor zijn breed gedragen politieke en maatschappelijke omwentelingen nodig, en op meerdere terreinen tegelijk (onderzoek, onderwijs, milieu, gezondheidszorg, buitenlandse betrekkingen). De geschiedenis moge duidelijk maken dat de meer fundamentele institutionele verschuivingen niet door politici of rapporten in gang worden gezet. Het zullen decentrale initiatieven en nieuwe bewegingen zijn, die de Haagse politiek zullen dwingen ooit de bakens te verzetten. Referenties: zie hele artikel op website MeJudice Terug naar Inhoud   IG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: jhbvdmeulen@kpnmail.nl Meedoen kan Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggersymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt. Met name voor de organisatie van deze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming van onze symposia. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ook deelname aan redactie van de website, de nieuwsbrieven, het beheren van het forum of website of delen daarvan behoort tot de mogelijkheden. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan een van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met Michel Hupkens Klik Hier  Terug naar Inhoud Agenda Bron: HCC Beleggen redactie De HCC Beleggen Kalender op onze website en  deze Agenda zijn inmiddels een begrip onder beleggers in Nederland en België geworden. Voor veel andere sites zijn wij de de facto bron van informatie. Toch zijn nog niet alle events in onze Agenda opgenomen. Daarom willen we ook aanbieders van seminars, cursussen en beleggersbijeenkomsten in de gelegenheid stellen, zelf hun events aan te kondigen, zowel op ons forum als in onze nieuwsbrieven. Plaatsing van (vrij toegangkelijke) educatieve bijeenkomsten zijn kostenloos. (Bijeenkomsten met een educatief karakter welke niet gratis toegankelijk zijn danwel bijeenkomsten met een niet uitsluitend educatief karakter kunnen onder voorwaarden ook in onze agenda opgenomen worden. Wilt u meer weten neemt u dan even contact  op met de redactie) Terug naar Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

11 februari 2014

...

Nieuwsbrief20140101

  Januari 2014 Een nieuw jaar Leren van extreme verliezen op de beurs Binaire opties: wees gewaarschuwd In een hypotheek kun je niet wonen Online info over provisieverbod Achtergestelde schuld in trek bij banken Nederlandse economie groeit licht in het derde kwartaal Abenomics, instauratie, bibbergeld... Meedoen kan Agenda Een nieuw jaar. Bron: HCC Beleggen voorzitter Frans Schreiber Het nieuwe jaar is aangebroken en dat betekent én terugkijken én nieuwe kansen inschatten. Want zowel voor onze vereniging als voor onze gezamenlijke interesse “de beurs” is er heel wat gebeurd en staan er weer grote mogelijkheden te wachten. Onze vereniging Hcc-groep beleggen trekt nog altijd veel aandacht. De symposia worden druk bezocht en de bezoekers zijn in het algemeen enthousiast. Natuurlijk is de ene presentatie beter dan de andere, maar de gangbare mening is dat men overal wel wat opsteekt. En dat is de bedoeling! Daarom blijft het verwonderlijk, dat we weinig nieuwe aanwas van jongere mensen krijgen. Want juist zij moeten zich, met het oog op het gegeven dat de overheid de pensioenen steeds verder zal uithollen, toch op de hoogte stellen van het reilen en zeilen in de financiële wereld. Echter de jongeren pakken – wanneer ze informatie willen – het internet en hebben in enkel minuten de hele wereld te pakken. Niet alleen wij zijn daar het “slachtoffer” van. De winkelcentra en parkeergelegenheden in de steden voelen dezelfde trend. Albert Heijn, Zalando en vele anderen spelen hier op in. Gemak dient de mens en daar wil hij ook nog voor betalen. Onze vereniging zou zich op deze trend kunnen focussen, echter daar is een vereniging niet voor bedoeld (nog los gezien van de financiële slagkracht die we dan zouden moeten hebben). Onze troef is het menselijk contact op de dagen zelf. Onlangs is er initiatief genomen om interessegroepen binnen onze vereniging ruimte te geven om te vergaderen. Op deze manier ziet men elkaar lijfelijk en kan de “vergadering” worden gecombineerd met een bezoek aan presentaties en aan de standhouders. Een zeer goed initiatief ! Nog meer kansen liggen op de beurs. Na de meltdown van 2008 lijkt de AEX weer op te krabbelen. De horde van 400 punten is genomen en er ligt meer in het verschiet. De beurzen van de pigs schieten omhoog en dus lijkt het erop dat het ergste van de crisis over is. Daar kan ook de AEX van profiteren. Bovendien maken de beurzen in de USA de hoogste toppen in hun historie! Amerika loopt gemiddeld één jaar voorop ten opzichte van Europa, dus dat geeft nog meer steun aan de verwachting dat we ook dit jaar weer hoger kunnen. De reden waarom is voor een technisch analist niet belangrijk. Zolang alle belangrijke beurzen in de wereld (behalve dan Brazilië) de neus omhoog hebben, moeten we long op de beurs. De fundamentele beleggers onder ons kijken voorzichtig naar de koers/winst verhouding en zijn nog niet zo zeker. Echter zolang de centrale banken van Amerika, Japan en Europa geld bijdrukken (in de vorm van opkopen van obligaties) moet dat geld ergens heen. Een spaarrekening is in deze tijd van financiële repressie geen alternatief. Dus gaat het naar de beurs en straks ook weer naar de huizenmarkt. Dus 2014 belooft een goed jaar te worden, voor zowel voor onze vereniging als de beurs (zolang de inflatie maar niet de kop opsteekt). Een gezond en gelukkig nieuw jaar gewenst, Frans Schreiber, Voorzitter Hcc-groep beleggen. Terug naar Inhoud advertentie Terug naar Inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Leren van extreme verliezen op de beurs Bron: DNB Koersbewegingen van aandelen tijdens slechte beursdagen hebben enige voorspellende waarde voor de potentiële verliezen die tijdens een beurskrach in het verschiet liggen. Bedrijfsomvang, handelsvolume en volatiliteit van het aandeel bieden een zekere indicatie. Gevoeligheid voor een beurskrach Dat blijkt uit recent DNB-onderzoek naar de ontwikkeling van aandelenkoersen tijdens een beurskrach. Welke aandelen in een dergelijke situatie het zwaarst worden getroffen, willen vermogensbeheerders natuurlijk graag weten. Zij proberen immers een zo hoog mogelijk rendement te realiseren tegen een zo laag mogelijk risico. Vraag is echter of het mogelijk is te voorspellen welke aandelen een relatief stabiele koers hebben tijdens een beurskrach. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, hebben onderzoekers van DNB een maandelijkse score gegeven aan meer dan 2.000 aandelen met een beursnotering in de Verenigde Staten over een periode van 40 jaar. Dit op basis van de koersbewegingen tijdens dagen waarop aandelenmarkten hard onderuit gingen. Naarmate de koers beter op peil blijft, scoort het aandeel beter. Daarbij was de hypothese: hoe beter de score, des te kleiner het koersverlies van dat aandeel tijdens een beurskrach in de toekomst. Verliezen Nadere analyse toont aan dat de toegekende scores enige voorspellende waarde hebben. Uit het onderzoek blijkt dat de aandelen die de maand daarvoor de 20% slechtste scores kregen tijdens een beurskrach gemiddeld twee tot drie keer harder in waarde dalen dan de aandelen die de 20% beste scores ontvingen. Een voorbeeld hiervan zijn de koersverliezen in oktober 2008. Op dit toppunt van onrust op de financiële markten, vlak na het omvallen van de investeringsbank Lehman Brothers, verdampte bijna 20% van de beurswaarde in de Verenigde Staten. In die maand verloren de aandelen met de slechtste scores per ultimo september gemiddeld meer dan 30% van hun waarde, terwijl de aandelen die de beste scores kregen gemiddeld 10 à 15% van hun waarde moesten inleveren. Uit deze scores blijkt ook dat bedrijven waarvan de aandelen slechter presteren bij een beurskrach gemiddeld genomen een kleinere omvang hebben. Tegelijkertijd hebben aandelen met een slechtere score over het algemeen ook een hoger handelsvolume en een relatief volatiele beurskoers. Onderzoeksmethodiek Om de scores te berekenen werd een techniek ontwikkeld met behulp van extreme waarde theorie. Deze techniek is toegespitst op het meten in extreem ongunstige marktomstandigheden. Extreem ongunstig in de zin van dat er maar een kleine kans is dat zulke grote verliezen op aandelenmarkten daadwerkelijk plaatsvinden. De berekende score moet duidelijk maken welke aandelen het meest meebewegen met de algemene aandelenkoers ten tijde van een beurskrach. Geen garanties Uit het onderzoek blijkt dat de scores inderdaad een indicatie geven welke aandelen zwaarder worden getroffen door een toekomstige beurskrach. Maar de scores zijn ook niet meer dan een indicatie: een hoog rapportcijfer biedt geen garantie voor een veilige belegging. Zo verliezen ook aandelen met de beste scores aanzienlijk in waarde tijdens een beurskrach. Daarnaast is de waarde van aandelen vaak volatiel door andere oorzaken, zoals bedrijfsspecifieke informatie. Voeg daarbij dat extreme gebeurtenissen altijd verrassingen met zich mee brengen. Zo kunnen verbanden die altijd leken op te gaan voor de financiële markten, plotsklaps in rook opgaan tijdens een dag dat de beurzen diep in de min duiken. Dit alles doet geen afbreuk aan de conclusie van het onderzoek dat het voor het inschatten van financiële risico’s altijd nuttig kan zijn om grote schokken uit het verleden te analyseren. De resultaten daarvan kunnen vermogensbeheerders een extra kompas bieden om de te varen koers bij een volgende crisis uit te zetten. Lees verder: We test for the presence of a systematic tail risk premium in the cross-section of expected returns by applying a measure on the sensitivity of assets to extreme market downturns, the tail beta. Empirically, historical tail betas help to predict the future performance of stocks under extreme market downturns. During a market crash, stocks with historically high tail betas suffer losses that are approximately 2 to 3 times larger than their low tail beta counterparts. However, we find no evidence of a premium associated with tail betas. The theoretically additive and empirically persistent tail betas can help to assess portfolio tail risks. Keywords: Tail beta, systematic risk, asset pricing, Extreme Value Theory, risk management. JEL Classification Numbers: G11, G12. DNB Working Papers: Systematic tail risk (PDF: 904.2 Kb)  Publicatiedatum    7 november 2013 Terug naar Inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. Terug naar Inhoud Binaire opties: wees gewaarschuwd Bron: AFM De reclames lokken je met het vooruitzicht dat je snel veel geld kunt verdienen met binaire opties. Maar binaire opties zijn zeer risicovolle producten waarbij je vooral snel en gemakkelijk je hele inleg kunt kwijtraken. Het is bijna onmogelijk om op lange termijn winst te maken met deze producten. Binaire opties betalen een vast bedrag uit als je een goede voorspelling doet over een onderliggende waarde. De onderliggende waarde is een index zoals de AEX, een aandeel of een wisselkoers. Als je voorspelling niet uitkomt, verlies je de hele inleg. Een voorspelling is bijvoorbeeld of de onderliggende waarde op een van tevoren afgesproken moment gestegen of gedaald is. Binaire opties worden aangeboden met verschillende looptijden. Je kunt bijvoorbeeld opties kopen voor een dag, een paar uur of zelfs maar een minuut. Bij hele korte looptijden helpt een visie op de markt niet bij het voorspellen van de onderliggende waarde. De koersbewegingen omhoog of omlaag zijn dan veelal willekeurig. Binaire opties hebben daarmee kenmerken van kansspelen. De Kansspelautoriteit (de toezichthouder op het gebied van kansspelen) heeft aandacht voor deze kenmerken van binaire opties. Voorbeeld Een voorbeeld van een binaire optie is een optie die gekoppeld is aan de AEX. Stel dat de stand van de AEX 395 is. Je denkt dat de AEX gaat stijgen en koopt een binaire optie. De optie kost €50 en belooft je inleg plus €40 winst uit te betalen als de AEX een uur later hoger staat dan 395. Er kunnen zich nu twee situaties voordoen. 1. De AEX staat een uur later hoger dan 395. De optie betaalt uit en je maakt €40 winst. 2. De AEX staat een uur later lager dan 395. De optie betaalt niet uit en je verliest je hele inleg van €50. Je verlies bij een dalende AEX is groter dan je winst bij een stijgende AEX. Als je even vaak goed als fout voorspelt is je eindresultaat dus negatief. Stel je koopt 100 keer de bovenstaande binaire optie van €50 en in de helft van de gevallen voorspel je de uitkomst goed, dan verlies je in totaal €500. Je moet dus (veel) vaker goed dan fout voorspellen om op lange termijn geld te verdienen. En dat is bijna onmogelijk. Reclame en experts Aanbieders van binaire opties proberen klanten te lokken met verhalen over hoge winsten in korte tijd. Maar de kans op deze winsten is zeer klein, en dat staat er niet bij vermeld. De opties worden omschreven als zeer eenvoudige producten. De risico’s worden niet tot nauwelijks beschreven, terwijl die er wel degelijk zijn. Ook zijn er websites van zogenaamde 'experts' die je hun eigen methode laten zien om winst te maken. Deze expert verdient geld als je vanaf zijn website doorklikt naar een aanbieder van binaire opties en daar gaat handelen. Hij is dus partijdig en wil dat je zo veel mogelijk binaire opties gaat kopen. Ook als je daar veel geld mee verliest. Vertrouw dit soort websites dus niet. Terug naar Inhoud In een hypotheek kun je niet wonen Bron: Pieter van Dalen, Hans Stegeman, Me Judice, 18 december 2013. Een verlaging van de loan-to-value (LTV) ratio heeft verregaande gevolgen voor de woningmarkt. Huishoudens en vooral starters zullen meer moeten sparen voordat ze een woning kunnen kopen. Hierdoor zullen zij later starten of vaker een huurwoning betrekken. Aldus de Rabo-economen Van Dalen en Stegeman. De rigide sociale huurwoningmarkt en de krappe particuliere huurmarkt zijn echter op korte termijn niet in staat een goed alternatief te bieden voor de huidige koopwoningmarkt. Gezien de aard van de woningmarkt zal deze omslag nog jaren vergen. De afbouw van de LTV is op termijn weliswaar wenselijk, maar een te snelle verlaging zonder flankerende maatregelen van de overheid betekent dat huishoudens in de knel komen. En dat is slecht nieuws voor de woningmarkt. Pieter van Dalen Rabobank, Utrecht Pieter van Dalen werkt sinds juli 2013 als woningmarkteconoom bij het Directoraat Kennis & Economisch Onderzoek (KEO) in het team Nationaal Onderzoek. Hij doet onderzoek naar verschillende vraagstukken met betrekking tot de woningmarkt. Pieter studeerde algemene economie aan de Utrecht School of Economics. Tijdens zijn stage bij KEO schreef hij zijn Master Thesis over de interactie van nieuwbouw op de bestaande koopwoningen in Nederland, voor en na 2008. Consensus over een lagere LTV, invulling onduidelijk De commissie Wijffels (2013) presenteerde in haar rapport "Naar een dienstbaar en stabiel bankwezen" een aantal aanbevelingen voor de financiële sector. Eén van die adviezen had direct betrekking op de woningmarkt en dat betrof de voorgestelde verlaging van de LTV naar 80%. Dit zou in de toekomst onder andere de schuldkwetsbaarheid van consumenten verminderen doordat de kans op een restschuld kleiner wordt. Daarnaast zal het depositofinancieringsgat verminderen doordat banken minder geld elders moeten aantrekken. Bovendien zou dit op termijn de financieringskosten van banken kunnen verlagen en daarmee uiteindelijk de hypotheekrente. Inmiddels heeft de regering in haar "kabinetsvisie Nederlandse bankensector" (2013) de aanbeveling van Wijffels onderschreven. Er is in het kabinetsbeleid al een afbouw vastgesteld van 105% in 2013 naar 100% in 2018 (Rijksoverheid, 2012). De formulering over het toekomstig verloop van de LTV is echter vaag: “Bij robuust herstel van de woningmarkt zullen nadere voorstellen worden gedaan over de uiteindelijke LTV-ratio en het verdere afbouwpad daartoe na 2018.” Oftewel, het is nog onbekend wat het besluit zal zijn na deze periode. Eerder stelden Piljic en Stegeman (2013) al in hun paper Anders Wonen dat het logisch is om de LTV op termijn te verlagen. Niet zozeer omwille van de financiële stabiliteit, maar meer met het oog op de woonvoorkeuren van consumenten. De veranderingen op de woningmarkt die dit jaar zijn ingezet, zullen uiteindelijk leiden tot een minder verstoorde afweging tussen de huur- en de koopmarkt en maken schuldfinanciering minder aantrekkelijk door een lagere hypotheekrenteaftrek. Dit zal op termijn automatisch leiden tot een verlaging van de LTV, zonder dat de overheid dit oplegt. Waar zit het risico? LTV of LTI In Nederland wordt een maximale hypotheek vastgesteld op basis van inkomen, hypotheekrente en leeftijd volgens de NIBUD-richtlijnen (NVB, 2013). Deze financieringsnormen met de nieuwe hypotheekeisen zijn in 2013 opnieuw naar beneden bijgesteld vanwege de dalende koopkracht (NVB, 2013). De financieringsnorm heet ook wel de zogenaamde woonquote. Dit geeft de verhouding weer tussen de uitgaven voor de woning ten opzichte van het beschikbare inkomen. In de Gedragscode Hypothecaire Financieringen is nadrukkelijk gesteld dat de woonquote in principe bindend is en hypotheekbanken op geen enkele wijze meer hun eigen woonquota mogen hanteren. Uit de woonquote vloeit de verhouding tussen de lening en het inkomen voort die internationaal bekend staat als loan-to-income (LTI) ratio. Deze manier van omgaan met hypotheekverstrekking verschilt met de gewoonte in veel andere landen. Daar wordt meestal gekeken naar de LTV en veel minder naar de LTI. Doordat hypotheeknormen zeker de laatste jaren strikt worden toegepast, vallen betalingsachterstanden in Nederland in vergelijking met veel andere landen mee, ondanks een hoge LTV. Figuur 1: LTV naar leeftijdsgroepen, 2008-2011 Dat wil niet zeggen dat aan een hoge LTV geen risico’s zijn verbonden. Een LTV hoger dan 100% betekent dat verkoop leidt tot een restschuld. Dit geldt vooral voor huishoudens die de afgelopen jaren een huis hebben gekocht, het merendeel jongeren (zie figuur 1; van Wijk, 2013). Zolang het huis niet verkocht hoeft te worden, is er echter nog geen probleem. Maar het vormt wel een belemmering voor doorstroming en een probleem voor huishoudens die hun huis gedwongen moeten verkopen, bijvoorbeeld als gevolg van een scheiding of werkloosheid. Een op termijn lagere LTV is dus van belang vanwege de financiële kwetsbaarheid van gezinnen, maar ook voor het functioneren van de woningmarkt. Internationale vergelijking: vertel het hele verhaal Vaak wordt in de Nederlandse discussie over een lagere LTV verwezen naar de praktijk in Duitsland of Denemarken. Een vergelijking van schuldfinanciering op de woningmarkt staat echter niet los van de institutionele context. Figuur 2 geeft de mobiliteit weer in de huur- en koopsector in een aantal Europese landen. Meteen valt op dat de mobiliteit in de huursector in alle landen groter is dan in de koopsector. Dit is logisch: bij de aanschaf van een woning zijn er hogere transactiekosten dan bij een huurwoning. Denk daarbij aan de kosten voor verwerving en financiering. Daarnaast valt op dat de mobiliteit op de Nederlandse huurmarkt aanzienlijk lager is dan in landen waar een lagere LTV wordt gehandhaafd zoals Duitsland, Denemarken of Engeland. Dit is onder andere te wijten aan de lange wachtlijsten in de Nederlandse sociale huursector (Beetsma, 2012) en de in internationaal opzicht zeer kleine particuliere huursector. Figuur 2: Mobiliteit in de koop- en huursector (a) De mate van mobiliteit is gebaseerd op een enquete van de ECHMP van 1990-2000. Een hoger mobiliteitspercentage duidt aan dat men sneller vanuit een huur- of koopwoning kan verhuizen naar een andere woning. Onderontwikkelde huursector Hans Stegeman Rabobank, Utrecht Hans Stegeman werkt sinds 2007 bij Economisch Onderzoek als econoom en sinds 2009 als hoofd van het team Nationaal Onderzoek. Daarbij is hij verantwoordelijk voor al het onderzoek van KEO naar de Nederlandse en regionale economie en huizenmarkt. Ook is hij een van de auteurs en projectleider van het onlangs verschenen boek "IN2030: Vier vergezichten". Hans studeerde Algemene Economie aan de Universiteit Maastricht en werkte hiervoor onder andere als onderzoeker bij het Centraal Planbureau. De particuliere huursector in Nederland is dus een onderontwikkeld alternatief. Dit komt doordat het voor zowel vragers als aanbieders niet aantrekkelijk was (en nog steeds is) om in dit segment actief te zijn. Voor vragers was ofwel de sociale huursector een goed alternatief (met lagere huur, goede kwaliteit van woningen, maar wel lange wachtlijsten), ofwel de koopsector (met door de hypotheekrenteaftrek vaak lagere maandlasten dan voor een private huurwoning). Voor aanbieders en investeerders was de private huursector vaak niet rendabel, omdat niet te concurreren viel met de sociale huursector en de koopwoningsector. In deze situatie komt nu langzaam verandering door het tegengaan van scheefwonen, hogere huurstijgingen in de sociale huursector en verminderde hypotheekrenteaftrek. De verhuurdersheffing daarentegen beperkt op dit moment echter wel een verdere uitbreiding van deze sector. Andere landen, andere keuzes Het woningaanbod is één onderdeel van de totale context. Ook de financieringskant speelt een belangrijke rol bij de hoogte van de LTV. In Nederland is consumptief lenen boven de maximale LTV voor de aankoop van een woning niet mogelijk. In de Gedragscode Hypothecair Financieren is namelijk nadrukkelijk gesteld dat bij de hoogte van de hypotheek rekening moet worden gehouden met consumptief krediet en andere lasten die horen bij de gezinssituatie. Nederland heeft met een maximale LTV van 105% bij aankoop op dit moment[1] dan ook relatief weinig betalingsproblemen. In andere landen zoals de VS (Dröes, 2011), Denemarken en Canada (SER, 2013) ligt de nadruk op een maximale LTV, waar in Nederland de woonquote de primaire norm is. Een maximale LTV van boven de 100% is in veel landen ondenkbaar (zie figuur 3). In de Verenigde Staten wordt een hypotheek met een LTV van boven de 80% gezien als buitengewoon risicovol (Dröes, 2011). Op die manier zou men kunnen stellen dat verschillende landen verschillende keuzes hebben gemaakt in een juiste verhouding tussen de woonquote en de LTV. Een te scherpe norm op beide ratio’s kan ervoor zorgen dat het kopen van een huis te moeilijk wordt. Tegelijkertijd kan een te lage norm te veel risico stimuleren en leiden tot meer betalingsachterstanden. Figuur 3: Gemiddelde LTV bij aankoop in internationaal perspectief Verwante beleidsdiscussie, invulling nog onduidelijk Naast de binnenlandse discussie over de verlaging van de maximale hypotheek is er ook een bredere discussie ontstaan met betrekking tot de maximale hoogte van de LTV en de woningmarkt. Onder Bazel III wordt mogelijk de regel ingevoerd dat gesecuritiseerde hypotheken een gemiddelde maximale LTV bij uitgave moeten hebben van 80% (BIS, 2013). Momenteel hebben de meeste Nederlandse hypotheekpakketten nog een hogere gemiddelde LTV dan 80%.[2] Verdere invulling is nog onduidelijk; het is onbekend of hypotheken met NHG (doorgaans met een hogere LTV) hiervan worden vrijgesteld. Voor gedekte obligaties geldt al wel een maximale LTV van 80% (EC, 2008). De binnenlandse discussie over de hoogte van de maximale LTV kan hierdoor dus in een ander daglicht komen te staan. Geleidelijke verlaging is de enige optie Een hoge LTV is dus enerzijds meer risicovol, maar anderzijds de uitkomst van de structuur van en instituties op de Nederlandse woningmarkt. Een verlaging van de LTV moet dan ook in samenhang met de rest van de woningmarkt worden bezien. Een lagere LTV voor nieuwe hypotheken zal ingrijpende gevolgen hebben voor de woningmarkt als deze snel wordt ingevoerd. Bij een LTV van 80% moet voor een gemiddelde woning (€ 214.778; CBS, 2013) plus kosten koper (gemiddeld 6%; Kosten Koper, 2013) ruim € 55.000 worden gespaard. Voor doorstromers met een restschuld is dit een forse aanslag op de verhuismobiliteit. Daarnaast moeten vooral starters extra sparen. Met een gemiddelde prijs voor een starterswoning van € 175.125[3] en de kosten koper vereist dit een vermogen van ruim € 45.000. Van de recent verhuisde starters had 78% echter geen vermogen in box 3 (figuur 4) en zal hiervoor dan ook jaren moeten sparen. Figuur 4: Te weinig vermogen bij recent verhuisde starters Deze starters zouden dus tussentijds moeten gaan huren om vermogen te sparen, of langer bij ouders of bijvoorbeeld in studentenhuizen moeten blijven wonen. Het alternatief van huren zou verreweg het beste zijn: in het begin van de carrière is zowel de werk- als de privésituatie immers nog aan grote veranderingen onderhevig. Het is dan voor velen efficiënter om flexibeler te wonen. Dit loopt echter vast op een belangrijk knelpunt van onze woningmarkt: een statische[4] sociale huurmarkt en een zeer krappe particuliere huurmarkt. Een lagere LTV komt er wel De prijsdalingen sinds 2008 hebben aangetoond dat ook de Nederlandse woningmarkt, en daarmee samenhangend het financieringsmodel, niet onfeilbaar is. Ondanks de lage betalingsachterstanden door de primaire focus op de woonquote heeft een hoge LTV geleid tot een restschuld en een lagere verhuismobiliteit. Het is verstandig hieruit lessen te trekken. Dit heeft het kabinet al gedaan door de LTV af te bouwen naar 100% in 2018. Tegelijkertijd moet een verdere afbouw van de LTV naar bijvoorbeeld 80% - zoals voorgesteld door de commissie Wijffels - niet overhaast worden doorgevoerd en zeker niet dwingend worden opgelegd. Dat gebeurt ook niet in andere landen. Banken verstrekken al een goedkopere hypotheek als er eigen spaargeld wordt meegenomen. Dit komt onder andere door toezichtskader Bazel III. De markt begint dus al te werken aan de financieringskant. Een te snelle verlaging van de LTV legt direct het andere structurele probleem bloot op de woningmarkt: de statische sociale huurmarkt en een krappe particuliere huurmarkt. Gezien het voorraadkarakter van de woningmarkt zal het jaren duren voordat dit alternatief goed is ontwikkeld. Daarnaast zal een snelle afbouw van de LTV starters dwingen om scheef te gaan wonen, bij hun ouders te blijven of consumptie uit te stellen. Bovendien zullen doorstromers gezien hun restschuld nóg meer vast komen te zitten. Tevens is het de vraag of huishoudens ook zelf geen lessen zullen trekken uit de economische crisis. In een hypotheek kun je namelijk niet wonen. Het gaat om een huis dat voldoet aan de woonwensen van huishoudens. In Nederland wil men graag alles reguleren, maar een financiële prikkel om te gaan sparen is waarschijnlijk meer dan genoeg om fouten uit het verleden op de woningmarkt te voorkomen. Voetnoten Voor 2012 was dit 104% plus 6% overdrachtsbelasting. Nu is deze belasting permanent verlaagd naar 2%. Daarnaast wordt deze 104% met een procentpunt per jaar verlaagd, waarvan er al één is gerealiseerd. Deze hypotheekpakketten kunnen worden gemengd met (bestaande) hypotheken met een lagere LTV dan 80%. Hierdoor kan de gemiddelde LTV van het hypotheekpakket naar beneden worden gebracht. Eigen berekening op basis van WoON2012. Lees voor een uitgebreide onderbouwing: Piljic en Stegeman (2013). Referenties zie onderaan bronartikel op Me Judice Terug naar Inhoud Online info over provisieverbod Bron: Redactie Het provisieverbod voor complexe en impactvolle financiële producten is een jaar oud. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) grijpt dit moment aan om antwoorden op veelgestelde vragen uit de markt te bundelen en te delen. Ook publiceert de AFM een aantal uitgangspunten die zij zelf gebruikt bij het beoordelen van nieuwe verdienmodellen of bedieningsconcepten. Geen verborgen kosten meer De beloning van adviseurs en van directe aanbieders mag door het provisieverbod niet meer in de prijs van het product zitten. Ook mogen adviseurs voor deze producten geen vergoeding (provisie) meer ontvangen van de aanbieder. Dit betekent dat de adviseur niet langer afhankelijk is van de productaanbieder voor zijn beloning. Hierdoor kunnen adviseurs en directe aanbieders het belang van de klant nog beter centraal stellen. Het is nog te vroeg om de balans op te maken, maar de AFM ziet dat het provisieverbod de gewenste cultuurverandering aanwakkert. Onafhankelijke adviseurs en directe aanbieders hebben een grote inspanning geleverd om veranderingen in de bedrijfsvoering door te voeren en om de veranderende relatie met de klant vorm te geven. De AFM vindt het bijvoorbeeld positief dat partijen nieuwe (online) bedieningsconcepten ontwikkelen, waaronder concepten waarbij de klant de keuze heeft een aantal zaken zelf te doen. Geen belemmering om klanten te helpen  Steeds meer mensen krijgen het financieel zwaarder door de huidige slechte economische omstandigheden. Dit kan leiden tot betalingsproblemen bij b.v. een hypotheek. Bij deze klanten is het belangrijk om rond de tafel te gaan zitten om meer inzicht te krijgen in hun financiële positie en te kijken of er mogelijkheden zijn om iets aan de hypotheek, de inkomens- of bestedingenkant te veranderen zodat er weer lucht ontstaat. Aanbieders of intermediairs kunnen hierover gewoon het gesprek aangaan met klanten zonder een rekening te sturen. Deze werkzaamheden vinden in beginsel plaats in het kader van beheer. In het algemeen geldt voor aanbieders dat werkzaamheden in het kader van beheer niet onder het provisieverbod vallen. Als het toch nodig is om een nieuwe overeenkomst te sluiten dan stelt de AFM zich op het standpunt dat de werkzaamheden die hiervoor nodig zijn ook niet in rekening hoeven te worden gebracht. Het is evident niet in het belang van de klant, en ook niet reëel om in dit soort probleemsituaties een rekening te sturen. Duidelijkheid De regelgeving over het provisieverbod bestaat deels uit open normen. Financiële dienstverleners vinden het soms lastig om invulling te geven aan open normen, omdat ze onzeker zijn over wat nu precies wel en niet kan. De AFM deelt daarom een aantal uitgangspunten die zij zelf gebruikt bij het beantwoorden van vragen over open normen: Adviseurs zijn vrij om zich volledig op het belang van de klant te richten. De klant betaalt rechtstreeks voor advies en het afsluiten van een financieel product. De klant kan een bewuste keuze maken voor een financiële dienstverlener. Er is een eerlijke overgang naar provisieloos werken. Het doel van deze uitgangspunten is het bijdragen aan een consistente invulling van het provisieverbod door alle marktpartijen. Q&A Ook heeft de AFM de belangrijkste vragen over belangrijke deelonderwerpen van het provisieverbod en de antwoorden daarop gebundeld. Informatie over het provisieverbod en beloning voor financiële dienstverlening Veelgestelde vragen over het provisieverbod Publicaties over het provisieverbod Terug naar Inhoud Achtergestelde schuld in trek bij Nederlandse grootbanken Bron: DNB Nederlandse grootbanken hebben sinds halverwege vorig jaar bijna € 13 miljard aan achtergestelde schuld geplaatst. Banken spelen hiermee in op verbeterde marktomstandigheden en veranderende Europese regels De afgelopen jaren nam de uitgifte van achtergestelde schuld door de Nederlandse grootbanken sterk toe (Grafiek 1). Vooral sinds medio 2012 is er veel achtergestelde schuld geplaatst. Rabobank haalde € 6,0 miljard op, ING € 4,1 miljard en ABN AMRO € 2,8 miljard. Met dergelijke uitgiftes kunnen de banken hun verliesabsorberend vermogen vergroten. Achtergestelde schuldhouders vangen bij faillissement namelijk verliezen op vóór reguliere schuldhouders, maar na aandeelhouders. Grafiek 1. Uitgifte achtergestelde schuld door Nederlandse grootbanken In miljoenen euro's. Betreft alleen publieke transacties.   Het grote volume aan uitgiftes valt samen met een periode van verbeterde marktomstandigheden voor Europese bankschuld. Sinds de introductie van onconventionele maatregelen van de ECB namen de risicopremies op Europese bankobligaties sterk af. Ook in Nederland daalden de risicopremies op achtergestelde obligaties (Grafiek 2). Grafiek 2. Risicopremies achtergestelde schuld Nederlandse grootbanken  Bloomberg I-spread, basispunten boven de renteswap. Europese bankregulering stimuleert uitgifte achtergestelde schuld De verbeterde marktomstandigheden komen goed uit met het oog op nieuwe Europese bankregels. Deze vergroten de behoefte aan achtergestelde schuld. Ten eerste doordat vanaf 2019 nieuwe kapitaalregels gelden die strengere eisen stellen aan de kwaliteit van achtergestelde schuld. Omdat de schuld die nu uitstaat vaak niet aan deze nieuwe eisen voldoet, moeten banken nieuwe instrumenten uitgeven of huidige instrumenten omzetten.   Ten tweede geeft ook de onlangs overeengekomen richtlijn herstel en afwikkeling van banken (BRRD) een prikkel om achtergestelde schuld uit te geven. Een belangrijk doel van de BRRD is om te voorkomen dat de overheid altijd garant moet staan voor systeembanken. Verliezen van banken die failliet gaan, komen in het vervolg eerst voor rekening van beleggers, mede door de introductie van het zogenaamde bail-in instrument in 2016. Via dit instrument betalen aandeelhouders en obligatiehouders mee bij faillissement. Hierdoor worden risico’s op voorhand beter geprijsd en de inzet van belastinggeld beperkt.   Bail-in kan de behoefte aan achtergestelde titels vergroten. Tot dusver bleven beleggers in reguliere bankobligaties buiten schot bij het falen van een bank, maar door de introductie van bail-in delen zij voortaan mee in de verliezen. Hierdoor stijgt de risicoperceptie onder dit type beleggers. Door meer achtergestelde schuld aan te houden, kunnen systeembanken de relatief grote groep reguliere schuldhouders, de zogenoemde senior ongedekte schuldhouders, beschermen. Meerdere Nederlandse grootbanken geven aan hiermee bezig te zijn. Meer verliesabsorberend vermogen, lagere risicopremie op senior ongedekte schuld Dat senior ongedekte schuldhouders belang hechten aan een dikke laag verliesabsorberend vermogen (inclusief aandelenkapitaal en achtergestelde schuld) blijkt ook uit de cijfers. Zij vragen namelijk een lagere risicopremie op obligaties van Europese banken met meer verliesabsorberend vermogen (Grafiek 3). Grafiek 3. Correlatie tussen verliesabsorberend vermogen en risicopremie op senior ongedekte schuld. Sample bestaat uit 49 grote Europese banken. NB: Dit verband blijft negatief en significant wanneer in een regressieanalyse wordt gecorrigeerd voor omvang en land van herkomst (significantieniveau van 99%, adjusted R2 van 0,56). Bron: Bloomberg, jaarverslagen banken Terug naar Inhoud Nederlandse economie groeit licht in het derde kwartaal Bron: CBS De Nederlandse economie is in het derde kwartaal van 2013 met 0,2 procent gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder. Bij de eerste raming, gepubliceerd op 14 november, kwam de groei uit op 0,1 procent. Bij de berekening van de kwartaal-op-kwartaalontwikkelingen is gecorrigeerd voor werkdag- en seizoeneffecten. Ten opzichte van een jaar eerder kromp de economie in het derde kwartaal met 0,4 procent. Volgens de eerste raming was dat 0,6 procent. De uitvoer van goederen en diensten en de consumptie door de overheid zijn opwaarts bijgesteld. De invoer van diensten, de consumptie door huishoudens en de investeringen zijn neerwaarts bijgesteld. Het derde kwartaal van dit jaar kende één werkdag meer dan het derde kwartaal van vorig jaar. In het derde kwartaal van 2013 waren er 160 duizend banen van werknemers minder dan in hetzelfde kwartaal van 2012. Dit is een daling van 2,0 procent. Bij de eerste raming was de krimp van het aantal banen eveneens 2,0 procent. Na correctie voor seizoeninvloeden is het aantal banen 47 duizend lager dan in het tweede kwartaal van 2013. Dit komt overeen met een daling van 0,6 procent. Bij de eerste raming was het banenverlies 46 duizend. In het derde kwartaal van 2013 waren de lonen per arbeidsjaar 1,9 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Bruto binnenlands product Uitvoer groeit licht Het bruto binnenlands product (bbp) is opgebouwd uit vier bestedingscategorieën: investeringen, handelssaldo, consumptie door huishoudens en consumptie door de overheid. In het derde kwartaal van 2013 daalde de consumptie door huishoudens met 2,7 procent en de daalden de investeringen met 3,7 procent ten opzichte van een jaar eerder. De consumptie door de overheid kromp met 0,9 procent. De uitvoer van goederen en diensten groeide met 2,3 procent en de invoer kromp met 0,2 procent. Bestedingen Het bbp kan ook worden bepaald vanuit de productie van goederen en diensten. Vooral de delfstoffenwinning en de niet-commerciële dienstverlening  droegen in het derde kwartaal positief bij aan de bbp-ontwikkeling. Bijdragen bedrijfstakken aan de bbp-ontwikkeling, 2013-III Terug naar Inhoud Abenomics, instauratie, balansburger, bibbergeld, Dijsselbloemdoctrine, sequester..... Bron: DBF Ook dit jaar heeft weer een aantal nieuwe begrippen rondom economie en financiële markten opgeleverd. We hebben er een aantal nieuwe begrippen die in het nieuws waren in 2013 voor u op een rijtje gezet. | aanrechtsubsidie | Abenomics | allnighter | balansburger | beursafgang | beursgangbonus | | bibbergeld | Bitcoinautomaat | Blauwe Vrijdag | Blok-hypotheek | bonusbonanza | | cash mob | consularis | crexit | |Dijsselbloemdoctrine | draaideurindex | Draghi put | | duohypotheek | econocide | Economic Semester Officer | EUSSR | flash dump | flexicurity | |Frankrupt | G-woord | getrouwheidsrekening | Great Rotation | instauratie | kraamkamergedachte | kroningseuro | kroningsmunt | kroningstientje | | kruimelcontracten | kuddebeleggen |  | kwartaalkapitalisme | Kwik, Kwek en Kwak | loonzeepbel | magic | roundabout | oceaaninkomen | | offshore leaks | omgekeerde bad bank | ondergedompelde economie | | pensioenkrater | pinroof | prosociale bonus | renterovers |  |rommelrally | sequester | spaarpot op zee | tapering | |The Great Homecoming | verdrukte midden | volkslening | wafelhuisindex | wantrapreneur | |weggeefbonus | zorgnomade De betekenis van bovenstaande woorden kunt u terug vinden in de meest uitgebreide en diepgravende financieel-economische lexicon in het Nederlandse taalgebied De Financiele begrippenlijst. zo staat er voor bibbergeld het volgende: bibbergeld Vlaams: gevarentoeslag, risicopremie. Voorbeeld ‘CME, de grootste Amerikaanse derivatenbeurs, verhoogt de buffer die beleggers moeten betalen om hun posities in Amerikaanse renteswaps af te wikkelen met 12 procent. CME zet zich als clearingpartij tussen koper en verkoper van renteswaps en garandeert beide partijen de stipte uitvoering. De cashdeposito’s - een fractie van de hoofdsom - die de beurs bij elke transactie eist, is een soort bibbergeld dat beleggers betalen als verzekering voor het geval dat de onderliggende schuldenaar van de contracten - in dit geval dus de Amerikaanse overheid - in gebreke blijft.’ Bron: Tijd.be - 16-10-2013.        Zie ook: risicopremie, buffer, onderpand, margin. en voor sequester: sequester Sequester betekent letterlijk onder meer: gerechtelijk beslag. Term die gebruikt wordt voor de automatische uitgavenstop en verplichte bezuinigingen op het federale overheidsbudget in de Verenigde Staten, mochten democraten en republikeinen niet tot overeenstemming komen over het overheidsbudget (begrotingscompromis). Voorbeeld 'Obama zal sequester-deadline missen - In Washington nadert de zoveelste politieke deadline. Als het congres en het Witte Huis voor vrijdag geen akkoord bereiken over een verlaging van de staatsschuld. Dan komen er drastische bezuinigingen aan, die alles en iedereen raken, dus ook de marine. Correspondent Wessel de Jong bekijkt er de mogelijke gevolgen van de sequester' Bron: NOS Nieuws - 27-02-2013.      Zie ook: debt ceiling, begrotingsravijn, fiscal cliff. Ook: sequesterbesparingen De Financiele begrippenlijst is een financieel woordenboek met meer dan 12.500 begrippen op het gebied van economie, geld, financiële markten, beurs en beleggen, onderling verbonden door meer dan 125.000 verwijzingen. De Financiële Begrippenlijst is geen ‘wiki’; een deskundige redactie houdt de inhoud voortdurend actueel, hierbij actief geholpen door de bezoekers van de website. Nieuwe lemma’s worden bijna dagelijks toegevoegd, aan de inhoud wordt voortdurend geschaafd. Onafhankelijk, niet geliëerd aan enige financiële instelling. Na registratie heeft u verder een kosteloze toegang. Terug naar Inhoud   IG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: jhbvdmeulen@kpnmail.nl Meedoen kan Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggersymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt. Met name voor de organisatie van deze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming van onze symposia. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ook deelname aan redactie van de website, de nieuwsbrieven, het beheren van het forum of website of delen daarvan behoort tot de mogelijkheden. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan een van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met Michel Hupkens Klik Hier  Terug naar Inhoud Agenda Bron: HCC Beleggen redactie De HCC Beleggen Kalender op onze website en  deze Agenda zijn inmiddels een begrip onder beleggers in Nederland en België geworden. Voor veel andere sites zijn wij de de facto bron van informatie. Toch zijn nog niet alle events in onze Agenda opgenomen. Daarom willen we ook aanbieders van seminars, cursussen en beleggersbijeenkomsten in de gelegenheid stellen, zelf hun events aan te kondigen, zowel op ons forum als in onze nieuwsbrieven. Plaatsing van (vrij toegangkelijke) educatieve bijeenkomsten zijn kostenloos. (Bijeenkomsten met een educatief karakter welke niet gratis toegankelijk zijn danwel bijeenkomsten met een niet uitsluitend educatief karakter kunnen onder voorwaarden ook in onze agenda opgenomen worden. Wilt u meer weten neemt u dan even contact  op met de redactie) Terug naar Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

5 januari 2014

...

Nieuwsbrief20131201

December 2013 Bezuinigingen, het eind van een dogma? Wijdverspreide misverstanden over de crisis Pas op bij beleggen in grond Aanpassing arbeidsmarkten heeft effect Update Short selling verordening Cryptogeld na of naast de Bitcoin Meedoen kan Agenda Bezuinigingen, het eind van een dogma? Bron: Presseurope, Libération, 21 november 2013 Volgens een onderzoek  dat is opgesteld door Jan in ’t Veld, een econoom van de Europese Commissie, heeft het bezuinigingsbeleid dat Europa de laatste jaren gevoerd heeft negatieve effecten gehad op de groei en op de werkgelegenheid. Libération  Parijs Taal : Frans,  Oplage : 130.500 website: Libération Links en vrijpostig: sinds de oprichting in 1973 van de krant onder de bezielende leiding van Jean-Paul Sartre onderhoudt Libération dit imago. Het dagblad verkeerde in 2005 in financieel noodweer en is toen voor 40 procent overgenomen door Edouard de Rothschild, waarna diverse vooraanstaande medewerkers zijn opgestapt, onder wie Florence Aubenas (de correspondente die in 2005 een paar maanden in Irak werd gegijzeld), filmcriticus Antoine de Baecque en romanschrijver Jean Hatzfeld. De website van de krant wordt iedere dag meermalen bijgewerkt en aangevuld met foto's en geluids- en videofragmenten. Zo zou Frankrijk tussen 2011 en 2013 4,8% aan cumulatieve groei hebben verloren, schrijft Libération, en Griekenland " heeft het trieste record qua verlies aan rijkdom: over deze periode (van drie jaar) zou het bezuinigingsbeleid dat aan Athene is opgelegd zich hebben vertaald in een groeiverlies van 8,05 %. Italië, Spanje en Portugal zouden respectievelijk een verlies van 4,9 %, 5,4 % en 6,9 % van hun bbp hebben geïncasseerd. Zelfs het vlijtige Duitsland zou hebben ingeboet (2,61 %). " Het dagblad meent: " Ook al is dit document, dat het logo van de Europese Commissie draagt, slechts door één gerenommeerde econoom geschreven, de auteur is niet de enige die dit onderzoek onderschrijft. Hij zegt dat het bezuinigingsdogma langzamerhand afbrokkelt en dreigt in te storten [...] Aangezien er geen grote ontwikkelingsprojecten mee gepaard gaan, remmen de bezuinigingen de economie af en voeden ze verzet en populistische bewegingen. " Terug naar Inhoud advertentie Terug naar Inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Wijdverspreide misverstanden over de crisis Bron: Frank van den Berg, “Wijdverspreide misverstanden over de crisis”, Me Judice, 18 november 2013 In het debat over de zich voortslepende economische crisis zijn een aantal steeds herhaalde misverstanden terug te horen, waaronder het idee dat bedrijven niet meer bij banken voor leningen terecht kunnen. Ook zou de crisis de schuld zijn van het 'neoliberalisme'. Voormalig bankier en ondernemer Frank van den Berg zet deze en een aantal andere misverstanden recht. “Het is de schuld van het aandeelhouderskapitalisme en neoliberalisme” Nee, de crisis heeft juist haar oorzaak in het ongecontroleerde “managerssocialisme”, dat tot een perverse bonuscultuur geleid heeft. Daar hebben aandeelhouders weinig over te vertellen. Deze too big to fail houding leidt tot vernietiging van duizenden miljarden euro in aandeelhouderswaarde. Als er “neoliberalisme” zou hebben geheerst, dan zouden banken nooit gered zijn (maar voor €1 door de Staat zijn overgenomen, met een gedwongen hair cut voor obligatiehouders en vertrek van de (sub)top zonder compensatie). Sterker nog, dan zou het nooit zo ver zijn gekomen, want dan zouden bankmanagers zich niet op deze manier opportunistisch hebben gedragen. Zij zouden niet die onverantwoorde risico’s zijn aangegaan. Profits are privatized, losses socialized. Banken zijn echter belangrijk, als een ondersteunende functie. In de UK bedroeg de financiële sector in de 1970-er jaren 4% van het BNP, in 2007 8%; nu wat lager. Het is het gevolg geweest van oligopolistische machtsvorming, geen economische verdienste. “Er moet een Marshall-investeringsplan komen” Nee, er wordt minder meer uitgegeven, de stijging daalt. Op deelgebieden wordt bezuinigd, niet op totale staatsuitgaven. Er is al jarenlang een mega-Marshall-investeringsplan gaande. Tussen 2007 en nu is de staatsschuld met €180 miljard opgelopen naar €436 miljard. De staatsuitgaven zijn gestegen van €239 miljard in 2008 tot €261 miljard in 2013 en de staatsschuld van 45% in 2007 van het BNP naar 75% nu. Onder minister Bos is tussen 2007 en 2010 de staatsschuld geëxplodeerd van €258 miljard naar €371 miljard. Dat is “slechts” voor €50 miljard te verklaren uit de staatsinterventie in banken. Door de lastenverhogingen is de collectieve uitgavenquote gestegen van 45% van het BNP in 2007 tot 50% nu. “De staatsteun van €30 miljard in Fortis/ABN Amro is een bodemloze put” Nee, die komt deels terug, al is er wel te veel betaald. De totale staatssteun heeft €50 miljard bedragen. Als ABN Amro niet was overgenomen door RBS c.s., had de Staat voor €80 miljard moeten interveniëren (na de bank voor €1 overgenomen te hebben). De top was zonder enige ontslagvergoeding naar huis gestuurd. “De financiële problemen zijn de schuld van Amerika; Amerikaanse banken moeten meer afschrijven op slechte activa dan Europese” Frank W. van den Berg sinds 2001 docent Financiële Economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam Hij was daarvoor ingenieur, bankier en industrieel ondernemer. Hij is 14 jaar lid van een Gemeenteraad en daarvoor van Provinciale Staten. Hij heeft 13 jaar in Azië en Amerika gewoond en gewerkt. Hij is te bereiken onder e-mail adres f.w.vanden.berg@vu.nl Nee, het is wel daar begonnen met agressieve securitisation van sub-prime hypotheken en Alt-A leningen, die vervolgens massaal ook door Europese banken gekocht werden. In Amerika is $1.200 miljard afgeschreven en in Europa $1.600 miljard, vooral in Noordwest-Europa, niet in Zuid-Europa. Daar zitten de verliezen in de ingestorte onroerend goed markt. Amerikaanse banken hebben al schoon schip gemaakt. Europese bankiers hebben blindelings de credit ratings van Standard & Poors en Moody’s aangenomen: duidelijk een belangenconflict, maar bankiers moeten zelf oordelen over kredietwaardigheid. “Het is de schuld van ex-president Bush en de Federal Reserve” Nee, onder ex-president Clinton is juist het programma begonnen om minder kapitaalkrachtigen aan hypotheken te helpen. Daarvóór onder Carter werd eind 1970-er jaren de hypotheekverstrekking bevorderd, door banken te verbieden aan red lining te doen. Greenspan was te “optimistisch” t.a.v. de nieuwe financiële producten en de snelle toename van de geldvoorraad met te lage rentes. Velen waarschuwden dat een geldvoorraadtoename van 10% p.a. vóór 2007 niet goed kon blijven gaan, terwijl de reële economie met 3% per jaar groeide. In de aanloop naar de kredietcrisis was jarenlang geld lenen te goedkoop. “Grote bedrijven kunnen geen geld meer lenen” Nee. Grote bedrijven lenen middels obligaties en commercial paper, voor zover überhaupt nodig. Veel multinationals hebben een overschot aan liquiditeit. Middelgrote bedrijven kunnen nog uitstekend bij banken terecht. MKB bedrijven hebben deels wel een probleem, vroeger echter ook. Met bedrijven met een goed business model, gezond trackrecord en solide management doen banken graag zaken. Startende ondernemingen moeten met eigen startkapitaal, venture capital en private investeerders gefinancierd worden. Dat is niet de rol van banken. “Amerikaanse banken staan op omvallen” Integendeel, de grote Amerikaanse banken zijn in betere conditie dan de Europese. De US regulators hebben de banken gedwongen om kapitaalemissies te plegen waardoor hun kapitaalbuffers hoger zijn. Amerikaanse banken zijn daarom beter dan Europese in staat om geld uit te lenen. De Basel III regels dwingen Europese banken hun vermogens op te krikken tot 12% of hoger, maar ze krijgen daar langer de tijd voor. “De euro stort in elkaar” Nee, er is een economische crisis in Zuid-Europese landen, geen crisis met de euro zelf. De euro is volgens het koopkrachtpariteitbeginsel zelfs aan de hoge kant. Als Amerikaanse staten of steden in zwaar weer zitten en financieel moeten bezuinigen, zoals California of Detroit, zeggen we niet dat de dollar in elkaar stort. In die Amerikaanse staten en steden zijn dan ook de collectieve uitgaven aangepast. Voor Zuid-Europese landen is de euro hoog, maar dat dwingt tot aanpassingen. “De staatsschuld van Amerika is hoger dan de Europese” Nee, als % van het BNP ongeveer gelijk, in Amerika: $16,7 biljoen, 100% van het BNP; in alle EU landen samen: 93%. Allebei verder stijgend. “China financiert grotendeels de Amerikaanse staatschuld” Nee, twee derde van de $16,7 biljoen staatsschuld is binnenlands, in handen van Amerikaanse burgers en instellingen. “Slechts” 8 % wordt door China gefinancierd, evenveel als Japan. Alle Europese landen bij elkaar nemen een groter percentage voor hun rekening. “Goed dat de discount rate verlaagd wordt tot 0,25%” Nee, dit is een cadeautje aan banken om hun kapitaalbuffers te versterken. Het juiste middel daarvoor is om de kostenstructuur te matigen. De historisch lage rente is slecht voor het vertrouwen van burgers. Huishoudens potten op, omdat het zo weinig oplevert. Het leidt tot de volgende financiële zeepbel met asset-inflatie. Het rendement op sparen is negatief. Dus investeerders zoeken hun heil in aandelen en andere waardepapieren. “Amerika drukt miljarden extra dollars om de economie te steunen” Nee: er worden geen dollars “gedrukt”, wel slechte activa teruggekocht door de Fed (quantitative easing). De totale liquiditeitenmassa stijgt hierdoor, met gevaar voor inflatie. De ECB doet hetzelfde met het opkopen van obligaties van Zuid-Europese landen, maar wil die later terug verkopen in de markt . Hoe dan ook, cadeautje van de Centrale Bank aan banken, i.p.v. dat die gedwongen worden hun excessieve beloningsstructuur te matigen, inclusief het salarisniveau. “Europese landen participeren minder in de financiële sector dan Amerika” Nee: In Amerika is $700 miljard geïnvesteerd inclusief $180 miljard voor AIG. In Europa is een vergelijkbaar bedrag geïnvesteerd, inclusief garanties voor een totaal van €5.000 miljard. Die Amerikaanse staatssteun van $700 miljard is voor een groot deel met rente en winst terugbetaald. Niet in Europa. “De kredietcrisis is veroorzaakt door triljoenen aan derivaten” Nee, er gaat weinig fout met opties, futures, termijncontracten en swaps , allemaal legitieme financiële producten. Sommige instellingen zijn de mist ingegaan met interest rate swaps. Er waren wel grote problemen met credit default swaps bij AIG, dat zijn geen derivaten, maar garanties. AIG heeft te veel CDS’s uitgeschreven, dat tot een redding van $180 miljard heeft geleid. Hierdoor zijn de grote Amerikaanse investment banks overeind gebleven, evenals Europese systeembanken. Europa mag Amerika bedanken voor dit “cadeautje”. “Pomp aardgasbaten in de economie” Nee, we doen niet anders, en onverstandig met het oog op verminderde reserves. De gasbaten bedragen €12 miljard per jaar. De jaarlijkse opbrengst is feitelijk aanzienlijk hoger door dividend- en vennootschapsbelasting die de energiesector genereert en door extra energiebelastingen, die nog eens €10 miljard per jaar opleveren. Aardgas geeft een enorme jaarlijkse impuls. De totale toegevoegde waarde van aardgas kan is €400 - 500 miljard. In tegenstelling tot Noorwegen en Singapore hebben we geen Investeringsfonds. Die miljarden zijn deels besteed aan infrastructuur, meer nog aan sociale voorzieningen. “Europa moet een fiscale unie vormen” Nee, dan zouden prikkels voor Zuid-Europese landen om te hervormen wegvallen. In Amerika is dit ook niet zo. Alsof Washington Detroit financieel overeind houdt. Die moet zelf geld op de kapitaalmarkt lenen en betaalt meer rente dan de federale overheid. Zo’n systeem dwingt discipline af bij Zuid-Europese potverteerders. Met Eurobonds, die met een opslag doorgeleend kunnen worden, valt die dwang tot hervorming weg. “Europa moet haar belastingstelsel harmoniseren” Nee, ook niet zo in Amerika. Er zijn grote verschillen tussen staten, en binnen staten tussen steden. In New York zijn naast Federal Tax (20 tot 35%): 3,5% City Tax, 8% State Income Tax en 8,8% Sales Tax. De totale marginale belastingdruk in New York is 55% boven inkomens van $400.000. Daarnaast is Property Tax verschillend per county en per city. Er is geen uniform belastingstelsel, maar concurrentie tussen staten en steden. “Alleen in Nederland is hypotheekrente aftrekbaar” Nee. In veel landen is de rente aftrekbaar. Als rente-inkomsten belast zijn, is het consistent dat rente-uitgaven aftrekbaar zijn. In België is de rente niet aftrekbaar, en onbelast. Het is misleidend om van een “villasubsidie” te spreken. Iedereen kan het gebruiken, het is een reductie van hoge belastingen en de huursector wordt gesubsidieerd. Het voordeel van aftrek is al beperkt door huurwaardeforfait bijtelling. Voor het complete artikel Klik hier Terug naar Inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. Terug naar Inhoud Pas op bij beleggen in grond Bron: AFM Newsroom Consumenten lopen risico’s met beleggingen in grond. De kans op teleurstellingen is groot. ‘We zien veel consumentenleed met dit soort beleggingen’, zegt hoofd Integriteitstoezicht Marcus Wagemakers van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) De AFM houdt sinds 2008 verscherpt toezicht op aanbieders van grondbeleggingen. De toezichthouder heeft 49 onderzoeken gedaan. In meer dan de helft van de gevallen zijn er misstanden aangetroffen en heeft de AFM maatregelen moeten treffen. Vaak wordt beleggers een erg rooskleurig beeld voorgespiegeld. Ook kan er sprake zijn van malafide partijen. Marcus Wagemakers Hoofd Integriteitstoezicht AFM Opleiding Specialisatieopleiding Civiele Cassatieadvocatuur; INSEAD Business School, Fontainebleau; Université Panthéon Assas (Paris II): Droit du Commerce International, Droit des Contrats Spéciaux, Droit International Privé; Rijksuniversiteit Leiden: civiel recht Politie Academie. Ervaring Advocaat bij de Hoge Raad; Raadsheer plv Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch; Hoofd Integriteitstoezicht AFM; Commissariaten en bestuursfunkties bij (semi) publieke organisaties website http://www.mwagemakers.nl/ De AFM roept consumenten daarom op om goed onderzoek te doen als ze overwegen te beleggen in grond. ‘Het is heel belangrijk dat je weet wat je doet en dat je goed de risico’s in kaart hebt’, aldus Wagemakers in Newsroom. Op de website van de AFM kunnen consumenten meer informatie vinden over beleggen in grond. Ook kunnen ze daar de brochure Verstandig beleggen vinden. Consumenten kunnen bij het Meldpunt Financiële Markten van de AFM terecht met vragen. Dit is gratis te bereiken op 0800- 5400 540 op werkdagen tussen 09.00 uur en 17.00 uur. Daarnaast kennen grondbeleggingen een aantal specifieke aandachtspunten: De prijs die de consument betaalt voor de grond is vaak een stuk hoger dan de prijs die de verkoper heeft betaald. Die betaalt vaak de veel lagere, huidige marktwaarde van de grond. Het is daarom belangrijk dat consumenten zelf goed onderzoeken of de gevraagde prijs marktconform is. Bij het Kadaster kan men gegevens opvragen, zoals recente verkoopprijzen van de grond die wordt gekocht. De voorgespiegelde hoge winst is vaak gebaseerd op een mogelijke bestemmingsplanwijziging. De kans dat dit gebeurt, is ongewis, zeker nu de grondprijzen onder druk staan door de economische neergang. Consumenten kunnen bij de gemeente navraag doen naar het bestemmingsplan. Aanbieders van beleggingen in grond als beleggingsobjecten kunnen vrijgesteld zijn van de vergunningplicht, bijvoorbeeld door het aanbieden van investeringen van ten minste 100.000 euro. Als een aanbieder geen vergunning nodig heeft, moet hij wel in alle reclame-uitingen en documenten vermelden dat hij niet onder toezicht staat van de AFM. In het vooruitzicht gestelde rendementen bieden geen garantie voor toekomstige opbrengsten. Kijk daarom goed waarop de prognoses zijn gebaseerd, vraag ook naar negatieve scenario’s en risico’s als deze niet in de brochures of op de website staan en bedenk dat in het algemeen geldt dat een hoger rendement een hoger risico met zich meebrengt. Vraag ook naar de mogelijke kosten die met de inleg worden betaald. Terug naar Inhoud Aanpassing arbeidsmarkten begint effect te sorteren Bron: DNB De crisis heeft blootgelegd dat de werking van arbeidsmarkten in veel landen in het eurogebied tekortschiet, vooral in zuidelijke lidstaten waar de werkloosheid massaal opliep. Langzaamaan lijken recent ingezette hervormingen effect te sorteren, zo bleek tijdens een recente expert meeting van DNB. Wel zal het nog geruime tijd duren voordat de resultaten van deze hervormingen tot volle wasdom komen en liggen er in veel landen nog de nodige uitdagingen. De aanwezige experts – vertegenwoordigers van internationale instellingen en centrale banken, nationale beleidsmakers, academici en sociale partners – wezen op verschillende knelpunten waar de Europese arbeidsmarkten al voor de crisis mee kampten. Zo liet de arbeidsdeelname in veel landen te wensen over en was de structurele werkloosheid vaak al hoog. Ook was in veel landen – ook in de noordelijke landen – een grote kloof ontstaan in de bescherming tegen ontslag van tijdelijke en vaste werknemers. Daarnaast leidde de loonvorming vooral in de zuidelijke landen tot problemen, doordat overheden cao’s vaak erg snel van toepassing verklaarden op alle bedrijven in een sector. Zo waren de werkgevers- en werknemersorganisaties die de onderhandelingen voerden vaak niet voldoende representatief, en was het voor derde partijen erg moeilijk onder de loonafspraken uit te komen. Daardoor konden de lonen sterk uit de pas lopen met de productiviteitsontwikkeling. Ook reageerden lonen vaak te weinig op de conjunctuur. Zo bleven de lonen in de Spaanse bouwsector stijgen, ook toen bedrijven in deze sector enorme klappen kregen en massaal mensen op straat zetten. Inmiddels zitten in de eurozone bijna 20 miljoen mensen zonder baan. In Spanje en Griekenland gaat het om ruim een kwart van de beroepsbevolking; van de jongeren is zelfs meer dan de helft werkloos. Om arbeidsmarkten beter te laten werken hebben veel landen in het eurogebied sinds 2008 belangrijke hervormingen doorgevoerd. Zo zijn maatregelen getroffen om de arbeidsdeelname te vergroten, bijvoorbeeld door een verhoging van de (vroeg)pensioenleeftijd en het meer activerend maken van de WW. Vooral de zuidelijke lidstaten hebben daarnaast stappen gezet om het grote verschil tussen vaste en tijdelijke contracten terug te dringen en te bevorderen dat bedrijven nieuwe banen creëren zodra de groei weer aantrekt. Ook hebben zij ingrijpende hervormingen doorgevoerd in het loonvormingsproces om de lonen beter te laten aansluiten op de omstandigheden van individuele bedrijven. De experts keken ook vooruit op de impact van de hervormingen. Deze impact is nog moeilijk te meten, omdat arbeidsmarkthervormingen doorgaans tijd nodig hebben om hun vruchten af te werpen. In Portugal en Spanje, bijvoorbeeld, reageerden de lonen in eerste instantie maar beperkt op de aanhoudende baanverliezen. Inmiddels is de loongroei duidelijk vertraagd. Dit is goed zichtbaar in de onderstaande figuur, die laat zien op hoeveel loongroei Portugese werknemers konden rekenen in 2009 en in 2012. Terwijl in 2009 nog veel werknemers hun nominale lonen aanzienlijk zagen stijgen, kwamen loonstijgingen in 2012 al veel minder voor. De recente aanpassingen in het loonvormingsproces hebben hier waarschijnlijk een belangrijke rol in gespeeld. Deze loonmatiging stelt bedrijven in staat hun concurrentiepositie te versterken en verdere baanverliezen te voorkomen. De figuur laat ook duidelijk zien dat het nauwelijks voorkomt dat nominale lonen in Portugal dalen. Dit is een verschijnsel dat in veel landen voorkomt. Daarom kan het nog wel even duren voor de lonen in alle sectoren weer in lijn zijn met de productiviteit. In sommige gevallen zal het behulpzaam zijn het taboe op een daling van nominale lonen te doorbreken. In andere gevallen kunnen afspraken tussen werkgevers en werknemers over arbeidstijdverlenging helpen het aanpassingsproces te versnellen. De landen in het eurogebied hebben dus belangrijke stappen gezet om hun arbeidsmarkten te hervormen, maar zijn er bepaald nog niet. Op veel terreinen liggen nog de nodige uitdagingen, ook in de noordelijke lidstaten. Zo is in veel landen nog steeds sprake van grote tegenstellingen tussen insiders en outsiders op de arbeidsmarkt en is meer werk nodig om werklozen aan het werk te helpen. Het vereist daarom een lange adem voordat de werking arbeidsmarkten in de eurozone duurzaam is verbeterd. Voor een verslag van de bijeenkomst en de presentaties zie de terugblik op www.dnb.nl/research. Terug naar Inhoud Update Short selling verordening: 1 jaar na inwerkingtreding Bron: AFM Inmiddels is het al ruim een jaar geleden dat de Short selling verordening (Verordening) in werking is getreden. Met de komst van de Verordening zijn marktpartijen verplicht melding te doen van netto short sell aandelenposities in het geplaatste kapitaal van beursvennootschappen vanaf 0,2% (en elke volgende 0,1%) aan de toezichthouder en vanaf 0,5% publiekelijk. Ook netto shortposities in overheidsschulden moeten bij het over- of onderschrijden van bepaalde drempelwaarden gemeld worden maar worden niet openbaar gemaakt. Tot november 2012 gold een Nederlands meldingsregime van de netto short posities in financiële instellingen vanaf 0,25% van het geplaatste kapitaal. Tot nu toe heeft de meldingsplicht onder de Verordening geresulteerd in ongeveer 900 publieke meldingen in netto short sell aandelenposities en een veelvoud aan meldingen tot 0,5% aan de AFM. De top 10 van grootste melders zijn goed voor ongeveer 65% van de gedane publieke meldingen met Marshall Wace en Blackrock als partijen die de meeste publieke meldingen hebben verricht tot nu toe. De informatie over netto short posities die in het short selling register vanaf 1 november is opgenomen, moest na de inwerkingtreding door de markt worden gewogen en de markt moest daar ook een balans in vinden. Beleggers zijn nu voldoende gewend aan de informatie over de short positie en nemen deze mee in hun afweging om te investeren in een fonds of juist daarvan af te zien. Dat het short selling register vaak wordt geraadpleegd, blijkt wel uit de meer dan 40 duizend pageviews tot nu toe dit jaar. Het beoogde effect van de Verordening om te komen tot een grotere transparantie van short posities is gezien het aantal meldingen in het register en het aantal bezoekers van het register volgens de AFM gerealiseerd. In haar toezicht heeft de AFM al bij meerdere marktpartijen informatie opgevraagd over gedane short transacties. De opgevraagde informatie ziet op basis van welke informatie zijn de marktpartijen tot een short positie gekomen, inzicht in de gedane transacties, en inzicht in welke regelingen de partijen hebben zodat men gedekt een short positie is aangegaan. In januari heeft ESMA een geüpdate versie van de Q&A’s gepubliceerd.  In april zijn de definitieve richtsnoeren met betrekking tot de vrijstelling voor activiteiten van marketmakers gepubliceerd. De AFM heeft aangegeven dat zij de richtsnoeren zal toepassen in het toezicht op de Verordening. Er is wel tussen Europese toezichthouders verschil in opvatting in toepassing van de richtsnoeren. In juni heeft de Europese toezichthouder ESMA een review van de Verordening opgesteld en gepubliceerd. ESMA heeft een aantal aanbevelingen gedaan voor aanpassing van de Verordening waarbij de voornaamste elementen niet worden gewijzigd. De review dient als input voor de Europese Commissie voor haar rapport aan de Europese Raad en Europees Parlement. Lees verder:   Meer informatie over short selling                          Short selling register Terug naar Inhoud Cryptogeld na of naast de Bitcoin Bron: Redactie De Bitcoin is de laatste tijd veel in het nieuws geweest voornamelijk door gigantisch stijgende koersen (afgelopen week boven $1000/Bitcoin) op speculatie dat de Bitcoin een 'blijvertje' is mede omdat Nationale banken zich "niet bij voorbaat negatief" uitlaten over de bitcoin. Wat is dat, de Bitcoin? Bitcoin is een vorm van elektronisch geld, en tevens de naam van de opensourcesoftware die is ontworpen om dit te gebruiken. Bitcoins, afgekort BTC, kunnen worden opgeslagen op een personal computer in de vorm van het wallet bestand of worden beheerd door een derde partij, een portemonneedienst. In beide gevallen kan het geld naar een ander persoon worden verzonden via het internet door iedereen met een Bitcoinadres. Dit elektronische geld maakt gebruik van een database verspreid over knooppunten van een peer-to-peer-netwerk om transacties te journaliseren, en maakt gebruik van cryptografie om te voorzien in de nodige beveiliging, zoals dat Bitcoins alleen kunnen worden uitgegeven door de persoon die er eigenaar van is, en nooit meer dan één keer uitgegeven kunnen worden door die eigenaar. De peer-to-peertopologie van Bitcoin en het ontbreken van centrale administratie maakt het praktisch onmogelijk voor een overheid, of ieder ander, om de waarde van Bitcoins te manipuleren of meer inflatie te induceren dan er van tevoren is vastgelegd. Het ontwerp zorgt voor anoniem eigendom en overdracht van waarde. Bitcoin is een van de eerste implementaties van een concept genaamd cryptocurrency ofwel cryptografisch geld, dat voor het eerst in 1998 beschreven werd door Wei Dai op de cypherpunks-mailinglist, en geïmplementeerd in 2009 door Satoshi Nakamoto (pseudoniem van een onbekende persoon of groep). Het idee achter de werking van Bitcoin is te lezen in een document van Satoshi Nakamoto De Bitcoin dient virtueel "gedolven" te worden. Elke dag wordt er een bepaalde hoeveelheid vrijgegeven aan mensen die de Bitcoin delven ('mining'). Dit wordt gedaan door het inzetten van de rekenkracht van computers. Maar er zijn ook een aantal dingen die u moet weten over Bitcoins en één daarvan (en mogelijk één van de belangrijkste is dat er maximaal  21 miljoen Bitcoins in omloop kunnen worden gebracht. Het aantal Bitcoins is dus eindig. ... en de vraag is momenteel hoog.  Er zijn vele cryptogeldvarianten die afgeleid zijn van het bitcoin-concept, die meestal verschenen met variaties in de benaming (in het formaat "xx"-coin). Bitcoin heeft de grootste omzet en de meeste gebruikers; het was tevens de eerste in deze soort digitale munteenheid die werkelijk in circulatie kwam. --   Bitcoin – een online (peer-to-peer) anoniem                   betaalmiddel gebaseerd op cryptografie --   Litecoin – vergelijkbaar met bitcoin --   Namecoin – vergelijkbaar met bitcoin --   PPCoin – vergelijkbaar met bitcoin Varianten die hierboven niet genoemd worden (wegens mindere relevantie), zijn onder andere (in volgorde van omzet): Novacoin Primecoin Feathercoin Terracoin Freicoin Devcoin Megacoin DigitalCoin Fastcoin WorldCoin PhenixCoin BBQcoin YAcoin Ixcoin Franko CHHcoin Mincoin Bitbar Bytecoin Junkcoin Extremecoin Infinitecoin Rucoin Timekoin Royalcoin Of die vraag in de toekomst ook hoog zal blijven is nog maar de vraag, al was het alleen maar omdat er naast de Bitcoin ook ander (crypto)geld is en zal komen met gelijkwaardige toepasbaarheid en mogelijk zelfs een betere acceptatie. Eén van de belangwekkendste andere vormen van electronisch- of cryptogeld is de LiteCoin. Het is gebaseerd op de techniek van de Bitcoin en lijkt hier dan ook sterk op. Litecoin creatie en transacties zijn gebaseerd op een open source protocol en worden niet gereguleerd door enig centraal gezag. Litecoin is gemaakt met de intentie om het concept van bitcoin te verbeteren, waarbij enkele technische verschillen een rol spelen. Sinds november 2013 wordt litecoin vaak in de media genoemd. Zo zijn er al artikelen verschelen in The Wall Street Journal, CNBC en de New York times waarin wordt gespeculeerd over de litecoin als alternatief voor bitcoin. Op 28 november 2013 was 1 LTC ongeveer 35 euro waard. Litecoin is de op één na grootste cryptocurrency met een totale waarde van rond de 880 miljoen euro. Elke litecoin kan worden verdeeld in 100.000.000 kleinere eenheden, waarbij dus tot 8 cijfers achter de komma kan worden opgesplitst. Volgens planning zal het litecoin netwerk 84 miljoen valutaeenheden produceren en dat is al belangrijk meer dan de Bitcoin Minister Dijsselbloem van Financiën geeft aan dat de alternatieve virtuele munteenheid Bitcoin vooralsnog geen risico vormt voor financiële stabiliteit. In algemene zin is de ervaring van centrale banken dat dergelijke munteenheden een instabiel karakter hebben. De ontwikkelingen worden door de Nederlandse Bank gevolgd. De opkomst van Bitcoin lijkt bepaald te worden door de speculatieve vraag hiernaar. referenties: Antwoord van de Minister van Financiën op vragen over de Bitcoin.  Alternatieve munteenheden   Cryptogeld   Cryptocoin charts   Bitcoin wat u moet weten   Wat is Litecoin?   Wary of Bitcoin? A guide to some other cryptocurrencies Terug naar Inhoud Meedoen kan Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggersymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt. Met name voor de organisatie van deze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming van onze symposia. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ook deelname aan redactie van de website, de nieuwsbrieven, het beheren van het forum of website of delen daarvan behoort tot de mogelijkheden. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan een van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met Michel Hupkens Klik Hier  Terug naar Inhoud Agenda Bron: HCC Beleggen redactie De HCC Beleggen Kalender op onze website en  deze Agenda zijn inmiddels een begrip onder beleggers in Nederland en België geworden. Voor veel andere sites zijn wij de de facto bron van informatie. Toch zijn nog niet alle events in onze Agenda opgenomen. Daarom willen we ook aanbieders van seminars, cursussen en beleggersbijeenkomsten in de gelegenheid stellen, zelf hun events aan te kondigen, zowel op ons forum als in onze nieuwsbrieven. Plaatsing van (vrij toegangkelijke) educatieve bijeenkomsten zijn kostenloos. (Bijeenkomsten met een educatief karakter welke niet gratis toegankelijk zijn danwel bijeenkomsten met een niet uitsluitend educatief karakter kunnen onder voorwaarden ook in onze agenda opgenomen worden. Wilt u meer weten neemt u dan even contact  op met de redactie) Terug naar Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

2 december 2013

...

Nieuwsbrief20131101

November 2013 Europese beurzen: the place to be Economische vooruitzichten Crisis zolang huishoudboekjes niet op orde zijn Oproep mbt risicovolle obligaties Conjunctuurbeeld verbetert Vanaf 2014 betaal je rechtstreeks voor beleggen Effectenportefeuille uit, beleggingsfondsen in Welvaart en Leefomgeving – Horizonscan Meedoen kan Agenda Europese beurzen: the place to be - Strategie- Bron: Belfius Tijdens de eerste 6 maanden van dit jaar kochten Amerikaanse beleggers voor 65 miljard dollar aan Europese aandelen. Een blijk van vertrouwen in het herstelpotentieel van de Europese economie. De economische indicatoren zijn dan ook aan de beterende hand. De Europese beurzen noteren weliswaar 11 % hoger, maar de Amerikaanse beurs steeg met bijna 20 %.  Toch behouden we het geloof in het herstelpotentieel van de Europese economie en haar bedrijven. Voorkeur Europese beurzen: waarom? Europese aandelen zijn nog steeds goedkoop in vergelijking met Amerikaanse. Eind 2011 noteerden de Amerikaanse bedrijfswinsten al hoger dan de piek van 2007. De eurocrisis woog dan ook meer op de winstgevendheid van de Europese bedrijven. Zo liggen hun winsten slechts 5 % hoger dan het gemiddelde van de afgelopen 10 jaar, terwijl ze in de VS al 40 % hoger liggen. Bovendien wijzen de laatste indicatoren die het vertrouwen bij de aankoopdirecteuren meten (PMI), in de richting van mogelijke Europese winstherzieningen. Economie aan de beterende hand Voor het eerst in anderhalf jaar knoopt de eurozone weer aan met groei. Vooral Duitsland en Frankrijk nemen de unie mee op sleeptouw. Maar ook de zuiderse landen klimmen uit het dal. Door de verbeterde competitiviteit neemt de export in  Spanje en Portugal fors toe. Misschien zal Spanje de recessie in het 3 e  kwartaal zelfs achter zich kunnen laten. Een aantrekkende wereldeconomie is cruciaal voor de export, de groeimotor van de eurozone. Eén derde van onze uitvoer gaat richting groeilanden, waar de economie  na de onverwachte vertraging begin dit jaar aan de beterende hand lijkt. ook in de VS klaart de hemel meer en meer op. Ook al blijft de historisch hoge werkloosheid de achillespees van de eurozone, toch lijken de kleinhandelsverkopen zich te stabiliseren — zij het op een laag niveau. Positief is ook dat het consumenten- en ondernemersvertrouwen terug  wat  toeneemt.  De  vrees  voor  het  uiteenvallen van de eurozone is dan ook verdwenen en de Europese commissie stelt zich iets soepeler op met betrekking tot de budgettaire tekorten. Geen Japanse toestanden Pessimisten kunnen de vergelijking met Japan maken. Die economie kwam na het uiteenspatten van de huizenzeepbel begin jaren 90 immers in een neerwaartse spiraal terecht, waar ze nu nog altijd de gevolgen van ondervindt. Uit een studie van Belfius Research blijkt echter dat er toch wel wat verschillen zijn tussen het Japan van toen en het Europa van vandaag. De forse stijging van de huizenprijzen bleef in Europa beperkt tot een aantal landen (bv. Spanje), wat niet vergelijkbaar is met de Japanse situatie. Japan kampte jaren met deflatie of een prijsdaling, waardoor de Japanners grote aankopen uitstelden en de economische neergang nog verergerde. Voor de eurozone verwacht Belfius Research echter een inflatie van 1,6 % in 2013 en 1,5 % in 2014. De bedrijven  zijn  financieel  gezonder. Zo bedraagt de schuldenlast van de Europese bedrijven slechts 40 % van de eigen middelen tegenover 123 % voor de Japanse bedrijven eind jaren 80. Bovendien hadden de Europese bedrijven voor de crisis niet overdreven veel geïnvesteerd, waardoor we nu dus ook niet met overcapaciteit kampen. Wat wel weer het geval was in Japan. Obligatiekoersen dalen - Waar komt het geld vandaan dat de beleggers in Europese aandelen pompen? Van obligaties naar aandelen Sinds midden mei, toen de Amerikaanse centrale Bank (fed) aangaf dat ze haar maandelijks aankoopprogramma aan obligaties ging afbouwen, is er een beweging van obligaties naar aandelen aan de gang. Hierdoor steeg de 10-jaars-rente — begin september zelfs even tot  3 %. Een gevolg was dat de obligatiekoers van 10-jarig papier fors daalde.De beurzen reageerden dan ook enthousiast toen de fed op 18 september onverwacht besliste het aankoopprogramma van obligaties te behouden. Zo wordt een te snelle stijging van de langetermijnrente vermeden om het ontkiemend herstel niet te fnuiken.  ook in de eurozone bleef de stijging van de langetermijnrente al bij al beperkt. De Duitse rente steeg tot 2 %. Terug naar Inhoud advertentie Terug naar Inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Economische vooruitzichten November 2013 Bron: KBC Bank De  wereldconjunctuur  zette  de  voorbije  maand  haar  herstel  voort. Vertrouwensindicatoren  zoals  de Amerikaanse ISM voor de verwerkende nijverheid,  de  Duitse  Ifo-indicator  en de  Japanse  Tankan-index  illustreerden dat. Langzaam maar zeker lijkt ook de conjunctuur van de EMU als geheel uit het  dal  te  kruipen.  Het  producentenvertrouwen  in  de  verwerkende  nijverheid stabiliseerde op een peil dat wijst op  groei,  terwijl  het  vertrouwen  in  de dienstensector zelfs fors opsprong. Ook op  de  Europese  arbeidsmarkt  is  het  tij stilaan  aan  het  keren.  De  werkloosheidsgraad in de EMU bedraagt op dit ogenblik  12,0%  en  lijkt  over  zijn  piek heen.  Vermits  de  arbeidsmarktindicatoren traditioneel met enige vertraging op  de  economische  groei  reageren, bevestigt  dit  dat  de  Europese  recessie inderdaad  in  het  tweede  kwartaal  van 2013 eindigde. Ook de conjunctuurrisico’s zijn afgenomen. In de EMU lijkt er na het politieke einde  van  Silvio  Berlusconi  een  voorlopig  einde  gekomen  aan  de  periodiek opflakkerende  politieke  instabiliteit  en onzekerheid  omtrent  de  budgettaire koers.  In  de  VS  zet  de  vastgoedmarkt, die  aan  de  basis  lag  van  de  Grote Recessie,  zijn  herstel  voort.  De  bouwinvesteringen  dragen  in  toenemende mate bij tot de economische groei. De naweeën van het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel waren een belangrijke oorzaak  van  het  matige  hersteltempo na de recessie. Aan de aanbodzijde van de  wereldeconomie  ten  slotte  ebde de  voorbije  weken  de  vrees  voor  een negatieve olieprijsschok weg, nadat een internationale militaire interventie in het Syrië-conflict op korte termijn niet meer aan de orde was. De trend van stabiele tot licht dalende energieprijzen werd dus hervat en zette de inflatie verder onder neerwaartse  druk  (tot  respectievelijk 1,5%  en  1,1%  in  de  VS  en  de  EMU). Dat geeft de betrokken centrale banken alvast de ruimte om hun extreem soepel monetair beleid voort te zetten.         Obstructie Tegen  die  gunstige  conjuncturele  achtergrond  was  het  dan  ook  een  beetje ironisch dat de grootste bron van onzekerheid  de  Amerikaanse  overheid  zelf was.  Sinds  de  start  van  het  nieuwe begrotingsjaar 2014 op 1 oktober hadden de VS geen federale begroting, tot het parlement uiteindelijk op 17 oktober instemde met ‘voorlopige twaalfden’ tot 15 januari 2014. Op zich is het gebrek aan  een  echte  begroting  niet  zo  erg, want  dat  was  ook  in  het  hele  begrotingsjaar 2013 het geval. Het opmerkelijke in de voorbije weken was de weigering van het Amerikaanse parlement om  via  het  systeem  van  ‘voorlopige twaalfden’ de continuïteit van de federale overheid veilig te stellen. Alsof dat nog niet voldoende was, weigerde het Huis  van  Afgevaardigden  het  wettelijk schuldenplafond te verhogen, waardoor de Amerikaanse schatkist naar schatting tegen  het  einde  van  oktober  in  liquiditeitsproblemen  kon  komen  om  haar bestaande verplichtingen te voldoen. Het  akkoord  van  17  oktober  omvat naast  de  ‘voorlopige  twaalfden’  tot 15  januari  ook  een  schorsing  van  de wettelijke  schuldenlimiet  tot  7  februari 2014. Het is echter belangrijk om in het achterhoofd  te  houden  dat  de  hele begrotings-  en  schuldendiscussie  in  de VS niet ging over een gebrek aan financiële middelen, zoals dat bijvoorbeeld bij de  Griekse  default  van  2012  het  geval was, maar om een zuiver politieke weigering  van  delen  van  de  Republikeinse partij  (de  zogenoemde  Tea  Party)  om die middelen ter beschikking te stellen. De  onderliggende  motivatie  voor  die obstructie had zelfs niets met de begroting  als  dusdanig  te  maken,  maar  was een  ultieme  poging  om  de  ingevoerde algemene  ziekteverzekering  (‘Obama-care’)  minstens  gedeeltelijk  ongedaan te maken. Storm in glas water? De  economische  kosten  van  het  politieke  conflict  zullen  allicht  in  omvang beperkt  zijn  en  zich  ook  beperken  tot de  VS-economie.  De  ambtenaren  die nu gedwongen tijdelijk werkloos waren, zullen hun achterstallige loon ontvangen nu  de  impasse  is  opgelost.  Eventueel uitgestelde consumptie zal dus ten dele worden ingehaald. Of en hoe sterk het economisch  sentiment  door  de  discussies  negatief  werd  beïnvloed,  zal  nog moeten blijken uit de vertrouwensindicatoren die de komende dagen en weken worden gepubliceerd. Schadelijk  voor  het  vertrouwen  was allicht ook de onzekerheid die was ontstaan  over  hoelang  de  Amerikaanse overheid  haar  bestaande  verplichtingen  nog  kan  voldoen.  Enerzijds  gaat het  over  binnenlandse  verplichtingen, zoals pensioenen en andere uitkeringen. Potentieel  gevaarlijker  voor  de  wereldeconomie  was  echter  de  onzekerheid of  de  Amerikaanse  overheid  voor  de eerste  keer  in  haar  geschiedenis  een van  haar  obligaties  niet  zou  terugbetalen.  Zelfs  zonder  de  besliste  schorsing van  de  schuldenlimiet  zou  die  soep niet  zo  heet  zijn  gegeten  als  ze  werd opgediend. Ten eerste bleef de federale overheid haar federale belastingen innen ten belope van circa 200 miljard USD per maand. Dat relativeert de betekenis van de ‘deadline’ van 17 oktober. Daarnaast heeft  elke  Amerikaanse  regering  zelfs zonder een verhoging van de schuldenlimiet door het parlement nog een aantal creatieve noodoplossingen om wanbetaling te voorkomen. Daartoe behoren het slaan van een munt van 1000 miljard USD  door  de  minister  van  financiën  en de  grondwettelijke  bepaling  dat  wettelijk aangegane schulden moeten worden terugbetaald. Uiteindelijk behoorde ook het opkopen door de Fed van aflopende overheidsobligaties,  in  het  kader  van haar  monetair  aankoopprogramma,  tot de principiële mogelijkheden. Het  akkoord  van  17  oktober  was  altijd het  meest  waarschijnlijke  scenario.  Het was  voorspelbaar  dat  de  gematigde Republikeinen  zich  in  extremis  zouden losmaken  van  hun  radicale  partijgenoten  van  de  Tea  Party.    Ook  de  financiele markten bleven er gerust in. Terwijl de  aandelenmarkten    uitgaan  van  een verder  economisch  herstel,  vertoonde ook  de  rente  op  Amerikaanse  overheidsobligaties  en  schatkistcertificaten slechts  een  beperkt  oplopende  premie, die  vooral  veroorzaakt  was  door  de operationele en technische onzekerheid omtrent aflopende effecten. Fed onder druk Ook  na  het  politiek  akkoord  zal  deze jongste  begrotingscrisis  economische gevolgen hebben. Op korte termijn is de kans groot dat het monetaire beleid van de  Fed  daardoor  wordt  beïnvloed.  Uit het verslag van haar beleidsvergadering van  17  en  18  september  blijkt  dat  de Fed  de  actuele  begrotingsdiscussie  zag aankomen en onder meer daarom voorlopig  afzag  van  een  afbouw  van  haar monetair aankoopprogramma. Indien de Fed de indruk heeft dat het de plicht is van  het  monetair  beleid  om  een  dysfunctioneel  restrictief  budgettair  beleid te compenseren, neemt de kans toe de Fed  langer  dan  verwacht  zal  doorgaan met  haar  maandelijkse  liquiditeitsinjecties  en  de  onvermijdelijke    exit-strategie  nog  delicater  wordt.  Dat  betekent dat  de  taak  om  de  VS-conjunctuur  te ondersteunen  nog  eenzijdiger  op  de schouders van de centrale bank terecht komt.  De  voordracht  van  Janet  Yellen, een  van  de  belangrijkste  architecten van  het  huidige  Fed-beleid,  als  nieuwe Fed-voorzitter  vanaf  januari  2014,  past in dat kader. Terug naar Inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. Terug naar Inhoud Crisis zolang huishoudboekjes niet op orde zijn Bron: Dirk van der Werf, “Crisis zolang huishoudboekjes niet op orde zijn”, Me Judice, 22 oktober 2013. De huidige crisis is er een van overinvestering en onderbesparing, zo zou de 'crisiseconoom' Friedrich Hayek (1899) het gezien hebben, stelt Dirk van der Werf sr. De economie herstelt zich pas weer als de huishoudboekjes weer op orde zijn. Dat kan op drie manieren. De voor het publiek meest pijnlijke, maar politiek makkelijkste manier om uit de crisis te komen is inflatie. Een tweede manier is faillissement van banken, maar dat stuit op grote belangen.  De derde weg is ontbinding van de euro, zodat de huidige macro-economische onevenwichtigheden kunnen verdwijnen. IJsland laat zien hoe goed dit werkt. Bankencrisis De regeringen in de verschillende Europese lidstaten hebben grote begrotingstekorten en weten niet hoe in deze situatie te handelen. De banken kunnen het niet aan en vragen om ondersteuning omdat de reserves zijn uitgeput. De voorbeelden uit de traditionele literatuur inzake bankpolitiek gaan uit van minstens 8% eigen geld voor Commercial Banks, handelsbanken. Door teveel krediet uit te geven zat een aantal grote banken met ongeveer 3% al jaren onder deze norm. Daarmee hebben ze het niet gered. Kijk van Hayek Hayek zou gezegd hebben dat de westelijke wereld zich bevindt in een situatie van overinvestering en onderbesparing. Bij de overheid, bij bedrijven en particuliere beleggers in woningen en effecten. De banken hebben niet alleen spaargelden doorgegeven voor de financiering van investeringen, wat hun normale functie is, ze hebben daarnaast ook nieuw geld gecreëerd. Daarmee gaan de banken hun werkgebied niet te buiten, mits ze de dekking in de gaten houden. In de top van de hausse is het echter verleidelijk meer geld uit te lenen, dan de besparingen toelaten. Dan kan je er gif op innemen dat de teveel uitgegeven financiering niet terugkomt. Dirk van der Werf Zelfstandig econoom Dirk van der Werf (1932) is econoom en econometrist, gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was werkzaam bij het Centraal Planbureau, de ministeries van Economische Zaken en Sociale Zaken, het Openbaar Lichaam Rijnmond, de Europese Commissie en de OESO. Hij heeft verschillende boeken geschreven, meest recentelijk '100 jaar Avondland'. In ons land, alsook in de gehele westerse wereld is het werkgebied van de in origine handelsbanken uitgebreid met allerlei andere activiteiten, zoals het uitgeven van hypotheken voor woningen, het spelen voor effectenmakelaar, het financieren van consumentenkrediet, het afdekken van overheidstekorten. Tenslotte zijn veel en grote banken recent de weg opgegaan van ,,speculative trading”, wat ze beter hadden kunnen overlaten aan hedge funds en dergelijke. Aan al deze uitbreidingen zijn risico’s verbonden die moeilijk in de hand te houden zijn. In de huidige crisissituatie komen zulke risico’s te voorschijn als verliezen, die de reserves aantasten, bij de banken eufemistisch bekend als ,,stroppen”. Tijd voor Keynesiaans stimuleringsbeleid? De regeringen in de westelijke wereld zijn zelf de grootste ontspaarders. De ,,bezuinigingen” – zo die er überhaupt zijn – nemen dit feit niet weg, integendeel, zij doen een aanslag op het inkomen – en dus van de besparingen – van gezinnen en bedrijven. Door het uitlokken van meer bestedingen van de particuliere sector wordt het probleem niet opgelost, maar alleen verschoven. Een beleid van meer bestedingen van de openbare sector zou in die visie helpen de conjunctuur weer op gang te brengen. Tegen zo’n beleid van ,,priming the pump” via meer overheidsuitgaven, zoals in het verleden aanbevolen door Keynes en waar veel economen nog achterstaan (waaronder de Amerikaan Paul Krugman), bestaat echter een aantal bedenkingen. Ten eerste mag men zich afvragen hoe deze meerdere uitgaven worden gefinancierd. Het besparingentekort van de overheid wordt er alleen maar groter door. Voorts is de keynesiaanse theorie gegrond op de gedachte dat gezinnen een vast percentage van hun inkomen besparen. Dat percentage staat in crisissituaties als deze niet meer vast – als het ooit heeft vastgestaan. Gezinnen die het zich kunnen veroorloven besparen meer dan normaal, uit angst voor de mogelijkheid straks in de problemen te komen. Gezinnen die het zich niet kunnen veroorloven besparen helemaal niets, of raken zelfs in de schuld. Huishoudboekjes weer op orde Dat geldt voor gezinnen, banken, bedrijven en last but not least de overheden. Het betekent tegelijk het aanvaarden en afboeken van de opgetreden verliezen. Vanzelfsprekend staat niemand voorop om deze verliezen te dragen. Daardoor loopt alles vast. Met pappen en nathouden, het redden van banken, het schonen of subsidiëren van zwaarwegende belangen schiet het niet op en wordt de depressie alleen maar verlengd. Aldus Hayek. De eerste uitweg: inflatie Bij inflatie gaan namelijk alle prijzen omhoog en worden alle vorderingen en schulden minder waard. Maar ook de inkomens. Dan komen de huishoudboekjes op den duur wel op orde, maar langs een zeer pijnlijke weg. De ellende wordt namelijk op de burger afgewenteld. Het is de weg van de minste weerstand, anoniem en oneerlijk, maar rigoureus en het onvermijdelijk gevolg van een algemeen verzet tegen bezuinigingen en belastingverhogingen. De overheidstekorten nemen toe en kunnen alleen worden gefinancierd met een beroep op de ,,bankbiljettenpers”. Deconfitures Tot nog toe durft men kennelijk banken en andere financiële of gesubsidieerde instellingen of zelfs landen niet failliet te laten gaan. Vooral niet als gewichtige belangen in het geding zijn. Maar daar kan verandering in komen. Bij de weg der deconfitures worden de verliezen niet opgevangen door de staat, de Europese Centrale Bank wordt in dit scenario niet gevraagd om de drukpers te hulp te roepen. In dit scenario komt het teveel uitgeleende geld niet of niet volledig terug bij de uitleners: banken, levensverzekeraars, pensioenfondsen, enz., en via deze weg ook direct of indirect bij het publiek. Deze tweede weg is voor Europa de weg van de meeste weerstand omdat het hoofd geboden wordt aan om hulp roepende belangen. Ontbinding Euro Een derde weg is ontbinding van de Euro, herstel van de nationale valuta en het bieden van de mogelijkheid van devaluatie aan die lidstaten die een fundamenteel tekort op hun betalingsbalans hebben. Dit betekent tevens dat de vorderingen van de overschotlanden op de tekortlanden voor een groot deel worden afgeboekt. Het betreft hier veel leverancierskrediet en andere vorderingen op bedrijven, maar ook hoog rentedragend overheidspapier. Anders gezegd, de verliezen die zijn ontstaan mogen gedragen worden door de overschotlanden. Want het devaluerende land is in feite bankroet. Het voordeel van deze derde weg is dat de concurrentieverhoudingen tussen de lidstaten worden hersteld. Het is de weg die IJsland heeft gevolgd. Daar is de economie weer op gang gekomen. Het is uithuilen en opnieuw beginnen. Europa is er alleen maar bij gebaat. De kredietverleners in de overschotlanden hebben overigens tot nog toe weinig animo vertoond om deze weg begaanbaar te maken. Tenzij de vorderingen in volwaardige Euro’s zouden blijven staan. Maar dan helpt het niet. Zonder pijn zal het niet gaan. Terug naar Inhoud Oproep mbt risicovolle obligaties Bron: AFM Beleggers worden steeds vaker benaderd om te investeringen in obligaties met hoge risico’s. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) wil graag meer inzicht krijgen in dit soort producten. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om obligaties waarmee wordt belegd in zonnepanelen, landbouwgrond, vastgoed, wijn, boeken, hypotheken, aandelen of in MKB. Anders dan bij traditionele obligaties zijn de opbrengsten van deze risicovolle beleggingen essentieel om de obligaties af te lossen. Zie de checklist Beleggen in obligaties voor deze en andere kenmerken van deze risicovolle obligaties. Deel jouw ervaringen met de AFM De AFM roept ook graag jouw hulp in om meer te weten te komen over dit soort producten. Beleg je in dergelijke obligaties of ben je recent benaderd om hierin te investeren? Dan horen wij dat graag. Je kunt de AFM een e-mail sturen en jouw ervaring delen via onderzoeknaarobligaties@afm.nl. Checklist beleggen in obligaties Gebruik deze checklist om na te gaan of een belegging in een obligatie risicovoller is dan je misschien op het eerste gezicht denkt. Kijk vervolgens of deze belegging past binnen je beleggingsdoelstellingen. Kom je er zelf niet uit? Overweeg dan deskundig advies in te winnen. Onderstaande vragen en antwoorden helpen je om de risico’s beter in te schatten. Wordt het geld dat je uitleent aan een bedrijf belegd in een andere onderneming? Bij sommige obligaties gebruikt men het opgehaalde geld om daarmee in andere ondernemingen te beleggen. De opbrengsten van deze beleggingen worden onder andere gebruikt om de obligaties af te lossen. Als belegger ben je afhankelijk van de onderliggende beleggingen en draag je dus het volledige beleggingsrisico terwijl je waarschijnlijk denkt dat je in relatief veilige obligaties investeert. Aan wie leen je het geld uit? En kan de aanbieder het wel terugbetalen? Doe goed onderzoek naar de onderneming aan wie je het geld uitleent. Worden er zekerheden geboden? Wat is daarvan de waarde en wanneer worden deze ingeroepen? Ga ook na wie garanties en zekerheden verstrekt. Bestaat de onderneming nog maar kort? Is dit hun eerste obligatie uitgifte?! Heeft de uitgevende instelling weinig eigen vermogen? Bij een extreme verhouding van vreemd vermogen ten opzichte van het totaal vermogen loop je als obligatiebelegger een verhoogd risico bij een faillissement van de uitgevende onderneming. Bijvoorbeeld bij meer dan 95% vreemd vermogen ten opzichte van 5% eigen vermogen. Beleggers in obligaties staan namelijk bijna achteraan in de rij van schuldeisers en zijn vaak hun geld kwijt bij een faillissement. Een obligatie valt bedrijfseconomisch onder vreemd vermogen, terwijl een aandeel onder eigen vermogen valt. Bij een faillissement heeft eigen vermogen een achtergestelde positie ten opzichte van vreemd vermogen. Maar als het eigen vermogen bijna nihil is loopt een obligatiehouder in veel gevallen een gelijk risico met de aandeelhouder. Een aandeelhouder krijgt echter een hogere vergoeding voor zijn risico bij een eventuele winst. Een obligatiehouder krijgt nooit meer dan de vooraf vastgestelde rente. Is de bedrijfsstructuur ondoorzichtig? Risicovolle aanbiedingen van obligaties kenmerken zich vaak door een complexe (juridische) structuur. Hierbij is het meestal ondoorzichtig welke zekerheden obligatiehouders hebben. Een gelaagde groepsstructuur is hier een voorbeeld van. Een gelaagde groepsstructuur kenmerkt zich door een keten van diverse ondernemingen die elk eigendom zijn van de juridisch bovenliggende maatschappij (de moedermaatschappij). De bestuurders van de diverse individuele ondernemingen zijn dan ook vaak dezelfde personen. Deze gelaagde groepsstructuur wordt vaak onduidelijk en onvolledig weergegeven in de documentatie die hoort bij de obligatie uitgifte. Daarnaast wordt ook vaak een aparte onderneming opgericht, specifiek voor het uitgeven van de obligatie; een Special Purpose Vehicle (SPV). Een complexe bedrijfsstructuur wordt ook vaak gebruikt om te verhullen welke kosten de initiatiefnemer aan de groep in rekening brengt. Deze kosten worden in veel gevallen gefinancierd uit de opbrengst van de obligatie. Voordat er dan rente en aflossing op de obligatie kan worden betaald, moeten eerst deze kosten door de opbrengsten van de beleggingen worden goedgemaakt. Zijn er schijnzekerheden? Zijn hypotheken bijvoorbeeld echt gevestigd, of zijn er partijen die als eerste aanspraak hebben op de zekerheden? Een ander kenmerk van een risicovolle obligatie is de afwezigheid van zekerheden. Een risicovolle obligatie wordt vaak (onder andere) gekenmerkt door een achtergestelde positie ten opzichte van andere schuldeisers. Dit betekent dat het minder zeker is dat je jouw geld terugkrijgt bij een faillissement. Als obligatiebeleggers een tweede hypotheekrecht ontvangen van een onbekende grootte, geeft dit ook een schijnzekerheid. Meestal heeft een bank het eerste hypotheekrecht en bij een faillissement blijft er mogelijk niets over voor de belegger. Bij onwenselijke beleggingen worden deze garanties vaak aangevuld met andere zekerheden die niets voorstellen. Ook worden beleggingen die met de obligaties zijn gefinancierd, vaak als zekerheid geboden. Dit is een schijnzekerheid. Immers als de belegging goed verloopt en het onderpand dus ook iets waard is, zal er over het algemeen geen sprake zijn van een wanbetaling van rente en aflossing op de obligaties. Als  deze beleggingen niet goed verlopen loop je de kans dat er onvoldoende middelen zijn om de rente en aflossing op de obligaties te voldoen. In zo’n geval zal ook de waarde van de beleggingen, en dus het onderpand, onvoldoende zijn. Zijn de kosten die voor rekening van de belegger komen erg hoog? Veel aanbiedingen van risicovolle obligaties kenmerken zich door hoge initiële(eerste) kosten die in veel gevallen ten gunste van de initiatiefnemer komen. Dit betekent dat net na de uitgifte al veel (hoge) kosten worden betaald uit de inleg van de obligatiebeleggers. Deze kosten moeten eerst door de initiatiefnemer worden goedgemaakt uit de beleggingen, voordat er rente en aflossing op de obligatie kan betaald worden. Ga dus goed na of de belegging voldoende rendement oplevert. Ook kunnen er bij obligatie beleggingen hoge doorlopende kosten zijn. Hebben de obligaties een hoog (gegarandeerd) rendement? Een hoog rendement betekent over het algemeen ook een hoog risico. Het is moeilijk om een rendement te garanderen als de inleg moet komen uit beleggingen. Er kunnen zich veel ontwikkelingen voordoen die invloed hebben op het rendement. Als een aanbieder een rendementsgarantie verstrekt, moet hij dat ook kunnen betalen. Dit geldt ook voor garanties voor terugbetaling van de inleg. Meer informatie? Je kunt meer informatie terugvinden in een goedgekeurd prospectus of in een informatiememorandum. Dit informatiememorandum verstrekt de uitgevende instellingen die gebruik maken van een vrijstelling. Vraag ernaar als je deze niet ontvangt. Lees de informatie goed door en maak gebruik van onze checklist. Heb je twijfels, is de informatie onduidelijk of lijkt de informatie onvolledig? Stap dan niet in. Of vraag een deskundige en betrouwbare adviseur om je verder te helpen. Terug naar Inhoud Conjunctuurbeeld verbetert Bron: CBS Van 15 zorgvuldig geselecteerde indicatoren wordt elke maand in één plaatje en in onderlinge samenhang getoond of het “goed”of “slecht”gaat (onder of boven de trendmatige ontwikkeling over een lange periode) en of het “beter”of “slechter”gaat (stijging of daling ten opzichte van de voorgaande periode). Door de foto’s van alle maanden achter elkaar te laten zien wordt een film getoond van het verloop van de conjunctuur. Analyse oktober: Het conjunctuurbeeld is eind oktober iets beter dan eind september. Er waren meer verbeteringen dan verslechteringen in de conjunctuurklok. Het zwaartepunt van de indicatoren in de Conjunctuurklok ligt minder diep in de fase van laagconjunctuur en gaat richting herstel. Op twee na presteren alle indicatoren in de Conjunctuurklok echter nog onder hun langjarig gemiddelde. In de loop van oktober is van alle maandindicatoren in de klok nieuwe informatie beschikbaar gekomen. Hierdoor is de verdeling van de indicatoren over en in de kwadranten veranderd. Het oordeel over de ontvangen orders schuift van het gele naar het groene kwadrant. Deze indicator houdt zijn opgaande fase vast, maar presteert nu ook boven zijn langjarig gemiddelde. Het zwaartepunt van de puntenwolk in de Conjunctuurklok ligt eind oktober minder diep in de fase van laagconjunctuur. Van de vijftien indicatoren staan er zeven in het rode, zes in het gele en twee in het groene kwadrant. Indicatoren in het rode kwadrant hebben een groei onder hun langjarig gemiddelde en de groei neemt af. Ook bij indicatoren in het gele kwadrant ligt de groei onder hun langjarig gemiddelde, maar daar neemt de groei toe. Van de indicatoren in het groene kwadrant ligt de groei boven hun langjarig gemiddelde en neemt de groei toe. Ook van indicatoren in het oranje kwadrant ligt de groei boven hun langjarig gemiddelde, daar neemt de groei echter af. Het Conjunctuurdashboard laat de cyclus van de afzonderlijke indicatoren zien. De Conjunctuurklokindicator laat de cyclus van het zwaartepunt van de puntenwolk zien. Weten hoe de Conjunctuurklok werkt? Bekijk het CBS-filmpje ‘Hoe werkt de Conjunctuurklok?’ op YouTube. Zien hoe de economische crisis verliep? Bekijk het CBS-filmpje ‘De economische crisis in beeld’ op YouTube. Conjunctuurklok in nieuw jasje Beknopte toelichting conjunctuurklok De Conjunctuurklok kunt u zelf bedienen op de CBS - site Klik Hier Terug naar Inhoud Vanaf 2014 betaal je rechtstreeks voor beleggen Bron: AFM Per 1 januari 2014 veranderen de regels rondom de betaling voor beleggen. Hierdoor ga je direct betalen voor de dienstverlening. Wat betekent dit voor jou? Dat betekent dat banken, beleggingsadviseurs en vermogensbeheerders kosten direct in rekening brengen bij jou als belegger voor beleggingsadvies, vermogensbeheer of execution only. Vroeger betaalde je hen ook al voor hun diensten. Dit bedrag was toen verwerkt in de prijs van het beleggingsproduct. Deze onzichtbare beloning wordt ook wel provisie genoemd. Per 1 januari 2014 mag dit niet meer. Dit wordt het provisieverbod genoemd. Doordat alle kosten overzichtelijk op een rij staan, kan je als belegger beter verschillende dienstverleners vergelijken. Ook kan je bewuster afwegen welke toegevoegde waarde je bank, beleggingsadviseur of vermogensbeheerder levert voor de kosten die hij in rekening brengt. Door de nieuwe regels kan de hoogte van de tarieven die je betaalt veranderen. Ook de manier waarop tarieven worden berekend kan veranderen. Banken, adviseurs en vermogensbeheerders informeren je hierover via hun website, een brief of persoonlijk gesprek. Wat verandert er precies per 1 januari 2014? Na 1 januari is het voor banken, beleggingsadviseurs en vermogensbeheerders verboden om vergoedingen te ontvangen van beleggingsfondsen. Ook moeten de kosten voor de dienstverlening inzichtelijk zijn. Je beleggingsdienstverlener beheert je vermogen, geeft beleggingsadvies of stelt je in staat zelf te beleggen. Je betaalt hiervoor een vergoeding aan je beleggingsdienstverlener. Ook betaal je een vergoeding aan de aanbieders van beleggingsfondsen of de uitvoerders van transacties voor je beleggingen. Vanaf 1 januari mag die vergoeding niet meer gedeeltelijk worden doorbetaald aan je beleggingsdienstverlener. Dit doorbetalen heet provisie. Per 1 januari 2014 zijn provisies verboden voor beleggingsondernemingen. Lees meer Wat is het doel van het provisieverbod? Wat kan ik van mijn dienstverlener verwachten? Veelgestelde vragen Flyer veranderingen in betalingen voor beleggen Hierin staat alle informatie over het afschaffen van provisie overzichtelijk op een rij. Veel voorkomende vormen van provisie bij beleggingsdienstverlening zijn retourprovisies, distributievergoedingen en aanbrengvergoedingen. Lees meer over: Retourprovisie Distributievergoeding Aanbrengvergoeding Vergelijkingssites: waar moet ik op letten? Wie betaalt voor mijn vergelijking op een vergelijkingswebsite? In sommige gevallen zal de website een vergoeding aan je vragen en betaal je zelf (mee) voor de vergelijking. Vergelijkingswebsites kunnen ook op andere manieren geld verdienen, bijvoorbeeld door reclame op de website. Dit kan ook reclame zijn van beleggingsdienstverleners. Het is dan mogelijk dat je minder betaalt voor de vergelijking of dat je zelfs niks betaalt. Om te weten welke waarde je kunt hechten aan de uitkomsten van de vergelijking moet je meer weten over de vergelijkingssite zelf. Meer informatie waar je op moet letten bij vergelijkingssites. Een tussenpersoon gaat met mij mee op gesprek bij mijn beleggingsdienstverlener. Wie betaalt de tussenpersoon? Jij betaalt de tussenpersoon omdat hij je begeleidt bij je bezoek bij de beleggingsdienstverlener. De beleggingsdienstverlener mag de tussenpersoon niet betalen. Doordat alleen jij de tussenpersoon direct betaalt, is er geen sturing vanuit de beleggingsdienstverlener. Dit draagt bij aan de onafhankelijkheid van de begeleiding van de tussenpersoon. Terug naar Inhoud Effectenportefeuille uit, beleggingsfondsen in Bron: DNB Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af en kiezen meer voor beleggingsfondsen Nederlandse huishoudens hebben  de waarde van hun effectenportefeuille de afgelopen drie jaar met EUR 7 miljard  zien afnemen. De samenstelling van de portefeuille is tevens gewijzigd. Obligaties zijn uit de gratie geraakt, terwijl beleggingsfondsen juist een hoge vlucht hebben genomen. Dit blijkt uit een DNB-onderzoek naar de beleggingen van Nederlandse  huishoudens vanaf januari 2010, enkele maanden voor het uitbreken van de schuldencrisis.   Bedroeg de waarde van de effectenportefeuille (beleggingsfondsen, aandelen en schuldpapier) in januari 2010 EUR 95 miljard, in juni van dit jaar is dat gedaald tot EUR 88 miljard. Deze afname van EUR 7 miljard is de resultante van twee tegengestelde ontwikkelingen. De verkoop van effecten heeft per saldo tot een waardedaling van EUR 14 miljard geleid, terwijl koersstijgingen over dezelfde periode juist voor een vermogensaanwas van EUR 7 miljard zorgden.   Huishoudens verkochten in de periode januari 2010 tot en met juni 2013 per saldo schuldpapier en aandelen, terwijl beleggingsfondsen juist werden aangeschaft. Vooral schuldpapier uitgegeven door financiële ondernemingen en overheden zijn van de hand gedaan. Tussen medio 2011 en medio 2012 was een lichte versnelling zichtbaar in de netto verkoop van effecten door huishoudens. Vanaf de tweede helft van 2012 verbeterde het beursklimaat weer en hebben huishoudens de omvang van hun portefeuille nauwelijks aangepast. De aankopen en verkopen houden elkaar dan redelijk in evenwicht (zie figuur 1a). De koersstijgingen sinds januari 2010 ter grootte van  EUR 7 miljard zijn grotendeels behaald vanaf juni 2012. In de periode daarvoor zorgde het slechte beursklimaat voor een verdamping van alle (papieren) koerswinsten die tussen januari 2010 en april 2011 waren behaald. Gecumuleerd over de gehele periode zijn de sterkste koerswinsten behaald op beleggingsfondsen (grafiek 1b).   Met een waarde van EUR 47 miljard maken beleggingsfondsen in juni van dit jaar 53% uit van de waarde van de totale effectenportefeuille. Drieëneenhalf jaar eerder was dat 47%. Aandelenfondsen (EUR 25 miljard) genieten de meeste belangstelling, gevolgd door obligatiefondsen (EUR 12 miljard). De overige EUR 10 miljard is verdeeld over gemengde fondsen, vastgoedfondsen en geldmarktfondsen.     Schuldpapier is in juni 2013 met een waarde van EUR 11 miljard goed voor 13% van de totale waarde van het effectenbezit van huishoudens, een halvering van het  aandeel begin 2010 (26%).    Het belang van aandelen in de portefeuille is gestegen van 27% in 2010 naar 34% in juni 2013. Van de EUR 30 miljard die huishoudens dit jaar in aandelen hebben belegd, zit bijna de helft (EUR 13 miljard) in AEX-fondsen. In de periode januari 2010 tot en met juni 2013 hebben huishoudens per saldo zo’n EUR 2 miljard aan AEX aandelen van de hand gedaan. Van alle afzonderlijke AEX-aandelen hebben Nederlandse huishoudens het meeste geld belegd in aandelen van Royal Dutch Shell (EUR 4 miljard, zo’n dertig procent van de waarde van de AEX-portefeuille van gezinnen), gevolgd door ING Groep en Unilever. Hele Artikel:  Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af (PDF: 280.7 Kb)  Klik hier om te downloaden Terug naar Inhoud Welvaart en Leefomgeving – Horizonscan Bron: CPB | Economische beleidsanalyse Het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) heeft in samenwerking met het CPB (Centraal Planbureau), een aantal belangrijke mondiale en nationale trends voor welvaart en leefomgeving op een rij gezet en daarnaast vier onwaarschijnlijke trends verkend. Welvaart en Leefomgeving – Horizonscan Download (PDF document, 2.4 MB) | CPB Boek 9 | 10-10-2013 | 90 pagina's | ISBN 978-94-91506-45-1 Dit boek is in gedrukte vorm vanaf eind oktober 2013 te bestellen via het Planbureau voor de Leefomgeving  zie www.pbl.nl. Ook is dit boek online te lezen klik hier Economische groei, pensioengarantie, stijgende huizenprijzen en een stabiele bankensector vormen sinds het begin van de crisis in 2008 niet langer de pijlers onder de Nederlandse welvaart. Tegelijkertijd hebben politiek en bestuur steeds minder mogelijkheden om ontwikkelingen in de door de samenleving gewenste richting te sturen. Onzekerheid over hoe we onze welvaart kunnen behouden wakkert de roep om toekomstverkenningen aan. In de deze publicatie ‘Welvaart en Leefomgeving – Horizonscan’ heeft het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving), in samenwerking met het CPB (Centraal Planbureau), een aantal belangrijke mondiale en nationale trends op een rij gezet en daarnaast vier onwaarschijnlijke trends verkend. PBL en CPB benoemen niet alleen trends, maar gaan ook in op de onzekerheid hoe deze zich in de toekomst zullen ontwikkelen. Hiermee hebben de planbureaus een aanzet geleverd voor een nieuwe toekomstverkenning op het terrein van welvaart en leefomgeving (WLO), waarvan het eerste deel naar verwachting in het voorjaar van 2014 zal verschijnen. In het verleden is de WLO door politiek en beleid gebruikt bij afwegingen rondom investeringen voor infrastructuur en stedelijke ontwikkelingen. De laatste WLO verscheen in 2006: ruim voor het begin van de huidige crisis.  Lees meer op CPB website Terug naar Inhoud   IG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: jhbvdmeulen@kpnmail.nl Meedoen kan Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggersymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt. Met name voor de organisatie van deze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming van onze symposia. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ook deelname aan redactie van de website, de nieuwsbrieven, het beheren van het forum of website of delen daarvan behoort tot de mogelijkheden. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan een van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met Michel Hupkens Klik Hier  Terug naar Inhoud Agenda Bron: HCC Beleggen redactie De HCC Beleggen Kalender op onze website en  deze Agenda zijn inmiddels een begrip onder beleggers in Nederland en België geworden. Voor veel andere sites zijn wij de de facto bron van informatie. Toch zijn nog niet alle events in onze Agenda opgenomen. Daarom willen we ook aanbieders van seminars, cursussen en beleggersbijeenkomsten in de gelegenheid stellen, zelf hun events aan te kondigen, zowel op ons forum als in onze nieuwsbrieven. Plaatsing van (vrij toegangkelijke) educatieve bijeenkomsten zijn kostenloos. (Bijeenkomsten met een educatief karakter welke niet gratis toegankelijk zijn danwel bijeenkomsten met een niet uitsluitend educatief karakter kunnen onder voorwaarden ook in onze agenda opgenomen worden. Wilt u meer weten neemt u dan even contact  op met de redactie) Terug naar Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

5 november 2013

...

Nieuwsbrief20130914 Symp61-4

61-ste HCC Beleggen Symposium   "Het beste van de beurs" Sprekers, Standhouders, Groepen op 5 oktober 2013 in De Bilt Symposiumbrief  4 Introductie 61ste HCC Beleggen Symposium Sprekers Standhouders HCC Beleggen Regio- en Belangstellings groepen Meedoen kan Rooster Aanmelden en Routebeschrijving 61-steHCC Beleggen Symposium op 5 oktober 2013: "Het beste van de beurs" Bron: Redactie Nederlandse beleggers stappen bij voorkeur in bedrijven van eigen bodem. Begrijpelijk, want als belegger wil je grip hebben op investeringen. Die grip heb je door te beleggen in bedrijven die je kent. Het is dan ook geen wonder dat beleggende landgenoten een voorkeur hebben voor Nederlandse beursfondsen. Beleggers voelen de binding met deze bedrijven. Het veelgehoorde bezwaar dat de Nederlandse beurs te beperkt is, is een oneigenlijk argument. Onze multinationals hebben immers wereldwijde posities. Daarmee heeft de belegger genoeg exposure naar de hele wereld. Voorbeelden zijn Unilever, Shell en Philips. Zij behalen maar een klein deel van hun omzet op hun thuismarkt; het leeuwendeel van hun inkomsten komt momenteel uit de groeimarkt Azië. Ander voordeel van Nederlandse bedrijven is dat zij toegankelijker zijn dan hun buitenlandse concurrenten. Informatie is gemakkelijker te verkrijgen, het is eenvoudig om aandeelhoudervergaderingen te bezoeken, dat ten goede komt aan het inzicht in een bedrijf. Tijdens het 61ste HCC Beleggen Symposium met de titel "Het beste van de beurs" zullen deskundige sprekers ons bijpraten over de kansen die zich voordoen op de Nederlandse beurs. Terug naar inhoud Sprekers Bron: Redactie Bob Hendriks     BlackRock Jaap-Jan Fit       Wereldhave Tom Muller          Theodoor Gilissen Niels Faasen      Morningstar Joost Slooten     Arcadis Philippe Dasonville  WH Selfinvest Marco Vocking         vocking.nl Harry Klip                  Option Academy Ruerd Heeg Anne Grevinga Bob Hendriks, Sales Director bij BlackRock,  geeft ons inzicht in de:  "Huidige kansen en risico’s met betrekking tot beleggen in grondstoffenaandelen na de prijzenval in de laatste twee jaar". (edele metalen, basismetalen en energie) In een wereld die sneller dan ooit verandert, biedt BlackRock houvast aan beleggers die hun mogelijkheden maximaal willen benutten en behoefte hebben aan duidelijkheid over risico’s. BlackRock is in alle facetten een mondiaal bedrijf, dat de voordelen van een wereldwijd perspectief combineert met lokale aanwezigheid en dienstverlening. Wij beheren vermogen voor cliënten in Noord- en Zuid-Amerika, Europa, Azië, Australië, het Midden-Oosten en Afrika. Bij BlackRock werken ruim 10.000 beleggingsdeskundigen, in 30 landen over de hele wereld. Tot onze cliënten behoren pensioenfondsen, overheden, verzekeringsmaatschappijen, beleggingsfondsen van derden, liefdadigheidsinstellingen, stichtingen, grote bedrijven, staatsfondsen, banken, professionele en particuliere beleggers. Als grootste onafhankelijke wereldwijde vermogensbeheerder beheert BlackRock (31 december 2012) een totaal vermogen van US$ 3.792 miljard, verdeeld over aandelen, obligaties, liquiditeiten, alternatieve beleggingen en vastgoed. Jaap-Jan Fit laat ons zien waarin Wereldhave gaat investeren. Wereldhave is een vastgoed beleggingsmaatschappij met overwegend winkelcentra in portefeuille. Deze laatste zijn met name gelegen in Noordwest Europa en Parijs. Wereldhave is een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal (closed-end). De uitgifte en inkoop van aandelen vinden plaats bij besluit van de Directie. Aandelen Wereldhave worden verhandeld op de beurs van NYSE Euronext in Amsterdam (AMX). Wereldhave heeft de fiscale status van beleggingsinstelling (FBI) en betaalt daardoor in Nederland feitelijk geen vennootschapsbelasting. Ontwikkelingsactiviteiten in Nederland zijn wel onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Wereldhave heeft een vergunning op grond van de Wet op het financieel toezicht. De beleggingen in België bestaan uit een belang van 69,41% in de op Euronext Brussel genoteerde vastgoedbevak Comm. VA Wereldhave Belgium SCA. De beleggingen in Frankrijk vallen onder het SIIC regime (Sociétés d’Investissements Immobilières Cotées). Aandeel Wereldhave is sinds 1946 genoteerd aan de effectenbeurs in Amsterdam (AMX). Op 31 december 2012 stonden 21.679.608 gewone aandelen en 10 prioriteitsaandelen A uit. Er stonden geen prioriteitsaandelen B en preferente aandelen uit. Tom Muller van Theodoor Gilissen bespreekt op 5 oktober enige kansrijke ondernemingen. Small- en midcaps bieden op langere termijn gemiddeld een hoger rendement dan de hoofdfondsen. Theodoor Gilissen is een private bank met dienstverlening op het gebied van beleggen (beleggingsadvies en vermogensbeheer), financiële planning, inkomens- en vermogensstructurering en financieren. Theodoor Gilissen bedient al meer dan 130 jaar vermogende particulieren, ondernemers, stichtingen, verenigingen, religieuze instellingen en pensioenfondsen. Voor zelfstandige vermogensbeheerders treden wij op als depotbank. Niels Faassen van Morningstar  zal u middels zijn presentatie wegwijs maken in het beleggingsfondsenlandschap. Daarnaast biedt Niels u handvatten bij het selecteren van de beste beleggingsfondsen in het universum door u inzicht te geven in de manier waarop Morningstar beleggingsfondsen analyseert en beoordeelt. Tot slot zal Niels een selectie van de favoriete fondsen van Morningstar met u delen en bespreken. Morningstar, Inc. is een toonaangevende leverancier van onafhankelijk beleggingsonderzoek. Onze missie bestaat erin goede producten te creëren die beleggers helpen hun financiële doelstellingen te verwezenlijken. Wij bieden een uitgebreide waaier van internetproducten, software en producten in drukvorm voor particuliere beleggers, financieel adviseurs en institutionele cliënten over de hele wereld. Morningstar is een vertrouwde bron voor inzichtelijke informatie in een waaier van beleggingsdisciplines. Met activiteiten in 27 landen bieden wij momenteel gegevens over ongeveer 422.000 beleggingsproducten. Morningstar Nederland werd in 2000 in Amsterdam geopend en heeft zijn beleggingswebsite, morningstar.nl, in 2001 geïntroduceerd. De website biedt toegang tot en objectieve informatie over fondsen die beschikbaar zijn voor verkoop aan particuliere beleggers in Nederland. Ook biedt de site onafhankelijke redactionele informatie van analisten en journalisten van Morningstar in Amsterdam en over de hele wereld. Joost Slooten biedt ons een inkijk in de mooie wereld van Arcadis Arcadis is een snelgroeiende toonaangevende advies-, ontwerp-, projectmanagement en ingenieursorganisatie die oplossingen levert op de gebieden infrastructuur, water, milieu en gebouwen. Na de watersnoodramp in New Orleans enige jaren terug, stond Arcadis volop in de schijnwerper vanwege haar know how op het terrein van waterbouwkunde Arcadis verbetert mobiliteit, duurzaamheid en de kwaliteit van leven door balans aan te brengen in de gebouwde en natuurlijke leefomgeving.  Arcadis ontwikkelt, ontwerpt, implementeert, onderhoudt en exploiteert projecten voor bedrijven en overheden. Philippe Dassonville van WH Selfinvest presenteert een eenvoudige tradingstrategie op de EUR/USD, die op preciese tijdstippen scalping posities inneemt op basis van 3 trendindicatoren. U leert hoe u zonder kennis van programmeren deze strategie volautomatisch of manueel kunt toepassen op het valutapaar EUR/USD. Een handelssysteem met lage drawdown en hoge probabiliteit met duidelijke instapsignalen, koersdoelen en specifieke stoplos-orders. WH SELFINVEST S.A., opgericht in 1998, heeft een broker vergunning (nr. 42798), een commissionaire vergunning (nr. 36399) en een vermogensbeer vergunning (nr. 1806) uitgereikt door het Luxemburgse Ministerie van Financiën. De vennootschap heeft een Europees paspoort. Het geregistreerde bijkantoor in België heeft de bijkomende goedkeuring van de "Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten". Het geregistreerde bijkantoor in Frankrijk heeft de bijkomende goedkeuring van de "Autorité des Marchés Financiers" en "Banque de France". Het infokantoor in Nederland is geregistreerd bij de Autoriteit Financiële Markten. En het bijkantoor in Duitsland is geregistreerd bij de "Bundesanstalt für Finanzdienstleistungsaufsicht". De vennootschap wordt gecontroleerd door een externe én een interne auditor. WH SelfInvest bedient zowel particuliere als institutionele beleggers. Het klantenbestand bestaat uit cliënten uit 28 verschillende landen. Marco Vocking, systeemhandelaar,  zal in deze presentatie ons een zeer overzichtelijk Amerikaans handelssysteem tonen. Het betreft een presentatie van een handelssysteem die alle facetten bevat die u nodig heeft om op de beurs te slagen! U kunt met dit systeem op elke gewenste markt werken. De volgende onderwerpen komen aan bod: U leert de basis van het traden en alle belangrijke punten waar u op moet letten tijdens het traden. De unieke trading indicatoren omvatten een robuust trading systeem en zijn ontwikkeld voor de trader die graag wil handelen op alle valuta- en futuremarkten. Het systeem geeft onder andere duidelijke long- en shortsignalen, de trend (down of up), uitbraken en trailing stops aan. Dit alles wordt weergegeven in zeer overzichtelijke grafieken. Na jaren van ontwikkeling worden deze indicatoren gebruikt door handelaren over de hele wereld om elke dag weloverwogen beslissingen te nemen in de beurshandel. Unieke grafieken Kleur van de achtergrond: hiermee kunnen we heel snel herkennen of we long of short gericht zijn. Bij een groene achtergrond doen we uitsluitend long posities en bij een roze achtergrond doen we uitsluitend short posities. Kleur van de candles: de candles kleuren blauw in een stijgende markt en rood in een dalende markt. Indien de candles geel zijn beweegt de markt zich zijwaarts. Stop-dots: tijdens een longsignaal bevinden de blauwe stop-dots zich onder de koers en tijdens een shortsignaal bevinden de rode stop-dots zich boven de koers. Zo weet u direct waar u de stop moet plaatsen. Stealth: Wanneer er een groene Stealth onder de koers verschijnt hebben we te maken met een stijgende markt. Wanneer er een rode Stealth boven de koers verschijnt hebben we te maken met een dalende markt. Tradingroom Naast het gebruik van de speciale indicatoren bent u dagelijks welkom in de tradingroom. Dat betekent dat u vanaf uw eigen werkplek inlogt in de tradingroom om de trades van ervaren traders te kunnen volgen die met de zelfde indicatoren werken. High Energy Times Deze service filtert financiële instrumenten waar een breakout of een potentiële grote beweging wordt verwacht in de handelssessie door middel van een zeer geavanceerde analyse. Het geeft aan wanneer de trader een hogere dan normale beweging kan verwachten in een bepaalde index. Deze tijden worden door middel van een smalle band weergegeven in uw grafiek, zodat u heel eenvoudig kunt zien of de koers zich boven of onder de band bevindt en u op die manier heel eenvoudig uw positie kunt bepalen. Training Vier keer per week worden er webinars gehouden om u de fijne kneepjes van het traden te leren en hoe u op de juiste wijze de indicatoren tijdens het traden kunt gebruiken. Alle webinars worden opgenomen, zodat u ze op ieder gewenst moment nog eens terug kan kijken. Indien u vragen heeft over ons trading systeem of als u geïnteresseerd bent en hier dagelijks mee aan de slag wilt, bent u van harte welkom op onze stand. Wij staan u graag te woord!  Website: Vocking.nl Harry Klip van de Option Academy zal u leren hoe u veilig en verantwoord met opties kunt beleggen. Tijdens zijn presentatie komen onder andere aan de orde: Driepoot-strategie De driepoot is een combinatie van een short strangle en een long call of put. Hoewel niet zonder risico door een ongedekt geschreven positie is dit vanwege de hoge hefboom evenzeer heel kansrijk. U zult merken dat er hoge rendementen mogelijk zijn als de visie uitkomt en weinig kost als de visie niet helemaal uitkomt. Daarom is dit een favoriete Optiestrategie van Optie Academy. Optiestrategie in zijwaartse markt De Butterfly is een optiestrategie met drie uitoefenprijzen, waarbij de ranges en dus de maximale winst en verliezen al vooraf duidelijk zijn. U zult leren hoe u een butterfly kunt opzetten en dat vooral in een zijwaartse markt deze strategie kansrijk kan zijn met een lage investering. Harry heeft een eigen marketmakersbedrijf gehad op Euronext, heeft optiehandelaren opgeleid voor o.a. de voorloper van All Options en Hak options en was beursanalist op TV bij RTLZ. Ook heeft hij managementervaring opgedaan bij Sigma Derivatives en Today’s Beheer en Brokers. In 2012 heeft Harry Klip zelf het beursspel ‘petje op, petje af’ van ruim 400 deelnemers gewonnen bij de RTLZ Theatertour.. In 2011 hebben ze Optie Academy opgericht en verzorgen trainingen en masterclasses op derivatengebied en zijn ook begonnen met hun abonneeservice, Optie Aanbevelingen. Ook mindset en money management staat hoog in het vaandel bij Optie Academy. Samen met Jan Robert weet hij hoe je opties moet toepassen in de praktijk en kunnen zij u helpen om een betere optiebelegger te worden. Ruerd Heeg, auteur van het boek "Aandelen selecteren als waardebelegger",  vertelt in zijn presentatie waarom particuliere beleggers meestal minder goed beleggen dan professionele waardebeleggers. Hij doet dat door een aantal denkfouten te bespreken die particuliere beleggers vaak maken en waarom ze dat doen. Vervolgens legt hij uit hoe professionele waardebeleggers bedrijven analyseren. Ook gaat hij in op welke aandelen de meeste waardebeleggers vermijden. Tenslotte bespreekt hij een aantal beleggingsstrategieën van waardebeleggers in detail. De afgelopen 15 jaar hebben beleggers gemiddeld maar een matig rendement geboekt. Sommige beleggers hebben het echter veel beter dan de markt gedaan. Wie zijn dat? En wat doen ze dan beter? Vooral professionele waardebeleggers hebben een hoger rendement gehaald. Deze beleggers beleggen onder meer in minder bekende, riskantere en daardoor lager gewaardeerde aandelen. Waardebeleggen is overigens niet nieuw: de leermeester van superbelegger Warren Buffett schreef er in 1934 al een boek over. In het Nederlands is er helaas nog maar weinig over geschreven. Ruerd Heeg is een van de weinigen. Anne Grevinga geeft een presentatie met de intrigerende titel: "Het samenstellen van de Top20 voor de korte- en lange termijn met behulp van fundamentele analyse" Anne Grevinga was als product specialist werkzaam voor 2 Amerikaanse biotechnologie bedrijven. Zijn hobby's zijn programmeren en beleggen. Het ligt met deze hobby's dan ook voor de hand dat hij beleggingsmodellen is gaan ontwikkelen. Anne veronderstelt dat er in beleggersland veel te weinig wordt gedaan aan FA. Mede daardoor gaat zijn presentatie over een model dat is gebaseerd op Fundamentele Analyse (FA). Maandelijks wordt een updating gedaan van ons FAB-model (Fundamenteel Analyse Beoordelings-model). Hierin worden bedrijven per sector beoordeeld op basis van het gemiddelde van de sector. Dit resulteert in 18 criteria waarop een bedrijf wordt beoordeeld. Met deze criteria wordt een fondsranking per sector gedaan. Tevens wordt van de belangrijkste FA-criteria retrospectief gekeken hoe ze zich hebben ontwikkeld, dat weer een ander inzicht geeft over de prestaties van een bedrijf. Op deze wijze wordt zowel voor de korte- als ook voor de lange termijn een Top20 samengesteld, die aantoonbaar mooie rendementen opleveren.   Kortom een presentatie, die u niet mag missen omdat alle gegevens elke maand gratis beschikbaar komen en u toch ook hoge rendementen wilt halen Terug naar inhoud Standhouders: Bron: Redactie Forest Bergen Analist.nl Foxware Optie Academy WH Selfinvest Advancebeleggen Lynx HCC de vereniging Edelmetaal-info.nl Vocking Loef Technische Analyse Vereniging van Verzamelaars van Oude Fondsen Forest Bergen is gespecialiseerd in opleidingen en technische produkten voor beleggers en traders.  Wij leveren allerlei software voor de technische belegger, computerapparatuur en netwerken. Wij zijn gespecialiseerd in handelstrainingen voor ForexTraders. Ons uitgangspunt is dat iedereen na afloop geld moet kunnen verdienen in de Forex handel. Ook kunt u bij ons optie cursussen volgen, koersdata-abonnementen afsluiten en boeken kopen.. In onze stand zullen wij een aantal produkten demonstreren, waaronder de overbekende Omnitraderem Metastock software software, met een presentatie handelen in valuta. advertentie:    Nieuws & Analyse Analist.nl biedt gratis overzichten van koop- en verkoopadviezen van Europese en Amerikaanse aandelen afgegeven door gerenommeerde (effecten)banken. Ook biedt Analist.nl inzicht in de behaalde rendementen op de afgegeven adviezen van deze instellingen. De koop- en verkoopadviezen worden de gehele dag door gevolgd en geupdate door een team van onafhankelijke researchers. Momenteel inventariseert Analist.nl een 700-tal aandelen uit de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Duitsland, Nederland en Zwitserland. De informatie wordt gratis verspreid via de website http://www.analist.nl/ en via een digitale nieuwsbrief welke wekelijks wordt verspreid. Wilt u zich gratis en vrijblijvend aanmelden voor deze nieuwsbrief, dan kan dat op de website. Analist.nl genereert haar inkomsten via advertenties die worden geplaatst op de website en in de nieuwsbrieven. Ratings · Aandelen Amsterdam       Alle Nederlandse ratings Foxware Beleggingssoftware is gespecialiseerd in de ontwikkeling van geavanceerde software voor beleggers die handelen in opties en futures. Wij demonstreren ons optieanalyse-programma OPTIEMAAT. Dit ondersteunt al meer dan 23 jaar vele (optie)beleggers bij het onderbouwen van hun beleggingsbeslissingen.   Het programma beschikt over een uitgebreide functionaliteit en u kunt elke positie, bestaande uit opties en/of futures en/of onderliggende waarden, moeiteloos opbouwen en beoordelen op rendement, risico en gevoeligheid voor alle (optie)prijsbepalende factoren.   De module “Adviezen” stelt u in staat om, gebaseerd op uw visie op toekomstige onderliggende koersontwikkelingen, de meest winstgevende optiestrategieën te genereren. De module “BackTrack(e-o-d)” beschikt over een database met ruim 8 jaar end-of-day optiehistorie van alle Euronext optiefondsen. Op basis hiervan kunt u “terug in de tijd” en uw posities uit het verleden naspelen en/of overdoen, maar ook “nieuwe” posities opzetten en de resultaatontwikkeling hiervan door de tijd heen volgen (backtest). Hiermee kunt u lering trekken uit het handelen op basis van “echte” beursgegevens zonder dat daarbij ook “echt” geld op het spel staat. De module “BackTrack(intra-day)” gaat nog een stap verder. Deze biedt u de unieke mogelijkheid de historische optiedatabase uit te breiden met intra-day optienoteringen met een instelbaar interval van (minimaal) 15 minuten! Ook de noteringen op uw handelsmomenten worden hierin vastgelegd. Het pakket werkt met realtime beurskoersen, maar kan desgewenst ook functioneren met end-of-day noteringen. In elk beursklimaat, óók in het huidige, bieden opties uitstekende mogelijkheden voor het behalen van een positief beleggingsresultaat. OPTIEMAAT, als betrouwbaar en geavanceerd “gereedschap”, vormt hiervoor de basis Bij Optie Academy leert u praktijkgericht professioneel beleggen. Optie Academy is opgericht door Harry Klip en Jan Robert Schutte. Deze ervaren oud optie- en futurehandelaren zijn gespecialiseerd in derivaten, zoals futures en opties. Harry Klip is na zijn studietijd aan de HEAO-Bedrijfseconomie, sinds de begin jaren ’90 professioneel actief in opties en was oprichter van een optiebedrijf. Jan Robert Schutte is sinds 1996 actief op de aandelen- en derivatenmarkten en was van 2000 tot 2004 onder meer verantwoordelijk voor research, optiestrategieën en aandeel van de dag bij Binck. Optie Academy biedt: Seminars, masterclasses en trainingen op het gebied van aandelen, opties en futures. Individuele coaching bij het handelen in opties en futures. Praktische optiestrategieën. Ondersteuning om van u een betere future- en optiebelegger te maken. Duidelijke en concrete handelsstrategieën. Kijk voor meer informatie op onze website Bekijk ook onze nieuwste video "Optie Academy voor een optimaal resultaat" WH SELFINVEST NV, opgericht in 1998, is een online beursvennootschap voor actieve beleggers. WH Selfinvest biedt handel in futures, valuta (forex) en CFD’s (Contracts for difference) op aandelen, indices en grondstoffen aan. WH Selfinvest biedt scherpe tarieven aan maar eveneens professionele tradingplatformen zoals het WHS ProStation alsook het WHS FutureStation Nano. Met dit laatste platform kan de trader snel zijn eigen handelssysteem uittesten en automatisch handelen. In het WHS FutureStation Nano zitten meer dan 33 kant-en-klare strategieën waar de daghandelaar mee aan de slag kan. Bezoek www.whselfinvest.nl voor meer informatie of contacteer ons op  info@whselfinvest.com   AdvanceBeleggen.nl Succesvol beleggen in aandelen, obligaties, grondstoffen en beursgenoteerd vastgoed door middel van een  “Absolute Return” strategie. Voorts aanbevelingen m.b.t. kansrijke beleggingsproducten van grootbanken via de nieuwsbrieven van Advance. Loef Technische analyse maakt onderdeel uit van het beleggingsbeleid. Geïnteresseerd in een gratis proefabonnement? Meld u aan via www.advancebeleggen.nl  Abonnees die overtuigd zijn van de kansen van deze strategie en de beheersbare risico’s, maar  over  onvoldoende kennis en ervaring beschikken om dit zelf te doen, kunnen alsnog dit doel bereiken door hun beleggingsportefeuille in handen te geven van OVG (Onafhankelijk Vermogensbeheer ‘s-Gravenhage. Mogelijk vanaf € 2 ton. Wealth Management vanaf € 1 mln. Voor meer info ga naar www.ovgbeheer.nl  Voorts biedt OVG “Garantiebeleggen” aan beleggers met een behoedzaam risicoprofiel. Onder garantiebeleggen wordt verstaan het opbouwen van een beleggingsportefeuille, nagenoeg geheel bestaande uit beleggingsvormen met 100% hoofdsomgarantie. Lynx is in 2006 opgericht en sinds 2007 actief op de Nederlandse markt. Door het grote succes in Nederland heeft Lynx besloten om haar diensten ook in het buitenland aan te bieden. Sinds 2008 is Lynx ook actief in België en Duitsland. Lynx is ook met een stand aanwezig tijdens het HCC Beleggen Symposium. Wie is Lynx? Lynx is in Nederland, België en Duitsland dé specialist in online beleggen Lynx is door de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) verkozen tot goedkoopste broker Beleggers Belangen heeft Lynx uitgeroepen tot beste broker van Nederland Via Lynx heeft u direct online toegang tot meer dan 80 beurzen wereldwijd Real-time koersen van Euronext, Amerika, olie en goud! Allemaal op 1 scherm Supersnel orders inleggen met het revolutionaire 1-click trading HCC de vereniging Contact!  en Gezellig communiceren over uw hobby met andere liefhebbers! HCC brengt u in contact met mensen met dezelfde interesses, via een van onze vele groepen van enthousiaste hobbyisten. Als HCC-lid kunt u gratis bij een van deze groepen aansluiten (een paar groepen vragen een aanvullend bedrag), voor aansluiting bij meerdere groepen wordt een kleine vergoeding gevraagd. Daarnaast is er het HCC-webforum en zijn er vele activiteiten, met uiteenlopende onderwerpen, die door het hele land worden georganiseerd. Hulp! Problemen bij het computergebruik? HCC levert u de oplossing! Voor ondersteuning bij computerproblemen is er HCC!forums, een groot aantal cursussen op onze website en de telefonische helpdesk van HCC!hulp. Daarnaast zijn er nog tal van leden die andere leden helpen bij vragen over de digitale wereld. Informatie! HCC vertelt u alles over de digitale wereld! Via onze website en digitale nieuwsbrieven blijft u op de hoogte van alle ontwikkelingen in de computerwereld. Het Internetblad blad HCC! Webzine informeert en adviseert over digitale producten en diensten. Snel uw lidmaatschap terugverdiend! HCC, gids in de digitale wereld! Word nu lid en profiteer van veel voordeel! Profiteer van onderstaande voordelen en diensten en actuele aanbiedingen die het HCC-lidmaatschap biedt. De contributie voor het HCC-lidmaatschap heb je snel terugverdiend, het ledenvoordeel kan oplopen tot € 400,-! Vind alle voordelen, diensten en verdere informatie via de Lidmaatschappagina op de HCC site Deze info is van 28 september 2013 voor meest recente pagina kijk op: http://www.hcc.nl  Edelmetaal-info verzamelt en presenteert nieuws en informatie op het gebied van beleggen, investeren en traden: in fysiek edelmetaal, zoals goud, zilver, platina en palladium mijnbouwaandelen alsmede afgeleide beleggingsproducten van edelmetalen, zoals: turbo’s, speeders, ETF, sprinters, trackers, beleggingsfondsen, certificaten Nieuws, commentaren, meningen m.b.t. maatschappelijke en economische stromingen en invloeden op mogelijk enig edelmetaal worden tevens gepubliceerd. Edelmetaal-info bevordert de discussie en informatie over bovengenoemde zaken o.a. door nieuws, columns, competitie, signaleren opmerkelijke zaken, interviews. Tevens brengt Edelmetaal-Info.nl ook elke week een gratis nieuwsbrief uit. Edelmetaal-Info bezigt 2 motto's: Alle informatie op deze site is het startpunt voor je eigen onderzoek Koop fysiek edelmetaal of afgeleide producten alleen als je begrijpt wat je koopt en dus weet wat de risico's zijn. Ons bedrijf is opgericht in 1992 met de levering van hardware en software. Sinds 1999 zijn we volledig gespecialiseerd in trading software met alle daaraan gekoppelde diensten. Zo leveren wij complete systemen en verzorgen wij volledige cursussen voor daytraders. NinjaTrader Education Partner: Als officieel Education Partner van NinjaTrader hebben wij de exclusiviteit van twee Amerikaanse handelssystemen. Door de intensieve samenwerking met onze partners bieden wij onze klanten een complete oplossing die een grote bijdrage levert aan hun succes. Ter ondersteuning aan onze klanten bieden wij complete cursussen en support volledig gebaseerd op het NinjaTrader platform. www.vocking.nl Op onze stand bent u van harte welkom om kennis te maken met een van onze handelssystemen. Wij staan u graag te woord. LOEF Technische Analyse levert onafhankelijke technische analyses aan professionele financiële instellingen, w.o. (private) banken en zelfstandig vermogensbeheerder en is fundmanager van het recent opgerichte LOEF Technische Analyse Fonds. Via zijn website www.edwardloef.com kunnen particuliere beleggers kennis nemen van zijn inzichten.   LOEF maakt gebruik van de klassieke technische analyse om trends en trendomslagen te signaleren en visualiseert het onderscheid tussen de verschillende fasen in de cyclus van beurskoersen aan de hand van zijn (LOEF)methode. LOEF Technische Analyse verzorgt presentaties, cursussen en consultancy-werkzaamheden en publiceert wekelijks een digitale nieuwsbrief over de belangrijkste trends en technische signalen.   In zijn stand geeft hij graag een demonstratie van zijn markt- en handelsvisie, zodat u kunt beoordelen wat hij voor u persoonlijk kan betekenen. De Vereniging van Verzamelaars van Oude Fondsen heeft ten doel het verzamelen van oude fondsen ( aandelen, obligaties, winstbewijzen en overige effecten ) te stimuleren. De vereniging, die sinds 1978 bestaat, telt momenteel ongeveer 150 leden. Tevens zijn er nog 100 à 200 verzamelaars, die in los verband ongeveer hetzelfde beogen. Het is een zeer interessant hobby-gebied, waarbij de meer dan normale belangstelling voor ons verleden geactiveerd wordt. Naast het ondernemen zijn ook aspecten als politiek, cultuur, godsdienst, sociale omstandigheden, welvaart of faillissement een uitdaging voor nader onderzoek door de zogenoemde scripofilist. Het is een nog jong ( jaren '70 ) verzamelgebied. De bekendheid in Nederland is dan ook nog gering te noemen. Als vereniging vinden wij dat ook het cultuur-erfgoed van de oude effecten, al dan niet via particuliere verzamelingen, bewaard dient te blijven. Om de bekendheid van oude effecten te vergroten en te stimuleren zijn er door ons al diverse activiteiten ontplooid. Dit betrof voornamelijk het organiseren van beurzen en veilingen evenals het geven van voorlichting. Door "fonds"-werving konden wij starten met een opzet voor de eerste Nederlandstalige catalogus van oude effecten, die deels al is uitgegeven. Deze catalogus bevat feiten, bijzonderheden en afbeeldingen van nog bekende oude aandelen, obligaties, oprichters- en winstbewijzen. Om een verdere bekendheid te realiseren komen wij naar het HCC Beleggen Symposium om acte de préséance te geven met diverse fraaie voorbeelden van oude effecten. Wat wij laten zien is: · dat zowel het heel oude als het onlangs nog uitgegeven effect aan de wieg staan van diverse soorten ondernemingen en organisaties, van klein gebleven maar ook van expanderende bedrijven en/of risicovolle transacties; · dat dit een ( on ) begrensde veelzijdigheid inhoudt qua branchegebieden; · dat er een grote diversiteit te bespeuren valt in vormgeving en kleurigheid van deze papieren; · dat er ook veel te vertellen valt over verzamelvoorkeuren, druktechnieken, namaak, stempelingen, afwaarderingen, waardebepaling en verzorging Ook geven wij voorlichting over het “beleggen” in OUDE FONDSEN. Daarnaast zal er promotiemateriaal klaar liggen, zoals verenigingsbladen, catalogussen etc. en nemen wij verzamelwaardige stukken mee, die eventueel ook aangekocht kunnen worden. Dat kan voor uzelf, maar ook als een uniek personeels- of relatiegeschenk fungeren. Kortom wij willen u kennis laten maken met een interessant verzamelgebied, wat meer bekendheid verdiend. Terug naar inhoud HCC Beleggen Regio- en Belangstellings groepen Bron: Redactie Beleggen kan een lucratieve en fascinerende hobby zijn, maar er zijn ook risico's aan verbonden. Kennis en vaardigheden zijn noodzakelijke voorwaarden voor duurzaam succes. Door bijeen te komen kunnen beleggers van elkaar leren. Daarnaast is bijeenkomen met gelijkgestemden een belangrijk ingrediënt voor gezelligheid. Daarom worden er naast de beleggingssymposia ook regionale bijeenkomsten gehouden. Momenteel zijn de volgende Regiogroepen actief binnen de HCC Beleggen: Regiogroep Overijssel / Flevoland (ROF)  Computerbeleggersgroep Zuid-Holland Noordbeleggen (Friesland, Groningen en Drenthe) Studie-beleggersclub Helmond In oprichting is een regiogroep in Noord-Holland Regiogroepen komen in de regel op doordeweekse avonden bijeen en behandelen vrijwel alles op het gebied van beleggen. Het deelnemen aan deze groepen is niet alleen leuk, maar ook bijzonder leerzaam. Naast bijeenkomsten van regiogroepen worden er regelmatig op verschillende locaties in het land bijeenkomsten gehouden van Belangstellingsgroepen. Leden kunnen zich bij dergelijke groepen aansluiten om zo snel en effectief vaardigheden op de gewenste terreinen te ontwikkelen. Actieve Belangstellingsgroepen binnen de HCC Beleggen zijn: COSA (belangstellingsgroep voor fundamentele analyse) Belangstellingsgroep Daytraden Van alle genoemde groepen zijn leden aanwezig op het HCC Beleggen Symposium van 13 april 2013. Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat.   RG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: jhbvdmeulen@kpnmail.nl RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Terug naar inhoud Meedoen kan Bron: Redactie HCC Beleggen De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggersymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt. Met name voor de organisatie van deze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming van onze symposia. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten. Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden. Ook deelname aan redactie van de website, de nieuwsbrieven, het beheren van het forum of website of delen daarvan behoort tot de mogelijkheden. Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan een van de Regio- of Belangstellingsgroepen. Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met Michel Hupkens Klik Hier  Terug naar Inhoud Rooster Bron: Redactie  tijd  Colenberghzaal 2  Statenkamer 10.00 tot 10.45 uur Bob Hendriks    Black Rock Kansen en risico’s met beleggen in grondstoffenaandelen Philippe Dassonville Automatisch of manueel handelen op de EUR/USD 10.45 tot 11.05 uur pauze pauze 11.05 tot 11.50 uur Jan-Jaap Fit Wereldhave Waarin gaat Wereldhave investeren? Marco Vocking Daytraden op basis van een overzichtelijk Amerikaans handelssysteem 11.50 tot 12.10 uur pauze pauze 12.10 tot 12.55 uur Tom Muller   Theodoor Gilissen Meest kansrijke Nederlandse aandelen Harry Klip Verantwoord beleggen in opties 12.55 tot 13.30 uur pauze pauze 13.30 tot 14.15 uur Niels Faassen Morningstar Hoe onderscheid ik de beste beleggingsfondsen van de massa? Ruerd Heeg Aandelen selecteren als waardebelegger 14.15 tot 14.35 uur pauze pauze 14.35 tot 15.20 uur Joost Slooten Arcadis Arcadis een wereldbedrijf Anne Grevinga Het samenstellen van de Top20 met behulp van fundamentele analyse Terug naar inhoud Aanmelden en routebeschrijving HCC Beleggen Symposium op 5 oktober 2013 Bron: HCC Beleggen redactie wat 61 ste HCC Beleggen Symposium "Het beste van de beurs" waneer 5 oktober 2013 aanvang 10.00 uur waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte in De Bilt aktiviteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van kontakt met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur en kennis maken met financiele diensten, producten en innovaties bij flink aantal leveranciers locatie-info: Gezellig luch-restaurant aanwezig, Parkeren gratis, In midden van Nederland goede aansluiting op snelwegen, Bereikbaar per openbaar vervoer Een entreebewijs voor het 61-ste HCC BeleggenSymposium kunt u  bestellen door u aan te melden via onze website: Klik hier om u aan te melden   Het HCC Beleggen Symposium wordt gehouden in: Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4 3731 CL  De Bilt Bekijk ligging >> Laat de route zien in een nieuw venster Voer je postcode in: Terug naar Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

29 september 2013

...

Nieuwsbrief20130914 Symp61-3

61-ste HCC Beleggen Symposium   "Het beste van de beurs" Sprekers op 5 oktober 2013 in De Bilt Symposiumbrief  3 5 oktober: 61ste HCC Beleggen Symposium Programma overzicht Jaap-Jan Fit: Waarin gaat Wereldhave investeren Tom Muller: Meest kansrijke Nederlandse aandelen Harry Klip: Verantwoord beleggen in opties Standhouder: Loef Technische Analyse Standhouder: Edelmetaal-info.nl Standhouder: Vereniging van Verzamelaars van Oude Fondsen Standhouder: HCC Beleggen Aanmelden en routebeschrijving 61-steHCC Beleggen Symposium op 5 oktober 2013: "Het beste van de beurs" Bron: Redactie Nederlandse beleggers stappen bij voorkeur in bedrijven van eigen bodem. Begrijpelijk, want als belegger wil je grip hebben op investeringen. Die grip heb je door te beleggen in bedrijven die je kent. Het is dan ook geen wonder dat beleggende landgenoten een voorkeur hebben voor Nederlandse beursfondsen. Beleggers voelen de binding met deze bedrijven. Het veelgehoorde bezwaar dat de Nederlandse beurs te beperkt is, is een oneigenlijk argument. Onze multinationals hebben immers wereldwijde posities. Daarmee heeft de belegger genoeg exposure naar de hele wereld. Voorbeelden zijn Unilever, Shell en Philips. Zij behalen maar een klein deel van hun omzet op hun thuismarkt; het leeuwendeel van hun inkomsten komt momenteel uit de groeimarkt Azië. Ander voordeel van Nederlandse bedrijven is dat zij toegankelijker zijn dan hun buitenlandse concurrenten. Informatie is gemakkelijker te verkrijgen, het is eenvoudig om aandeelhoudervergaderingen te bezoeken, dat ten goede komt aan het inzicht in een bedrijf. Tijdens het 61ste HCC Beleggen Symposium met de titel "Het beste van de beurs" zullen deskundige sprekers ons bijpraten over de kansen die zich voordoen op de Nederlandse beurs. Klik hier om u in te schrijven voor dit gratis Symposium. Terug naar inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Programma van het 61ste HCC Beleggen Symposium Bron: Redactie  tijd  Colenberghzaal 2  Statenkamer 10.00 tot 10.45 uur Bob Hendriks    Black Rock Kansen en risico’s met beleggen in grondstoffenaandelen Philippe Dassonville Automatisch of manueel handelen op de EUR/USD 10.45 tot 11.05 uur pauze pauze 11.05 tot 11.50 uur Jan-Jaap Fit Wereldhave Waarin gaat Wereldhave investeren? Marco Vocking Daytraden op basis van een overzichtelijk Amerikaans handelssysteem 11.50 tot 12.10 uur pauze pauze 12.10 tot 12.55 uur Tom Muller   Theodoor Gilissen Meest kansrijke Nederlandse aandelen Harry Klip Verantwoord beleggen in opties 12.55 tot 13.30 uur pauze pauze 13.30 tot 14.15 uur Niels Faassen Morningstar Hoe onderscheid ik de beste beleggingsfondsen van de massa? Ruerd Heeg Aandelen selecteren als waardebelegger 14.15 tot 14.35 uur pauze pauze 14.35 tot 15.20 uur Anne Grevinga Het samenstellen van de Top20 met behulp van fundamentele analyse Onder de naam van de spreker staat de titel van zijn presentatie. Terug naar inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. Terug naar inhoud Jaap-Jan Fit: Waarin gaat Wereldhave investeren Bron: Redactie Wereldhave is een vastgoed beleggingsmaatschappij met overwegend winkelcentra in portefeuille. Deze laatste zijn met name gelegen in Noordwest Europa en Parijs. Jaap-Jan Fit laat ons zien waarin Wereldhave gaat investeren. Wereldhave is een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal (closed-end). De uitgifte en inkoop van aandelen vinden plaats bij besluit van de Directie. Aandelen Wereldhave worden verhandeld op de beurs van NYSE Euronext in Amsterdam (AMX). Wereldhave heeft de fiscale status van beleggingsinstelling (FBI) en betaalt daardoor in Nederland feitelijk geen vennootschapsbelasting. Ontwikkelingsactiviteiten in Nederland zijn wel onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Wereldhave heeft een vergunning op grond van de Wet op het financieel toezicht. De beleggingen in België bestaan uit een belang van 69,41% in de op Euronext Brussel genoteerde vastgoedbevak Comm. VA Wereldhave Belgium SCA. De beleggingen in Frankrijk vallen onder het SIIC regime (Sociétés d’Investissements Immobilières Cotées). Aandeel Wereldhave is sinds 1946 genoteerd aan de effectenbeurs in Amsterdam (AMX). Op 31 december 2012 stonden 21.679.608 gewone aandelen en 10 prioriteitsaandelen A uit. Er stonden geen prioriteitsaandelen B en preferente aandelen uit. Terug naar inhoud Tom Muller: Meest kansrijke nederlandse aandelen Bron: Redactie Small- en midcaps bieden op langere termijn gemiddeld een hoger rendement dan de hoofdfondsen. Tom Muller bespreekt op 5 oktober enige kansrijke ondernemingen. Theodoor Gilissen is een private bank met dienstverlening op het gebied van beleggen (beleggingsadvies en vermogensbeheer), financiële planning, inkomens- en vermogensstructurering en financieren. Wij bedienen al meer dan 130 jaar vermogende particulieren, ondernemers, stichtingen, verenigingen, religieuze instellingen en pensioenfondsen. Voor zelfstandige vermogensbeheerders treden wij op als depotbank. Terug naar inhoud Harry Klip: Verantwoord beleggen met opties Bron: Redactie Financiële markten zijn een zeer breed vakgebied. Binnen dit vakgebied heeft Optie Academy zich gespecialiseerd in derivaten, zoals futures en opties. Harry en Jan Robert kennen elkaar van Euronext waarzij actief waren als optiehandelaren. Harry heeft een eigen marketmakersbedrijf gehad op Euronext, heeft optiehandelaren opgeleid voor o.a. de voorloper van All Options en Hak options en was beursanalist op TV bij RTLZ. Ook heeft hij managementervaring opgedaan bij Sigma Derivatives en Today’s Beheer en Brokers. In 2012 heeft Harry Klip zelf het beursspel ‘petje op, petje af’ van ruim 400 deelnemers gewonnen bij de RTLZ Theatertour.. Samen met Jan Robert weet hij hoe je opties moet toepassen in de praktijk en kunnen zij u helpen om een betere optiebelegger te worden. In 2011 hebben ze Optie Academy opgericht en verzorgen trainingen en masterclasses op derivatengebied en zijn ook begonnen met hun abonneeservice, Optie Aanbevelingen. Ook mindset en money management staat hoog in het vaandel bij Optie Academy. Tijdens de HCC-dag zal Harry Klip u leren hoe u veilig en verantwoord met opties kunt beleggen. Tijdens zijn presentatie komen onder andere aan de orde: Driepoot-strategie De driepoot is een combinatie van een short strangle en een long call of put. Hoewel niet zonder risico door een ongedekt geschreven positie is dit vanwege de hoge hefboom evenzeer heel kansrijk. U zult merken dat er hoge rendementen mogelijk zijn als de visie uitkomt en weinig kost als de visie niet helemaal uitkomt. Daarom is dit een favoriete Optiestrategie van Optie Academy. Optiestrategie in zijwaartse markt De Butterfly is een optiestrategie met drie uitoefenprijzen, waarbij de ranges en dus de maximale winst en verliezen al vooraf duidelijk zijn. U zult leren hoe u een butterfly kunt opzetten en dat vooral in een zijwaartse markt deze strategie kansrijk kan zijn met een lage investering. Terug naar inhoud LOEF Technische Analyse Standhouder LOEF Technische Analyse levert onafhankelijke technische analyses aan professionele financiële instellingen, w.o. (private) banken en zelfstandig vermogensbeheerder en is fundmanager van het recent opgerichte LOEF Technische Analyse Fonds. Via zijn website www.edwardloef.com kunnen particuliere beleggers kennis nemen van zijn inzichten.   LOEF maakt gebruik van de klassieke technische analyse om trends en trendomslagen te signaleren en visualiseert het onderscheid tussen de verschillende fasen in de cyclus van beurskoersen aan de hand van zijn (LOEF)methode. LOEF Technische Analyse verzorgt presentaties, cursussen en consultancy-werkzaamheden en publiceert wekelijks een digitale nieuwsbrief over de belangrijkste trends en technische signalen.   In zijn stand geeft hij graag een demonstratie van zijn markt- en handelsvisie, zodat u kunt beoordelen wat hij voor u persoonlijk kan betekenen. Terug naar boven Edelmetaal-info.nl Standhouder Anne Grevinga Het samenstellen van de Top20 met behulp van fundamentele analyse Edelmetaal-info verzamelt en presenteert nieuws en informatie op het gebied van beleggen, investeren en traden: in fysiek edelmetaal, zoals goud, zilver, platina en palladium mijnbouwaandelen alsmede afgeleide beleggingsproducten van edelmetalen, zoals: turbo’s, speeders, ETF, sprinters, trackers, beleggingsfondsen, certificaten Nieuws, commentaren, meningen m.b.t. maatschappelijke en economische stromingen en invloeden op mogelijk enig edelmetaal worden tevens gepubliceerd. Edelmetaal-info bevordert de discussie en informatie over bovengenoemde zaken o.a. door nieuws, columns, competitie, signaleren opmerkelijke zaken, interviews. Tevens brengt Edelmetaal-Info.nl ook elke week een gratis nieuwsbrief uit. Edelmetaal-Info bezigt 2 motto's: Alle informatie op deze site is het startpunt voor je eigen onderzoek Koop fysiek edelmetaal of afgeleide producten alleen als je begrijpt wat je koopt en dus weet wat de risico's zijn. Terug naar Inhoud Vereniging van Verzamelaars van Oude Fondsen Standhouder De Vereniging van Verzamelaars van Oude Fondsen heeft ten doel het verzamelen van oude fondsen ( aandelen, obligaties, winstbewijzen en overige effecten ) te stimuleren. De vereniging, die sinds 1978 bestaat, telt momenteel ongeveer 150 leden. Tevens zijn er nog 100 à 200 verzamelaars, die in los verband ongeveer hetzelfde beogen. Het is een zeer interessant hobby-gebied, waarbij de meer dan normale belangstelling voor ons verleden geactiveerd wordt. Naast het ondernemen zijn ook aspecten als politiek, cultuur, godsdienst, sociale omstandigheden, welvaart of faillissement een uitdaging voor nader onderzoek door de zogenoemde scripofilist. Het is een nog jong ( jaren '70 ) verzamelgebied. De bekendheid in Nederland is dan ook nog gering te noemen. Als vereniging vinden wij dat ook het cultuur-erfgoed van de oude effecten, al dan niet via particuliere verzamelingen, bewaard dient te blijven. Om de bekendheid van oude effecten te vergroten en te stimuleren zijn er door ons al diverse activiteiten ontplooid. Dit betrof voornamelijk het organiseren van beurzen en veilingen evenals het geven van voorlichting. Door "fonds"-werving konden wij starten met een opzet voor de eerste Nederlandstalige catalogus van oude effecten, die deels al is uitgegeven. Deze catalogus bevat feiten, bijzonderheden en afbeeldingen van nog bekende oude aandelen, obligaties, oprichters- en winstbewijzen. Om een verdere bekendheid te realiseren komen wij naar het HCC Beleggen Symposium om acte de préséance te geven met diverse fraaie voorbeelden van oude effecten. Wat wij laten zien is: · dat zowel het heel oude als het onlangs nog uitgegeven effect aan de wieg staan van diverse soorten ondernemingen en organisaties, van klein gebleven maar ook van expanderende bedrijven en/of risicovolle transacties; · dat dit een ( on ) begrensde veelzijdigheid inhoudt qua branchegebieden; · dat er een grote diversiteit te bespeuren valt in vormgeving en kleurigheid van deze papieren; · dat er ook veel te vertellen valt over verzamelvoorkeuren, druktechnieken, namaak, stempelingen, afwaarderingen, waardebepaling en verzorging Ook geven wij voorlichting over het “beleggen” in OUDE FONDSEN. Daarnaast zal er promotiemateriaal klaar liggen, zoals verenigingsbladen, catalogussen etc. en nemen wij verzamelwaardige stukken mee, die eventueel ook aangekocht kunnen worden. Dat kan voor uzelf, maar ook als een uniek personeels- of relatiegeschenk fungeren. Kortom wij willen u kennis laten maken met een interessant verzamelgebied, wat meer bekendheid verdiend. Terug naar boven   IG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: jhbvdmeulen@kpnmail.nl HCC de vereniging Standhouder Contact! Gezellig communiceren over uw hobby met andere liefhebbers! HCC brengt u in contact met mensen met dezelfde interesses, via een van onze vele groepen van enthousiaste hobbyisten. Als HCC-lid kunt u gratis bij een van deze groepen aansluiten (een paar groepen vragen een aanvullend bedrag), voor aansluiting bij meerdere groepen wordt een kleine vergoeding gevraagd. Daarnaast is er het HCC-webforum en zijn er vele activiteiten, met uiteenlopende onderwerpen, die door het hele land worden georganiseerd. Hulp! Problemen bij het computergebruik? HCC levert u de oplossing! Voor ondersteuning bij computerproblemen is er HCC!forums, een groot aantal cursussen op onze website en de telefonische helpdesk van HCC!hulp. Daarnaast zijn er nog tal van leden die andere leden helpen bij vragen over de digitale wereld. Informatie! HCC vertelt u alles over de digitale wereld! Via onze website en digitale nieuwsbrieven blijft u op de hoogte van alle ontwikkelingen in de computerwereld. Het Internetblad blad HCC! Webzine informeert en adviseert over digitale producten en diensten. Snel uw lidmaatschap terugverdiend! HCC, gids in de digitale wereld! Word nu lid en profiteer van veel voordeel! Profiteer van onderstaande voordelen en diensten en actuele aanbiedingen die het HCC-lidmaatschap biedt. De contributie voor het HCC-lidmaatschap heb je snel terugverdiend, het ledenvoordeel kan oplopen tot € 400,-! Vind alle voordelen, diensten en verdere informatie via de Lidmaatschappagina op de HCC site Deze info is van 10 februari 2013 voor meest recente pagina kijk op: http://www.hcc.nl  Terug naar Inhoud Aanmelden en routebeschrijving HCC Beleggen Symposium op 5 oktober 2013 Bron: HCC Beleggen redactie wat 61 ste HCC Beleggen Symposium "Het beste van de beurs" waneer 5 oktober 2013 aanvang 10.00 uur waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte in De Bilt aktiviteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van kontakt met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur en kennis maken met financiele diensten, producten en innovaties bij flink aantal leveranciers locatie-info: Gezellig luch-restaurant aanwezig, Parkeren gratis, In midden van Nederland goede aansluiting op snelwegen, Bereikbaar per openbaar vervoer Een entreebewijs voor het 61-ste HCC BeleggenSymposium kunt u  bestellen door u aan te melden via onze website: Klik hier om u aan te melden   Het HCC Beleggen Symposium wordt gehouden in: Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4 3731 CL  De Bilt Bekijk ligging >> Laat de route zien in een nieuw venster Voer je postcode in: Terug naar Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

23 september 2013

...

Nieuwsbrief20130914 Symp61-2

61-ste HCC Beleggen Symposium   "Het beste van de beurs" Sprekers op 5 oktober 2013 in De Bilt Symposiumbrief  2 5 oktober: 61ste HCC Beleggen Symposium Programma overzicht Bob Hendriks: Kansen en risico’s met beleggen in grondstoffenaandelen Ruerd Heeg: Aandelen selecteren als waardebelegger Philippe Dassonville: handelen op de EUR/USD met de WHS scalping methode Lynx Forest Bergen Optie Academy / JRS Trading Vocking 61-steHCC Beleggen Symposium op 5 oktober 2013: "Het beste van de beurs" Bron: Redactie Nederlandse beleggers stappen bij voorkeur in bedrijven van eigen bodem. Begrijpelijk, want als belegger wil je grip hebben op investeringen. Die grip heb je door te beleggen in bedrijven die je kent. Het is dan ook geen wonder dat beleggende landgenoten een voorkeur hebben voor Nederlandse beursfondsen. Beleggers voelen de binding met deze bedrijven. Het veelgehoorde bezwaar dat de Nederlandse beurs te beperkt is, is een oneigenlijk argument. Onze multinationals hebben immers wereldwijde posities. Daarmee heeft de belegger genoeg exposure naar de hele wereld. Voorbeelden zijn Unilever, Shell en Philips. Zij behalen maar een klein deel van hun omzet op hun thuismarkt; het leeuwendeel van hun inkomsten komt momenteel uit de groeimarkt Azië. Ander voordeel van Nederlandse bedrijven is dat zij toegankelijker zijn dan hun buitenlandse concurrenten. Informatie is gemakkelijker te verkrijgen, het is eenvoudig om aandeelhoudervergaderingen te bezoeken, dat ten goede komt aan het inzicht in een bedrijf. Tijdens het 61ste HCC Beleggen Symposium met de titel "Het beste van de beurs" zullen deskundige sprekers ons bijpraten over de kansen die zich voordoen op de Nederlandse beurs. Klik hier om u in te schrijven voor dit gratis Symposium. Terug naar inhoud Programma van het 61ste HCC Beleggen Symposium Bron: Redactie  tijd  Colenberghzaal 2  Statenkamer 10.00 tot 10.45 uur Bob Hendriks    Black Rock Kansen en risico’s met beleggen in grondstoffenaandelen Philippe Dassonville Automatisch of manueel handelen op de EUR/USD 10.45 tot 11.05 uur pauze pauze 11.05 tot 11.50 uur Jan-Jaap Fit Wereldhave Waarin gaat Wereldhave investeren? Marco Vocking Daytraden op basis van een overzichtelijk Amerikaans handelssysteem 11.50 tot 12.10 uur pauze pauze 12.10 tot 12.55 uur Tom Muller   Theodoor Gilissen Meest kansrijke Nederlandse aandelen Harry Klip Verantwoord beleggen in opties 12.55 tot 13.30 uur pauze pauze 13.30 tot 14.15 uur Niels Faassen Morningstar Hoe onderscheid ik de beste beleggingsfondsen van de massa? Ruerd Heeg Aandelen selecteren als waardebelegger 14.15 tot 14.35 uur pauze pauze 14.35 tot 15.20 uur Spreker nog niet definitief Titel presentatie volgt Anne Grevinga Het samenstellen van de Top20 met behulp van fundamentele analyse Onder de naam van de spreker staat de titel van zijn presentatie. Terug naar inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Bob Hendriks: Kansen en risico’s met beleggen in grondstoffenaandelen Bron: Redactie Bob Hendriks is werkzaam als Sales Director bij BlackRock en heeft als geen ander zicht op de "Huidige kansen en risico’s met betrekking tot beleggen in grondstoffenaandelen na de prijzenval in de laatste twee jaar". (edele metalen, basismetalen en energie) In een wereld die sneller dan ooit verandert, biedt BlackRock houvast aan beleggers die hun mogelijkheden maximaal willen benutten en behoefte hebben aan duidelijkheid over risico’s. BlackRock is in alle facetten een mondiaal bedrijf, dat de voordelen van een wereldwijd perspectief combineert met lokale aanwezigheid en dienstverlening. Wij beheren vermogen voor cliënten in Noord- en Zuid-Amerika, Europa, Azië, Australië, het Midden-Oosten en Afrika. Bij BlackRock werken ruim 10.000 beleggingsdeskundigen, in 30 landen over de hele wereld. Tot onze cliënten behoren pensioenfondsen, overheden, verzekeringsmaatschappijen, beleggingsfondsen van derden, liefdadigheidsinstellingen, stichtingen, grote bedrijven, staatsfondsen, banken, professionele en particuliere beleggers. Als grootste onafhankelijke wereldwijde vermogensbeheerder beheert BlackRock (31 december 2012) een totaal vermogen van US$ 3.792 miljard, verdeeld over aandelen, obligaties, liquiditeiten, alternatieve beleggingen en vastgoed. Terug naar inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. Terug naar inhoud Ruerd Heeg: Aandelen selecteren als waardebelegger Bron: Redactie De afgelopen 15 jaar hebben beleggers gemiddeld maar een matig rendement geboekt. Sommige beleggers hebben het echter veel beter dan de markt gedaan. Wie zijn dat? En wat doen ze dan beter? Vooral professionele waardebeleggers hebben een hoger rendement gehaald. Deze beleggers beleggen onder meer in minder bekende, riskantere en daardoor lager gewaardeerde aandelen. Waardebeleggen is overigens niet nieuw: de leermeester van superbelegger Warren Buffett schreef er in 1934 al een boek over. In het Nederlands is er helaas nog maar weinig over geschreven. In deze presentatie vertelt Ruerd Heeg, auteur van het boek "Aandelen selecteren als waardebelegger", waarom particuliere beleggers meestal minder goed beleggen dan professionele waardebeleggers. Hij doet dat door een aantal denkfouten te bespreken die particuliere beleggers vaak maken en waarom ze dat doen. Vervolgens legt hij uit hoe professionele waardebeleggers bedrijven analyseren. Ook gaat hij in op welke aandelen de meeste waardebeleggers vermijden. Tenslotte bespreekt hij een aantal beleggingsstrategieën van waardebeleggers in detail. Terug naar inhoud Philippe Dassonville: Automatisch of manueel handelen op de EUR/USD met de WHS EUR/USD 07u30 - 22u30 scalping methode Bron: Redactie Philippe Dassonville van WH Selfinvest presenteert deze eenvoudige tradingstrategie op de EUR/USD, die op preciese tijdstippen scalping posities inneemt op basis van 3 trendindicatoren. U leert hoe u zonder kennis van programmeren deze strategie volautomatisch of manueel kunt toepassen op het valutapaar EUR/USD. Een handelssysteem met lage drawdown en hoge probabiliteit met duidelijke instapsignalen, koersdoelen en specifieke stoplos-orders. WH SELFINVEST S.A., opgericht in 1998, heeft een broker vergunning (nr. 42798), een commissionaire vergunning (nr. 36399) en een vermogensbeer vergunning (nr. 1806) uitgereikt door het Luxemburgse Ministerie van Financiën. De vennootschap heeft een Europees paspoort. Het geregistreerde bijkantoor in België heeft de bijkomende goedkeuring van de "Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten". Het geregistreerde bijkantoor in Frankrijk heeft de bijkomende goedkeuring van de "Autorité des Marchés Financiers" en "Banque de France". Het infokantoor in Nederland is geregistreerd bij de Autoriteit Financiële Markten. En het bijkantoor in Duitsland is geregistreerd bij de "Bundesanstalt für Finanzdienstleistungsaufsicht". De vennootschap wordt gecontroleerd door een externe én een interne auditor. WH SelfInvest bedient zowel particuliere als institutionele beleggers. Het klantenbestand bestaat uit cliënten uit 28 verschillende landen. Terug naar inhoud Lynx Standhouder Lynx is in 2006 opgericht en sinds 2007 actief op de Nederlandse markt. Door het grote succes in Nederland heeft Lynx besloten om haar diensten ook in het buitenland aan te bieden. Sinds 2008 is Lynx ook actief in België en Duitsland. Lynx is ook met een stand aanwezig tijdens het HCC Beleggen Symposium. Wie is Lynx? Lynx is in Nederland, België en Duitsland dé specialist in online beleggen Lynx is door de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) verkozen tot goedkoopste broker Beleggers Belangen heeft Lynx uitgeroepen tot beste broker van Nederland Via Lynx heeft u direct online toegang tot meer dan 80 beurzen wereldwijd Real-time koersen van Euronext, Amerika, olie en goud! Allemaal op 1 scherm Supersnel orders inleggen met het revolutionaire 1-click trading Terug naar inhoud Forest Bergen Standhouder Forest Bergen is gespecialiseerd in opleidingen en technische produkten voor beleggers en traders. Wij leveren allerlei software voor de technische belegger, computerapparatuur en netwerken. Wij zijn gespecialiseerd in handelstrainingen voor ForexTraders. Ons uitgangspunt is dat iedereen na afloop geld moet kunnen verdienen in de Forex handel. Ook kunt u bij ons optie cursussen volgen, koersdata-abonnementen afsluiten en boeken kopen.. In onze stand zullen wij een aantal produkten demonstreren, waaronder de overbekende Omnitraderem Metastock software software, met een presentatie handelen in valuta. advertentie: Terug naar inhoud Optie Academy / JRS Trading Standhouder Bij Optie Academy leert u praktijkgericht professioneel beleggen. Optie Academy is opgericht door Harry Klip en Jan Robert Schutte. Deze ervaren oud optie- en futurehandelaren zijn gespecialiseerd in derivaten, zoals futures en opties. Harry Klip is na zijn studietijd aan de HEAO-Bedrijfseconomie, sinds de begin jaren ’90 professioneel actief in opties en was oprichter van een optiebedrijf. Jan Robert Schutte is sinds 1996 actief op de aandelen- en derivatenmarkten en was van 2000 tot 2004 onder meer verantwoordelijk voor research, optiestrategieën en aandeel van de dag bij Binck. Optie Academy biedt: Seminars, masterclasses en trainingen op het gebied van aandelen, opties en futures. Individuele coaching bij het handelen in opties en futures. Praktische optiestrategieën. Ondersteuning om van u een betere future- en optiebelegger te maken. Duidelijke en concrete handelsstrategieën. Kijk voor meer informatie op onze OptieAcademy.nl website Bekijk ook onze nieuwste video "Optie Academy voor een optimaal resultaat" Terug naar inhoud   IG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: jhbvdmeulen@kpnmail.nl Vocking Standhouder Ons bedrijf is opgericht in 1992 met de levering van hardware en software. Sinds 1999 zijn we volledig gespecialiseerd in trading software met alle daaraan gekoppelde diensten. Zo leveren wij complete systemen en verzorgen wij volledige cursussen voor daytraders. NinjaTrader Education Partner: Als officieel Education Partner van NinjaTrader hebben wij de exclusiviteit van twee Amerikaanse handelssystemen. Door de intensieve samenwerking met onze partners bieden wij onze klanten een complete oplossing die een grote bijdrage levert aan hun succes. Ter ondersteuning aan onze klanten bieden wij complete cursussen en support volledig gebaseerd op het NinjaTrader platform. www.vocking.nl Op onze stand bent u van harte welkom om kennis te maken met een van onze handelssystemen. Wij staan u graag te woord. Terug naar inhoud Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

16 september 2013

...

Nieuwsbrief20130907 Symp61-1

61-ste HCC Beleggen Symposium   "Het beste van de beurs" Sprekers op 5 oktober 2013 in De Bilt Symposiumbrief  1 5 oktober: 61ste HCC Beleggen Symposium Programma overzicht Niels Faassen: Hoe onderscheid ik de beste beleggingsfondsen van de massa? Anne Grevinga: Top20 samenstellen met behulp van fundamentele analyse. Marco Vocking: Daytraden op basis van een overzichtelijk Amerikaans handelssysteem Standhouder: AdvanceBeleggen.nl Standhouder: Foxware Standhouder: Analist.nl Standhouder: WH Selfinvest Aanmelden en Routebeschrijving 61-steHCC Beleggen Symposium op 5 oktober 2013: "Het beste van de beurs" Bron: Redactie Nederlandse beleggers stappen bij voorkeur in bedrijven van eigen bodem. Begrijpelijk, want als belegger wil je grip hebben op investeringen. Die grip heb je door te beleggen in bedrijven die je kent. Het is dan ook geen wonder dat beleggende landgenoten een voorkeur hebben voor Nederlandse beursfondsen. Beleggers voelen de binding met deze bedrijven. Het veelgehoorde bezwaar dat de Nederlandse beurs te beperkt is, is een oneigenlijk argument. Onze multinationals hebben immers wereldwijde posities. Daarmee heeft de belegger genoeg exposure naar de hele wereld. Voorbeelden zijn Unilever, Shell en Philips. Zij behalen maar een klein deel van hun omzet op hun thuismarkt; het leeuwendeel van hun inkomsten komt momenteel uit de groeimarkt Azië. Ander voordeel van Nederlandse bedrijven is dat zij toegankelijker zijn dan hun buitenlandse concurrenten. Informatie is gemakkelijker te verkrijgen, het is eenvoudig om aandeelhoudervergaderingen te bezoeken, dat ten goede komt aan het inzicht in een bedrijf. Tijdens het 61ste HCC Beleggen Symposium met de titel "Het beste van de beurs" zullen deskundige sprekers ons bijpraten over de kansen die zich voordoen op de Nederlandse beurs. In deze symposiumbrief stellen we alvast een paar sprekers en standhouders aan u voor. Klik hier om u in te schrijven voor dit gratis Symposium. Terug naar inhoud RG Flevoland-Overijssel RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen  Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen. Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan bestuur@beleggersonline.nl . Programma van het 61ste HCC Beleggen Symposium Bron: Redactie  tijd  Colenberghzaal 2  Statenkamer 10.00 tot 10.45 uur Bob Hendriks    Black Rock Kansen en risico’s met beleggen in grondstoffenaandelen Philippe Dassonville Automatisch of manueel handelen op de EUR/USD 10.45 tot 11.05 uur pauze pauze 11.05 tot 11.50 uur Jan-Jaap Fit Wereldhave Waarin gaat Wereldhave investeren? Marco Vocking Daytraden op basis van een overzichtelijk Amerikaans handelssysteem 11.50 tot 12.10 uur pauze pauze 12.10 tot 12.55 uur Tom Muller   Theodoor Gilissen Meest kansrijke Nederlandse aandelen Harry Klip Verantwoord beleggen in opties 12.55 tot 13.30 uur pauze pauze 13.30 tot 14.15 uur Niels Faassen Morningstar Hoe onderscheid ik de beste beleggingsfondsen van de massa? Ruerd Heeg Aandelen selecteren als waardebelegger 14.15 tot 14.35 uur pauze pauze 14.35 tot 15.20 uur Spreker nog niet definitief Titel presentatie volgt Anne Grevinga Het samenstellen van de Top20 met behulp van fundamentele analyse Onder de naam van de spreker staat de titel van zijn presentatie. Terug naar inhoud Doe het zelf beleggers in de regio Helmond Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen. Wat we doen?: We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten. Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn. We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit. We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail. We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen. Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat. Terug naar inhoud Niels Faassen: Hoe onderscheid ik de beste beleggingsfondsen van de massa? Bron: Redactie In deze presentatie zal Niels Faassen van Morningstar u wegwijs maken in het beleggingsfondsenlandschap. Daarnaast biedt Niels u handvatten bij het selecteren van de beste beleggingsfondsen in het universum door u inzicht te geven in de manier waarop Morningstar beleggingsfondsen analyseert en beoordeelt. Tot slot zal Niels een selectie van de favoriete fondsen van Morningstar met u delen en bespreken. Morningstar, Inc. is een toonaangevende leverancier van onafhankelijk beleggingsonderzoek. Onze missie bestaat erin goede producten te creëren die beleggers helpen hun financiële doelstellingen te verwezenlijken. Wij bieden een uitgebreide waaier van internetproducten, software en producten in drukvorm voor particuliere beleggers, financieel adviseurs en institutionele cliënten over de hele wereld. Morningstar is een vertrouwde bron voor inzichtelijke informatie in een waaier van beleggingsdisciplines. Met activiteiten in 27 landen bieden wij momenteel gegevens over ongeveer 422.000 beleggingsproducten. Morningstar Nederland werd in 2000 in Amsterdam geopend en heeft zijn beleggingswebsite, morningstar.nl, in 2001 geïntroduceerd. De website biedt toegang tot en objectieve informatie over fondsen die beschikbaar zijn voor verkoop aan particuliere beleggers in Nederland. Ook biedt de site onafhankelijke redactionele informatie van analisten en journalisten van Morningstar in Amsterdam en over de hele wereld. Terug naar inhoud Anne Grevinga: Top20 samenstellen met behulp van fundamentele analyse. Bron: Redactie "Het samenstellen van de Top20 voor de korte- en lange termijn met behulp van fundamentele analyse"  is de volledige en intrigerende titel van de presentatie van Anne Grevinga. Anne Grevinga was als product specialist werkzaam voor 2 Amerikaanse biotechnologie bedrijven. Zijn hobby's zijn programmeren en beleggen. Het ligt met deze hobby's dan ook voor de hand dat hij beleggingsmodellen is gaan ontwikkelen. Anne veronderstelt dat er in beleggersland veel te weinig wordt gedaan aan FA. Mede daardoor gaat zijn presentatie over een model dat is gebaseerd op Fundamentele Analyse (FA). Maandelijks wordt een updating gedaan van ons FAB-model (Fundamenteel Analyse Beoordelings-model). Hierin worden bedrijven per sector beoordeeld op basis van het gemiddelde van de sector. Dit resulteert in 18 criteria waarop een bedrijf wordt beoordeeld. Met deze criteria wordt een fondsranking per sector gedaan. Tevens wordt van de belangrijkste FA-criteria retrospectief gekeken hoe ze zich hebben ontwikkeld, dat weer een ander inzicht geeft over de prestaties van een bedrijf. Op deze wijze wordt zowel voor de korte- als ook voor de lange termijn een Top20 samengesteld, die aantoonbaar mooie rendementen opleveren.   Kortom een presentatie, die u niet mag missen omdat alle gegevens elke maand gratis beschikbaar komen en u toch ook hoge rendementen wilt halen Terug naar inhoud Marco Vocking: Daytraden op basis van een overzichtelijk Amerikaans handelssysteem Bron: Redactie In deze presentatie zal systeemhandelaar Marco Vocking ons een zeer overzichtelijk Amerikaans handelssysteem tonen. Het betreft een presentatie van een handelssysteem die alle facetten bevat die u nodig heeft om op de beurs te slagen! U kunt met dit systeem op elke gewenste markt werken. De volgende onderwerpen komen aan bod: Algemeen U leert de basis van het traden en alle belangrijke punten waar u op moet letten tijdens het traden. De unieke trading indicatoren omvatten een robuust trading systeem en zijn ontwikkeld voor de trader die graag wil handelen op alle valuta- en futuremarkten. Het systeem geeft onder andere duidelijke long- en shortsignalen, de trend (down of up), uitbraken en trailing stops aan. Dit alles wordt weergegeven in zeer overzichtelijke grafieken. Na jaren van ontwikkeling worden deze indicatoren gebruikt door handelaren over de hele wereld om elke dag weloverwogen beslissingen te nemen in de beurshandel. Unieke grafieken Kleur van de achtergrond: hiermee kunnen we heel snel herkennen of we long of short gericht zijn. Bij een groene achtergrond doen we uitsluitend long posities en bij een roze achtergrond doen we uitsluitend short posities. Kleur van de candles: de candles kleuren blauw in een stijgende markt en rood in een dalende markt. Indien de candles geel zijn beweegt de markt zich zijwaarts. Stop-dots: tijdens een longsignaal bevinden de blauwe stop-dots zich onder de koers en tijdens een shortsignaal bevinden de rode stop-dots zich boven de koers. Zo weet u direct waar u de stop moet plaatsen. Stealth: Wanneer er een groene Stealth onder de koers verschijnt hebben we te maken met een stijgende markt. Wanneer er een rode Stealth boven de koers verschijnt hebben we te maken met een dalende markt. Tradingroom Naast het gebruik van de speciale indicatoren bent u dagelijks welkom in de tradingroom. Dat betekent dat u vanaf uw eigen werkplek inlogt in de tradingroom om de trades van ervaren traders te kunnen volgen die met de zelfde indicatoren werken. High Energy Times Deze service filtert financiële instrumenten waar een breakout of een potentiële grote beweging wordt verwacht in de handelssessie door middel van een zeer geavanceerde analyse. Het geeft aan wanneer de trader een hogere dan normale beweging kan verwachten in een bepaalde index. Deze tijden worden door middel van een smalle band weergegeven in uw grafiek, zodat u heel eenvoudig kunt zien of de koers zich boven of onder de band bevindt en u op die manier heel eenvoudig uw positie kunt bepalen. Training Vier keer per week worden er webinars gehouden om u de fijne kneepjes van het traden te leren en hoe u op de juiste wijze de indicatoren tijdens het traden kunt gebruiken. Alle webinars worden opgenomen, zodat u ze op ieder gewenst moment nog eens terug kan kijken. Indien u vragen heeft over ons trading systeem of als u geïnteresseerd bent en hier dagelijks mee aan de slag wilt, bent u van harte welkom op onze stand. Wij staan u graag te woord! Terug naar inhoud AdvanceBeleggen.nl Standhouder   AdvanceBeleggen.nl Succesvol beleggen in aandelen, obligaties, grondstoffen en beursgenoteerd vastgoed door middel van een  “Absolute Return” strategie. Voorts aanbevelingen m.b.t. kansrijke beleggingsproducten van grootbanken via de nieuwsbrieven van Advance. Loef Technische analyse maakt onderdeel uit van het beleggingsbeleid. Geïnteresseerd in een gratis proefabonnement? Meld u aan via www.advancebeleggen.nl  Abonnees die overtuigd zijn van de kansen van deze strategie en de beheersbare risico’s, maar  over  onvoldoende kennis en ervaring beschikken om dit zelf te doen, kunnen alsnog dit doel bereiken door hun beleggingsportefeuille in handen te geven van OVG (Onafhankelijk Vermogensbeheer ‘s-Gravenhage. Mogelijk vanaf € 2 ton. Wealth Management vanaf € 1 mln. Voor meer info ga naar www.ovgbeheer.nl  Voorts biedt OVG “Garantiebeleggen” aan beleggers met een behoedzaam risicoprofiel. Onder garantiebeleggen wordt verstaan het opbouwen van een beleggingsportefeuille, nagenoeg geheel bestaande uit beleggingsvormen met 100% hoofdsomgarantie. Terug naar inhoud Foxware Standhouder Foxware Beleggingssoftware is gespecialiseerd in de ontwikkeling van geavanceerde software voor beleggers die handelen in opties en futures. Wij demonstreren ons optieanalyse-programma OPTIEMAAT. Dit ondersteunt al meer dan 23 jaar vele (optie)beleggers bij het onderbouwen van hun beleggingsbeslissingen.   Het programma beschikt over een uitgebreide functionaliteit en u kunt elke positie, bestaande uit opties en/of futures en/of onderliggende waarden, moeiteloos opbouwen en beoordelen op rendement, risico en gevoeligheid voor alle (optie)prijsbepalende factoren.   De module “Adviezen” stelt u in staat om, gebaseerd op uw visie op toekomstige onderliggende koersontwikkelingen, de meest winstgevende optiestrategieën te genereren. De module “BackTrack(e-o-d)” beschikt over een database met ruim 8 jaar end-of-day optiehistorie van alle Euronext optiefondsen. Op basis hiervan kunt u “terug in de tijd” en uw posities uit het verleden naspelen en/of overdoen, maar ook “nieuwe” posities opzetten en de resultaatontwikkeling hiervan door de tijd heen volgen (backtest). Hiermee kunt u lering trekken uit het handelen op basis van “echte” beursgegevens zonder dat daarbij ook “echt” geld op het spel staat. De module “BackTrack(intra-day)” gaat nog een stap verder. Deze biedt u de unieke mogelijkheid de historische optiedatabase uit te breiden met intra-day optienoteringen met een instelbaar interval van (minimaal) 15 minuten! Ook de noteringen op uw handelsmomenten worden hierin vastgelegd.   Het pakket werkt met realtime beurskoersen, maar kan desgewenst ook functioneren met end-of-day noteringen. In elk beursklimaat, óók in het huidige, bieden opties uitstekende mogelijkheden voor het behalen van een positief beleggingsresultaat. OPTIEMAAT, als betrouwbaar en geavanceerd “gereedschap”, vormt hiervoor de basis Terug naar inhoud Analist.nl Standhouder    Nieuws & Analyse Analist.nl biedt gratis overzichten van koop- en verkoopadviezen van Europese en Amerikaanse aandelen afgegeven door gerenommeerde (effecten)banken. Ook biedt Analist.nl inzicht in de behaalde rendementen op de afgegeven adviezen van deze instellingen. De koop- en verkoopadviezen worden de gehele dag door gevolgd en geupdate door een team van onafhankelijke researchers. Momenteel inventariseert Analist.nl een 700-tal aandelen uit de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Duitsland, Nederland en Zwitserland. De informatie wordt gratis verspreid via de website http://www.analist.nl/ en via een digitale nieuwsbrief welke wekelijks wordt verspreid. Wilt u zich gratis en vrijblijvend aanmelden voor deze nieuwsbrief, dan kan dat op de website. Analist.nl genereert haar inkomsten via advertenties die worden geplaatst op de website en in de nieuwsbrieven. Ratings · Aandelen Amsterdam       Alle Nederlandse ratings Terug naar inhoud   IG: Computerbeleggersgroep-ZH Sinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen.  Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft. Klik hier voor meer info    Contactadres: jhbvdmeulen@kpnmail.nl WH Selfinvest Standhouder WH SELFINVEST NV, opgericht in 1998, is een online beursvennootschap voor actieve beleggers. WH Selfinvest biedt handel in futures, valuta (forex) en CFD’s (Contracts for difference) op aandelen, indices en grondstoffen aan. WH Selfinvest biedt scherpe tarieven aan maar eveneens professionele tradingplatformen zoals het WHS ProStation alsook het WHS FutureStation Nano. Met dit laatste platform kan de trader snel zijn eigen handelssysteem uittesten en automatisch handelen. In het WHS FutureStation Nano zitten meer dan 33 kant-en-klare strategieën waar de daghandelaar mee aan de slag kan. Bezoek www.whselfinvest.nl voor meer informatie of contacteer ons op  info@whselfinvest.com Terug naar inhoud Aanmelden en routebeschrijving HCC Beleggen Symposium op 5 oktober 2013 Bron: HCC Beleggen redactie wat 61 ste HCC Beleggen Symposium "Het beste van de beurs" waneer 5 oktober 2013 aanvang 10.00 uur waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte in De Bilt aktiviteit hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers, kennismaken met en hernieuwen van kontakt met medebeleggers,  kennismaken met regiogroepen, nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur en kennis maken met financiele diensten, producten en innovaties bij flink aantal leveranciers locatie-info: Gezellig luch-restaurant aanwezig, Parkeren gratis, In midden van Nederland goede aansluiting op snelwegen, Bereikbaar per openbaar vervoer Een entreebewijs voor het 61-ste HCC BeleggenSymposium kunt u  bestellen door u aan te melden via onze website: Klik hier om u aan te melden   Het HCC Beleggen Symposium wordt gehouden in: Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte Henri Dunantplein 4 3731 CL  De Bilt Bekijk ligging >> Laat de route zien in een nieuw venster Voer je postcode in: Terug naar Inhoud | HCC beleggen Website | HCC beleggen Vacatures | Adverteren | Forum | Downloads  Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

10 september 2013

'Meld je aan voor de nieuwsbrief' van HCC!beleggen

'Abonneer je nu op de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze activiteiten!'

Aanmelden